Twintig over twee, misschien nog niet iaat genoeg, te veel verkeer, te veel mensen die hem zouden kunnen zien. De onverwachte verschijning in het bos had hem voorzichtiger gemaakt. Vanuit alle kanten werden mensen op hem afgestuurd. Misschien stonden buiten tientallen nieuwsgierige toeschouwers. Door een kier keek hij naar de stille, doodse leegte van hun eigen, overbekende Amstelveense straat. Hij liep door de kamer. Kon er niet mee stoppen, zijn benen volgden hun eigen weg, gehoorzaamden niet meer aan wat hij wilde. Maar wat wilde hij? Met geen mogelijkheid lukte het hem om een antwoord te bedenken.
'Ga je al?' vroeg Mirjam. 'Te vroeg. Jij meer koffie?' Ze schudde haar hoofd.
Hij ging naar de keuken en maakte een tweede kop koffie.
In de kamer was Mirjam op de bank gaan liggen, een hand over haar gezicht. 'Het is mijn schuld,' had ze een paar keer herhaald, maar hij was daar niet op doorgegaan. Even had hij overwogen om naar de politie te rijden, voor het bureau te parkeren, een agent te halen, de achterklep open te houden en te zeggen: kijk, dit vonden we in onze auto. Maar dan was de ellende helemaal niet meer te overzien.
Leo, het was verdomme Leo geweest. Die had dit simpele karweitje voor zijn broer natuurlijk moeten oplossen. Hij had het moeten weten, hoewel hij zich had afgesloten voor die voor de hand liggende conclusie. Karel zette Leo immers altijd in als er handelend moest worden opgetreden.
Na de eerste heftige schrik bij het restaurant, waren ze naar een doodstil parkeerterrein in het Amsterdamse Bos gereden. Geen auto te zien. Terwijl hij zijn adem inhield, had hij de achterklep opengedaan. Zonder dat hij er iets aan kon doen, had hij 'Nee!' geschreeuwd, en daarna nog een paar keer. 'Nee, nee!' Hij was weggerend, zomaar een stuk van het bos in, waar hij was gestruikeld. Enkele minuten bleef hij liggen, terwijl zijn hart als een razende tekeerging. Vochtige bosgrond onder hem. Hij had zijn neus in de bladeren gedrukt en diep de geur ingeademd. De dood, zo moest de dood ruiken, bederfelijk, muf en klam. Zijn vinger deed weer extra pijn. Toen hij terugkwam bij de auto, zat Mirjam achter het stuur. Even leek het erop dat ze van plan was weg te rijden. Net op dat moment zag hij zo'n honderd meter verderop een man aan komen hobbelen in een scootmobiel. In het mandje voorop zat een rafelig wit hondje. Shit! Ivo opende het rechterportier, ging naast Mirjam zitten en deed of hij haar omhelsde. De man was naar hun auto komen rijden en had tegen het raampje aan Mirjams kant geklopt. Ze draaide het naar beneden. Ivo zag nu het gezicht van de man weer voor zich: grote ogen achter de glazen van een plusbril die de man misschien nieuwsgieriger deden lijken dan hij eigenlijk was, een smalle snor boven een streep van een mond, en sterk ingevallen wangen. 'Is er iets?' had hij gevraagd. 'Nee, niets.' 'Ik hoorde iemand heel hard roepen.' 'Dat waren wij in ieder geval niet.' De man keek alsof hij Ivo's gezicht goed in zich op wilde nemen.
Toen de scootmobiel over het pad was verdwenen, had Mirjam de auto gestart en waren ze naar een andere parkeerplaats gereden, aan het eind van de Bosbaan. Daar had Ivo, zijn hoofd half afgewend, met veel moeite Leo's zakken doorzocht. Geen horloge, geen mobieltje. Daarna waren ze naar huis gereden. De auto stond hier nu op straat, voor hun huis, met de verschrikkelijke lading nog steeds in de achterbak.
Misschien was dit het moment om alles op te biechten aan Mirjam, die op de bank zat met haar hoofd in haar handen. Ze zou het begrijpen, nu ze samen bij Karel in de tang zaten.
'Weetje...?' begon hij.
Mirjam haalde haar handen weg. 'Ik kan niet meer. Het is te veel. Dit zijn dingen die helemaal niet horen te gebeuren. Niet hier, tenminste, niet met ons.'
' Maar ik moet je nog iets vertellen.'
'Niet nu.' Mirjam kwam overeind.' Ik weet niet eens of ik nog in bed kan komen of ik niet halverwege in elkaar stort. Sorry dat ik je niet meer kan helpen. Ik zou het graag willen, maar...'
Ze liep half wankelend naar de deur. Ivo kwam snel op haar af om haar te ondersteunen.
'Ik ben stom geweest,' mompelde ze. 'Door mijn stommiteit zitten we nu in de ellende.'
'Stil maar, ga maar slapen. Alles komt goed.' Ivo liep met haar naar de slaapkamer, zag toe hoe ze zich uitkleedde en een nachthemd aantrok. Er stond een supergrote bloeiende rode roos op. De roos werd een kogelgat waaruit het bloed rijkelijk vloeide, over haar lichaam, over haar borsten. Alsof ze daadwerkelijk geveld was, liet ze zich op het bed vallen. Hij trok het dekbed over haar heen en drukte twee zoenen op haar gezicht.
'Slaap lekker.'
'Sorry,' zei ze opnieuw, 'maar ik...' Meteen daarna sliep ze al.
Ivo had nog ruim een uur gewacht. Halfvier was het nu bijna. Het moest zo'n beetje de stilste periode van de nacht zijn. Hij was via de ringweg naar de afslag richting IJmuiden gereden, de weg langs het Noordzeekanaal. De enkele keren dat ze 's zomers naar het strand gingen, volgden ze deze route, om via Beverwijk naar Wijk aan Zee te rijden.
Het liefst zou hij de hele nacht doorrijden. Weg van alles, weg van de problemen. Hij reed langs de staketsels van de enorme kranen van de nieuwe Amsterdamse containerhaven. Dodelijke reuzeninsecten leken het zo, rechtstreeks afkomstig uit een sciencefictionfilm. Laatst had voor het eerst in het bestaan van dit miljoenen- of miljardenproject een schip containers gelost, had hij op het journaal gezien. Als hij zelf ooit verder wilde komen, moest hij in dit soort zaken: grondverkoop, grote projecten, investeringen, plannen, innovatieve ideeën.
Hij stond stil op een parkeerterrein voor het veer bij Buitenhuizen. Met zo weinig verkeer was het waarschijnlijk niet handig om met deze pont, die 's nachts ook bleek te varen, naar de overkant te gaan. Misschien viel hij op. Mensen zouden het zich herinneren: een oude, grijze Volvo.
Met een rustig gangetje reed hij door op de weg langs het Noordzeekanaal. Onderweg naar het strand met Mirjam... een zonnige zondag... ze waren niet vroeg, maar ze zouden blijven eten in een strandpaviljoen... geen geweldige kaart... altijd dat stuk zalm met frites en een bakje sla met dressing uit een flesje... iets te zoete witte wijn of juist te wrang... maar samen op zo'n terras buiten zitten in de vroege avondzon maakte veel, nee, alles goed.
Een claxonnerende auto passeerde hem.
'Fuck you too!' Hij gaf iets meer gas. Uren zou hij willen doorrijden, zeker in deze auto, die hem bijna vertrouwder was dan zijn eigen huis. Hij had de schep, die ze soms in de tuin gebruikten, op de achterbank gelegd, maar tot nu toe had hij niet besloten wat zijn volgende stap zou zijn.
Rechts was een parkeerplaats. Zonder verder na te denken zette hij de auto stil. Aan de andere kant van het dijkje was het Noordzeekanaal, waarin hij zijn vracht zo zou kunnen dumpen. Ivo stapte uit de auto en liep het dijkje op. Het water klotste voor eeuwig tegen de basaltblokken, een rustgevend geluid. Verderop voer een schip richting IJmuiden. Als hij zelf meeging, zou hij alles achter zich kunnen laten. Hij wroette een steen tevoorschijn en wierp hem zo ver mogelijk in het water. De schoorstenen van de Hoogovens braakten dikke rook uit, die hoog in de lucht weer verdreef. Alles loste zich op, nergens bleef iets van over. Hij stond hier niet, hij was hier niet. In de achterbak van zijn auto lag slechts een reserveband. Achter de wolken verscheen de maan. Een scène uit een film, misschien een tv-serie, kwam naar boven. Als er geen lijk was, dan was er evenmin een moordenaar.
Hij liep terug naar de auto, ging achter het stuur zitten en haalde een paar keer diep adem. Na enkele minuten startte hij de auto en reed door naar Zijkanaal B, waar hij linksaf ging, de weg op langs het kanaal. Geen mens te zien.
Zo stil mogelijk kroop hij naast Mirjam. In haar slaap maakte ze een paar licht schokkende bewegingen en murmelde ze enkele onverstaanbare woorden. Halfzeven was het nu. Hij wilde slapen, hij moest slapen, maar het was net of zijn lichaam ver voorbij het punt was waarop dat tot de mogelijkheden behoorde. Steeds hoorde en zag hij weer het met stenen verzwaarde lichaam het water in glijden. Het was een krankzinnig idee om te bedenken dat hij morgen... nee, dat was al vandaag, allerlei afspraken had. Zelfs een bezichtiging en hij moest om drie uur bij de notaris zijn, meende hij zich te herinneren. Het was of de buitenwereld hem in de maling wilde nemen door net te doen alsof alles gewoon door kon gaan.
Hij stapte even voorzichtig uit bed als hij erin was gekropen, griste wat kleren bij elkaar en liep naar de keuken. Daar kleedde hij zich aan, maakte een kop koffie en roosterde een boterham. Aan de keukentafel dronk hij de koffie en at de boterham met marmelade. Dit was een gewone dinsdagochtend. Niets aan de hand, geen vuiltje aan de lucht. Straks aan het werk. Geld verdienen, makelaartje spelen.
Karel zou dit nooit accepteren en daarom moest dit een vervolg krijgen. Een idee dat hij bijna de hele tijd had weten te onderdrukken, kwam onontkoombaar aan de oppervlakte, bubbelend en borrelend, zoals... Nee, het was stom om zichzelf verder op de proef te stellen. Dat idee, dat ging te ver, maar nu hij zich eenmaal op deze route bevond, moest hij hem verder aflopen. Leo was verdwenen, dus Karel zou net zo goed kunnen verdwijnen. Waarom zijn broer wel en hij niet? De gedachte was aan de ene kant rustgevend, aan de andere kant raakte Ivo er meer door in paniek. En die andere kant woog vele malen zwaarder. Een vastgoedman die werd omgelegd, was niets bijzonders meer tegenwoordig. De grote vraag bleef hoe hij zelf zoiets zou kunnen bewerkstelligen, of hij daar het lef voor had. Hij was eigenlijk in een voorstelling beland waarvoor hij geen auditie had gedaan. Nu werd hij gedwongen om mee te spelen, in een rol die hem volstrekt vreemd was. Geen regisseur of souffleur in de buurt. Hij dronk het laatste restje koffie, leunde met zijn ellebogen op het tafelblad en liet zijn hoofd in zijn handen rusten. Elke stap die hij tot nu toe had gezet, was in de verkeerde richting geweest. Daarom was het waarschijnlijk beter om stil te blijven staan, doodstil.
In fasen werd Mirjam wakker, alsof haar geest er niet aan kon toegeven dat ze weer bij bewustzijn kwam. Halfnegen. Straks te laat voor haar werk. O nee, ze zou niet naar kantoor gaan, maar ze herinnerde zich nog wel een afspraak met een medewerker van een uitgeverij die zich had gespecialiseerd in door vrouwen geschreven thrillers. Ene Jeroen Bouwhuis, verantwoordelijk voor publiciteit en promotie. Het gesprek zou over drie vrouwen gaan, die volgens hem topkandidaat waren voor de titel Nederlandse Nicci French. Wat ze zelf had meegemaakt, zou zo in zo'n boek kunnen. Het was wel belangrijk deze afspraak niet af te zeggen. Als ze zich in het gewone leven begaf, werd haar eigen leven misschien ook weer gewoon.
De uitgeverij zou fors moeten adverteren. En een eventuele deal was dat dan een van die schrijfsters zou worden geïnterviewd en een andere mogelijk een column zou krijgen, maar die twee opties moest ze in het redactieoverleg brengen. Ze zat met haar hoofd al volledig in haar werk, toen ze naast zich keek en Ivo miste. Hoe kon ze verdomme aan al dit soort dingen denken en zich niet eens bekommeren om hem ? Misschien was hij nog niet eens thuis. Zijn kleren lagen hier niet. Snel kwam ze overeind en deed een ochtendjas aan. Haar ademhaling werd iets rustiger toen ze uit het raam zijn Volvo geparkeerd zag staan. Ze liep het huis door. In de keuken zat Ivo met zijn hoofd op zijn handen te slapen. Hij leek een klein jongetje dat was overmand door vermoeidheid. Ondanks alles voelde ze de behoefte om hem in haar armen te sluiten.
Ivo had een bezichtiging op de Hoogte Kadijk. Hij moest zijn best doen om wakker en alert te blijven, hoewel hij vanaf het eerste moment al de indruk had dat het niets zou worden, met een mogelijke koper die aan één stuk door kritiek spuide.
ik heb nog een paar andere aanbiedingen,' begon Ivo toen de man al terugtrekkende bewegingen aan het maken was.' In Bui- tenveldert bijvoorbeeld.'
'Voorlopig heb ik genoeg gezien. Ik bel als ik meer wil weten.'
Ze schudden elkaar de hand. De man beende met bijna boze stappen de straat uit.
Voor hij op zijn scooter wegreed, keek Ivo op zijn gsm. Een voicemail van Leguit. Voor de Uiterwaardenstraat mocht hij naar vierhonderdtweeduizend gaan. Ivo belde meteen naar het kantoor van Linders om het bod door te geven.
Verder een sms'je. Van Karel: ER STAAN NU 2 REKENINGEN
open hoe ga je die voldoen?
Ivo werd weer een kitesurfer. De Zuiderpier kwam met een beangstigende snelheid op hem af.
'Kijk, dit wordt volgens mij absoluut de nieuwste thrillersensatie... komt volgend voorjaar uit, ruim voor de Maand van het Spannende Boek.' Met een wervende glimlach hield Jeroen de dummy van het boek omhoog.' Bloedmooi van Monica Meerhof. Verwachten we heel veel van. Gaat het volgens ons helemaal maken. Over een jonge, knappe vrouw, Masha, die ergens in zo'n Vinexwijk komt te wonen. Je kent het wel, Leidsche Rijn of zoiets, Almere misschien. Dat kunnen we altijd nog invullen. Wel een mooi, bijzonder huis, niet middle of the road, zelf ontworpen.'
Mirjam nam het lege boek in handen, maar bladerde er toch even in. Op de achterflap stond een foto van een sprankelende blondine met een kersenrood gestifte mond en een decolleté dat een jaar of tien geleden voor gewaagd zou zijn doorgegaan.
'Die Masha heeft een spannende baan... kostuums ontwerpen voor toneel en zo, en voor de chiquere sekswinkels... om het een beetje interessanter te maken natuurlijk, een beetje kruidi- ger. Met een van die winkels is iets aan de hand. Ik weet niet meer precies wat. Maar goed, ze wordt zwanger... eerste kindje... haar man doet iets in de ICT... en ze stopt voorlopig met werken. Op een dag wordt er aangebeld. Er staat iemand op de stoep en die gooit zomaar zoutzuur in haar gezicht. Nou ja, dat is zo'n beetje het begin. Wurgend spannend. Heel mooi geschreven ook. We zijn hier allemaal kapot van de eerste drie hoofdstukken, die we hebben gelezen.'
Jeroen Bouwhuis praatte door. Ze hoorde zijn stem, geestdriftig als een standwerker op de markt, maar ze verstond hem niet; het bleef achtergrondgeluid. Juist op dit soort momenten kwam alles weer naar boven. Het bleef een raadsel waarom ze had gedaan wat ze had gedaan. Ze had gewoon moeten wachten, geduld moeten hebben, rustig moeten blijven. Op den duur zou ze haar vrijheid zeker terug hebben gekregen. Geld waar je niet over beschikte, dat kon je ook niet betalen.
'En in Love Game gaat het dus om een tennisclub.' Jeroen hield een tweede dummy omhoog, met op de omslag een grote, met bloed bespatte tennisbal, waarover de schaduw van een racket viel. 'Hester van Hoof... Heeft zelf in de top gespeeld. Is jeugdkampioene van Nederland geweest, maar moest door een lullige blessure stoppen. Nou ja, ook helemaal van deze tijd, want het gaat om een nieuw tennispark en er is something rotten met de verkoop van dat stuk grond... voorkennis, vastgoedmaffia, de hele rataplan.'
Beleefd hoorde ze Jeroen aan, ook over het derde boek, waarin een vrouw die op Curagao een horecatent begon, de hoofdpersoon was. Natuurlijk kreeg ze te maken met drugshandel en bolletjesslikkers.
'Drie boeken,' zei ze nadat haar gesprekspartner eindelijk was stilgevallen, 'jullie zouden er heel goed mee kunnen adverteren, zo tussen half en eind november, voor de feestdagen. Misschien in de nieuwe JIJ:, daar zit een groot deel van de doelgroep. Al die jonge vrouwen zijn niet bezig met internetten zoals hun mannen of vrienden, maar die willen lezen, iets wat spannend is en over henzelf gaat. Nou ja, niet echt over henzelf... ze willen uiteraard liever geen zoutzuur in hun gezicht, hè?' «Jeroen glimlachte
'En ja, er verschijnt tegenwoordig zoveel.' Ze had wel eens eerder met uitgeverijen gesproken. Om de lezer te bereiken, was commerciële promotie noodzakelijk. 'Dan kan een advertentie of een serie advertenties bij ons net de doorslag geven. Kijk, dit is een overzicht van onze tarieven. Bij verschillende nummers achter elkaar kunnen we praten over reductie, net als bij een aantal bladen tegelijk, een korte maar hevige of een brede campagne... doet het eigenlijk altijd goed.'
'Misschien een idee,' zei Jeroen. 'Moet ik natuurlijk bespreken met mijn baas.' Hij tuurde nog eens naar het overzicht met de tarieven. Toen haalde hij onder een stapeltje boeken een glanzende foto vandaan. 'Kijk, dit zijn ze alle drie bij elkaar.' Het was net een foto van een dameszanggroepje, zoals ze daar lachend stonden tegen de achtergrond van twee hoogspanningsmasten. De blonde Monica Meerhof in het midden, en naast haar een donkere, kroesharige vrouw, waarschijnlijk van dat boek dat zich op Cura$ao afspeelde, en een met kort, ravenzwart haar. Alle drie cupmaat c, misschien D. Mooi uitgekiend die drie kapsels. Daar zat natuurlijk ook marketing achter.
'Toch een geweldig onderwerp voor een reportage of een interview?' Jeroen keek haar verwachtingsvol aan. 'Als jullie dat doen, in de Viva bijvoorbeeld of anders in dat nieuwe blad waar je het over had, dan kunnen we misschien een afspraak maken. Toch een beetje voor wat hoort wat, hè?'
Mirjam knikte. Het ging altijd om deals, om afspraken waar iedereen beter van hoopte te worden. Maar de vraag was welke deal ze zelf nog kon maken.
'We zoeken naar een goeie naam voor dit trio, voor deze drie fantastische dames.' Jeroen pakte de foto waar hij bijna verliefd naar keek. 'Drie vrouwelijke musketiers... zoiets. Maar dat swingt natuurlijk niet. Iets Engels is waarschijnlijk beter. Helemaal van deze tijd.'
Schrijvers met tieten, dacht Mirjam, maar dat hield ze voor zich.
Notaris Kouwenberg had de laatste zinnen voorgelezen. 'Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de verschenen personen, hebben dezen eenparig verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.' Zoals altijd hing er een wat plechtige stemming in de kamer. Dit was voor veel mensen een hoogtepunt in hun bestaan, een hoogtepunt dat misschien ooit zou transformeren tot ernstig betreurd dieptepunt, maar daar waren ze zich nu niet van bewust. De donkere houten lambrisering, de geschilderde portretten van de voorvaderen van Kouwenberg, de doos met dure sigaren op de tafel, de zware meubelen, alles droeg bij tot de bijna gewijde sfeer.
Ivo zat er voor de verkopende partij. De kopers, het nog altijd even gelukkig ogende stel, dat hij inderdaad bij de bezichtiging goed had ingeschat, werden begeleid door hun makelaar, Theo Holstijn. Ze hadden zeventienduizend van de prijs af gekregen. Nu waren ze verliefd, nu zat alles mee. Het eerste huis van hem en Mirjam. Zij hadden steun gehad van de oude Van der Hoek. Meteen na het tekenen van de akte waren ze naar het huis gereden. Op de kale vloer van wat de slaapkamer zou moeten worden, hadden ze gevreeën.
Opnieuw probeerde Ivo zich te concentreren op de procedure. Handtekeningen werden gezet. De kersverse huizenbezitters zoenden elkaar, en felicitaties werden uitgewisseld.
Ivo drukte hun de hand. 'ik weet zeker dat jullie hier geen spijt van zullen krijgen. Voor de prijs die jullie moeten betalen, is het een fantastisch huis. Veel geluk.'
De donkere vrouw was een en al stralende lach. Ivo werd plotseling besprongen door de behoefte om haar krachtig tegen zich aan te drukken, om zich in haar te verliezen, zijn hoofd in haar prachtig krullende kapsel, en zo alles te laten verdwijnen. Hij hield haar hand langer vast dan nodig was.
Eenmaal buiten stond hij even te dralen. Het was zacht beginnen te regenen, een druilerig buitje. Op de voicemail stond een bericht van Twan IJsbrands van Woonstede BV. Waar Ivo bleef. Hij stond nu al meer dan een kwartier te wachten in de Loman- straat. Verdomme, alweer een dubbele afspraak gemaakt.
Ivo belde meteen terug, verontschuldigde zich en zei dat hij eraan kwam. Hij zette zijn helm op en maakte de bovenste knoop van zijn jas dicht. Op de Hobbemakade, na de kruising met de Ceintuurbaan verscheen een grote, zwarte auto met getinte glazen naast hem. De auto reed gelijk met hem op, maar voor ze bij het volgende stoplicht waren, stuurde de chauffeur onverwachts scherp naar rechts.
' Hé!' schreeuwde Ivo, net voor hij tegen een geparkeerde auto knalde.