6

Donderdag 26 december

Mikael Blomkvists gestelde tijdlimiet van dertig minuten was al ruimschoots overschreden. Het was halfvijf en de middagtrein kon hij wel vergeten. De kans om de avondtrein van halftien te halen bestond echter nog wel. Hij stond voor het raam zijn nek te masseren terwijl hij de verlichte façade van de kerk aan de andere kant van de brug in zich opnam. Henrik Vanger had hem een knipselalbum laten zien met artikelen over het gebeuren van zowel de plaatselijke krant als de landelijke media. Er was door de media een tijdlang vrij veel aandacht aan besteed – meisje uit bekende familie van industriëlen spoorloos verdwenen. Maar toen er geen stoffelijk overschot werd gevonden en er ook geen doorbraak in het onderzoek kwam, was de belangstelling op den duur afgenomen. Ook al ging het om een vooraanstaande familie, de zaak-Harriët Vanger was na meer dan zesendertig jaar een vergeten geschiedenis. De heersende theorie in artikelen van eind jaren zestig leek te zijn dat ze was verdronken en in zee was beland – een tragedie, maar iets wat elke familie kon overkomen.

Mikael was tegen beter weten in gefascineerd geraakt door het verhaal van de oude man, maar toen Henrik Vanger om een pauze had gevraagd voor een sanitaire stop, had Mikael zijn scepsis weer teruggekregen. Vanger was echter nog niet aan het einde van het verhaal gekomen en Mikael had beloofd het helemaal aan te horen.

‘Wat is er volgens u met haar gebeurd?’ vroeg Mikael toen Henrik Vanger weer was teruggekeerd.

‘Normaliter waren er hier ongeveer vijfentwintig permanente bewoners, maar in verband met die familiebijeenkomst bevonden er zich die dag een zestigtal mensen op het Hedeby-eiland. Van deze mensen kunnen tussen de twintig en vijfentwintig personen min of meer worden uitgesloten. Ik denk dat een van de resterende personen – en met grote waarschijnlijkheid iemand van de familie – Harriët heeft omgebracht en haar lichaam heeft verstopt.’

‘Daar kan ik meer dan een dozijn dingen tegen inbrengen.’

‘Laat horen.’

‘Tja, één ding is natuurlijk dat ook al zou iemand haar lichaam hebben verstopt, dat zou zijn teruggevonden als het zoeken zo zorgvuldig is uitgevoerd als u beweert.’

‘Om je de waarheid te zeggen was het zoeken nog uitvoeriger dan wat ik je heb verteld. Pas toen ik aan Harriët ging denken als slachtoffer van moord bedacht ik meer mogelijkheden waarop haar lichaam verdwenen kon zijn. Ik kan dit niet bewijzen, maar het bevindt zich in elk geval binnen de grenzen der redelijkheid.’

‘Oké, vertel maar.’

‘Harriët is ergens tegen drie uur verdwenen. Om vijf voor drie is ze door predikant Otto Falck gezien, toen hij op weg was naar de plaats van het ongeval. Ongeveer tegelijkertijd kwam er een fotograaf van de plaatselijke krant aan, die het uur daarna een groot aantal foto’s van het drama heeft gemaakt. We, dat wil zeggen de politie, hebben de filmpjes bekeken en kunnen constateren dat Harriët op geen enkele foto voorkomt; daarentegen kwamen alle andere personen die hier waren ten minste op één foto voor, heel kleine kinderen uitgezonderd.’

Henrik Vanger pakte een nieuw fotoalbum en legde het voor Mikael op tafel.

‘Dit zijn foto’s van die dag. De eerste foto is gemaakt in Hedestad tijdens de kinderoptocht. Het is dezelfde fotograaf. De foto is genomen om ongeveer kwart over een en daarop komt Harriët zelfs voor.’

De foto was genomen vanaf de tweede verdieping van een huis en toonde een straat waar de optocht – praalwagens met clowns en jonge vrouwen in badpak – net langskwam. Op de stoepen verdrongen de toeschouwers zich. Henrik Vanger wees op een persoon in de mensenmenigte.

‘Dit is Harriët. Dat is ongeveer twee uur voor haar verdwijning, en ze bevindt zich met een paar klasgenoten in de stad. Dit is de laatste foto van haar. Maar er is nóg een interessante foto.’

Henrik Vanger bladerde verder. De rest van het album bevatte ruim 180 foto’s – 6 rolletjes – van de catastrofe op de brug. Na het verhaal te hebben aangehoord was het haast opdringerig om het plotseling te zien in de vorm van scherpe zwart-witfoto’s. De fotograaf was een goede ambachtsman die de chaos van het ongeluk had vastgelegd. Een groot aantal foto’s was gericht op de activiteiten rond de gekantelde tankauto. Mikael had geen moeite om de gebarende vijfenveertigjarige Henrik Vanger, die onder de stookolie zat, te onderscheiden.

‘Dat is mijn broer Harald.’ De oude baas wees op een man in een colbert, die half voorovergebogen stond en ergens naar wees in het autowrak waarin Aronsson beklemd zat. ‘Mijn broer Harald is een onaangenaam mens maar ik geloof dat hij afgevinkt kan worden van de lijst met verdachten. Met uitzondering van een kort moment, toen hij terug moest rennen naar het huis om andere schoenen aan te trekken, is hij de hele tijd op de brug geweest.’

Henrik Vanger bladerde verder. De beelden wisselden elkaar af. De tankauto. De toeschouwers aan het strand. Het autowrak van Aronsson. Overzichtsfoto’s. Opdringerige foto’s, gemaakt met een telelens.

‘Dit is die interessante foto,’ zei Henrik Vanger. ‘Voor zover we hebben kunnen vaststellen is hij gemaakt rond tien over halfvier, kwart voor vier, dus ruim vijfenveertig minuten nadat Harriët dominee Falk was tegengekomen. Kijk naar ons huis, naar het raam in het midden op de tweede verdieping. Dat is Harriëts kamer. Op de vorige foto is het raam dicht. Hier is het open.’

‘Iemand bevond zich op dat moment in Harriëts kamer.’

‘Ik heb het iedereen gevraagd; niemand wil toegeven dat hij of zij het raam heeft opengezet.’

‘Wat betekent dat het Harriët vermoedelijk zelf was, en dat ze op dat moment nog leefde, of dat iemand tegen u liegt. Maar waarom zou een moordenaar naar haar kamer gaan om het raam open te zetten? En waarom zou iemand liegen?’

Henrik Vanger schudde zijn hoofd. Er was geen antwoord.

‘Harriët is rond of vlak na drie uur verdwenen. Deze foto’s geven een zekere indruk van waar mensen zich op dat tijdstip bevonden. Daarom kan ik een heleboel mensen van die lijst met verdachten schrappen. Om dezelfde reden moet ik beklemtonen dat een aantal mensen dat niet voorkomt op foto’s van dat tijdstip aan de lijst met verdachten moet worden toegevoegd.’

‘U hebt nog geen antwoord gegeven op mijn vraag hoe u denkt dat het lichaam is verdwenen. Ik bedenk net dat er natuurlijk een vanzelfsprekend antwoord is. Een gewone, fatsoenlijke illusionistentruc.’

‘Er zijn zelfs meerdere volkomen realistische manieren om dat voor elkaar te krijgen. Ergens rond drie uur slaat de moordenaar toe. Hij of zij heeft vermoedelijk geen voorwerp gebruikt, dan hadden we wellicht bloedsporen gevonden. Ik vermoed dat Harriët is gewurgd en ik gok dat dat hier heeft plaatsgevonden, achter de muur van het erf; een plaats die niet zichtbaar is voor de fotograaf en die in een dode hoek van het huis ligt. Daar is een korte doorsteek voor als je de kortste weg van de pastorie wilt nemen, waar ze het laatst is gezien, terug naar het huis. Vandaag de dag is daar wat beplanting en een grasveld, maar in de jaren zestig was het een met grind verhard stuk grond dat werd gebruikt als parkeerplaats voor auto’s. Alles wat de moordenaar hoefde te doen was een achterbak open te maken en Harriët erin te stoppen. Toen we de dag daarna een zoektocht op touw hadden gezet was er niemand die aan een misdrijf dacht, we richtten ons op de stranden, de gebouwen en het bos het dichtst bij het dorp.’

‘Er was dus niemand die de achterbakken van de auto’s inspecteerde.’

‘En de avond daarna kon de moordenaar gewoon met zijn auto de brug over rijden en het lichaam ergens anders verstoppen.’

Mikael knikte. ‘Voor de neus van iedereen die meeliep met de zoekactie. Als het op die manier is gegaan, betreft het een zeer koelbloedige klootzak.’

Henrik Vanger lachte bitter. ‘Je hebt zojuist een treffende omschrijving gegeven van een groot aantal leden van de familie Vanger.’

Ze vervolgden hun discussie tijdens het diner om zes uur. Anna serveerde gebraden haas met bessengelei en aardappels. Henrik Vanger opende een fles volle, rode wijn. Mikael had nog steeds voldoende tijd om de laatste trein te halen. Tijd om af te ronden, meende hij.

‘Ik moet erkennen dat u een fascinerend verhaal hebt verteld. Maar het is me niet helemaal duidelijk waarom u het aan míj vertelt.’

‘Dat heb ik je al gezegd. Ik wil de smeerlap ontmaskeren die de kleindochter van mijn broer heeft vermoord. En daar wil ik jou voor inschakelen.’

‘Hoe?’

Henrik Vanger legde zijn mes en vork neer. ‘Mikael, ik zit me al bijna zevenendertig jaar suf te prakkiseren wat er met Harriët kan zijn gebeurd. In de loop der jaren heb ik steeds meer van mijn vrije tijd gebruikt om naar haar te zoeken.’

Hij zweeg, zette zijn bril af en keek naar een of ander onzichtbaar vlekje op het glas. Vervolgens richtte hij zijn blik omhoog en keek hij Mikael aan.

‘Eerlijk gezegd is Harriëts verdwijning de oorzaak dat ik op den duur het roer in de concernleiding heb overgedragen. Ik had er geen zin meer in. Ik wist dat er zich een moordenaar in mijn buurt bevond en het piekeren en zoeken naar de waarheid werd een belasting voor mijn werk. Het ergste is dat het in de loop der jaren geen lichtere last is geworden – integendeel. In de jaren zeventig was er een periode dat ik alleen maar met rust gelaten wilde worden. In die tijd was Martin in het bestuur gekomen en mocht hij steeds meer van mijn taken overnemen. In 1976 ben ik teruggetreden en nam Martin het roer over als president. Ik ben nog steeds lid van het bestuur maar sinds mijn vijftigste heb ik niet veel gedaan. De laatste zesendertig jaar is er geen dag voorbij gegaan dat ik niet over de verdwijning van Harriët heb nagedacht. Misschien vind je dat ik er bezeten van ben, de meesten van mijn familieleden vinden dat in elk geval. En vermoedelijk is het ook zo.’

‘Het was een vreselijke gebeurtenis.’

‘Meer dan dat. Het heeft mijn leven verpest. Dat is een feit waarvan ik me steeds meer bewust word naarmate de tijd verstrijkt. Heb jij veel zelfkennis?’

‘Tja, ik vind natuurlijk van wel.’

‘Ik ook. Ik kan het niet loslaten. Maar mijn motieven zijn in de loop der jaren veranderd. In het begin was het misschien verdriet. Ik wilde haar vinden, zodat ik haar ten minste zou kunnen begraven. Het ging er toen om Harriët eerherstel te geven.’

‘Op welke manier is dat veranderd?’

‘Het gaat er nu meer om die koelbloedige schoft te vinden. Maar het gekke is dat hoe ouder ik word, het steeds meer een tijdrovende hobby is geworden.’

‘Hobby?’

‘Ja, ik wil dat woord gebruiken. Toen het politieonderzoek op niets uitliep, ben ik verdergegaan. Ik heb geprobeerd systematisch en wetenschappelijk te werk te gaan. Ik heb alle informatie verzameld die er te vinden was, de foto’s boven, het politieonderzoek, ik heb alles genoteerd wat mensen me hebben verteld wat ze die dag hebben gedaan. Ik heb dus bijna mijn halve leven besteed aan het verzamelen van informatie over één dag.’

‘U bent zich ervan bewust dat de moordenaar na zesendertig jaar misschien zelf ook dood en begraven is?’

‘Dat denk ik niet.’

Mikael trok zijn wenkbrauwen op bij het horen van dit resolute antwoord.

‘Laten we het diner afronden en weer naar boven gaan. Er resteert nog één detail voordat mijn verhaal compleet is. Dat is het meest onthutsende.’

Lisbeth Salander parkeerde de Corolla met automatische versnellingsbak bij het station in Sundbyberg. Ze had de Toyota geleend van Milton Security’s autopool. Ze had niet echt om toestemming gevraagd, maar Armanskij had haar aan de andere kant nooit uitdrukkelijk verboden een van de auto’s van Milton te gebruiken. Vroeg of laat, dacht ze, moet ik een eigen karretje aanschaffen. Ze had geen auto, maar bezat wel een motorfiets – een tweedehands lichte motor, een Kawasaki 125 cc, die ze in de zomer gebruikte. In de winter stond de motor achter slot en grendel in haar box.

Ze wandelde naar de Högklintavägen en belde stipt om zes uur aan. Het codeslot klikte na een paar seconden open en ze nam de trap naar de tweede verdieping en belde aan bij de deur waar de doorsnee naam Svensson op stond. Ze had geen idee wie Svensson was en of er überhaupt zo iemand in de flat woonde.

‘Hoi, Plague ,’ zei ze.

Wasp . Jij komt alleen langs als je iets nodig hebt.’

De man, die drie jaar ouder was dan Lisbeth Salander, was
1 meter 89 lang en woog 152 kilo. Zelf was ze 1 meter 54 lang en woog ze 42 kilo, en ze had zich altijd een dwerg gevoeld naast
Plague . Zoals gewoonlijk was het donker in zijn flat; het zwakke schijnsel van slechts één lamp viel vanuit de slaapkamer, die hij als werkkamer gebruikte, de hal binnen. Het rook er muf en bedompt.

Plague , het stinkt hierbinnen. Dat is omdat je je nooit wast. Mocht je ooit naar buiten gaan, dan kan ik je een tip geven: zeep. Kun je kopen bij de Konsum.’

Hij glimlachte vaag, maar gaf geen antwoord en gebaarde haar mee te komen naar de keuken. Hij ging aan de keukentafel zitten zonder het licht aan te doen. De verlichting bestond hoofdzakelijk uit het schijnsel van de straatlantaarn voor het raam.

‘Ik bedoel, ik ben zelf ook geen held op schoonmaakgebied, maar als oude melkpakken naar lijkmaden beginnen te stinken, dan bind ik ze bij elkaar en gooi ik ze weg.’

‘Ik zit in de wao ,’ zei hij. ‘Ik ben sociaal incompetent.’

‘Dus daarom heeft de staat je een woning gegeven en je vervolgens vergeten. Ben je nooit bang dat de buren gaan klagen en de sociale dienst op inspectie komt? Dan beland je misschien in het gekkenhuis.’

‘Heb je iets voor me?’

Lisbeth Salander deed de rits van haar jaszak open en haalde er 5.000 kronen uit.

‘Dat is alles wat ik kan missen. Het is mijn eigen geld en ik kan jou moeilijk aftrekken als kosten.’

‘Wat wil je hebben?’

‘Die manchet waar je het twee maanden geleden over had. Is dat gelukt?’

Hij lachte en legde een voorwerp voor haar op tafel neer.

‘Vertel hoe hij werkt.’

Het volgende uur luisterde ze intensief. Vervolgens testte ze de manchet uit. Plague was mogelijk sociaal incompetent. Maar hij was zonder meer een genie.

Henrik Vanger bleef bij zijn bureau staan en wachtte tot hij Mikaels aandacht weer had. Mikael keek op zijn horloge. ‘U had het over een onthutsend detail?’

Henrik Vanger knikte. ‘Ik ben geboren op 1 november. Toen Harriët acht jaar was gaf ze mij een verjaarscadeautje, een schilderijtje. Een gedroogde, geperste bloem in een eenvoudig lijstje.’

Henrik Vanger liep om het bureau heen en wees op de eerste bloem. Grasklokje . Het was amateuristisch en knullig gemonteerd.

‘Dat was het eerste schilderijtje. Dat heb ik in 1958 gekregen.’

Hij wees op het volgende lijstje.

‘1959.’ Boterbloem . ‘1960.’ Margriet . ‘Het werd een traditie. Ze maakte het lijstje ergens in de zomer en bewaarde het tot mijn verjaardag. Ik hing ze altijd daar op de muur. In 1966 verdween ze en toen werd de traditie verbroken.’

Henrik Vanger zweeg en wees op een leegte in de reeks schilderijen. Mikael voelde plotseling dat zijn nekharen overeind gingen staan. De hele muur was bezaaid met droogbloemen.

‘In 1967, een jaar nadat ze was verdwenen, kreeg ik deze bloem op mijn verjaardag. Dat is een viooltje.’

‘Hoe hebt u die bloem gekregen?’ vroeg Mikael met lage stem.

‘Ingepakt in cadeaupapier en in een gewatteerde envelop gestuurd met de post. Gestuurd vanuit Stockholm. Geen afzender. Geen mededeling.’

‘U bedoelt dat ...’ Mikael maakte een gebaar met zijn hand.

‘Inderdaad. Elk vervloekt jaar, op mijn verjaardag. Kun je je voorstellen hoe dat voelt? Het is gericht tegen mij, net alsof de moordenaar mij wil martelen. Ik heb me er suf over gepiekerd of het misschien zo is dat Harriët uit de weg werd geruimd omdat iemand mij iets wilde aandoen. Het was geen geheim dat Harriët en ik een speciale band hadden en dat ik haar beschouwde als mijn eigen dochter.’

‘Wat wilt u dat ik ga doen?’ vroeg Mikael met scherpe stem.

Toen Lisbeth Salander de Corolla in de garage onder Milton Security terugzette, maakte ze meteen van de gelegenheid gebruik om op kantoor even naar het toilet te gaan. Ze gebruikte haar pasje en nam rechtstreeks de lift naar de derde verdieping om niet door de hoofdingang op de tweede verdieping naar binnen te hoeven, waar de bewaking zat. Ze ging naar het toilet en pakte een kop koffie uit de espressomachine waar Dragan Armanskij in had geïnvesteerd toen hij uiteindelijk had ingezien dat Lisbeth nooit koffie zou zetten puur omdat dat van haar verwacht werd. Daarna ging ze naar haar werkkamer en hing ze haar leren jack over een kantoorstoel.

De werkkamer was een kubus van 2 bij 3 meter met een glazen wand. Er stonden een bureau met een oude Dell-pc die altijd aanstond, een kantoorstoel, een prullenbak, een telefoon en een boekenkast. In de boekenkast stonden een paar telefoonboeken en drie lege notitieblokken. De twee bureaulades bevatten enkele lege ballpoints, paperclips en een notitieblok. Voor het raam stond een dode plant met verlepte bruine bladeren. Lisbeth Salander inspecteerde de plant nadenkend, alsof het de eerste keer was dat ze hem zag. Na een tijdje smeet ze hem resoluut in de prullenbak.

Ze had maar zelden een reden om naar kantoor te gaan en kwam er misschien zes keer per jaar, voornamelijk als ze alleen wilde zijn om de laatste hand te leggen aan een rapport vlak voordat ze het moest inleveren. Dragan Armanskij had erop gestaan dat ze een eigen plekje zou krijgen. Zijn motivering was dat ze zich dan onderdeel van het bedrijf zou voelen, ook al werkte ze als freelancer. Zelf verdacht ze Armanskij ervan dat hij hoopte om op die manier een oogje in het zeil te kunnen houden en zich met haar privézaken te kunnen bemoeien. Aanvankelijk was ze verderop in de gang geplaatst, in een grotere kamer die ze met een collega moest delen, maar omdat ze er nooit was, had hij haar uiteindelijk verhuisd naar het hok dat op de gang was overgebleven.

Lisbeth Salander haalde de manchet tevoorschijn die ze bij Plague had opgehaald. Ze legde het voorwerp voor zich op tafel neer en bekeek het peinzend, terwijl ze op haar onderlip beet en nadacht.

Het was even na elven ’s avonds en ze was alleen op de verdieping. Ze voelde zich plotseling dodelijk verveeld.

Na een tijdje stond ze op en liep ze naar het eind van de gang waar ze aan de deur van Dragan Armanskij’s kamer voelde. Op slot. Ze keek om zich heen. De kans dat er iemand op tweede kerstdag om middernacht op de gang zou verschijnen, was nihil. Ze maakte de deur open met een illegale kopie van de moedersleutel van het bedrijf, die ze een paar jaar daarvoor had laten maken.

Armanskij’s kamer was ruim, met een bureau, bezoekersstoelen en een kleine vergadertafel in een hoek met plaats voor acht personen. Het was er onberispelijk opgeruimd. Ze had al tijden niet bij hem rondgesnuffeld en nu ze toch op kantoor was ... Ze bracht een uur aan zijn bureau door en stelde zich op de hoogte van de jacht op een verdachte bedrijfsspion, welke personen er bij een bedrijf dat geteisterd werd door een georganiseerde dievenbende undercover waren gegaan, evenals de maatregelen die er in het diepste geheim waren genomen om een cliënte te beschermen die vreesde dat haar kinderen door hun vader zouden worden gekidnapt.

Ten slotte legde ze alle papieren weer precies zo neer als ze hadden gelegen, sloot ze de deur van Armanskij’s kamer af en wandelde ze met een voldaan gevoel naar huis, naar de Lundagatan.

Mikael Blomkvist schudde nogmaals zijn hoofd. Henrik Vanger had plaatsgenomen achter zijn bureau en keek Mikael met een rustige blik aan, alsof hij al op alle bezwaren was voorbereid.

‘Ik weet niet of we ooit achter de waarheid zullen komen, maar ik wil niet het graf ingaan zonder nog één laatste poging te hebben gedaan,’ zei de oude man. ‘Ik wil je gewoon aannemen om al het bewijsmateriaal nog één keer door te nemen.’

‘Dit is niet normaal,’ constateerde Mikael.

‘Waarom zou het niet normaal zijn?’

‘Ik heb voldoende gehoord. Henrik, mag ik Henrik zeggen? Ik begrijp je verdriet, maar ik zal ook eerlijk tegen je zijn. Wat je mij vraagt te doen is verspilling van tijd en geld. Je vraagt mij met een oplossing te komen voor een mysterie waar rechercheurs en echte misdaadonderzoekers met aanzienlijk meer middelen al jaren op stuklopen. Je vraagt mij een misdaad op te lossen bijna veertig jaar nadat hij is gepleegd. Hoe zou ik dat kunnen?’

‘We hebben het nog niet over je vergoeding gehad,’ antwoordde Henrik Vanger.

‘Dat hoeft niet.’

‘Als je nee zegt kan ik je niet dwingen. Maar luister naar wat ik je te bieden heb. Dirch Frode heeft al een contract opgesteld. We kunnen het over de details hebben, maar de overeenkomst is eenvoudig en het enige wat ontbreekt, is jouw handtekening.’

‘Henrik, het is zinloos. Ik kan dat raadsel van Harriëts verdwijning niet oplossen.’

‘Volgens dat contract hoeft dat ook niet. Alles wat ik vraag is dat je je best doet. Als je er niet in slaagt, is dat de wil van God of, als je niet in Hem gelooft, het lot.’

Mikael zuchtte. Hij begon zich steeds ongemakkelijker te voelen en wilde het bezoek in Hedeby afronden, maar zwichtte toch.

‘Laat maar horen.’

‘Ik wil dat je een jaar lang hier in Hedeby komt wonen en werken. Ik wil dat je het hele onderzoek over de verdwijning van Harriët doorneemt, velletje voor velletje. Ik wil dat je alles met nieuwe ogen bekijkt. Ik wil dat je bij alle oude conclusies een vraagteken zet, net als een onderzoeksreporter zou doen. Ik wil dat je datgene zoekt wat de politie, andere onderzoekers en ik over het hoofd kunnen hebben gezien.’

‘Je vraagt mij mijn leven en mijn carrière op te geven om me een jaar te wijden aan iets wat volkomen verspilde tijd is.’

Henrik Vanger glimlachte opeens.

‘Wat je carrière betreft, we kunnen het er wel over eens zijn dat die momenteel op een laag pitje staat.’

Daar had Mikael geen weerwoord op.

‘Ik wil een jaar van je leven kopen. Een baan. Het salaris is beter dan alle aanbiedingen die je ooit zult krijgen. Ik betaal je 200.000 kronen per maand, dus 2,4 miljoen kronen als je het accepteert en het hele jaar blijft.’

Mikael was sprakeloos.

‘Ik heb geen illusies. Ik weet dat de kans dat je zult slagen miniem is, maar als je tegen alle verwachtingen in het raadsel zou weten op te lossen bied ik je een bonus, een dubbele vergoeding, dus 4,8 miljoen kronen. Laten we niet pietluttig zijn en het afronden op 5 miljoen.’

Henrik Vanger leunde achterover en hield zijn hoofd schuin.

‘Ik kan het geld overmaken op elke bankrekening die je wilt, waar ook ter wereld. Je kunt het geld ook contant in een weekendtas krijgen, dus, het is aan jou of je je inkomsten aan de belastingdienst wilt opgeven.’

‘Dit is ... belachelijk,’ stotterde Mikael.

‘Waarom?’ vroeg Henrik Vanger kalm. ‘Ik ben over de tachtig en nog steeds bij mijn volle verstand. Ik heb een zeer groot persoonlijk vermogen waar ik vrijelijk over kan beschikken. Ik heb geen kinderen en ik heb absoluut geen zin om het geld aan mijn gehate familieleden te schenken. Ik heb een testament; het grootste gedeelte van mijn geld gaat naar het Wereld Natuur Fonds. Een beperkt aantal personen dat me lief is, krijgt een flink bedrag, onder anderen Anna hier beneden.’

Mikael Blomkvist schudde zijn hoofd.

‘Probeer me te begrijpen. Ik ben oud en zal spoedig sterven. Er is maar één ding in de wereld dat ik wil hebben en dat is een antwoord op de vraag die me nu al bijna vier decennia pijnigt. Ik geloof niet dat ik het antwoord te weten zal komen, maar ik heb voldoende middelen om een laatste poging te doen. Waarom zou het onredelijk zijn dat ik een deel van mijn vermogen aan dat doeleinde besteed? Dat ben ik aan Harriët verplicht. En dat ben ik aan mezelf verplicht.’

‘Je betaalt miljoenen voor niets. Alles wat ik hoef te doen, is dus het contract ondertekenen en vervolgens een jaar duimen gaan draaien.’

‘Zeker niet. Integendeel, je zult harder werken dan je ooit in je leven hebt gedaan.’

‘Hoe kun je daar zo zeker van zijn?’

‘Omdat ik je iets bied wat je niet kunt kopen voor geld, maar wat je meer dan wat ook ter wereld zou willen hebben.’

‘En wat zou dat dan zijn?’

Henrik Vangers ogen versmalden zich.

‘Ik kan je Hans-Erik Wennerström geven. Ik kan bewijzen dat hij een oplichter is. Hij is zijn carrière namelijk meer dan dertig jaar geleden bij mij begonnen en ik kan je zijn hoofd op een presenteerblaadje geven. Los het raadsel op, dan kun je je nederlaag bij de rechtbank omzetten in de reportage van het jaar.’

Millennium 1 - Mannen Die Vrouwen Haten
titlepage.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_0.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_1.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_2.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_3.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_4.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_5.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_6.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_7.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_8.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_9.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_10.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_11.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_12.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_13.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_14.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_15.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_16.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_17.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_18.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_19.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_20.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_21.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_22.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_23.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_24.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_25.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_26.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_27.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_28.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_29.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_30.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_31.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_32.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_33.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_34.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_35.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_36.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_37.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_38.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_39.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_40.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_41.xhtml
09-0721_awb_-_mannen_die_haten_9e_druk_split_42.xhtml