3 EMOTIES EN REACTIES NA VERLIES
Het gevoel gek te worden
Het is alsof er een schutskring wordt gevormd rondom mensen met verdriet. Ze hebben vaak het gevoel dat ze een belasting vormen voor iedereen die ze ontmoeten. Sommigen gaan met een boog om hen heen en vermijden contact. Ofwel blijven rouwenden zelf weg bij anderen, omdat ze beschaamd zijn over hun gevoelens. Schaamte heeft te maken met het gevoel dat wat men doet verkeerd is. Iemand die rouwt, heeft het gevoel hierover beschaamd te moeten zijn. Iemand die ‘zich sterk houdt’ en ‘zijn gevoelens onder controle heeft’, wordt beschouwd als ‘flink’ en als iemand die ‘het goed doet’.
De boodschap is dat een evenwichtig persoon rationeel blijft op elk moment. Als men openlijk zijn gevoelens laat zien, wordt men beschouwd als ‘niet gerijpt’. Als de gevoelens tamelijk intens zijn, krijgt men algauw het etiket ‘overemotioneel’ opgeplakt. Als de gevoelens zeer intens zijn, wordt men gezien als iemand die ‘gek’ wordt of ‘pathologisch’ rouwt. Het gevoel gek te worden leeft zeer frequent bij rouwenden. Men begrijpt soms zelf de eigen reacties niet. De onwennige houding van de omgeving is vaak de bevestiging dat het gedrag niet juist of abnormaal is.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op normale gevoelens en reacties van mensen met verdriet. Rouw is niet alleen droefheid en depressie. Het is een ganse scala van gevoelens, gaande van angst, agressie, tot schuld, verwarring, maar ook opluchting en nog zoveel meer. Het raakt niet alleen de gevoelens maar dringt door in elk domein van het leven. De werksituatie, de relaties met anderen en het beeld van zichzelf worden erdoor beïnvloed. Ongeveer elke emotie kan opkomen, ook emoties die men bij zichzelf voorheen niet kende en vreemd lijken in deze context van verlies. Wat vaak moeilijk is aan emoties is de ongewone intensiteit waarmee ze opkomen.
Al deze reacties en gevoelens worden beschreven, opdat men zou weten dat ze frequent voorkomen bij rouwenden. Ze betekenen helemaal niet dat iemand gek aan het worden is.
Verwarring en desoriëntatie
Wellicht een van de meest isolerende en bedreigende aspecten van rouwverwerking is het gevoel van verwarring en desoriëntatie. Het komt frequent op als de werkelijkheid van het verlies ten volle doordringt. Iemand beschreef dit als volgt: ‘Ik voelde mij als een eenzame reiziger zonder metgezel en, erger nog, zonder bestemming. Ik kon noch mezelf noch iemand anders vinden.’ Men voelt zich rusteloos, opgewonden, ongeduldig en in de war. Het is alsof men zich midden in een onrustige, wild stromende rivier bevindt, zonder dat men op iets greep kan krijgen, en permanent zoekend naar houvast. Onsamenhangende gedachten gaan door het hoofd. Sterke emoties hebben een overweldigend effect.
Deze verwarring komt tot uiting in de wijze waarop men taken opneemt. Men begint allerlei, maar werkt het niet af. Men vergeet afspraken. De efficiëntie op het werk is laag. Men komt er niet aan toe om gestructureerde initiatieven te nemen en voelt zich permanent moe. De verwarring is vaak meest voelbaar vroeg in de morgen en laat in de avond. Men heeft moeite om te gaan slapen en ontwaakt vroeg in de morgen. Men weet vaak niet welke dag het is en hoe laat het is. Soms gaat de tijd zeer snel voorbij, soms duurt het zeer lang. Het besef van verleden en toekomst is als het ware bevroren en men blijft vastgepind op het nu-moment.
Men heeft het gevoel rusteloos op zoek te zijn naar de overledene. Het voortdurend bezig-zijn met herinneringen en het smachtend verlangen naar de overledene, zorgen ervoor dat men zich voelt leeglopen. Het kan de waarneming vervormen. Het verlangen kan zo hevig zijn dat men in hallucinaties de andere ziet en hoort. Het zijn de herinneringsbeelden die door het hoofd spoken. Men is niet gek aan het worden.
Het kan helpen als men deze verwarring kan uitspreken tegen iemand die niet dadelijk komt met raadgevingen of beoordelingen. Geduldig en aandachtig luisteren, waarin men iemand steeds weer zijn verhaal laat doen, helpt om te ordenen. Deze gevoelens van verwarring komen niet allemaal ineens, maar ze worden vaak ervaren in golven die opkomen en weer overgaan. Soms heeft men behoefte aan iemand om mee te praten en soms om alleen gelaten te worden. Het is belangrijk in deze periode geen ingrijpende beslissingen te nemen, zoals verkopen van het huis, van werk veranderen. Verkeerde beslissingen kunnen leiden naar meer verlies. Beslissingen uitstellen, traag vooruitgaan en veel geduld hebben met zichzelf: dat is het meest aangewezen. Als belangrijke beslissingen toch moeten worden genomen, kan men best advies vragen.
Ambivalentie
Ambivalentie vindt men zowel in gevoelens als in gedrag. Als iemand sterft na een langdurige ziekte, voelt men zich terzelfder tijd bevrijd en toch voelt men zich verdrietig. Men wil allerlei doen en voelt zich tot niets in staat. Men wil het huis en alles wat herinneringen oproept, ontlopen en terzelfder tijd opzoeken. Men is agressief omdat de behandelend arts geen tijd maakt voor een gesprek en als het dan wel gebeurt, weet men niet of men er wel heen wil gaan. Men wil een beroep doen op andere mensen om hulp en wil tegelijk alleen zijn met zijn gedachten en herinneringen. Men wil vergeten, loslaten en tegelijk herinneringen vasthouden. Men wil meester zijn over zijn verdriet en het tegelijk koesteren.
Deze innerlijke verdeeldheid is een teken van worsteling met de realiteit. Het is een willen en niet-willen, een zoeken naar en een vluchten voor. Rouwenden begrijpen vaak zichzelf niet meer in deze ambivalentie. De omgeving heeft het vaak zo moeilijk en haakt af, omdat ze dit niet verstaat. Zoals elke emotionele relatie met een andere mens echter wordt gekenmerkt door ambivalente gevoelens, zo wordt ook een emotioneel gebeuren als afscheid gekarakteriseerd door ambivalentie.
Angst en vrees
De meeste mensen ervaren angst en vrees als ze geconfronteerd worden met het onbekende. In situaties van verlies is het onbekende niet alleen het feit dat men alleen verder moet zonder de dierbare, maar ook de gevoelens die men met een ongekende intensiteit doormaakt. Het feit dat gevoelens van intense pijn en verdriet op totaal onverwachte momenten optreden, ondermijnt het zelfvertrouwen. Men heeft intens verlangd naar vakantie en komt gebroken van verdriet terug. Men wil praten met een vriend over de overledene, maar een vreselijke pijn maakt het ondraaglijk. Op allerlei momenten wordt men overvallen door de angst voor nieuwe verliezen. Als dit zo plots kon gebeuren, waarom zou men dan ook anderen niet kunnen verliezen.
Een dierbaar iemand of iets verliezen wordt vaak beleefd als verlies van een deel van zichzelf. Dit is zeer sterk het geval bij het verlies van een kind. Verlies van een deel van zichzelf roept de vraag op: wie of wat ben ik nog ? Dit gevoel kan geruime tijd in vlagen opkomen en weer verdwijnen, tot men door het doorwerken van de rouw een nieuw leven heeft gevonden.
Protest en agressie
Een zekere vorm van agressie kan men steeds verwachten. Het is een natuurlijke reactie als gevolg van het ontnemen van iets waardevols. De samenleving aanvaardt moeilijk deze agressie, omdat zowel de rouwende als de omgeving te weinig beseft dat het gaat om een natuurlijke, een te verwachten en een verstaanbare emotie.
Agressie kan zich richten op de overledene, op zichzelf, op God en de anderen. Men is kwaad op de overledene, omdat hij zijn gezondheid verwaarloosde, omdat hij de andere achterlaat en alles alleen laat beredderen. Men kan deze gevoelens soms moeilijk bij zichzelf toelaten, omdat de samenleving moeilijk aanvaardt dat men kwaadspreekt over een dode, behalve in situaties van zelfdoding, of dat men iemand zijn dood verwijt.
Agressie, gericht op zichzelf, kan tot zelfvernietiging leiden. Men voelt zichzelf niets meer waard, gaat zichzelf pijnigen en het moeilijk maken. Vaak wordt agressie echter verplaatst op anderen. Men is kwaad op de buurvrouw die haar man mocht houden. Een man voelt zich telkens agressief worden als hij een echtpaar ziet dat elkaar knuffelt of samen uit winkelen gaat. Een moeder van wie het kind stierf bij de geboorte, wordt telkens agressief als ze een zwangere vrouw ziet of ouders met kinderen.
Een moeilijkheid met agressie is dat deze gevoelens vaak worden geuit tegenover de mensen met wie men een nauwe band heeft. Hier durft men dat te uiten. De omgeving beseft echter vaak niet dat de agressie niet tegen hen bedoeld is, maar best kan geuit worden bij vertrouwden. Het kan bijzonder moeilijk te dragen worden als deze familieleden ook hetzelfde verlies te verwerken krijgen.
Ilse, een jonge vrouw wiens echtgenoot het leven verloor door een werkongeval, is bijzonder lastig en agressief. Ze uit haar agressieve gevoelens op haar zussen, die haar permanent helpen in de zorg voor haar vier kinderen. Ook haar ouders en schoonouders krijgen het zwaar te verduren. Zij verliezen echter ook hun zoon, schoonzoon, schoonbroer of broer.
Terzelfder tijd de agressie incasseren en het eigen verdriet verwerken, is zeer moeilijk vol te houden. Zo ziet men vaak relaties breken en families in onmin raken.
Omgaan met agressie gaat beter als men beseft dat dit een normaal gevoel is bij verlies van een dierbaar iemand of iets. Het is beter agressie te uiten en ze door te werken, zo niet kan ze groeien tot bitterheid. Belangrijk voor de ander is de agressie niet persoonlijk te nemen, maar voor ogen te houden dat dergelijke gevoelens meestal worden geuit tegenover iemand die men vertrouwt. Als het te zwaar wordt om te dragen, kan men de rouwende vragen hier ook af en toe rekening mee te houden.
Schuldgevoel
Schuldgevoel is normaal en om verschillende redenen te verwachten in de rouw. Ten eerste, alle menselijke relaties hebben iets ambivalents: een mengeling van negatieve en positieve gevoelens. Hoeveel men ook van iemand houdt, in het gedrag van de ander zijn er altijd aspecten die irriteren. Een tweede reden voor schuldgevoelens is dat zowel relaties als mensen nooit perfect zijn. Men kan zich steeds schuldig voelen over zaken die men deed of niet deed. Hoe goed men ook was voor de ander en hoeveel men ook van elkaar hield, men kan altijd momenten vinden waarop men niet zo goed, niet zo geduldig, niet zo attent was.
In de eerste maanden van de rouw hebben mensen de neiging vooral de eigen negatieve zaken te zien en de positieve kanten van de ander. Hoe positief een relatie ook mag geweest zijn, men heeft de neiging zich de momenten te herinneren dat ze negatief was. Men put zich dan vaak uit in reacties als: ‘Had ik maar dit of dat gedaan, gezegd...’ Stilaan is men in staat realistisch naar zichzelf en de ander te kijken, en de positieve en negatieve kanten van beiden te accepteren.
Er zijn nog andere bronnen van schuldgevoel. Men kan zich schuldig voelen omdat de ander dood is en men zelf nog leeft; om de agressie die men voelt; om de opluchting over de dood van iemand die lang ziek is geweest.
In essentie zijn er twee typen van schuldgevoel. Onrechtmatige schuldgevoelens, die buiten proportie zijn in vergelijking tot het gebeuren. Ze zijn normaal in een rouwsituatie. Het is een natuurlijke consequentie van het feit dat relaties ambivalent en niet perfect zijn. De schuldgevoelens spruiten voort uit onrealistische verwachtingen zoals: ‘Ik zou steeds attent en geduldig moeten geweest zijn.’ Het kan helpen als men de kans krijgt deze schuldgevoelens en de daden, gedachten en gevoelens die ervan aan de basis liggen, uit te spreken tegenover iemand die niet oordeelt. Belangrijk is voor ogen te houden dat mensen mensen zijn en dat mensen fouten maken en ambivalente relaties hebben. Men moet niet zeggen dat men zich niet schuldig mag voelen, want hierdoor blokkeert men de uiting van schuldgevoelens. Men kan beter zeggen dat het best is deze gevoelens uit te spreken, telkens als men ze voelt opkomen. Uitspreken kan bevrijdend werken. Men leert de positieve aspecten te zien en de negatieve niet te veel te accentueren. Onrealistische eisen aan zichzelf kunnen in het verwoorden veranderen.
Een tweede type zijn de rechtmatige schuldgevoelens. Hier is een direct causaal verband te leggen tussen wat men deed en niet deed en ernstige schade aan de overledene. In deze situatie waarin de schuldgevoelens terecht zijn, kan men dit best onder ogen zien en iets ondernemen als restitutie. Als men zichzelf hiervoor straft, kan het destructief worden. Men kan beter iets constructiefs ondernemen, zoals iets altruïstisch doen voor anderen als een vorm van boete. Men kan niets doen om het verleden te veranderen. Men kan wel zijn mening over dat verleden veranderen, of iets doen om zich aan te passen aan de situatie.
Joris, een jongen van negentien, had zijn vriend uitgedaagd voor een race met de motorfiets. Aan onverantwoorde snelheid waren beiden een traject doorgereden. De vriend viel met het hoofd op een steen en overleed kort na de overbrenging naar het ziekenhuis. Joris wachtte in de wachtzaal. Hij reageerde met gebogen hoofd op de mededeling van het overlijden, groette zijn overleden vriend en vertrok zonder één woord te zeggen. Hij voelde zich zeer schuldig. Telkens als hij erover wilde praten, probeerde iedereen hem ervan te overtuigen dat hij er niets aan kon doen, dat hij die gedachte moest vergeten en uit het hoofd zetten. Niemand liet ze hem grondig uitspreken. Hij vond geen erkenning van zijn gevoelens en durfde ze na enkele weken ook niet meer uit te spreken. Zes weken later verongelukte hij in een gelijkaardig ongeval met zijn motorfiets.
Gevoelens die niet mogen worden geuit, zijn daarom niet verdwenen. Ze werken innerlijk verder en kunnen leiden tot zelfvernietigend gedrag.
Schaamtegevoel
Schaamte houdt nauw verband met schuldgevoel. Het is datgene wat mensen voelen, als ze niet in staat zijn het beeld van zichzelf hoog te houden. Vaak blijven schaamtegevoelens verborgen onder uitingen van agressie, opstandigheid of ontkenning. Belangrijk is het om zeer alert te zijn op deze verborgen gevoelens. De weduwnaar is beschaamd over zijn verdriet en probeert daarom angstvallig elk gesprek hierover met anderen af te weren. Een kind kan zich beschaamd voelen tegenover leeftijdgenoten omdat hij geen vader meer heeft. De weduwe voelt zich beschaamd over haar status als alleenstaande. De kloosterzuster voelt zich, teruggekeerd in het klooster na de begrafenis van haar moeder, beschaamd omdat ze verdrietig is; ze ervaart het als een tekort aan geloof en aan vertrouwen in God.
Schaamtegevoelens worden best met veel respect benaderd. Als men mensen de kans geeft om deze uit te spreken en niet zegt dat ze zich zo niet mogen voelen, maar eerder dat dergelijke gevoelens normaal zijn bij mensen in verdriet, bevrijdt men hen van het verlammende effect van deze gevoelens.
Depressie en wanhoop
Depressie en wanhoop zijn gevoelens die de meeste mensen verwachten als zij denken aan verlies. Er is een soort stereotiep beeld van de rouw als een klassieke melancholische depressie, waarin de rouwende niet meer in staat is tot functioneren en zijn tijd doorbrengt met in een hoekje te zitten wenen. In werkelijkheid reageren mensen op veel verschillende manieren. Het is simplistisch te denken dat in de rouw het verdriet enkel wordt uitgedrukt in droefheid.
Men voelt zich frequent in de steek gelaten door de overledene, ook al weet men zeer goed dat hij niet koos om te sterven, behalve in gevallen van zelfdoding, of een vorm van sterven die in zekere zin bewust gewenst werd door de overledene. Deze gevoelens kunnen vroegere gevoelens van verlatenheid opnieuw oproepen. Men kan proberen deze gevoelens weg te duwen. Het is echter best niet te proberen ze weg te duwen door allerlei redeneringen, maar ze enkel te laten gebeuren.
Daarnaast kan men zich verdrietig, somber en terneergeslagen voelen. Men geniet niet langer van aangename dingen. Men voelt zich apathisch en down. Men heeft geen energie of motivatie. Men piekert over het verleden en kijkt pessimistisch, als het niet hopeloos is, naar de toekomst. Men beklaagt zich over zijn situatie en voelt zich een slachtoffer. Op onverwachte momenten begint men te wenen en tranen zijn nooit veraf. Op sommige momenten wil men wenen, maar is men er niet toe in staat. Men heeft bij momenten het gevoel alle controle over de situatie te verliezen, kwetsbaar en hulpeloos te zijn. Men voelt zich eenzaam en ziet niet meer hoe men het leven verder aankan. Men heeft het gevoel dat het leven zonder betekenis is en dat men zelf waardeloos is. Zelfverwijten en gevoelens van schaamte en schuld tasten het zelfwaardegevoel verder aan. Men voelt zich afhankelijk en kinderachtig reageren.
Al deze reacties zijn normaal en begrijpelijk in het licht van een ernstige verliessituatie. En toch stelt men vast dat men de neiging voelt zichzelf voortdurend de les te lezen, omdat men zich minder voelt dan anders, omdat men niet in staat is adequaat te reageren. Men wordt kwaad op zichzelf en dit tast verder het zelfgevoel aan. Men heeft het gevoel in een draaikolk terecht te komen, waarin men zichzelf steeds dieper naar beneden haalt.
Voor de omgeving, familieleden, vrienden en collega’s in de werksituatie zijn deze gevoelens niet gemakkelijk. Met allerlei raadgevingen, die beoordeling of soms afkeuring inhouden, helpt men niet. De rouwende heeft iemand nodig die luistert hoe het voelt. Degene die het meest helpt, is iemand die niet komt om te zeggen hoe het moet, maar die laat voelen dat verdriet mag bestaan en wordt toegelaten.
Als men duidelijk kan maken dat deze gevoelens normaal zijn bij iemand die een zwaar verlies heeft geleden, geeft men iemand ademruimte om geleidelijk weer op te klimmen. Men heeft het gevoel nodig dat men zich voor enige tijd emotioneel, lichamelijk en sociaal op een lager pitje mag zetten.
Pijnscheuten
De meest karakteristieke trek van rouw is niet het voortdurend depressief zijn, maar de onverwachte en hevige pijnscheuten. Deze komen voor in perioden van grote angst en psychologische pijn. De overledene wordt op deze momenten zeer sterk gemist en de rouwende snikt of huilt. In het begin zijn ze erg frequent. Na een paar weken neemt de frequentie af en komen ze enkel nog voor als iets het verlies in herinnering roept. Dit kan een kleinigheid zijn, bijvoorbeeld een kast verschuiven een jaar nadat een kind is gestorven en een klein speelgoedje vinden dat er achter gevallen is; een foto of een brief in handen krijgen. De eerste krokus in de tuin, de eerste zonnebloem, de eerste lentedag, de eerste schooldag, vader- of moederdag: dit alles kan in alle hevigheid de pijn van het verlies naar boven halen. Het kan bij momenten naar de achtergrond verdwijnen, maar een woord of een flits is voldoende om iemand weer te doen ineenvallen.
Dit zijn normale reacties. Men heeft het recht de ander hevig te missen. Men kan zich wel tijdelijk verlamd voelen. Het is best dit niet te negeren, maar te ondergaan. Het is sterker dan men denkt. Men stopt best even een activiteit om bezig te zijn met de emoties, tot ze terug onder controle zijn. Ze negeren kan gevaarlijk zijn. Acute pijnscheuten kunnen zorgen voor ongevallen in het verkeer en voor fouten in de werksituatie.
Dwangmatig overpeinzen
In een poging om te verstaan is men vaak voortdurend bezig met over de dood na te denken, bijna op een dwangmatige manier. Men herhaalt voortdurend het verhaal over de omstandigheden. Een man zoekt bijvoorbeeld steeds weer opnieuw de dagen vóór de dood van zijn vrouw af om aanduidingen te vinden dat dit voorspelbaar was, ook al waren deze er niet. De omgeving heeft de neiging de rouwende hiervan af te houden, omdat men het gevoel heeft dat hij zich hiermee onnodig pijn doet.
Dit is een normaal proces. Het helpt het hoofd en het hart bij elkaar te brengen. Het is een noodzakelijk aspect van de rouwverwerking. Men moet steeds weer opnieuw verhalen om stilaan opnieuw ‘op verhaal te komen’ in het leven. Het is geen teken dat men ongerust moet worden als men er niet in slaagt dit overpeinzen te stoppen. Constant denken en praten over het verlies kan zeer pijnlijk zijn en brengt niet steeds verlichting. Maar het is belangrijk te weten dat alle pijnlijke wonden erger worden vooraleer ze genezen. Men heeft het meest aan mensen rondom zich die dit toelaten, die aandachtig kunnen luisteren en die aanmoedigen om zich uit te spreken telkens wanneer men daartoe de behoefte voelt.
Het terugkijken en reconstrueren van de gebeurtenissen zorgen ervoor dat men geleidelijk meer vat krijgt op het gebeuren. Ook al kan men de klok niet terugdraaien, een gevoel van voorspelbaarheid en controleerbaarheid dat men in gedachten kan construeren, vermindert de angst voor het absoluut onvoorspelbare. Dit is zeer belangrijk in situaties van plotse dood, waar men moet proberen te begrijpen wat zo plots is gebeurd. Vaak beschuldigt men zichzelf omdat men het niet heeft zien aankomen, of omdat men niets heeft gedaan om dit te voorkomen, ook al was dit totaal onmogelijk.
Het voortdurend bezig-zijn met de overledene en de omstandigheden van de dood is een natuurlijke reactie op verlies. Het is de wens om het verlies ongedaan te maken. Het laat iemand toe bij de overledene te zijn, al is het enkel in gedachten. Men probeert de overledene vast te houden, door voortdurend alles te overpeinzen. Men probeert omstandigheden te creëren die toelaten met de overledene samen te zijn, ook al is dat enkel artificieel of in dromen. Men zit bijvoorbeeld een hele tijd naar een foto te kijken. Men herleest brieven. Een weduwe stopte elke avond de pijp van haar overleden man voor de volgende dag. Dit zijn allemaal manieren om de overledene vast te houden. Daar is niets verkeerds aan. Het wordt enkel een probleem als het iemand volledig afhoudt van de werkelijkheid, of als het heel veel tijd en energie vraagt en zelfs nog na geruime tijd het dagelijks leven permanent verstoort.
Vragen naar de zin
Men probeert het verlies van een dierbare te begrijpen. Voor sommigen, zoals rouwende ouders of mensen die iemand hebben verloren in een plotse dood of onder traumatische omstandigheden zoals zelfdoding of moord, is het een essentiële component van het rouwproces. Men stelt zich vragen: ‘Waarom hij of zij ? Waarom nu ? Waarom op deze manier ?’ Sommige vragen kunnen worden beantwoord, zoals hoe het sterven is verlopen. Vragen in verband met waarom iemand deze ziekte krijgt, of op deze manier sterft, en hoe dit past in het levensschema, zijn moeilijk te beantwoorden. Zelfs als er geen antwoorden zijn, is het belangrijk deze vragen toe te laten. Men kan met talrijke redenen komen waarom deze persoon niet had mogen sterven op deze wijze en op dat moment. Het zoeken naar zin en betekenis, naar antwoorden op vragen waarop geen antwoorden te geven zijn, is een onderdeel van een normaal rouwproces.
Zoeken naar zin doet vragen stellen over rechtvaardigheid in het leven en over waarden. Men kan fundamenteel zijn vertrouwen in het leven verliezen, als men vaststelt dat een aantal waarden waarin men geloofde niet de verwachte veiligheid en zekerheid brengt. Naast de geliefde verliest men dan ook het eigen perspectief in het leven. En toch is het stellen van deze vragen een belangrijk onderdeel van verwerken van verlies. Het niet-stellen van de vragen die iemand van binnen kwellen, kan leiden tot spirituele zelfmoord: het vernietigen van het geloof in het leven.
Het is niet constructief als men de rouwende aanraadt aan deze vragen niet meer te denken. Men helpt ook niet als men gemakkelijke antwoorden geeft op dergelijke moeilijke vragen. Antwoorden als: ‘Het is Gods wil, en een mens moet dit accepteren’, kunnen ervoor zorgen dat men zijn verdriet opkropt en niet tot rouwen komt. Het verwerken bestaat uit het stellen van de vragen, niet het vinden van de antwoorden. Als de rouwende mensen kan vinden die dit verstaan en die ondersteunen zonder te proberen antwoorden te geven, helpt dit om het leven met vragen waarop geen antwoorden zijn, uit te houden. Gezelschap en aandachtig luisteren helpen iemand om zijn religieuze en spirituele waarden te verkennen, om zijn levensfilosofie te bevragen en opnieuw zin te vinden in het leven.
Identificatie
Een manier om de overledene vast te houden is zich met hem identificeren. In aangepaste vormen is identificatie niet schadelijk. Het is door zich te spiegelen aan belangrijke anderen in het leven dat men degene geworden is die men nu is. Na een sterven heeft men de neiging zich bewust of onbewust te identificeren met de overledene. Men kiest om te zijn zoals zijn vader en neemt een aantal van zijn taken over. Men neemt een aantal interesses van de overledene over zonder bewust te beseffen dat dit een manier is om op de overledene te gelijken. Een weduwe voelde zich goed als ze de kamerjas van haar overleden echtgenoot aanhad.
Identificatie kan echter schadelijk zijn, als men zijn eigen persoonlijkheid laat varen, of de ander wil nabootsen in domeinen waarvoor men de bekwaamheid mist. Soms wordt iemand in de identificatie geduwd, zoals de oudste zoon van vijftien jaar die wordt gevraagd de plaats van de vader in te nemen, in plaats van hem ook verder de kans te laten om kind te zijn. Als identificatie bedoeld is om de werkelijkheid van de dood niet onder ogen te zien, is ze ongezond.
Idealisering
Een andere uiting die kan wijzen op een zich niet-aanpassen aan een omgeving zonder de overledene, is de idealisering. Hierin probeert men de overledene zo ideaal voor te stellen dat nooit een levende dit beeld kan evenaren.
Dit stelt vaak bijzondere problemen in een gezin waar één van de kinderen gestorven is. Het idealiseren van het verloren kind kan aan de andere kinderen het gevoel geven dat zij voor hun ouders niets of niemand zijn. Reacties van de andere kinderen in de zin van ‘je hebt ons toch nog’ kunnen bedoeld zijn als troost voor hun ouders, maar ook als een noodkreet om aandacht te krijgen voor hun noden, als een vraag naar begrip voor het verdriet dat ook zij doormaken. Er zijn broertjes en zusjes die van hun ouders zeggen: ‘De dood van dit kind was het ergste dat ons kon overkomen. Sindsdien hebben onze ouders geen belangstelling meer voor ons gehad, ze hebben alleen nog maar voor hun verdriet geleefd, ze hebben niet meer geïnformeerd naar ons, terwijl wij nog leven.’ Hier ligt een probleem dat vaak over het hoofd wordt gezien. Ook de andere kinderen treuren om het verlies van een broer of zus, maar ze worden dagelijks geconfronteerd met het gevoel dat de afgestorvene alles betekende. Vaak kunnen ouders in hun verdriet hun aandacht niet meer harmonisch verdelen. Het is een belangrijke opdracht voor de omgeving en voor de hulpverleners om hieraan de nodige aandacht te schenken. Zolang ouders er niet aan toe zijn ook aandacht aan hun andere kinderen te geven, kunnen leerkrachten, buren en familieleden dit misschien wat compenseren.
Als het rouwproces normaal verloopt, neemt de idealisering geleidelijk af en komt weer een reëel beeld in de plaats. Verwerking betekent immers het herstel van een reëel beeld, met zijn positieve en zijn negatieve aspecten.
Geliefde voorwerpen
De rouwende houdt vaak zeer sterk vast aan bepaalde voorwerpen die toebehoorden aan de overledene. Ze kunnen vaak een goed gevoel geven. Voorwerpen als kledingstukken, boeken of belangrijke bezittingen kunnen iemand het gevoel geven dicht te zijn bij degene die men mist.
Lena vertelt hoe ze neiging heeft voortdurend te voelen aan een jas van haar overleden echtgenoot. Als ze de jas streelt, voelt ze zich minder alleen. Na een tijd voelt ze dat ze minder behoefte heeft aan deze jas.
Fabienne van wie de ouders verongelukten, liet een hele tijd de boekentas van haar vader onaangeroerd in de gang staan. De handtas van haar moeder bleef op het aanrecht staan, zoals ze deze daar had achtergelaten. Bezoekers probeerden haar er steeds weer van te overtuigen dat ze zich nodeloos pijn deed door te leven midden tussen de herinneringen. Hoe meer men haar probeerde te overtuigen alles weg te stoppen, hoe krampachtiger ze eraan vasthield.
Mensen denken vaak dat ze er goed aan doen iemand weg te houden van alles wat aan de overledene herinnert. Zo denkt men soms ook dat men alle kinderspullen moet opbergen vooraleer een moeder thuiskomt na een doodgeboorte. Men raadt mensen aan de kinderkamer op te ruimen als een kind in het gezin is overleden. Deze reacties komen overeen met de neiging in de samenleving zich af te wenden van het verdriet in plaats van zich toe te wenden.
Leven te midden van de herinnering met de geliefde voorwerpen kan het rouwen bevorderen. Alles te snel verwijderen kan het gevoel van veiligheid dat met deze voorwerpen samenhangt, wegnemen. Als men zich eenmaal wat heeft verzoend met het verlies, kan men wellicht beter beslissen wat ermee te doen. Sommige voorwerpen wil men altijd bewaren. Dat is goed. Met het gewoon weggeven van alles wat de overledene toebehoorde, heeft men de rouw niet verwerkt.
Men kan ook een ‘schrijn’ creëren waarin men alles bewaart zoals het was vóór de dood. Dit is iets anders dan de voorwerpen een tijdlang onaangeroerd laten en sommige achteraf bijhouden. Met het creëren van een soort relikwieënkastje probeert men het erkennen van de pijnlijke nieuwe werkelijkheid dat men zonder de ander verder moet, te ontlopen. Het is belangrijk het onderscheid te maken tussen het bijhouden van sommige voorwerpen en het creëren van een schrijn. Het eerste helpt om te genezen, het tweede niet.
Zelfmoordgedachten
Gedachten of men nog wel verder wil leven, die komen en gaan, zijn ook een normaal onderdeel van een rouwproces. Men kan zeggen of denken dat men er niet om zou geven, als men ’s morgens niet meer wakker zou worden. Dat is niet zozeer een actieve wens om zichzelf te doden, als wel een wens om de pijn te doen ophouden. Deze gedachten zijn normaal, maar actief plannen maken en iets ondernemen om een einde aan het leven te maken, is niet normaal. Soms kan men zich zo ellendig voelen dat de vraag zich opdringt of men zich nog ooit opnieuw echt zal voelen leven. Het is echter enkel met de pijn en het verdriet door te gaan dat men opnieuw zin in het leven kan vinden. Als de gedachten aan zelfdoding concrete vorm beginnen aan te nemen, heeft men dadelijk hulp nodig. Men kan het gevoel hebben in een donkere tunnel te zitten en maar één weg meer te zien. Anderen kunnen dan helpen om breder te kijken.
Dromen
Dromen over de overleden persoon is een van de manieren waarop de rouw tot uiting kan komen. Voor sommigen spelen ze een belangrijke rol. In een droom kan men zoeken naar de overledene. Men kan hem zien en het gevoel hebben dat hij aanwezig is. Dromen geven iemand de kans om bezig te zijn met het verlies, om de realiteit onder ogen te zien en om herinneringen op te roepen. Dromen kunnen iemand helpen de zin van leven en dood te vinden en onafgewerkte zaken af te werken.
De inhoud van de dromen weerspiegelt vaak de veranderingen die zich voordoen in het rouwproces. Men kan hier ontdekken vanwaar men komt, waar men nu staat en waarheen men gaat. Het helpt als men het kan vertellen aan iemand die kan luisteren in plaats van aan iemand die interpreteert.
Men kan echter ook nachtmerries meemaken, speciaal na een traumatische of gewelddadige dood. Deze dromen kunnen beangstigend zijn. Ook hier heeft men iemand nodig bij wie men deze dromen mag uitspreken en ondersteuning en begrip kan vinden. Men moet niet steeds iets proberen te doen aan de gevoelens van de ander. Uitspreken in een begrijpend en luisterend contact werkt vaak het meest bevrijdend.
Veranderingen in sociale relaties
Rouw kan zich ook uitdrukken in veranderd sociaal gedrag. Rusteloosheid en moeilijk stil kunnen blijven zitten verstoren sommige relaties. Men verliest interesse voor de gewone activiteiten, of mist de energie en het initiatief om ze te ondernemen. Men kan zich voortdurend irriteren aan anderen. Omdat men de energie mist voor sociale relaties, trekt men zich vaak terug uit de contacten met vrienden. Het geeft de indruk dat men alle geboden hulp afwijst of ontloopt, ook al heeft men er een grote behoefte aan. In de grond is het enige dat men verlangt, terug samen te zijn met de overledene en de situatie van vroeger te herstellen. Alle andere zaken zijn zonder betekenis en onbeduidend. Men verwaarloost dan vaak ook elk sociaal contact. De pijn die men ervaart als men anderen samenziet met hun dierbaren, drijft de rouwende verder in het isolement.
Door gebrek aan energie vindt men het soms gemakkelijker een hulpaanbod af te wijzen dan te aanvaarden. Aan de andere kant voelt men soms de neiging zich afhankelijk op te stellen en zich vast te klampen aan anderen. Men kan het moeilijk vinden om alleen te zijn en wil steeds mensen rondom zich. Soms verbergt men zijn verdriet omdat men vreest dat het voor anderen te veel wordt en dat ze niet meer zullen komen. Het is ook mogelijk dat men zeer wantrouwig reageert op anderen. Men kan bovendien agressief worden als anderen begrip tonen, omdat men dan niet meer kan zeggen dat ‘alles in het leven vreselijk is en dat men voor alles alleen staat’.
Lichamelijke reacties
Ook al wordt rouw gewoonlijk hoofdzakelijk als een emotionele reactie gezien, men heeft altijd toch lichamelijke gewaarwordingen. Ongeveer elk type van lichamelijk symptoom kan een uitdrukking zijn van het verdriet. Men kan het lichaam en de geest van een mens niet scheiden. Sommigen laten hun rouw enkel tot uitdrukking komen in lichamelijke symptomen en reacties. Maar zelfs al rouwt men adequaat op het emotionele vlak, dan kan men nog verwachten dat het verdriet zich ook in lichamelijke symptomen uit.
Het gebeurt dat men lichamelijke symptomen ervaart die identiek zijn aan deze waaraan de dierbare is overleden. Ook dit is een vorm van zich vereenzelvigen met de overledene, zich dicht bij de ander willen voelen. Als de ander stierf aan een hartaandoening, kan men hartklachten ontwikkelen. Als hij stierf aan de gevolgen van een hersentumor, kan men frequent hoofdpijn voelen. Een goed medisch onderzoek van de klachten en symptomen is nodig, maar het is tevens belangrijk zich te realiseren dat men zich ook in lichamelijke klachten kan identificeren met de overledene.
Rouwen betekent een zware belasting voor het lichaam en dat kan zich in een veelheid van lichamelijke reacties uitdrukken, zoals: verlies van eetlust, of neiging tot te veel eten, abnormaal verlies van lichaamsgewicht, verminderde energie, overdreven vermoeidheid, wegvallen van het seksuele verlangen of versterking ervan, lusteloosheid, agitatie, moeilijk in slaap kunnen geraken en wakker worden midden in de nacht, uitputting, een gevoel van beklemming in de keel, het gevoel niet te kunnen ademen, zenuwachtigheid en spanning.
Soms zijn lichamelijke symptomen de enige indicatie dat de rouw nog niet is verwerkt. In rouw heeft men minder weerstand en is men meer kwetsbaar voor allerlei vormen van ziekte. Het is daarom zeer belangrijk dat men veel aandacht geeft aan de gezondheid en het lichamelijk welbevinden na een belangrijk verlies.
Seksualiteit
De seksualiteitsbeleving kan veranderen door het verlies. Het is niet abnormaal dat de seksuele relatie gedurende een periode van twee jaar negatief wordt beïnvloed door het sterven van een kind. Wanneer de partner wegvalt, verliest men ineens ook de vertrouwde seksuele relatie.
Rouw beïnvloedt verschillende personen op verschillende wijze. Dat is evenzeer zo op het seksuele domein. Een hechte en intieme seksuele relatie kan precies datgene zijn wat de ene partner wenst om uiting te geven aan zijn verbondenheid en voor de andere partner kan het nu juist datgene zijn wat niet te verdragen is op hetzelfde moment. Dit kan voor problemen zorgen wanneer de ander dit beleeft als verwerping of als een bijkomend verlies, nu men al heel veel heeft verloren. Het is een zeer gevoelig domein, waarin men zeer veel geduld en begrip moet opbrengen voor elkaar. Voor de een kan seksualiteit met vreugde en plezier verbonden zijn en men kan zoeken naar aangename verbondenheid midden in het verdriet. De ander kan alles wat met genieten te maken heeft totaal onaanvaardbaar vinden in deze omstandigheden. Het gaat om gekwetste mensen die beiden proberen op hún manier de pijn van het verlies te verminderen. Hoe ze reageren en wat ze verlangen kan zeer verschillend zijn, omdat geen twee mensen rouw en verdriet precies op dezelfde manier en in hetzelfde tempo beleven, en omdat mensen op gebied van seksualiteitsbeleving ook niet steeds te harmoniëren zijn.
Belangrijk is tot open communicatie te komen in verband met gevoelens omtrent seksualiteit, zodat men elkaars behoefte kan begrijpen. Op deze manier vermijden partners van elkaar te vervreemden. Het vergt soms tijd om in verdriet opnieuw vreugde en warmte met elkaar te delen.
Mannen rouwen anders dan vrouwen
Twee mensen rouwen nooit precies op dezelfde manier. Er zijn grote verschillen, ook al herkent men gelijkaardige gevoelens en reacties. De intensiteit, de duur, het tempo en de gevoelige momenten verschillen van persoon tot persoon. En in elk geval vindt men vaak duidelijke verschillen tussen de manier waarop mannen en vrouwen omgaan met hun verdriet. Het is belangrijk dat men dit beseft, want vaak ontstaan er grote spanningen in relaties tussen man en vrouw, omdat men elkaar niet verstaat of niet meer herkent in de verdrietreacties.
Lieve is erg ontgoocheld omdat Bart praktisch nooit meer spreekt over Geert, hun overleden kind. Hij gaat helemaal op in zijn werk. Als hij ’s avonds thuiskomt, heeft zij er behoefte aan bij hem uit te wenen, maar hij weert het af. Ze wil dat hij meegaat naar een zelfhulpgroep om te leren praten over zijn gevoelens, maar hij voelt er niets voor. Ze heeft het gevoel dat ze van elkaar weggroeien. Hij vindt dat Lieve overdrijft, dat ze veel te veel bezig is met haar verdriet en zich maar pijnigt door er voortdurend over te praten.
Hoe komt het dat ze beiden elkaar zo moeilijk verstaan ? Zijn er dan afzonderlijke rouwprocessen voor mannen en vrouwen ? Hebben zij verschillende behoeften ? Hebben mannen minder gevoelens dan vrouwen ? Houden mannen anders van mensen dan vrouwen en komt het daardoor dat ze ook op een heel andere manier verwerken wanneer een dierbaar iemand sterft ? Het is belangrijk om hierop meer zicht te hebben, want vaak wordt in een rouwproces extra pijn gecreëerd door het onbegrip dat man en vrouw bij elkaar menen te ervaren.
Mannen beleven evenzeer een verlies en een rouwproces als vrouwen. Zij hebben niet totaal andere behoeften. Ze hebben evenzeer gevoelens. Ze ervaren die echter vaak anders en ze uiten die anders dan vrouwen. Ze zijn soms minder verbaal over gevoelens. Dit is sterk bepaald door de opvoedingspatronen en de andere verwachtingen in de samenleving ten aanzien van mannen en vrouwen.
Mannen worden van jongs af meer gestimuleerd om gevoelens niet te uiten. ‘Een grote jongen huilt toch niet.’ In plaats van gevoelens te bespreken of te laten zien, vertonen mannen de neiging deze af te reageren in werken en in activiteit. Ze moeten zich stérk houden en worden aangemoedigd een beschermende en actieve rol op zich te nemen. Vaak hebben ze dan ook moeite om dicht bij anderen te staan in hun emoties en adequate opvang te bieden. Ze hebben de neiging ver weg te blijven van alles wat met emoties te maken heeft.
Ook in de wijze van denken verschillen mannen vaak van vrouwen. Ze hebben de neiging meer analytisch te denken en zijn meer gericht op het oplossen van problemen. Als vrouwen hun verdriet uiten, zullen mannen vaak de neiging hebben praktische oplossingen te zoeken en suggesties te doen om de pijn te verminderen. Ze suggereren terug te gaan werken, een hobby te zoeken of iets anders te ondernemen. Vrouwen wensen echter hun emoties te uiten en te delen. Ze wensen dat er naar hen wordt geluisterd. Ze willen horen of hun man hetzelfde voelt en ervaart. Ze wensen emotionele steun en iemand die hun pijn begrijpt. Als de man dan met praktische oplossingen aankomt, die op iets anders gericht zijn dan hun gevoelens, voelen ze zich niet begrepen en alleen in hun verdriet. Ze vragen zich af of hun man wel iets voelt in verband met het sterven, met hun overleden kind of met hun verdriet.
Het is niet zo dat mannen het verdriet niet voelen, maar zij richten zich eerder op het ene aspect van het probleem en vrouwen op het andere. Mannen reageren eerder als probleemoplosser, als beschermer van de vrouw. Ze houden hun pijn en emoties onder controle en leunen minder op anderen. Vrouwen uiten hun gevoelens, zoeken erkenning van de pijn en vergelijking met anderen. Ze richten zich op het nu, terwijl mannen misschien sneller naar de toekomst kijken. Ze verschillen vaak ook in het soort relaties dat ze hebben. De relaties van mannen zijn vaak meer gericht op activiteiten dan op gevoelens. Ze neigen meer naar competitie, en zwakte is vaak niet toegelaten. In momenten van verdriet hebben ze dan ook minder mensen op wie ze kunnen terugvallen en minder ervaring in het uiten en delen van gevoelens. Bij vrouwen is delen van gevoelens een belangrijk aspect van hun communicatie met vriendinnen. Ze mogen zich ook meer zwak tonen en hebben er daarom vaak minder moeite mee om steun en hulp te vragen.
Mannen hebben dan ook meer aanmoediging nodig om hun verdriet te uiten. Het is belangrijk dat men hen uitdrukkelijk zegt dat het uiten van gevoelens normaal is in een rouwproces. Men moet niet proberen mannen te doen rouwen zoals vrouwen. Men kan hen helpen met hun gevoelens om te gaan op manieren die voor hen comfortabel zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld gemakkelijker spreken over hoe hun familieleden omgaan met het verlies dan over hun eigen gevoelens. Op deze manier zeggen ze echter onrechtstreeks iets over zichzelf. Men kan hun informatie geven over gevoelens, hen helpen om te gaan met het verdriet van hun vrouw of hun kinderen, zodat ze zich wat competenter voelen. Dan krijgen ze het gevoel minder afhankelijk te zijn van onbekende zaken en iets beter de situatie te kunnen beheersen.
Ook vrouwen hebben toelating nodig om te rouwen, maar anders dan mannen. Ze hebben vaak meer moeite met de gevoelens van agressie en met de zelfstandigheid die wordt gevergd in het nemen van beslissingen, omdat dit vaak minder van hen werd verwacht. Het is belangrijk dat ze zicht krijgen op het feit dat ook mannen rouwen, maar op een andere manier, zodat ze dit niet interpreteren als gebrek aan liefde en bezorgdheid. Als ze vooreerst tegenover hun man kunnen erkennen dat verdriet ook kan worden uitgedrukt in lichamelijke inspanning en werken, zal hun aanmoediging om er af en toe eens over te praten misschien beter worden aanvaard.
Het benadrukken van de verschillen tussen mannen en vrouwen in het omgaan met verdriet mag echter niet te absoluut worden gezien. Geen twee mensen rouwen precies op dezelfde manier. Er zijn ook mannen die er eerder behoefte aan hebben deze gevoelens uit te wenen en er veel over te praten, maar ze krijgen er soms minder kansen toe. Er zijn ook vrouwen die zich uitdrukkelijk een imago van flinkheid aanmeten en zich volop gooien in hard werken.
Rouw is steeds anders
De reacties en gevoelens die in dit hoofdstuk werden beschreven geven geen volledig overzicht van wat mensen in verdriet kunnen ervaren en meemaken. Het is echter onze hoop dat deze beschrijving helpt om te laten zien dat heel wat reacties mogelijk en normaal zijn in een rouwproces. Dit beter verstaan en kennen kan mensen behoeden voor de angst dat ze gek aan het worden zijn. Het kan wellicht zorgverleners en familieleden meer rust geven om ontvankelijk te luisteren en rouwenden de kans te geven zich uit te spreken. Luisteren hoe het voelt, is vaak een zeer adequate vorm van helpen en ondersteunen in verdriet. Zo bouwt men geen dam op tegen het verdriet, maar een bedding waarin het verdriet kan wegvloeien.