Mirjam had haar auto stilgezet langs de kant van de weg. Af en toe kwamen er een paar andere auto's langs, enkele fietsers. Dit weggetje langs de Winkel, hoe vaak had ze dat niet gefietst, samen met haar vader? Dan stopten ze bij de Stokkelaarsbrug voor een flesje fris of een ijsje.

Ze was net weer in het huis geweest en had door de kamers gelopen om alles grondig in zich op te nemen, hoewel dat eigenlijk nergens voor nodig was. Gisteravond was Ivo voorzichtig begonnen over wat hij 'de volgende stap' noemde. Ze wist wat hij bedoelde, maar had hem toch gedwongen het te zeggen.' Nou ja, je weet wel, de spullen, de meubels, waar gaan die naartoe? En het huis natuurlijk, wat wil je daarmee doen?' Ivo zag het waarschijnlijk al voor zich. Een gewild huis in een gewild dorp. Vlak bij Amsterdam, maar toch nog een beetje landelijk. Een mooi huis om te verkopen.Voorlopig mocht niets weg, had ze voor zichzelf al besloten. 'Dat vind je toch ook, hè, papa?' Hij knikte. 'Weet je nog dat je hier een keer gevallen bent, toen er plotseling een hondje overstak? Je probeerde hem te ontwijken en daarom viel je juist.' Ja, dat zou ze nooit vergeten. 'Een gat in je knie, en een schaafwond op je hand. Op je voorhoofd ook, dacht ik. Even was ik bang dat je een hersenschudding had.' ik moest een dag in bed blijven,' zei ze. 'Mama verwende me extra, en jij kwam 's avonds thuis met een mooi boek. De kleine kapitein, dacht ik.' 'Ja, dat heb ik voorgelezen. Een jaar of tien was je, maar volgens mij heb ik je voorgelezen tot je op de middelbare school zat.'

Ze had de neiging om terug te gaan naar het huis, door de kamers te lopen, en een tijdje in een stoel te blijven zitten. Hoe kon Ivo denken dat ze het ooit van de hand zou willen doen? Ze had al een vaag idee waarvoor het zou moeten gaan dienen.

De zon scheen blikkerend in het water. Een meerkoetje stoof achter een ander meerkoetje aan, dat wild met zijn vleugels fladderend en met zijn grote platte poten half over het water lopend, probeerde te ontsnappen. Ondertussen maakte het een driftig, fel geluid, dat de stilte in gelijkmatige stukjes hakte. De achtervolger staakte zijn poging, en dook meteen onder. Een woerd zwom achter een vrouwtjeseend aan, in een rustig tempo, op zo'n twintig centimeter afstand van haar. Je kon zien dat ze bij elkaar hoorden. Hoe wisten eenden dat? Waarom hoorde de ene eend bij de andere? Onverstoorbaar zwommen ze door, onduidelijk waarnaartoe ze onderweg waren.

Het gesprek met Lotty was uitstekend gegaan. Ze had zelf het voorstel aan Frank voorgelegd, en Lotty zou hetzelfde doen bij de man van H&M die uiteindelijk aan die kant het definitieve groene licht moest geven. Daarna was ze even begonnen met de brillen, maar al snel werd het te veel. E-mails, telefoontjes, notities, alles begon in haar hoofd door elkaar te dwarrelen.

Nu startte ze de auto en reed verder het weggetje af. Ze zou hem kunnen bellen, maar dat wilde ze niet. Een verrassing was beter.

'Haar werk is te beschouwen als de uitdrukking van een diepe begaanheid met deze wereld, een intens en diep gevoeld com- mitment aan dit bestaan.' De man keek even de kring rond. Er waren enkele overduidelijke vrienden en bekenden, daarnaast waarschijnlijk collega's van Annet, vaste galeriebezoekers of belangstellende kunstkopers. En natuurlijk familie, veel familie. Ivo had zijn ouders, een van zijn twee broers en twee andere zussen met hun aanhang al begroet, een ouderwets groot provinciaal gezin waren ze geweest. Een paar kleine kinderen waren ook meegekomen. Inmiddels kon Ivo ze nauwelijks meer uit elkaar houden, al die blonde, steilharige jongens en meisjes. Zijn broer Eric scheen met vakantie te zijn, maar dat maakte niet veel uit. Het voordeel van een grote familie: je wordt niet snel gemist; er zijn altijd anderen die de aandacht opeisen. In feite was Annet de enige die hij regelmatig zag, ook omdat zij de enige was die min of meer in de buurt woonde. Ze stond naast Karin, haar vriendin, een plomp gebouwde, geblokte vrouw met kortgeknipt stekeltjeshaar, die gewoonlijk een stevige werkmansbroek met flanellen overhemd droeg, maar nu tot Ivo's verbazing in een frivole jurk was gestoken, met een feestelijk diep decolleté. Een paar jaar geleden had Annet ontdekt dat ze eigenlijk op vrouwen viel en ze was bij Karin ingetrokken. Harry, haar man, bleef in hun oude huis met de twee kinderen, die hier nu ook waren. Harry niet, en dat kon Ivo zich goed voorstellen.

Iedereen had Ivo gecondoleerd met de dood van zijn schoonvader. Ja, ze begrepen heel goed dat Mirjam daarom deze feestelijke gebeurtenis aan zich voorbij liet gaan. Zijn zussen hadden al gezegd dat ze morgen niet zouden kunnen komen.

'En die wereld die is gevuld met raadsels,' ging de inleider door. Hij keek de zaal in door een bril met een opvallend zwaar donkergroen, hoornen montuur. 'De functie van kunst is niet om die raadsels op te lossen. Annet is zo iemand die het raadsel vergroot, die zich inderdaad afvraagt: "Which world?" En dan laat ze die wereld zien via haar interpretatie, via haar geheel eigen, oorspronkelijke visie.' De man nam een slokje water. 'Typerend voor bijna al haar werken is de verantwoordelijkheid die zij als kunstenaar neemt naar haar materiaal toe. Die verantwoordelijkheidszin komt mede tot uitdrukking door de manier waarop ze met dat materiaal omgaat. Zand is niet zomaar zand, metaal is niet zomaar metaal, hout is niet zomaar hout...'

Nee, bedacht Ivo, en een huis is niet zomaar een huis. Opknappen, renoveren, splitsen, samenvoegen, op de markt brengen, onderzoek doen, ja, verdomd, onderzoeken of de fundering oké is.

'...de manier waarop ze met dat materiaal omgaat is van een intieme, samengebalde, persoonlijke expressie, die vaak enkel uitgedrukt wordt door een subtiele, toegevoegde suggestie van de kunstenares, wat soms niet meer inhoudt dan het gericht plaatsen van een krasje of het aanbrengen van een scheur. Maar daarmee...'

Zaterdag zou hij met Mirjam naar Abcoude kunnen gaan. Het was waarschijnlijk beter om daar ter plekke een besluit te nemen over wat ze verder zouden gaan doen. Thuis, in Amstelveen, wilde Mirjam er niet over praten, maar na de begrafenis zou ze beseffen dat ze toch een keer de knoop zouden moeten doorhakken.

' Dit nieuwere werk contrasteert met het oudere, waarvan een aantal geslaagde voorbeelden deel uitmaken van deze prachtige expositie, en waarin een schrijnende anekdotiek de werkelijkheidsbeleving illustreert. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Do- mestic violence...'

Dat had Ivo bij binnenkomst gezien: een poppenhuis, en ergens tussen de minimeubeltjes lag een pop met ingeslagen schedel, waar het bloed uit was gestroomd. Annet had hem verteld dat ze daarvoor haar eigen bloed had gebruikt, om haar 'betrokkenheid gestalte te geven'. Volgens Ivo had Harry, leraar op een school voor moeilijk opvoedbare kinderen en de vleesgeworden vriendelijkheid, zelfs nooit een hand tegen haar opgeheven.

'De ingrepen in het nieuwe werk hebben een ander karakter, ook een andere intentie, omdat ze de toeschouwer een aantal interpretatiesleutels moeten aanreiken zonder dat het object geforceerd wordt om zich anders te gedragen...' Bij dit laatste woord plaatste de inleider met zijn handen twee aanhalingstekens naast zijn hoofd, '...dan in de werkelijkheid. Dat roept suspense op... een spanning tussen de veronderstelde en de afgebeelde realiteit, die zo kenmerkend is voor het werk van Annet Verstegen. Laten we nu voorlopig die spanning even breken door gezamenlijk het glas te heffen op deze prachtige expositie van deze unieke kunstenares.'

Mensen keken om zich heen. 'Ja, het glas te heffen,' herhaalde de inleider, die nu zijn bril afnam. Om zich heen hoorde Ivo het begin van half gemompelde conversaties... intrigerend... bijzonder... interessante benadering... niet altijd makkelijk te begrijpen... heftige ontwikkeling doorgemaakt... wat ze ermee wil zeggen-Die ontwikkeling. Ivo herinnerde zich het kleine zusje dat altijd maar zat te tekenen. Later ging ze schilderen: prachtige portretten, landschappen, stillevens. Ze had talent, dat zei iedereen. Naar de academie, en daar begon de verandering. Eerst was het goed herkenbaar wat ze maakte, maar de werkelijkheid werd steeds verder vervormd zodat die uiteindelijk nergens meer in was terug te herkennen.' Het gaat er niet om wat ik erin leg,' had Annet een keer tegen hem gezegd toen hij vroeg naar bedoelingen, 'maar wat jij erin ziet.' 'En als ik hier bijvoorbeeld een ingestorte cementfabriek in zie, wat dan?' 'Dan is dat toch prachtig?'

Twee meisjes, een beetje schaapachtig lachend, kwamen met overvolle bladen aanzetten: witte en rode wijn, sherry, jus d'orange. Iedereen tastte toe. Een bebaarde man met alcohol- neus als een der eersten.

'Op Annet en op deze prachtige expositie!' riep de inleider boven het geroezemoes uit.

Er werd geproost.

Ivo dronk een glas witte wijn; de goedkoopste chardonnay die je je voor kon stellen, tegelijk zoetig en wrang. Hij maakte een praatje met zijn ouders. De dood van Mirjams vader was een onontkoombaar gespreksonderwerp. Ja, ze zouden ook op de begrafenis komen. En Mirjam, hoe was die eronder? Ivo zei dat ze het niet makkelijk had. 'Ze was ontzettend gek op haar vader.'

Zijn moeder vroeg of hij iets begreep van het werk dat Annet tegenwoordig maakte.

Voordat hij kon reageren, troonde Annet hem mee. 'Goed om je weer 's te zien. Veel huizen verkocht de laatste tijd? Nog veel mensen opgelicht?' Ze keek hem met grote, beschuldigende ogen aan.

'Nou, ik heb...'

'Grapje. Ik zoek nog steeds een nieuw atelier. Je hebt nog niks kunnen vinden? Jij bent m'n grote broer. Maak me niet wijs dat je niks voor mij kan regelen.'

ik zoek al maanden, maar wat ik al eerder zei... 't is ontzettend moeilijk. Ik blijf proberen.'

Annet dronk haar glas leeg, zette het op een passerend dienblad en pakte een vol glas. 'Mirjam is zeker thuis?'

'Ja, ik denk het. Die heeft nu niet zo veel zin in allerlei feestelijke bijeenkomsten.'

'Sterven... rouw... de dood, daar wil ik een keer iets mee doen. Weet je nog, een paar jaar geleden heb ik zo'n object gemaakt met allemaal grafstenen, en daartussen gekleurde knikkers,Playing the game heette het. Wel eens gezien?'

'Ik kan het me niet meer herinneren. Kom je morgen?'

'Misschien. Hangt ervan af hoe dronken Karin en ik vannacht worden. Kijk, wat vind je hiervan? Dit is mijn nieuwste werk.'

In een hoek van de galerieruimte lagen drie bundels door touw bij elkaar gehouden sloophout, bij alle drie een ander soort touw. Waarschijnlijk was dat het persoonlijk accent. Voor het hout waren enkele stukken gereedschap op de grond gedeponeerd: een hamer, een zaag, een nijptang, een paar beitels.

Ivo knikte voorzichtig, deed een pas terug en weer een pas vooruit. Hij staarde aandachtig naar het opgestapelde hout, en probeerde er met alle macht een betekenis aan te hechten, maar kwam niet verder dan: sloophout, sloophout, sloophout...

'Tja,' begon hij, 'wel intrigerend. Het zegt misschien iets over...'

Hij werd onderbroken door Karin. 'Hallo, Ivo, nog gecondoleerd.' Ze sloeg twee armen om hem heen, en zoende hem op zijn beide wangen; geen veegzoenen in de lucht, maar forse plakzoenen. Haar enorme borstpartij duwde tegen zijn maag.

Er was niemand meer in het laboratorium. Door het raam zag ze allerlei apparatuur in het schemerlicht. Het beeld leek uit een film te komen. Een film over een laboratorium waarin geheime medische proeven werden genomen. Ze zaten in het kantoortje, tegenover elkaar, het bureau tussen hen in. Mirjam had voorgesteld naar een hotel te gaan, maar Michiel zei dat hij dat niet kon doen. 'Zomaar even voor een vluggertje zeker. Nee, dat wil ik niet. Het is trouwens al kwart over zes, en ik kan het niet veel later maken.' Een halfuur daarvoor had hij Iris al opgebeld om te zeggen dat hij wat werk af moest zien te krijgen.

iris, altijd Iris,' zei Mirjam.

'Het is haar schuld niet.'

'Nee, natuurlijk niet. Sorry. Ik neem haar niks kwalijk, maar soms kan ik er gewoon niet meer goed tegen. Zeker nu niet. Nu papa dood is, is alles zo leeg, zo helemaal niks. Begrijp je wat ik bedoel?'

Hij boog zich naar voren, over het bureau.' Ik denk het wel.'

Ze legde haar handen voor zich en hij pakte ze. Warme, zwoele handen. Handen die haar moesten strelen, die haar moesten liefhebben. 'Als ik niet bij jou ben, dan... Nou ja, ik weet niet.'

'En Ivo? Je hebt toch wel wat aan Ivo?'

Ze haalde haar schouders op. 'Hij doet ontzettend zijn best, en dan voel ik me weer zo verschrikkelijk schuldig. Het is allemaal zo ingewikkeld.'

Het was net of Michiel plotseling op een idee kwam. 'Maar je zou toch... ik durf het bijna niet te zeggen... Je zou toch bij Ivo...' Toen schrok hij blijkbaar terug voor de consequenties van wat hij wilde zeggen.

Mirjam dacht hem te begrijpen. 'Weggaan bij Ivo... Bedoel je dat?' Dat had ze een keer in een overmoedige bui gezegd, toen ze naast Michiel in bed lag.

Hij knikte, maar het was of hij zich schaamde voor de gedachte.

' En voorlopig alleen gaan wonen?'

'Ja, misschien. Of toch niet... ik weet 't ook niet.'

Tientallen keren eerder was het al door haar hoofd geschoten, maar ze wist dat ze dit niet zou kunnen opbrengen. Waarom ga je bij me weg? Zomaar. Heb je iemand anders? Nee, dat niet. Maar waarom ga je dan weg? Gewoon, ik hou niet meer van je, niet genoeg in ieder geval. Laten we het samen proberen, misschien met iemand praten, een psycholoog of zo, misschien zitten we alleen maar in een soort dip, maar daar kunnen we met z'n tweeën dan weer uit komen als we dat willen.

'Nee, dat kan ik niet,'zei ze. 'Dat valt niet te verkopen aan Ivo.'

'Of twijfel je? Aan ons, bedoel ik.'

'Soms weet ik het allemaal niet meer. We moeten er misschien gewoon een eind aan maken. Ik blijf bij Ivo, jij blijft bij Iris. Lekker rustig en overzichtelijk.' Ze liet zijn handen los, stond op en liep moedeloos naar het raam dat zicht gaf op het laboratorium. 'Hoe is het nu met je werk?'

'Met mijn werk? Prima.'

' En al die plannen waar je het laatst over had? Wat was het ook alweer, iets met speeksel.' Ze wist het nog precies. Kon bijna het hele verhaal navertellen. Niet technisch verantwoord, maar op haar eigen manier. Wanneer ze eraan dacht, leek haar mond extra speeksel te produceren, alsof ze Michiel zo kon helpen.

'Onduidelijk of we ermee door kunnen gaan. Het is toch altijd...' De telefoon ging. Michiel bracht de hoorn naar zijn oor. 'Met BioTê... O, ben jij het. Ja, het is bijna klaar. Een paar minuten, en dan stap ik in de auto... Ja, ik zal onderweg iets meenemen.'

Michiel kwam nu uit zijn stoel, ik moet naar huis.'

'Natuurlijk.'

'Morgen zie ik je weer.'

'Natuurlijk.'

'Of Iris meekomt, weet ik nog niet. Hangt af van hoe ze zich voelt. Je weet 't, soms heeft ze onverwachts een slechte dag.'

'Dat begrijp ik.' Zelf had ze voortdurend slechte dagen, een aaneenschakeling van slechte dagen, en bepaald niet meer onverwachts.

Hij sloeg zijn armen om haar heen.

'Doe dat niet,' mompelde ze.

'Wat zeg je?'

'Nee, niks.'

'Of heb je liever dat ik alleen kom?' vroeg hij.

' Dat maakt niet uit.'

Hij drukte een zoen op haar voorhoofd, die bijna aanvoelde als een afscheidskus, een kus die iets moest afsluiten wat nog in zijn eerste fase was.*

Fragiel, zoals ze op dat kleine podium stond, achter die katheder, fragiel en breekbaar. Ivo voelde een vreemd soort trots. Iedereen wist het: Mirjam, ze was zijn vrouw, zijn echtgenote, ze hoorde bij hem. Ze zweeg nog even, terwijl alle mensen in gespannen afwachting zaten. Zo'n zestig belangstellenden schatte Ivo. Hij zat nu alleen op de voorste rij. Daarachter een paar leden van zijn familie, en verder buren en bekenden, misschien enkele oude zakenrelaties van Mirjams vader, maar die had Ivo eerder nooit ontmoet.

'Papa was een geweldige man,' begon Mirjam. 'Hij probeerde iets van zijn leven te maken. Tegenslag of tegenwerking betekenden alleen dat hij dat met nog meer geestdrift, met extra inzet probeerde.' Ze vertelde verder over haar jeugd, zijn werk, zijn reizen naar het buitenland, en wat hij voor haarzelf had betekend. 'Hoe druk hij het ook had, hij had altijd tijd voor me. En toen mama overleed, de vrouw van wie hij zielsveel had gehouden, ja, toen...' Ze pauzeerde even, sloeg haar ogen neer en keek daarna weer de zaal in. Ivo voelde de spanning. 'Toen werd ons contact steeds belangrijker, toen hadden we alleen elkaar. Maar nu... nu heb ik ook hem niet meer. Nu ligt hij daar. Maar dat is niet mijn echte vader. Die zit in mijn hoofd. Die blijft leven zolang ik blijf leven, omdat ik zoveel aan hem te danken heb...' Ze moest iets wegslikken. 'Dank je, papa. dank je voor alles.'

Er klonk muziek, die Ivo niet kon thuisbrengen. Ze stapte van het podiumpje af en kwam weer naast hem zitten.

Hij legde een hand op haar bovenbeen. 'Mooie toespraak.'Met zijn arm om haar schouder liepen ze achter de zes mannen met de kist naar het graf. Toen ze daar stonden, zag hij uit een ooghoek, hoe Annet en Karin op een holletje aan kwamen zetten. Michiel was er natuurlijk. Voor het begin van de plechtig- heid had hij Iris al verontschuldigd; ze was vandaag te slecht, en bovendien hakte zo'n begrafenis er mentaal veel te hard in.

Na afloop was er koffie met cake, maar ook wijn en frisdrank. Ivo schudde veel handen terwijl hij naast Mirjam stond, maar hij kon zich niet aan de indruk onttrekken dat het alleen om Mirjam ging, dat zij n aanwezigheid hier in feite volstrekt overbodig was. Misschien was hij hier vooral voor zijn eigen familie. Gecondoleerd... gecondoleerd... er kwam geen einde aan. Een man met een pluizige, grijze krans van haar rond zijn verder kale hoofd bleef maar met Mirjam praten over haar vader, over hun middelbareschooltijd, hun kwajongensstreken, de avonturen die ze samen hadden beleefd bij een gezamenlijke vakantie in Zwitserland. Ivo ving enkele flarden op, terwijl de voortgang van de rij stokte, en hij verplicht was zich te blijven onderhouden met een buurvrouw van Mirjams vader, die hij meende al eens eerder te hebben gezien. 'Ja, ik heb hem gevonden,' zei ze. 'Het was een enorme schrik.'

Uiteindelijk stonden Annet en Karin voor hem, beiden met een glas witte wijn in de hand. Karin droeg weer haar gebruikelijke outfit. Ze praatten wat over de vernissage van de vorige dag. Annet bleek drie werken te hebben verkocht. Hun ouders voegden zich bij hen. Ivo's vader oogde plotseling erg oud, alsof hij hier op de begraafplaats een snelwerkend virus had opgelopen.

Ivo bleef met Mirjam tot iedereen weg was.

'Gaat het?' vroeg hij, terwijl ze naar haar auto liepen.

'Nee, maar dat kan toch niet anders? Ik wil even alleen zijn.' Zonder een reactie van hem af te wachten liep ze in de richting van het graf van haar vader. Ivo overwoog om haar te volgen, maar zag ervan af. Op de parkeerplaats pakte hij de gsm uit zijn zak om de voicemail te controleren. Vier berichten, drie van Ka- rel. Hij luisterde het eerste bericht af en wist meteen dat het fout zat. 'Dat pand in de Conradstraat, met die krakers, die zogenaamde kunstenaars...' ja, hij was het zeker niet vergeten, en voor Karel het zei, begreep hij welke kant het uitging. 'Die zitten er nog. Die verdommen het om eruit te gaan. Wat ben je van plan om daaraan te doen?'