1 MEER WETEN KAN HELPEN
Een reisgids doorheen verdriet
Pas als een tweede of een derde kind verongelukt op een zelfde kruispunt, wordt er aandacht geschonken aan het probleem en denkt men eraan verkeerslichten te plaatsen om een volgend slachtoffer te voorkomen. Enkel onder druk van de omstandigheden beantwoordt men aan de nood. Deze houding kan men bijna veralgemenen ten aanzien van vele maatschappelijke problemen.
Een zelfde houding vindt men terug in de hedendaagse samenleving ten aanzien van de problematiek van rouw en verdriet en het zich voorbereiden op mogelijke verliessituaties. Iedereen weet dat verlies tot het leven behoort. Elk leven eindigt met sterven. Iedereen die ons dierbaar is, zal ooit komen te sterven. En toch bereiden weinig mensen zich hierop voor. Men wordt er vaak totaal onverwacht mee geconfronteerd. Een jaarlijkse vakantiereis wordt meestal zeer goed voorbereid. Men koopt een toeristische gids met de wetenswaardigheden over de streek waarheen men reist en een goede wegenkaart om de reisroute nauwkeurig te bepalen. Dit laat toe meer uit de vakantie te halen.
Is het niet contrasterend dat de meeste mensen zich helemaal niet voorbereiden op de laatste reis die zijzelf en allen die hun dierbaar zijn, zullen meemaken: de reis uit dit leven ? In weinig gezinnen heeft men hierover een boek of een kaart, die aangeeft wat mensen van het stervensproces kunnen verwachten, welke emoties en problemen ze op deze weg tegenkomen en hoe ze hiermee adequaat kunnen omgaan.
Zowel de rouwenden als hun familieleden en vrienden stellen zich allerlei vragen: ‘Is het normaal dat ik mij na maanden nog zo verdrietig voel ? Zal ik nog ooit opnieuw kunnen genieten en houden van het leven ? Hoe komt het dat ik mij zo moeilijk kan concentreren, dat ik steeds weer allerlei dingen vergeet, dat ik me zo moe voel ook al heb ik bijna niets gedaan ? Is het normaal dat ik na drie jaar nog steeds begin te wenen bij het zien van een kind dat dezelfde leeftijd heeft als mijn overleden dochter ? Hoe komt het toch dat ik zo verdrietig ben omdat zo weinig mensen komen, en als er iemand komt, kan ik zo opstandig en agressief zijn dat men mij ontloopt. Zullen die schuldgevoelens dan nooit overgaan ? Is het normaal dat ik bij momenten zo kwaad kan zijn op mijn man, die mij door zijn plotse dood zomaar heeft achtergelaten ? Heb ik schuld aan de zelfdoding van mijn zoon ? Hoe komt het dat mijn kinderen bijna nooit iets zeggen over hun vader en op mijn vraag om er eens samen over te praten, afwijzend reageren ? Kunnen kinderen van vijf jaar reeds de dood van hun moeder begrijpen ? Is het niet beter hen te beschermen tegen verdriet ?’
En de vragen van de familieleden en vrienden: ‘Is het wel goed dat ze zoveel over haar overleden man praat ? Leidt dit niet tot zich nestelen in het verdriet ? Mogen wij onze kinderen nog wel meenemen bij vrienden wiens kind is gestorven ? Is het niet beter dat ik niet meer met mijn zus praat over mijn zwangerschap en de naderende geboorte, nu haar baby doodgeboren is ? Is het wel normaal dat een vrouw zo verdrietig is om het overlijden van haar man op vierentachtigjarige leeftijd ? Is het niet beter de naam van het overleden kind niet meer uit te spreken en dit gespreksonderwerp zoveel mogelijk te vermijden ? Zullen mensen er niet sneller overheen zijn, als we hen helpen er niet meer aan te denken ? Moeten we haar niet afraden steeds weer naar het kerkhof te gaan ?’
Op al deze vragen probeert dit boek een antwoord te geven. Het richt zich tot mensen in verdriet en probeert inzicht te geven in wat ze ervaren en meemaken. Begrijpen wat rouw is, wat rouwverwerking betekent, is zeer belangrijk voor het herstel. Het lezen van dit boek zal de pijn niet wegnemen, maar inzicht kan wel onnodige angsten verjagen en hierdoor verlichting brengen. Het brengt de verloren geliefde niet terug, maar het kan helpen om met het verlies om te gaan. Extra pijn en verdriet kunnen worden voorkomen door realistische verwachtingen te stellen naar zichzelf en anderen.
Het is ook een boek voor vrienden en familieleden, die zoeken hoe ze kunnen helpen. Men blijft vaak weg bij mensen in verdriet, omdat men niet weet wat te doen of wat te zeggen. De mensen zouden wel willen helpen, maar het draait allemaal verkeerd uit. Het kan hen hoeden voor verkeerde adviezen en hen helpen te verstaan wat adequate hulp kan zijn. Het kan hen helpen een brug te bouwen over de pijnlijke kloof van verdriet en rouw heen, een brug die zal leiden naar begrijpen en aanvoelen en uiteindelijk daardoor begrijpen, naar een bevrijding van angsten en wanhoop.
Professionele hulpverleners: artsen, verpleegkundigen, pastores, maatschappelijk werkers, leraars, opvoeders, werkgevers en leidinggevenden in organisaties en verenigingen, politiemensen, ambtenaren: zij allen kunnen er ook talrijke suggesties vinden om mensen in verdriet tot steun te zijn en te helpen groeien doorheen hun verdriet naar een nieuwe toekomst.
Verlies is steeds uniek
Verlies is steeds een intense, persoonlijke ervaring. Geen twee mensen rouwen op precies dezelfde wijze, ook al kan men bij de meeste personen gelijkaardige belevingen en reacties terugvinden. Rouw is steeds uniek, en niet zoals deze van om het even wie. Het effect van verschillende verliezen is telkens anders en het laat mensen achter met andersoortige noden. Het verlies van de partner is niet hetzelfde als het verlies van een van de ouders voor de kinderen. Ook al is het dezelfde persoon die sterft, het verlies is steeds anders voor de partner dan voor de kinderen. Zelfs voor de verschillende kinderen gaat het niet om dezelfde moeder die sterft. Elk kind heeft er zijn of haar moeder van gemaakt. De persoonlijke ervaringen, de eigen relatie, de leeftijd waarop men de persoon verliest en de eigen levensomstandigheden maken dat een verlies voor elke persoon weer anders en dus uniek is.
Ook ouders die een kind verliezen, kunnen heel verschillend treuren om dit verlies. Het kan lijken alsof ze elk een ander iemand verliezen. Ze kunnen in hun verdriet vreemden lijken voor elkaar, alsof ze geen echte band hebben. Het verdriet kan tussen hen een kloof creëren waarover ze niet bij elkaar kunnen geraken. Op andere momenten of bij anderen kan het verlies van het kind hen ook zeer dicht bijeenbrengen en de relatie veel inniger maken dan voorheen. Mensen kunnen elkaar verliezen in het verdriet en op een bepaald moment elkaar terugvinden.
Men gaat voorbij aan het individuele van elk verlies als men geen rekening houdt met de specifieke dilemma’s waarvoor men komt te staan bij elk type van verlies. Wat een ouder nodig heeft als een kind sterft, is iets anders dan de vader die weduwnaar wordt en achterblijft met drie jonge kinderen, of wat een bejaarde vrouw nodig heeft na het sterven van haar echtgenoot. Het verwerken kan zeer verschillend zijn als men de kans heeft gehad te groeien naar het sterven tijdens een langdurige ziekte. De herinnering is anders als men afscheid kon nemen en uitspreken wat nog onafgewerkt was, dan wanneer men plots met sterven wordt geconfronteerd door een ongeval of een gewelddadige dood. Elk verlies stelt zijn eisen. Er zijn gelijkenissen, maar er zijn ook verschillen waarmee niet alleen begeleiders rekening moeten houden; ook voor de rouwende zelf kan het een steun zijn hierover meer te weten.
Niet alleen sterven
Rouwen doet in de eerste plaats denken aan het verdriet na het sterven van een dierbaar iemand. Men beleeft echter gelijkaardige gevoelens na andere belangrijke verlieservaringen en men zal veel herkenbaars terugvinden in de reacties en emoties die in dit boek worden beschreven. Alles wat het karakter krijgt van verlies van een dierbaar iemand of iets kan een rouwproces meebrengen.
Ouders die geen kinderen kunnen krijgen en definitief afscheid moeten nemen van hun kinderwens. Het verlies van een belangrijk levensperspectief, zoals een verwachting die niet wordt vervuld, een promotie die niet doorgaat. Het verlies van een werksituatie door ongewenste mutatie, door ontslag, kan iemand ontwrichten zoals bij een sterfgeval, zeker als het gaat om iemand die veel in dit werk heeft geïnvesteerd en er zijn levensvoldoening uit haalde. Pensionering betekent voor sommigen niet alleen verlies van werk, maar ook van belangrijke sociale contacten, van positie, van status en van zelfwaardegevoel. Het verbreken van een verkering, of het geleidelijk vervreemden van elkaar in een partnerrelatie met uiteindelijk een echtscheiding.
Sommige mensen verliezen terwijl ze nog leven en dit blijft vaak onopgemerkt voor de omgeving, zoals wanneer een familielid psychisch ziek wordt of geleidelijk wegglijdt in dementie. De andere is er nog wel, maar het wordt een andere persoon, een andere relatie, waarin wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden totaal anders komen te liggen. Het rouwen begint ook reeds wanneer iemand ernstig ziek wordt. Zowel de zieke als de familie moet leren leven met verlies van bepaalde verwachtingen. Zij maken terzelfder tijd een rouwproces door. De zieke moet geleidelijk afscheid nemen van gezondheid en uiteindelijk van het leven. De familieleden moeten afscheid nemen van het samenleven en zich voorbereiden op alleen verder gaan.
Er wordt vaak voorbijgegaan aan de ingrijpende betekenis van bepaalde verliessituaties. Wie denkt eraan wat de dagelijkse confrontatie met een gehandicapt kind betekent voor de ouders; aan het verdriet van de bejaarde die graag in de vertrouwde omgeving was gebleven, maar noodgedwongen naar een bejaardentehuis moet; aan het verlies van een goede vriend. Vriendschap wordt in deze samenleving zeer hoog gewaardeerd, maar er wordt weinig aandacht gegeven aan verdriet bij verlies van vrienden.
Verdriet en vreugde
Soms zegt men dat verdriet een universele ervaring is, dat elke mens zijn verdriet doormaakt. En toch ervaart niet iedereen in dezelfde mate verdriet bij afscheid. Enkel degenen die in staat zijn tot liefde, om te houden van mensen en dingen, ervaren ook verdriet. Mensen die niet in staat zijn om te houden van mensen, of te genieten van het leven, om zich te engageren voor iets of iemand, ervaren veel minder verdriet. Verdriet is de andere zijde van liefde. Zoals Gibran schrijft: ‘Men weent om wat vreugde schonk. Iemand die sterk houdt van zijn partner, van zijn kinderen, van zijn werk, is voorbestemd tot groot verdriet.’ Het rouwen is dan een manier om om te gaan met verdriet, het is door het verdriet heen groeien, om geleidelijk te worden hersteld tot heelheid.
‘De tijd heelt alle wonden’ is een algemene opvatting die leeft bij zeer veel mensen. Niets is minder waar. De tijd op zich geneest niet. Als men in een hoekje zit en tijd neemt om te genezen, zal de tijd niets doen. Een wonde waarnaar niet wordt omgekeken, die niet wordt ontsmet en verzorgd, die niet zorgvuldig wordt verbonden, zal niet genezen maar erger worden. Het is niet de tijd die geneest, maar wat men doet met de tijd. Het kan wel dat pijn mildert met de tijd, dat ze haar intensiteit verliest, maar de gevoelens van droefheid gaan daarmee niet weg.
Een vrouw van 72 vertelt: ‘37 jaar zijn voorbijgegaan en tot vier jaar terug kreeg ik niet de kans of de toelating erover te praten. Niet met mijn man, niet met mijn familie of vrienden. Ik mocht mezelf niet uitspreken of uitwenen. Niemand wilde dit aanhoren. Ik voelde me schuldig omdat ik mijn baby had laten slapen op de buik. Ik ben nu 72 jaar en pas de laatste jaren, toen zeer goede vrienden van mijn dochter ook een wiegedood meemaakten, kreeg ik de kans om mijn verhaal te vertellen en wat steun te ervaren.’
Het is niet het verloop van de tijd die genezend werkt, maar de uiting van het verdriet in een periode van tijd, en de ondersteuning die men vindt bij anderen. Erkenning geven aan verdriet betekent meer verlichting dan het wegduwen, het verzwijgen en het opkroppen. In dit boek worden inzichten en praktische suggesties gegeven over dingen die men beter kan doen en andere die men beter kan laten in deze tijd. Wat men doet en niet doet bepaalt of de wonde blijft schrijnen. Als emoties niet kunnen worden geuit als emoties, vinden ze vaak andere schadelijke uitwegen in lichamelijke kwalen, in hardheid en bitterheid.
Als wat leeft in de hedendaagse cultuur correct zou zijn en men inderdaad verdriet moet te boven komen in enkele dagen, dan moet men aannemen dat de relatie met de overledene louter toevallig is, zoals de relatie tussen een persoon en zijn kleding of zijn bril. Dan zou er geen reden zijn voor diep verdriet dat lang kan duren. Onze cultuur is echter fout. De rouwende heeft letterlijk een deel van zichzelf verloren. Dat is niet louter figuurlijk. Mensen zijn niet samengesteld uit alleen maar lichaamsdelen, maar ook uit geschiedenis en relaties. De rouwende persoon is gewond, echt zoals bloed druppelt uit een gewond lichaam. En zoals een lichamelijke wonde pijn kan doen als men zich ergens stoot, kan ook het emotionele verdriet hevig voelbaar blijven als men wordt geconfronteerd met bepaalde ervaringen, herinneringen, ook heel wat later in de geschiedenis van het leven. Rouw raakt alle dimensies en niveaus van de persoonlijkheid. Te vaak wordt eenzijdig de stereotype mythe beschreven van de rouwende die droevig en depressief in een hoekje zit en weent. Rouw is veel meer gecompliceerd en zeer divers verweven met het leven van mensen. Er is niet één antwoord op prangende vragen als: waarom doet het nog zo’n pijn na al die tijd, wat doet de vrouw van 72 jaar wenen om haar kind dat 45 jaar geleden aan wiegedood is gestorven, wat maakt dat een vrouw zeer intens verdrietig kan zijn om het verlies van haar lievelingsbroer die twintig jaar geleden verongelukte. Wellicht kan dit boek een perspectief bieden dat enig licht werpt op rouw en verdriet, en kan het steun betekenen voor de rouwende en houvast voor hen die mensen nabij willen zijn in verdriet.
Groeien doorheen verdriet
Is er nog toekomst voor mensen die een zwaar verlies hebben meegemaakt ? Er zijn veel antwoorden op deze vraag. Soms lijkt het alsof men enkel nog in het verleden leeft en of alles wat men meemaakt, mensen terugplooit op hun gemis. Sommigen hebben een gezonde aanpassing en spreken realistisch over plannen, over hun job, over opnieuw een rol spelen in de familie en het maatschappelijk leven, over het herinrichten van hun huis en hun leven, over al de mogelijkheden die openliggen in deze wereld. Maar er zijn ook andere houdingen: gevoelens van doelloosheid, bitterheid, wanhoop en het onvermogen te denken aan om het even welke toekomst. Daarnaast kan men telkens weer onder de indruk komen van de capaciteit van mensen om zich aan te passen aan de tragedies en de rampen van het leven: blind worden, een arm verliezen, zwaar gekwetst geraken, verliezen van een boeiende job, verlies van de partner, van een kind, van meerdere dierbaren op korte tijd... Men ziet mensen eruit opstaan met een nieuwe wijsheid en een intenser medegevoel voor mensen.
In dit boek wordt niet gestimuleerd het verlies te vergeten. Het verleden zal altijd de toekomst kleuren. Er worden echter wegen aangegeven om zich aan te passen aan een nieuw leven zonder het oude te vergeten, om te verwerken zodat het verleden niet zodanig het heden beheerst dat er geen toekomst meer kan zijn. Men kan tot een nieuwe relatie komen met de overledene, waarin de herinnering levendig wordt gehouden en inspireert tot leven.
Het lijden van de rouwende komt niet alleen voort uit het verlies van een dierbaar iemand of iets, maar ook uit de leegte die volgt en uit de verwarring omdat men niet weet wat daaraan te doen, hoe iets te doen en tot wie zich te wenden voor ondersteuning en troost. Met de hulp van familie, vrienden en zorgverleners kan iets van de grenzeloze leegte, althans in het begin, worden opgeheven. Informatie over wat mensen in verdriet meemaken, over wat kan helpen en wat de verwerking eerder tegengaat, zal hopelijk rouwenden en degenen die nauw met hen verbonden zijn, helpen om minder bevreesd en minder beoordelend te zijn. Het helpt als men de diverse reacties kan zien als onvermijdelijk maar voorbijgaand in duur. Ze zijn een deel van een proces waarbij men gradueel herstelt en zich aanpast aan de veranderingen die voortvloeien uit het verlies. Een groter begrip voor wat rouw in het leven van mensen teweegbrengt, kan hen die helpen willen, leren dat het beter is steun te bieden terwijl de rouwende zijn eigen oplossingen uitwerkt, dan als helper zijn eigen oplossingen aan te bieden. Bij dit alles is belangrijk dat de lezer voor ogen houdt dat alle kennis over rouwreacties en wat hierbij kan helpen, van weinig hulp zal zijn als de persoon die deze kennis gebruikt dit niet doet binnen een zorgende relatie, met zeer veel respect voor wat de andere voelt en ervaart. Er bestaan geen recepten over hoe mensen moeten omgaan met verdriet. Men kan mensen niet vertellen hoe ze zich moeten voelen. Men kan enkel luisteren hoe ze zich voelen en hen helpen om dit uit te spreken.
De vraag die bij velen leeft en mensen weghoudt van mensen met verdriet is: ‘Wat moet ik hem of haar zeggen ?’ Men moet niet naar mensen toegaan om allerlei te zeggen, maar om te luisteren wat zij vanuit hun verdriet aan ons te zeggen hebben. Er bestaan geen autoriteiten op gebied van verdriet en rouw. Elk ervaart de dood van iemand die hij liefheeft op zijn eigen wijze. Er is geen ‘juiste’ of ‘verkeerde’ manier van voelen. Het belangrijkste is voor elke persoon te vinden wat het beste is voor hem. Kennis kan iemand de rust en het vertrouwen geven om in alle sereniteit te luisteren naar het verdriet, zo intens en meelevend dat de andere wordt geholpen zijn eigen antwoord uit te spreken.