14 RITUELEN 

Rituelen geven vorm aan verdriet

In elke samenleving kent men een reeks gebruiken en gewoonten rondom het gebeuren van sterven, afscheid nemen en rouwen. In bepaalde culturen zijn deze zeer uitgesproken. Op de Peloponnesus (Griekenland) duurt de intensieve rouw veertig dagen. Dat is de tijd van het innerlijke tweegesprek met de dode, de tijd van de openbare rouw. Na die veertig dagen schrijft het gebruik een strikte innerlijke scheiding voor tussen levenden en doden. Maar na een halfjaar, vervolgens na een jaar en opnieuw na twee jaar worden de doden herdacht, tot hun gebeente na drie jaar wordt opgegraven om opnieuw te worden bijgezet. Drie jaar duurt het afscheidnemen.

Bij een volksstam in Centraal-Afrika, deYoruba’s, bestaat de gewoonte om, als een kind sterft bij de geboorte, door een plaatselijke beeldhouwer een kind te laten beeldhouwen uit een blok hout. Het beeldje, dat een jongen of een meisje voorstelt volgens het geslacht van het overleden kind, wordt door de moeder op de rug gebonden. Zij draagt het, zichtbaar voor iedereen, overal mee. Op geregelde momenten wordt het beeldje gewassen, gestreeld, met poeders ingestreken. Het is een manier om het verlies zichtbaar te maken in de samenleving. Het koesteren van het beeldje is een voorgeschreven vorm van bezig-zijn met het verdriet. In het strelen en het verzorgen van het beeldje krijgt men de kans verdriet te uiten. Als het verdriet verwerkt is, mag men het beeldje thuislaten.

Ook in onze cultuur bestonden, of bestaan, hier en daar nog heel wat gebruiken. Zo waren er de gebruiken om het overlijden kenbaar te maken, zoals het luiden van de klokken in het dorp, het afroepen van de overledene in de kerk, het afficheren van het overlijden aan de deur van de kerk met een soort doodsbrief op afficheformaat, het plaatsen van een kruis naast de voordeur van de woning waarin iemand was gestorven.

Er bestond een reeks overgangsriten, ‘rites de passage’, die de nabestaanden hielpen in hun overgang naar een nieuwe levensfase. Het huis werd in stilte en in duisternis gehuld. De ramen bleven gesloten. Er mocht geen muziek worden opgezet. Het begrafenismaal was een uitvoerig feest. Feesten hebben in de geschiedenis de betekenis van rituelen die mensen helpen om overgangssituaties te verwerken, zoals bij een geboorte, een huwelijk. In het eerste jaar na het overlijden werd rouwkleding gedragen, waardoor men zijn rouw kenbaar maakte aan de omgeving. De rouwperiode werd afgesloten met een jaarmis, die elk jaar werd herhaald rond de verjaardag van het overlijden. Het was een moment waarop de familieleden opnieuw bijeenkwamen om de overledene te gedenken.

Er bestonden ook allerlei burenplichten ten aanzien van het afleggen of opbaren van de dode en het aanzeggen van het overlijden. De buren droegen de overledene naar de kerk en naar zijn laatste rustplaats. Ze werden aan tafel genodigd. Ze deden een geldinzameling om een aantal missen te laten opdragen ter nagedachtenis van de overledene. Deze duidelijke rouwgebruiken creëerden een klimaat waarin verdriet samen met anderen kon worden beleefd en gedeeld. De buren van vroeger zijn nu vervangen door de begrafenisondernemer, die komt en daarna weer verdwijnt. Het sterven behoort meer en meer tot de werksfeer van de professionele hulpverlener. Het verdwijnt uit het alledaagse leven. De tijd waarin het doodshemd reeds sinds de trouwdag in de kast klaarlag, als onderdeel van de uitzet die de vrouw meebracht bij het huwelijk, is reeds lang voorbij.

Deze rouwrituelen bieden een aantal aanknopingspunten om na te denken waarom de gedegenereerde rouwrituelen verdriet veeleer helpen te conserveren dan uit de weg te ruimen. In de hedendaagse samenleving moet men zijn rouwgevoelens meer en meer voor zich houden, of datgene waarover men praat mooier voorstellen dan het is. Men mag niet eerlijk kijken naar de relatie met de overledene, dat wil zeggen: naar zowel de liefdevolle als de kwetsende aspecten ervan. Rouw mag niet te veel tijd kosten. Als het kan moet men na een paar dagen weer aan het werk. Men moet afzien van de gemeenschappelijkheid in de rouw. Men mag met geklaag en gesprekken over de overledene geen te hoge eisen stellen aan de medemensen. Men heeft zijn les grondig geleerd en probeert vaak alles te vermijden waaraan te zien zou zijn hoe men er echt aan toe is. Rouwkleding wordt niet meer gezien als een teken van bescherming, maar als een stigma dat mensen tot buitenstaanders maakt, die men liever uit de weg gaat om niet over dood of sterven te moeten praten. Dapperheid is een van de centrale begrippen van de ideologie geworden. Emoties en gevoelens mogen slechts beperkt tot uitdrukking worden gebracht. Men mag huilen bij een begrafenis, maar wie dapper is en geen tranen vergiet, wordt bewonderd.

De evidente gebruiken van vroeger gaven een leidraad voor het gedrag. Ze gaven voor de familie vorm aan het leed. Iedereen wist wat er van hem werd verwacht. Ook al werden deze gebruiken soms als een keurslijf beleefd, ze vergemakkelijkten vaak het zetten van de eerste stap. Door het wegvallen van veel van deze rouwgebruiken moet ieder weer zelf zoeken naar wat voor de nabestaanden kan worden gedaan. Het heeft ook consequenties voor de verwerking van het verlies.

Felix, die op 35-jarige leeftijd stierf aan kanker, gaf kort voor zijn dood de wens te kennen dat hij in alle stilte wenste te worden begraven. Er mochten geen overlijdensaankondigingen worden gedrukt. Hij wilde niemand bij zijn begrafenis aanwezig, behalve zijn echtgenote en zijn ouders. Zijn laatste wens werd gerespecteerd, met alle desastreuze gevolgen van dien voor zijn familie. Zij konden hun verdriet met weinigen delen. Telkens wanneer iemand haar vroeg hoe het nu met haar man, met hun zoon was, ontstond er een onbehaaglijke situatie. De bakker, de slager, de postbode en vele anderen kregen het gevoel iets misdaan te hebben, omdat ze pas achteraf hoorden van het overlijden. De familie probeerde iedereen te vermijden, omdat ze zich ook ongemakkelijk voelde met de pijnlijke confrontatie, die telkens weer kon ontstaan. Het rouwbeklag, dat in andere omstandigheden wordt geritualiseerd in gebruiken rond de begrafenis en vorm geeft aan menselijke betrokkenheid, voltrok zich nu telkens individueel of helemaal niet. De ouders en de echtgenote trokken zich terug uit allerlei sociale situaties. Hun verdriet dat niet samen kon worden geuit en gedeeld met anderen, creëerde een kloof die hun de toegang tot anderen versperde. Hun isolement nam steeds weer toe en compliceerde zeer sterk de rouwverwerking. Jaren later zaten ze nog steeds geblokkeerd in hun verdriet.

Hoe pijnlijk sommige gebruiken bij een overlijden ook zijn, zij hebben een sociale functie. Er groeit verbondenheid tussen mensen die elkaar vinden op dat moment. De eerste stap is gezet en dit vergemakkelijkt de verdere contacten. Mensen hebben het gevoel de stap niet alleen te moeten zetten. Ze zijn een schakel in een gebeuren. Vanuit het oogpunt van geestelijke gezondheid is het essentieel dat verdriet samen met anderen kan worden geuit en verwerkt. Rouwen is iets dat een mens niet alleen kan, maar dat samen met anderen moet gebeuren.

De begrafenis als ritueel

De begrafenis moet veel meer gezien worden in functie van de naastbestaanden dan in functie van de overledene. Het belang van het rouwgebeuren voor de overlevenden gaat boven de wens van de overledene. Als iemand op het einde van zijn leven wensen uitspreekt in verband met regelingen na zijn dood, is het dan ook belangrijk deze tijdig te bespreken. Het laat minder onbehaaglijke gevoelens achter bij de nabestaanden, als men verlangens en wensen nog kon plannen in samenspraak met de persoon vóór zijn dood.

Marja wilde niet in een betonnen grafkelder worden begraven. Marja drukte tijdens haar ziekte de wens uit in de aarde te worden begraven en niet in een grafkelder. Ze hield van eenvoud en dit was het meest in de lijn van haar leven. Haar echtgenoot had hiermee grote moeite. Hij was bang dat iedereen op het dorp zou denken dat hij niet meer overhad voor zijn echtgenote. Een kist in de aarde stond voor hem gelijk aan begraven als een overleden dier. Rustig luisterend naar de wens van Marja, kon men haar aandacht richten op de zorgen van haar echtgenoot. Ze was er erg om bekommerd dat hij zijn plan zou kunnen trekken na haar dood. Ervoor zorgen dat hij zich zo comfortabel mogelijk zou voelen tussen de mensen van het dorp, was hiertoe een belangrijke voorwaarde. Toen dit in het gesprek onder de aandacht werd gebracht, was haar voorstel: ‘Probeer alles zodanig te regelen dat mijn man er zich het best bij voelt. Het zal voor hem toch al moeilijk genoeg zijn. Ik voel het immers niet meer.’

De begrafenis is een zeer belangrijk gebeuren voor de start van de rouwverwerking. Rekening houdend met wat men weet over verwerken en verlies (zie hoofdstuk 2 en 3), wordt hier even stilgestaan bij de waardevolle betekenis van de begrafenis. Immers, met behulp van deze gedachten kan men het uitvaartgebeuren meer inhoud en betekenis geven.

De begrafenis bevestigt de realiteit van de dood en hiermee wordt de eerste taak van de rouwarbeid ingezet. De natuurlijke neiging de realiteit te ontkennen wordt tegengegaan. Het bijwonen van de uitvaartviering, de groeten van de aanwezigen in ontvangst nemen, het staan aan de rand van het graf: dat alles bevestigt telkens dat de dood reëel is. Ook al kan men het op dat moment emotioneel nog niet accepteren. Later helpt de herinnering aan deze ervaringen de realiteit bevestigen. Het is belangrijk dat men in een uitvaartviering geen verhullende woorden gebruikt zoals ‘heengaan’ of ‘inslapen’, die een eufemisme zijn voor de werkelijkheid.

De begrafenis kan helpen om gevoelens te erkennen en uit te drukken. Het is een sociaal aanvaarde manier om zich te concentreren op het sterven. De aanwezigheid van anderen die ook bij het gebeuren betrokken zijn, helpt om emoties te erkennen.

De begrafenis helpt ook om zich aan te passen aan de veranderde relatie met de overledene. Het sterven is het einde van het leven, maar daarom nog niet het einde van de relatie. In het bijeenbrengen van ervaringen en herinneringen van zichzelf en anderen, wordt een beeld gevormd van het leven en de persoonlijkheid van de overledene. Het helpt als men de relatie omvormt van een tegenwoordige relatie naar een relatie in herinnering. Het betekent: erkenning van het leven en ook erkenning van het verlies. Dit wordt zeer belangrijk bij diverse overlijdensgevallen die soms niet als dusdanig worden erkend, zoals het sterven van een kind bij de geboorte (zie ook hoofdstuk 8). Soms hoort men bij de uitvaart ervaringen en herinneringen aan de overledene die men voordien nooit heeft gehoord.

De begrafenis is ook betekenisvol voor het uitbouwen van een sociaal netwerk waarin men kan worden opgevangen. De aanwezigheid van vrienden en familie maakt dat men zich niet alleen voelt met het verdriet. Het is vaak de start van vernieuwde banden waarin men steun kan ervaren. In de uitvaartviering kan een beroep worden gedaan op de aanwezigen voor deze ondersteuning. Men kan concrete voorstellen suggereren. Dit wordt vooral belangrijk als de wijze van sterven door de samenleving wordt gestigmatiseerd, zoals bij aidspatiënten, sterven door zelfdoding, door moord...

Als de begrafenis gepaard gaat met een religieuze viering, of een ander ritueel geïnspireerd vanuit een niet-religieuze maar diepere zingevingsoriëntatie, kan dit helpen om zin en betekenis te verlenen aan het sterven. Het sterven kan worden geplaatst in het perspectief van een eeuwig leven of van een verder leven in de nagedachtenis van mensen. Het leven en de waarden waarvoor de overledene leefde, kunnen een inspirerende betekenis hebben voor anderen. De uitvaart kan een uitnodiging zijn om te danken voor dit leven, om te vergeven wat onafgewerkt is gebleven, om de zin te zien van dit leven en sterven.

Een begrafenis is er voor het welzijn van de overblijvenden. Het is dan ook belangrijk het tot een betekenisvol gebeuren te maken. Men kan via afspraken met de begrafenisondernemer of met de voorganger ervoor zorgen dat aan de behoeften van de overlevenden wordt tegemoet gekomen. Het begint reeds met ervoor te zorgen dat iedereen vooraf de kans heeft om te groeten, dat men aanwezig kan zijn bij het kisten, dat een kind een stukje favoriet speelgoed kan meegeven in de kist als dit gewenst is, dat er voldoende dagen worden voorzien tussen het overlijden en de uitvaart. Men kan wat er wordt gezegd in een uitvaartviering mede zelf bepalen door suggesties aan te reiken, door teksten zelf te kiezen. Wat men ook kiest, het is belangrijk dat het persoonlijk betekenisvol is voor de nabestaanden.

Crematie

Crematie is een alternatieve vorm van begraven, waarvoor vaker wordt gekozen dan vroeger. De as kan na crematie in een urn worden bijgezet in een columbarium. De urn kan ook worden begraven. Een derde optie is de as uitstrooien op een specifiek daartoe bestemde strooiweide, op een geliefde plaats in de natuur, in een stroom of in de zee. Soms verkiezen de naastbestaanden de urn met de as zelf te bewaren. Men kan de crematie laten volgen op een uitvaartplechtigheid in een kerk of een andere gelegenheid. Men kan ook kiezen voor een bijeenkomst in het crematorium zelf.

Ook bij crematie is het belangrijk te kiezen voor een ritueel dat beantwoordt aan een aantal functies zoals hoger beschreven, en dat persoonlijke betekenis heeft voor de naastbestaanden. Een plaats of een symbool waar of waarmee men de overledene kan gedenken, is heilzaam voor de rouwverwerking. Dit hoeft daarom niet steeds een begraafplaats te zijn. Een gedenkplaat, een monument, een beeld in de eigen tuin, een boom: ze kunnen ook deze functie vervullen.

Voor sommigen heeft crematie een aantal psychologische voordelen. Het kan de rouw bevorderen, omdat het effectief het eindpunt van de relatie met de overledene symboliseert en suggereert dat het leven verder moet gaan zonder de overledene. De totale verbranding van het lichaam maakt voor sommigen helderder dat de relatie nooit meer zal zijn als voorheen. Sommigen hebben er voorkeur voor, omdat door crematie het lichaam wordt gereduceerd tot natuurelementen, die dan worden gemengd met de elementen van de aarde. Dit symboliseert voor hen verbondenheid met de natuur. Nog anderen zien crematie als een gebeuren dat meer hygiënisch is dan de geleidelijke ontbinding in de aarde.

Crematie kan echter ook nadelen hebben voor de rouwenden. Men mag crematie niet voorstellen als een manier om te ontsnappen aan de pijn en het verdriet. Het gaat immers snel en het kan gemakkelijk zonder enige vorm van ritueel. In de meeste gevallen veroorzaakte dit problemen met de verwerking achteraf, omdat men de voordelen van een uitvaartritueel mist. Crematie is niet aan te raden als de overlevenden er grote moeite mee hebben. Daarom is het belangrijk dat degenen die voor zichzelf een crematie plannen, de toelating zouden geven aan hun naastbestaanden om de plannen te wijzigen na de dood als ze dit wensen. Het is van groot belang dat nabestaanden zelf de kans krijgen te bepalen welke vorm van afscheidnemen hen het meest helpt bij de rouwverwerking en bij het verder leven met hun verlies.

Crematie uitleggen aan kinderen

Uitleggen van crematie aan jonge kinderen is vaak een moeilijk probleem. Een aantal aspecten die specifiek zijn voor de beleving van kinderen, werd reeds beschreven in hoofdstuk 4. Men moet steeds voor ogen houden dat jonge kinderen, tot ongeveer een leeftijd van zeven jaar, ervan uitgaan dat anderen denken en voelen zoals ze zich gedragen. Hoe minder kinderen in staat zijn de dood te begrijpen, hoe meer ze zich baseren op de sfeer die rondom het gebeuren heerst en de manier waarop de volwassenen reageren. Omdat kinderen vaak alles letterlijk opnemen, moet men opletten welke woorden en termen men gebruikt. Het is steeds nuttig zowel voor kinderen als voor adolescenten door zorgvuldige bevraging te beluisteren wat ze denken en hebben verstaan. Het is soms verbazend welke ideeën kinderen ontwikkelen.

Eigen angst en onmacht hinderen volwassenen soms om op een natuurlijke manier met kinderen te praten over de dood en de overledene en om echt te luisteren naar hun vragen. Kinderen kunnen echter op een bewonderenswaardige manier omgaan met om het even welke feiten en gebeurtenissen, op voorwaarde dat ze met hen worden besproken op een toon en op een manier die warmte, genegenheid en zorg uitdrukken. Ze moeten voelen dat men hen niet buitensluit, maar dat men hen helpt om te begrijpen. Als men zichzelf zeer verdrietig voelt, vertelt men best aan de kinderen dat dit is omdat de ander dood is en niet om hun vragen. Men kan hun uitleggen dat de familie triestig is en dat het goed doet samen te huilen en samen te praten over wat men denkt en voelt. Sommige dingen kan men nooit helemaal begrijpen, maar het helpt ze een plaats te geven als men erover kan praten. Als men hun uitlegt wat crematie is, houdt men best rekening met deze aanbevelingen. Welke uitleg men ook geeft, het is belangrijk dat men het verhaal doet op een geruststellende manier, dat men een houding aanneemt die nabijheid uitdrukt, dat men niet te snel gaat en hun tijd geeft vragen te stellen en commentaar te geven. Het volgende voorbeeld kan inspirerend zijn. Het is echter geen blauwdruk.

‘Lore is dood. Dat betekent dat zij niet meer kan voelen zoals jij en ik, nooit meer. Zij voelt geen koude en geen warmte meer. Ze heeft geen pijn of geen honger meer. Omdat haar lichaam dood is, kan ze er niet langer meer in leven. Haar lichaam houdt haar geest of haar ziel vast, zoals de pop de vlinder omsluit. Wanneer de tijd gekomen is om te sterven, heeft ze het lichaam van zich afgeschud. Nu is ze vrij van pijn, van zorgen en van angst. Vrij als een prachtige vlinder die wegvliegt in het zonlicht. Er zijn nu twee dingen die we kunnen doen met het lichaam van Lore. We moeten kiezen, want we kunnen het lichaam niet houden. Als dieren of vogels sterven, weet je dat hun lichaam snel verandert en begint te bederven. Dat gebeurt ook met de bladeren in de tuin. Ze verrotten en dode bladeren kunnen worden omgevormd tot compost. Dat gebeurt ook met dode mensen. Nu moeten we beslissen wat we zullen doen.

We kunnen het lichaam van Lore in een speciale koffer plaatsen, een kist, en begraven in de grond op een kerkhof of een begraafplaats. Daar zijn ook nog vele andere mensen begraven. Of we kunnen de kist voeren naar een andere plaats, waar ze in een klein kamertje wordt geplaatst (zoals we er thuis geen hebben). In dat kamertje is er niets dan een zeer grote hitte, die het lichaam in as verandert. Het is niet een soort vuur dat brandt, maar het lichaam wordt verpulverd door de grote hitte. Dat wordt crematie genoemd. Je mag niet vergeten dat Lore niets meer kan voelen van die hitte, want het lichaam is dood. Lore is zoals de vlinder die is weggevlogen. Dat deel van Lore noemen we haar geest of haar ziel. Als wij dat willen, kunnen we de as meenemen en begraven in de grond. We kunnen de as ook uitstrooien op een mooie plaats in de natuur.’

Men kan allerlei veranderingen aanbrengen aan dit verhaal om het meer aan te passen aan de vragen van de kinderen. Wat echter belangrijk is, is dat men luistert naar hun vragen en hun het gevoel geeft dat ze deze mogen stellen. Als men niet ingaat op hun vragen, hebben kinderen het gevoel dat ze er niet over mogen praten. Men moet kinderen duidelijk maken dat men steeds mag denken aan of praten over de overledene en dat men hem zich steeds zal herinneren, ook al is hij dood.

Lang na het sterven

Het is mogelijk dat men door omstandigheden niet heeft deelgenomen aan de uitvaart, of te zeer in een toestand van verdoving is geweest om iets van het gebeuren tot zich te laten doordringen. Ook is het mogelijk dat men wel aan de uitvaart heeft deelgenomen, maar dat men door de bijzondere omstandigheden waarin het overlijden zich heeft voorgedaan, de kans niet kreeg afscheid te nemen van de overledene. Dit kan resulteren in een moeilijk te verwerken rouw. Er ontbreekt als het ware een duidelijk signaal als vertrekpunt tot verwerking. Zelfs jaren later kan men nog een ritueel organiseren, waarin men stilstaat bij de realiteit van het gebeuren. Men kan een uitvaartviering of een gedachtenisviering houden, waarin uitdrukkelijk het leven maar ook het sterven van de overledene wordt herdacht. Het kan een gebeuren worden dat de realiteit van het sterven duidelijk affirmeert. Tevens kan een steungevend sociaal netwerk ontstaan dat helpt bij de verdere verwerking. Een gesprek met personen die aanwezig waren op het moment van sterven, kan ook zeer belangrijk zijn.

De lievelingsbroer van Karlien verongelukte in het buitenland, zestien jaar geleden. Zij was toen achttien jaar oud, haar broer twintig jaar. Omdat men haar te jong vond, werd ze zoveel mogelijk beschermd en buiten een aantal regelingen en gesprekken gehouden. Men kreeg de overledene niet meer te zien. Hij werd overgebracht voor de begrafenis in een verzegelde kist. Zestien jaar later leefde Karlien nog steeds met heel wat onopgeloste vragen, die haar voortdurend kwelden. Ze kon het beeld van haar overleden broer zeer moeilijk loslaten. Er werd haar aangeraden de beste vriend van haar broer op te sporen, die toen achttien jaar geleden aanwezig was bij het ongeval. Er was geen contact meer tussen de familie en de vriend, omdat hij de chauffeur was die de auto bestuurde bij het ongeval, waarin Leo dood was gebleven. Karlien had een lang gesprek met de vriend. Hij vertelde haar de precieze omstandigheden van het ongeval. Hij had zeer sterk geleden onder het verlies van zijn vriend, maar ook onder het feit dat hij door de familie als de dader werd beschouwd. Een ontmoeting met de lievelingszus van zijn vriend na zoveel jaar was zowel voor hem als voor Karlien een teken van erkenning van verdriet. Het kan een start betekenen van verdere integratie en verwerking van wat onafgewerkt is gebleven.

De ouders van Dorien verongelukten toen zij achttien jaar was. Haar werd afgeraden hen nog te gaan groeten, omdat ze door het ongeval zo vreselijk waren verminkt. Anderhalf jaar later probeerde ze via de receptie van het ziekenhuis iemand te vinden die haar iets meer kon vertellen over de gebeurtenissen van die bewuste nacht, over hoe haar ouders werden binnengebracht in het ziekenhuis en wat ze eventueel nog hadden gezegd. Ze kreeg als antwoord dat men dit onmogelijk kon achterhalen. Het was anderhalf jaar geleden, een zaterdagnacht, en tijdens de nachten in het weekend is er steeds weinig personeel aanwezig. Voor Dorien was het zeer moeilijk te aanvaarden dat er in dat ziekenhuis niemand zou zijn die zich haar ouders herinnerde. Zeven jaar na het ongeluk hield dit haar nog steeds zeer intens bezig. Ze ontmoette iemand die haar probleem begreep. Hij motiveerde de directie van het bewuste ziekenhuis om uit te zoeken wie er de dienst had op de spoedgevallendienst tijdens deze bewuste zaterdagnacht, zeven jaar eerder. Misschien kon men dit achterhalen door grondige bevraging van het personeel. Wellicht moest er een medische status in het archief bewaard zijn gebleven. Na enkele keren opbellen, kon hij contact krijgen met twee artsen, een chirurg en een anesthesist, die de moeder nog hadden geopereerd. Er was een zorgvuldig operatieverslag. De toestand was zo ernstig dat niets kon baten. Door zware hersenbeschadiging was ze in coma. Ze was ook ernstig gekwetst aan de ledematen en had meerdere breuken en inwendige bloedingen. De vader was reeds overleden bij aankomst. De artsen werden bereid gevonden Dorien te ontvangen en haar nauwkeurige informatie te geven. Ze twijfelden wel of het niet schadelijk zou zijn om na zoveel jaar de oude wonden opnieuw aan te raken. Dorien was echter vastbesloten: ze wilde meer weten. Het vooruitzicht van het gesprek met de artsen zorgde voor hevige opwinding en slapeloze nachten. Op zaterdagmorgen vond een gesprek plaats met een van de artsen, onder begeleiding van de persoon die voor haar de afspraken had gemaakt en die haar vergezelde. De arts vertelde zeer nauwkeurig welke letsels en kwetsuren de moeder vertoonde, dat ze niets meer had beseft en wellicht onmiddellijk na het ongeval het bewustzijn moest hebben verloren. De vader moest op slag dood zijn geweest en was ook vreselijk verminkt. De arts toonde Dorien de spoedgevallenafdeling waar haar ouders werden binnengebracht. Hij nam haar mee naar de operatiekamer waar de ingreep werd verricht. Vandaar ging hij naar het mortuarium waar beide ouders werden opgebaard. Telkens kreeg Dorien de kans vragen te stellen en er werd eerlijk en open op geantwoord. Toen ze daarna thuiskwam – ze woonde nog steeds alleen in het ouderlijk huis – vond ze dat ze nu pas de handtas van haar moeder kon wegnemen. De handtas stond nog steeds op de keukentafel, zoals moeder deze had achtergelaten zeven jaar geleden. Nu kon ze een definitief begin maken van aanvaarding dat ze nooit meer terug zouden komen.

Beide voorbeelden tonen aan dat het ook jaren later nog mogelijk is een soort afscheidsritueel te organiseren, waarin men zich confronteert met de realiteit. Het kan een proces op gang brengen, of iets dat nooit afgewerkt geraakte, helpen af te ronden. Het is nooit te laat in het leven om zorgzaam stil te staan bij wat mensen meemaken, bij wat ze hebben gemist. Men kan creatief zoeken hoe en in welke mate een vervangend of aanvullend ritueel kan helpen om emoties tot uitdrukking te brengen of om erkenning te geven aan het verlies en de gevoelens die het nog steeds oproept.

Grafbezoek

Voor sommigen is regelmatig bezoek aan het graf een mogelijkheid tot het bewaren van een zekere verbondenheid met de overledene. Het is de plaats waar ze zich gaan uitspreken, waar ze dicht bij hun verdriet komen. Door de omgeving worden regelmatige bezoeken aan de begraafplaats vaak afgeraden, omdat men het gevoel heeft dat de rouwende op deze manier de pijn en het verdriet opzoekt of koestert. Men kan echter niet verwerken zonder pijn en verdriet te ervaren (zie hoofdstuk 2). Het is belangrijk een eigen tempo en ritme te zoeken voor grafbezoek. Men moet zich afvragen of het grafbezoek wel bevrijdend werkt (Pauwels, 1988). Iedereen bepaalt voor zichzelf hoe hij met zijn herinneringen omspringt. Sommigen voelen helemaal geen behoefte naar de begraafplaats terug te gaan en houden aan een foto in de woonkamer. Er is niets verkeerds aan een regelmatig grafbezoek, zolang het mensen maar niet definitief verhindert opnieuw te leren houden van het leven. Men kan zelfs een persoonlijke noot aanbrengen bij de begraafplaats, die inspireert tot troost op moeilijke momenten.

De schriftbeeldhouwer Pieter-Hein Boudens (Brugge) werkte in samenwerking met de tekstschrijver Herwig Verleyen (Brugge) aan het ontwerpen van stenen voor kinderbegraafplaatsen. Diverse van hun gezamenlijke ontwerpen kunnen troost bieden in momenten van verdriet. Enkele voorbeelden van teksten: ‘Eens zal ook die steen wentelen. Eens...’; ‘Voor de wereld was ik slechts een kind uit de velen, maar voor jou blijf ik de hele wereld’; ‘Vergeet ons kindje niet, want pas dan zal het echt gestorven zijn’; ‘De grote aardbol weerspiegelt zich nu in mijn kijkers’; ‘Zoals een zonnetje achter de wolken ben je: onzichtbaar, maar toch aanwezig’; ‘In elk zonnestraaltje, in elk vlokje sneeuw kom ik even langs’; ‘Zoals een bloesem aan een wintertak, zo word ik eens weer bloesem, lied, lach.’

Woorden die inspireren, kunnen troost inhouden, zoals ook troost uitgaat van een verzorgd graftuintje, van een harmonisch geheel van tekst en lettertype op een esthetische vormgegeven grafsteen. Niets is in staat de overledene terug te brengen, maar echte troost ligt misschien wel in het onzichtbaar toch aanwezig mogen zijn, achter de heuvels, achter de wolken, zoals een tekst van Verleyen luidt.