Urdu
aboe, aboeji – vader, heer vader
behta – mijn zoon, mijn jongen
Bhaj, bhai – broer
bhai- bhai-jaan – broer, broertje van mij
bhaiya – grote broer
bhindi bhuna – okra, gebakken met uien, gember en knoflook
birjani – Pakistaans/Indiase rijstschotel
chapatti – volkorenpannenkoekjes
diniyaat – koranles
doctor-sahib, maulvi-sahib – meneer de doctor, imam
doepatta – sjaal die hoofd, schouders en bovenlichaam bedekt
ghazal – hindoestaanse muziekvorm, oorspronkelijk uit Perzië afkomstig
ghee – geklaarde boter
goelab jamoen – in ghee gebakken en in suikerstroop geweekte melkballen
lassi – van yoghurt gemaakte drank
meri-jaan – mijn schat, lieveling
namaaz – gebed
paratha – pannenkoek
sjalwar-kamies – Een elegant soort pyjamapak met een jurk tot op de knieën of de dijen, die gedragen wordt over een broek die tot op de enkels loopt.
Arabisch
djellaba – lang Arabisch gewaad
insjallah – Arabisch: als God het wil
masjallah – Allah zij geloofd
nikah – Islamitische huwelijksplechtigheid
walima – bruiloftsmaal