13 DEELNEMING BETUIGEN

Ik weet niet wat ik moet schrijven...

Als men verneemt dat een vriend of bekende wordt getroffen door het verlies van een dierbaar iemand, wil men op de een of andere manier helpen. De wens om zijn deelneming uit te drukken is een van de vormen van hulp. Velen weten echter niet goed hoe dit te doen. Dat is te begrijpen. Men heeft dit nergens geleerd. Als men terugvalt op eigen verlieservaringen, dan heeft men vaak voorbeelden meegemaakt van vrienden of familieleden die, met de beste intenties, verkeerde dingen hebben gezegd of gedaan.

Als men iets wil schrijven, grijpt men nogal eens naar voorgedrukte kaartjes met formules als ‘Met innige deelneming’. Dit spreekt mensen weinig aan, omdat het niet zo authentiek overkomt. Er zijn in de handel ook wel kaartjes te koop met zeer stemmige bezinningsteksten, of met mooie afbeeldingen die troost kunnen inhouden. Mensen worden echter het meest aangesproken door een persoonlijke verwoording. Een brief of een kaartje schrijven om deelneming te betuigen in persoonlijke bewoordingen is echter een van de moeilijkste opdrachten. Hoe brengt men zijn boodschap van troost en medeleven over op papier ? Het geschreven woord betekent vaak grote troost voor mensen in verdriet. Deelnemingsbrieven worden vaak gekoesterd en jarenlang bewaard.

Kees verloor zijn vrouw na een ziekte van zes maanden. Kees en Margreet waren beiden huisarts. De dag van de uitvaart, nadat de laatste mensen waren vertrokken, heeft Kees alle kaartjes en brieven gelezen. De kaartjes met enkel ‘innige deelneming’ gooide hij in de papiermand. Kaartjes en brieven waarop iets persoonlijks was genoteerd, heeft hij in een schoenendoos bewaard om ze later nog eens te lezen en te herlezen. Eén kaartje heeft hij in zijn portefeuille gezet en het acht maanden op zak gedragen. Op moeilijke momenten, als hij de situatie niet meer aankon, als het verdriet hem overmande, vaak in de late avond of in de auto vóór een moeilijk huisbezoek, las hij een paar maal dat kaartje. De woorden op het kaartje luidden: ‘Kees, ik weet niet wat ik je moet schrijven.’ Meer niet. Hij vond dit zo authentiek dat het hem heeft recht gehouden in de eerste acht maanden. Na zoveel jaar neemt hij nog af en toe de schoenendoos ter hand en leest enkele van de brieven en teksten. Er komt dan opnieuw iets van het verdriet boven, maar vooral de mooie herinneringen aan Margreet en aan de vele vrienden die hun medeleven hebben neergeschreven.

Een betekenisvolle boodschap schrijven in enkele zinnen lijkt vaak een echt karwei. Dit maakt dat veel mensen, ondanks hun goede bedoelingen, niets schrijven. Een goede deelnemingsbrief schrijven zou niet zo moeilijk moeten zijn, als men echt begaan is met het verdriet van de ander. Men voelt als het ware wat men wil zeggen. De moeilijkheid komt echter als men zoekt naar woorden om deze gevoelens uit te drukken. In het uitschrijven kan men een diepe betrokkenheid ervaren. In het lezen van deze woorden kan de rouwende de wereld op een nieuwe manier zien. Een deelnemingsbrief is een kans om een speciale band tot stand te brengen tussen de schrijver en de lezer. De essentiële humane boodschap in rouwbetuigingsbrieven is: ‘Ik erken uw verlies en ik ben begaan met uw pijn en verdriet.’

Regels van etiquette

In de meeste boeken over rouw, over schrijven van brieven en over omgangsvormen vindt men praktisch niets over het schrijven van rouwbrieven. Er is natuurlijk geen voorgeschreven manier om medeleven uit te drukken in geschreven woorden. Er zijn echter wel enkele regels van etiquette te formuleren die helpend kunnen zijn (Zunin & Zunin, 1991).

Naar wie schrijven ? Een rouwbetuigingsbrief wordt meestal geschreven naar de rouwende met wie men de nauwste band heeft. Als men enkel de overledene kende, maar niet de familie, wordt het door de familie vaak gewaardeerd via een brief te vernemen hoe anderen hun familielid hebben gekend, of dat het sterven ook anderen beroert. Als men schrijft naar een gehuwde persoon wiens ouder sterft, kan men zich richten tot de ene wiens ouder het is of, als ook de partner een nauwe band had met de ouder, kan men de brief aan beiden richten. Kinderen die een ouder, een grootouder, een broer of zus verliezen, worden in rouwbrieven vaak vergeten. Het is attent minstens hun naam expliciet te vermelden, of enkele woorden specifiek voor hen te schrijven. Kinderen en jongeren voelen zich echt erkend als een brief of kaartje ook uitdrukkelijk aan hen wordt gericht. Het wordt vaak ook gewaardeerd als men bij het overlijden van de vroegere partner schrijft naar de overlevende partner van een gescheiden echtpaar, vooral als de ex-partners sinds de echtscheiding nog een vreedzame relatie onderhielden. Als men twijfelt, is het advies schrijven.

Wanneer schrijven ? Men kan best schrijven van zodra men het bericht van overlijden verneemt en niet wachten tot men bekomen is of tot ‘de juiste woorden’ gekomen. Als men schrijft op het moment dat men zelf geroerd is, drukt een brief vaak beter het medeleven uit. Men moet in elk geval proberen te schrijven binnen de twee weken na het overlijden. Kan men nog schrijven op een later moment, als men het in de eerste weken na het overlijden heeft nagelaten ? Oprecht medeleven uitdrukken kan feitelijk steeds, ook nog maanden later.

Vormgeving. Elke vorm van standaardbriefpapier of kaartje is geschikt. Opvallende kleuren worden meestal vermeden, maar wit, crème, grijs en pastel zijn gebruikelijk. Traditioneel worden rouwbetuigingsbrieven met de hand geschreven, zeker door goede vrienden, alhoewel dit niet noodzakelijk is. Een handgeschreven brief is persoonlijker en komt warmer over. Het is acceptabel dat brieven vanuit officiële instanties en organisaties eerder worden getypt.

Hoe lang moet een brief zijn ? Uitdrukkingen van medeleven worden niet gemeten aan het aantal woorden. De lengte is niet van zoveel belang. Soms raadt men beknoptheid aan. Dit is gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat rouwenden niet geïnteresseerd zijn in het lezen van een langere brief. Meestal is dit niet juist. Men kan onderscheid maken tussen een korte blijk van sympathie, waarin een viertal gedachten wordt gesuggereerd en een volledige rouwbetuigingsbrief, waarin men een zevental aandachtspunten kan onderscheiden. Dit zijn echter enkele suggesties als leidraad ter ondersteuning. Een brief kan variëren van enkele zinnen tot enkele bladzijden.

De rouwbeklagbrief

Een attente brief om deelneming te betuigen, is terzelfder tijd een eerbetuiging aan de overledene en een bron van troost voor de overlevenden. Een met feeling geschreven brief is niet alleen een duurzame vertroosting, maar ook een duurzame conversatie. De meeste mensen hebben moeite om een goede brief te schrijven. Zich uitdrukken op een eenvoudige en natuurlijke manier, vindt men moeilijk. Men denkt dat men beter moet schrijven dan men spreekt. Een goede brief is als een bezoek op papier. Als de brief in gewone bewoordingen is geschreven, zal de persoon die de brief ontvangt de schrijver horen en zien bij het lezen van de brief.

Er worden zeven belangrijke componenten aangegeven, die men voor ogen kan houden bij het schrijven van een brief. Deze suggesties zijn niet bedoeld als een rigide geheel van regels. Het zijn veeleer suggesties om gevoelens, bezorgdheden, sympathie en meeleven uit te drukken in geschreven communicatie.Veel deugddoende rouwbeklagbrieven bevatten niet deze zeven componenten, of niet in deze volgorde. Een zekere leidraad kan echter helpen om het schrijven niet uit te stellen of na te laten.

Aan welke zeven componenten kan men denken ?

1. Erkennen van het verlies. Als men het niet rechtstreeks heeft vernomen van de persoon aan wie men schrijft, kan men meedelen hoe men het nieuws heeft vernomen. Men kan zijn verslagenheid uitdrukken bij het vernemen. De erkenning zet meteen duidelijk de toon van de brief. Het is steeds belangrijk uitdrukkelijk de naam van de overledene te vermelden in de brief.

2. Uitdrukken van medeleven. Door oprecht zijn leedwezen uit te drukken, laat men de rouwende weten dat men bezorgd is en zich betrokken voelt bij zijn verdriet. Men kan best open en eerlijk zijn en het woord dood of doodsoorzaak, ook als het zelfdoding is, niet vermijden. Als men de overledene heeft gekend, wat niet steeds het geval is, kan men de rouwende ondersteunen door ook de eigen droefheid uit te drukken. Het geeft hem het gevoel niet alleen te staan in zijn verdriet.

3. Noteren van speciale kwaliteiten van de overledene. Men kan enkele kentrekken van de overledene vermelden die men zeer waardeert. Het kan gaan om persoonlijke karakteristieken, zoals moed, inzet, integriteit. Het kan ook gaan om de manier waarop de persoon geëngageerd was in allerlei initiatieven. Door dit te vermelden, helpt men de rouwende zich te realiseren hoe geliefd en gewaardeerd hun familielid was. Als men hem niet persoonlijk heeft gekend, kan men schrijven over wat men heeft gehoord.

4. Vertellen van een herinnering. In de eerste dagen na een verlies zijn de familieleden vaak tijdelijk in een toestand van shock en verdoving. Een of meer korte anekdoten, waaruit blijkt wat men waardeerde, van waaruit de genegenheid en het respect zijn gegroeid en hoe de overledene het leven van de schrijver heeft beïnvloed of geraakt, betekenen vaak concrete waardering die lang wordt onthouden. Men moet geen humoristische anekdoten vermijden. Ze worden vaak zeer dankbaar gelezen. Lachen is in momenten van verdriet soms een bron van genezing.

5. Noteren van speciale kwaliteiten van de rouwende. Het verlies van een dierbaar iemand kan zo overweldigen dat men zich zeer inadequaat voelt en aan al zijn capaciteiten en mogelijkheden begint te twijfelen. Rouwenden hebben er moeite mee op dat moment te houden van zichzelf en zichzelf te waarderen. Het kan hun zeer goed doen als men hen herinnert aan hun persoonlijke kwaliteiten, als men deze nadrukkelijk benoemt, zeker die capaciteiten die ze in deze periode zeer sterk nodig zullen hebben. Deze boodschap van waardering kan worden versterkt als men een positieve appreciatie kan uitdrukken die men heeft gehoord uit de mond van de overledene.

6. Aanbieden van hulp. Als men in staat is hulp te bieden, kan men dit best ook doen. Als men kiest om dat niet te doen, kan men nog altijd de brief schrijven. Men moet wel voor ogen houden dat een aanbod in de zin van: ‘Laat me weten als ik iets kan doen’, een onmogelijke belasting betekent voor veel rouwenden. Men is niet in staat de inspanning op te brengen om dat zelf te vragen. Men kan beter een concreet en specifiek aanbod doen, zoals bijvoorbeeld: op de kinderen passen, inkopen meebrengen, helpen schrijven van de bedankkaartjes... Men moet zelf het initiatief nemen voor een concreet aanbod, met concrete afspraken, zonder zich evenwel op te dringen. Er is verschil tussen het aanreiken van een aanbod en het opdringen ervan.

7. Eindigen met een attente zin. Het afsluiten van de brief is zeer belangrijk. In de besluitende woorden moet de echtheid van de gevoelens blijken, of kan men nog eens zijn medeleven herhalen. Enkele voorbeelden: ‘Ik denk in deze dagen aan jou’; ‘Wij voelen ons erg verbonden met u en uw familie’; ‘Uw liefde en genegenheid voor hem en wat jullie samen voor ons hebben betekend, zal in onze herinnering steeds blijven verder leven.’

Als men de persoon niet heeft gekend, bijvoorbeeld bij het overlijden van de vader van een collega, is het moeilijk om speciale kwaliteiten van de overledene of concrete anekdoten te beschrijven. Het kan dat dit wel mogelijk is op basis van hetgeen de rouwende ooit heeft verteld over de overledene.

Een kort blijk van medeleven

Er zijn gelegenheden waarbij men veeleer zijn medeleven wil uitdrukken in een kort kaartje dan in een brief. Of men wil misschien een persoonlijke noot toevoegen aan een kaartje dat men in de handel heeft gekocht. Hier wordt als inspiratie gesuggereerd te denken aan vier van de hoger genoemde componenten, namelijk: erkennen van het verlies, uitdrukken van medeleven, noteren van enkele speciale kwaliteiten of van een concrete herinnering en eindigen met een attente boodschap.

Er zijn in de handel ook heel wat voorgedrukte kaartjes beschikbaar. Sommigen ervaren dit als zeer onpersoonlijk en anderen zijn er zeer door aangesproken. De gevoelens hieromtrent verschillen zeer sterk. De boodschappen op deze kaartjes zijn ook zeer verschillend. Sommige drukken erkenning uit. Andere zijn meer gericht op het uitdrukken van deelneming. Sommige bevatten inspirerende boodschappen, een bijbelcitaat, woorden van bemoediging. Er kunnen verschillende redenen zijn om eerder te kiezen voor een voorgedrukt kaartje dan voor een brief. Het kan een eerste reactie zijn bij het horen van het overlijden, om onmiddellijk te versturen, later gevolgd door een brief. De schrijver kent de rouwende misschien enkel vanuit formele contacten. Sommigen voelen zich overweldigd door een blad wit papier. De afbeelding op een kaart en de gedrukte tekst kunnen hen helpen om er nog iets aan toe te voegen, in de zin van: ‘Dit drukt zo mooi uit wat ik in mijn binnenste voel.’

Een korte boodschap in de zin van: ‘Ik weet niet wat ik moet schrijven’, houdt reeds erkenning in voor de rouwende. Als men een belangrijk verlies lijdt, verliest men als het ware een deel van zichzelf. Men voelt zich vaak waardeloos, verminderd in waarde. Met een attent schrijven geeft men aan de rouwende het gevoel dat men hem waardevol vindt. Dat is ook de betekenis van het feit dat families vaak zo belangrijk vinden dat er veel mensen aanwezig zijn bij de uitvaart. Elke aanwezigheid voegt iets aan waarde toe, niet alleen aan de overledene maar ook aan de familie.

Vanuit de geriatrische afdeling waar hun moeder acht dagen was opgenomen toen ze stierf, kregen de kinderen een kaartje met de volgende woorden: ‘Eén week haar leren kennen, was reeds voldoende om van haar te houden.’ De vele kinderen wilden elk een kopie van het kaartje. Het sprak hun zeer sterk aan.

Een jongen schreef naar de ouders van een klasgenoot die aan zelfdoding was gestorven: ‘Ik zoek naar woorden, maar ze vliegen telkens weer weg. Ik kan ze niet grijpen. Ik zou willen dat verdriet en pijn ook kunnen sterven.’ Het was een gevoel dat in de eerste overrompeling door hem heen ging. Voor de ouders was het een sprekende attentie, die ze wel honderd keer opnieuw hebben gelezen.

Ik weet niet wat te zeggen

Deze woorden zijn bijna de meest uitgesproken woorden door mensen die naar iemand toe willen gaan. Men blijft vaak weg omdat men het antwoord niet vindt. Het kan helpen als men in plaats van de vraag ‘Wat moet ik zeggen ?’ even de volgende vraag in gedachten neemt: ‘Wat zou de ander vanuit zijn of haar verdriet aan mij te zeggen hebben ?’ Iemand die in stilte aanwezig kan zijn en blijven, in de sfeer van verdriet en onmacht, kan vaak een grote steun zijn. Vaak heeft men echter angst voor de eigen machteloosheid. Men heeft het gevoel dat men antwoorden moet geven op de waarom-vragen. Men kan echter niet meer doen dan in een attente aanwezigheid de ander helpen om het leven met deze waarom-vragen, waarop geen antwoorden zijn, uit te houden.

Stilte en woordeloosheid kunnen soms meer erkenning uitdrukken dan allerlei woorden van goedkope bemoediging zoals: ‘Hij heeft een mooie leeftijd gehad’; ‘Je mag blij zijn dat je hem zolang hebt kunnen houden’; ‘Je mag blij zijn dat zijn lijden nu voorbij is’; ‘Je bent nog jong, je kunt nog kinderen krijgen. Wees blij dat hij zo niet is blijven leven.’ Men heeft de neiging de stilte te vullen met woorden, meer uit eigen ongemak dan voor het welzijn van de rouwende. Hoe vaak zegt men niet: ‘Wees blij dat...’ op momenten dat intense droefheid het overwegende gevoel is ? ‘Wat men kan zeggen’ begint in de taal der stilte met aanwezig te zijn.

Jasper vertelt na het sterven van zijn vriendin: ‘Wat me het meest heeft geholpen, was weten dat goede vrienden beschikbaar waren als ik ze nodig had. Zelfs op momenten dat ik werd verlamd door de emotionele pijn van het gemis, wist ik dat er enkele mensen waren op wie ik kon rekenen. Geen oordelen, geen raadgevingen, enkel aanwezig zijn op een manier dat ik eraan werd herinnerd dat ik nog leefde en dat het leven verder ging. Hun aanwezigheid was een lijn naar het leven.’

Beschikbaar zijn betekent niet noodzakelijkerwijs constante aanwezigheid. Het betekent veeleer het communiceren van een houding van beschikbaarheid die authentiek is. Het is belangrijk voor ogen te houden dat deze beschikbaarheid niet minder, maar juist meer belangrijk wordt met het verloop van de weken. Hoe kan men zijn beschikbaarheid uitdrukken ? Eenvoudigweg door er periodiek aan te herinneren, door regelmatig even te bellen, kaartjes te schrijven en door bezoeken. Rouwenden zijn vaak niet in staat hun waardering uit te drukken voor alles wat men doet. Ze zijn eerder eisend, soms afstandelijk en onbereikbaar. Dit betekent niet dat ze aandacht, zorg en bezoek niet waarderen. Men kan meelevend, ondersteunend en beschikbaar zijn, maar daarmee neemt men de pijn nog niet weg.

Aanwezig-zijn is één zaak. Aanwezig-zijn in volledige acceptatie is echter een andere. Acceptatie is een van de belangrijkste geschenken die men kan geven aan een rouwende. Dit betekent dat men de gevoelens, de gedachten, de attitudes en de gedragingen van de rouwende volledig aanvaardt en toelaat, zonder oordelen uit te spreken of te laten voelen. Aanvaarding dient twee belangrijke doelen terzelfder tijd: het laat toe alle gevoelens in het verdriet te uiten, wat zeer belangrijk is om tot verwerking te komen. Op de tweede plaats valideert het ook het normale en natuurlijke karakter van de gevoelens en reacties. Men heeft vaak het gevoel dat men gek aan het worden is. Slechts enkele woorden die uitdrukken dat men zich mag voelen zoals men zich voelt, dat dit normale reacties zijn, kunnen veel steun betekenen. Men kan dit vaak maar met een zekere rust en sereniteit, als men als bezoeker zelf op de hoogte is van de normale reacties in rouw en verdriet (zie hoofdstuk 2 en 3). Geduld is wezenlijk. Men kan verwerking niet forceren of dwingen.

Als woorden te kort schieten of als stilte welsprekender is, kan men de rouwende vastnemen, zijn hand aanraken, omhelzen. Het is een gebaar dat spreekt voor zichzelf, waarin men de zorg voelt. Het kan echter ook dat de rouwende zich niet behaaglijk voelt met te grote nabijheid of met fysiek contact. Respecteer dit en neem het niet op als een persoonlijke verwerping. Dit soort reacties is ook normaal in rouw.

Fieke voelde het als een eerste stap uit haar schulp. Ze herinnerde zich niet dat iemand haar nog had aangeraakt in de vele weken sinds de begrafenis van Maarten, behalve zó voorzichtig en aarzelend dat het haar een oncomfortabel gevoel gaf. Op een avond kwam de directeur van Maarten op bezoek. Hij was zichtbaar aangeslagen geweest na het werkongeval van Maarten. Hij nam stevig haar hand vast. Fieke zegt hierover: ‘Ik zal nooit dat moment vergeten. Ik voelde zijn pijn, zijn medeleven, zijn verdriet. Ik was me vooraf nauwelijks bewust van mijn hand en nu werden wel duizend woorden gesproken, gewoon door de aanraking. Het was een eerste stap uit mijn schulp. De donkere wolk van verdriet en pijn opende zich even. Voor het eerst wist ik dat er nog iets anders mogelijk was dan pijn en duisternis.’

Wat maakt dat een aanraking tijdens de rouw zo goed kan doen ? Men helpt de rouwende herinneren dat hij bestaat en men doorbreekt even de bolster van verdoving waarin men de eerste weken terechtkomt. De gevoelige aanraking door vrienden herinnert de rouwende eraan dat hij of zij niet is afgesloten van menselijkheid. Mensen in acute rouw voelen zich vaak ongewenst en ongenaakbaar. Soms ontspant er zich iets in het lichaam door een eenvoudige aanraking. De aanraking van iemand heeft op zich een helende kracht. Men heeft sinds de oudste tijden de waarde van een handoplegging als genezing erkend. Aanraking is een vergeten taak. In de stiltes die met rouw vaak gepaard gaan, kan het eenvoudigweg het meest krachtige en sprekende communicatiemiddel zijn.

Luisteren kan men leren

Ook al weet men dat luisteren vitaal is op momenten van verdriet, toch voelt men zich vaak angstig en onbehaaglijk als men niet meer kan doen dan luisteren naar het verdriet. Hoe komt dit ? Op de eerste plaats omdat het de luisteraar ook in contact brengt met eigen onopgeloste gevoelens van rouw en droefheid. Het sleutelwoord is hier ‘onopgelost’, want als men zijn eigen verdriet heeft verwerkt, zal dit minder voorkomen. Op de tweede plaats ervaren luisteraars vaak een gevoelen van niet-adequaat te zijn, omdat men niet weet hoe te reageren. Men vreest dat men niet helpt als men geen antwoorden geeft of geen wijze woorden kan spreken. Op de derde plaats voelt men vaak een drang om eigen ervaringen met verlies te vertellen. Men denkt dat dit de ander kan helpen.

Sommigen bezoeken de rouwende helemaal niet. Of men komt enkel voor een kort bezoek, zodat de rouwende de kans niet krijgt hen te ‘beladen’ met zijn verhaal. Of men probeert het verdriet te stoppen met uitspraken als: ‘Je mag er niet meer aan denken’; ‘Je mag je verdriet niet zo koesteren’; ‘Ik had nooit verwacht dat jij je zo zou laten gaan’; ‘Nu heb je toch reeds tijd genoeg gehad om het te boven te komen.’ Als men deze patronen van reacties bij zichzelf erkent, hoeft men niet ontmoedigd te zijn. Luisteren is een kunst en een vaardigheid. Men kan leren luisteren. In de mate dat men meer weet, stil kan staan bij het eigen onbehagen en eigen verdriet leert toelaten en verwerken, kan men met meer sereniteit luisteren naar de ander. Als men de volgende suggesties voor ogen houdt, kan dit het onbevooroordeeld luisteren stimuleren.

Om het gesprek te starten kan men beginnen met volgende reacties: ‘Het moet voor jou en je familie een zeer moeilijke tijd zijn. Vertel eens wat er in de laatste dagen door je hoofd is gegaan. Ik weet niet wat ik zeggen moet, maar ik voel dat het voor jou zeer moeilijk moet zijn. Ik vind het zo erg wat je is overkomen. Ik zou je graag helpen. Ik heb de laatste dagen veel aan je gedacht en ik wilde even horen hoe het met je gaat.’

Luisteren zonder te oordelen. Men moet proberen niet te oordelen, niet te moraliseren en niet te veroordelen. Zelfs als er momenten zijn dat men denkt dat wat de rouwende voelt niet meer juist is, vertelt men best niet aan de rouwende hoe hij zich moet voelen. De attente luisteraar blijft alert aanwezig, receptief, en vermijdt conclusies te trekken.

De aandacht richten op de persoon en wat wordt gezegd. Hiermee wordt bedoeld: onverdeelde aandacht schenken en niet denken aan wat men dadelijk zal antwoorden. Men moet ervoor zorgen dat men geen ongeduld uitstraalt of een schijnbaar rustige onbewogenheid laat zien. Een gerichte aandacht komt tot uiting in voortdurend oogcontact, een toegewende lichaamshouding en een gelaatsuitdrukking die aanmoediging uitdrukt.

Onderbreken vermijden. Laat de rouwende uitspreken, ook al heeft hij er moeite mee zijn woorden te vinden of zich uit te drukken. Probeer niet tussen te komen. Poog geen onvoltooide zinnen op een eigen manier af te maken. Ook de stiltes mag men niet te vaak onderbreken. De stilte van de rouw kan zeer sprekend zijn.

Een positieve kijk op het leven behouden. In gesprek met de rouwende komt meer aan bod dan voortdurende droefheid en pijn. Soms zal worden gepraat over gewone dingen van het leven en op andere momenten over beangstigende ervaringen. Door in het luisteren positieve levenservaringen te bevestigen, door met vertrouwen naar de toekomst te kijken, onderhoudt men een positieve kijk op het leven. Men kan iets vertellen over wat de overledene en de rouwende hebben betekend voor het eigen leven of voor anderen. Men kan sterkten en kwaliteiten die men opmerkt, bevestigen of ondersteunen. Men kan zijn vertrouwen uitspreken dat het leven ooit weer perspectief zal krijgen, ook al kan de rouwende dat op dat moment niet zien.

Probeer niet met rationele verklaringen te komen. Men kan de dood van een dierbaar iemand niet rationeel verklaren. Rationele verklaringen betekenen zelden hulp, ook al vragen rouwenden er zelf naar. Er zijn geen adequate antwoorden op de meeste waarom-vragen, die vanuit het verdriet doorklinken.

Suggesties zijn beter dan raadgevingen. Verdriet is een persoonlijke ervaring. De echte ondersteuner is iemand die niet komt met allerlei raadgevingen, maar die de ander helpt meer alert, meer bewust te worden van de eigen keuzes. Men kan bescheiden suggesties doen, zonder zich op te dringen en zonder zich tot een autoriteit te verheffen. Men kan de rouwende beter helpen zijn eigen weg te vinden.

Ervaringen delen zonder te vergelijken. Men kan de behoefte voelen eigen ervaringen te delen. Het kan soms helpen om te voelen dat men niet de enige is die dergelijke overrompelende gevoelens of uitzichtloze situatie doormaakt. Belangrijk is echter dat men niet begint te vergelijken, of de ander probeert te modelleren naar de eigen ervaringen. In het delen kan men erkenning vinden. Misschien vindt men ook een aantal uitwegen om het verdriet te hanteren.

Vermijden volgende uitspraken te doen, die meer de onmacht van de luisteraar om met verdriet om te gaan illustreren, dan het medeleven met de rouwende: ‘Wees dankbaar dat je nog andere kinderen hebt. – Het leven moet verder gaan. – Je bent niet de enige persoon die dat meemaakt. – Probeer jezelf in de hand te houden. – Je bent nog jong. Je kunt nog kinderen krijgen. – Ik weet precies wat je meemaakt. – Wees blij dat je hem zo lang hebt kunnen houden. – Het is waarschijnlijk het beste voor hem dat hij gestorven is. – Neem het niet zo erg op. – We hebben het recht niet om Gods wil te bevragen.’

Wat kan men doen ?

Men heeft vaak meer te bieden dan men zich realiseert. Het enige dat men moet doen is met een open gemoed vragen: ‘Waarmee kan ik je helpen ?’ en dan aandachtig luisteren. Het is voor een rouwende niet steeds gemakkelijk om op een dergelijke vraag te antwoorden. Men heeft immers in verdriet vaak het gevoel dat het enige dat werkelijk kan helpen, is dat de overledene terugkeert en dat alles weer is als voorheen. Dat kan niemand bieden. Als men echter aandachtig luistert, ontdekt men een aantal aspecten waarmee men misschien kan helpen.

In de eerste uren na het sterven is het enige dat men kan doen, er zijn. Deze suggestie is in de meeste gevallen gericht naar de meest nabije familieleden en vrienden. Als men minder familiair is met de betrokkene, maar het gevoel heeft dat men er toch naartoe moet gaan, kan men het best eerst even opbellen en voorstellen te komen. Het gebeurt nogal eens dat de rouwende hierop niet echt ingaat, maar dat het toch bijzonder wordt gewaardeerd als men komt. Bij twijfel kan men best naar de rouwende toe gaan en toetsen of men niet ongelegen komt. Men kan in de eerste momenten eventueel helpen personen te verwittigen, zoals de werksituatie van de rouwende en van de overledene, familie, vrienden, de begrafenisondernemer. Men kan voorstellen zelf op te bellen of enkel het nummer te draaien voor de rouwende. Men kan zorgen dat er koffie wordt gemaakt, dat er eten in huis is. Als de rouwende zich moet verplaatsen naar de overledene toe, kan men aanbieden te vergezellen, zorg te dragen voor de kinderen…

In de volgende dagen worden herhaalde bezoeken van vrienden gewaardeerd. Het is niet waarschijnlijk dat de rouwende zelf belt en vraagt te komen. Men mag niet wachten op een uitnodiging. Een rouwende heeft alle energie nodig om verder te leven. Elke extra inspanning is vaak te veel. Continue beschikbaarheid van mensen is belangrijk. Men kan specifieke voorstellen doen zoals: ‘Ik zal even instaan voor de telefoon’, of: ‘Ik zal wel voor de afwas zorgen’, met telkens een uitgesproken of onuitgesproken vraag of het oké is. Men kan ook een aantal zaken doen zonder te vragen, zoals een warme maaltijd meebrengen. Als er kinderen zijn in het gezin, is het belangrijk dat men specifieke aandacht opbrengt voor de kinderen en hen niet negeert. Ze worden vaak reeds genoeg genegeerd.

Vooraleer te helpen moet men telkens even toetsen of de rouwende dit wenst; het kan zijn dat hij het veeleer beleeft als opdringen. Overleg dit eventueel met andere familieleden, maar veronachtzaam de rouwende niet. Wat ook het voorstel is, men mag een weigering of een verwerping niet persoonlijk opnemen. Men kan eventueel de volgende dag andere voorstellen doen. Maar stel iets voor, bied iets aan, reageer. De zwaarste fout is niet verkeerde voorstellen doen, maar zich terugtrekken uit vrees dat men iets verkeerd zal doen, of zichzelf opdringen zonder zich vragen te stellen.

Voedsel meebrengen voor een rouwende is een oude traditie. Het is een universeel gebruik dat culturele, sociale en religieuze grenzen overschrijdt. Voedsel is een symbool en een manier om te zeggen dat men iemand wil helpen voeden in de moeilijkste momenten van het leven. Rouwenden komen er vaak niet toe iets klaar te maken. Ze eten vaak zeer onregelmatig.

Een boek geven over omgaan met verdriet en rouw is een ander gebaar dat vaak wordt gewaardeerd. Er zijn ook boeken beschikbaar voor kinderen. Een ander idee is een dagboek waarin men zijn ervaringen en gevoelens kan opschrijven. Iets uitschrijven is ook een manier van zich uiten. Soms wordt het gewaardeerd als men in plaats van bloemen mee te brengen, een boompje meebrengt om te planten in de tuin ter nagedachtenis van de overledene. Het is een permanente manier om zich de overledene te herinneren.

Men kan de rouwende ook uitnodigen en aanmoedigen om opnieuw deel te nemen aan het sociale leven. Men mag hiermee echter niet te vroeg beginnen, maar het is best te wachten tot de acute periode van rouw begint over te gaan. Het is belangrijk er rekening mee te houden dat opnieuw intreden in het sociale leven nooit gemakkelijk is. Men slaat vaak uitnodigingen af of gelast ze af op het laatste nippertje. Aarzeling en weigering zijn hier vaak gebaseerd op drie onuitgesproken factoren. Ofwel is men bang door anderen te worden afgewezen, ofwel is men bang dat men zijn emotionele controle zou verliezen in het openbaar, ofwel voelt men zich onbehaaglijk of zelfs schuldig als men zou durven genieten van iets.

Als men de rouwende wil uitnodigen, kan men best nagaan waarvan hij of zij vroeger genoot: een concert, een film, een etentje, een museumbezoek, een uitstap naar zee, een wandeling... Ook al wordt een uitnodiging aanvankelijk geweigerd, meestal waarderen rouwenden dergelijke voorstellen. Men moet er echter rekening mee houden dat opnieuw de eerste stappen in het sociale leven zetten, heel veel moed vergt. In de eerste weken na een overlijden zijn er vaak meerdere mensen beschikbaar om voorstellen te doen. Het moment is echter vaak te vroeg en na enkele weken blijven de meesten geleidelijk weg. Als de werkelijkheid van het verlies ten volle begint door te dringen en de rouwende de meest intense pijn ervaart, voelt hij zich vaak verlaten en geïsoleerd.

Ton, een weduwnaar van 42 jaar, vertelt het volgende: ‘Ik voelde me enkele dagen na de dood van Marja zo alleen ! Ik had gedacht dat de intense steun van vrienden en buren niet zou ophouden. Ik was zo dankbaar. De telefoon stopte echter ineens met bellen. Niemand kwam nog op bezoek. Ik wist niet wat te doen. Ik dacht dat ik misschien iets verkeerds had gedaan en gezegd. De volgende maanden waren de eenzaamste van mijn leven. Ik zou nooit een vriend zo in de steek laten.’

Het belang van aanhoudend contact gedurende de volgende maanden, ofwel via kaartjes, uitnodigingen, telefoontjes, bezoeken of het aanbod om te helpen met praktische taken, kan niet genoeg worden benadrukt.

Verjaardagskalender voor dagen van verdriet

Als men de familieberichten in dagbladen leest, kan men bijna dagelijks aankondigingen lezen van verjaardagen van mensen die zijn overleden. ‘Eén jaar geleden, tien jaar geleden stierf onze geliefde dochter...’ Hierin laten rouwenden de behoefte voelen niet te worden vergeten op de verjaardagen van het overlijden. Verjaardagen zijn vaak momenten waarop men intens terugdenkt aan de overledene. Het wordt meestal als bijzonder attent beleefd als iemand op zo’n dag een kaartje of een brief stuurt, of gewoon een teken van medeleven laat horen.

Vaak vermijden vrienden en familieleden de naam van de overledene nog te noemen op verjaardagen en andere belangrijke dagen. Men verbeeldt zich dat de rouwende zich alleen maar slecht en depressief zal voelen, als men hem herinnert aan de overledene. De oproepen via de krant om te gedenken bewijzen het tegendeel. Ook uit contacten met rouwenden wordt duidelijk dat het tegendeel waar is. Het vermijden en verzwijgen storen hen. Een weduwe was bij vrienden op bezoek en zag dat de naam van haar echtgenoot was doorgestreept op de verjaardagskalender die was opgehangen in het toilet. Men zou in de gezinnen en in de organisaties een verjaardagskalender moeten aanleggen, niet enkel voor verjaardagen van geboorten, maar ook voor verjaardagen van dagen van verlies en verdriet. Een klein kaartje, een telefoon of bezoek aan mensen op deze dagen, waarin men laat voelen dat men even aan hen denkt en waarbij men de naam van de overledene durft te vermelden, is een vorm van gedenken en deelnemen aan het verdriet.

Een bedding voor verdriet

Troosten is niet het antwoord weten vooraleer de vraag werkelijk is beluisterd. Het is niet aanbrengen van allerlei goed bedoelde adviezen, die mensen zo doodmoe kunnen maken. Troosten is niet vragen hoe oud hij was, alsof de leeftijd een middel zou zijn tegen het verdriet. Het is evenmin het wegduwen van de opstandigheid, of het voorschrijven hoe men zich moet voelen. Troosten is niet te vinden in pasklare antwoorden op de vele waarom-vragen.

Troosten is wel aandachtig luisteren zodat verdriet in woorden en tranen naar buiten kan stromen. Troosten is kunnen zwijgen en in een blik, in een aanraking signalen van hoop, veiligheid en vertrouwen laten voelen. Het is samen worstelen, zoeken en hopen. Het is participeren in het verdriet, veeleer dan wegnemen van verdriet. Het is verdriet durven te noemen. Troosten is mensen helpen te leven met vragen waarop geen antwoorden zijn. Troosten is geen dam tegen verdriet, maar juist een bedding voor verdriet.