Hoofdstuk 3

Ik moet stomverbaasd gekeken hebben, want zelfs Marcus die de reacties van zijn toehoorders meestal niet opmerkt wierp een blik op mijn gezicht en zei vlug: 'Als je in mijn schoenen stond, zou je je ook zo voelen, Libertus. Ik ben bang dat mijn moeder zich ermee bemoeit. Gister nog, heb ik een brief van haar ontvangen - meegestuurd met een handelaar in olijfolie die hier op de markt moest zijn - en ze heeft een heleboel plannen waarvan ze denkt dat die 'voor mijn bestwil' zijn. Natuurlijk heb ik haar meteen teruggeschreven om haar op andere gedachten te brengen. Ik bid alleen dat ze haar ideeën niet intussen al heeft uitgevoerd. Die brief heeft er minstens een maand over gedaan om hier aan te komen.'

Ondanks alles kon ik slechts met moeite een glimlach onderdrukken. Het was moeilijk voorstelbaar dat een vermogend en belangrijk man als Marcus een moeder had, en dan ook nog een moeder die hem zei wat hij moest doen. Maar één blik op zijn gezicht maakte me duidelijk dat dit geen zaak was om te glimlachen. 'Wat voor ideeën had ze dan, excellentie?'

'Ze dreigt al een tijdje dat zij een bruid voor me zal zoeken als ik er niet zelf een uitkies,' legde Marcus uit. 'Maar nu zegt ze dat zij er met de keizer over wil spreken - dat ze hem wil vragen wie een geschikte bruid voor mij zou kunnen zijn. Ze schijnt niet in te zien hoe ernstig dat is. Als hij een aanbeveling doet, ben ik min of meer verplicht dat meisje te trouwen, wat ik ook van haar vind. Ik durf Commodus niet tegen mij in te nemen.'

Ik begreep hoezeer hij onder druk stond. 'En u verwacht een kandidate, excellentie?' Het was geen moeilijke gevolgtrekking. De ontgoocheling stond op zijn gezicht te lezen.

'Het schoot me zojuist te binnen,' zei hij verongelijkt, 'dat Felix een dochter heeft. Ik heb haar een keer gezien in Rome, voordat ik van daar vertrok. Ze was toen nog een kind, maar toch al onaantrekkelijk - net als haar moeder, met haar gezicht als een cavaleriepaard en haar stem als ezelgebalk. O grote Minerva, schenkster van wijsheid! Weet je Libertus, dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat hij hier is. Banden met mijn familie zouden Felix enkele solide bondgenoten in Rome opleveren - op het ogenblik kan hij alleen vertrouwen op de keizer, en dat is geen wijsheid. Bij Jupiter! Een gedwongen huwelijk met zijn afzichtelijke dochter - Felix zou het prachtig vinden om mij zo'n boodschap te komen brengen!'

Snel kwam ik op mijn woorden terug. 'Dat weet u niet zeker, excellentie. Het was maar een suggestie van mij. Het is waarschijnlijker dat hij hier op een politieke missie is.' Vreemd nog maar even geleden had dat een veel dreigender alternatief geleken.

Marcus schudde zijn hoofd. 'Nee, het is gewoon logisch. De keizer zou spreken uit naam van Felix, en als zij zo lelijk is, zou haar vader maar wat graag van haar af zijn. Mijn moeder zou het een prachtige verbintenis vinden - al die bezittingen en rijkdom... Bij Jupiter! Die meid zal nu een jaar of eenentwintig zijn, dus het moet wel een vreselijke vogelverschrikker zijn dat ze op die leeftijd nog steeds geen man gevonden heeft. Maar als de keizer het heeft voorgesteld, kan ik moeilijk weigeren...' Hij zweeg, onderbroken door de terugkeer van de boodschapper die hij naar Zetso had gestuurd. 'Nou?'

De jongen had zich gehaast en was buiten adem. 'Zeer vereerde meester, ik heb uw boodschap doorgegeven aan de wagenmenner en hij wacht op u bij het rijtuig. Hij heeft er alleen op aangedrongen dat u uw zaken op de curia zo snel mogelijk afhandelt. Lucius Tigidius Perennis Felix richt vanavond een feestmaal aan en hoopt dat u er ook bij zult zijn.' De slaaf had zijn woorden zorgvuldig gekozen, en ik raadde dat de boodschap in veel krachtiger taal aan hem was meegegeven. Marcus keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Ik knikte, hoewel ik het anders begrepen had. Felix was toch eregast op dit banket, en niet de gastheer? Maar dit was niet de tijd voor het fijne onderscheid. 'Ik sta tot uw dienst, excellentie.'

Marcus zuchtte en gebaarde dat de slaaf weg moest gaan.

'Goed dan, ga maar en zet mijn spullen klaar om te vertrekken.'

De slaaf haastte zich weg en Marcus schonk zich nog een glas wijn in - wat eigenlijk iets ongehoords was - voordat hij zich tot mij wendde. 'Waarom ben ik een paar weken geleden ook niet met Delicta getrouwd? Als ik als getrouwd man in Glevum was teruggekeerd, zou het te laat geweest zijn. Dan zou zelfs Felix geen reden tot misnoegdheid kunnen hebben.'

Daar kon ik moeilijk iets op terug zeggen. De weduwe was mooi, intelligent, rijk en wilde hem graag hebben. Als ik hem was, zou ik allang met haar getrouwd zijn. Ik zweeg. Opeens vrolijkte hij weer op. 'Grote Mercurius, Libertus, zou ik haar nu niet kunnen trouwen?'

Ik staarde hem aan. 'Nu? Vanmiddag?'

'Waarom niet?'

'U kunt moeilijk rechten doen gelden op een usus-huwelijk,' zei ik. 'U hebt meer met haar onder haar dak geslapen dan onder het uwe. En zij is zeker niet een heel jaar bij u geweest.'

Dat was een behoorlijk laatdunkende opmerking, die ik meteen betreurde, maar Marcus werd geheel in beslag genomen door zijn eigen gedachten en had er geen acht op geslagen.

'Ik kan ook geen aanzoek doen voor een mcmus-huwelijk - ik kan haar niet denkbeeldig 'kopen' met mijn eigen middelen. Maar ik zou het op nog een andere manier aan kunnen pakken - een officiële verklaring tegenover een magistraat en de auguur van de familie, en met zeven burgers als getuige. Ik ga zo dadelijk toch naar de curia. Delicta's auspex zal er ook zijn, en ik ken daar toevallig ook een magistraat die mij goed gezind is. Het is niet helemaal volgens de regels, maar hij is mij een paar diensten verschuldigd. Ik weet zeker dat hij ons dat genoegen wil doen.' Hij grijnsde. 'Wat zeg jij ervan, oude vriend?'

'Zal de dame haar toestemming geven?'

'Ja, natuurlijk. Ze heeft al wekenlang tegen haar broers gezegd dat we trouwplannen hebben. En ze zal begrijpen dat er een goede reden is. Natuurlijk heeft ze officieel toestemming nodig van haar voogd - maar omdat ik haar voogd ben,' grijnsde hij, 'zal ik haar nu meteen laten halen.' Hij wilde naar de deur lopen.

Ik hield hem tegen. 'Staat u mij toe, excellentie. Ik ken het huis en zal haar zelf de boodschap overbrengen. Op die manier komt geen enkele bediende er iets van te weten. Als Zetso hun vragen stelt nadat u hier bent vertrokken, zal hij alleen vernemen dat u naar de curia bent, wat hij trouwens al weet. Ik stel voor dat wij er openlijk heen gaan. Dan laat ik de dame al haar dienstmeiden eropuit sturen langs de voorkant van het huis, zodat zij een cape kan aantrekken en ons onopgemerkt achterna kan komen door de achterpoort. Zetso zal weinig aandacht besteden aan haar doen en laten. Laten we hopen dat die magistraat van u zich meegaand opstelt en dat de auspex de voortekenen gunstig uitlegt.'

'Ik heb vorige maand ten gunste van hem geoordeeld in een belastingzaak,' zei Marcus droogjes. 'Dat zou voldoende moeten zijn om de ingewanden in mijn voordeel te laten uitvallen. En gisteren nog heb ik de magistraat op het idee gebracht het huis te kopen van die man in de rechtszaak waar we aanstonds heen gaan. De beschuldigde was blij ervan af te kunnen, ook al was het tegen een erg lage prijs. Volgens mij werkt die magistraat wel mee.'

'Dan hebt u alleen nog zeven burgers nodig als getuigen van uw verklaring.'

Hij wierp een blik op mijn Romeinse toga, die er na onze overhaaste reis naar Corinium nog verfomfaaider dan gewoonlijk uitzag. 'Zes,' zei hij. Dus ik zou ook partij zijn in deze listige stunt. Nou, ik stond er niet onwelwillend tegenover en weigeren kon ik eigenlijk niet. Ik merkte alleen laconiek op: 'Beseft u, excellentie, dat we geen bewijs hebben dat Felix een brief met die inhoud bij zich heeft? Misschien komt u er later achter dat u voor niets met uw

'Delicta' getrouwd bent.' Als mijn beschermheer toch met de dame zou gaan trouwen, dacht ik, kon ik wel riskeren haar bij haar bijnaam te noemen.

Ik had een uitbrander voor mijn brutaliteit verwacht, maar Marcus grijnsde alleen. 'Alles welbeschouwd, Libertus, ben ik bereid dat risico te nemen. En als mijn familie het niet goed vindt dat ik met een vrouw uit de provincie trouw, hebben zij dat aan zichzelf wijten. Goed, dan ga ik me nu voorbereiden voor de curia. Jij kunt Delicta op de hoogte gaan brengen, als je wilt.'

Ik had geen voorbereidingen te treffen en dus begaf ik mij met de twee slavenjongens naar de achterste binnenplaats, waar de privévertrekken lagen. Iedere slaapkamer had een aparte uitgang op de overdekte galerij die aan drie kanten langs de binnentuinen liep. Ik kende de indeling van het huis nog van mijn vorige bezoek en liep met de twee slaven achter mij aan naar de appartementen van de weduwe, enkele met elkaar verbonden kamers: een kleine kleedkamer aan de buitenkant en een paar slaapvertrekken binnen.

Op een teken van mij klopte een van de slaven op de deur. Een kamermeisje deed open. Ik zag Julia Delicta zelf op een vergulde stoel in de binnenkamer zitten, omgeven door een groep vrouwelijke slaven. Een van hen knielde voor haar neer met een spiegel, een ander had een verzameling oliën en kammen bij de hand, terwijl een derde de prachtige blonde lokken van haar meesteres schikte tot zij ze goed vond zitten. Het was een aantrekkelijk tafereel, dat nog des te aantrekkelijker was omdat Delicta's haar precies dezelfde goudblonde kleur had als dat van de dienstmeisje die de deur opendeed. Natuurlijk realiseerde ik mij enkele tellen later - was dit niet verbazend, want het was hetzelfde haar: zo te zien was het haar van de slavin een keer afgeschoren en was er een fijn afgewerkte pruik van gemaakt. Delicta vond hem kennelijk mooi en liet een tweede groeien, anders had ze het meisje al doorverkocht. Veel modebewuste vrouwen kochten slavinnen voor precies hetzelfde doel. Het was geen plezierige gedachte. Mijn eigen vrouw, Gwellia, was van mij weggerukt en als slavin verkocht toen ik nog jong was. Ook zij had prachtig haar: een waterval van ravenzwarte lokken, waarvan ik altijd was blijven dromen. Ik had geen idee waar ze nu was - in al die jaren had ik alleen een keer het gerucht opgevangen dat een Keltische slavin met dezelfde naam was verkocht naar Eboracum - hoewel ik onvermoeibaar naar haar had gezocht sinds ik in vrijheid was gesteld. De gedachte dat zij op deze manier gebruikt zou worden, als een soort menselijk schaap dat werd geschoren voor haar meesteres, was niet erg opbeurend. Toen zag Delicta mij en schonk mij een glimlach bij wijze van begroeting. Al mijn afkeuring verdween als sneeuw voor de zon, en niet voor de eerste keer realiseerde ik mij dat zij een bijzonder aantrekkelijke vrouw was. 'Libertus!' Ze gebaarde dat haar slavinnen ons alleen moesten laten, kwam gracieus overeind en liep met haar geparfumeerde hand uitgestoken op mij toe. 'Neem me niet kwalijk dat ik er niet bij was om je te begroeten. Ik had gehoord dat er bezoek was aangekomen in het huis en was mij aan het voorbereiden om kennis met hen te maken. Ik had niet gedacht dat jij het was. Wat leuk je weer te zien!'

Ze had een manier, een gave welhaast, om iedere man met wie ze sprak het gevoel te geven alsof hij een keizer was. Ik was er zelf ook niet immuun voor. Maar gelukkig ben ik slaaf geweest, en slaven leren vlug genoeg hoe zij hun begeertes moeten beteugelen, ook begeertes waarvan zij zich nauwelijks bewust zijn. Ik vermande mij. 'Vrouwe, ik moet enkele zaken met u bespreken.' Ik knikte naar de dienstmeisjes. 'Onder vier ogen, als ik zo vrij mag zijn. Het betreft uw voogd.'

Ze begreep het onmiddellijk en liep zonder gevolg met mij naar een van de prieeltjes. Ik liet de slavenjongens buiten gehoorsbereik postvatten, ging naast haar zitten en bracht haar op de hoogte van het plan.

Eerst twijfelde zij. 'Maar, Libertus, dat moet toch geregeld worden. Er moet een feestmaal zijn, offergaven, geschenken voor de bedienden. En ik heb er ook geen geschikte kleren voor.'

Omdat dit haar derde bruiloft was, zou ze niet de okerkleurige sluier en de bloemenkransen van een nieuwe bruid hoeven te dragen, maar als je het mij vraagt zijn alle vrouwen hetzelfde. Gwellia zou net zo gereageerd hebben. Op voorzichtige toon zei ik: 'Met respect, vrouwe, maar ik stel voor dat u uw normale kleren draagt. Fijne gewaden zouden alleen de belangstelling van uw slaven wekken - en wie weet wie Zetso al heeft omgekocht om hem zulke dingen te verklikken?'

Ze aarzelde nog steeds. 'Maar de festiviteiten...'

'Die kunnen later nog geregeld worden. Als u vandaag niet met hem trouwt, bent u hem misschien voor altijd kwijt.' Ik keek naar haar gezicht en speelde mijn troefkaart uit.

'Natuurlijk, misschien is hij bereid naar Rome te gaan, met dat meisje te trouwen en dan weer van haar te scheiden - daar zou niemand schande van kunnen spreken als hij zijn plicht bij haar vervuld had.' Als hij haar zwanger had gemaakt, bedoelde ik, maar mijn Keltische fijngevoeligheid verbood mij dat tegen een dame te zeggen.

De Romeinen hebben echter minder remmingen. 'Een kind bij haar gemaakt, bedoel je? Dat wil ik niet. En trouwens, Marcus is zo'n teerhartige dwaas dat hij zijn hart zou verliezen aan dat kind, en dan zou ik hem nooit meer terug kunnen winnen. Nee, ik doe het. Wat wil hij precies dat ik doe?'

Ik vatte de instructies die wij hadden besproken samen en ze hoorde mij oplettend aan. 'Goed dan,' zei ze, 'ik zal doen wat je hebt voorgesteld. Maar als je het goedvindt, neem ik twee van mijn bedienden mee. Laat Marcus die jongens die bij hem waren naar mij sturen. Op die manier kunnen ze geen rapport uitbrengen aan Zetso en kunnen ze niet beweren dat ik ontvoerd ben. Als Felix het soort man is dat je beschrijft, zou hij dat als excuus aan kunnen grijpen om het contract onwettig te laten verklaren.'

Ik knikte en bewonderde haar intelligentie. Ik voegde er nog een paar suggesties van mezelf aan toe en liep toen met haar terug naar haar deur. 'Het spijt me, vrouwe, dat ik mijn beschermheer bij u weghaal,' zei ik, luid genoeg om verstaanbaar te zijn voor de wachtende dienstmeisjes. 'Maar Perennis Felix wacht op hem. Dat zult u wel begrijpen.'

Ze was even snel van begrip als mooi. 'Niets aan te doen,' antwoordde ze met een teleurgestelde, beledigde klank in haar stem. 'Zeg Marcus vaarwel van mij. Hij hoeft me niet te komen opzoeken voordat hij vertrekt - ik ga de stad in om nieuwe stof voor een stola uit te zoeken. Een arme weduwe heeft zo af en toe een pleziertje nodig in het leven.'

Ik liep terug naar Marcus met het nieuws en hij grinnikte trots. 'Een buitengewone vrouw, Libertus. En, ben je klaar?

Zetso staat te wachten.'

En zo werd ik getuige op de bruiloft. Eigenlijk ging het allemaal heel simpel. Marcus handelde zijn rechtszaak af en toen die bijna achter de rug was, kwam Delicta eraan, met haar bedienden en de zes extra getuigen die intussen waren opgetrommeld. Ze trok haar cape uit en stond er ingetogen bij, hoewel zij er in haar eenvoudige tuniek met lange mouwen en amethistkleurige stola betoverend uitzag. Het was moeilijk te zeggen welke bruidsjapon haar beter zou hebben gestaan. De magistraat en de auspex deden wat van hen gevraagd was, wij getuigen voegden onze zegels aan het contract toe en Marcus en Julia Delicta legden officieel de eed af. Ubi tu Gaius, ego Gaia' - 'Waar gij zijt, Gaius, daar ben ik, Gaia.' Ze gaven elkaar zelfs een inderhaast op het keizerlijke altaar gezegende ring als symbool van trouw.

Toen keerden we terug naar Zetso. Delicta zou ons enkele dagen later volgen naar Glevum, waar Marcus haar alle officiële feestmaaltijden en festiviteiten die ze zich maar wenste had beloofd. Zetso was in een slecht humeur omdat wij hem hadden laten wachten, maar koesterde klaarblijkelijk geen enkele verdenking. Marcus en ik namen plaats in het rijtuig en werden hotsend en botsend naar huis gereden, terwijl wij elkaar triomfantelijk glimlachend aankeken.

Als we geweten hadden wat ons te wachten stond, waren we niet zo vrolijk geweest.