4 KINDEREN ROUWEN OOK
Kinderen en verlies
Kinderen en dood lijken begrippen die ver uit elkaar liggen. Kinderen zijn het begin van het leven en de dood is het einde. Het sterven van kinderen en jongeren is erg teruggelopen in onze cultuur. Dit wil echter niet zeggen dat kinderen niet met sterven en verliessituaties in aanraking komen. Een grootouder, een ouder, een broer of zus, een vriend, een vriend van de ouders, een leerkracht of een kind op school kan sterven. En hoeveel kinderen verliezen niet een van de ouders gedeeltelijk of volledig door echtscheiding ? Men kan kinderen verliessituaties niet besparen. Er doen zich meer gelegenheden voor dan men denkt.
Kan men niet beter voorbijgaan aan die lege stoel, er niet de aandacht op vestigen, en kinderen proberen te beschermen ? Sommigen denken dat pijnlijke ervaringen waarover niet meer wordt gesproken, voorbijgaan en worden vergeten. Dat is niet juist. Men kan wel tijdelijk aan de gevoelens voorbijgaan, maar dit kan nadelig zijn voor het verdere leven. Men kan kinderen en jongeren deze ervaringen niet besparen. De enige keuze die men heeft, is hoe men hen zal helpen om te gaan met verliessituaties. Als men deze verantwoordelijkheid verwaarloost, laat men hen eenzaam afrekenen met de mysteries van leven en dood, met hun eigen angsten tegenover de dood, met het verlies van iemand van wie zij hielden en van iemand die hield van hen.
Kinderen hebben een groot vermogen om adequaat om te gaan met moeilijke situaties, als de volwassen omgeving hen maar inzicht en begrip bijbrengt. Om kinderen echter goed te helpen in hun verdriet, is het belangrijk dat men enige kennis heeft van de verschillende ontwikkelingsstadia en de mogelijke reacties van kinderen. De voornaamste gedachte is echter dat kinderen evenzeer rouwen als volwassenen. Het meeste dat waar is voor volwassenen is dat ook voor kinderen. Ze reageren echter op een manier die eigen is aan hun leeftijd en ontwikkeling. Precies zoals volwassenen maken ze een gans gamma van reacties en gevoelens door. Ze gaan doorheen lange en intense gevoelens van verdriet. Ze hebben veel van dezelfde problemen en ervaren veel van dezelfde symptomen die in vorig hoofdstuk werden beschreven.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op wat specifiek is voor kinderen en hoe men hen kan helpen. Het is echter belangrijk voor ogen te houden dat de noodzakelijke kennis alleen niet voldoende is, maar dat dit alles maar echt effect heeft als de persoon die deze kennis gebruikt, hen met grote zorg benadert.
Ook al treft men bij kinderen en jongeren dezelfde reacties aan als bij volwassenen, toch is er ook een aantal verschillen. Volwassenen hebben het voordeel reeds ontwikkeld te zijn, terwijl bij kinderen een ernstig verlies de normale ontwikkeling kan doorkruisen. Deze kan erdoor worden gehinderd of geblokkeerd. Kinderen zijn ook benadeeld omdat het denken nog niet is ontwikkeld zoals bij volwassenen. Op een bepaalde leeftijd begrijpen kinderen nog niet precies wat dood betekent. Ze realiseren zich bijvoorbeeld nog niet dat de dood onomkeerbaar is en verwachten dat de overledene kan terugkeren. Als ze in hun spel iemand doodschieten, staat het slachtoffer na enkele momenten weer op en speelt gewoon verder.
Kinderen hebben het ook moeilijk omdat ze de dingen letterlijk opnemen. Het is daarom belangrijk zorgvuldig te letten op hoe men communiceert met kinderen. Als men zegt dat moeder haar kindje ‘verloren’ heeft bij de geboorte, kunnen kinderen verwachten dat de baby wordt teruggevonden. Als men zegt dat vooral ‘oude’ mensen sterven, kunnen kinderen zeer ongerust zijn, want voor hen zijn hun ouders en de andere volwassenen oud, ongeacht hun leeftijd.
Rouw heeft niet alleen te maken met de capaciteit om te verstaan, maar ook met de capaciteit om te voelen. Daarom is elk kind dat rijp genoeg is om te houden van mensen, ook rijp genoeg om te rouwen. Ze hebben dezelfde capaciteit om te voelen als volwassenen, maar ze zijn niet op dezelfde wijze in staat hun gevoelens te beschrijven en te verwoorden.
Waar bij volwassenen de eerste rouwreacties beginnen onmiddellijk na het sterven van een geliefde, begint dit bij kinderen soms enkele weken of maanden na de dood. Men mag kinderen niet bekritiseren omdat ze vooral bezorgd zijn, egocentrisch, over hun eigen persoonlijke problemen na de dood van een ouder. Ze kunnen zeer reële vragen stellen zoals: wie zal mij nu naar de muziekschool voeren, wie zal elke morgen mijn haar kammen, wat is er om te eten ? Zij schuiven het rouwen soms voor zich uit tot ze voelen dat voldaan is aan hun behoefte aan fysieke en psychologische veiligheid. Er is weinig verandering in hun gedrag, behalve wat teruggetrokkenheid en misschien een achteruitgang in hun prestaties op school. En plots, heel wat later, breken hun tranen en hun verdriet door, soms op het moment dat de familie haar veiligheid hervindt. Nu pas voelt het kind zich veilig genoeg om zijn verdriet te uiten. Soms ziet men ook dat kinderen met hun verdriet terechtkomen bij een leraar, een oom of een andere vertrouwde. Het kan het gevoel geven veiliger terecht te kunnen dan in de emotionaliteit van het gezin. Een leraar kan hier een zeer belangrijke rol vervullen.
Een jongere vertelt: ‘Na het sterven van mijn moeder nam de leraar Latijn me af en toe een uurtje apart in de bibliotheek, alleen maar om er te zijn en naar mij te luisteren in al mijn verwarring. Zijn kalme begrip was een weldaad en heeft me van een diepe wanhoop gered.’
Kinderen zijn ook niet in staat om lange tijd met verdriet bezig te zijn. Hun capaciteit om de pijn te verdragen die wordt opgeroepen door de erkenning van het verlies, is beperkt. Daarom vermijden ze vaak ook erover te praten. Het is ook de reden waarom ze met onderbrekingen en soms gedurende jaren bezig zijn met het verlies. Alternerend zien ze het onder ogen en ontwijken ze het. Volwassenen begrijpen dit soms niet. Als een kind na de dood van moeder zijn tranen droogt en gewoon verder gaat spelen, betekent dit niet dat het niet begrepen heeft wat men heeft gezegd. Kinderen zijn gewoon niet in staat lange tijd en intens met het verdriet bezig te zijn.
Een ander belangrijk verschil met volwassenen is dat men vaak niet beseft dat voor kinderen hun spel hun werk is. Spelen is het meest natuurlijke instrument voor communicatie bij kinderen. In hun spel kunnen ze zich op een veilige manier uiten. Ze spelen als het ware angstwekkende gebeurtenissen uit en proberen ze zo onder controle te krijgen. Zo ziet men dat kinderen proberen begrafenis te spelen. Of ze zullen in de zandbak een put graven om te zien hoe diep ze moeten graven om in de hemel te komen, want de hemel moet onder de grond zijn, aangezien men een overledene daar begraaft en zegt dat hij naar de hemel is. In hun spel proberen ze een situatie te beheersen en even het verdriet te onderbreken. Dit betekent niet dat ze niet aangedaan zijn door het verlies. Ze gaan ermee om op hun eigen manier. Het spel van kinderen is iets als het discussiëren, bespreken en uiten van gevoelens bij volwassenen. Spel is de taal van kinderen.
Een andere reden waarom rouwreacties van kinderen soms moeilijker te begrijpen zijn voor volwassenen, is dat de volwassene op dat moment ook het verlies van dezelfde persoon te verwerken heeft en zozeer bezig is met het eigen verdriet dat men geen aandacht heeft voor het verlies van het kind. Wanneer een kind zijn vader verliest, is het ook de echtgenoot van zijn moeder; wanneer een broer sterft, is het ook het kind van de ouders; wanneer een grootmoeder sterft, is het de moeder van een der ouders. Ook al is het dezelfde persoon die sterft, het verlies is nooit identiek voor de volwassene en het kind. Zij betreuren verschillende relaties.
Als het kind een ouder verliest, heeft dit vaak de betekenis van een dubbel verlies:
1. een kind is zo gebonden aan zijn ouders en op een bepaalde leeftijd zo weinig gescheiden dat hij met de ouder ook een deel van zichzelf verliest, zoals ouders bij het sterven van hun kind een deel van zichzelf verliezen;
2. het gaat om het verlies van zijn meest prioritaire relatie;
3. tevens verliest hij de persoon die hem meestal opvangt in zijn verdriet;
4. de overblijvende ouder kan zo in beslag genomen worden door het eigen verdriet dat hij of zij geen aandacht meer kan opbrengen voor het verdriet van het kind, zodat het kind op dat moment beide ouders verliest: de ene aan de dood, de andere aan de emotionele ontreddering.
Door hun gemis ziet men dat kinderen zich vaak afhankelijk gaan opstellen. Ze vragen voortdurend aandacht en klampen zich vast aan de ouders. Ze vragen in dezelfde kamer te slapen, omdat ze bang zijn alleen. Ze vragen dat anderen dingen voor hen zouden doen, die ze voorheen zelf konden. Ze vragen voortdurend extra individuele aandacht en vertonen als het ware een kinderlijk gedrag, dat ze voorheen reeds ontgroeid waren. Men noemt dit regressief gedrag: terugkeer naar een vroeger ontwikkelingsstadium. Het is belangrijk dit gedrag te accepteren en te erkennen, zonder echter te vervallen in een blijvende overbescherming en zonder afhankelijkheid verder te stimuleren. Men kan beter inspelen op de factoren die kinderen veiligheid kunnen bieden. Ze kunnen bijvoorbeeld angstig zijn dat de overblijvende ouder ook kan sterven. Deze indruk wordt gewekt als deze permanent verdrietig en inactief lijkt. Verzekeren dat de overblijvende ouder in goede gezondheid is en er zal zijn om te zorgen voor het kind, kunnen ertoe bijdragen dat de regressieve symptomen verminderen.
Kinderen hebben een sterke behoefte zich in te passen in de groep van leeftijdgenoten en zich door hen aanvaard te voelen. Ze hebben dan ook de neiging zich te gedragen zoals de leeftijdgenoten, te streven naar overeenkomstigheid. Wanneer iemand uit hun directe leefkring sterft, maakt dit gebeuren hen verschillend van hun leeftijdgenoten.
Pieter is verdrietig omdat zijn papa zo anders is dan bij de andere kinderen. Pieter is zes jaar. Zijn vader verongelukte toen hij twee jaar was. De herinnering eraan is vervaagd. Voor hem is papa die foto op de kast. Hij klaagt dat zijn papa niets anders doet dan op de kast staan en glimlachen. De andere kinderen hebben een papa die hen naar school brengt, die met hen voetbalt en stoeit, die hen prijst en straft.
Veel kinderen voelen zich ongemakkelijk met dit verschil. Ze hebben behoefte aan de verzekering dat men hen blijft accepteren en respecteren om hun eigen kwaliteiten, ook al hebben ze geen vader meer. Zoals het belangrijk is kinderen te verzekeren dat iemand verder zorg zal dragen voor hen na de dood van een dierbare, is het evenzeer van groot belang dat de leerkrachten en de vrienden van schoolgaande kinderen hen verzekeren dat de vriendschap en de waardering blijven. Kinderen die rouwen om het verlies van een familielid of vriend, zijn in een kwetsbare positie. Ze waarderen open communicatie waarin hun waarde en hun belangrijkheid als persoon worden erkend. Onhandige reacties van volwassenen en leeftijdgenoten geven hun soms het tegenovergestelde gevoel.
Bart mocht niet meespelen. De vader van de achtjarige Bart was overleden. Op de speelplaats stelden enkele klasgenoten voor niet meer met Bart te spelen, want als ze te dicht bij hem kwamen, zou ook hun vader kunnen sterven.
Toosje kon bij niemand terecht. Na de dood van haar moeder voelde ze zich overal buitengesloten. Haar vader werd helemaal in beslag genomen door zijn eigen verdriet, zodat er nauwelijks plaats en aandacht was voor Toosje. Haar vrienden op school konden niet begrijpen dat ze geen plezieriger onderwerpen had om over te spreken. Van de leerkrachten kreeg ze frequent vermaningen omdat ze zich niet voldoende concentreerde tijdens de lessen en omdat haar schoolwerk niet in orde was. Bij wie kan een meisje met haar verdriet terecht ? Zij vangt overal bot: bij haar vader, bij de leerkrachten en bij de vrienden.
Rouwgroepen voor jongeren kunnen soms heilzaam zijn. Hierin helpen ze elkaar immers omdat alle jongeren in deze groep verlies te verwerken hebben. Ze herkennen in de ervaringen van anderen hun eigen ervaringen. Ze kunnen er vaak leren hoe adequaat in te spelen op situaties. Vooral de verbondenheid met leeftijdgenoten, bij wie ze zich niet als afwijkend ervaren, is belangrijk.
De emoties van kinderen kunnen zeer explosief zijn in vergelijking met ouderen. Volwassenen hebben vaak moeite met de explosiviteit van deze emoties, omdat ze niet goed weten hoe hiermee om te gaan. Een kind kan zeer agressief zijn ten aanzien van de overleden moeder, omdat hij denkt dat moeder hem niet in de steek zou gelaten hebben als ze voldoende van hem had gehouden. Het kan in deze redenering verder gaan: ‘Als moeder niet van mij hield, dan kan niemand van mij houden. Er moet iets zijn aan mij dat niemand van mij kan houden.’ Kinderen kunnen hun agressie op iedereen richten: op de ouder die hen in de steek heeft gelaten, op de dokter die de ouder niet heeft genezen, op de vrienden die wel nog beide ouders hebben, op God, op de ganse wereld. Het is belangrijk dat men kinderen deze explosieve emoties laat uiten zonder hun hiervoor schuldgevoelens te geven. Aandachtig luisteren naar de ondergrond van de emoties, hun het gevoel geven dat ze deze emoties mogen uiten en proberen correct te antwoorden op de vragen die aan de basis liggen, kan helpen. Hierdoor kan men kinderen leren dat gevoelens niet goed of slecht zijn, dat men ook niet kiest om deze gevoelens te hebben. Het is best om te aanvaarden dat ze er zijn, dat ze natuurlijk zijn en wel zullen overgaan als ze voldoende worden geuit en niet worden opgekropt.
In de adolescentie willen jongeren vaak controle hebben over hun gevoelens. Ze voelen zich dan ook niet steeds comfortabel met de vraag om open over gevoelens te praten. Ze zijn bang als kinderlijk te worden ervaren. Ze voelen zich vaak beschaamd over hun verdriet.
Ten slotte kan een kind ook lijden onder de negatieve effecten van de beschermingspogingen van volwassenen. Bewogen door de hulpeloosheid en de fragiliteit van kinderen, probeert men hen soms te beschermen voor pijnlijke gevoelens. Als men echter hun mogelijkheden om om te gaan met het gebeuren van de dood ontkent en hen weghoudt van de gebeurtenissen rondom, kan men het kind schaden. Het is belangrijk dat kinderen de kans krijgen om afscheid te nemen, om een overledene te groeten, om deel te nemen aan de begrafenis. Stilzwijgen of weghouden van belangrijke anderen op dat moment ontneemt hun de kans om gevoelens te uiten en te delen. Het kan een onveilig gevoel geven. De fantasie van kinderen is vaak veel erger dan de werkelijkheid. Als men hun niet uitlegt wat er gebeurt, als men hen niet helpt te begrijpen waarom volwassenen reageren zoals ze doen, trekken kinderen hun eigen conclusies en dit kan later voor problemen zorgen. Wanneer ze terzelfder tijd ook nog weggehouden worden uit hun vertrouwde omgeving, zoals bijvoorbeeld ondergebracht bij anderen tijdens de uitvaart, dan kan dit hun angst, fantasie en gevoel van verlatenheid alleen maar versterken.
Kinderen op verschillende leeftijden
Kinderen reageren eerst en vooral als kinderen. Adolescenten bijvoorbeeld zullen eerst adolescenten zijn en daarna rouwenden. In wat volgt wordt geprobeerd enkele aanduidingen te geven over rouw op verschillende leeftijden, om kinderen beter te verstaan (Raphaël, 1987).
Kinderen in de eerste maanden van het leven schreien als ze hun verzorging missen, maar een goede vervanging sust zeer snel deze reacties.
Vanaf de leeftijd van vier-vijf maanden tot twee jaar beginnen kinderen onbehagen te vertonen wanneer ze de moeder of de vertrouwde ouderfiguur missen. De afwezigheid kan worden veroorzaakt door de dood, of door het feit dat moeder zo in beslag genomen is door haar verdriet dat ze niet meer op dezelfde wijze reageert op haar kind. Als de verwijdering voortduurt, distantiëren kinderen zich van iedereen totdat een constante persoon de zorg overneemt.
Vanaf twee tot vijf jaar verschillen de reacties van rouwende kinderen niet zoveel van deze van hun ouders, alhoewel kinderen nog de capaciteit missen hun gedachten, gevoelens en herinneringen in woorden uit te drukken. Omdat men het verdriet van kinderen slechts af en toe ziet, denkt men vaak verkeerdelijk dat ze niet geraakt zijn door het verdriet. In het begin begrijpen kinderen vaak niet volledig en stellen allerlei vragen. Later tonen jonge kinderen dikwijls een vorm van verbijstering en vertonen regressief gedrag, zoals aan de rokken hangen en aandacht vragen. Ze vragen voortdurend naar waarom, wanneer de overledene terugkeert en wat hij doet. Ze kunnen opstandig reageren omdat ze verlaten werden. Deze opstandigheid kan zich richten op de overledene, maar ook op de overblijvende ouder, die zich opsluit in zijn verdriet en niet in staat is de kinderen de nodige zorg te geven.
Kinderen van vijf tot acht jaar begrijpen beter de dood en de implicaties hiervan, alhoewel nog niet op een volwassen niveau. Ze zijn zeer kwetsbaar omdat ze het begrijpen, maar nog niet de mogelijkheden hebben om hiermee om te gaan. Ontkenning is vaak de eerste verdediging. Ze doen alsof er niets gebeurd is. Ze verbergen hun gevoelens om niet baby-achtig te lijken. Vaak wenen ze in stilte. Ze zijn innerlijk geraakt door het verlies, maar het komt niet steeds tot uitdrukking in uiterlijk gedrag. Dit heeft vaak tot gevolg dat volwassenen hun ook niet de ondersteuning geven die ze nodig hebben. Kinderen hebben immers uitdrukkelijke toelating en steun nodig om hun verdriet te durven uiten. Men moet hen herhaaldelijk hiertoe uitnodigen, zodat ze kunnen praten over hun gevoelens in een vertrouwvolle relatie. Ze moeten zich veilig genoeg voelen om hun onbehagen en hun droefheid toe te laten. Als ze zich niet uiten, ontwikkelen ze vaak een fantasieleven. Hierin wordt de overledene sterk geïdealiseerd. Aldus houden ze hem levendig in gedachten op zo’n manier dat niemand van de andere levenden hiermee nog kan concurreren. Er kunnen ook schuldgevoelens zijn, voortkomend uit agressieve wensen die ze ooit hebben gehad; angstige bezorgdheid anders te zijn dan vriendjes; angst voor de dood van overblijvende familieleden.
Kinderen van acht tot twaalf jaar zijn niet meer zo afhankelijk, maar hun onafhankelijkheid is nog zeer fragiel. Het sterven van een ouder roept hun kinderlijke gevoelens weer op, maar er is een sterke neiging om deze te verbergen en een façade van onafhankelijkheid op te bouwen. Opstandigheid die zich uit in een algemene prikkelbaarheid is evidenter, omdat het krachtiger aandoet dan de kinderlijke afhankelijkheid. Het wordt vaak verkeerdelijk geïnterpreteerd als moeilijk gedrag. Kinderen riskeren dan vermaningen en sancties in plaats van ondersteuning en begrip. Kinderen hebben op deze leeftijd ook de neiging hun hulpeloosheid en pijn te ontkennen. Ze beginnen dan vaak dwangmatig te zorgen voor anderen, ofwel tegenovergesteld zeer bazig en controlerend te reageren. Dit zijn allebei pogingen om met hun hulpeloosheid om te gaan. Ze kunnen ook fobieën ontwikkelen, overdreven bezorgd zijn om hun lichaam en hypochondrisch worden. Kinderen op deze leeftijd hebben de behoefte hun verdriet te uiten, maar duwen het vaak weg tot ze in staat zijn de pijn te erkennen. Sommigen hebben eerst opnieuw de herstelde veiligheid nodig van de thuissituatie, of een vertrouwvolle relatie met een volwassene, bijvoorbeeld een leraar, die hun voldoende veiligheid geeft om hun verdriet te uiten.
Adolescenten voelen zich vaak zo hulpeloos dat ze zich willen terugtrekken in de vroege jeugd, waar ze het gevoel hadden beschermd te zijn voor de dood. De sociale verwachtingen dwingen hen echter zich eerder als volwassenen te gedragen. Adolescenten zullen diverse volwassen reacties vertonen, maar die worden vaak gecompliceerd door typische adolescentieproblemen: weerstand om met volwassenen te communiceren; overbezorgdheid of anderen hun reacties zullen aanvaarden; vervreemding van volwassenen en vrienden; gebrek aan kennis over wat sociaal aanvaardbaar is; en andere ontwikkelingsproblemen die interfereren met het rouwproces, zoals problemen met afhankelijkheid en afstand, identiteit, hevige emoties en seksuele conflicten. Van tijd tot tijd kunnen de rijpingstaken, eigen aan de adolescenten, maken dat de rouwarbeid niet adequaat wordt voltooid. Wat het rouwen bijzonder kan bemoeilijken, zijn schuldgevoelens in verband met de normale opstandigheid en met afstand nemen van de familie, die zich hebben voorgedaan vóór de dood en die eigen zijn aan de adolescentie.
Om kinderen en jongeren beter te begrijpen, is het belangrijk zicht te hebben op leeftijdgebonden reacties. Men mag echter deze leeftijdsverschillen niet al te letterlijk nemen. Ontwikkeling is immers een individueel gebeuren dat over het algemeen wel verloopt zoals hoger beschreven maar zoals dit is met alle menselijke aangelegenheden, komen individuele variaties zeer frequent voor.
Aanwezigheid bij sterven
Als iemand komt te sterven na een langdurige ziekte, heeft men soms de neiging kinderen ver verwijderd te houden van het sterfbed. Het is goed om, als het enigszins mogelijk is, kinderen en jongeren aanwezig te laten zijn bij de laatste levensmomenten van een dierbaar iemand. Het helpt later om de realiteit onder ogen te zien. Het stervensmoment zelf is vaak een vredig moment na een periode van pijn en ongemak. Veel mensen hebben een beeld van sterven als een afschrikwekkend gebeuren. Dit kan voortkomen uit hun eigen angst voor sterven, voor het onbekende, maar ook op basis van de pijn die eraan voorafgaat. Het is belangrijk dat men jongeren zoveel mogelijk betrekt in wat nog kan worden gedaan voor de zieke en dat men hun ook informatie geeft over de evolutie van wat gebeurt. In ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen is men nog niet gewoon om kinderen zeer expliciet erbij te betrekken op deze momenten. In het geven van informatie richt men zich eenzijdig op de volwassenen. Vanaf een bepaald moment in de ontwikkeling van de ziekte worden kinderen door de bezoekregeling soms zelfs buitengesloten.
De jongere kan moeite hebben met het veranderde uiterlijk van de zieke. Een meisje had het gevoel dat haar moeder niet meer echt haar moeder was. Ze was zo mager en voelde aan als een skelet. Ze voelde een combinatie van angst en afkeer. Kinderen kunnen zich schuldig voelen wanneer het uiterlijk van een ouder zoveel verandert dat ze het moeilijk vinden om de ouder aan te raken. Het is belangrijk dat men allereerst het gevoel van het kind erkent. Men kan daarna duidelijk maken dat binnen in dezelfde persoon, die bijna een vreemde lijkt, precies dezelfde moeder is die het kind altijd heeft gekend en als het in haar ogen kijkt, zal het zien dat moeder veel van hem houdt.
Het gebeurt dat de stervende zich de laatste dagen terugtrekt en reeds afstand neemt van de omgeving. Men moet kinderen uitleggen dat dit niet betekent dat hij niet meer van hen houdt, maar dat het een normale stap is in het afstand nemen en loslaten van het leven. Ook al kan de jongere niet veel meer doen, bijvoorbeeld als de zieke in coma is, toch kan aanwezigheid belangrijk zijn.
Groeten van de overledene
Na het sterven moet men voldoende tijd laten om afscheid te nemen van de overledene, om de overledene aan te spreken en om gevoelens en wat men nog wil zeggen, uit te spreken. Het helpt om de realiteit te laten dóórdringen. Men denkt soms dat het zien van een overledene afschrikwekkend is voor kinderen. Als men van deze begroeting echter een moment maakt waar zeer veel aandacht is voor de gevoelens van het kind, kan dit een positief gebeuren zijn. Men moet echter niet dwingen. Het is wel zeer belangrijk om, wanneer er weerstand is, deze te laten uitspreken met het doel eventuele angsten en misvattingen te achterhalen en weg te nemen.
Vooraleer men kinderen meeneemt om een overledene te groeten, moet men hen zorgvuldig voorbereiden. Dit betekent dat men een beschrijving geeft van de ruimte waar de overledene ligt opgebaard, hoe hij eruitziet. Men moet een kind uitleggen hoe de overledene ligt, bijvoorbeeld: ‘Hij ligt op een mooie tafel en is gekleed in een wit hemd. Zijn handen zijn gevouwen over zijn borst. Zijn huid is witter dan anders. Hij voelt koud aan, omdat hij niet meer leeft.’ Het is belangrijk dat een volwassene eerst binnengaat om te zien hoe de dode eruitziet en dan beschrijft wat anders is dan normaal. De tijd die men hiervoor neemt, is mentale voorbereiding en vergemakkelijkt de confrontatie.
Een kind moet ook voorbereid worden op de reacties van de volwassenen tijdens deze begroeting. Als ze voorbereid zijn, begrijpen ze waarom volwassenen reageren zoals ze doen. Emotionele uitbarstingen zijn dan minder een probleem.
Kinderen zijn concreet en hebben dan ook de behoefte om concreet uitdrukking te geven aan hun verdriet. Dit betekent dat men kinderen kan aanmoedigen iets mee te brengen dat zij bij de overledene kunnen neerleggen: een tekening, een brief, een bloem of een stukje speelgoed dat ze speciaal associëren met de overledene. Het helpt hen afscheid te nemen. Als het om een onverwacht sterven gaat, waarbij ze geen afscheid konden nemen, is er vaak allerlei dat ze nog hadden willen zeggen. Men kan hun vragen wat ze nog hadden willen zeggen als ze wisten dat het de laatste keer was dat ze zouden kunnen spreken tot deze persoon. Men kan dan vragen dit in een brief te schrijven of het te vertellen aan de dode persoon. Op deze manier kunnen ze in zekere zin nog iets afronden.
In dergelijke situaties zijn details zeer belangrijk. Jonge kinderen kunnen erop aandringen dat de bloemen niet aan het voeteneinde worden gezet, maar op een plaats waar de overledene ze kan zien. Bij jonge kinderen moet men eraan denken hen op de arm te nemen zodat ze de overledene goed kunnen zien. Zowel kinderen als volwassenen hebben vaak uitdrukkelijke toelating nodig om de overledene aan te raken of vast te nemen. Achteraf zeggen ze soms dat ze dit zo graag hadden gewild, maar niet durfden. Adolescenten willen soms enige tijd alleen zijn met de overledene, maar durven dit niet te vragen. Men kan het hen voorstellen.
Zeer belangrijk is dat kinderen en jongeren worden voorbereid, dat ze worden vergezeld door een volwassene met wie ze een vertrouwvolle relatie hebben en dat ze de kans krijgen om hun gevoelens en indrukken uit te spreken in een luisterend contact.
Deelnemen aan de uitvaart
De uitvaart is een belangrijke familiegebeurtenis en een manier van afscheidnemen te midden van familie en vrienden. Naast een sfeer van droefheid zijn er vaak ook liefde en steun. Het kan kinderen helpen dit met de familie te delen. Het is niet steeds gemakkelijk te beslissen of kinderen zullen deelnemen aan een uitvaart. De gebruiken hieromtrent variëren van streek tot streek. Ook de leeftijd van de kinderen speelt hier een belangrijke rol.
Jonge kinderen laat men best enkel meegaan als de ouders het wensen en enkel als men hen kan laten gaan onder de hoede van een volwassene, die minder in beslag wordt genomen door zijn eigen verdriet en die hen kan voorbereiden. Dit kan een familielid zijn, een vertrouwde babysitter, een lerares uit de school... Kinderen nemen nogal eens niet deel omdat ouders het beter vinden dat ze niet aanwezig zijn. Dat moet worden gerespecteerd, maar opnieuw is het belangrijk tijd te nemen om de ouders uit te leggen dat het heilzaam kan zijn de kinderen wel te laten deelnemen en dat uit ervaring blijkt dat het kinderen meestal helpt om te verwerken. Als de ouders het zelf niet aankunnen dat hun kinderen aanwezig zijn, kunnen ze hun ook achteraf vertellen hoe alles is verlopen.
Oudere kinderen moedigt men best aan om mee te gaan. Als ze niet de kans krijgen hun verdriet te delen, als men hen verwijdert van de familie op deze momenten, hebben ze het vaak moeilijker met verwerken. Men moet hun echter wel de kans geven om hierover zelf te beslissen. Als ze beslissen om niet mee te gaan, mag men hen niet dwingen. Het is echter belangrijk deze beslissing niet zomaar te accepteren, maar na te gaan wat hen weerhoudt. Allerlei angsten kunnen hier meespelen. Als men tijd neemt om deze te laten uitspreken, kan de eerste weerstand vaak wegvallen. Maar nogmaals, ze mogen nooit worden verplicht.
Het kan kinderen helpen wat vat te krijgen op de situatie, als ze bij de voorbereiding van de uitvaart worden betrokken. Misschien kunnen zij zelf een idee aanbrengen, zorgen voor een tekst, een lied of muziek. Men kan kinderen bij het begin van de viering bloemen laten neerleggen op de kist. Een bevriende pastor1 die zeer veel oog heeft voor de gevoelens van mensen in verdriet, probeerde op symbolische wijze kinderen een plaats te geven in een uitvaartviering. Soms deed hij dit door een verhaal voor te lezen, specifiek gericht op kinderen. Bij de uitvaart van een ouder van een mentaal gehandicapt kind liet hij de schoolbank van het kind vooraan in de kerk plaatsen. Deze bank is voor het kind vertrouwder dan de vreemde kerkstoelen. Het kind kreeg kleurstiften en papier om tijdens de viering een mooie tekening te maken, die bij het einde op de kist mocht worden gelegd. Kinderen van wie de grootvader was overleden, mochten bij de communie eerst naar voren komen en kregen een pepermuntje uit het ijzeren doosje dat grootvader steeds bij zich had. Men kan zo concrete manieren bedenken om kinderen een plaats te geven in het gebeuren. De kleuterleidster of lerares kan hier soms een belangrijke rol spelen.
Rekening houden met zichzelf
Het is belangrijk dat de ouder erkent dat in de meeste gevallen waar een kind diepbedroefd is, de ouder dit zelf ook is. Dat wil zeggen dat men terzelfder tijd treurt over het verlies, terwijl men ook moet pogen het kind te helpen. Hoe kan men een kind helpen als men zelf wordt overstroomd door verdriet ? Dat is een zeer belangrijke vraag, maar het antwoord is niet zo eenvoudig. Men kan enkel het beste doen dat men kan onder deze omstandigheden. Men moet realistisch zijn in wat men van zichzelf verwacht en beroep doen op hulp van anderen om zichzelf en de kinderen te helpen (Rando, 1988).
Het beste doen dat kan onder deze omstandigheden betekent dat men onderkent het belangrijk te vinden dat kinderen worden geholpen om te rouwen en dat ze de rouwtaken afwerken. Het dusdanig bezig-zijn met eigen verdriet geeft ouders soms het gevoel dat ze geen goede ouders zijn. Dat verwekt schuldgevoelens. Men probeert dit best te vermijden door realistische verwachtingen te stellen aan zichzelf. Dit betekent: bewust zijn van de eigen uitputting ten gevolge van het verdriet en begrijpen hoe men door de eigen acute rouw wordt beïnvloed. Dit betekent ook dat men van zichzelf aanvaardt dat men niet optimaal kan functioneren en niet het geduld en de emotionele capaciteit heeft om voldoende emotioneel beschikbaar te zijn voor de kinderen.
Beroep doen op hulp kan inhouden dat men de eigen beperkingen zoekt te compenseren met hulp van anderen, die tijdelijk de tekorten aanvullen. Men kan hulp inroepen van een leraar, de lievelingsoom, een goede vriend, die in staat is een gezond rouwproces aan te moedigen. Eerlijkheid tegenover kinderen is belangrijk. Men kan hun zeggen dat men het zeer moeilijk heeft. Dit kan kinderen het gevoel geven dat ze ook recht hebben op hun pijn. Men kan zeggen dat men er op den duur wel weer zal zijn voor elkaar en dat men het samen kan verwerken.
Jonge kinderen en verdriet
Jonge kinderen worstelen met de dood op twee niveaus: intellectueel zoeken ze te begrijpen wat dit betekent en emotioneel proberen ze af te rekenen met hun gevoelens. Er worden nu enkele concrete suggesties gegeven om kinderen hiermee te helpen.
Men moet ervoor zorgen dat ze antwoorden krijgen op al hun vragen. Kinderen stellen vaak concrete vragen als: ‘Waar blijft hij nu ? Wordt hij nu nat onder de grond als het regent ? Moet hij nu aarde eten... ?’ Men maakt kinderen best duidelijk dat iemand die dood is niet meer ademt, geen honger of dorst meer heeft, geen koude of warmte voelt. De antwoorden moeten begrijpelijk en vooral echt zijn. Niet zeggen dat hij slaapt, want dan kunnen ze angstig worden bij het slapengaan. Niet zeggen dat hij is weggegaan, want meestal komt iemand die weggaat terug en zegt hij vooraf vaarwel. Niet zeggen bij perinatale sterfte dat mama haar kindje verloren heeft, want kinderen vinden meestal terug wat ze verliezen. Men kan beter zeggen dat de baby dood is. Een van de dingen die men aan kinderen moet leren, is dat er op sommige vragen geen antwoorden zijn. Ze kunnen dat beter begrijpen dan flauwekul over God die engeltjes nodig heeft. Wanneer de omstandigheden zo bizar waren, zoals bij moord, ongeval, zelfmoord... is het soms moeilijk om alle informatie te geven. Vragen ontwijken is niet goed. De fantasie van kinderen is soms erger dan de realiteit. Het is niet de vraag of we iets zeggen, maar hoeveel we zeggen, op welk moment en op welke wijze. Men kan de uitleg doseren volgens wat het kind kan verwerken. Of als men het als volwassene zelf niet kan, kan men zeggen: ‘Dat is alles wat ik je nu kan vertellen. Later, als je wat ouder bent, spreken we er verder over.’
Men zegt best dat iedereen die hem heeft gekend, nu verdrietig is. Als men verdriet ook laat zien, kunnen kinderen begrijpen wat verdriet is. Het laten zien van verdriet bij sterven, leert hun dat men het leven waardeert. Als men geen verdriet laat zien, kunnen kinderen het gevoel krijgen dat men de overledene niet mist, dat hij onbelangrijk was. Men maakt hun best duidelijk dat niemand de plaats van de overledene ooit volledig zal innemen. Men houdt de herinnering best in stand. Alles wegdoen wat aan de overledene herinnert, is niet bevorderlijk. Men kan aan kinderen best zeggen dat men samen kan praten over de overledene. Opletten dat men niet steeds over de overledene spreekt en niet over het verdriet van het kind. Men maakt best duidelijk dat verdriet lang kan duren en nooit helemaal verdwijnt. Meestal zegt men dat men er wel snel overheen zal zijn en kinderen durven niets te zeggen als dit niet zo is.
Sterven van een broer of zus
Het ene verlies is het andere niet. Bijzonder dichtbij wordt een kind geraakt als een broer of zus sterft. Broers en zussen hebben veel dingen gemeen. Meer dan enig ander verlies is dit een bewijs voor kinderen dat zij ook kunnen sterven. Bovendien kunnen ze sterke schuldgevoelens ervaren omwille van vroegere vijandige en ambivalente gevoelens tegenover de ander, of omdat de ander gestorven is en zij zijn blijven leven. Er kan ook agressie zijn tegenover de ouders omdat ze niet in staat waren de overleden broer of zus te beschermen of de dood te voorkomen.
Broers en zussen hebben vaak een andere rol in het gezin na de dood. Een kind kan bijvoorbeeld van tweede nu oudste kind worden, of enig levend kind. Men dient zorgvuldig om te gaan met deze overgangen. Als men op inadequate wijze nieuwe verantwoordelijkheden toewijst, of verwacht dat een kind de identiteit van de overledene overneemt, kan dit kwalijke gevolgen hebben. De rouw kan worden bemoeilijkt als men de overige kinderen overbeschermt, als men hen voortdurend vergelijkt met de overledene, als men de overledene blijft idealiseren, of als men zo wegzakt in eigen verdriet dat men niet meer beschikbaar is als ouder. Het kan beangstigend zijn als een overlevend kind de leeftijd bereikt waarop de broer of zus is gestorven. Adequate uitleg over de doodsoorzaak kan helpen tegen de angst.
Broers of zussen kunnen het moeilijk hebben met wat ze erven van de bezittingen van de overledene. Voor sommigen kan dit troost inhouden, voor anderen kan het verwarring brengen. Elk kind kan dit anders aanvoelen en men moet zorgvuldig stilstaan bij de beslissing wat men zal doen met de bezittingen en de kamer van de overledene.
Kinderen helpen in verdriet
Hier wordt een aantal specifieke suggesties gegeven om kinderen te helpen in verdriet. Ze zijn bedoeld om gezonde reacties te stimuleren en de ontwikkeling van ongezonde reacties te voorkomen.
Geef juiste en directe informatie. Als men probeert informatie achter te houden voor kinderen, heeft dit gewoonlijk negatieve gevolgen. Kinderen achterhalen toch de waarheid.
Koert, een jongen van tien jaar, vertelde in de school dat zijn vader was overleden aan een hartinfarct, terwijl hij op studiereis was in het buitenland. De kinderen in de klas reageerden ontwijkend en niemand ging in op wat hij vertelde. Na drie dagen zei zijn vriend hem op te houden met die leugens, want iedereen in de klas wist dat zijn vader door zelfdoding was gestorven. Alleen Koert wist het niet.
Ouders houden soms elementen achter omdat ze vrezen dat kinderen dit niet aankunnen. Als men hen rechtstreeks, duidelijk en onmiddellijk informeert, vermijdt men dat ze elementen moeten ontdekken via anderen. Dit kan hun vertrouwen erg schokken. Ze kunnen de informatie ook vernemen op momenten dat er niemand is om hen op te vangen. Als men onjuiste informatie heeft gegeven omdat men het niet aankon de juiste versie te geven, kan men dit best zo snel mogelijk corrigeren: ‘Ik vertelde je niet de ganse waarheid, omdat ik het er zelf zo moeilijk mee had. Ik wil je nu proberen alles te vertellen wat ik weet.’ Het is best dat ouders zelf hun kinderen informeren, ook al gebeurt het onsamenhangend en onvolledig. De informatie moet vaak verschillende keren worden herhaald, zodat ze geleidelijk kan doordringen.
Verberg uw gevoelens niet voor de kinderen. Volwassenen hebben de neiging naar een andere kamer te gaan om te wenen, of hun gevoelens op te kroppen tot de kinderen naar bed zijn. Soms vermijdt men over de overledene te praten, omdat men denkt dat men het hiermee erger maakt voor de kinderen. Gevoelens verbergen kan negatieve gevolgen hebben. Men leert kinderen dan dat gevoelens moeten worden opgekropt. Tevens kunnen ze denken dat voor de volwassene de overledene reeds is vergeten. Ze ervaren een klimaat waarin ze niet meer over de overledene en hun gevoelens durven te praten. Soms vindt men bij kinderen foto’s en andere tekenen dat zij met de overledene intens zijn bezig geweest, zonder dat de ouders dit beseften. Het kan wel belangrijk zijn dat ouders zich in het contact met hun kinderen en bij het gesprek over de overledene, even in de hand kunnen houden. Als men helemaal niet kan praten over de overledene zonder permanent door hevige gevoelens te worden overstroomd, kan het helpen voor kinderen dat ze zich kunnen uitspreken bij een andere volwassene, zoals een leraar of een goede vriend van de familie. Het is best voor kinderen dat volwassenen hun ook uitleggen waarom ze zo reageren: dat ze zich slecht, opstandig en moe voelen en dat dit betekent dat ze zeer veel van de overledene hebben gehouden.
Geef hun tijd om de dood te begrijpen. Kinderen proberen te begrijpen door vragen te stellen, door gesprek en door spel. Ze stellen hun vragen steeds weer opnieuw: ‘Waar is de hemel ? Heeft hij het nu koud in de grond ? Ligt hij nu met zijn mooie kleding in de modder ? Moet hij nu aarde eten ? Zijn we nu zeker dat hij nooit meer terugkomt ?’ De reacties zijn soms pijnlijk voor ouders: ‘Ik wil nu zijn kamer, want hij heeft toch niets meer nodig.’ Het is belangrijk dat men kinderen hun vragen laat stellen en hun reacties laat geven. Het is alsof ze telkens een stukje aan de puzzel toevoegen. Men moet er soms wel mentaal op voorbereid zijn dat kinderen dergelijke vragen stellen, om niet inadequaat te reageren. Als men kinderen doet zwijgen, geeft men de boodschap dat er niet meer over mag worden gepraat. Als men te veel pijn voelt om te antwoorden, kan men dat rustig zeggen aan kinderen en zeggen dat men even wil nadenken en daarna zal antwoorden.
Houd er rekening mee dat kinderen niet lang met hevige gevoelens kunnen bezig zijn. Als men praat met kinderen over sterven, zijn deze conversaties vaak kort. Ze veranderen snel van onderwerp en gaan spelen. Dat is speciaal zo bij jongere kinderen, maar ook adolescenten kunnen lange gesprekken vermijden. De taal is het communicatiemiddel bij uitstek voor volwassenen, maar kinderen hebben andere vormen van expressie: spel, hard tegen een bal trappen, rumoerig en onrustig gedrag !
Soms weigeren kinderen te spreken over het sterven en stellen zelfs hun veto op het vernoemen van de naam, omdat het hun te veel pijn doet. Men mag hen dan niet te veel onder druk zetten. Men kan beter zorgvuldig uitkijken naar de signalen die ze geven via spel, tekeningen en andere wegen, dat ze met het gebeuren bezig zijn. Deze signalen blijven vaak onopgemerkt en men denkt ten onrechte dat kinderen de overledene vergeten, als hij eenmaal uit het gezichtsveld verdwenen is.
Geef kinderen de toelating met hun verdriet bezig te zijn. Vaak geeft men andere boodschappen zoals: ‘Je moet maar niet huilen; probeer je flink te houden; een grote jongen weent toch niet; ben je er nu nog niet overheen; probeer je sterk te houden voor je moeder, het is al erg genoeg voor haar.’ Beter kan men kinderen laten spreken over de overledene, zowel over de dingen die men graag had als over de dingen die men niet graag had. Verlies verwerken gebeurt door het herbeleven van de herinneringen. Volwassenen durven dit soms niet aan, omdat ze vrezen zelf in tranen uit te barsten als ze proberen te troosten. Wenen van volwassenen geeft dan de toelating om dit ook te doen. Ouder en kind liggen vaak elk in een andere kamer onder de lakens te wenen. Verlies komt men niet te boven door flinkheid of wat daarvoor doorgaat. ‘Ze heeft zich flink gehouden’ is vaak de hoogste lof die men krijgt, maar het stimuleert het inadequaat omgaan met verdriet. Men heeft alle reden om te huilen. Verdriet komt er niet alleen in woorden uit, maar ook in tranen. Met de tranen laat men de pijn naar buiten stromen. Er bestaan geen recepten over hoe kinderen zouden moeten of niet zouden moeten omgaan met verdriet. Men kan niet vertellen hoe ze zich moeten voelen. Men kan enkel luisteren hoe ze zich voelen en hun de kans geven om dit uit te spreken.
Geef gevoelens voorrang boven alles, behalve veiligheid. Hiermee wordt bedoeld dat wanneer kinderen proberen hun gevoelens te delen, dat men best een telefoongesprek met een ander beëindigt, de kookpot even van het vuur zet, de krant neerlegt en tijd maakt voor de kinderen. Hiermee geeft men hun de boodschap dat ‘hun gevoelens belangrijk zijn en dat men tijd wil nemen om te luisteren’.
Informeer hen over de mogelijke reacties en gevoelens. Al de gevoelens en reacties die in het vorige hoofdstuk worden beschreven, kunnen ook voorkomen bij kinderen en jongeren. Als ze oud genoeg zijn om hierover iets te leren, kan het hen helpen als ze worden geïnformeerd. Belangrijk kan zijn om extra aandacht te hebben voor mogelijke schuldgevoelens. Kinderen denken soms dat ze schuld hebben aan de dood, dat ze deze kunnen veroorzaakt hebben door bepaalde gedachten of daden. Men noemt dit magisch denken. Dit is typisch voor kinderen, maar het komt ook voor bij volwassenen. Ze kunnen denken dat de ander doodgegaan is, omdat ze soms te lastig waren, omdat ze hem hebben verwenst, omdat ze geen zin hadden om naar bed te gaan en ze hem boos deden worden. Men kan dat best nagaan door op een natuurlijk moment, waarop men praat over de overledene, de boodschap te geven: ‘Soms gebeurt het dat kinderen denken dat iets dat zij hebben gedaan, gedacht of gezegd, de dood heeft veroorzaakt. Heb jij ook gedachten in deze zin gehad ?’ Als dat zo is, moet men onmiddellijk duidelijk maken dat de dood hierdoor nooit kan worden veroorzaakt, zodat zelfverwijt kan worden vermeden.
Geef kinderen de verzekering dat het leven en het gezin verder gaan. Ze hebben er behoefte aan om te weten wat anders zal zijn en wat gelijk zal blijven. Het helpt als men dit met kinderen bespreekt. Men bewaart best zoveel mogelijk continuïteit in de thuissituatie, in de kinderopvang en op school. Door zich te houden aan vertrouwde routines en gebruiken, creëert men een veilig gevoel in een wereld van onrust. De school kan een vast baken zijn in een woelige zee. Terwijl thuis immers alles verandert, blijft in de school alles zoals voorheen. Het kan belangrijk zijn de afwezigheid van school zo kort mogelijk te houden. Thuis beperkt men de momenten waarop het gezin gescheiden wordt ook best tot een minimum. Men kan beter iemand vragen om thuis te komen helpen dan kinderen tijdelijk weg te sturen naar grootouders, familie of vrienden. Hen wegsturen kan resulteren in de angst dat de overblijvende familieleden ook kunnen verdwijnen. In momenten van verdriet hebben kinderen de behoefte om dicht bij de vertrouwde persoon te zijn. Ze willen zelfs ’s nachts met de deur open of in de kamer van hun ouders slapen. Het feit dat kinderen zo aanklampen en aan de rokken hangen, kan moeilijk zijn, maar als eenmaal aan hun behoefte is voldaan, wordt hun gedrag weer snel normaal. Tegemoet komen aan hun wensen in deze situatie betekent niet dat men kinderen alles laat bepalen, maar het betekent tegemoet komen aan hun behoefte aan nabijheid en veiligheid. Kinderen een tijd laten slapen in de kamer van de ouders kan voor een korte tijd noodzakelijk zijn, maar het doel moet zijn zo snel mogelijk de normale routine te herstellen. Geef hun de veiligheid dat er eens weer stabiliteit en stevigheid zullen zijn. Men kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Het is nu heel moeilijk. Het lijkt alsof de pijn nooit zal stoppen en alsof de veranderingen in het gezin niet ophouden. Er komt echter een tijd dat het leven weer rustiger en vrij van pijn zal zijn. Dat beloof ik je.’
Geef kinderen de kans om hun eigen gedachten en gevoelens uit te spreken. Hun gevoelens kunnen uitspreken is zeer belangrijk om te evolueren van het ene gevoel naar het andere. Ook negatieve ervaringen die men had met de overledene, moeten kunnen worden uitgesproken. Als dit wordt aanvaard, leert het de kinderen dat leven steeds een mengeling is van aangename en onaangename ervaringen. Bijna elk gevoel is aanvaardbaar en normaal. Als gevoelens niet worden geuit, kunnen ze op latere momenten de verdere ontplooiing blokkeren.
Geef kinderen het gevoel dat ze mogen kinderen zijn. Ze hebben de behoefte te ervaren dat de ouderlijke rol van zorg, liefde en discipline behouden blijft. Kinderen, vooral adolescenten, kunnen een belangrijke hulp worden in het huishouden. Men kan daar dusdanig op beginnen te rekenen dat men vergeet dat kinderen ook tijd en aanmoediging moeten krijgen om kinderen te zijn –te spelen met vrienden, hun grenzen uit te proberen, soms niet in staat te zijn om de bijkomende verantwoordelijkheden te dragen, zich terug te trekken en zich soms triest te voelen. Men moet hun ook zeggen dat ze niet moeten reageren als volwassenen en dat ze vrij zijn te reageren zoals zij wensen, en dat niemand verwacht dat ze zich de hele tijd droevig voelen.
Erken dat een kind meer verliest dan de dierbare persoon. Een kind drukt niet alleen gevoelens uit over de dood zelf, maar ook over de veranderingen in de familie na het sterven van iemand. De overblijvende ouder verandert ook na het sterven van de partner. En na het sterven van een broer of zus veranderen beide ouders en de hele constellatie van het gezin. Als iemand in het gezin sterft, zijn er heel wat secundaire verliezen voor de jongeren. Vader is bijvoorbeeld niet meer aanwezig bij de voetbalwedstrijd, bij het uitreiken van het eindrapport op school. Kinderen missen iemand die zegt dat ze een extra trui moeten aandoen als het koud is. Na de dood van moeder heeft niemand eraan gedacht om tijdig de winterkleding na te kijken. Na de dood van haar lievelingsbroer mist de zus niet alleen haar broer, maar ook zijn vrienden, de dromen voor de toekomst die ze samen maakten. Men mist het ganse verdere leven van de persoon en op belangrijke levensmomenten is dit steeds weer voelbaar.
Moedig hen aan te praten met hun vrienden. Adolescenten kunnen sommige gevoelens beter bespreken met hun vrienden dan met hun ouders. Stimuleer hen zich niet af te keren van elke sociale groep of verbondenheid. Contact met andere rouwende jongeren kan soms zeer heilzaam zijn, omdat ze zich hierin niet anders of apart voelen. Jongeren hebben vaak de sterke behoefte om zich te voelen zoals hun leeftijdgenoten. Houd echter als volwassene de deur open, ook al duurt het lang vooraleer ze erover willen praten.
Stimuleer de omgeving ook aandacht op te brengen voor de kinderen. Kinderen worden vaak vergeten door de rouwende volwassenen, maar ook door de omgeving. Als de ouders emotioneel niet beschikbaar zijn, omdat ze helemaal worden in beslag genomen door hun eigen verdriet, is het belangrijk dat men een andere vertrouwde volwassene aanspreekt om speciaal aandacht te geven aan de kinderen. Voor adolescenten kan een goede vriend of vriendin deze rol vervullen. Een voorbeeld van hoe kinderen en jongeren vaak worden vergeten in momenten van rouw, is het feit dat volwassenen zelden een kaartje of een brief sturen naar de kinderen, zelfs naar kinderen naar wie ze gewoonlijk wel verjaardags- en nieuwjaarskaarten sturen. Blijken van deelneming worden bijna uitsluitend aan de volwassenen gestuurd. Dat is jammer, want post krijgen betekent zeer veel voor kinderen. Een kaart of een brief blijft een tastbare herinnering aan het gebeuren. Maar veel meer nog: de kaart die men aan de kinderen schrijft, wordt vaak bewaard als een teken dat zij de moeite waard zijn. Dit soort bevestiging en waardering hebben kinderen en jongeren in momenten van crisis en verdriet evenzeer nodig als volwassenen.
Kinderen kunnen ook helpen
Kinderen kunnen goede gezellen zijn in de rouw. Ze kunnen ouders of volwassenen soms heel goed helpen en ondersteunen.
Birgit, een vrouw die haar man verloor op 49-jarige leeftijd door een hartinfarct, vertelt dat ze het meest gehad heeft aan de jongste van haar acht kinderen, die vijf jaar was. Het kind praatte over papa en ging ondertussen bij haar op schoot zitten. Hij plukte madeliefjes en zei: ‘Zie eens hoe mooi en na een tijdje gaan ze dood zoals papa. Ik denk dat papa blij is en in de hemel danst met de mama van Stany (de moeder van een vriendje in zijn klas die ook gestorven was).’
Kinderen kunnen soms heel concreet zijn. Een buurman sterft en de buurt staat zeer onwennig, want men had niet zoveel contact met deze buren. Het is kersentijd en de kinderen uit de buurt hebben op eigen initiatief kersen geplukt, gewacht tot het moment dat alle bezoek weg was en dan de kersen naar de weduwe gedragen. ‘Dat zal wel goed doen, die rode kersen, want ze ziet er zo bleek uit.’
Ook kunnen kinderen soms heel zinvol omgaan met verdriet: Lien, een kind van drie jaar, ging mee naar de begrafenis van de oma van een twintigjarige pleegzus die bij het gezin inwoonde. Toen zij haar op de begrafenis zag wenen, zei ze: ‘Anne, je mag wenen, maar neem mij op je arm. Ik doe dan mijn armpjes rond jou en dan doet het niet meer zo’n verdriet.’ Wie kan er mooier dan dit kind van drie jaar uitdrukken wat troost voor mensen zijn kan ?
Verdriet mag worden geuit, maar als er iemand dichtbij is, als men menselijke warmte en genegenheid voelt, dan is de pijn draaglijk.
Professionele hulp
Rouw en verdriet kunnen normaal worden opgevangen door de ouders, familieleden, vrienden, leerkrachten op school. Men is soms verontrust omdat de jongere zich zo ellendig voelt. Natuurlijk voelt men zich vreselijk als een dierbaar iemand komt te sterven. Kinderen hebben ook het recht zich verdrietig te voelen en te rouwen. Men mag daarom niet dadelijk denken dat ze geestelijk ziek zijn, als ze geruime tijd ontroostbaar zijn.
Wanneer moet men op zoek gaan naar specialistische begeleiding ? Men kan hierover niet beslissen in de periode kort na het verlies. Op dat moment is het zeer moeilijk onderscheid te maken tussen het normale en het abnormale. In een periode van crisis zeggen en doen veel mensen zaken die ze normaal niet doen. De meest gezonde personen kunnen totaal inadequate reacties stellen.
De grens tussen reacties die normaal zijn en andere die specialistische hulp vereisen, is niet gemakkelijk te trekken. Het verschil ligt niet in het symptoom zelf, maar in de intensiteit. Bijvoorbeeld: een permanente ontkenning van de realiteit zelfs maanden na de begrafenis; langdurige lichamelijke klachten; voortdurende woedeaanvallen; overdreven schuldgevoelens; onophoudelijke apathie of voortdurende vijandige reacties tegenover de overledene en tegenover anderen. Met andere woorden elke reactie op zich is geen indicatie van een gestoorde rouwreactie. Deze conclusie kan enkel worden getrokken als men deze tekenen bekijkt in het totale kader van iemands gedrag.
De vraag is niet hoe het kind of de jongere zich gedraagt, reageert of overreageert, maar hoelang. Na een periode van verdriet en rouwen zijn kinderen dikwijls opnieuw in staat hun normale leven te hervatten. Nadat verschillende maanden zijn verstreken, kan men spreken van alarmerende signalen als kinderen en jongeren:
– er voortdurend triestig uitzien en een langdurige depressie doormaken;
– een gejaagd tempo aanhouden en niet gewoon kunnen ontspannen met vrienden en bekenden;
– geen zorg meer besteden aan kleding en uiterlijk;
– er vermoeid uitzien en niet kunnen slapen;
– sociale activiteiten vermijden en meer en meer alleen willen zijn;
– onverschilligheid tonen tegenover de school en de hobby’s waarvan ze vroeger genoten;
– worden gekweld door gevoelens van waardeloosheid en zelfverwijt;
– zich verlaten op alcohol en drugs;
– worden geleid door hun stemmingen en er zelf bijna helemaal geen controle meer over kunnen uitoefenen.
Als men met een globaal reactiepatroon wordt geconfronteerd zoals hierboven beschreven, kan men best advies zoeken bij een therapeut, een psycholoog, psychiater of een centrum voor intensieve begeleiding. Er zijn momenten waarop zelfs de best geïnformeerde ouders en de ouders die de beste bedoelingen hebben, gewoon niet voldoende zijn. Zoeken naar professionele hulp is niet een vorm van zwakte , maar een teken van toewijding en sterkte. Het is belangrijk het te onderkennen als iemand vastloopt, zodat dit beeld kan worden omgebogen in een normale rouwreactie die kan worden doorgewerkt.
De verwijzing dient te gebeuren op een manier dat men eerder normaliseert dan stigmatiseert. Het laatste dat getraumatiseerde kinderen nodig hebben, is de bedekte boodschap dat er iets mis is met hen. Normaliseren van de behoefte aan gespecialiseerde hulp, houdt concreet in dat men aan de familie en het kind zegt dat ze een zeer zwaar verlies hebben geleden en dat er mensen zijn die er specifiek op getraind zijn te helpen in dergelijke situaties. Er is niet één therapie om dit soort problemen te behandelen. De enig correcte benadering is echter zo weinig mogelijk sessies te voorzien en de rouwarbeid dan verder over te laten aan de familie en de natuurlijke omgeving.
Kinderen voorbereiden op verlies
Kinderen komen vaak voor het eerst in aanraking met de dood bij het zien van een dood dier: de hamster, het vogeltje, het konijntje, de goudvis, de poes. Kinderen reageren met pijn. Ze hebben een kameraad verloren die vele uren met hen heeft gedeeld. Volwassenen hebben de neiging het dode dier direct door een ander te vervangen. Maar vrienden zijn onvervangbaar en het verdriet om het verlies van vrienden, ook als die vrienden dieren zijn, mag men kinderen niet besparen. Wat kan men doen om hen te helpen, zodat ze verdriet kunnen hebben over hun speelkameraadje, zonder dat ze hun plezier in het leven verliezen ? Dat is de hamvraag.
Met het onmiddellijk vervangen door een ander dier leert men kinderen dat alles zomaar vervangbaar is en gaat men voorbij aan het verlies en de gevoelens die dit oproept. Als men het diertje gewoon oppakt en in de vuilbak gooit, miskent men het verdriet van kinderen. Men kan voorstellen het dier samen te begraven in een mooie doos, bloemen op het graf te planten, er een kruis of ander teken op te zetten. Dat is geen sentimenteel gedoe, maar het is een manier om het verdriet uit te drukken, een poging om voor de laatste keer iets liefs voor het dode dier te doen en er zich tegelijk een herinnering aan te verschaffen. Ook kan men met de kinderen over het dode dier praten, wat het allemaal deed, hoeveel plezier het heeft gegeven en dat daarom het missen ook zoveel verdriet doet. Zo leert men kinderen omgaan met verdriet en helpt men het verdriet te verwerken.
Dit wordt mooi beschreven in het boekje voor kinderen van Viorst (1972): Dat is heel wat voor een kat: ‘We hebben net onze poes Roetje begraven. Omdat Roetje zo’n fijne poes was, had ik in het begin veel verdriet. Maar toen ging ik alle fijne dingen bedenken die ik van hem wist. Dat waren er wel negen. En nu weet ik er zelfs tien. Dat is heel wat voor een kat, vind je niet ? En dat is niet alleen zo bij Roetje, maar ook als je lievelingshond doodgaat, of je konijn, of een kanarie of wie dan ook. Daarom moet je op zo’n ogenblik al die fijne dingen nog eens goed bedenken, dan merk je dat doodgaan eigenlijk net zo gewoon is als verder leven en dat helpt tegen je verdriet.’
Men kan kinderen voorbereiden op het omgaan met verlies. De wijze waarop men stilstaat bij het dode vogeltje; de manier waarop men met hen praat over iemand die sterft; een bezoek aan het kerkhof, waarbij men luistert naar de vragen van de kinderen en eerlijke, realistische antwoorden geeft: dit alles leert kinderen op veilige momenten iets over sterven en doodgaan, over verdriet op een moment dat men dit rustig en sereen kan beheersen. Zo kan men kinderen ook eens meenemen naar een begrafenis van iemand van wie het verlies hen niet zo dooreenschudt. De moeilijkheid ligt niet in het vinden van momenten om het onderwerp te introduceren, maar eerder in het niet uit de weg gaan van kansen die zich voordoen. Ze kunnen het gevoel krijgen dat sterven tot het leven behoort, zoals een jaar ook een herfst en een winter kent, en dat sterven niet vreesaanjagend is, maar mensen wel verdrietig maakt. Men kan hun leren dat verdriet op een natuurlijke wijze deel uitmaakt van het leven en dat het de veiligheid niet wegneemt. Men zou kinderen in het leven het vertrouwen moeten meegeven dat tranen worden gedroogd, niet voor altijd, maar altijd weer.
1 Marinus van den Berg, auteur van diverse aanbevelingswaardige boekjes over verdriet (zie literatuurlijst achteraan)