15 WAT NOG MEER KAN HELPEN
Veeleer suggesties dan raadgevingen
Meer weten kan helpen is de titel van het eerste hoofdstuk. Consequent aan deze boodschap wordt in de volgende hoofdstukken stilgestaan bij wat mensen bij het doormaken van verdriet kunnen meemaken, en hoe men hen kan helpen in zeer diverse levenssituaties en met verlies op alle leeftijden. In dit laatste hoofdstuk wordt nog een reeks suggesties geformuleerd, die zowel de rouwenden zelf als degenen die hen tot steun willen zijn, kunnen inspireren. Het zijn veeleer suggesties dan raadgevingen, veeleer oriënterende gedachten die de weg kunnen wijzen naar herstel. Bij het formuleren van deze gedachten staat ons het beeld van twee dansers voor ogen. Een rouwende helpen is dansen met hem. Helpers mogen zich niet zien als leidend. Men moet aan de rouwende overlaten het tempo te bepalen, de graad van nabijheid en welke de volgende passen zijn die zullen worden gezet.
Een begin, een midden en een einde...
Een periode van rouw kent een begin, een midden en een einde. Het is belangrijk bij het begin voor ogen te houden dat er een einde komt aan het verdriet. Het is de weg van de natuur dat men erdoorheen raakt, ook al kan men het op heel wat momenten niet geloven. Men moet vaak aan zichzelf zeggen dat er een moment komt dat men opnieuw van het leven zal kunnen houden. Een rouwende beschreef zichzelf als ‘iemand die een hele tijd op de reservebank zat en de wedstrijd niet meespeelde. Deze time-out duurde meer dan vijftien maanden, tot hij een beslissing had genomen over het al dan niet verder leven. Hij moest eerst tot een keuze komen tussen de wens de overledene in de dood te volgen of te kiezen voor datgene wat hem aan het leven bindt.’ Verwerken van verdriet is echter geen rechtlijnig proces. Het is veeleer een processie van Echternach: twee stappen vooruit, één stap achteruit, ups en downs, progressie en terugval. Het is belangrijk zich te realiseren dat het herstelproces bezig is, of men zich nu beter of slechter voelt dan gisteren of dan vijf minuten geleden. Zo verloopt immers het verwerkingsproces. Na de emotionele aardbeving moet men het leven op heel wat punten herzien. Het kan zijn dat men in de spiegel kijkt en zichzelf niet meer herkent.
Ervaren van intense pijn na het verlies van een dierbaar iemand of iets, is normaal en natuurlijk. Het is een bewijs dat men leeft. Het is een teken dat men in staat is te reageren op levenservaringen. De pijn kan worden versterkt door de omstandigheden van het sterven (gewelddadige dood, moord, ongeval veroorzaakt door een dronken chauffeur…), of door de manier waarop het slechte nieuws werd meegedeeld (onhandig, brutaal, onattent…). Een weduwnaar schrijft:‘Toen mijn vrouw stierf, had ik het gevoel dat ik een operatie onderging zonder narcose.’ Men kan zich voelen als iemand die diepe wonden heeft opgelopen, waaruit alle kracht samen met het bloed voortdurend weer wegvloeit. Alles wat men als zorgverlener wil bieden, vloeit mee weg zolang de wonde niet is dichtgegroeid. De wonde kan genezen na enige tijd, maar de littekens blijft men een leven lang met zich meedragen.
In een rouwproces maakt men een heel gamma van gevoelens door. Het is normaal zich verdoofd te voelen en de realiteit niet te beseffen. Dit kan beangstigend zijn. Het is normaal dat men bang is dat men het nooit meer te boven komt. Alle gevoelens zijn normaal, ook het gevoel dat men niets meer voelt. Men kiest niet voor deze gevoelens in een rouwproces. Ze overvallen de rouwende. Ook zelfmoordgedachten zijn normaal, maar ze uitvoeren is niet meer normaal. Zolang men vragen in verband met zelfdoding als vragen houdt en ze niet tot antwoorden maakt, blijft men binnen het normale gebeuren. Verwerken van rouw en verdriet betekent: de gevoelens aanvaarden als een deel van het helingsproces (zie ook hoofdstuk 3). Het helingsproces vraagt tijd. Hoe ingrijpender het verlies, hoe meer tijd het vraagt te verwerken. In een tijd waarin alles snel gaat en men dadelijk alles kan vervangen, is het moeilijk te accepteren dat iets tijd vraagt. Men moet zichzelf deze tijd gunnen en men kan het niet forceren.
Het proces van herstellen van verlies gaat gepaard met ups en downs, als eb en vloed. Het horen van een lied op de radio kan opnieuw doen wegzakken. Het is te verwachten dat dit kan gebeuren. Men kan de gevoelens beter toelaten. Ze gaan weer over zoals de eb en de vloed elkaar afwisselen. Men ervaart vaak het verlies terug in miniatuur bij verjaardagen en andere belangrijke momenten. Na een tijd leert men dit te overleven. De derde verjaardag is reeds gemakkelijker, de vierde nog gemakkelijker. Men kan zich voorbereiden op gevoelige dagen of momenten en plannen om iets te doen dat aangenaam of troostend is.
Er is geen juiste of verkeerde manier van rouwen, maar elk moet een manier vinden die bij zichzelf past. Zolang men werkt aan de vier taken van de rouwarbeid, is men bezig met verwerken. Er zijn heel veel wegen om dezelfde bestemming te bereiken en niet één correcte manier. Elke mens kiest zijn eigen stijl. Adviezen van anderen moet men kritisch bekijken en evalueren of ze passen bij de wijze waarop men zich voelt. Dit betekent niet dat men niet moet luisteren naar de adviezen van anderen. Men mag echter doen wat men zelf belangrijk vindt: naar het kerkhof gaan zoveel men wil; de foto’s ophangen die men verkiest; sommige dingen die aan de overledene doen denken onaangeroerd laten en andere wegnemen.
Erken dat elk verdriet uniek is. Ook al herkent men zichzelf in de ervaringen van anderen en maakt men gelijksoortige gevoelens door, elke persoon ervaart de rouw op een unieke wijze. Hoe men iets ervaart, wordt mede bepaald door heel wat factoren: wie of wat heeft men verloren, hoe heeft men verloren, de eigen persoonlijke karakteristieken, de sociale en lichamelijke conditie. Men kan verdriet niet vergelijken. Twee gezusters reageren anders na het sterven van hun broer, omdat beiden ook een speciale en individuele relatie hadden met hem en omdat ook andere factoren hun persoonlijke rouwreactie beïnvloeden.
Een lange tijd van verdriet is niet een bewijs dat men erg van de ander heeft gehouden. Het is evident dat men van de ander heeft gehouden, anders zou men het verlies niet zo voelen. Een snel herstel is niet een bewijs dat men niet echt van de ander heeft gehouden, maar wel dat men al zijn krachten en energie heeft gericht op het opnieuw leren houden van het leven. Men is niet verplicht langer pijn te voelen dan nodig. Op een zeker moment is het tijd het verlies achter zich te laten en verder te leven. Men is soms verbaasd dat men na een tijd het verdriet mist en men kan zich schuldig voelen dat men opnieuw kan genieten.
Letten op de gezondheid
Om het rouwproces te verdragen en lichamelijke ziekte te vermijden is het belangrijk goed op de gezondheid te letten. Voldoende rust is aangewezen. Rouw verwerken is een uitputtend lichamelijk en emotioneel gebeuren. Momenten van rust zijn noodzakelijk, zonder daarom in blijvende inactiviteit te vervallen. Op het moment dat de innerlijke wereld een chaos is, is het belangrijk een zekere regelmaat te onderhouden in de uiterlijke wereld. Men vermijdt best belangrijke beslissingen en nog meer veranderingen in het leven. De oordeelsvorming is vaak onnauwkeurig en de beslissingsvaardigheid wordt hierdoor gehinderd. Er is reeds genoeg verandering, zowel in de uiterlijke wereld als in de gevoelswereld, zodat men beter constant kan houden wat mogelijk is. Bij noodzakelijke veranderingen of zware inspanningen vraagt men best hulp van betrouwbare anderen.
Fouten maken is een normaal verschijnsel in een rouwproces. Men vergeet zijn sleutels, weet niet waar hij zijn portefeuille heeft gelaten, laat een glas vallen of schrijft zaken verkeerd op. Vergeetachtigheid, gebrek aan concentratie en onhandigheid zijn normale reacties na een verlies. Iedereen maakt al eens mee dat hij naar een plaats gaat om iets te halen en daar aangekomen niet meer weet wat hij kwam zoeken. In een rouwproces doet zich dat echter in ernstiger vorm en frequenter voor. Men kan best geduld hebben met zichzelf. Het is een adequater reactie te lachen met zijn vergeetachtigheid dan zich te irriteren. De normale concentratie komt terug als men zich verder ontwikkelt doorheen het verdriet.
Zichzelf verwennen en vertroetelen. Als men een been breekt, wordt men opgenomen in het ziekenhuis. Vrienden en familieleden brengen bloemen en manden fruit. Men ligt de hele dag in een bed en leest of kijkt televisie. Verpleegkundigen en artsen komen langs, geven aandacht en bemoedigen. Kortom, men wordt vertroeteld. Als men een gebroken hart heeft, verwacht men dat men vrolijk is, dat men zijn familiale verplichtingen nakomt en dat men even energiek en efficiënt is op het werk als voorheen. Men moet dus afrekenen met een wereld die zeer moeilijk accepteert dat emotionele pijn niet alleen kwelt, maar ook iemand verzwakt. Men heeft recht zichzelf te vertroetelen. Suggesties hiervoor zijn: een warm bad nemen, een beker warme melk vóór het slapengaan, iets kopen waarvan men echt geniet, een uitstap of een reis maken, een goed boek lezen, tijd nemen voor zichzelf, naar een aangenaam restaurant gaan ofwel naar een mooie film of opera gaan, een museum bezoeken, voor zichzelf bloemen kopen, kortom: alles waarvan men kan genieten.
Zich omringen met levende dingen helpt om zich niet te isoleren van alles wat leven is. Naast contact met familie en vrienden zijn andere levende dingen rond iemand heel belangrijk: een nieuwe plant, een huisdier, een aquarium met vissen, verse bloemen, of zelfs een schaal met vers fruit kunnen een zekere troost betekenen.
De remedie tegen angst is iets doen. Als men erg bezorgd is om iets, kan men beter iets doen. De actie kan heel eenvoudig zijn: iemand opbellen, een brief schrijven, een wandeling maken, een boek lezen, naar muziek luisteren. Men kan iets ondernemen om de zorgen af te wenden of te bespreken. Het resultaat kan zijn dat men ontdekt dat er niets is om zich abnormaal mee te kwellen. Als men ontdekt dat er wel iets is, kan men in het ondernemen van iets de angst omzetten in energie om iets te veranderen.
Medicatie kan men best zoveel mogelijk vermijden. Een evenwichtige voeding is meer aangewezen. Hierin wordt best speciale aandacht gegeven aan calcium, vitamine D en fosfor, omdat deze voedingsstoffen worden opgebruikt door de stress van de rouw. Regelmatig eten, ook al heeft men bij momenten geen honger, is belangrijk. Men heeft energie nodig om de rouwarbeid te volbrengen. Het is niet aan te raden snel naar medicatie te grijpen om de pijn van het verdriet te vermijden. Medicijnen onderdrukken constructieve emoties als verdriet en kwaadheid. Als men deze noodzakelijke gevoelens begraaft, zullen ze later op een destructieve manier te voorschijn komen. Men kan in het rouwproces geen bochten afsnijden. Het is echter evenzeer af te raden niet te erkennen wanneer medicatie wel is aangewezen. Het kan voorkomen dat men gedurende een geruime tijd niet kan eten of slapen. Men kan ook lichamelijke symptomen ontwikkelen. Een rouwperiode is een periode met hoge lichamelijke risico’s. Het is nodig zich medisch te laten nakijken als de symptomen dit vereisen. Een reeks lichamelijke problemen zijn normale reacties bij rouw, maar soms blijven ze te lang aanslepen of zijn ze zo uitgesproken dat medische zorg is vereist.
Helpen en geholpen worden
Realistisch zijn in wat men van anderen kan verwachten in een rouwproces, maakt dat relaties niet hopeloos vertroebeld raken. Ook al wil men helpen, men is niet in staat de pijn weg te nemen. Men kan enkel ervoor zorgen dat men de rouwende niet alleen laat met de pijn. Het is vaak moeilijk zich niet hulpeloos te voelen in de nabijheid van een rouwende. Het feit dat zorgverleners en familieleden zich machteloos voelen, mag een rouwende er niet van weerhouden een beroep te doen op hen. Vragen van aandacht is soms moeilijker dan vragen van praktische hulp. De dood van een dierbaar iemand beïnvloedt echter de hele familie.Verschillende familieleden beleven het verlies niet allemaal identiek. Hun verwerking verloopt niet volgens hetzelfde tempo en niet met dezelfde intensiteit. Als iemand sterft in een familie, staat elk familielid voor de opdracht het verlies te verwerken, maar tevens wordt men geconfronteerd met veranderingen in de structuur van de familie en in de onderlinge relaties.
Het is opmerkelijk dat door professionele zorgverleners in ziekenhuizen en verzorgingshuizen zo weinig wordt stilgestaan bij de beleving door de verschillende familieleden op het moment dat iemand komt te sterven. Hoogstens is er aandacht voor de eerste rouwopvang. In follow-up wordt zelden voorzien. Een uitdrukkelijke verwijzing voor verdere aandacht naar de huisarts gebeurt weinig systematisch. Nochtans kan het bij heel wat sterfgevallen zinvol zijn dat de huisarts de data noteert in de medische status van de familieleden. Bij een consult kan het belangrijk zijn het verlies openlijk ter sprake te brengen, zeker in de eerste periode nadien en rond de verjaardag van het sterven.
Even belangrijk als spreken over het verlies en ondersteuning krijgen in de rouw is de behoefte aan rust en alleen-zijn. Tijd reserveren voor zichzelf geeft de gelegenheid na te denken over het verlies, de relatie te herbekijken en de gevoelens te beleven. Constant in gezelschap van anderen vertoeven kan men beter vermijden. Ook het voortdurend in de weer zijn, kan een manier zijn om de rouw voor zich uit te schuiven en het verdriet te onderdrukken. Het is aangewezen een goed midden te bewaren tussen de eigen persoonlijke behoeften en deze van anderen.
Een dagboek bijhouden kan helpen. Gedachten en emoties uitschrijven blijkt vaak een goede manier om zich te uiten, om verwarde gevoelens te ordenen en er meer vat op te krijgen. Men mag er echter geen nieuwe verplichting van maken, maar enkel schrijven als men de behoefte voelt en het nalaten als men er geen zin in heeft.
Men interpreteert het bezig-zijn met gedachten en gevoelens in verband met de overledene vaak als ongezond. Ook het ophangen van foto’s en de grote aandacht die hieraan wordt gegeven, worden soms gezien als cultiveren en koesteren van het verdriet. Er is echter niets verkeerds aan het bezig-zijn met herinneringen en foto’s, zolang men maar bezig is met de verwerking van de rouw en verder gaat met leven. In de samenleving en het openbare leven heeft men overal afbeeldingen en foto’s van belangrijke nationale persoonlijkheden die overleden zijn. Men vindt ze terug in alle domeinen van het maatschappelijk leven, als beeltenis op bankbiljetten, op postzegels, in musea. Waarom zou het minder gepast zijn om foto’s van een overleden dierbare op de kast te zetten of op te hangen aan de muren ? Zolang men maar erkent dat de overledene echt dood is, dan is het geen probleem dat men bezig is met foto’s, afbeeldingen. Dezelfde bedenkingen kan men maken ten aanzien van het bewaren van de kleding en andere bezittingen. Als ze de rouwende afhouden van het verderleven en als ze interfereren met het gezond functioneren, dan is er een probleem. Het is belangrijk er rekening mee te houden dat het tijd vraagt om beslissingen te nemen in verband met het wegdoen van de kleding.
Rina is een vrouw van 48 jaar. Enkele maanden na de dood van haar man geeft ze een groot deel van de kleding van haar man mee aan een opkoper. Jassen, kostuums en hemden mogen allemaal weg, maar één broek houdt ze. Om ook deze broek weg te doen, is ze nog te bedroefd. Tot twee jaar na het overlijden legt ze nog elke avond vóór het slapengaan de pijp van haar man klaar. Ze verwijdert de tabak van de vorige dag en stopt de pijp met verse tabak. Omdat haar man met zijn vingers niet meer in een lucifersdoosje kon, haalt ze ook elke avond een lucifer uit het doosje. Door dit elke dag te blijven doen, is ze regelmatig even met haar man bezig. Het is een ritueel dat haar helpt om daarna alleen te gaan slapen. Het stimuleert haar tevens om verder te leven.
Men heeft het in de media zeer vaak over de combinatie drinken en autorijden. Rouw en verdriet kunnen echter, juist zoals alcohol, de geest benevelen, de concentratie bemoeilijken en maken dat iemand niet met zijn gedachten bij het verkeer is. Verdriet overvalt mensen vaak als ze alleen zijn, bijvoorbeeld achter het stuur van de auto. Tranen vertroebelen het zicht. Agressieve gevoelens in de rouw kunnen ook gevaarlijk zijn, als men achter het stuur van de wagen zit. Depressieve gevoelens kunnen maken dat men zich getrokken voelt naar hoge snelheid, naar een boom, naar de vaart.
Het is niet veilig een auto te besturen op momenten van actieve en intense rouw, niet voor zichzelf, niet voor de familie (ook als ze niet in de wagen zitten), niet voor de andere weggebruikers en niet voor de voetgangers. Omdat het concentratievermogen en de reactiesnelheid worden beïnvloed door de rouw, is het aangewezen trager te rijden en te proberen extra zorgvuldig te zijn. Hoe kan men zorgvuldig zijn ? Voor sommigen zijn de uren achter het stuur van de wagen de enige tijd van de dag dat ze alleen zijn en dan komen de tranen. Het kan helpen uit te huilen vooraleer men vertrekt. Men kan zich opsluiten in de badkamer, in de slaapkamer, zorgen dat men een tijdlang alleen is, zodat de opgekropte emoties eruit kunnen komen. Ofwel kan men proberen de tranen in te houden tot men ergens kan parkeren naast de weg, waar men kan uitwenen vooraleer de weg te vervolgen. Men moet zoeken naar passende manieren om verantwoordelijkheid op zich te nemen voor veilig gedrag in het verkeer.
De kracht van de motor is behoorlijk als men boos en opstandig is. Het kan een goede ontlading lijken om roekeloos de snelheid op te drijven. Misschien is de geliefde zelf doodgereden in het verkeer. Het helpt echter niet om een andere dood te riskeren. Men heeft soms dusdanig te kampen met gevoelens van zinloosheid van het leven en met het verlangen dat er een einde zou komen aan de pijn, dat men dingen buiten perspectief ziet en zorgeloos rijdt. Het gebeurt ook frequent dat men gewoon met zijn gedachten bij de overledene is en zich niet concentreert op het verkeer. Eventueel moet men vragen met iemand mee te rijden en zelf niet de wagen besturen op moeilijke momenten.
Feestdagen
Er is vaak een grote tegenstelling tussen de manier waarop een rouwende zich innerlijk voelt en de uiterlijke wereld op feestdagen, zoals Kerstmis, nieuwjaar, Pasen. Men kan ongeveer alle mogelijke gevoelens ervaren, behalve ‘vrolijk’ kerstfeest, ‘gelukkig’ nieuwjaar, ‘zalig’ Pasen. Het gevoel van eenzaamheid kan op dergelijke dagen bijzonder groot zijn. De versierde etalages, de kerstbomen, de feestverlichting en de stemmige sfeer in kerken roepen pijnlijke gevoelens op. De uiterlijke wereld doet commercieel wreed en meedogenloos aan. Men krijgt het gevoel niet meer te passen in deze wereld. Te midden van al deze mensen die zo ‘vrolijk’ zijn, vindt men geen plaats om zich te verbergen. Men voelt zich anders dan al de anderen.
Jana koopt een kerstgeschenk voor haar vader. Haar vader is in mei overleden. Jana is vijftien jaar. Met Kerstmis koopt ze met haar laatste spaarcenten een lievelingsgeschenk voor haar vader. Ze durft aan niemand te vertellen dat ze iets voor hem heeft gekocht. Het is haar eerste Kerstmis zonder vader.
Een gezin kent meer feestdagen per jaar dan de officiële feesten, die gekoppeld zijn aan belangrijke momenten in het burgerlijk en het kerkelijk jaar. Men heeft het sinterklaasfeest, dat een moeilijk moment kan zijn voor ouders van wie hun kind is gestorven, of voor kinderen van wie de ouder die steeds voor de geschenken zorgde, is overleden. Dan zijn er nog vaderdag en moederdag, de verjaardagen van de gezinsleden, de verjaardag van de overledene, de naamdagen, de verjaardag van het huwelijk, de verjaardag van het overlijden. Feestdagen zijn voor rouwenden vaak treurdagen, dagen van intens gemis en van groot verdriet. Het zijn dagen om in familiekring door te brengen, dagen waarop de afleiding van het werk, de school of andere activiteiten buitenshuis wegvalt. Het gezin en de familie worden des te meer geconfronteerd met het verlies. Men verwacht dat iedereen op dergelijke dagen nieuwe verbondenheid voelt. Door deze irrealistische verwachtingen wordt het gemis van een dierbare echter nog sterker geaccentueerd dan op andere momenten. Men kan de pijn niet vermijden, maar wel een aantal zaken ondernemen om de feestdagen beter te overleven. Er worden enkele suggesties voorgesteld.
Men kan vooraf plannen wat men op deze dagen wel en niet zal doen. Zich voorbereiden op deze dag maakt dat men in zekere zin vooraf enige controle kan uitoefenen. Het is belangrijk de gezinsleden te betrekken in de afspraken en ook te luisteren naar wat kinderen wensen te doen op deze dag. Men moet kiezen wat voor zichzelf en voor de familie het meest gepast lijkt op dat moment. Het moet geen plan zijn voor al de feesten die nog zullen volgen. Men maakt zich best nog geen zorgen voor de volgende jaren. Wat men plant voor dit jaar, kan het volgende jaar worden veranderd of herzien. Men zal dan op een ander punt zijn aangekomen in de rouwverwerking en in het leven. Vaak is de pijn die men vooraf vreest, erger dan de feestdag zelf. Guido Gezelle schrijft in een gedicht: ‘De mens lijdt het meest door ’t lijden dat hij vreest en dat nimmer op komt dagen, zodat hij meer te dragen heeft dan God hem te dragen geeft.’ Evenwel, men slaagt er zelden in zonder lijden en pijn de feestdagen door te komen.
Men dient er rekening mee te houden dat men nog niet op het gewone niveau kan functioneren. Men moet proberen uit te maken wat men aankan en wat niet. Men kan dan afspraken maken met familie en vrienden, zoals over: of men wenst samen te praten over de overledene; of men de verantwoordelijkheid voor het diner op zich kan nemen, ofwel wenst dat iemand anders ervoor zorgt; of men de feesten thuis wil vieren, ofwel op een andere plaats wenst te zijn. Dingen op een andere manier doen dan gewoonlijk, kan soms maken dat ze minder pijnlijk zijn. Men kan bijvoorbeeld de geschenken openen op de vooravond van Kerstmis in plaats van op de dag zelf. Men kan de nachtmis bijwonen in een andere kerk. Men kan anderen vragen iets te bakken, of de maaltijd gebruiken in het huis van de kinderen in plaats van in het eigen huis.
De inkopen organiseert men best vooraf. Men kan zich concentreren op enkele winkels, of een lijst opmaken en iemand vragen om alles mee te brengen. Ook kan men hulp vragen voor andere taken zoals het versieren van de kerstboom, zodat men niet alleen is met het verdriet. Men neemt best niet te veel op zich. Feestdagen zijn vermoeiende dagen voor iedereen en niet alleen voor de rouwende. Als rouwende moet men extra oppassen dat men zichzelf niet overvraagt. Overdadig eten, te veel alcohol en te lang opblijven: dat alles is vermoeiend voor iedereen. Voor de rouwende kan het echter uitputtend zijn en depressieve gevoelens versterken. Men staat immers voortdurend voor een dubbele opdracht: de gewone taken afwerken en daarnaast de emotionele arbeid voortzetten, die bestaat uit het afwerken van de rouwtaken. Het is nodig dat men voldoende tijd neemt voor zichzelf.
Belangrijk kan zijn iets symbolisch te doen. Men kan een speciale kaars branden ter nagedachtenis. Men kan herinneringen ophalen en het verdriet samen delen. Het is normaal dat men de overledene mist en dat men verdriet voelt. Men kan ook vragen dat iedereen op een kaartje iets opschrijft dat doet denken aan de overledene en men kan deze kaartjes aan de kerstboom hangen, zodat men ze samen kan lezen. Men kan ook iets doen voor anderen, bijvoorbeeld: een eenzame uitnodigen, een gift schenken ter nagedachtenis.
Feestdagen zijn voor rouwende kinderen niet alleen bijzondere dagen, maar ook dagen waarop ze het verdriet heel intens kunnen voelen. Het vooraf betrekken van de kinderen in het plannen van de feestdagen, kan helpen. Het komt erop aan dat men hun de kans geeft hun verdriet te uiten, zodat het eventueel gemeenschappelijk kan worden beleefd. De basisboodschap die men aan kinderen duidelijk kan maken, is dat verdriet te maken heeft met liefde die verloren is gegaan. Als men in saamhorigheid de feesten vooraf kan plannen, ook al voelt men de pijn, dan leeft toch iets door van de liefde, die tenslotte ook aan de basis ligt van het verdriet.
Ellen ervoer een schrijnend contrast tijdens de kerstdagen. De man van Ellen is in maart omgekomen bij een ongeval. Hij was 32 jaar oud. Ze schrijft over de eerste jaarwisseling nadien: ‘De kerstdagen en de jaarwisseling waren extra zwarte dagen. Normaliter dagen van warmte, vreugde, gezelligheid en geluk. Nu waren ze zo ondraaglijk, zo pijnlijk en zo onaanvaardbaar ! Het went echt niet. Ik heb nooit geweten wat huilen was, maar nu weet ik het echt. Door mijn grote verdriet en het leed dat ik draag, heb ik het gevoel niet te worden begrepen door de dichtste familie en vrienden. Dat maakt mij een totaal ander persoon. Ik was altijd zo open, eerlijk, oprecht, luisterbereid en bereidwillig ! Nu heb ik het gevoel steeds te moeten vechten voor mezelf. Ik moet me verdedigen en bouw een pantser rondom mij. Ik heb er genoeg van. Op afstand observeert men mij. Men geeft me adviezen, kritiek en eindeloze schuldgevoelens, omdat ik er niet in slaag eraan te beantwoorden. Waarom doen mensen plots zo vreemd tegenover iemand in een rouwproces ? Is dat voor hen draaglijker dan mee het verlies van mijn man te verwerken ? Ze zouden beter vragen hoe ik en de kinderen ons voelen. Maar dat domein raken ze niet aan. Ik ben zo met Roel en mezelf bezig. Nog steeds heb ik het gevoel hem weer te zien. Ik kijk uit naar het weerzien. Wat is er aan de hand ? Is het die plotse dood die ik niet kan plaatsen, verwerken of dragen ? Ik zoek Roel nog heel vaak. Voortdurend ben ik ontgoocheld en teleurgesteld. Ik blijf maar zwemmen en vind geen oever. Ik voel me zo machteloos, zo radeloos, verdrietig, jaloers, boos, en dan die ongelofelijke leegte... Het moeten missen is zo groot dat weinig of niets me kan raken. Mijn droom werd aan scherven geslagen. Ik voel me nu behoren tot die veel grotere massa van gehavende mensen. Mensen met een gebroken ideaalbeeld: ‘het ideaal’ om een gezin te stichten en daar bovenop een geëngageerd leven. Ooit hoop ik terug een semi-normaal gezinsleven op te bouwen, maar echt overtuigd ben ik nog niet. Ik ben blij dat ik naar jou kan schrijven op zulke dagen. Het heeft me veel baat gebracht in mijn rouwproces. Het was een steun, een parameter, een gevoel van zekerheid, een gevoel van gedragen worden naar een tijd waar ik ooit weer eens zal kunnen leven.’
Geloof en levensbeschouwing
In het zoeken naar zingeving kan het geloof of de levensbeschouwing een voorname rol spelen. Hiermee wordt niet gesuggereerd dat het geloof pasklare antwoorden aanreikt aan mensen in verdriet. Met het aandragen van God of pasklare antwoorden kan de uiting van verdriet veeleer worden afgeremd en de rouwverwerking gehinderd. Het is ook niet zo dat gelovige mensen er per definitie gemakkelijker toe komen het verlies van een dierbare te verwerken dan ongelovigen. Vanuit een gelovige levenshouding wordt men echter uitgenodigd dood en lijden in een breder perspectief te plaatsen. Er is niet alleen verlies, maar ook hoop en verwachting op een herenigd worden in een hiernamaals. Er is niet alleen verbrokenheid, maar ook een verwijzing naar verbondenheid over de grenzen van het leven heen. Een geloofsvisie kan helpen om het sterven van een dierbare niet alleen te beleven binnen het verhaal van de eigen levensgeschiedenis. Men wordt in het geloof uitgenodigd het verhaal tussen de wieg en het graf te zien als iets dat deel uitmaakt van een breder onderliggend verhaal van mensen, dat zij door de eeuwen heen aan elkaar hebben doorgegeven, zoals met name het verhaal van God met de mensen. Geloof bevat een uitnodiging om te zoeken naar een spiritualiteit, een visie en een wijze van leven, die de mens helpen zijn eigen levensverhaal in diepere samenhang te verstaan, zodat het sterven van dierbaren en het eigen sterven er ten einde deel van kunnen uitmaken.
Geloof verenigt mensen ook vaak in een geloofsgemeenschap waarin zorg en steun worden ervaren. In de gelovige rituelen bij afscheid wordt geprobeerd iets te verwoorden van de verbondenheid met een breder levensverhaal. Tevens kan ook worden opgeroepen tot steun en verbondenheid in het verdriet. Men kan mensen zowel inzicht als steun aanreiken om te komen tot een gezonde uiting van verdriet. Sommige rouwenden hebben grote moeite met het beeld van een rechtvaardige God. Hun agressie en opstandigheid kunnen zich dan ook op God richten. Het is zeer belangrijk dat deze agressie kan worden geuit als een normaal gevoel in elke rouwverwerking.
Het is zelden adequate troost om met religieuze woorden en aanbevelingen te komen, in plaats van aandachtig te luisteren naar de manier waarop rouwenden zelf houvast zoeken in hun geloof, of in hun verbijstering alle geloof afwijzen. Men mag niet vergeten dat een rouwende op de eerste plaats mens is, op de tweede plaats man of vrouw of kind, en dan gelovige. Pas als men weer mens wordt en man of vrouw, doorheen het verdriet, komt men ook gaandeweg weer toe aan het gelovig-zijn. Verdriet en rouw hebben veel weg van een verbroken verbinding. Pas op het moment dat de draden weer worden vastgemaakt aan die van andere mensen, waardoor de rouwende weer begint te leven en een zekere warmte in de menselijke contacten kan ervaren, pas dan herleeft ook de mogelijkheid contact met de Andere te maken. Dit houdt een pleidooi in om de rouwenden niet te snel met religieuze taal te overladen, maar om iets van de verbondenheid die het geloof uitdrukt, te laten voelen in tastbare aanwezigheid, in een luisterend contact. God heeft tenslotte geen andere handen, ogen en oren dan deze van de medemens. In een attente aanwezigheid laat men voor de gelovige iets doorklinken van de eigen zinservaring. Als men mensen ten diepste nabij is, zal men beseffen dat de waarom-vraag niet altijd kan worden opgelost. Ze vraagt ook niet altijd om te worden opgelost maar om te worden uitgehouden. In onoverkomelijke situaties van diep verdriet moet men zich niet in de eerste plaats afvragen wat men aan de rouwende moet zeggen, maar veeleer wat de mens in verdriet zelf te zeggen heeft. Pas dan is men echt aanwezig vanuit de diepste zin van het bestaan en creëert men geestelijke ruimte om het geloof van de ander te laten doorklinken.
Mensen die niet gelovig zijn – die van een vrijzinnige levensbeschouwing zijn – zoeken deze zingeving niet in een transcendente werkelijkheid maar in een verbondenheid tussen mensen, een voortleven in de herinnering en in menselijke waarden. Ook hier kan men troost betekenen door aandachtig te luisteren, te laten uitspreken van het eigen aanvoelen van zin en onzin, zodat men aansluiting vindt bij deze levensbeschouwing die in het eigen leven als houvast wordt ervaren.
Zelfhulpgroepen
Zelfhulpgroepen kunnen voor sommigen een bijzondere ondersteuning betekenen in hun verdriet en in hun zoektocht naar herstel. Zelfhulpgroepen zijn geen vervanging voor de professionele hulp, als deze nodig mocht zijn. De steun echter die men in zelfhulpgroepen ervaart, maakt dat sommigen die niet op eigen kracht alleen en met de hulp van hun natuurlijke omgeving hun verlies te boven kunnen komen, tot verwerking geraken zonder dat hiervoor meer gespecialiseerde hulp nodig is.
Een belangrijke sleutel om te begrijpen waarom zelfhulpgroepen zo belangrijk kunnen zijn, is de taal van de wederzijdse ervaring. Naast de professionele deskundigheid bestaat er zoiets als ervaringsdeskundigheid: deskundigheid van mensen die een gelijksoortig verlies hebben ervaren en kunnen spreken vanuit het leven hiermee. Men kan dit vergelijken met het beeld van iemand die zich in een bepaalde streek gaat vestigen. Vanuit de professionele kennis kent men de landkaart van de streek. Men kan elke weg, elke rivier situeren en men weet precies waar deze begint en eindigt. Als lotgenoot leeft men echter in het landschap. Men bekijkt van daaruit de weg en de rivier. Men weet dat deze bepaalde weg er anders bij ligt in de lente dan in een regenachtige herfst, in de morgen en in de avond, na een dag regen en na een droge zomer. Men kent de geur van bos en veld. De professionele zorgverlener leeft niet in het landschap, maar kent de landkaart. Beide kunnen belangrijk zijn. Een arts, een professioneel begeleider kan precies vertellen hoe de rouwverwerking in haar werk kan gaan. Een lotgenoot kan vertellen wat het betekent hier elke dag mee te leven, hoe men de feesten kan doorkomen en stilaan opnieuw aandacht voor de toekomst voelt groeien en hoe het verloren verleden op een bepaald moment minder dwingend kan worden. Een lotgenoot die reeds een stap verder is in het herstelproces, is vooral het levende teken en bewijs dat herstel na een zwaar verlies mogelijk is.
De waarde en betekenis die zelfhulpgroepen voor lotgenoten kunnen hebben, kunnen meer systematisch worden omschreven als volgt:
1. Het is een gelegenheid voor persoonlijke uitwisseling gebaseerd op een gemeenschappelijke en gedeelde ervaring, met mensen die hetzelfde hebben doorgemaakt. De wederkerigheid is zeer belangrijk. Iedereen geeft en ontvangt afwisselend.
2. Het is een kans om meer te leren over het gemeenschappelijke probleem. Men spreekt hier soms over ‘cognitief anti-gif’. Kennis en informatie kunnen mensen helpen om bepaalde reacties te voorzien, beter te begrijpen, zodat men zijn evenwicht kan bewaren.
3. Het gaat om vrijwillige hulpverlening. Er zijn geen kosten aan verbonden, wat voor sommigen helpt om de drempel te overschrijden.
4. Het is een kans om de eigen ervaring en beleving te normaliseren. Men ontdekt dat anderen dezelfde gevoelens en reacties meemaken en dat deze typisch zijn voor dergelijke omstandigheden. Het kan een grote opluchting zijn te ontdekken dat men niet zo gek is als men zelf denkt, maar vanuit de ervaring te horen dat anderen gelijksoortige ervaringen meemaken.
5. Men leert niet alleen uit de ervaring van anderen wat normale reacties en gevoelens zijn in de rouw, maar men kan ook leren hoe adequaat om te gaan met bepaalde problemen. Niemand heeft alle antwoorden. In groepsverband ontdekt men wat kan helpen om de feestdagen door te komen, hoe men in een werksituatie het stilzwijgen kan verbreken, hoe men met de school kan praten over het verdriet van de kinderen, wat men kan doen met de kleding van de overledene en hoe bepaalde herinneringen zowel pijn als troost kunnen betekenen. Men kan vanuit gelijksoortige ervaringen functioneren als rolmodel voor elkaar.
6. Door de voortdurende bevestiging die men kan ervaren in de groep, wordt men gestimuleerd opnieuw de situatie te leren beheersen, in plaats van zelf te worden beheerst door de omstandigheden. Het feit dat men bij elkaar zowel groei als terugval ervaart en dat men dat herkent in het eigen zoeken naar uitkomst, versterkt geleidelijk aan het gevoel van zelfwaarde. ‘Ik ben toch niet zo abnormaal.’
7. Het is een mogelijkheid gevoelens te ordenen. Door het uiten van gevoelens in een milieu waarin deze worden geaccepteerd, kan men ordening brengen in de chaos. Men kan ze geleidelijk aan op een rijtje zetten. Het eindeloos mogen vertellen van wat-en-hoe betekent uiteindelijk het een stukje-bij-stukjelaten-opbranden. In het zich opgenomen voelen en gedragen weten door meerdere mensen, voelt men troost. Troost heeft te maken met zwijgend nabijzijn, met vertrouwen en verbondenheid.
8. De steun blijft meestal niet beperkt tot de groepsbijeenkomsten. Iemand die het steeds ’s morgens bij het opstaan zeer moeilijk heeft, kan de volgende morgen een spontane telefoon krijgen van de persoon die naast hem zat in de groepsbijeenkomst. Iemand anders die nauwelijks nog vooruit kon, kreeg een hele middag bezoek van iemand uit de groep en het was een stimulans om opnieuw te geloven dat hij toch voor iemand de moeite waard was. Hiermee worden noden gelenigd die men niet steeds ter harte kan nemen binnen professionele zorgverleningsrelaties.
9. Zelfhulpgroepen geven aan mensen tevens de kans zowel geholpene als helper te zijn terzelfder tijd. Men kan concrete hulp en steun betekenen voor anderen. In het delen van de eigen ervaringen brengt men inzicht bij. Men leert van elkaar en aan elkaar hoe om te gaan met moeilijke ervaringen. Het gaat om wederzijdse hulpverlening: helpen en geholpen worden. Een van de belangrijkste effecten van zelfhulpgroepen ligt precies in het feit dat het zelfvertrouwen van de leden opnieuw wordt opgebouwd in het ervaren dat men in staat is voor anderen iets te doen en te betekenen. Weten dat men nuttig is voor iemand anders, is een van de beste geneesmiddelen in een periode van rouw of verdriet. Verdriet geeft mensen immers vaak een gevoel van nutteloosheid en waardeloosheid.
Bij bepaalde vormen van verlies ervaren mensen een zelfhulpgroep als de enige plaats waar ze echt met hun gevoelens en belevingen terechtkunnen. Dit is vooral het geval bij verliezen waartegenover in de samenleving een grote onwennigheid bestaat: kinderen van wie hun vader de moeder vermoordde; familieleden van iemand die door zelfdoding om het leven is gekomen; nabestaanden van aidspatiënten die zich gestigmatiseerd voelen; ouders van overleden kinderen die bij overlijden nog nauwelijks gekend waren door anderen. In een groep van lotgenoten kan men de erkenning vinden en de onvoorwaardelijke acceptatie, die men mist in de gewone samenleving.
Behoefte aan gespecialiseerde hulp
Er zijn situaties waarin de rouwende het verdriet niet te boven kan komen met de hulp van familie, vrienden of lotgenoten. Het verlies van een dierbaar iemand kan als een emotionele aardbeving het leven van de rouwende dooreengooien. Diverse gevoelens en reacties die niet abnormaal zijn tijdens een rouwproces (zie hoofdstuk 3), kunnen zo intens zijn dat men het gevoel heeft gek te worden. Een voortdurende en uitdrukkelijke ondersteuning en bevestiging door vrienden is meestal alles wat men nodig heeft. Soms denken vrienden te snel dat rouwenden zich koesteren in het verdriet. Verlies verwerken kan echter een langdurig proces zijn. Iemand beschreef het als voortploeteren door een eindeloos moeras. Men geraakt enkele stappen vooruit, zakt opnieuw weg in de modder, blijft een tijdlang steken, moet terug naar achteren uitwijken en via een lange bocht opnieuw proberen vooruit te geraken. Het stappen doorheen een moeras kan uitputtend zijn. Het vraagt regelmatige aanmoediging om te blijven verder gaan. Er zijn situaties waarin aanmoediging van de kant van vrienden en familie niet meer voldoende is en waarin professionele begeleiding is aangewezen. Sommigen lopen vast in hun rouw. Ze blijven steken tussen een verleden dat onherroepelijk voorbij is en een toekomst die nog moet worden geleefd.
Uit onderzoek weet men dat men grotere risico’s loopt in de rouwverwerking als er een voorgeschiedenis bestaat van psychische instabiliteit, van ernstige en chronische medische problemen, of als men een problematische of sterk afhankelijke relatie had met de overledene. Andere risicofactoren die de mogelijkheid van een pathologische rouwreactie verhogen, zijn de samenloop met andere stresserende levenservaringen zoals echtscheiding, verlies van job, verlies van meerdere personen terzelfder tijd of kort na elkaar, of het ontbreken van een ondersteunend netwerk van vrienden en familieleden. Het sterven van een kind of elke vorm van gewelddadige dood verhoogt ook de risico’s. Het zou echter veel te simplistisch zijn om iedereen die onder deze risicofactoren valt, te beschouwen als een kandidaat voor abnormale rouwreacties. Heel wat personen die duidelijk tot deze groepen behoren, maken een gezonde rouwverwerking door. Anderen die niet tot deze groepen behoren, zijn niet immuun voor een problematisch verloop van de rouw.
Als men verder worstelt met de opeenvolgende taken van de rouwarbeid (zie hoofdstuk 2), ook al zet men zowel stappen achteruit als vooruit, dan kan men ervan uitgaan dat men op een gezonde manier door het rouwproces heen gaat. Wat wijst dan op een pathologische rouwreactie ? In de pathologische rouw vertoont men niet totaal andere reacties dan in de normale rouw (zie hoofdstuk 2 en 3). Het gaat veeleer om gelijksoortige reacties die zich echter met een buitengewone intensiteit voordoen, die veel langer blijven duren zonder enige verandering, ofwel om het totaal uitblijven van normale rouwreacties. Het gaat hier dus veeleer om een kwantitatief dan een kwalitatief onderscheid. Blijven aanhouden is een belangrijk sleutelwoord: zowel het blijvend achterwege blijven van rouwgevoelens als het blijven voortduren van bepaalde reacties, zonder dat ze iets in intensiteit veranderen. De duur van bepaalde reacties varieert zeer sterk tussen verschillende personen en dit heeft ook te maken met de aard van de relatie met de overledene, de wijze van sterven, het verwachte of plotse karakter van de dood, de persoonlijkheid van de rouwende en de steun die men ervaart in de omgeving.
Aanwijzingen dat professionele hulp kan aangewezen zijn, is de aanwezigheid van volgende symptomen, die met aanhoudende intensiteit zes tot acht weken blijven voortduren: verwaarlozing van de eigen hygiëne; moeilijkheid om eenvoudige beslissingen te nemen; hyperactiviteit of dwangmatig praten; uitingen van angst, woede en schuld; verwardheid en geheugenproblemen; bezorgdheid over hallucinaties (zien en horen van dingen die er niet zijn); ernstige aantasting van het gevoel van zelfwaarde; voortdurend bezig-zijn met zelfveroordeling; depressieve gevoelens; mentale afwezigheid; ernstige verstoring van het sociaal functioneren (ervoor zorgen dat men voortdurend wordt uitgestoten door anderen, opgeven van goede sociale relaties, zich engageren in dubieuze sociale relaties); beginnen met, of een belangrijke toename van alcohol- en tabaksgebruik; lichamelijke klachten of symptomen; blijvend verlies van eetlust, of extreme eetdrang, en toenemend verlies van lichaamsgewicht; ernstige slapeloosheid; praten over de overledene in de tegenwoordige tijd of zich gedragen alsof de overledene nog leeft; actief denken aan zelfdoding; isolatie en ontbreken van een sociaal netwerk; ernstige problemen in de werksituatie (Zunin & Zunin, 1991; Rando, 1988).
Men mag zich niet vastpinnen op concrete indicaties zonder aandacht te geven aan alle specifieke omstandigheden van het concrete verlies en de factoren die de rouwreactie beïnvloeden. Bij het sterven van een kind zijn de normale reacties meestal intenser en langer van duur. Het verliezen bijvoorbeeld van beide ouders op hetzelfde moment, aangereden door een dronken chauffeur, maakt de rouwverwerking bijzonder zwaar. Wat pathologisch kan worden genoemd in de ene situatie, is het niet in de andere. De termijnen voor verwerken van een dubbel verlies op hetzelfde moment duren automatisch langer. Men moet het ene verlies na het andere verwerken.
Beatrijs huilde vooral om de dood van haar moeder. Beatrijs was zeventien jaar toen haar beide ouders verongelukten. Ze bleef alleen achter. Ze vertelde voortdurend over het gemis van haar moeder en nauwelijks over haar vader. Dat ontlokte regelmatig opmerkingen van vrienden en familie, dat ze wellicht veel meer van haar moeder hield dan van haar vader. Dit soort reacties maakte haar kwaad. Ze kon dit niet begrijpen. Ze had immers helemaal niet het gevoel dat ze minder van haar vader hield dan van haar moeder. Ze hadden echter beiden een andere rol in haar leven. Als meisje van zeventien ging ze met haar emotionele problemen eerst naar haar moeder. Het sterven van beide ouders was op de eerste plaats een groot emotioneel probleem. Ze miste zeer sterk een moeder om dit aan toe te vertrouwen. Als de wasmachi-ne stuk was, als ze aan het station stond te wachten op de tram naar huis of als ze met haar schoolrapport thuiskwam, kon ze in snikken uitbarsten om de dood van haar vader. Dit waren immers de momenten waarop ze eerst op vader rekende. Het was onmogelijk beide verliezen terzelfder tijd te verwerken. Beatrijs rouwde afwisselend en na elkaar om de dood van vader en van moeder, afhankelijk van het gemis op dat moment. Het dubbele verlies, het alleen achterblijven zonder enige voorbereiding, het gewelddadige ongeval, het feit dat ze door de sterke verminking van haar ouders niet meer de kans kreeg het stoffelijk overschot te groeten: dit alles verlengde het rouwproces. Dit betekent nog niet dat het om een pathologisch rouwproces ging.
Het is dus niet eenvoudig uit te maken of reacties professionele ondersteuning vragen, of nog kunnen worden opgevangen in het netwerk van betrokken en ondersteunende vrienden en familieleden. Bij een vastgelopen rouwproces is duidelijk professionele zorg vereist. Wanneer kan men echter met zekerheid spreken over ‘vastgelopen’ of over ‘pathologische’ rouw ? De zekerheid is niet zo belangrijk. Bij twijfel kan men iemand beter verwijzen naar een professionele begeleider. Het is beter daar vast te stellen in een verkennend en ondersteunend gesprek dat alles normaal verloopt, dan iemand te laten wegzakken in een diepe put.
Het is niet steeds gemakkelijk om aan te brengen bij een rouwende dat men de indruk heeft dat gespecialiseerde professionele hulp aangewezen is. Men kan dat het best op een open en eerlijke manier doen. Belangrijk is ervoor te zorgen dat verwijzen niet wordt beleefd als afwijzen of in de steek laten. Een voorbeeld hoe dit aan te pakken is het volgende.
Men kan vertellen dat men bezorgd is als men ziet hoe moeilijk de ander het heeft in deze dagen, dat men graag nog meer hulp en steun zou bieden. Men kan de ander verzekeren van zijn blijvende steun en bezorgdheid, maar dat men het gevoel heeft dat inzicht en begrip van een ander zeer waardevol zouden kunnen zijn. Men maakt duidelijk dat het niet de bedoeling is zelf minder aandacht te geven, maar dat men vanuit een eerlijkheid en een openheid echt de indruk heeft dat het advies van iemand die meer met deze problematiek vertrouwd is, aangewezen kan zijn. Iemand die een been heeft gebroken, zal niet aarzelen een arts op te zoeken voor behandeling. Het sterven van een dierbare of het meemaken van een ernstige verliessituatie is niet alleen een aanslag op het lichaam, maar raakt zowel geest, hart en lichaam. Professionele steun zoeken betekent niet dat men gek aan het worden is. Het betekent dat men zoekt wat men nodig heeft om optimaal te herstellen. Het is niet een teken van zwakte, maar juist een teken van rijpheid als men tijdig beroep doet op bijkomende hulp.
Het is mogelijk dat de rouwende op een aanbod van professionele hulp reageert met ontkenning en agressie. Men dient dit niet als een persoonlijke afwijzing te beschouwen. Het is moeilijk voor iemand in een rouwproces om dadelijk op een advies of een suggestie in te gaan. Het kan de ander ook in verlegenheid brengen. Agressie of afwijzing is een normale reactie bij verlegenheid. Men moet ook niet te sterk proberen het advies te verkopen. Ook al heeft men de indruk dat de rouwende het voorstel niet heeft gehoord of gewaardeerd op dat moment, het zaadje is geplant en het zal misschien later kiemen en vrucht dragen.
Nieuw leven vinden
Rouw en verdriet veranderen grondig het leven. Deze veranderingen kunnen uiteindelijk een positief of een negatief karakter krijgen. Men kan er rijker uit opstijgen. Men kan zich ook definitief verminkt voelen, omdat men een belangrijk deel van zichzelf heeft verloren. Als rouwende staat men voor de opdracht zelf te bepalen wat men met zijn verdere leven zal doen, nadat eenmaal de rouwarbeid is doorgewerkt. Men heeft niet gekozen voor de dood van een dierbaar iemand. Men kan echter wel kiezen hoe men zijn verdere leven zal laten bepalen doorheen het verlies. In de eerste periode van acute rouw kan men zeer moeilijk kiezen. Men wordt immers overvallen door de emoties en gevoelens, die eigen zijn aan de beleving van verlies (zie hoofdstuk 3). Iemand vergeleek de begintijd van de rouwverwerking met het schillen van een ui. Men verwijdert de ene schil na de andere en de ogen beginnen steeds meer te tranen. Er komt precies geen einde aan. Iemand anders vergeleek de periode na het sterven van een kind met wonen in een huis waar verdriet een kamer heeft. De deur van deze kamer staat in het begin permanent open. Daarna is ze af en toe dicht, maar men kan ze opendoen. Soms staat de deur ineens open op een moment dat men het niet verwacht. Na enige tijd kan men zelf beslissen wanneer men deze deur openzet, hoelang men in de kamer van verdriet vertoeft. Men kan beslissen of men iets wil doen met de rest van zijn leven, ofwel of men verbitterd zal blijven. Men kan het verlies een plaats geven in het leven, er iets uit leren, of men kan erop vastlopen en nooit meer enig risico nemen in het leven.
Hilde haalde kracht uit een brief uit hun verlovingstijd. Hilde was 32 jaar toen haar man stierf ten gevolge van een hersenbloeding. Ze bleef achter met drie kinderen. Haar werd weleens de vraag gesteld: ‘Kun je nog echt gelukkig zijn ?’ Ze dacht na over deze vraag en haar antwoord was: ‘Ja, ik ben gelukkig in mijn werk en in de reorganisatie van mijn leven. Men heeft feitelijk slechts twee mogelijkheden: ofwel treurt men en begint men aan niets nieuws meer; ofwel heeft men verdriet, vaak onzichtbaar en zeer diep, maar zoekt men er toch naar iets nieuws van het leven te maken. Deze kracht heb ik gevonden in een brief uit onze verlovingstijd, waarin mijn man me typeerde en bescheef waarom hij met mij door het leven wilde gaan. Dat heeft me gestimuleerd om weer iets van mijn bestaan te maken. Als ik werkelijk deze vrouw wilde blijven, moest ik al mijn moed bijeenrapen om ook nu nog aan zijn wens te voldoen. De pijn zal verzachten en de anderen zullen er gelukkig mee zijn. Zelf voel ik het ook zo aan.’
De positieve reacties kunnen zeer verschillend zijn. Sommigen beschrijven hoe ze doorheen het verlies anders zijn gaan kijken naar het leven en nu aandacht hebben voor aspecten waaraan ze vroeger voorbijgingen. Men kan meer aandacht krijgen voor de dierbaren die overblijven. Men kan door het sterven juist een stimulans vinden om veel bewuster en veel voller van het leven te houden. Men is zich nu meer bewust geworden van de kostbaarheid van het leven, maar ook van de fragiliteit ervan en het feit dat het leven zeer snel voorbij kan zijn. Dit besef kan een kracht worden om meer aandacht te geven aan de waarde van elke dag. Relaties met familie en vrienden kunnen veel meer naar waarde worden geschat. Ze worden niet meer als vanzelfsprekend beschouwd. Een dierbaar iemand verliezen roept bij velen een waardering op voor degenen die overblijven, tenminste na enige tijd, als de acute periode van rouw en verdriet stilaan wegebt. Veel rouwenden hebben nieuwe aspecten van hun persoonlijkheid ontdekt en ontwikkeld, die ze voorheen niet kenden. Ze hebben nieuwe interesses ontwikkeld, nieuwe relaties opgebouwd en een leven uitgebouwd dat in bepaalde opzichten meer voldoening geeft dan voorheen. Dit betekent niet dat men niet ernstig is geraakt door het verlies. Het betekent dat men, na een periode van verdriet en rouw, heeft gereageerd op het verlies op een manier die rijker heeft gemaakt. Men is als het ware door de loutering heen ontwikkeld tot een persoon die rijker en sterker is geworden.
Niet iedereen slaagt erin het verlies constructief om te buigen tot nieuwe kansen in het leven. Men kan ook hard, kil en gesloten worden. Het is een keuze waarvoor men staat. Men kan zelf de verantwoordelijkheid nemen. Het is niet juist het allemaal op de dood te schuiven. Dood en sterven behoren nu eenmaal tot het leven. Het kan een vroegtijdige of onterechte dood zijn. Maar ook onrecht behoort tot het menselijk bestaan. Men mag niet denken dat als men constructief omgaat met het verlies, en als men er iets uit probeert te leren voor het verdere leven, men dan niet geraakt is door het verlies, of dat men verraad pleegt aan de geliefde, of dat men zomaar het onrecht aanvaardt.
Herstel betekent niet dat men de overledene en het vroegere leven vergeet. Het betekent evenmin dat men geen relatie meer heeft met de overledene, of dat men zich permanent gelukkig voelt en geen pijn meer ervaart. Herstel betekent niet dat men niet meer wordt geraakt als men met bepaalde herinneringen wordt geconfronteerd. Het horen van de lievelingsmuziek van de overledene, het komen op een bepaalde plaats, het zien van een foto: het kan iemand opnieuw ontroeren. De feestdagen kunnen een mengeling van gevoelens van lief en leed oproepen, gelukkig om het samenzijn met goede vrienden en vertrouwden, en terzelfder tijd een intens gemis ervaren en een heimwee naar degene die er niet meer is. Opnieuw leven vinden na verdriet en verlies betekent niet dat men op bepaalde momenten niet kan wensen dat de overleden dierbare er nog zou zijn, dat hij nog kan delen in de vreugde, of mee trots zou kunnen zijn op bepaalde prestaties die men heeft gehaald. Herstel betekent niet dat er geen momenten van verdriet meer komen. Het betekent wel dat men opnieuw leert te leven met de rouw en het verlies, dat men opnieuw gezond kan functioneren zonder dat dit voortdurend in de war wordt gestuurd.
Om opnieuw echt van het leven te houden hoeft men de ander niet te vergeten. De mensen en de dingen die belangrijk zijn in het leven, draagt men mee in het hart en in gedachten. Dat is ook zo met de herinnering aan een dierbaar iemand. Men kan de herinnering zorgvuldig bewaren, zich blijven herinneren wat men wíl herinneren, vasthouden wat kostbaar is om vast te houden en laten gaan wat men beter los kan laten. En als men opnieuw leert houden van het leven en van de mensen, kan men de herinnering aan de overledene met zich meedragen. Door de combinatie van de herinnering en de nieuwe manier van zijn en omgaan die men heeft uitgebouwd, kan men zijn heden en toekomst verrijken zonder het belangrijke verleden te vergeten.
Het afsluiten van een herstelproces kan men vieren. Men kan de mensen die hebben geholpen in deze moeilijke periode inviteren voor een gezellig samenzijn. Als men niet houdt van feestjes, kan men erkentelijkheid ook uitdrukken met een brief, een attentie. Dankbaarheid uitdrukken kan een positief gevoel en nieuwe energie voortbrengen. Het is ook een manier om anderen te bemoedigen bij de inspanningen die ze hebben gedaan. Na een tijd van verliezen, overleven, herstellen komt er een tijd om opnieuw te genieten en te vieren.