4
Maandag 23 december – donderdag 26 december
Erika was het weekend bij Mikael Blomkvist gebleven. Ze waren eigenlijk alleen uit bed gekomen voor toiletbezoek en om eten klaar te maken, maar ze hadden niet alleen met elkaar gevreeën; ze hadden ook urenlang met elkaar liggen praten over de toekomst, consequenties, mogelijkheden en hadden voors en tegens tegen elkaar afgewogen. Op maandagmorgen, 23 december, had Erika hem gedag gekust – until the next time – en was ze afgereisd naar haar man.
Mikael bracht de maandag door met allereerst af te wassen en zijn flat op te ruimen. Daarna wandelde hij naar de redactie om zijn werkkamer uit te mesten. Hij was geen seconde van plan om te breken met het blad, maar hij had Erika er uiteindelijk van kunnen overtuigen dat het belangrijk was om Mikael Blomkvist een tijdje te scheiden van het tijdschrift Millennium . Voorlopig was hij van plan om vanuit zijn appartement aan de Bellmansgatan te werken.
Hij was alleen op de redactie. Het was kerstvakantie en de medewerkers waren uitgevlogen. Hij was bezig papieren uit te zoeken en boeken in een verhuisdoos te stoppen toen de telefoon ging.
‘Ik ben op zoek naar Mikael Blomkvist,’ vroeg een hoopvolle maar onbekende stem aan de andere kant van de lijn.
‘Dat ben ik.’
‘Sorry dat ik stoor zo vlak voor de feestdagen. Mijn naam is Dirch Frode.’ Mikael noteerde automatisch de naam en de tijd. ‘Ik ben advocaat en vertegenwoordig een cliënt die bijzonder graag een gesprek met u zou willen hebben.’
‘Tja, vraag uw cliënt mij te bellen.’
‘Ik bedoel dat hij u graag persoonlijk wil ontmoeten.’
‘Goed, maak een afspraak en stuur hem naar kantoor. Maar haast u in dat geval; ik ben bezig mijn bureau leeg te maken.’
‘Mijn cliënt zou erg graag willen dat u hém bezocht. Hij woont in Hedestad, dat is maar drie uur met de trein.’
Mikael stopte met het sorteren van papieren. De media hebben het vermogen om de meest waanzinnige mensen te mobiliseren die dan opbellen met absurde tips. Elke krantenredactie ter wereld krijgt gesprekken van ufologen, grafologen, scientologen, paranoïde figuren en mensen met zogenaamde complottheorieën.
Mikael was eens aanwezig geweest bij een lezing van de auteur Karl Alvar Nilsson in het gebouw van de ava , de Algemene Vorming van Arbeiders. Het was zoveel jaar na de moord op premier Olof Palme. De lezing had een serieus karakter en onder het publiek bevonden zich vakbondsman en politicus Lennart Bodström en andere oude vrienden van Palme. Maar er waren ook verbluffend veel privédetectives aanwezig geweest. Een daarvan was een vrouw van in de veertig die tijdens het verplichte vragenrondje de microfoon had gegrepen en daarna zachter was gaan praten tot een nauwelijks hoorbare fluistering. Dat voorspelde een interessante ontwikkeling en niemand was erg verbaasd toen de vrouw zei: ‘Ik weet wie Olof Palme heeft vermoord.’ Vanaf het podium werd enigszins ironisch voorgesteld dat als de vrouw deze hoogst dramatische informatie bezat, het wel interessant zou zijn als ze de Palme-onderzoekers deelgenoot maakte van haar kennis. Ze had snel geantwoord met een nauwelijks hoorbaar: ‘Dat kan ik niet, het is te gevaarlijk!’
Mikael vroeg zich af of Dirch Frode er ook een was in de reeks van bezielde waarheidzeggers die van plan waren de geheime psychiatrische kliniek van de Säkerhetspolisen, de Zweedse veiligheidsdienst, te ontmaskeren, waar experimenten met hersencon-
trole werden uitgevoerd.
‘Ik leg geen huisbezoeken af,’ antwoordde hij kort.
‘In dat geval hoop ik dat ik u kan overhalen een uitzondering te maken. Mijn cliënt is boven de tachtig en het is voor hem erg vermoeiend om naar Stockholm af te reizen. Wanneer u erop staat kunnen we vast wel wat regelen, maar eerlijk gezegd zou het de voorkeur hebben als u zo vriendelijk zou willen zijn ...’
‘Wie is uw cliënt?’
‘Een persoon wiens naam u vermoedelijk weleens hebt gehoord door uw werk. Henrik Vanger.’
Mikael leunde verbaasd achterover. Henrik Vanger – ja, daar had hij inderdaad van gehoord. De captain of industry en voormalig directeur van het Vanger-concern, dat ooit synoniem was geweest aan zagerijen, bos, mijnen, staal, de metaalindustrie, textiel, fabricage en export. Henrik Vanger was een van de écht grote jongens van zijn tijd geweest, met de naam een rechtschapen, ouderwetse patriarch te zijn die zich niet direct uit het veld liet slaan. Hij behoorde tot de grondleggers van het Zweedse bedrijfsleven, een van de oude garde, samen met figuren als Matts Carlgren van MoDo en Hans Werthén van het oude Electrolux. De ruggengraat van de industrie, van de Zweedse verzorgingsstaat, enzovoort.
Maar het Vanger-concern, nog steeds een familiebedrijf, was de laatste vijfentwintig jaar geplaagd door rationalisaties van de organisatorische structuur, beurscrisissen, rentecrisissen, concurrentie uit Azië, teruglopende export en ander ongerief dat bij elkaar genomen de naam Vanger geen goed had gedaan. De onderneming werd tegenwoordig geleid door Martin Vanger, wiens naam Mikael associeerde met een mollig mannetje met een dikke haardos die af en toe even snel op tv verscheen, maar die hij niet erg goed kende. Henrik Vanger was al zeker twintig jaar uit beeld en Mikael had niet eens geweten dat hij nog leefde.
‘Waarom wil Henrik Vanger mij ontmoeten?’ was de logische vervolgvraag.
‘Het spijt me. Ik ben al jaren Henrik Vangers advocaat, maar hij moet zelf vertellen wat hij wil. Daarentegen kan ik zoveel zeggen dat Henrik Vanger een eventuele betrekking met u wil bespreken.’
‘Betrekking? Ik ben absoluut niet van plan om voor het Vanger-concern te gaan werken. Zoekt u een persvoorlichter?’
‘Niet dat soort werkzaamheden. Ik weet niet hoe ik het verder moet zeggen, maar Henrik Vanger zou u bijzonder graag willen consulteren in een privéaangelegenheid.’
‘U bent meer dan toelaatbaar dubbelzinnig.’
‘Het spijt me enorm. Maar kan ik u op de een of andere manier overhalen om een bezoek af te leggen in Hedestad? Wij betalen uiteraard de reis en een redelijk honorarium.’
‘U belt wat ongelegen. Ik heb veel te doen ... en ik neem aan dat u de krantenkoppen van de laatste dagen over mij hebt gezien.’
‘De Wennerström-affaire?’ Dirch Frode grinnikte plotseling aan de andere kant van de lijn. ‘Ja, dat had een zekere amusementswaarde. Maar om u de waarheid te zeggen kwam het juist door de aandacht rond de rechtszaak dat Henrik Vangers oog op u viel.’
‘O, ja? En wanneer zou Henrik Vanger bezoek van mij willen hebben?’ vroeg Mikael.
‘Zo gauw mogelijk. Morgen is het de dag voor kerst en neem ik aan dat u vrij wilt zijn. Wat zegt u van tweede kerstdag? Of tussen kerst en oud en nieuw?’
‘Er is dus haast bij. Het spijt me, maar als ik niet meer informatie krijg over wat de bedoeling is van het bezoek dan ...’
‘Meneer Blomkvist, ik verzeker u dat de uitnodiging volstrekt serieus is. Henrik Vanger wil uitsluitend ú consulteren en niemand anders. Hij wil u een freelanceopdracht aanbieden wanneer u daarin geïnteresseerd bent. Ik ben alleen maar een boodschapper. Waar het om gaat moet hij zelf uitleggen.’
‘Dit is een van de meest vreemde gesprekken die ik sinds lange tijd heb gehad. Ik wil erover nadenken. Hoe kan ik u bereiken?’
Toen Mikael had opgehangen bleef hij zitten en keek hij naar de troep op het bureau. Hij begreep absoluut niet waarom Henrik Vanger hem zou willen ontmoeten. Mikael had eigenlijk niet erg veel behoefte om naar Hedestad af te reizen, maar advocaat Frode had hem nieuwsgierig gemaakt.
Hij zette zijn computer aan, ging naar www.google.com en zocht op ‘Vanger-concern’. Hij kreeg honderden zoekresultaten. Het Vanger-concern was gestagneerd in zijn ontwikkeling maar kwam zo goed als dagelijks voor in de media. Hij sloeg een twaalftal artikelen op die het bedrijf analyseerden en zocht daarna achtereenvolgens op ‘Dirch Frode,’ ‘Henrik Vanger’ en ‘Martin Vanger’.
Martin Vanger kwam vaak voor in de hoedanigheid van president van het Vanger-concern. Advocaat Dirch Frode bleef op de achtergrond, hij was bestuurslid van de golfclub van Hedestad en werd genoemd in verband met de Rotary. Henrik Vanger kwam op één uitzondering na uitsluitend voor in verband met teksten over de achtergrond van het Vanger-concern. De plaatselijke krant, Hedestads-Kuriren , had echter aandacht besteed aan de tachtigste verjaardag van de voormalige industriemagnaat twee jaar daarvoor, en de reporter had een kort portret gemaakt. Mikael printte een paar teksten die enige substantie leken te bevatten en had al spoedig een map van vijftig pagina’s. Daarna ruimde hij zijn bureau verder op, pakte de verhuisdozen in en ging naar huis. Hij wist niet zeker wanneer en óf hij terug zou keren.
Lisbeth Salander bracht 24 december door in het verpleeghuis van Äppelvik in Upplands-Väsby. Ze had kerstcadeaus gekocht bestaande uit een eau de toilette van Dior en een Engelse plumpudding van åhléns. Ze dronk koffie en keek naar de zesenveertigjarige vrouw die met lompe vingers de knoop uit het cadeaulint probeerde te peuteren. Salander had iets teders in haar blik, maar ze bleef zich erover verbazen dat deze vreemde vrouw tegenover haar haar moeder was. Hoe ze het ook probeerde, ze zag geen enkele overeenkomst, niet qua uiterlijk en niet qua persoonlijkheid.
Haar moeder gaf haar pogingen uiteindelijk op en keek hulpeloos naar het pakket. Dit was niet een van haar beste dagen. Lisbeth Salander schoof de schaar die de hele tijd zichtbaar op tafel had gelegen naar haar toe en haar moeder lichtte opeens op, alsof ze wakker werd.
‘Je vindt me vast dom.’
‘Nee, moeder. U bent niet dom. Maar het leven is onrechtvaardig.’
‘Heb je je zus nog gezien?’
‘Dat is al een tijd geleden.’
‘Ze komt hier nooit.’
‘Ik weet het, moeder. Ze komt ook nooit bij mij.’
‘Heb je werk?’
‘Ja, moeder. Ik red me uitstekend.’
‘Waar woon je ergens? Ik weet niet eens waar je woont.’
‘Ik woon in uw oude appartement aan de Lundagatan. Ik woon daar al jaren. Ik mocht het contract overnemen.’
‘Van de zomer kan ik je misschien komen opzoeken.’
‘Natuurlijk. Van de zomer.’
Haar moeder kreeg het kerstcadeau uiteindelijk open en rook verheugd aan het luchtje. ‘Bedankt, Camilla,’ zei de moeder.
‘Lisbeth. Ik ben Lisbeth. Camilla is mijn zus.’
Haar moeder keek gegeneerd. Lisbeth Salander stelde voor dat ze naar de conversatieruimte zouden gaan.
Mikael Blomkvist bracht het uur waarop de hele Zweedse bevolking op de dag voor kerst naar Disney-filmpjes kijkt, door met zijn dochter Pernilla, bij zijn ex Monica en haar nieuwe man in hun vrijstaande huis in Sollentuna. Hij had kerstcadeautjes voor Pernilla gekocht; na de zaak met Monica te hebben besproken, hadden ze afgesproken hun dochter een iPod te geven, een mp3-speler niet noemenswaardig groter dan een lucifersdoosje, maar waar Pernilla’s hele cd-verzameling op paste. Die vrij omvangrijk was. Het was een tamelijk duur cadeau geworden.
Vader en dochter brachten een uur in elkaars gezelschap door in haar kamer op de bovenverdieping. Mikael en Pernilla’s moeder waren gescheiden toen ze pas vijf jaar oud was en ze had een nieuwe vader gekregen toen ze zeven was. Het was niet zo dat Mikael het contact gemeden had; Pernilla had hem één keer in de maand ontmoet en had wekenlange vakanties met hem doorgebracht in het huisje in Sandhamn. Het was ook niet zo dat Monica het contact probeerde tegen te houden of dat Pernilla het niet naar haar zin had in het gezelschap van haar vader. Integendeel, de tijd die ze samen doorbrachten konden ze het vrijwel altijd goed met elkaar vinden. Maar Mikael had zijn dochter voornamelijk zelf laten beslissen in welke mate ze contact met hem wilde, vooral toen Monica hertrouwd was. Er was een periode van een paar jaar geweest, aan het begin van haar tienertijd, dat het contact haast helemaal was gestagneerd. Pas de laatste twee jaar wilde ze hem vaker zien.
Zijn dochter had de rechtszaak gevolgd in de vaste overtuiging dat het was zoals Mikael beweerde; dat hij onschuldig was maar dat hij het niet kon bewijzen.
Ze vertelde over een eventueel vriendje op de middelbare school en verraste hem met de onthulling dat ze lid was geworden van een plaatselijke kerk en zich als gelovig beschouwde. Mikael onthield zich van commentaar.
Hij werd uitgenodigd om te blijven eten, maar bedankte; hij had al met zijn zus afgesproken om de avond bij haar en haar gezin door te brengen in hun villa in het yuppiereservaat bij Stäket.
Die ochtend had hij ook een uitnodiging ontvangen om kerst te vieren bij Erika en haar man in Saltsjöbaden. Hij had bedankt, in de overtuiging dat er een grens moest zijn voor Greger Beckmans welwillende instelling ten aanzien van driehoeksdrama’s en dat hij niet wenste te onderzoeken waar die grens liep. Erika had gezegd dat haar man juist degene was geweest die het had voorgesteld en ze had hem geplaagd dat hij niet mee wilde doen aan een triootje. Mikael had gelachen, Erika wist dat hij honderd procent heteroseksueel was en dat die uitnodiging niet serieus bedoeld was, maar de beslissing om kerstavond niet door te brengen in een gezellig samenzijn met de echtgenoot van zijn minnares stond voor hem onwrikbaar vast.
Dientengevolge klopte hij dus aan bij zijn zus Annika Giannini, geboren Blomkvist, waar haar Italiaanse man, twee kinderen en een peloton van haar mans familie net bezig waren de kerstham aan te snijden. Tijdens het eten gaf hij antwoord op vragen over de rechtszaak en kreeg hij diverse goedbedoelde maar volledig zinloze adviezen.
De enige die het vonnis niet becommentarieerde was Mikaels zus, maar zij was dan ook de enige advocate in het gezelschap. Annika was moeiteloos door haar rechtenstudie heen gekomen en had een paar jaar gewerkt als griffier en plaatsvervangend officier van justitie voordat ze samen met een paar vrienden een eigen advocatenkantoor had geopend dat was gevestigd in de wijk Kungsholmen. Ze had zich gespecialiseerd in familierecht en zonder dat Mikael het eigenlijk doorhad, was zijn kleine zusje opeens verschenen in kranten en paneldebatten op tv, als bekende feministe en vrouwenrechtenadvocate. Ze vertegenwoordigde vaak vrouwen die werden bedreigd of vervolgd door echtgenoten en voormalige vriendjes.
Toen Mikael haar hielp bij het serveren van de koffie legde ze haar hand op zijn arm en vroeg ze hoe het met hem ging. Hij vertelde dat hij zich als een zak oud vuil voelde.
‘Neem de volgende keer een echte advocaat,’ zei ze.
‘In dit geval had het weinig geholpen wie mijn advocaat was geweest.’
‘Wat is er eigenlijk gebeurd?’
‘Daar hebben we het een andere keer over, zusje.’
Ze sloeg haar armen even om hem heen en gaf hem een kus op zijn wang voordat ze met de kerstcake en de koffiekopjes naar binnen gingen.
Tegen zevenen ’s avonds verontschuldigde Mikael zich en vroeg hij of hij de telefoon in de keuken even mocht gebruiken. Hij belde Dirch Frode en hoorde een geroezemoes van stemmen op de achtergrond.
‘Vrolijk kerstfeest,’ groette Frode. ‘Hebt u een beslissing genomen?’
‘Ik heb niets te doen en u hebt mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik kom tweede kerstdag langs als dat schikt.’
‘Uitstekend, uitstekend. Als u wist hoe blij ik ben met dit bericht. Pardon, ik heb kinderen en kleinkinderen op bezoek en hoor haast niet wat u zegt. Mag ik u morgen bellen, zodat we een tijd kunnen afspreken?’
Nog voor de avond voorbij was had Mikael Blomkvist al spijt van zijn beslissing, maar het was te ingewikkeld om af te bellen, en dus zat hij op de ochtend van tweede kerstdag in de trein naar het noorden. Mikael had een rijbewijs, maar had nooit een auto gekocht.
Frode had gelijk gehad dat het geen lange reis was. Hij passeerde Uppsala en daarna begon de dunbevolkte parelketting van kleine industriestadjes langs de Norrlandse kust. Hedestad was een van de kleinere en lag op een afstand van iets meer dan een uur rijden ten noorden van Gävle.
In de nacht van eerste op tweede kerstdag had het hevig ge-sneeuwd, maar het was opgeklaard en de lucht was ijskoud toen hij op het station uitstapte. Mikael zag onmiddellijk in dat hij verkeerd gekleed was voor het Norrlandse winterweer, maar Dirch Frode wist hoe hij eruitzag, ving hem goedmoedig op het perron op en leidde hem snel naar de warmte van zijn Mercedes. In het centrum van Hedestad was het sneeuwruimen in volle gang en Frode reed voorzichtig langs de hoge sneeuwwallen. De sneeuw leek een exotisch contrast met Stockholm, haast als een vreemde wereld. Toch was hij maar iets meer dan drie uur verwijderd van Sergels torg. Mikael bekeek de advocaat van opzij; een hoekig gezicht met dun, wit stekeltjeshaar en een dikke bril op een stevige neus.
‘Voor de eerste keer in Hedestad?’ vroeg Frode.
Mikael knikte.
‘Een oude industriestad met een haven. Niet groot, slechts 24.000 inwoners. Maar de mensen hebben het hier naar hun zin. Henrik woont in Hedeby, dat is precies bij de zuidelijke toegangsweg naar de stad.’
‘Woont u hier ook?’ vroeg Mikael.
‘Ja. Ik ben geboren in Skåne, maar ben direct na mijn examen in 1962 voor Vanger gaan werken. Ik ben bedrijfsjurist en in de loop der jaren zijn Henrik en ik bevriend geraakt. Ik ben eigenlijk met pensioen, met Henrik nog als enige klant. Hij is natuurlijk ook met pensioen en hoeft niet zo vaak meer van mijn diensten gebruik te maken.’
‘Alleen om journalisten met een aangetaste reputatie voor zijn karretje te spannen.’
‘Onderschat uzelf niet. U bent niet de enige die een wedstrijd tegen Hans-Erik Wennerström heeft verloren.’
Mikael gluurde weer naar Frode, niet wetend hoe hij diens uitspraak moest interpreteren.
‘Heeft deze uitnodiging iets met Wennerström van doen?’ vroeg hij.
‘Nee,’ antwoordde Frode. ‘Maar Henrik Vanger behoort niet direct tot de vriendenkring van Wennerström en hij heeft het proces met belangstelling gevolgd. Maar hij wil u ontmoeten in verband met iets heel anders.’
‘Wat u niet wilt vertellen.’
‘Het is niet mijn taak om dat te vertellen. We hebben het zo geregeld dat u kunt overnachten bij Henrik Vanger. Wanneer u dat niet wilt kunnen we een kamer boeken bij het hotel in de stad.’
‘Tja, misschien neem ik wel de avondtrein terug naar Stockholm.’
De invalsweg naar Hedeby was nog niet sneeuwvrij en Frode volgde de bevroren wielsporen. Hedeby had een kern van oude houten huizen zoals je vaak ziet in fabrieksplaatsjes langs de Botnische Golf. Daaromheen lagen modernere en grotere villa’s. Het dorp begon op het vasteland en liep over een brug naar een geaccidenteerd eiland. Op het vasteland stond een klein wit stenen kerkje bij het bruggenhoofd en daartegenover brandde een ouderwetse lichtreclame met de tekst susannes brugcafé en bakkerij . Frode reed nog ongeveer 100 meter door en zwaaide toen af naar links, een pas sneeuwvrij gemaakt erf voor een stenen gebouw op. Het huis was te klein om een landhuis te worden genoemd, maar het was aanzienlijk groter dan de rest van de bebouwing, en het gaf duidelijk aan dat dit het domein van de grootgrondbezitter was.
‘Dit is Vangerska gården,’ zei Dirch Frode. ‘Ooit gonsde het hier van het leven, maar nu wonen alleen Henrik en zijn huishoudster in het huis. Er zijn voldoende logeerkamers.’
Ze stapten uit. Frode wees naar het noorden.
‘Traditiegetrouw woont degene die het Vanger-concern leidt hier, maar Martin Vanger wilde iets moderners en heeft een villa op het puntje van de landtong laten bouwen.’
Mikael keek om zich heen en vroeg zich af welke idiote impuls hij bevredigd had door op de uitnodiging van advocaat Frode in te gaan. Hij besloot om indien mogelijk dezelfde avond terug te keren naar Stockholm. Een stenen trap leidde naar de ingang, maar voordat ze boven waren, werd de deur al opengedaan. Mikael herkende Henrik Vanger onmiddellijk van de foto’s op internet.
Op die foto’s had hij jonger geleken, maar hij zag er ontzettend krachtig uit voor zijn tweeëntachtig jaar; een taai lijf met een ruw en verweerd gezicht en vol, achterovergekamd grijs haar dat aangaf dat kaalheid niet in zijn genen zat. Hij was gekleed in een keurig geperste bruine broek, een wit overhemd en een versleten bruin vest. Hij had een smalle snor en een bril met een dun stalen montuur.
‘Ik ben Henrik Vanger,’ groette hij. ‘Fijn dat je wilde komen.’
‘Dag. Het was een verrassende uitnodiging.’
‘Kom binnen, hier is het warm. Ik heb een logeerkamer voor je in orde laten maken; wil je je misschien even opfrissen? We gaan straks warm eten. Dit is Anna Nygren, die voor mij zorgt.’
Mikael schudde vluchtig de hand van een kleine vrouw van in de zestig, die zijn jas aannam en deze in een garderobe hing. Ze bood Mikael pantoffels aan als bescherming tegen de tocht.
Mikael bedankte haar en wendde zich vervolgens tot Henrik Vanger: ‘Ik weet niet zeker of ik tot het eten blijf. Dat hangt er een beetje van af waar dit spelletje op uitdraait.’
Henrik Vanger wisselde een blik van verstandhouding met Dirch Frode die Mikael niet kon duiden.
‘Ik geloof dat ik de gelegenheid te baat neem jullie te verlaten,’ zei Dirch Frode.
‘Ik moet naar huis om mijn kleinkinderen te kastijden voordat ze het huis afbreken.’
Hij richtte zich tot Mikael.
‘Ik woon daar rechts aan de andere kant van de brug. U wandelt er in vijf minuten heen; het is onderaan bij de patisserie, Susannes Brugcafé, het derde huis naar het water toe. Als u me nodig hebt, hoeft u alleen maar te bellen.’
Mikael maakte van de gelegenheid gebruik om zijn hand in de zak van zijn colbert te steken en een bandrecordertje aan te zetten. Paranoïde, ik? Hij had geen idee wat Henrik Vanger wilde, maar na de ruzie van het afgelopen jaar met Hans-Erik Wennerström wilde hij een exacte documentatie van alle opmerkelijke gebeurtenissen in zijn omgeving en een plotselinge uitnodiging voor Hedestad behoorde absoluut tot die categorie.
De voormalige industrieel gaf Dirch Frode een klopje op zijn schouder als afscheid en trok de buitendeur dicht voordat hij zich tot Mikael richtte.
‘In dat geval zal ik recht op de man afgaan. Het is geen spelletje. Ik wil met je praten, maar wat ik te zeggen heb, vereist een langer gesprek. Ik verzoek je te luisteren naar wat ik te zeggen heb en pas daarna een beslissing te nemen. Je bent journalist en ik wil je in de arm nemen voor een freelanceopdracht. Anna heeft koffie geserveerd in mijn werkkamer op de eerste verdieping.’
Henrik Vanger wees de weg en Mikael liep achter hem aan. Ze kwamen in een langwerpige werkkamer, ongeveer 40 vierkante meter groot en over de breedte van het huis. De ene lange kant werd gedomineerd door een 10 meter lange boekenkast van vloer tot plafond, met een ongekende combinatie van literatuur, biografieën, geschiedkundige werken, boeken over handel en industrie en ordners. De boeken leken zonder zichtbare orde neergezet. Het zag eruit als een boekenkast die werd gebruikt en Mikael trok de conclusie dat Henrik Vanger een lezer was. De andere lange kant werd gedomineerd door een bureau in donker eiken, zo geplaatst dat degene die aan het bureau zat de kamer in keek. De wand bevatte een grote verzameling schilderijen met gedroogde en geperste bloemen in keurige rijen.
Door het raam aan de korte kant van het huis had Henrik Vanger uitzicht over de brug en de kerk. Er was een zitgroep met een serveertafel, waar Anna serviesgoed, een thermoskan, zelfgebakken koffiebroodjes en koekjes had neergezet.
Henrik Vanger maakte een uitnodigend gebaar, maar Mikael deed alsof hij het niet begreep en wandelde nieuwsgierig rond. Hij inspecteerde eerst de boekenkast en vervolgens de muur met de schilderijen. Het bureau was opgeruimd, met slechts een paar papieren op een stapel. Helemaal aan de zijkant van het bureau stond een ingelijste foto van een jong, donkerharig meisje. Mooi maar met een ondeugende blik; een jongedame die op weg is gevaarlijk te worden , dacht Mikael. De foto was blijkbaar een communiefoto die verbleekt was, en leek daar al jaren te staan. Mikael werd zich er plotseling van bewust dat Henrik Vanger naar hem stond te kijken.
‘Ken je haar nog, Mikael?’ vroeg hij.
‘Kén ik haar nog?’ Mikael fronste zijn wenkbrauwen.
‘Ja, je hebt haar ontmoet. Je bent zelfs eerder in deze kamer geweest.’
Mikael keek om zich heen en schudde zijn hoofd.
‘Nee, hoe zou je je dat ook kunnen herinneren? Ik kende je vader. Ik heb Kurt Blomkvist tussen 1950 en 1960 vaak ingeschakeld als installateur en werktuigbouwkundige. Hij was een begaafd man. Ik heb geprobeerd hem over te halen door te leren om ingenieur te worden. Jij was hier de hele zomer van 1963, toen we het machinepark in de papierfabriek hier in Hedestad hebben vervangen. Het was moeilijk om woonruimte te vinden voor jullie gezin en dat hebben we opgelost door jullie in het houten huisje aan de andere kant van de weg te laten wonen. Je kunt het huisje vanuit het raam zien.’
Henrik Vanger liep naar het bureau en pakte de foto op.
‘Dit is Harriët Vanger, de kleindochter van mijn broer Richard Vanger. Ze heeft die zomer diverse keren op je gepast. Jij was twee jaar, moest nog drie worden. Of misschien was je al drie, ik weet het niet meer. Zij was dertien jaar.’
‘Neemt u mij niet kwalijk, maar ik herinner me helemaal niets van wat u vertelt.’ Mikael was er niet eens van overtuigd dat Henrik Vanger de waarheid sprak.
‘Dat begrijp ik. Maar ik herinner me jou nog wel. Je rende hier overal rond met Harriët in je kielzog. Ik kon je horen schreeuwen zo gauw je ergens struikelde. Ik weet nog dat ik je een keer een stuk speelgoed heb gegeven, een gele tractor van blik, waar ik zelf als kind mee gespeeld had en die je waanzinnig mooi vond. Volgens mij kwam dat door die kleur.’
Mikael werd plotseling koud vanbinnen. Hij herinnerde zich inderdaad die gele tractor. Toen hij ouder werd, had hij als siervoorwerp op een plank in zijn jongenskamer gestaan.
‘Weet je het nog? Herinner je je die tractor nog?’
‘Die herinner ik me nog. Misschien is het aardig om te weten dat die tractor nog steeds bestaat, hij staat in het Speelgoedmuseum aan Mariatorget in Stockholm. Ik heb hem daaraan geschonken toen ze tien jaar geleden oud, origineel speelgoed vroegen.’
‘Echt waar?’ Henrik Vanger lachte vergenoegd. ‘Ik zal je wat laten zien ...’
De oude man liep naar de boekenkast en trok een fotoalbum van een van de onderste planken. Mikael merkte op dat hij blijkbaar moeite had om voorover te buigen en dat hij steunde op de boekenkast toen hij weer rechtop wilde gaan staan. Henrik Vanger gebaarde naar Mikael om plaats te nemen op een van de banken terwijl hij in het album bladerde. Hij wist waar hij naar zocht en legde al spoedig het album op de serveertafel. Hij wees op een zwart-wit amateurfoto waar de schaduw van de fotograaf aan de onderkant zichtbaar was. Op de voorgrond stond een klein blond jongetje in een korte broek, dat met een verward en wat bang snoetje in de camera staarde.
‘Dat ben jij die bewuste zomer. Je ouders zitten op de tuinstoelen op de achtergrond. Harriët is een beetje aan het oog onttrokken door je moeder. De jongen links van je vader is Harriëts broer, Martin Vanger, die momenteel het Vanger-concern leidt.’
Mikael had geen moeite om zijn ouders te herkennen. Zijn moeder was zichtbaar zwanger – zijn zus was dus onderweg. Hij bekeek de foto met gemengde gevoelens terwijl Henrik Vanger koffie inschonk en de schaal met koffiebroodjes naar voren schoof.
‘Ik weet dat je vader overleden is. Leeft je moeder nog?’
‘Nee,’ antwoordde Mikael. ‘Ze is drie jaar geleden overleden.’
‘Ze was een aardige vrouw. Ik herinner me haar nog goed.’
‘Maar ik ben ervan overtuigd dat u me niet gevraagd hebt hierheen te komen om oude herinneringen aan mijn ouders op te halen.’
‘Daar heb je helemaal gelijk in. Ik ben dagenlang bezig geweest om me voor te bereiden op wat ik tegen je wilde zeggen, maar nu ik je dan eindelijk voor me heb, weet ik niet precies waar ik moet beginnen. Ik neem aan dat je wat over mij hebt gelezen voordat je hierheen kwam. Dan weet je dat ik ooit grote invloed had op de Zweedse industrie en de arbeidsmarkt. Nu ben ik een oude man die vermoedelijk spoedig zal sterven en de dood is wellicht een goed uitgangspunt voor dit gesprek.’
Mikael nam een slok zwarte koffie, keteltjeskoffie , en vroeg zich af waar dit toe zou leiden.
‘Ik heb last van mijn heup en ik kan geen lange wandelingen meer maken. Op een dag zul je zelf ontdekken dat de energie bij oude mannetjes afneemt, maar ik ben niet morbide en evenmin seniel. Ik ben dus niet bezeten van de dood, maar ik ben wel op een leeftijd dat ik moet accepteren dat mijn tijd ten einde loopt. Er komt een moment dat je de balans wilt opmaken en alle onopgeloste kwesties wilt oplossen. Begrijp je wat ik bedoel?’
Mikael knikte. Henrik Vanger sprak met duidelijke en vaste stem en Mikael had inmiddels de conclusie getrokken dat de oude noch seniel noch irrationeel was. ‘Ik ben vooral benieuwd waarom ik hier ben,’ herhaalde hij.
‘Ik heb je gevraagd hierheen te komen omdat ik je hulp wilde vragen bij het opmaken van die balans waarover ik het had. Ik heb een paar dingen die onopgehelderd zijn.’
‘Maar waarom hebt u míj gevraagd? Ik bedoel ... wat doet u denken dat ik u kan helpen?’
‘Net toen ik het plan had opgevat om iemand in de arm te nemen werd jouw naam actueel in de Wennerström-affaire. Ik wist wie je was. En misschien omdat je als klein ventje bij mij op schoot had gezeten.’ Hij zwaaide met zijn hand. ‘Nee, begrijp me niet verkeerd. Ik ga er niet van uit dat je me om sentimentele redenen zou willen helpen. Ik vertel alleen maar waarom ik de impuls kreeg om juist met jou contact te zoeken.’
Mikael lachte vriendelijk. ‘Tja, want van die knie kan ik me totaal niets meer herinneren. Maar hoe kon u weten wie ik was? Ik bedoel, dat was begin jaren zestig.’
‘Sorry, je hebt me verkeerd begrepen. Jullie zijn naar Stockholm verhuisd toen je vader een baan als werkplaatschef kreeg bij Zarinders Mekaniska. Dat was een van de vele ondernemingen die onderdeel was van het Vanger-concern en ik had die baan voor hem geregeld. Hij had geen opleiding, maar ik wist wat hij kon. Ik heb je vader in de loop der jaren diverse malen ontmoet als ik bij Zarinders moest zijn. We waren dan wel geen dikke vrienden, maar we bleven altijd wel even staan om een praatje te maken. De laatste keer dat ik hem ontmoette, was in het jaar dat hij is overleden en toen vertelde hij dat je aangenomen was op de School voor de Journalistiek. Hij was zo trots als een pauw. En toen kreeg je landelijke bekendheid in verband met die roversbende, Kalle Blomkvist en zo. Ik heb je gevolgd en door de jaren heen veel teksten van jouw hand gelezen. Ik lees Millennium ook vrij vaak.’
‘Goed, ik begrijp het. Maar wat wilt u precies dat ik ga doen?’
Henrik Vanger keek even naar zijn handen en nipte vervolgens van zijn koffie, alsof hij een korte pauze nodig had voordat hij eindelijk met zijn feitelijke missie op de proppen kon komen.
‘Mikael, voordat ik van wal steek, zou ik een afspraak met je willen maken. Ik wil dat je twee dingen voor me doet. Het eerste betreft een voorwendsel en het tweede is waar het eigenlijk om gaat.’
‘Wat voor afspraak?’
‘Ik ga je een verhaal vertellen in twee delen. Het eerste deel gaat over de familie Vanger. Dat betreft het voorwendsel. Het is een lange en sombere geschiedenis, maar ik zal proberen me aan de naakte waarheid te houden. Het tweede deel van het verhaal gaat over de eigenlijke kwestie. Ik denk dat je mijn verhaal soms zult ervaren als ... idioterie. Wat ik wil, is dat je mijn verhaal tot het einde toe aanhoort, dat je mijn opdracht serieus neemt en ook luistert naar wat ik je te bieden heb, voordat je een beslissing neemt of je de klus op je wilt nemen of niet.’
Mikael zuchtte. Het was duidelijk dat Henrik Vanger niet van plan was de kwestie kort en bondig uit de doeken te doen, zodat hij de laatste trein kon halen. Mikael had het gevoel dat als hij Dirch Frode zou bellen voor een lift naar het station, de auto door de kou dienst zou weigeren.
De oude man moest veel tijd hebben besteed aan de vraag hoe hij hem zou kunnen tackelen. Mikael kreeg het gevoel dat alles wat er was gebeurd sinds hij de kamer was binnengekomen een geregisseerde voorstelling was; de inleidende verrassing dat hij als kind Henrik Vanger had ontmoet, de foto van zijn ouders in het fotoboek, het benadrukken van het feit dat Mikaels vader en Henrik Vanger bevriend waren geweest en de vleierij dat de oude man wist wie Mikael Blomkvist was, en dat hij zijn carrière door de jaren heen had gevolgd ... Dat alles had vermoedelijk een zekere kern van waarheid maar was ook vrij elementaire psychologie. Henrik Vanger was met andere woorden een goede manipulator, met een jarenlange ervaring van aanzienlijk zelfverzekerder mensen achter de dichte deuren van bestuurskamers. Het was geen toeval dat hij een van Zwedens meest vooraanstaande industriemagnaten was geworden.
Mikaels conclusie was dat Henrik Vanger wilde dat hij iets zou doen waar hij vermoedelijk totaal geen zin in had. Het enige wat overbleef was uit te zoeken waar dat uit bestond en er daarna voor te bedanken. En mogelijk de laatste trein te halen.
‘Sorry, no deal ,’ antwoordde Mikael. Hij keek op zijn horloge. ‘Ik ben hier nu twintig minuten. Ik geef u exact dertig minuten om te vertellen wat u wilt. Daarna bel ik een taxi en ga ik naar huis.’
Even viel Henrik Vanger uit zijn rol van goedhartige patriarch en kon Mikael de meedogenloze industrieel in de kracht van zijn dagen vermoeden wanneer hij was getroffen door een tegenslag of gedwongen was om een of ander juniorbestuurslid onder handen te nemen. Zijn mond vormde zich snel tot een grimlach.
‘Ik begrijp het.’
‘Het is doodsimpel. U hoeft geen omwegen te nemen. Zeg wat er van me verlangd wordt dan kan ik zeggen of ik dat wil of niet.’
‘Als ik je in dertig minuten niet kan overhalen, kan ik dat ook niet in dertig dagen, bedoel je dat?’
‘Zoiets.’
‘Maar mijn verhaal is lang en gecompliceerd.’
‘Inkorten en vereenvoudigen. Dat doen we binnen de journalistiek ook. Negenentwintig minuten.’
Henrik Vanger stak een hand op. ‘Dat is voldoende. I got your point . Maar overdrijven is geen goede psychologie. Ik heb iemand nodig die onderzoek kan verrichten en kritisch kan denken, maar die ook integer is. Ik denk dat jij dat bent en dat is geen vleierij. Een goede journalist zou redelijkerwijs over deze eigenschappen moeten beschikken en ik heb je boek De tempelridders met veel belangstelling gelezen. Het is echt waar dat ik je gekozen heb omdat ik je vader ken en omdat ik weet wie je bent. Als ik de zaak goed begrijp, ben je na de Wennerström-affaire ontslagen bij je magazine, of ben je in elk geval op eigen verzoek weggegaan. Dat betekent dat je momenteel geen baan hebt en er is niet veel voor nodig om te begrijpen dat je vermoedelijk financieel wat krap zit.’
‘Zodat u mijn benarde situatie kunt uitbuiten, bedoelt u?’
‘Dat is misschien waar. Maar Mikael ... Ik mag toch wel Mikael zeggen? Ik ben niet van plan tegen je te liegen of onheuse voorwendselen te verzinnen. Daar ben ik te oud voor. Als het je niet bevalt wat ik vertel, dan zeg je dat maar. Dan zoek ik iemand anders die voor me wil werken.’
‘Oké, waaruit bestaat de baan die u me wilt aanbieden?’
‘Hoeveel weet je over de familie Vanger?’
Mikael spreidde zijn handen. ‘Tja, ongeveer wat ik op internet heb kunnen lezen sinds Frode mij maandag belde. In uw tijd was het Vanger-concern een van de grootste industrieconcerns van Zweden, nu is het bedrijf aanzienlijk ingekrompen. Martin Vanger is president. Oké, ik weet nog wel een paar dingen, maar waar wilt u heen?’
‘Martin is ... Hij is een goed mens maar in feite is hij veel te nonchalant. Hij is niet competent genoeg als algemeen directeur van een concern dat in een crisis verkeert. Hij wil moderniseren en specialiseren, wat op zich goed is, maar hij heeft moeite om zijn ideeën door te drijven en al helemáál om de financiering rond te krijgen. Vijfentwintig jaar geleden was het Vanger-concern een serieuze concurrent van het Wallenberg-imperium. We hadden circa 40.000 medewerkers in Zweden. Dat leverde het hele land activiteit, werkgelegenheid en inkomsten op. Nu zit de meeste van deze werkgelegenheid in Korea of Brazilië. Er zijn nu ruim 10.000 medewerkers en over een of twee jaar, als Martin de wind niet in de zeilen krijgt, zijn dat er misschien nog maar 5.000, voornamelijk in kleine productiebedrijfjes. Met andere woorden: het Vanger-concern is bezig uit de geschiedenis te verdwijnen.’
Mikael knikte. Wat Henrik Vanger vertelde was ongeveer wat hij na een tijdje achter de computer zelf ook had geconcludeerd.
‘Het Vanger-concern is nog steeds een van de weinige familiebedrijven van het land, met ruim dertig familieleden als kleinaandeelhouders in een variërende omvang. Dat is altijd de kracht van het concern geweest, maar ook onze grootste zwakte.’
Henrik Vanger laste een kunstmatige pauze in en sprak met intensiteit in zijn stem. ‘Mikael, je kunt later vragen stellen, maar ik wil dat je me op mijn woord gelooft als ik zeg dat ik de meeste leden van de familie Vanger verafschuw. Mijn familie bestaat voornamelijk uit plunderaars, vrekken, betweters en nietsnutten. Ik heb het bedrijf vijfendertig jaar geleid en ben haast voortdurend verwikkeld geweest in onverzoenlijke ruzies met overige familieleden. Zij, en niet de concurrerende bedrijven of de staat, waren mijn ergste vijanden.’
Hij pauzeerde even.
‘Ik heb gezegd dat ik je in de arm wil nemen voor twee dingen. Ik wil dat je een geschiedenis of biografie over de familie Vanger schrijft. Voor het gemak kunnen we dat mijn autobiografie noemen. Het zal beslist geen Bijbels geschrift worden, maar een verhaal over haat, familieruzies en buitensporige gierigheid. Ik stel je al mijn dagboeken en archieven ter beschikking. Je hebt vrije toegang tot mijn diepste gedachten en je mag alle rotzooi die je tegenkomt zonder voorbehoud publiceren. Ik denk dat deze kroniek Shakespeare tot ontspanningslectuur maakt.’
‘Waarom?’
‘Waarom ik een schandaalgeschiedenis over de familie Vanger wil publiceren? Of welke motieven ik heb om jou te vragen de autobiografie samen te stellen?’
‘Allebei, neem ik aan.’
‘Eerlijk gezegd kan het me niet schelen of het boek al dan niet wordt gepubliceerd. Maar ik vind wel dat het verhaal opgeschreven moet worden, zo nodig in één exemplaar dat je direct bij de Koninklijke Bibliotheek afgeeft. Ik wil dat mijn geschiedenis na mijn dood toegankelijk is voor het nageslacht. Mijn motief hiervoor is het simpelste dat je je kunt bedenken ... wraak.’
‘Op wie wilt u wraak nemen?’
‘Je hoeft me niet te geloven, maar ik heb geprobeerd een eerlijk mens te zijn, zelfs als kapitalist en captain of industry. Ik ben er trots op dat mijn naam synoniem is met een man die zijn woord heeft gehouden en zijn beloften is nagekomen. Ik heb nooit politieke spelletjes gespeeld. Ik heb nooit problemen gehad bij onderhandelingen met de bonden. Zelfs Tage Erlander had in zijn tijd respect voor mij. Het was voor mij een kwestie van ethiek; ik was verantwoordelijk voor de broodwinning van duizenden mensen en ik had de zorg voor mijn medewerkers. Gek genoeg heeft Martin dezelfde houding, hoewel hij een heel ander soort mens is. Hij probeert ook altijd het juiste te doen. Daar zijn we misschien niet altijd in geslaagd, maar over het geheel genomen zijn er weinig dingen waar ik me voor schaam.
Helaas zijn Martin en ik zeldzame uitzonderingen in onze familie,’ vervolgde Henrik Vanger. ‘Er zijn diverse redenen voor dat het Vanger-concern bijna bankroet is, maar een van de belangrijkste is de kortzichtige gierigheid van veel van mijn familieleden. Als je de opdracht aanneemt, zal ik exact vertellen hoe mijn familie zich heeft gedragen toen ze het concern naar de afgrond leidden.’
Mikael dacht even na.
‘Oké. Ik zal ook de waarheid spreken. Het schrijven van een dergelijk boek zal maanden in beslag nemen. Daar heb ik geen zin in en ook geen puf voor.’
‘Ik denk dat ik je kan overhalen.’
‘Dat betwijfel ik. Maar u zei dat u wilde dat ik twee dingen zou doen. Dit betrof het voorwendsel. Wat is het eigenlijke doel?’
Henrik Vanger kwam overeind, opnieuw moeizaam, en pakte de foto van Harriët Vanger van het bureau. Hij zette hem voor Mikael neer.
‘De reden voor mijn wens om jou een biografie over de familie Vanger te laten schrijven is dat ik wil dat je de individuen in kaart brengt door de ogen van een journalist. Dat geeft je meteen een alibi om in de familiegeschiedenis te gaan spitten. Wat ik eigenlijk wil is dat je een raadsel oplost. Dat is je opdracht.’
‘Een raadsel?’
‘Harriët was dus de kleindochter van mijn broer Richard. We waren met vijf broers. Richard was de oudste, hij werd geboren in 1907. Ik was de jongste, geboren in 1920. Ik begrijp niet hoe God deze kinderschaar heeft kunnen voortbrengen die ...’
Even was Henrik Vanger de draad van het verhaal kwijt en leek hij verzonken in zijn eigen gedachten. Toen wendde hij zich tot Mikael met nieuwe besluitvaardigheid in zijn stem.
‘Laat me vertellen over mijn broer Richard Vanger. Dat is ook een voorproefje uit de familiekroniek waarvan ik wil dat je die gaat schrijven.’
Hij schonk koffie in voor zichzelf en bood Mikael een tweede kopje aan.
‘In 1924, op zeventienjarige leeftijd, was Richard een fanatiek nationalist en Jodenhater die zich aansloot bij het Zweedse Nationaal-Socialistische Vrijheidsverbond, een van de allereerste nazigroeperingen van Zweden. Is het niet fascinerend dat nazi’s er altijd in slagen het woord “vrijheid” in hun propaganda te gebruiken?’
Henrik Vanger pakte nog een fotoalbum en bladerde naar de juiste pagina.
‘Hier is Richard in gezelschap van dierenarts Birger Furugård, die al spoedig leider werd van de zogenaamde Furugård-beweging, de grote nazibeweging uit de vroege jaren dertig. Maar Richard bleef niet bij hem. Nog geen jaar later werd hij lid van de Zweedse Fascistische Strijdkrachten, de zfsk . Daar leerde hij Per Engdahl en andere individuen kennen, die in de loop der jaren de politieke schandvlekken van de natie zouden worden.’
Hij bladerde een pagina verder in het album. Richard Vanger in uniform.
‘In 1927 nam hij dienst in het leger, zeer tegen de wil van mijn vader, en in de jaren dertig werkte hij de meeste nazigroeperingen van het land af. Als er een ziek, samenzweerderig verbond bestond, kun je er zeker van zijn dat zijn naam op de ledenlijst voorkwam. In 1933 werd de Lindholm-beweging opgericht, dat wil zeggen de Nationaal-Socialistische Arbeiderspartij. Hoe goed ben je op de hoogte van de geschiedenis van het Zweedse nazisme?’
‘Ik ben geen historicus, maar ik heb er wel het een en ander over gelezen.’
‘In 1939 begon de Tweede Wereldoorlog en daarna de Finse Winteroorlog. Een groot aantal activisten uit de Lindholm-beweging sloot zich aan als vrijwilligers voor Finland. Richard was een van hen; hij was inmiddels kapitein bij het Zweedse leger. Hij sneuvelde in februari 1940, vlak voor het vredesverdrag met de Sovjet-Unie. Hij werd een martelaar binnen de nazibeweging en er werd een strijdgroep naar hem vernoemd. Tot op de dag van vandaag verzamelen zich elk jaar op de sterfdag van Richard Vanger een aantal idioten op een kerkhof in Stockholm om hem te eren.’
‘Ik begrijp het.’
‘In 1926, toen hij negentien was, maakte hij kennis met een vrouw genaamd Margareta, de dochter van een leraar in Falun. Ze ontmoetten elkaar in politiek verband en kregen een relatie die resulteerde in een zoon, Gottfried, die werd geboren in 1927. Richard trouwde met Margareta toen hun zoon werd geboren. De eerste helft van de jaren dertig liet mijn broer zijn vrouw en kind hier in Hedestad wonen, terwijl hij zelf gestationeerd was bij het regiment in Gävle. In zijn vrije tijd reisde hij rond en maakte hij propaganda voor het nazisme. In 1936 had hij een enorme aanvaring met mijn vader, die erin resulteerde dat mijn vader alle financiële steun aan Richard introk. Daarna moest hij zichzelf bedruipen. Hij verhuisde met zijn gezin naar Stockholm en leefde in relatieve armoede.’
‘Had hij geen eigen geld?’
‘De erfenis die hij in het concern had, zat op slot. Hij kon niet buiten de familie verkopen. Daar komt bij dat Richard een brute huistiran was met weinig verzoenende trekjes. Hij sloeg zijn vrouw en mishandelde zijn kind. Gottfried groeide op als een onderdrukte en gekoeioneerde jongen. Hij was dertien toen Richard sneuvelde; volgens mij was dat Gottfrieds tot op dat moment gelukkigste dag. Mijn vader ontfermde zich over de weduwe en het kind en haalde ze naar Hedestad, waar hij ze inkwartierde in een appartement en erop toezag dat Margareta een acceptabel bestaan kreeg.
Als Richard de donkere en fanatieke kant van de familie had vertegenwoordigd, dan vertegenwoordigde Gottfried de luie kant. Toen hij achttien was, heb ik me over hem ontfermd, hij was ondanks alles toch de zoon van mijn overleden broer. Maar je moet niet vergeten dat het leeftijdsverschil tussen ons niet groot was. Ik was maar zeven jaar ouder. Toen zat ik al in de concernleiding en het was duidelijk dat ik de zaak van mijn vader zou overnemen, terwijl Gottfried een beetje werd gezien als een vreemde eend in de bijt.’
Henrik Vanger dacht even na.
‘Mijn vader wist niet goed hoe hij zich moest gedragen tegenover zijn kleinzoon en ik was degene die erop aandrong dat er iets moest gebeuren. Ik bezorgde hem een baan binnen het concern. Dat was na de oorlog. Hij probeerde er wat van te maken, maar hij kon zich moeilijk concentreren. Hij was een sloddervos, een charmeur en een feestnummer, hij was gek op de vrouwtjes en er waren periodes dat hij te veel dronk. Ik vind het moeilijk om mijn gevoelens voor hem te beschrijven ... Hij was geen nietsnut, maar hij was allesbehalve betrouwbaar en stelde me vaak ernstig teleur. In de loop der jaren raakte hij steeds meer aan de drank en in 1965 is hij door verdrinking om het leven gekomen. Dat was aan de andere kant van het Hedeby-eiland, waar hij een huisje had laten bouwen en waar hij zich terugtrok om te drinken.’
‘Hij is dus de vader van Harriët en Martin?’ vroeg Mikael, terwijl hij naar het portret op de serveertafel wees. Tegen zijn wil moest hij erkennen dat het verhaal van de oude man interessant was.
‘Precies. Eind jaren veertig ontmoette Gottfried een vrouw genaamd Isabella Koenig, een kind van een Duitse soldaat, die na de Tweede Wereldoorlog naar Zweden was gekomen. Isabella was een schoonheid, ze was net zo stralend mooi als Greta Garbo en Ingrid Bergman. Harriët had haar genen meer van Isabella dan van Gottfried. Zoals je op de foto ziet, was ze toen ze veertien jaar was al bijzonder knap.’
Mikael en Henrik Vanger keken allebei naar de foto.
‘Laat ik verdergaan. Isabella is geboren in 1928 en leeft nog steeds. Toen ze elf jaar was begon de Tweede Wereldoorlog en je kunt je voorstellen hoe het was om tiener te zijn in Berlijn terwijl de bommen je om de oren vlogen. Toen ze in Zweden aan land kwam, zal dat hebben aangevoeld alsof ze in het paradijs was beland. Helaas had ze evenveel slechte eigenschappen als Gottfried; ze was verkwistend en was voortdurend op feesten te vinden. Zij en Gottfried leken soms meer drinkmaatjes dan echtelieden. Ze maakte ook zeer regelmatig reizen in Zweden en naar het buitenland, en had totaal geen verantwoordelijkheidsgevoel. Dat had natuurlijk zijn weerslag op de kinderen. Martin werd geboren in 1948 en Harriët in 1950. Ze hadden een chaotische jeugd, met een moeder die hen constant in de steek liet en een vader die bezig was alcoholist te worden.
In 1958 heb ik ingegrepen. Gottfried en Isabella woonden toen in Hedestad en ik heb ze gedwongen hierheen te verhuizen. Ik had er genoeg van en had besloten de vicieuze cirkel te doorbreken. Martin en Harriët waren min of meer aan hun lot overgelaten.’
Henrik Vanger keek op zijn horloge.
‘Mijn dertig minuten zijn bijna voorbij maar het verhaal loopt ten einde. Krijg ik nog wat respijt?’
Mikael knikte. ‘Ga door.’
‘In het kort dan. Ik was kinderloos, een dramatisch contrast met mijn overige broers en familieleden, die bezeten leken te zijn van een naïeve behoefte om het geslacht Vanger voort te planten. Gottfried en Isabella verhuisden hierheen, maar van hun huwelijk was niet veel meer over. Al na een jaar vertrok Gottfried naar zijn huisje. Daar woonde hij lange periodes in zijn eentje en hij kwam weer naar Isabella als het daar te koud werd. Zelf heb ik me ontfermd over Martin en Harriët en zij werden op alle mogelijke manieren de kinderen die ik zelf nooit heb gekregen.
Martin was ... Eerlijk gezegd was er in zijn jeugd een periode dat ik vreesde dat hij in de voetsporen van zijn vader zou treden. Hij was slap en introvert, en een piekeraar, maar hij kon ook charmant en enthousiast zijn. Hij had een paar moeilijke tienerjaren, maar dat kwam allemaal goed toen hij naar de universiteit ging. Hij is ... tja, hij is ondanks alles toch directeur van de restanten van het Vanger-concern, wat op zich gezien kan worden als blijk van erkenning.’
‘En Harriët?’ vroeg Mikael.
‘Harriët was mijn oogappel. Ik probeerde haar geborgenheid en zelfvertrouwen te geven en we konden het uiteindelijk goed met elkaar vinden. Ik beschouwde haar als mijn eigen dochter en ze had een aanzienlijk hechtere band met mij dan met haar ouders. Harriët was heel speciaal, zie je. Ze was introvert, net als haar broer, en als tiener dweepte ze met religie en onderscheidde ze zich daarmee van alle anderen in onze familie. Maar ze had talent en was bijzonder intelligent. Ze had moreel en ruggengraat. Toen ze veertien of vijftien was, was ik er volledig van overtuigd dat ze, in vergelijking met haar broer en al mijn middelmatige neven en oomzeggers om me heen, degene was die gezonden was om op een dag het Vanger-concern te leiden, of daar ten minste een centrale rol in te spelen.’
‘Wat is er gebeurd?’
‘We zijn nu bij de eigenlijke reden gekomen dat ik jou in de arm wil nemen. Ik wil dat je uitzoekt wie van de familie Harriët Vanger heeft vermoord en sindsdien, al veertig jaar lang, probeert mij tot waanzin te drijven.’