Jip stopt ermee
Op zaterdag speelden we uit tegen hockeyclub de Stuiters. Kees was ingedeeld om te rijden, lekker makkelijk voor mij, kon ik zo door de heg kruipen en instappen. Miriam had een rijschema gemaakt, mijn ouders moesten pas na de herfstvakantie rijden. Ik hoopte dat mijn vader dan meeging en niet mijn moeder want zij doet een beetje gestrest als ze autorijdt. Dat komt niet door haar maar door de auto. Die is te groot. Mijn vader had deze auto net nieuw toen mijn moeder een grote deuk in de zijkant reed. Ze had dat boompje echt niet gezien. Ik heb mijn vader niet vaak boos gezien, maar toen wel.
Mijn moeder vergeet ook regelmatig om te tanken. Eigenlijk vergeet ze het niet, ze gaat ervan uit dat mijn vader dat doet. Vorig jaar, toen mijn moeder reed en mijn vader niet had gedaan waar mijn moeder wel van uit was gegaan, stonden we zonder benzine langs de snelweg en had ons team bijna zonder ons moeten beginnen. Gelukkig stopte er een aardige meneer die ons naar de hockeyclub heeft gebracht, en kwamen we net voordat de wedstrijd begon het veld op rennen.
Kees heeft een Amerikaanse auto. Een heel lange platte met vleugels aan de achterkant en één lange bank voorin waar Kees, Jip en ik samen op kunnen zitten. Mijn moeder vindt ’m ordinair. Net zoals ze oorbellen, make-up en de tuin van Kees en Nelli ordinair vindt.
Ik kroop door het gat in de heg en zag Kees gebukt onder de open motorkap staan. Kees praat tegen zijn auto, dat helpt als ’ie niet start. Maar dit keer luisterde de auto niet naar hem.
‘Probleempje,’ zei Jip.
‘Heb ik zo opgelost.’ Kees liep naar binnen en kwam terug met zijn gereedschapskist. Mijn vader brengt zijn auto altijd naar de garage als ’ie kapot is.
Jip moest achter het stuur gaan zitten en als Kees ‘ja’ riep op het gaspedaal drukken. Na een paar keer gooide Kees de kap dicht en konden we vertrekken. Ik gooide mijn tas en stick op de achterbank en ging voorin naast Jip zitten.
‘Waarom was je er gisteren niet?’ vroeg ik.
Jip haalde haar schouders op. ‘Gewoon.’
Dat antwoord kende ik maar al te goed.
‘Je hebt wel wat gemist, Jip. Het was een hartstikke leuke training.’ Behalve het laatste deel dan, maar dat zei ik niet tegen Jip.
‘Vast,’ antwoordde Jip alsof ze me niet geloofde. Wat ze ook niet deed, kwam ik later achter.
Kees reed de parkeerplaats van de hockeyclub op waar we verzamelden en ik zag dat Bas boos op zijn horloge keek.
‘Mijn fout,’ riep Kees lachend door het raampje. ‘De auto wilde niet starten.’
Bas gaf Kees een kort knikje maar zei verder niets.
‘Zie je wel, hij valt reuze mee,’ zei Kees tegen Jip, die niet reageerde.
Sammie, Lotte en Indy zaten achter in de auto en kletsten aan één stuk door. Af en toe vroegen ze ons iets en gaf ik antwoord, Jip hield de hele weg naar de Stuiters haar mond. Ik vroeg of ze zin had, maar ze zei niets. In de kleedkamer vertelde Bas de opstelling. Jip moest weer aan de kant beginnen. ‘Eerlijk doorwisselen’ waren twee woorden waar Bas waarschijnlijk nog nooit van had gehoord. Ik zag aan Jips hoofd dat ze woest was. Haar ogen kneep ze tot smalle spleetjes en ze beet op haar onderlip. Dat heeft ze van Nelli geleerd. Soms is het beter om niet meteen te zeggen wat je denkt of vindt. Als je op je lip bijt kan je niet goed praten dus Jip zei niets.
Wij waren veel beter dan de tegenstander en in de rust stonden we met twee-nul voor. Vlak voordat ik het veld in wilde gaan riep Bas mij bij zich. Ik moest de bal aan mijn stick houden als ik rende, en niet zo ver voor me uit spelen.
Bas deed voor wat hij bedoelde. ‘Word verliefd op de bal,’ zei hij. ‘Houd ’m dicht bij je en geef ’m zachte kusjes.’ Hij gaf de bal zachte tikjes met de stick.
Bas is echt vreemd. Ik wilde verliefd worden op iemand. Niet op een hockeybal!
We wonnen met vier-nul. Ik heb zelfs gescoord. Per ongeluk. Fien ramde de bal langs alle tegenstanders, zo in mijn stick. Zonder één seconde na te denken dreef ik de bal met mijn verliefde stick de cirkel in en sloeg door de benen van de keeper. ‘Boink.’ Hij zat. Ik was zo verrast dat ik vergat te juichen. Jip heeft, ondanks het feit dat ze maar één helft heeft gespeeld, ook gescoord. Anne sloeg de bal op de keeper die uitliep, en de bal kwam onder het grote keeperslijf terecht. Indy probeerde de bal eronderuit te prutsen maar dat lukte niet, en pas toen Bas al drie keer vanaf de zijlijn had geschreeuwd om een strafbal, luisterde de scheidsrechter eindelijk. Niemand kan beter strafballen nemen dan Jip, en omdat Fien niet wilde toen Bas haar naam noemde en niemand zich vrijwillig aanmeldde, deed Jip een stap naar voren en stak haar hand op. Thuis heeft ze op het muurtje van de schuur in hun tuin een doel getekend met stoepkrijt, in het doel heeft ze cirkels getekend die ze genummerd heeft van één tot tien. Als ik op mijn kamer achter de computer zit en het raam open heb, hoor ik regelmatig alle cijfers langskomen. Jip roept zelf een nummer en pusht vervolgens de bal in de juiste cirkel. Haar score is tien uit tien en aan het loopje van Jip kon ik zien dat ze geen enkele last van zenuwen had toen ze naar de strafbalstip liep. De scheidsrechter floot en Jip pushte de bal links, hoog in de kruising.
Na de wedstrijd was ik Jip even kwijt. Ze zat niet bij ons team in de kantine en op de wc was ze ook niet. Ik trok de deur van de kleedkamer open en zag dat Jip schrok toen ze me zag. In de hoek van de kleedkamer stond Bas met zijn armen over elkaar, leunend tegen de muur, met donder en bliksem in zijn ogen. Ik twijfelde of ik naar binnen zou gaan of weer terug naar de kantine dus bleef ik, wiebelend van mijn ene been op mijn andere been, in de deuropening staan.
‘Wij zijn even in gesprek,’ bromde Bas tegen me.
‘Zij mag het wel horen. Fal is mijn hartsvriendin,’ zei Jip.
Ik schoof naast Jip op de bank.
‘Ik begrijp er niets van,’ zei Bas geïrriteerd. ‘Alleen omdat je op de bank moest beginnen?’
Jip schudde haar hoofd. ‘Dat is het niet.’
‘Wat is het dan wel?’
Jip beet op haar lip.
‘Zet je eens voor tweehonderd procent in en bewijs dat je in d1 hoort,’ zei Bas om de stilte te verbreken.
‘Ook al zet ik me voor duizend procent in, dan is het nog niet goed genoeg. Alles wat ik doe is verkeerd of moet anders. Je kan toch ook wel eens iets aardigs zeggen?’ Of niet zo hard schreeuwen, dacht ik daarachteraan.
‘Ik wil, zal en moet kampioen worden, op deze manier doen we het ook bij Heren 1, en als ik naar de uitslagen van de laatste wedstrijden kijk, werkt dat redelijk goed.’ Bas klopte zichzelf nog net niet op zijn eigen schouder.
Jip keek heel even naar mij en ik zag dat haar ogen heen en weer schoten. ‘Ik heb er geen zin meer in op jouw manier,’ siste ze.
Alle alarmbellen gingen af in mijn hoofd. Jip had zojuist de noodtoestand uitgeroepen.
Ik hapte naar adem en voelde me de goudvis van mijn broertje die ik tijdens het verschonen van de kom per ongeluk op de grond had laten vallen.
‘In dat geval houdt het op, zonde van mijn tijd.’ Met grote passen liep Bas door de kleedkamer, trapte de deur open en verdween. Ik keek Jip kwaad aan.
‘Sorry Fal, ik had er echt geen zin meer in.’ Haar grote groene ogen keken me schuldig aan.
Zonder iets te zeggen stond ik op, pakte mijn spullen en verliet de kleedkamer.
‘Fal, luister nou…’ hoorde ik Jip roepen. Maar toen had ik geen zin meer en de terugweg in de auto heb ik niets tegen haar gezegd.
‘Bedankt voor het rijden, Kees.’ Ik stak mijn hand op en zonder Jip aan te kijken dook ik door het gat in de heg.