17
Woensdag 11 juni – zaterdag 14 juni
Bij het derde puzzelstukje kreeg Mikael hulp uit onverwachte hoek.
Nadat hij de hele nacht met de foto’s had gewerkt, sliep hij tot diep in de middag. Hij werd met een onbestemde hoofdpijn wakker, douchte en wandelde naar Susannes Brugcafé om te eten. Hij had moeite om zijn gedachten te ordenen. Hij zou naar Henrik Vanger moeten gaan om te rapporteren wat hij had ontdekt. Maar hij ging daarentegen naar Cecilia Vanger en klopte aan. Hij wilde haar vragen wat ze in Harriëts kamer had gedaan en waarom ze had gelogen dat ze daar niet was geweest. Er deed niemand open.
Hij wilde net weglopen toen hij een stem hoorde.
‘Die hoer van je is niet thuis.’
Gollem was uit zijn hol gekropen. Hij was lang, bijna 2 meter, maar zó kromgebogen door de ouderdom dat zijn ogen zich op dezelfde hoogte als die van Mikael bevonden. Zijn huid zat vol donkere levervlekken. Hij was gekleed in een pyjama en een bruine ochtendjas, en hij leunde op een stok. Hij zag eruit als de Hollywood-versie van een gemene oude man.
‘Pardon?’
‘Die hoer van je is niet thuis.’
Mikael ging zo dicht bij hem staan dat zijn neus bijna die van Harald Vanger raakte.
‘Je hebt het wel over je eigen dochter, hufter!’
‘Ik ben niet degene die hier ’s nachts heen sluipt,’ antwoordde Harald Vanger met een tandeloze glimlach. Hij rook onfris. Mikael liep om hem heen en vervolgde zijn weg, zonder zich om te keren. Hij liep naar Henrik Vanger en trof hem aan in zijn werkkamer.
‘Ik heb net je broer ontmoet,’ zei Mikael met nauwverholen woede.
‘Harald? Zo, dus hij durft buiten te komen. Dat doet hij ongeveer één keer per jaar.’
‘Ik had net aangeklopt bij Cecilia toen hij opdook. Hij zei, citaat: “Die hoer van je is niet thuis.”’
‘Dat klinkt als Harald,’ antwoordde Henrik Vanger rustig.
‘Hij noemde zijn eigen dochter een hoer!’
‘Dat doet hij al jaren. Daarom praten ze niet meer met elkaar.’
‘Waarom?’
‘Cecilia verloor haar maagdelijkheid toen ze eenentwintig was. Dat gebeurde hier in Hedestad na een romance die ze in de zomer had, het jaar nadat Harriët verdwenen was.’
‘En?’
‘De man van wie ze hield heette Peter Samuelsson. Hij werkte als assistent op de boekhouding van het Vanger-concern. Pientere knaap. Werkt momenteel voor abb . Ik zou trots zijn geweest op zo iemand als schoonzoon, als het mijn dochter was geweest. Maar hij had natuurlijk één foutje.’
‘Zeg niet dat het is wat ik denk dat het is.’
‘Harald mat zijn hoofd op of bekeek zijn stamboom, of iets dergelijks en ontdekte dat die jongen voor een kwart Joods was.’
‘Goeie hemel.’
‘Sindsdien noemt hij haar hoer.’
‘Hij wist dat Cecilia en ik ...’
‘Dat weet vermoedelijk het hele dorp behalve mogelijk Isabella, omdat niemand die bij zijn gezonde verstand is haar iets zou vertellen, en ze godzijdank de goede eigenschap heeft om tegen achten ’s avonds in slaap te vallen. Harald heeft vermoedelijk elke stap die je hebt gezet, gevolgd.’
Mikael ging zitten en keek wat onnozel.
‘Dus je bedoelt dat iedereen weet ...’
‘Natuurlijk.’
‘En jij hebt er geen bezwaar tegen?’
‘Beste Mikael, dat is écht mijn zaak niet.’
‘Waar is Cecilia?’
‘Het schooljaar is afgelopen. Ze is zaterdag naar Londen gevlogen om haar zus op te zoeken en daarna gaat ze op vakantie naar ... hm, ik geloof dat het Florida was. Ze is over een maand of zo terug.’
Mikael voelde zich nóg onnozeler.
‘We hebben onze relatie in de ijskast gezet.’
‘Dat begrijp ik, maar dan is het nog steeds mijn zaak niet. Hoe gaat het met je werk?’
Mikael schonk zichzelf koffie in uit Henriks thermoskan. Hij keek de oude man aan.
‘Ik heb nieuw materiaal gevonden en ik geloof dat ik een auto van iemand moet lenen.’
Mikael deed zijn conclusies uitvoerig uit de doeken. Hij haalde zijn iBook uit zijn schoudertas en liet de foto’s zien die aantoonden hoe Harriët op de Järnvägsgatan op iets had gereageerd. Hij legde ook uit hoe hij de toeschouwers met de vakantiecamera had gevonden en hun auto met de sticker van Norsjö Snickerifabrik. Toen hij klaar was met zijn uitleg vroeg Henrik Vanger om de diavoorstelling nogmaals te mogen zien. Mikael startte hem opnieuw.
Toen Henrik Vanger van het computerscherm opkeek was zijn gezicht helemaal grauw. Mikael werd plotseling bang en legde zijn hand op Henriks schouder. Henrik Vanger maakte een afwerend gebaar met zijn hand. Hij zweeg even.
‘Je hebt gedaan wat volgens mij onmogelijk was. Je hebt iets geheel nieuws ontdekt. Hoe denk je verder te gaan?’
‘Ik moet die foto zien te vinden, als die überhaupt nog bestaat.’
Hij zei niets over het gezicht voor het raam en zijn indruk dat het Cecilia Vanger was. Wat vermoedelijk aantoonde dat hij een verre van objectieve privédetective was.
Toen Mikael weer buitenkwam, was Harald Vanger van het toneel verdwenen, mogelijk terug zijn hol in. Toen hij de hoek om liep, ontdekte hij dat er iemand met zijn rug naar hem toe op de brug naar zijn gastenverblijf een krant zat te lezen. In een fractie van een seconde dacht hij dat het Cecilia Vanger was, maar hij zag meteen in dat dat niet het geval was. Op de brug zat een donkerharig meisje dat hij onmiddellijk herkende toen hij dichterbij kwam.
‘Hé, papa,’ zei Pernilla Abrahamsson.
Mikael gaf zijn dochter een dikke pakkerd.
‘Waar kom jij in hemelsnaam vandaan?’
‘Van huis, natuurlijk. Ik ben op weg naar Skellefteå. Ik blijf hier een nachtje logeren.’
‘En hoe heb je me hier gevonden?’
‘Mama wist toch waar je was. En ik heb bij die cafetaria daar gevraagd waar je woonde. Die vrouw verwees me hierheen. Ben ik welkom?’
‘Natuurlijk. Kom binnen. Je had me moeten bellen, dan had ik wat lekkers gekocht en zo.’
‘Ik ben in een opwelling uitgestapt. Ik wilde je verwelkomen toen je uit de gevangenis kwam, maar je hebt niet gebeld.’
‘Het spijt me.’
‘Dat maakt niet uit. Mama heeft verteld dat je altijd in gedachten bent.’
‘Is dat wat ze over me zegt?’
‘Min of meer. Maar dat maakt niet uit. Ik hou toch van je.’
‘Ik hou ook van jou, maar je weet ...’
‘Ik weet het. Ik denk dat ik al vrij volwassen ben.’
Mikael maakte thee en zette koffiebroodjes op tafel. Hij was zich er plotseling van bewust dat wat zijn dochter gezegd had, waar was. Ze was niet langer een klein meisje, ze was bijna zeventien en binnenkort een volwassen vrouw. Hij moest het afleren om haar als een kind te behandelen.
‘En, hoe was het?’
‘Waar?’
‘In de gevangenis.’
Mikael moest lachen.
‘Zou je me geloven als ik je vertel dat het net een betaalde vakantie was waar ik mijn tijd mocht besteden aan denken en schrijven?’
‘Absoluut. Ik denk niet dat er zo’n groot verschil is tussen een gevangenis en een klooster, en mensen gaan al eeuwen het klooster in om zichzelf te ontwikkelen.’
‘Tja, zo kun je het ook zien. Ik hoop niet dat je problemen krijgt omdat je vader in de gevangenis heeft gezeten.’
‘Helemaal niet. Ik ben trots op je en laat geen kans onbenut om erover op te scheppen dat je vanwege je overtuiging gezeten hebt.’
‘Overtuiging?’
‘Ik heb Erika Berger gezien op tv.’
Mikael verbleekte. Hij had geen seconde aan zijn dochter gedacht toen Erika de strategie bedacht had, en ze geloofde blijkbaar dat hij zo maagdelijk onschuldig was als verse sneeuw.
‘Pernilla, ik was niet onschuldig. Het spijt me dat ik niet kan vertellen wat er gebeurd is, maar ik ben niet onterecht veroordeeld. De rechtbank oordeelde op basis van wat ze tijdens het proces te horen kreeg.’
‘Maar je hebt jouw versie nooit verteld.’
‘Nee, omdat ik die niet kan bewijzen. Ik heb een kapitale blunder begaan en moest daarom de bak in.’
‘Oké. Geef dan antwoord op mijn vraag: is Wennerström een schurk of niet?’
‘Hij is een van de ergste schurken met wie ik ooit te maken heb gehad.’
‘Mooi. Dat is voor mij voldoende. Ik heb een cadeautje voor je.’
Ze haalde een pakje uit haar tas. Mikael
maakte het open en vond een cd met het beste van de Eurythmics. Ze
wist dat dat een van zijn oude favoriete groepen was. Hij omhelsde
haar, plugde hem onmiddellijk in zijn iBook en samen luisterden ze
naar Sweet
dreams .
‘Wat ga je helemaal in Skellefteå doen?’ vroeg Mikael.
‘Ik ga naar een Bijbelschool en een catechisatiekamp bij een gemeenschap die Het licht des levens heet,’ antwoordde Pernilla alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Mikael voelde plotseling dat zijn nekharen overeind gingen staan.
Hij zag plotseling in hoeveel zijn dochter en Harriët Vanger op elkaar leken. Pernilla was zestien jaar, net als Harriët toen ze verdween. Beiden hadden een afwezige vader. Beiden werden aangetrokken door religieuze dweperij bij zonderlinge sektes, Harriët bij de plaatselijke pinkstergemeente en Pernilla bij een lokale variant van iets wat net zo geschift leek als de bekende beweging uit Uppsala, Het woord des levens.
Mikael wist niet precies hoe hij met zijn dochters pas gewekte interesse voor religie moest omgaan. Hij was bang om zich ermee te bemoeien en haar het recht te ontnemen om zelf te beslissen welke weg ze in het leven wilde bewandelen. Maar tegelijkertijd was Het licht des levens in allerhoogste mate een gemeenschap waar Erika en hij ongetwijfeld graag een kwaadaardige reportage over zouden willen publiceren in Millennium . Hij besloot de kwestie tijdens de eerste de beste gelegenheid met Pernilla’s moeder te bespreken.
Pernilla sliep in Mikaels bed, terwijl hij zich die nacht uitstrekte op de bank in de keuken. Hij werd wakker met een stijve nek en pijnlijke spieren. Pernilla wilde graag verder, dus maakte Mikael ontbijt klaar en ging hij met haar mee naar het station. Ze hadden wat tijd over, dus ze haalden een kop koffie bij de kiosk en gingen op een bankje aan het eind van het perron zitten en praatten over van alles en nog wat. Vlak voordat de trein vertrok, ging ze op een ander onderwerp over.
‘Je vindt het niet leuk dat ik naar Skellefteå ga,’ constateerde ze plotseling.
Mikael wist niet wat hij moest antwoorden.
‘Dat is niet erg. Maar jij bent geen christen, hè?’
‘Nee, ik ben in elk geval geen goede christen.’
‘Je gelooft niet in God?’
‘Nee, ik geloof niet in God, maar ik respecteer dat jij dat wel doet. Alle mensen moeten iets hebben om in te geloven.’
Toen haar trein het station binnenkwam, omhelsden ze elkaar lang, totdat Pernilla moest instappen. Op weg naar binnen keerde ze zich om.
‘Papa, ik wil geen zieltjes winnen. Voor mij mag je geloven wat je wil en ik zal altijd van je houden. Maar ik vind dat je met je eigen Bijbelstudie moet doorgaan.’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik zag die citaten op de muur,’ zei ze. ‘Maar waarom zo somber en zo neurotisch? Kus. Doei!’
Ze zwaaide en verdween. Mikael bleef perplex op het perron staan en zag de trein naar het noorden vertrekken. Pas toen hij om de hoek verdwenen was, drong de betekenis van haar afscheidscommentaar door tot zijn bewustzijn, en hij kreeg een ijzig gevoel in zijn borst.
Mikael rende het station uit en keek op zijn horloge. Nog veertig minuten voordat de bus naar Hedeby zou vertrekken. Zo lang konden zijn zenuwen niet wachten. Hij haastte zich naar de taxistandplaats aan de andere kant van het Stationsplein en trof Hussein met het Norrlandse dialect aan.
Tien minuten later betaalde Mikael de taxichauffeur en liep hij onmiddellijk naar zijn werkkamer. Hij had het papier boven zijn bureau geplakt.
Hij keek de kamer rond. Toen bedacht hij waar hij een bijbel zou kunnen vinden. Hij nam het papier mee, zocht de sleutels, die hij in een bakje op de vensterbank had gelegd, en jogde de hele weg naar het huisje van Gottfried. Zijn handen beefden toen hij Harriëts bijbel van de plank pakte.
Harriët had geen telefoonnummers opgeschreven. De cijfers sloegen op hoofdstukken en verzen uit Leviticus, het derde boek van Mozes: met de Strafwetten.
(Magda) Leviticus 20 vers 16:
Een vrouw die tot enig dier nadert, opdat het met haar gemeenschap hebbe – de vrouw en het dier zult gij doden, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.
(Sara) Leviticus 21 vers 9:
En wanneer een priesterdochter zich ontheiligt door ontucht te plegen, dan ontheiligt zij daarmee haar vader; met vuur zal zij verbrand worden.
(RJ) Leviticus 1 vers 12:
Dan zal hij het in stukken verdelen, en de priester zal die, met de kop en het vet, schikken op het hout dat op het vuur op het altaar ligt.
(RL) Leviticus 20 vers 27:
Wanneer een man of een vrouw door zich de geest van een dode laat spreken of een waarzeggende geest bezit, zullen zij zeker ter dood gebracht worden; stenigen zal men hen, hun bloedschuld is op hen.
(Mari) Leviticus 20 vers 18:
Een man die bij een vloeiende vrouw ligt en haar schaamte ontbloot – haar bron heeft hij ontbloot en zij heeft de bron van haar bloed ontbloot; beiden zullen zij uitgeroeid worden uit het midden van hun volk.
Mikael liep naar buiten en ging op de brug voor het huis zitten. Dat Harriët hiernaar verwezen had toen ze de cijfers in haar agenda schreef, daarover was geen twijfel mogelijk. Elk citaat was in Harriëts bijbel zorgvuldig onderstreept. Hij stak een sigaret op en luisterde naar het gezang van vogels die zich in de buurt bevonden.
Hij had de cijfers. Maar hij had niet de namen. Magda, Sara, Mari, RJ en RL.
Plotseling opende zich een afgrond toen Mikaels verstand een intuïtieve sprong maakte. Hij herinnerde zich het verbrande slachtoffer, het brandoffer, in Hedestad waarover commissaris Gustaf Morell had verteld. De zaak-Rebecka, ergens eind jaren veertig, het meisje dat was verkracht en vermoord; haar hoofd was op de nog nagloeiende houtblokken in een open haard gelegd. Dan zal hij het in stukken verdelen, en de priester zal die, met de kop en het vet, schikken op het hout dat op het vuur op het altaar ligt. Rebecka. RJ. Wat was haar achternaam geweest?
Waar was Harriët in godsnaam bij betrokken geweest?
Henrik Vanger was plotseling niet lekker geworden en lag al in bed toen Mikael ’s middags aanklopte. Anna liet hem toch binnen en hij mocht de oude man een paar minuten bezoeken.
‘Een zomergriepje,’ verklaarde Henrik snotterend. ‘Wat wil je?’
‘Ik heb een vraag.’
‘Ja?’
‘Heb je gehoord over een moord die ergens in de jaren veertig hier in Hedestad is gepleegd? Een meisje genaamd Rebecka nogwat, dat vermoord werd; haar hoofd werd in een open haard gelegd.’
‘Rebecka Jacobsson,’ zei Henrik Vanger zonder aarzelen. ‘Dat is een naam die ik niet meteen vergeet, maar die ik nu al jaren niet meer heb gehoord.’
‘Maar je weet van die moord af?’
‘Ja, zeker. Rebecka Jacobsson was drieëntwintig of vierentwintig jaar toen ze vermoord werd. Dat was in ... 1949. Het was een zeer omvangrijk onderzoek waar ik zelf ook nog een rolletje in heb gespeeld.’
‘Jij?’ riep Mikael verbaasd uit.
‘Ja. Rebecka Jacobsson werkte als administratief medewerkster bij het Vanger-concern. Ze was een populair meisje dat er heel goed uitzag. Maar waarom vraag je plotseling naar haar?’
Mikael wist niet wat hij moest zeggen. Hij stond op en liep naar het raam.
‘Ik weet het niet precies. Henrik, ik heb misschien iets gevonden, maar ik moet daar nog eens even goed over nadenken.’
‘Je insinueert dat er een verband kan zijn tussen Harriët en Rebecka. Maar er zat ... ruim zeventien jaar tussen die gebeurtenissen.’
‘Laat me erover nadenken. Ik kom morgen langs als je je wat beter voelt.’
Maar Mikael sprak Henrik Vanger de volgende dag niet. Hij zat even voor enen ’s nachts nog steeds aan de keukentafel in Harriëts bijbel te lezen, toen hij het geluid hoorde van een auto die met hoge snelheid over de brug reed. Hij gluurde door het keukenraam en zag een flits van het zwaailicht van een ambulance.
Vol angstige vermoedens rende Mikael naar buiten en volgde de ambulance. Die stond voor de woning van Henrik Vanger geparkeerd. Op de benedenverdieping brandde licht en Mikael begreep meteen dat er iets gebeurd was. Hij was in twee stappen binnen en trof in het voorportaal een geschokte Anna Nygren aan.
‘Zijn hart,’ zei ze. ‘Hij maakte me even geleden wakker en klaagde over pijn op de borst. Toen zakte hij in elkaar.’
Mikael sloeg zijn armen om de loyale huishoudster heen en stond daar nog toen het ambulancepersoneel naar buiten kwam met een ogenschijnlijk levenloze Henrik Vanger op de brancard. Een duidelijk gestreste Martin Vanger volgde in hun kielzog. Hij had al in bed gelegen toen Anna hem had gewaarschuwd; hij droeg pantoffels zonder sokken en zijn gulp stond open. Hij groette Mikael kort en wendde zich tot Anna.
‘Ik ga mee naar het ziekenhuis. Bel Birger en Cecilia,’ instrueerde hij. ‘En laat het Dirch Frode weten.’
‘Ik kan naar Frode gaan,’ bood Mikael aan. Anna knikte dankbaar.
Na middernacht ergens aankloppen, betekent vaak slecht nieuws, dacht Mikael toen hij op de bel van Dirch Frode drukte. Het duurde een paar minuten voordat een duidelijk slaapdronken Frode de deur opende.
‘Ik heb slecht nieuws. Henrik Vanger is net naar het ziekenhuis gebracht. Het lijkt een hartaanval. Martin wilde dat ik het jou zou laten weten.’
‘Jezus,’ zei Dirch Frode. Hij keek op zijn horloge. ‘Het is vrijdag de dertiende,’ zei hij met een onbegrijpelijke logica en een verwarde gezichtsuitdrukking.
Toen Mikael weer thuis was, was het halfdrie. Hij aarzelde even, maar besloot toen het gesprek met Erika uit te stellen. Pas om tien uur de volgende ochtend, toen hij Dirch Frode kort had gesproken op diens mobiel, en zich ervan had verzekerd dat Henrik Vanger nog in leven was, belde hij Erika met de mededeling dat de nieuwe mede-eigenaar van Millennium na een hartaanval naar het ziekenhuis was gebracht. Het bericht werd zoals verwacht met grote verslagenheid en ongerustheid ontvangen.
Pas laat die avond kwam Dirch Frode naar Mikael toe met een uitvoerig verslag over Henrik Vangers gezondheidstoestand.
‘Hij leeft, maar het gaat niet goed met hem. Hij heeft een ernstig infarct gehad en heeft bovendien een infectie opgelopen.’
‘Heb je hem gesproken?’
‘Nee. Hij ligt op de intensive care. Martin en Birger houden de wacht.’
‘De vooruitzichten?’
Dirch Frode maakte een handbeweging.
‘Hij heeft het infarct overleefd en dat is altijd een goed teken. En Henrik heeft op zich een goede conditie. Maar hij is oud. We moeten afwachten.’
Ze zaten een tijdje aan de vergankelijkheid van het leven te denken. Mikael schonk koffie in. Dirch Frode zag er moedeloos uit.
‘Ik moet je een paar vragen stellen over wat er nu gaat gebeuren,’ zei Mikael.
Frode keek hem aan.
‘Aan jouw arbeidsvoorwaarden verandert niets. Die zijn geregeld in een contract dat tot het eind van het jaar loopt. Of Henrik Vanger in leven is of niet. Je hoeft niet ongerust te zijn.’
‘Ik ben niet ongerust en dat was ook niet wat ik bedoelde. Ik vraag me af aan wie ik verslag moet uitbrengen tijdens zijn afwezigheid.’
Dirch Frode zuchtte.
‘Mikael, jij weet net zo goed als ik dat dat verhaal over Harriët Vanger tijdverdrijf voor Henrik is.’
‘Dat moet je niet zeggen.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik heb nieuw bewijsmateriaal gevonden,’ zei Mikael. ‘Ik heb Henrik daar gisteren gedeeltelijk over geïnformeerd. Ik ben bang dat dat heeft bijgedragen aan het veroorzaken van die hartaanval.’
Dirch Frode keek Mikael met een verwonderde blik aan.
‘Je maakt een grapje.’
Mikael schudde zijn hoofd.
‘Dirch, ik heb de laatste dagen meer materiaal over Harriëts verdwijning naar boven gehaald dan het totale officiële onderzoek in ten minste vijfendertig jaar. Mijn probleem is op dit moment dat we nooit hebben afgesproken aan wie ik moet rapporteren als Henrik niet aanwezig is.’
‘Je kunt het mij vertellen.’
‘Oké. Ik moet hiermee verder. Heb je even?’
Mikael deed zijn nieuwe ontdekkingen zo helder mogelijk uit de doeken. Hij toonde de fotosessie van de Järnvägsgatan en hij legde zijn theorie voor. Daarna verklaarde hij hoe zijn eigen dochter het telefoonnummermysterie had opgelost. Ten slotte vertelde hij over de wrede moord op Rebecka Jacobsson in 1949.
De enige informatie die hij nog achterhield, was het gezicht van Cecilia Vanger voor Harriëts raam. Hij wilde nog steeds eerst met haar praten voordat hij haar in een situatie bracht waarin ze ergens van kon worden verdacht.
Er verschenen een paar bezorgde rimpels op Dirch Frodes voorhoofd.
‘Je bedoelt dat de moord op Rebecka samenhangt met de verdwijning van Harriët?’
‘Ik heb geen idee. Dat lijkt onwaarschijnlijk. Maar het feit blijft dat Harriët de initialen RJ in haar agenda had genoteerd samen met de aanwijzing naar de Bijbelse wet met betrekking tot brandoffers. Rebecka Jacobsson is levend verbrand. Er is een duidelijke link met de familie Vanger: ze werkte voor het Vanger-concern.’
‘En hoe verklaar je dit alles?’
‘Dat kan ik nog niet. Maar ik wil verdergaan. Ik beschouw jou als Henriks vertegenwoordiger. Jij moet beslissingen voor hem nemen.’
‘Misschien moeten we de politie informeren.’
‘Nee. In elk geval niet zonder Henriks toestemming. De moord op Rebecka is allang verjaard en het politieonderzoek is gesloten. Ze gaan echt geen nieuw onderzoek starten naar een moord die vierenvijftig jaar geleden gepleegd is.’
‘Ik begrijp het. Wat wil je dan doen?’
Mikael stond op en liep een rondje door de keuken.
‘Ten eerste wil ik het spoor van de amateurfotograaf volgen. Als we kunnen zien wat Harriët zag ... Ik denk dat dat een sleutel kan zijn voor het verdere verloop. Ten tweede heb ik een auto nodig om naar Norsjö te gaan en dat spoor te volgen. En te zien waar me dat heen leidt. En ten derde wil ik die Bijbelcitaten natrekken. We hebben één citaat gekoppeld aan een beestachtige moord. We hebben nog vier citaten over. Om dat te doen ... zou ik eigenlijk hulp nodig hebben.’
‘Wat voor soort hulp?’
‘Ik zou een researchmedewerker nodig hebben die zich door oude persarchieven heen kan worstelen en die Magda en Sara en de andere namen kan vinden. Als het is zoals ik denk, is Rebecka niet het enige slachtoffer.’
‘Je bedoelt dat je iemand anders wilt inwijden ...’
‘Er moet opeens ontzettend veel graafwerk worden verricht. Als ik politieman in een lopend onderzoek was, zou ik de tijd en de middelen kunnen verdelen en mensen voor me kunnen laten zoeken. Ik heb een professional nodig die bekend is met archieven en die tegelijkertijd betrouwbaar is.’
‘Ik begrijp het ... Ik ken een competente onderzoekster. Degene die het persoonsonderzoek naar jou heeft gedaan,’ zei Frode voordat hij zich opeens inhield.
‘Die wát heeft gedaan?’ vroeg Mikael Blomkvist op scherpe toon.
Dirch Frode zag plotseling in dat hij iets had gezegd waarover hij mogelijk had moeten zwijgen. Ik begin oud te worden, dacht hij.
‘Ik dacht hardop. Het was niets,’ probeerde hij.
‘Je hebt een persoonsonderzoek naar mij laten doen?’
‘Dat is niets dramatisch, Mikael. We wilden jou aannemen en hebben gecheckt wat voor soort persoon je was.’
‘Dus daarom weet Henrik Vanger altijd precies hoe en wat. Hoe grondig was dat onderzoek?’
‘Vrij grondig.’
‘Werden de problemen van Millennium erin behandeld?’
Dirch Frode haalde zijn schouders op. ‘Dat was actueel.’
Mikael stak een sigaret op. De vijfde die dag. Hij zag in dat dat roken een slechte gewoonte aan het worden was.
‘Een schriftelijk rapport?’
‘Mikael, het is niets om je druk over te maken.’
‘Ik wil dat rapport lezen,’ zei hij.
‘Rustig maar, er stond niets geks in. We wilden alleen weten wat voor vlees we in de kuip hadden voordat we je aannamen.’
‘Ik wil dat rapport lezen,’ herhaalde Mikael.
‘Daar kan alleen Henrik toestemming voor geven.’
‘Echt? Laat ik het zo zeggen: ik wil dat rapport binnen een uur in handen hebben. Zo niet, dan neem ik op staande voet ontslag en neem ik de avondtrein naar Stockholm. Waar is dat rapport?’
Dirch Frode en Mikael Blomkvist wogen elkaar een paar seconden met hun blik. Toen zuchtte Dirch Frode en sloeg hij zijn ogen neer.
‘Thuis in mijn werkkamer.’
Het geval-Harriët Vanger was ongetwijfeld de meest bizarre geschiedenis waarin Mikael Blomkvist ooit verzeild was geraakt. Het laatste jaar, vanaf het moment dat hij het verhaal over Hans-Erik Wennerström had gepubliceerd, was überhaupt een lange achtbaan geweest – voornamelijk met vrije val. En dat was blijkbaar nog niet voorbij.
Dirch Frode had tot in het oneindige geprobeerd eronderuit te komen. Pas om zes uur ’s avonds had Mikael Lisbeth Salanders rapport in handen. Het bestond uit ruim tachtig pagina’s verslaggeving en honderd kopieën van artikelen, schoolrapporten en andere zaken met details uit Mikaels leven.
Het was een vreemde gewaarwording om over jezelf te lezen in iets wat een combinatie leek van een biografie en een onderzoeksrapport van de geheime dienst. Mikael voelde een stijgende verbazing over de gedetailleerdheid van het rapport. Lisbeth Salander had details aangestipt die bij zijn weten voor eeuwig waren begraven op de composthoop van de geschiedenis. Ze had zijn jeugdliefde beschreven; een vrouw die een vurige syndicaliste was en nu fulltime politica. Met wie had ze in godsnaam allemaal gesproken? Ze had zijn rockband Bootstrap gevonden, die geen levende ziel zich vandaag de dag nog kon herinneren. Ze had zijn financiële situatie gedetailleerd in kaart gebracht. Hoe had ze dat voor elkaar gekregen?
Als journalist had Mikael verscheidene jaren besteed aan het achterhalen van informatie over personen, en zodoende kon hij een zuiver beroepsmatige beoordeling van de kwaliteit van het werk maken. In zijn ogen was er geen twijfel over mogelijk dat Lisbeth Salander een formidabele schatgraver was. Hij betwijfelde of hij zelf een dergelijk rapport zou kunnen samenstellen over een voor hem volstrekt onbekend persoon.
Mikael merkte ook op dat er geen enkele reden was geweest voor Erika en hem om een gepaste afstand te bewaren als ze met Henrik Vanger omgingen; hij was tot in detail geïnformeerd over hun jarenlange relatie en de driehoeksverhouding met Greger Beckman. Lisbeth Salander had ook een zeer exacte beoordeling gemaakt van de toestand van Millennium ; Henrik Vanger had geweten hoe slecht de zaken ervoor stonden toen hij contact opnam met Erika en aanbood mede-eigenaar te worden. Welk spelletje speelt hij eigenlijk?
De Wennerström-affaire werd slechts oppervlakkig behandeld, maar ze had blijkbaar tijdens een van de zittingsdagen als toehoorder in het publiek gezeten. Ze had ook vragen gesteld over Mikaels eigenaardige optreden, toen hij had geweigerd zich tijdens de rechtszaak uit te spreken. Slimme meid, wie het ook was.
Het volgende moment ging Mikael rechtop zitten. Hij geloofde zijn ogen niet. Lisbeth Salander had een korte passage geschreven over hoe zij de verdere ontwikkeling na de rechtszaak beoordeelde. Ze had bijna woordelijk het persbericht weergegeven dat Erika en hij hadden verstuurd toen hij zijn post als verantwoordelijk uitgever van Millennium verliet.
Maar Lisbeth Salander had zijn originele concept gebruikt. Hij keek weer op de omslag van het rapport. Dat was gedateerd drie dagen voordat Mikael Blomkvist het vonnis in handen kreeg. Dit was onmogelijk.
Die dag was het persbericht maar op één plaats ter wereld te lezen. In zijn eigen computer. In zijn iBook, niet in de werkcomputer op de redactie. De tekst was nooit uitgeprint. Zelfs Erika Berger had geen kopie gehad, hoewel ze het onderwerp wel in algemene bewoordingen besproken hadden.
Mikael Blomkvist legde Lisbeth Salanders persoonsonderzoek langzaam neer. Hij besloot geen sigaret op te steken. Hij trok daarentegen zijn jas aan en ging naar buiten, de lichte nacht in, een week voor midzomer. Hij volgde het strand langs de zee-engte, langs het perceel van Cecilia Vanger en de poenerige motorboot voor de villa van Martin Vanger. Hij liep langzaam en nadenkend. Uiteindelijk ging hij op een steen zitten en keek hij naar de knipperende vuurtorens in de Hedestadbocht. Hij kon maar één conclusie trekken.
‘Je bent in mijn computer geweest, juffrouw Salander,’ zei hij hardop. ‘Je bent gewoon een verdomde hacker.’