10

Donderdag 9 januari – vrijdag 31 januari

Volgens Hedestads-Kuriren was Mikaels eerste maand in deze uithoek de koudste sinds mensenheugenis, of (dat vertelde Henrik Vanger hem) in elk geval sinds de oorlogswinter van 1942. Hij wilde het graag geloven. Al na een week in Hedeby wist hij alles over lange onderbroeken, geitenwollen sokken en dubbele onderhemden.

Hij maakte halverwege januari een paar vreselijke dagen door, toen de temperatuur tot de onbegrijpelijke 37 graden onder nul was gedaald. Zoiets had hij nog nooit meegemaakt, zelfs niet in het jaar dat hij tijdens zijn dienstplicht in Kiruna had gezeten. Op een ochtend was de waterleiding bevroren. Gunnar Nilsson had hem voorzien van twee grote jerrycans, zodat hij kon koken en zich kon wassen, maar de kou was verlammend geweest. Aan de binnenkant van het raam waren ijsbloemen ontstaan en hoe hij de houtkachel ook opstookte, hij voelde zich voortdurend onderkoeld. Hij bracht elke dag een behoorlijke tijd door met houthakken in de schuur achter het huis.

Zo af en toe stond het huilen hem nader dan het lachen en wilde hij het liefst een taxi nemen naar de stad en op de eerste de beste trein richting zuiden stappen. Maar hij trok een extra trui aan en wikkelde zich in een deken terwijl hij aan de keukentafel koffie dronk en oude politierapporten las.

Vervolgens keerde het tij en liep de temperatuur op naar een behaaglijke 10 graden onder nul.

Mikael leerde de mensen in Hedeby kennen. Martin Vanger had zich aan zijn woord gehouden en had hem uitgenodigd voor een eigenhandig bereid etentje – elandenbiefstuk met Italiaanse rode wijn. De industrieel was ongehuwd maar had een vriendin, Eva Hassel, die hen tijdens het etentje gezelschap hield. Eva Hassel was een innemende, gezellige en onderhoudende vrouw, Mikael vond haar bovendien uitermate aantrekkelijk. Ze was tandarts en woonde in Hedestad, maar bracht de weekeinden bij Martin Vanger door. Mikael kreeg later te horen dat ze elkaar al jaren kenden, maar dat ze pas op oudere leeftijd wat met elkaar hadden gekregen en geen aanleiding hadden gezien om te trouwen.

‘Ze is mijn tandarts,’ lachte Martin Vanger.

‘En ik heb weinig trek om onderdeel te worden van die gestoorde familie van jou,’ zei Eva Hassel, terwijl ze Martin Vanger liefdevol een klopje op zijn knie gaf.

De villa van Martin Vanger was een onder architectuur gebouwde vrijgezellendroom met meubels in zwart, wit en chroom. Het meubilair bestond uit kostbare designmeubels die de fijnproever Christer Malm gefascineerd zouden hebben. De keuken bevatte apparatuur voor een beroepskok. In de woonkamer stonden een stereogrammofoon van de beste kwaliteit en een formidabele verzameling jazzplaten; van Tommy Dorsey tot John Coltrane. Martin Vanger had geld en zijn woning was luxueus en functioneel, maar ook vrij onpersoonlijk. Mikael merkte op dat de schilderijen aan de wand eenvoudige reproducties waren en posters die je bij ikea kon kopen – mooi, maar niet erg opzichtig. De boekenkasten, althans in het gedeelte van het huis dat Mikael kon zien, waren spaarzaam gevuld met de Nationale Encyclopedie en wat souvenirboeken die mensen elkaar als kerstcadeau geven als ze niets beters weten. Mikael kon tegelijkertijd twee persoonlijke interesses in Martin Vangers leven bespeuren: muziek en koken. De eerstgenoemde interesse bleek uit de circa drieduizend lp’s. De laatstgenoemde kon worden afgelezen uit het feit dat Martin Vanger al een aardig buikje begon te krijgen.

De persoon Martin Vanger was een eigenaardige mengeling van naïviteit, scherpte en beminnelijkheid. Er was geen groot analytisch vermogen voor nodig om de conclusie te trekken dat de industrieel een mens was die problemen had. Terwijl ze naar Night in Tunisia luisterden, ging de conversatie voor een groot deel over het Vanger-concern, en Martin Vanger maakte er geen geheim van dat hij ervoor moest knokken om zijn bedrijf te laten overleven. Het onderwerp verbaasde Mikael; Martin Vanger wist dat hij een nogal bekende financieel verslaggever als gast had, maar hij besprak de interne problemen van het bedrijf zo openhartig dat het bijna onachtzaam was. Hij ging er blijkbaar van uit dat Mikael tot de familie behoorde omdat hij voor Henrik Vanger werkte, en evenals de vorige algemeen directeur meende hij dat de familie de situatie waarin het bedrijf zich bevond uitsluitend aan zichzelf te danken had. Daarentegen had hij niet de bitterheid en de onverzoenlijke verachting voor de familie die de oude baas had. Martin Vanger leek haast opmerkelijk geamuseerd door de ongeneeslijke idiotie van het geslacht. Eva Hassel knikte, maar zei niets. Ze hadden die kwestie blijkbaar al eerder besproken.

Martin Vanger was ervan op de hoogte dat Mikael was aangenomen voor het schrijven van een familiekroniek en vroeg of het werk vorderde. Mikael antwoordde lachend dat hij alleen al moeite had om de namen van alle familieleden te leren kennen, maar vroeg om een keer, wanneer dat uitkwam, terug te mogen komen om een interview af te nemen. Diverse keren overwoog hij het gesprek op de obsessie van de oude man voor de verdwijning van Harriët Vanger te brengen. Hij nam aan dat Henrik Vanger de broer van Harriët diverse malen had gepijnigd met zijn theorieën, en hij nam ook aan dat het Martin wel duidelijk moest zijn dat als Mikael een familiekroniek ging schrijven, hij wel zou moeten opmerken dat er een familielid spoorloos verdwenen was. Maar niets wees erop dat Martin het onderwerp wilde aansnijden, dus begon Mikael er ook niet over. Er zou op een gegeven moment wel een aanleiding komen om het over Harriët te hebben.

Ze braken, na diverse glazen wodka, tegen tweeën op. Mikael was behoorlijk dronken toen hij de 300 meter naar zijn huis glibberde. Maar het was een gezellige avond geweest.

Op een middag tijdens Mikaels tweede week in Hedeby werd er op de deur van zijn huisje geklopt. Mikael legde de map van het politieonderzoek die hij net had opengeslagen neer – de zesde op rij – en deed de deur van zijn werkkamer dicht voordat hij de buitendeur opendeed voor een dik aangeklede blonde vrouw van in de vijftig.

‘Dag. Ik wilde even kennismaken. Mijn naam is Cecilia Vanger.’

Ze schudden elkaar de hand en Mikael haalde koffiekopjes tevoorschijn. Cecilia Vanger, de dochter van de nazi Harald Vanger, bleek een open en in velerlei opzichten innemende vrouw te zijn. Mikael herinnerde zich dat Henrik Vanger in positieve bewoordingen over haar had gesproken en ook had verteld dat ze geen contact had met haar vader, hoewel ze buren waren. Ze praatten even over koetjes en kalfjes voordat ze over haar eigenlijke missie begon.

‘Ik heb begrepen dat je een boek gaat schrijven over de familie. Ik weet niet of ik dat een plezierig idee vind,’ zei ze. ‘Ik wilde in elk geval zien wat voor type je bent.’

‘Tja, Henrik Vanger heeft mij in de arm genomen. Het is zijn verhaal, zogezegd.’

‘Maar die brave Henrik is niet geheel neutraal als het om zijn instelling ten aanzien van de familie gaat.’

Mikael nam haar op, er niet zeker van wat ze eigenlijk wilde zeggen.

‘Je verzet je tegen een boek over de familie Vanger?’

‘Dat heb ik niet gezegd. En wat ik vind doet er ook niet zoveel toe. Maar ik denk dat je inmiddels al wel begrepen hebt dat het niet altijd eenvoudig is om lid te zijn van deze familie.’

Mikael had er geen idee van wat Henrik had gezegd en hoeveel Cecilia wist van zijn opdracht. Hij spreidde zijn handen uiteen.

‘Ik ben gecontracteerd door Henrik Vanger om een familiekroniek te schrijven. Henrik heeft kleurrijke meningen over diverse familieleden, maar ik wil me houden aan datgene wat gedocumenteerd kan worden.’

Cecilia Vanger lachte koel.

‘Wat ik wil weten is of ik in ballingschap moet gaan en moet emigreren als het boek gelanceerd wordt.’

‘Dat denk ik niet,’ antwoordde Mikael. ‘Mensen kunnen wel onderscheid maken tussen de verschillende personen.’

‘Zoals mijn vader, bijvoorbeeld.’

‘Je vader de nazi?’ vroeg Mikael. Cecilia Vanger sloeg haar ogen ten hemel.

‘Mijn vader is geschift. Ik zie hem maar een paar keer per jaar, hoewel we naast elkaar wonen.’

‘Waarom wil je hem niet ontmoeten?’

‘Wacht nou even voordat je van wal steekt en meteen een heleboel vragen gaat stellen. Ben je van plan te citeren wat ik ga zeggen of kan ik een normaal gesprek met je voeren zonder bang te hoeven zijn als een idioot te worden afgeschilderd?’

Mikael aarzelde even, onzeker hoe hij het moest formuleren.

‘Mijn opdracht is het schrijven van een boek dat begint wanneer Alexandre Vangeersad met Bernadotte aan land gaat en dat in het heden eindigt. Het zal gaan over de vele decennia van het bedrijfsimperium, maar natuurlijk ook over de reden waarom het imperium bezig is in elkaar te storten en de tegenstellingen die er binnen de familie bestaan. In dat verhaal is het onmogelijk te vermijden dat er verborgen ellende aan de oppervlakte komt. Maar dat betekent niet dat ik de familie zwart ga maken of een kwaadaardig beeld zal schetsen. Ik heb bijvoorbeeld Martin Vanger ontmoet, die sympathiek op mij overkomt en die ik als zodanig zal beschrijven.’

Cecilia Vanger gaf geen antwoord.

‘Wat ik over je weet, is dat je lerares bent ...’

‘Het is nog erger, ik ben rector van de middelbare school in Hedestad.’

‘Sorry. Ik weet dat Henrik Vanger je graag mag, dat je getrouwd bent, maar gescheiden leeft van tafel en bed ... en dat is ongeveer alles. Natuurlijk kun je met mij praten zonder bang te hoeven zijn om geciteerd of belachelijk gemaakt te worden. Maar ik zal zeker op een dag bij je aankloppen om je iets te vragen over een specifieke gebeurtenis waarop jij misschien jouw licht kunt werpen. Dat is dan een interview en je kunt kiezen of je antwoord wilt geven of niet. Maar dat zal ik duidelijk maken als ik zo’n vraag ga stellen.’

‘Dus ik kan ... off the record met je praten, zoals jullie altijd zeggen?’

‘Ja, zeker.’

‘En is dit off the record?’

‘Je bent een buurvrouw die even langskomt om kennis te maken en een kop koffie te drinken, verder niets.’

‘Goed. Mag ik je dan iets vragen?’

‘Ga je gang?’

‘In hoeverre zal dat boek over Harriët Vanger gaan?’

Mikael beet zich aarzelend in zijn onderlip. Hij sloeg een luchtige toon aan.

‘Eerlijk gezegd, heb ik daar geen idee van. Het is duidelijk dat er best een hoofdstuk aan gewijd zou kunnen worden. Het is immers een dramatische gebeurtenis, die in elk geval Henrik Vanger beïnvloed heeft.’

‘Maar je bent niet hier om haar verdwijning te onderzoeken?’

‘Waarom denk je dat?’

‘Tja, het feit dat Gunnar Nilsson vier verhuisdozen hierheen heeft gesleept. Dat zal zo ongeveer overeenkomen met alle informatie van Henriks privéonderzoek die hij door de jaren heen heeft vergaard. En toen ik in Harriëts oude kamer naar binnen gluurde, waar Henrik die verzameling meestal bewaart, was die verdwenen.’

Cecilia Vanger was niet dom.

‘Dat moet je maar opnemen met Henrik Vanger en niet met mij,’ antwoordde Mikael. ‘Maar het is wel zo dat Henrik veel heeft verteld over Harriëts verdwijning en dat ik het interessant vind het materiaal te lezen.’

Cecilia Vanger lachte nogmaals een vreugdeloos lachje.

‘Soms vraag ik me weleens af wie het meest gestoord is – mijn vader of mijn oom. Ik heb het wel duizend keer met hem over Harriëts verdwijning gehad.’

‘Wat zou er volgens jou met haar gebeurd kunnen zijn?’

‘Is dit een interviewvraag?’

‘Nee,’ lachte Mikael. ‘Dat is een vraag uit nieuwsgierigheid.’

‘Waar ik benieuwd naar ben, is of jij ook gek bent. Of je Henriks redenering hebt geaccepteerd of dat jij Henrik opzweept?’

‘Je bedoelt dat Henrik gek is?’

‘Begrijp me niet verkeerd. Henrik is een van de warmste en meest zorgzame mensen die ik ken. Ik mag hem heel graag. Maar in dat opzicht is hij bezeten.’

‘Maar die bezetenheid heeft een daadwerkelijke basis. Harriët is inderdaad verdwenen.’

‘Ik ben dat hele verhaal zo spuug- en spuugzat. Het vergiftigt onze levens nu al zo lang en het houdt maar niet op.’ Ze stond plotseling op en trok haar bontjas aan. ‘Ik moet nu gaan. Je lijkt me aardig. Dat vindt Martin ook, maar zijn oordeel is niet altijd zo betrouwbaar. Kom een keertje koffiedrinken, als je zin hebt. Ik ben ’s avonds bijna altijd thuis.’

‘Bedankt,’ zei Mikael. Toen ze naar de deur liep, riep hij haar na: ‘Je hebt geen antwoord gegeven op de vraag die geen interviewvraag was.’

Ze bleef aarzelend bij de deur staan en antwoordde zonder hem aan te kijken.

‘Ik heb geen idee wat er met Harriët is gebeurd. Maar ik denk dat het een ongeluk was dat zo’n simpele en alledaagse verklaring heeft dat we ons zullen verbazen als we ooit het antwoord zullen horen.’

Ze keerde zich om en glimlachte naar hem – voor het eerst met een warme glimlach. Vervolgens zwaaide ze en verdween ze. Mikael zat onbeweeglijk aan de keukentafel en dacht na over het feit dat Cecilia Vanger een van de personen was die vetgedrukt op zijn tableau met familieleden stonden, die op het eiland aanwezig waren geweest toen Harriët Vanger verdween.

De kennismaking met Cecilia Vanger was over het geheel genomen prettig geweest, maar dat kon niet worden gezegd van die met Isabella Vanger. De moeder van Harriët Vanger was vijfenzeventig en was, zoals Henrik Vanger al had gezegd, een zeer elegante vrouw, die vaag deed denken aan de oudere Lauren Bacall. Ze was slank, gekleed in een zwarte jas van astrakanbont met een bijpassende muts en leunde op een zwarte stok toen Mikael haar op een ochtend ontmoette op weg naar Susannes Brugcafé. Ze zag eruit als een bejaarde vampier; nog steeds beeldschoon maar giftig als een slang. Isabella Vanger was blijkbaar op weg naar huis na een wandelingetje; ze riep hem toe vanaf de kruising.

‘Hallo, jongeman. Kom eens hier!’

De bevelende toon kon moeilijk verkeerd worden geïnterpreteerd. Mikael keek om zich heen en trok de conclusie dat ze het tegen hem had. Hij liep naar haar toe.

‘Mijn naam is Isabella Vanger,’ verkondigde de vrouw.

‘Dag, ik ben Mikael Blomkvist.’ Hij stak zijn hand uit, die ze volkomen negeerde.

‘Ben jij die figuur die zijn neus in onze familieaangelegenheden steekt?’

‘Tja, ik ben de figuur die door Henrik Vanger is gecontracteerd om hem te helpen met zijn boek over de familie Vanger.’

‘Daar heb je niets mee te maken. Ik vind het maar niks.’

‘Wat niet? Dat Henrik Vanger mij gecontracteerd heeft, of dat ik dat geaccepteerd heb? In het eerste geval geloof ik toch dat dat Henriks eigen beslissing is, in het tweede geval is het míjn zaak.’

‘Je begrijpt precies wat ik bedoel. Ik houd er niet van dat mensen in mijn verleden wroeten.’

‘Goed. Ik zal niet in uw verleden wroeten. De rest mag u afhandelen met Henrik Vanger.’

Isabella Vanger hief plotseling haar stok op en stootte met de handgreep tegen Mikaels borst. Er werd geen kracht uitgeoefend, maar hij deed verbaasd een stap achteruit.

‘Blijf uit mijn buurt.’

Isabella Vanger keerde zich abrupt om en vervolgde haar weg naar huis. Mikael bleef staan met een gezicht alsof hij zojuist een levende stripfiguur had ontmoet. Toen hij opkeek, zag hij Henrik Vanger voor het raam van zijn werkkamer staan. Hij had een koffiekopje in zijn hand, dat hij in een ironische toost ophief. Mikael spreidde zijn armen berustend uiteen en liep naar Susannes Brugcafé.

De enige reis die Mikael de eerste maand ondernam, was een dagtocht naar een baai bij het Siljanmeer. Hij mocht Dirch Frodes Mercedes lenen en reed door het sneeuwlandschap om een middag door te brengen in gezelschap van commissaris Gustaf Morell. Mikael had geprobeerd zich op basis van het politieonderzoek een beeld van Morell te vormen; wat hij aantrof was een taaie oude man die zich kalm bewoog en nóg langzamer sprak.

Mikael had een schrijfblok bij zich met ongeveer tien vragen, voornamelijk invallen die hij had gekregen toen hij het politieonderzoek las. Morell gaf op elke vraag die Mikael formuleerde zo duidelijk mogelijk antwoord. Uiteindelijk had hij zijn aantekeningen terzijde gelegd en aan Morell uitgelegd dat die vragen alleen maar een excuus waren geweest om af te reizen naar Dalarna om de gepensioneerde commissaris te ontmoeten. Wat hij eigenlijk wilde was een beetje babbelen en de enige essentiële vraag stellen: was er iets in het politieonderzoek wat Morell niet op papier had gezet, een overweging of intuïtief gevoel, dat hij Mikael wilde toevertrouwen?

Omdat Morell, net als Henrik Vanger, al zesendertig jaar over het mysterie van de verdwijning van Harriët had zitten piekeren, had Mikael verwacht dat hij op enige weerstand zou stuiten. Hij was die jonge knul die een beetje ging rondstampen in de jungle waar Morell in verdwaald was. Maar er was geen enkel spoor van vijandigheid. Morell stopte zorgvuldig zijn pijp en stak een lucifer aan voordat hij antwoord gaf.

‘Ja, uiteraard heb ik zo mijn eigen gedachten. Maar die zijn zo vaag en onsamenhangend dat ik ze niet echt kan formuleren.’

‘Wat is er volgens u met Harriët gebeurd?’

‘Ik denk dat ze vermoord is. In dat opzicht ben ik het met Henrik eens. Dat is de enige redelijke verklaring. Maar we hebben nooit een motief gevonden. Ik denk dat ze vermoord is om specifieke redenen, niet in een vlaag van verstandsverbijstering of tijdens een verkrachting annex overval of zoiets. Als we het motief zouden kennen, zouden we weten wie haar heeft vermoord.’

Morell dacht even na.

‘Die moord kan in een opwelling zijn gepleegd. Daar bedoel ik mee dat iemand de gelegenheid te baat nam toen zich een mogelijkheid voordeed in de chaos die na het ongeluk ontstond. De moordenaar heeft het lichaam verborgen en heeft dat later afgevoerd, toen wij die zoekactie hielden.’

‘Dan hebben we het over een koelbloedig persoon.’

‘Er is een detail. Harriët was naar Henriks kamer gekomen en had gevraagd even met hem te kunnen praten. Later kwam dat vreemd op me over; ze wist heel goed dat hij zijn handen vol had aan al die familieleden die daar op dat moment rondhingen. Ik denk dat Harriët een dreiging voor iemand vormde, dat ze Henrik iets wilde vertellen en dat de moordenaar begreep dat ze ... nou ja, hem zou verraden.’

‘Henrik was in gesprek met een paar familieleden ...’

‘Er waren vier personen in de kamer, buiten Henrik. Dat waren zijn broer Greger, zijn achterneef Magnus Sjögren, en twee van Harald Vangers kinderen, Birger en Cecilia. Maar dat hoeft niets te betekenen. Stel dat Harriët had ontdekt dat iemand geld van het bedrijf had verduisterd, zuiver hypothetisch, stél. Ze weet dat misschien al maanden en heeft het er al diverse keren met de persoon in kwestie over gehad. Ze kan geprobeerd hebben hem onder druk te zetten, of ze kan medelijden met hem hebben gehad en getwijfeld hebben of ze hem al dan niet zou verraden. Ze kan plotseling een beslissing hebben genomen en dat aan de moordenaar hebben verteld, die haar vervolgens in wanhoop vermoordt.’

‘U gebruikt het woord “hem”.’

‘Statistisch gezien zijn de meeste moordenaars mannen. Maar zeker, het geslacht Vanger omvat een aantal dames die je niet zonder handschoenen kunt aanpakken.’

‘Ik heb Isabella ontmoet.’

‘Zij is daar een van. Maar er zijn er meer. Cecilia Vanger kan ook heel scherp zijn. En heb je Sara Sjögren al ontmoet?’ Mikael schudde zijn hoofd. ‘Dat is de dochter van Sofia Vanger, een van Henriks nichten. Dat was echt een onaangename en meedogenloze vrouw. Maar ze woonde in Malmö en had voor zover ik heb kunnen nagaan geen enkel motief om Harriët te vermoorden.’

‘Oké.’

‘Het probleem is alleen dat we, hoe we de zaak ook wenden of keren, het motief nooit begrepen hebben. Dat is belangrijk. Als we het motief hebben, weten we wat er gebeurd is en wie er verantwoordelijk is.’

‘U hebt u intensief met deze zaak beziggehouden. Is er iets waar u niet achteraan bent gegaan?’

Gustaf Morell lachte.

‘Nee, Mikael. Ik heb oneindig veel tijd aan deze zaak besteed en ik kan niets bedenken wat ik niet tot op de draad heb uitgezocht. Ook nadat ik bevorderd werd en uit Hedestad ben vertrokken.’

‘Vertrokken?’

‘Ja, zeker. Ik kom oorspronkelijk niet uit Hedestad. Ik heb daar gewerkt tussen 1963 en 1968. Daarna ben ik commissaris geworden en ben ik overgeplaatst naar de politie van Gävle voor de resterende tijd van mijn carrière. Maar ook in Gävle ben ik doorgegaan met de verdwijning van Harriët.’

‘Daar zorgde Henrik Vanger wel voor, stel ik me zo voor.’

‘Ja. Maar niet alleen daarom. Het raadsel-Harriët fascineert me nog steeds. Ik bedoel ... Je moet het zo zien, iedere politieman heeft zijn eigen onopgeloste mysterie. Ik herinner me uit mijn tijd in Hedestad hoe oudere collega’s het in de koffiekamer altijd over de zaak-Rebecka hadden. Er was in het bijzonder één politieman, hij heette Torstensson en is al jaren dood, die jaar na jaar weer op die ene zaak terugkwam. In zijn vrije tijd en in zijn vakantie. Als de plaatselijke jeugd zich gedeisd hield, pakte hij die mappen weer uit de kast en begon hij er weer over te piekeren.’

‘Betrof dat ook een verdwenen meisje?’

Commissaris Morell keek even hoogstverbaasd. Maar hij lachte toen hij inzag dat Mikael een soort verband probeerde te leggen.

‘Nee, ik ben er niet om die reden over begonnen. Ik heb het over de zíél van een politieman. De zaak-Rebecka speelde voordat Harriët Vanger überhaupt was geboren en is allang verjaard. In de jaren veertig was er in Hedestad een vrouw overvallen, verkracht en vermoord. Dat is niets ongewoons. Iedere politieman moet ooit in zijn carrière zo’n gebeurtenis onderzoeken, maar wat ik bedoel is dat er zaken zijn die zich in je hoofd vastzetten en die je als rechercheur niet meer loslaten. Dat meisje was op de meest brute wijze vermoord. De moordenaar had haar vastgebonden en haar hoofd op de nog nagloeiende houtblokken in een open haard gelegd. Ik weet niet hoe lang het duurde voor het meisje dood was en welke pijnen ze moet hebben geleden.’

‘Jezus.’

‘Precies. Het was zo grimmig. Die arme Torstensson was de eerste rechercheur ter plaatse toen ze gevonden werd en de moord is nooit opgelost, ondanks het feit dat er expertise uit Stockholm werd ingeroepen. Hij heeft de zaak nooit los kunnen laten.’

‘Dat kan ik me best voorstellen.’

‘Mijn Rebecka-zaak is dus Harriët. In haar geval weten we niet eens hoe ze gestorven is. Technisch gezien kunnen we niet eens bewijzen dát er een moord is gepleegd. Maar ik heb het nooit los kunnen laten.’

Hij dacht even na.

‘Rechercheur kan een van de eenzaamste beroepen ter wereld zijn. De vrienden van het slachtoffer zijn overstuur en wanhopig, maar vroeg of laat, na een paar weken of maanden, wordt het leven weer normaal. Voor de naaste familie duurt dat langer, maar ook zij komen over het verdriet en hun wanhoop heen. Het leven gaat door. Maar de onopgeloste moorden knagen. Uiteindelijk is er nog maar één iemand die aan het slachtoffer denkt en het slachtoffer gerechtigheid probeert te geven: de politieman die het onderzoek nooit heeft losgelaten.’

Er waren nog drie leden van de familie Vanger die op het Hedeby- eiland woonden. Alexander Vanger, geboren in 1946 en zoon van de derde broer Greger, woonde in een gerenoveerd houten huis uit het begin van de twintigste eeuw. Mikael was van Henrik te weten gekomen dat Alexander Vanger momenteel in West-Indië zat, waar hij zich bezighield met zijn favoriete hobby: zeilen en de tijd verdrijven zonder verder iets uit te voeren. De felheid waarmee Henrik de zoon van zijn broer de grond in boorde deed Mikael concluderen dat Alexander Vanger het onderwerp was geworden van bepaalde controverses. Hij nam genoegen met de constatering dat Alexander twintig jaar was geweest toen Harriët Vanger was verdwenen, en dat hij tot de kring familieleden behoorde die zich ter plaatse bevonden had.

Alexander woonde samen met zijn moeder Gerda, nu tachtig jaar oud en de weduwe van Greger Vanger. Mikael zag haar nooit; ze was ziekelijk en voornamelijk bedlegerig.

Het derde familielid was natuurlijk Harald Vanger. De eerste maand was Mikael er niet in geslaagd ook maar een glimp van de oude rassenbioloog op te vangen. Het huis van Harald Vanger, het gebouw dat het dichtst bij Mikaels huis stond, zag er duister en onheilspellend uit met zijn verduisteringsgordijnen voor de ramen. Mikael had diverse keren als hij langsliep gemeend de gordijnen te zien bewegen, en één keer, toen hij ’s avonds laat naar bed wilde gaan, had hij plotseling licht zien branden op de bovenverdieping. Het was een spleet tussen de gordijnen geweest. Meer dan twintig minuten had hij in het donker voor zijn keukenraam gefascineerd naar het streepje licht staan kijken, tot hij het voor gezien hield en huiverend in bed kroop. De volgende ochtend zat het gordijn weer op zijn plaats.

Harald Vanger leek een onzichtbare maar voortdurend aanwezige geest te zijn, die een deel van het leven in het dorp bepaalde door zijn afwezigheid. In Mikaels fantasie nam Harald Vanger steeds meer de vorm aan van een boosaardige Gollem, die de omgeving bespioneerde van achter de gordijnen en die zich in zijn vergrendelde hol bezighield met mystieke zaken.

Harald Vanger kreeg eenmaal per dag bezoek van de thuiszorg, een oudere vrouw van de andere kant van de brug, die zich met boodschappentassen door de sneeuwhopen naar zijn voordeur moest ploegen omdat hij weigerde de oprit sneeuwvrij te laten maken. ‘Conciërge’ Gunnar Nilsson schudde zijn hoofd toen Mikael hem ernaar vroeg. Hij vertelde dat hij had aangeboden om sneeuw te ruimen, maar dat Harald Vanger blijkbaar niet wilde dat er ook maar iemand een voet op zijn erf zou zetten. Eén keer, de eerste winter nadat Harald Vanger naar het eiland was teruggekeerd, was Gunnar Nilsson automatisch met de tractor naar boven gereden om sneeuw te ruimen op het erf, net zoals hij bij de andere opritten deed. Harald Vanger was naar buiten komen rennen en had lopen schelden totdat Nilsson verdwenen was.

Helaas kon Gunnar Nilsson het pad naar Mikaels huisje niet sneeuwvrij maken omdat het hek te smal was voor de tractor. Daar moest nog steeds met de sneeuwschop en met de hand worden gewerkt.

Halverwege januari gaf Mikael Blomkvist zijn advocaat opdracht uit te zoeken wanneer hij zijn drie maanden gevangenisstraf moest uitzitten. Hij wilde de zaak zo snel mogelijk achter de rug hebben. In de gevangenis kómen bleek eenvoudiger te zijn dan hij zich had voorgesteld. Na een week redetwisten werd besloten dat Mikael zich op 17 maart moest melden bij Rullåker, de gevangenis buiten Östersund, een open inrichting voor minder criminele delinquenten. Mikaels advocaat deelde tevens mee dat de straftijd hoogstwaarschijnlijk enigszins zou worden bekort.

‘Mooi,’ had Mikael zonder veel enthousiasme gezegd.

Hij zat aan de keukentafel de bruingevlekte kat te aaien, die de gewoonte had aangenomen om eens in de zoveel dagen op te duiken en de nacht bij Mikael door te brengen. Helen Nilsson die schuin tegenover hem woonde, had hem verteld dat de kat Tjorven werd genoemd en niet echt van iemand was, maar tussen de verschillende huizen heen en weer liep.

Mikael zag zijn opdrachtgever bijna elke middag. Soms hadden ze een kort gesprek, soms zaten ze uren over de verdwijning van Harriët Vanger en allerlei details in Henrik Vangers privéonderzoek te praten.

De gesprekken bestonden er niet zelden uit dat Mikael een theorie formuleerde die Henrik Vanger vervolgens verwierp. Mikael probeerde afstand te bewaren tot zijn opdracht, maar voelde wel dat er momenten waren dat hij zelf enorm gefascineerd was door het raadsel van de verdwijning van Harriët.

Mikael had Erika ervan verzekerd dat hij ook een strategie zou formuleren om de strijd met Hans-Erik Wennerström weer aan te gaan, maar na een maand in Hedestad had hij de oude mappen, waarvan de inhoud hem naar de rechtbank had geleid, nog niet eens opengeslagen. Integendeel – hij schoof het probleem voor zich uit. Elke keer dat hij over Wennerström en zijn eigen situatie nadacht, raakte hij moedeloos en volkomen verlamd. In een helder moment vroeg hij zich af of hij bezig was net zo gek te worden als de oude industrieel. Zijn carrière was als een kaartenhuis in elkaar gestort en als reactie daarop had hij zich in een gehucht op het platteland verstopt waar hij nu op spoken joeg. Bovendien miste hij Erika.

Henrik Vanger bekeek zijn medespeurder met gereserveerde ongerustheid. Hij vermoedde dat Mikael Blomkvist niet altijd helemaal in balans was. Eind januari nam de oude man een besluit dat hemzelf verraste. Hij nam de hoorn van de haak en belde naar Stockholm. Het gesprek duurde twintig minuten en ging grotendeels over Mikael Blomkvist.

Het had bijna een maand geduurd voordat Erika’s woede was weggeëbd. Ze belde op een van de laatste avonden van januari om halftien op.

‘Dus je bent echt van plan in het hoge noorden te blijven,’ zei ze bij wijze van inleiding. Het gesprek kwam zo onverwacht dat Mikael eerst met zijn mond vol tanden stond. Daarna lachte hij en trok hij zijn plaid verder om zich heen.

‘Hé, Ricky. Je zou het zelf eens moeten proberen.’

‘Waarom? Wat is er zo leuk aan het wonen in Verweggistan?’

‘Ik heb net mijn tanden gepoetst met ijswater. Mijn vullingen doen er nog zeer van.’

‘Dat is je eigen schuld. Maar het is hier in Stockholm ook ijskoud.’

‘Vertel.’

‘We zijn twee derde van onze vaste adverteerders kwijtgeraakt. Niemand wil het met zoveel woorden zeggen, maar ...’

‘Ik snap het. Maak een lijst van de afhakers. Op een dag zullen we ze in een passende reportage presenteren.’

‘Micke ... ik heb zitten rekenen en als we geen nieuwe adverteerders krijgen, dan betekent het dit najaar einde oefening. Zo simpel is het.’

‘Daar komt verandering in.’

Ze lachte vermoeid aan de andere kant van de lijn.

‘Dat kun je niet zomaar beweren daar vanuit de rimboe.’

‘Hallo, het valt hier best mee, hoor.’

Erika zweeg.

‘Erika, ik ben ...’

‘Ik weet het. A man’s gotta do what a man’s gotta do and all that crap. Je hoeft niets te zeggen. Sorry dat ik me heb gedragen als een bitch en je telefoontjes niet heb beantwoord. Kunnen we opnieuw beginnen? Mag ik je komen opzoeken?’

‘Je bent van harte welkom.’

‘Moet ik een geweer meenemen tegen de wolven?’

‘Niet nodig. Ik zal alle wolven, lynxen, veelvraten en beren vrijaf geven. Wanneer kom je?’

‘Vrijdagavond. Oké?’

Het bestaan leek voor Mikael opeens oneindig veel lichter.

Afgezien van het smalle, sneeuwvrije pad, lag er bijna een meter sneeuw op het erf. Mikael bekeek de sneeuwschop een minuut lang zeer kritisch en ging vervolgens naar Gunnar Nilsson en vroeg of Erika haar bmw tijdens haar bezoek bij hen mocht parkeren. Dat was geen probleem. Ze hadden voldoende plaats in de dubbele garage en hadden daar bovendien een tweede aansluiting voor een motorverwarmer.

Erika vertrok ’s middags uit Stockholm en was er tegen zessen. Ze keken elkaar een paar seconden afwachtend aan en omhelsden elkaar vervolgens aanzienlijk langer.

Er was in het donker buiten niet veel meer te zien dan de verlichte kerk, en de Konsum en Susannes Brugcafé waren net bezig te sluiten, dus liepen ze snel naar huis. Mikael maakte eten klaar terwijl Erika in zijn huis rondsnuffelde, commentaar leverde op Rekordmagasinet uit de jaren vijftig en zich verdiepte in de mappen in zijn werkkamer. Ze aten lamskoteletten met roomsaus en aardappels in witte saus – veel te veel calorieën – en dronken rode wijn. Mikael probeerde de draad op te pakken, maar Erika had geen zin om het over Millennium te hebben. Ze zaten in plaats daarvan twee uur te praten over Mikaels huidige bezigheden en over hoe het met hen ging. Daarna onderzochten ze of het bed breed genoeg was voor hen beiden.

De derde ontmoeting met advocaat Nils Bjurman was afgezegd, verzet en uiteindelijk verschoven naar vijf uur diezelfde vrijdag. Bij eerdere afspraken was Lisbeth Salander ontvangen door een vrouw van een jaar of vijfenvijftig die naar musk rook en de secretaresse van het kantoor was. Deze keer was ze al weg en advocaat Bjurman rook lichtelijk naar drank. Hij gebaarde naar Salander om plaats te nemen op een bezoekersstoel en bladerde afwezig in een aantal papieren, tot hij zich plotseling bewust leek te worden van haar aanwezigheid.

Het was een nieuw verhoor geworden. Deze keer had hij Lisbeth Salander uitgehoord over haar seksleven, iets waarvan zij absoluut meende dat dat tot haar privéleven behoorde en wat ze niet van plan was om ook maar met iemand te bespreken.

Na het bezoek wist ze dat ze de zaak verkeerd had aangepakt. Ze had eerst haar mond gehouden en geen antwoord gegeven op zijn vragen; hij had dat geïnterpreteerd alsof ze verlegen was, achterlijk of iets te verbergen had, en had druk op haar uitgeoefend om antwoord te geven. Salander had ingezien dat hij het niet op zou geven en was hem summiere en onschuldige antwoorden gaan geven van het soort waarvan ze aannam dat dat wel bij haar psychologische profiel zou passen. Ze had Magnus genoemd, die volgens haar beschrijving een even oude en wat nerd-achtige computerprogrammeur was die haar als een gentleman behandelde, haar meenam naar de bioscoop en af en toe bij haar in bed belandde. Magnus was puur een verzinsel en ontstond in hetzelfde tempo als haar verhaal, maar Bjurman had het nieuws gebruikt als voorwendsel om haar seksleven het komende uur zorgvuldig in kaart te brengen. Hoe vaak heb je seks? Af en toe. Wie neemt het initiatief, jij of hij? Ik. Gebruiken jullie condooms? Natuurlijk – ze had immers van hiv gehoord. Wat is je favoriete standje? Tja, meestal op mijn rug. Hou je van orale seks? Eh, wacht even ... Heb je weleens anale seks gehad?

‘Nee, ik vind het niet geweldig om in mijn reet geneukt te worden, maar wat gaat jou dat aan?’

Dat was de enige keer dat ze in gezelschap van Bjurman was uitgevallen. Ze was zich ervan bewust hoe haar blik kon worden opgevat en ze had naar de grond gekeken, zodat haar ogen haar gevoelens niet zouden verraden. Toen ze hem vervolgens weer had aangekeken, had hij vanaf de andere kant van het bureau naar haar gegrijnsd. Lisbeth Salander had meteen aangevoeld dat haar leven een dramatische wending zou nemen. Ze verliet advocaat Bjurman met een gevoel van walging. Ze was onvoorbereid geweest. Palmgren zou nooit op de gedachte zijn gekomen haar zulke vragen te stellen, hij was daarentegen altijd beschikbaar geweest als ze iets met hem had willen bespreken. Waar ze zelden gebruik van had gemaakt.

Bjurman was een Serious Pain in the Ass en hij zou spoedig, dat zag ze nu in, worden opgewaardeerd tot een Major Problem .

Millennium 1 - Mannen Die Vrouwen Haten
titlepage.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_0.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_1.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_2.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_3.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_4.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_5.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_6.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_7.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_8.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_9.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_10.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_11.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_12.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_13.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_14.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_15.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_16.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_17.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_18.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_19.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_20.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_21.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_22.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_23.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_24.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_25.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_26.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_27.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_28.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_29.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_30.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_31.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_32.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_33.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_34.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_35.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_36.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_37.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_38.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_39.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_40.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_41.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_42.xhtml