Terre champ de bataille - 03 - Le secret des psychlos
Terre, an 3000. L'espèce humaine s'est pratiquement éteinte dix siècles auparavant sous l'assaut des Psychlos, êtres impitoyables et décadents surgis des étoiles, qui pillent les ressources minières des planètes qu'ils rencontrent, éliminant toutes les races qui leur résistent. Cet ouvrage constitue la deuxième partie de cette gigantesque épopée de l'an 3000 dont le premier volume, Les Derniers Hommes a été décrit par la critique comme l'événement de l'année dans le domaine de la science-fiction. Nous retrouvons dans ce nouveau volume Jonnie Goodboy Tyler, l'un des derniers hommes, conduisant ce qui reste de la race humaine dans une attaque désespérée contre l'empire Psychlo... Un dénouement lyrique et furieux au plus grand roman de science-fiction jamais publié. A lire absolument.
Un marchand d’automate poignardé par ses propres créatures. Un orage qui brise de vieux sceaux magiques. Une créature enchaînée qui surgit de la terre, façonnée dans l’argile et le sang. Et par-dessus tout, la formule qui peut créer toutes vie, redécouverte en plein New York.
Thomas Lang est un ancien militaire d'élite qui, hormis sa Kawasaki, n'a pas grand chose à perdre. Aussi, lorsqu'on lui propose 100 000 dollars pour tuer Mr. Woolf, un riche homme d'affaire londonien, Thomas ne se contente pas de refuser poliment, mais pousse l'indécence jusqu'à essayer de prévenir la future victime du complot qui se trame contre lui. Une bonne intention ? L'enfer en est pavé.
Toute conviction scientifique, dit le professeur, repose sur l’observation, directe ou indirecte. Si je crois à l’existence d’un temps bi-dimensionnel, c’est que j’ai pu l’observer moi-même. Après l’abdication des Anciens, les Jeunes mirent leur projet à exécution. Ils réduisirent le monde à leur loi par le fer et le feu, faisant appel aux rayons, aux forces ésotériques, à la chicane, aux ruses de toutes sortes. Sûr de leur destin, ils se convainquirent eux-même de ce que la fin justifiait les moyens. Que diriez-vous d’un éléphant nain – dix centimètres de haut, parfaitement propre, sachant lire et écrire, une merveille d’intelligence ?
Au pénitencier de Salt Hills, les cellules ne sont pas sûres. Les détenus du quartier D disparaissent mystérieusement, aspirés par le sol. Et la nuit, d’étranges grattements résonnent sous les pieds des gardiens. Pendant ce temps, Ebenezer Graymes hante Central Park, sur la piste des pourvoyeurs de sacrifices humains.
Nicholas Spencer, le directeur d'un centre de recherches médicales, disparaît mystérieusement dans un accident d'avion. Peu de temps après il est accusé d'avoir détourné des fonds et le visa de commercialisation du vaccin anti-cancéreux sur lequel travaillaient ses laboratoires est refusé sans raison apparente. Carley, journaliste proche de Spencer, mène l'enquête et soupçonne un terrible complot.
Un cerveau d'ordinateur, un corps surentraîné à tous les risques, et la beauté en plus : telle est Vendredi. L'agént idéal en ce monde futur, en ce monde de demain. Et, en effet, la voici qui rentre de la planète Ell-Cinq, mission accomplie une fois de plus, et quelle mission ! Félicitations du Grand Patron et droit aux vacances. Heureuse, Vendredi ? Non, tourmentée comme jamais encore, hantée d'images : le viol atroce qu'elle a subi, les meurtres qu'elle a commis. Vendredi la non-humaine aurait-elle une conscience ?
Vidocq - le Napoléon de la Police
Il y a deux cent ans, Vidocq réussissait la plus sensationnelle des évasions du terrible bagne de Brest. Cet exploit allait en faire un héros de légende. Il fascina les plus grands écrivains de son temps qui l'immortalisèrent dans leurs romans pour créer leurs meilleurs personnages. Balzac qui l'appela le "Haroub-al-Rachid du bagne" puis le Napoléon de la Police en fit le Vautrin de "Splendeurs et misères des courtisanes", Dumas le mit en scène dans "Les Mohicans de Paris" puis "Le Fils du forçat", Victor Hugo l'immortalisa sous les traits de Jean Valjean dans "Les Misérables".
" J'étais sans argent, sans maison, cet emploi il me le fallait. J'ai fait l'article, et l'article c'était moi. Mains croisées sur les genoux, yeux baissés, j'ai vanté mes qualités, tout ce qui est inculqué aux filles de la petite noblesse de province pour en faire des maîtresses de maison pieuses et économes. J'ai décliné les devoirs, détaillé les tâches, de la cuisine à la lingerie, de l'office à la buanderie, des conserves aux confitures, en passant par l'armoire à pharmacie, les courses et les réserves. Et le personnel, comment le tenir en main, le surveiller sans relâche, faire respecter les maîtres. Tout ce qu'il faut pour inspirer confiance. Madame Ernest Treives a ri, selon son habitude : "C'est parfait. Vous commencez demain. Je vous prends à l'essai, Mademoiselle Drot." L'essai a duré soixante-cinq ans. "
01 Het mysterie van St Eustache
Het eerste boek van Havank "HET MYSTERIE VAN EUSTACHE" verscheen als linnen boek voor het eerst in 1935 en was de nummer 1 uit de zo genaamde Silvère serie. De schaduw speelt in de eerste verhalen en dus zeker in dit eerste boek nog een zeer bescheiden rol. Een oude burcht in het noorden van Frankrijk vormt de geheimzinnige achtergrond van dit verhaal. Hoofdinspecteur Silvère , bij genaamd de zingende zaag van wegen zijn speciale verhoor methode, krijgt de welhaast onmogelijke taak een spook te grijpen die zich in de ruïnes ophoud nabij een kasteel. Toch is dit nodig opdat zijn vriend Jean d' Aubry ( crimineel verslaggever van de krant " Derniére Heure " ) met Madeleine zou kunnen trouwen. Madeleine is de pleegdochter van Samuel Goldstream , hij is getrouwd met Madame Edith, en zij hebben nog 2 eigen kinderen namelijk Josuah en Abel , en hij is de eigenaar van het kasteel St. Eustache. We maken ook nog kennis met de Curè van de plaatselijke kerk, met Sylvestre la Blanche alias baron Lamadour alias Jimmy de Aal cq de wurger en zijn Annette, met commissaris Pivot met Bertram de major domus , met dubois de boswachter en met hoofdinspecteur Uyttenbogaert en zijn Parijse vrouw Elly. Er vallen slachtoffers namelijk Abel de jongste zoon en Samuel zelf die Jimmy nog als moordenaar aanwijst. De Curé blijkt Monsiour le Curé de Mermillod te heten en blijkt van doorslaggevende aard bij het oplossen van Madeleine's familienaam en de geheimen van het het kasteel en de pastorie. Jean d' Aubry en zijn zwager Fournier ontdekken dat ook kerken geheimen herbergen en stuiten op de naam "de Mermillod". (de echte familie naam van Madeleine welke dus van oude Franse adel blijkt te zijn). De oude graaf van St. Eustache was tegen het huwelijk van zijn dochter met de Vicomte de Mermillod, maar zij trouwden toch in Engeland. Echter hij sneuvelde vrij snel na het uitbreken van de oorlog en zijn dochter raakte door omstandigheden in de problemen, haar vader had die echter ook in de vorm van schulden waarbij Samuel Goldstream de "helpende" hand zou bieden. Hij dreef de oude graaf echter de dood in en zijn dochter wilde hij ook heel erg graag helpen, zij zou "gouvernante" worden bij een rijke familie in Buenos Ayros maar het lot bleek veel erger te zijn. Zij wist te ontsnappen met de zuster van Jimmy en wilde slechts 1 ding WRAAK, als spook uit de ruïne. Wraak was ook het motief van Jimmy alias Sylvestre la Blance , omdat Samuel zijn zuster als slavin (net als de dochter van de oude graaf) had verkocht en haar dochter was Annette. Sylverstre la Blance had echter 1 misdadige troef namelijk een tweeling broer en wist zo heel vaak buiten de gevangenis muren te blijven, echter de schaduw weet ook dit raadsel op te lossen. (Vanaf dit moment wordt de schaduw voortaan de Schaduw, met een hoofdletter!.) Elly zoekt nog steeds een goede huishoudster en mogelijk dat het iets is voor Annette. Aan het einde moet Silvère erkennen dat zijn huishoudster gelijk heeft als ze zegt dat het tijd wordt dat hij eens gaat trouwen. Zoals het een goede detective betaamd is het boek spannend tot op de laatste bladzijde!
02 Het raadsel van de drie gestalten
HET RAADSEL VAN DE DRIE GESTALTEN is de 2e titel uit 1936 en verscheen in de Silvère serie (2) in een zgn. linnen uitvoering. Er verdwijnen diverse meisjes en al gauw spreekt men over een geheimzinnige slavenhandelaar. Inspecteur Duvier gaat met zijn Yvonne op vakantie en zij spreken af op het station, daar komt hij alleen madame Bertelle de Verdange tegen (presidente van de Union Internationale tot bestrijding van de handel in vrouwen en kinderen). Hoofdinspecteur Silvère krijgt een spottend briefje wat is ondertekend met het cijfer 3. Agent Carlier vertelt tegen d' Aubry dat hij bij Chez Loulou iets merkwaardigs heeft ontdekt en dat dit niet het zangeresje Lola (Marie Quirec) is zijn verloofde, maar een man die hij de Spanjaard noemt en een blonde vrouw. Mr. James (een detective ingehuurd door madame Verdange) Uyttenbogaert en van Diest weten Esther Cohen uit de klauwen te reden uit een eenzaam huis in Parijs waar alle speurders, sommige min of meer bij toeval, belanden doch zij valt enige tijd later weer in handen van de bende samen met Madeleine. Silvère gokt dat ze naar een afgelegen huis in de buurt van châteaubleau gebracht zijn en hij heeft goed gegokt. Ze redden de vrouwen echter de slavenhandelaar weet weer te ontsnappen. De andere dag gaat Silvère nogmaals naar het huis voor een sporen onderzoek maar hij wordt gevangen gezet door de slavenhandelaar waarvan hij nog steeds niet kan zeggen of het een man is die een vrouwenstem imiteert of anders om. De slavenhandelaar laat Silvère achter om te verdrinken maar hij wordt gered door Pierre Mérin de secretaris van madame Bertelle de Verdange wiens huis het betreft. Bij een van de gevangene vinden ze een codeboekje en Silvère besluit om dit te laten vertalen door dokter Emil Quinconas die hem al eerder heeft geholpen. Duvier wordt door de Schaduw ontmaskerd als handlanger en Quinconas wordt ontvoerd door de slavenhandelaar. Lola wordt benaderd door ene monsieur Tuillier die in haar een groot talent ziet en een afspraak maakt in Hôtel Richelieu. Zij stelt voor om als lokaas te dienen voor de bende en zo voor haar Carles een promotie in de wacht te slepen. De blonde vrouw blijkt mademoiselle Carla van Slotburgh te zijn de haar vriendin Dientje van Vloten uit de handen van de slavenhandelaar wilt bevrijden en Silvère blijkt de geheimzinnige Spanjaard te zijn. Carla en Dickie van Diest blijken elkaar nog van vroeger te kennen en het is meteen dik aan. Uit de valstrik met Lola weet de slavenhandelaar gehuld met een wit masker zich weer te redden. Vanaf nu mag de Schaduw zich inspecteur noemen. Tijdens een optreden wordt Lola door een man met een dolk getroffen en is er slecht aan toe. De Schaduw is furieus en als Lola buiten levensgevaar is gaat hij op zoek naar de dader die in zijn geheugen gegrift staat en Silvère toont hem een foto met de door hem gezochte man. Het spoor leid naar Bretagne en de Schaduw krijgt uiteindelijk zijn man!! Echter Mr James ontdekt daar ook dat een grijs vliegtuig in de buurt land telkens als de slavenhandelaar toe slaat. Hij ontdekt de plek "de Duivelsrots" waar de vrouwen gevangen worden gehouden maar moet dit met zijn leven bekopen. Silvère weet de code te kraken, het blijkt een radio code te zijn. Rondzwervend als geestelijke verkent hij de boel. D.m.v. een trucage bericht weet hij de bende op te rollen met behulp van de plaatselijke inspecteur Quémeneur. In het huis van de gravin Madame Bertelle de Verdange waar Silvère een sterke zender ontdekt blijkt Pierre Mérin te zijn ontvoerd en schikt Silvère als de Gravin een spin doodtrapt. In een eerdere ontmoeting met haar bleek zei juist helemaal niet bang te zijn voor een spin en deze juiste probeerde te redden. Zij blijkt een hij te zijn namelijk Pierre Mérin. Hij was eigenlijk 3 personen, natuurlijk Pierre Mérin, de "slavenhandelaar" en Madame Bertelle de Verdange! Een detail is dat Mérin dokter Emil Quinconas kende, zijn vrouw was namelijk de minnaar van Mérin en ging er met hem van door maar hij kreeg genoeg van haar en slot haar op bij de rest van de vrouwen. Onze Dickie tot slot nodig iedereen uit op de bruiloft van hem en Carla en Silvère gaat met Uyttenbogaert mee naar Noordwijk voor een vakantie bij Elly en hun 2 kinderen.
03 Het spookslot aan de loire-Havank
'Doe de ramen dicht,' zuchtte zij, bijna onhoorbaar. 'De ramen diht? Het is hier om te stikken,' had Armand verwonderd geantwoord, terwijl hij Marguerite voorzichtig weer te bed legde. 'Doe de ramen dicht,' smeekte zij, en toen hij nog steeds aarzelde: 'Als ik je toch zeg, dat het daardoor binnenkomst?' 'Het?!... Wat?!...'
04 Het probleem van de twee hulzen
'De trein is twee minuten te laat,' merkte Hubertus zwijgend op, toen de trein eindelijk begon binnen te rollen; Hubertus was een stipt en nauwgezet man. Het aantal reizigers bleek slechts gering en Hubertus had niet veel moeite hen éen voor éen nauwkeurig te observeren. Tien – misschien twintig waren de controle reeds gepasseerd, eer oom Hubertus langzaam zijn krant dichtvouwde, langzaam opstond… en een schok kreeg. Het was niet de dun gezaaide geitenbaard van nicht Eulalia die hem schokte, daarvoor kende hij het uiterlijk van Léon Rosenheim te goed, doch het was het gezicht dat enkele meters achter Rosenheim opdook… 'Ik laat me hangen als…' mompelde hoofdinspecteur Uyttenbogaert binnensmonds. 'Doe dat niet!' vermaande zijn engelbewaarder. Dan gleed er een nauw bedwongen glimlach over zijn gezicht, en nadat hij de controle gepasseerd was, liep hij rakelings langs oom Hubertus en fluisterde in het voorbijgaan: 'Schaduw!' 'Merkwaardig – ik mag wel zeggen hoogst merkwaardig,' overwoog inspecteur Carlier, alias de Schaduw, terwijl hij de ander op enkele schreden afstand volgde…
Even lijkt het of de Schaduw van een welverdiende vakantie aan de Middellandse Zee kan gaan genieten, maar de vreemde bijeenkomst op een volkomen verlaten strand prikkelt de speurzin van de Schaduw en doet hem het verlangen naar rust vergeten. In samenwerking met inspecteur Silvère weet hij een verklaring te vinden voor de vreemde gebeurtenissen van de laatste dagen en ziet hij kans de, merkwaardig genoeg, sympathieke moordenaar te arresteren. Als hij ook nog de motieven voor de beide moorden weet te vinden, heeft hij eindelijk de gelegenheid om van de rust van het badplaatsje met volle teugen te genieten.
N.V. Mateor is een van die boeken van Havank, die zich niet alleen onderscheiden door hun strikt persoonlijke stijl, maar die ook uitblinken door een vernuftig uitgedachte en onweerlegbare logica tot oplossing gebrachte handeling.
Zingende fonteinen, maanlicht-overgoten renaissancegevels, bonte volkstaferelen, ze vormen het romantische decor voor een Italiaans Avontuur van de Schaduw, dat juist door die contrastrijke entourage des te merkwaardiger en des te boeiender is.
'Wie bent u! Wat doet u hier?' Zijn rustige blauwe ogen namen haar nauwlettend op, eer hij besloot te antwoorden. Een jonge slanke vrouw. Zeker niet ouder dan vierentwintig. Een smal en ovaal gezicht. Donkeren Diepbrandende ogen. Een zeer kleine mond, maar ietwat hard van lijn. Al even kleine oren, die half schuilgingen onder het als ebbehout zwarte haar. 'Bent u', zei hij eindelijk, 'misschien een van de Vier Vreemde Vrienden?' Haar toch steeds grote ogen openden zich nog verder. 'Hoe weet u…?' Silvère glimlachte. De roof van twintig miljoen Engelse ponden vanaf een oceanliner, brengt enige beroering teweeg onder het internationale speurdersdom. Niet de minsten daaronder zijn 'de Schaduw' en diens onafscheidelijke adjudant Silvère. Maar voordat het misdrijf opgelost is, moet er eerst klaarheid in andere zaken worden gebracht, bijvoorbeeld in de ware identiteit van de Vreemde Vrienden
Het werk van wijlen Havank wordt met de regelmaat van een klok herdrukt en geen lezer zal dan ook hiaten in zijn Schaduw-verzameling hoeven aan te wijzen In zijn eerste boeken sloot Havank zich nog angstvallig aan bij de toen heersende 'orthodoxe' traditie, gevestigd door Edgar Wallace en door een pionier als Ivans, maar in zijn latere romans kreeg de humor van zijn persoonlijke taalgebruik hoe langer hoe meer de overhand. Na Havank's dood wordt de serie voortgezet door de journalist-schrijver Pieter Terpstra, die door pers en publiek vrijwel onverdeeld is geprezen om zijn inlevingsvermogen in het hoogst merkwaardige zieleleven van de Schaduw. Dit avontuur van de Schaduw, Alias Charles C.M. Carlier, speelt in Cagnes sur Mer, het charmante plaatsje aan de Franse Rivièra, dat de lezer dan ook terstond zal herkennen. Al was het alleen maar door de zonnige sfeer van dit avontuur, door Havank beschreven met een humor, die soms een bijna surrealistisch karakter aanneemt.