15

De schrille kreten van de zeemeeuwen van Westwalen vulden de lange stilte. Opgewonden stemmen werden in protest verheven toen Fernel Pintte bleef doen wat hij het beste kon: onrust stoken. Geduldig wachtte Asher tot Deenie eraan toe was om te praten.

'Het is het rif, pa,' fluisterde ze uiteindelijk, met haar hoofd weggestopt onder zijn kin. 'Daarom ben ik zo van streek. Ik voel hoe Barls magie ermee is verweven. Ik voel de maalstromen en de waterhozen. Pa, ze zijn zo hongerig. Ze slokken iedereen op die te dichtbij komt. En ik voel.. ' Ze trilde. 'Hém. Morg. Ik voel zijn magie, als onkruid dat een prachtige roos verstikt. Het voelt allemaal.. verwrongen en lelijk. Snap je dat?'

Ze voelde dus inderdaad wat hij voelde. Hij sloot zijn ogen, misselijk van de pijn. Ik heb haar dit aangedaan. 'Ja, muis.'

Haar armen klemden zich om zijn middel. 'En ik voel jou, pa. Je bent bang. Zeg niet dat het niet waar is, want ik weet het.'

Verderop op de pier stonden Dathne en Rafel, zij aan zij, op veilige afstand van de anderen. Hij stond met een rechte, gespannen rug, haar hand lag troostend tussen zijn schouderbladen. Raaf wilde een van de magiërs zijn die de bezweringen van verderf in het Drakentandrif zouden breken en het volk van Lur hoop op een andere toekomst zouden geven.

'Waarom mag dat niet, pa?' had hij gevraagd. 'Arlin gaat wel mee om te helpen, en ik ben een veel betere magiër dan hij. Dat weet je. Waarom mag het dan niet?'

'Je weet waarom, Raaf,' had hij vermoeid geantwoord. 'Ze mogen nog niet zien wat je kunt. Nog niet.' Nooit, als het aan hem lag. 'Bovendien is het te gevaarlijk.'

En o, wat was Raaf daarover tekeergegaan. Hij verafschuwde het dat hij beschermd werd en steeds te horen kreeg dat hij zijn krachten verborgen moest houden. Sinds hij klein was, had hij nooit geaccepteerd hoe voorzichtig hij moest zijn. Maar hij had ook nooit beseft hoe nauwlettend de Doranen hem in de gaten hadden gehouden, afwachtend om te zien of hij net zo'n buitenbeentje als zijn pa was. Ze hadden Deenie ook in de gaten gehouden. Dat deden ze nog. Olken met de kracht van Doraanse magie in hun aderen? Eentje was genoeg. Die ene had hen gered. Maar meer dan één zou als een vos zijn die in een kippenhok werd losgelaten. Maar Raaf heeft het nooit willen geloven. Hij wil niet toegeven dat anders zijn geen godsgave is.

Dus was hij blijven zeuren om Pintte en Garrick in hun dwaasheid te volgen, en had zich pas op het laatste moment overgegeven, met verdraaid weinig waardigheid. Dathne had dat voor elkaar gekregen. Ze had hem gesust en hem zover gekregen dat hij in zijn lot berustte. Ze had als brug gefungeerd tussen haar zoon en haar echtgenoot, om ervoor te zorgen dat ze elkaar niet doodzwegen. En dat deden ze niet, al scheelde het niet veel.

Hij deed hem pijn om op zulke slechte voet met zijn zoon te staan. Maar hoe kon hij van zijn zoon houden en niet proberen hem te beschermen? Wat voor soort vader zou hij zijn als hij Raaf onder de noodlottige hoede van Fernel Pintte zou stellen?

'Ben je boos op me, pa?' fluisterde Deenie. 'Heb ik iets verkeerd gedaan? Het spijt me als dat zo is. Dat was niet mijn bedoeling.'

Geschrokken keek hij op haar neer. 'Boos op je? Nee, muis. Ik dacht alleen even na.'

Ze legde haar wang weer tegen zijn borst. 'Raaf is nu boos, maar dat gaat wel over. Jij bent de zon, de maan en de sterren voor hem, pa. Hij is zo trots op je dat hij soms bijna ontploft. En hij denkt dat als hij de magie van het verrotte rif breekt, en we van Lur weg kunnen varen en ergens kunnen gaan wonen waar de aarde niet schreeuwt, jij dan trots op hem bent. Daarom is hij zo boos.'

Hij moest even wachten tot hij kon praten. 'Heeft Raaf je dat vertéld?'

Deenie trok haar neus in rimpels. 'Doe niet zo gek, pa. Raaf praat zelden met me. Ik ben zijn lastige kleine zusje. Ik weet het gewoon. Ik voel het.'

'Zoals je voelt wanneer ik in gevaar of bang ben.'

'Ja,' zei ze. 'Net zo. Ik kan er niets aan doen.'

'Ik weet het, muis,'zei hij. Hij drukte een kus op haar kruin. 'Ik weet het.'

Ze keek naar hem op, met tranen in haar ogen. 'Pa, gaat er iets ergs gebeuren? Daar bij het rif?'

Hij wilde niet tegen haar liegen, maar de waarheid vertellen was erger. 'Er gaat niets gebeuren, muis,' zei hij, en hij probeerde geloofwaardig te klinken. 'Behalve dat Pintte en Garrick en de rest waarschijnlijk een nat pak halen en kouvatten.'

Deenie knikte, maar haar ogen waren nog steeds waterig. Ze huiverde weer. 'Ik weet het niet, pa. Ik ben bang dat er toch iets ergs gaat gebeuren.'

En wat betekende dat? Was ze opeens begiftigd met visioenen, zoals haar ma vroeger had? Hij deed zijn mond open om haar gerust te stellen, omdat hij niet kon aanzien dat ze zo bang was.. en vloekte in plaats daarvan.

Die verdomde Fernel Pintte kwam hen storen.

'Asher,' zei Pintte kordaat, in zijn dure fluwelen broek, zijn zijden hemd en het wambuis met gouden pauwen erop, waardoor hij er belachelijk uitzag. En zijn gouden ambtsketting uiteraard. Hij wilde de mensen geen seconde laten vergeten dat hij de burgemeester van Dorana was. Pellen, Pellen, waarom ben je ziek geworden?

'Fernel,'zei hij, nog steeds met zijn arm om Deenies schouders. 'Het is een aangename dag geworden. Weet je zeker dat je die wilt bederven?'

Pintte negeerde Deenie en keek hem hooghartig aan. Er was iets aan die man, iets achterbaks, wat hem aan die zeeslak van een Willer deed denken.

Of komt het door dat opzichtige wambuis met die verdraaide pauwen?

'Bederven?' sneerde Pintte. Tien jaar later had hij hem nog niet vergeven hoe hij uit Pellens huis was gejaagd. De brandende herinnering lag in zijn ogen. Diep begraven. . maar niet diep genoeg. 'Ik denk dat je redden bedoelt. Ik vraag je nog één keer om je bij ons aan te sluiten, Asher. Want dit is je laatste kans om iets voor het koninkrijk te doen.'

Voordat hij antwoord kon geven, glipte Deenie onder zijn arm vandaan en dook op de burgemeester van Dorana af. Zijn kleine, verlegen muisje, dat de schurftige kat beet. Barl zegene haar.

'Hoe durft u dat te zeggen? Mijn pa heeft sinds Barl meer voor het koninkrijk gedaan dan ieder ander. Meer dan ú ooit zult doen.' Haar handen waren tot vuisten gebald, de zilte tranen stroomden over haar wangen. 'U zou naar hem moeten luisteren, meester Pintte. U zou dit niet moeten doen! Het is verkéérd.'

Fernel Pinttes ogen sprongen zowat uit hun kassen van schrik. Hij deed bijna een stap achteruit. 'Asher! Roep je brutale dochter tot de orde, of ik verban je familie van deze pier, waar ik jullie alleen uit hoffelijkheid op heb toegelaten.'

Mijn familie verbannen. Hij zou het nog doen ook, die vervloekte schoft. Hij had hier in Westwalen geen autoriteit, maar hij zou desondanks een manier vinden om zijn gezag te laten gelden. Zo iemand was Fernel Pintte, net als die zeeslak van een Willer.

'Deenie.. ' Hij onderdrukte zijn boosheid en legde zijn hand op de schouder van zijn kleine meisje. 'Ik denk dat je ma wel wat gezelschap kan gebruiken.' Hij knikte naar de pier, waar Dathne nu in haar eentje stond. Raaf was weggeslenterd en stond te praten met een van de vissers van Westwalen die de uitgekozen boot klaarmaakten om uit te varen.

Deenie keek. 'Goed, pa.' Ze kuste hem op de wang en wierp nog een woedende blik op Fernel, voordat ze zich op haar hielen omdraaide en ruisend wegliep in haar nieuwe zijden rok. Glotspottelblauw was hij, en wat stond hij haar prachtig.

Nonchalant richtte hij zijn blik weer op Fernel Pintte en nam de man van top tot teen op. Had hij in ieder geval het gezonde verstand om een beetje nerveus te zijn? Of was hij zo van zichzelf overtuigd, zo zeker dat de burgemeester van Dorana de golven van de oceaan met een vingerknip in bedwang kon houden, dat hij dacht dat hij en zijn Doraanse makkers zo veilig waren als eieren in een kip?

'Ben je nog steeds van plan om met Garrick en die anderen naar het rif te varen, Fernel?'

Pinttes neusvleugels trilden van ongenoegen. 'Natuurlijk.'

'Misschien kun je daar beter nog een keer goed over nadenken.'

'Ik zou niet weten waarom.'

'Fernel. .' Met moeite bedwong Asher zijn woede weer. 'Luister. Vergeet dat ik het ben die het zegt. Vergeet dat we elkaar niet mogen en dat ik je ooit heb laten wegrennen als een meisje, en luister alsjeblieft. Jij en die Doranen kunnen niets doen om het rif te breken. Jullie -'

Fernel Pintte blies zijn adem sissend tussen zijn opeengeklemde tanden door. 'Asher, ik ben nu net zomin in je argumenten geïnteresseerd als toen we het er in Dorana over hadden. Het enige wat ik wil weten is -'

'Vergeet wat je wilt weten en laat mij je vertellen wat je móét weten,' snauwde hij. 'Want ik probeer je leven te redden, Fernel, al weet alleen Barl waarom. Het enige wat je op die verdomde boot kunt doen, is Rodyn Garrick voor de voeten lopen, en dan sterf je waarschijnlijk samen met hem, die etterbak van een zoon van hem, en die andere idioten die hij heeft overgehaald om hem hierbij te helpen.'

'Bij de tieten van Barl,'zei Pintte, bijna stikkend en half van hem af gedraaid. 'Jij bent de meest arrogante. .' Hij draaide zich weer terug. Zijn gezicht was rood van onderdrukte woede. 'Ben je zo vol van je vroegere glorie dat je denkt dat het je zal worden vergéven dat je nu weigert een vinger uit te steken, nu Lur in hoge nood is?'

De aandrang om Pintte de haven in te schoppen was bijna overweldigend. 'Het verleden kan me geen donder schelen, Fernel. Het enige waar ik aan kan denken, is het volgende verdomde uur. En dat wil ik niet doorbrengen met jou te zien verdrinken! Dus slik je trots in, accepteer dat ik weet waar ik het over heb en doe wat ik zeg, in plaats van -'

'Asher, genoeg,' zei Pintte met een opgestoken hand. 'En zeg uit respect voor alles wat Olkens is dat je met ons meegaat naar het rif. Hoe groot mijn afkeer voor jou ook is, ik kan je kracht niet ontkennen, of vergeten dat je de enige Olkense magiër bent die Doraanse magie kan uitoefenen, of dat je Morgs kwade krachten al eens hebt verslagen.'

Pintte greep hem bij de arm en schudde hem door elkaar. 'Jouw krachten kunnen de balans in ons voordeel laten doorslaan! Je kunt ons je rug niet toekeren!'

Asher rukte zijn arm los en stak zijn handen in zijn zakken om te voorkomen dat hij die stommeling zou wurgen. 'Dat heeft verdomme geen zin, Fernel, want ook mijn krachten zullen geen zier uitmaken.'

'Dat weet je niet!'

'Ja, dat weet ik wel! De vorige keer -'

'Vergeet de vorige keer!' schreeuwde Pintte. 'Dat is twintig jaar geleden! Asher, je weet hoe belangrijk het is dat we de magie in dat rif onschadelijk maken. Wanneer onze weg over het water vrij is, dan -'

'Ja, wat dan?' zei hij, plotseling vermoeid. 'We breken het rif, maken de maalstromen en waterhozen onschadelijk, en wat dan, Fernel? Laad je de Doranen als schapen aan boord en laat je ze naar de horizon varen? Totdat hun water en proviand opraakt of ze in een storm zinken? Is dat je bedoeling, meneer de burgemeester? Ze allemaal Lur uit schoppen, veel geluk en opgeruimd staat netjes?'

'Ze willen weg,' zei Fernel, met vuurrode blosjes op zijn wangen.

'Misschien wil Rodyn ertussenuit knijpen,' zei hij. 'Daar heb ik geruchten over gehoord, en Barl weet dat hij er net zo'n voorstander van is om naar het rif te varen als jij. En zijn makker daar, Sarle Baden, staat er ook achter, anders was hij hier niet. Hetzelfde geldt voor Ain Freidin en Ennet Vail. Maar -'

'En als ze inderdaad willen vertrekken, Asher, wie ben jij dan om dat tegen te houden?'

'Goed, Fernel, dus ze willen vertrekken,' snauwde hij. 'Dat zijn vier Doranen van de hoeveel precies? En waarom denk je dat zij niet de enigen zijn? Want ik heb geen enkele andere Doraan horen praten over vertrekken. Jij wel?'

Fernel Pinttes kin ging weer omhoog. 'Daar gaat het niet om. Hun wensen zijn niet belangrijk. Wat belangrijk is, is het welvaren van dit land. Ons land.'

'Jervale zij verdomme genadig, Pintte!' zei hij. Zijn vingers jeukten om wat gezond verstand in die idioot te schudden. 'In welk opzicht doen de Doranen Lur kwaad? Ik word waarschijnlijk blind, want ik zie geen enkele schade.'

'Daar zeg je een waar woord, Asher,' zei Pintte. 'Je bént blind. Het zijn Doranen. Veroveren en heersen zit hun in het bloed. Ze hebben ons één keer overheerst, en dat zullen ze weer doen nu Lur zwaar in de problemen zit. Problemen die jij niet eens lijkt te zien.'

Asher staarde Fernel Pintte aan. Schudden? Ik wil die schoft wurgen.

'Denk je dat ik niet weet dat we in de problemen zitten, Fernel? Geloof me, dat weet ik.'

'Hélp ons dan!' smeekte Pintte. 'Jij bent onze enige echte verdediging tegen Doraanse magie.. maar wat hebben we aan jou? Je kunt niet herstellen wat er mis is en je weigert de zwarte magie in dat vervloekte rif te breken! En die kan worden gebroken.'

'Wie zegt dat? Rodyn Garrick? Ben je bereid je leven te wagen omdat hij het zegt? Fernel. .' Hij spreidde zijn armen wijd. 'De enige reden dat Garrick zo hoog is opgeklommen, is omdat alle góéde Doraanse magiërs allang dood zijn!'

Pintte deed een stap naar hem toe. Zoute lucht raspte in zijn keel en de glans in zijn ogen was onheilspellend en wanhopig. 'Lurs tijd raakt op, Asher. Ontsnapping aan deze gevangenis is onze enige hoop - niet alleen tegen de verraderlijke Doranen, maar tegen honger, overstromingen, aardbevingen en een onbeheersbaar klimaat - calamiteiten waarvan ik in mijn hart weet dat zij ze hebben veroorzaakt. Waarom weiger je dat in te zien?'

'Het enige wat ik zie,' antwoordde hij, 'is een Olken die zich zo door angst en verbittering heeft laten verblinden dat hij.. ' Zwaar ademend slikte hij de rest van zijn woorden in. 'Fernel, de Doranen zijn onze vijanden niet, en wat jij van plan bent hier te gaan doen, is niet het antwoord op onze problemen. Wanneer je met dat rif gaat knoeien, maak je de problemen van Lur alleen maar veel erger.'

Pinttes spitse vinger prikte in zijn borst. 'Weet je wat jouw probleem is, Asher? Je bent nog steeds de slippendrager van die dode koninklijke familie. De Doranen zijn onze vrienden niet... en jij bent de enige die het niet ziet. Jij bent zo lang in hun macht geweest dat je bent vergeten dat je Olken bent.' Hij deed een stap naar achteren. 'Of misschien. . ben je dat nooit geweest. Misschien is die smet van Doraanse magie in je bloed -'

'Hou je vuile bek, Fernel!' zei hij met een waas voor zijn ogen van woede. 'Anders zal ik -'

'Anders wat?' zei Fernel Pintte smalend. 'Dood je me anders met je Doraanse krachten? Dan zou je geen haar beter zijn dan Morg.' Hij liet een vals lachje horen. 'Klim eens uit die toren van je, Asher. Wat de Doranen betreft, zal het je misschien verrassen hoeveel mensen er net zo over denken als ik.'

Ik denk dat ik er eerder kotsmisselijk van word. 'Stomme idioot. Je zult problemen veroorzaken zoals we in geen eeuwen hebben meegemaakt. En wat dat rif betreft, ik zeg het je voor de laatste keer. Die magiërs zullen het niet breken! Het enige wat ze zullen doen, is jullie allemaal de dood in jagen.'

Fernel deed nog een stap achteruit. Zijn gezicht was verwrongen van minachting. 'Ik kan je niet dwingen te helpen. Maar er zullen consequenties volgen als je weigert, Asher. Voor jou én je gezin.'

Asher keek hem met een ijzige blik aan. 'Bedreig je mijn vrouw en mijn kinderen?'

'Ik benoem alleen een feit,' zei Pintte met een kwaadaardige schittering in zijn ogen. 'En dan heb ik nóg iets voor je om over na te denken. Deze actie zal slagen. We zullen het Drakentandrif van de laatste vuile magie verlossen. De maalstromen en waterhozen zullen verdwijnen en de weg vrijmaken voor de Doranen om te vertrekken. En voor het eerst sinds Barl en haar roversvriendjes over de bergen trokken, zal Lur weer aan de Olken toebehoren.'

Hij schudde ongelovig zijn hoofd. 'Je bent gek, Fernel.'

'En nog een laatste waarschuwing, Asher,' vervolgde Pintte onverstoorbaar. 'Als je weigert ons te helpen, als je ons tegenwerkt, dan zal ik ervoor zorgen dat je voor de rest van je leven uit Westwalen wordt verbannen.'

'Dat heeft mijn broer ook al eens geprobeerd, het is hem niet gelukt. Maar maak je geen zorgen, Femel,'zei hij met een woeste glimlach. 'Als je jezelf zo graag van kant wilt maken, ga je gang dan maar. Ik zal geen traan om je laten.'

Met een sissende grauw draaide Fernel zich om en liep terug over de pier naar de Doranen en de burgemeester van Westwalen en zijn Raad. Een briesje voerde het geluid van fluiten en trommels met zich mee toen de stadsmuzikanten van Westwalen weer een vrolijk deuntje aanhieven. Met een akelig voorgevoel herinnerde Asher zich het Festival van de Zeeoogst, toen hij en Gar bijna waren verdronken. Zag tientallen doden, en Westwalen in puin.

Ik had Dath en de kinderen niet moeten meenemen. Ik had voet bij stuk moeten houden en ze thuis moeten laten blijven.

Maar het had geen zin om daar nu nog over te piekeren. Ze waren hier. Fernel Pintte, Rodyn Garrick en die andere idioten stonden op het punt om met vuur te spelen. En wanneer ze hun vingers brandden. . wanneer de dode, tot stof vergane Morg hen verbrandde.. Alle roestige ankers op een hoop. Ik had zelf ook thuis moeten blijven. Heel even vroeg Rafel zich af of hij zich pa's woede op de hals moest halen door tussen hem en Fernel Pintte in te stappen om te voorkomen dat ze slaags met elkaar raakten. Flarden van hun ruzie dreven hem tegemoet op de levendige bries, woorden als idioot en gevaarlijk en arrogant. Ruzieachtige woorden. Stekende vingers. Zwaaiende armen. Het zag eruit alsof ze ieder moment als vechtende wilde katten over de pier konden rollen.

Maar pa zal het me niet in dank afnemen als ik me ermee bemoei. Pa is toch nooit geïnteresseerd in wat ik te zeggen heb. Het was tijdverspilling om hierheen te komen. Ik had in Dorana moeten blijven om Gans te helpen met zijn bier.

Geërgerd keek hij de pier rond. Achter hem stonden mama en Deenie, die sinds ze de kust hadden bereikt niets anders had gedaan dan zuchten en kniezen. Arlin Garrick, zijn pa en de andere Doraanse magiërs stonden in een groepje te fluisteren en naar het rif te wijzen, plannen makend om het eens en voor altijd te breken. De burgemeester van Westwalen en zijn volgelingen scharrelden als schapen in het rond en wierpen eerst nerveuze blikken op de Doranen en daarna op pa en Fernel Pintte, die nog steeds stonden te bekvechten. De andere Olken op de pier, de vissers, negeerden alles behalve de taak om hun boot klaar te krijgen voor het trotseren van het rif in de verte. De rest van de vissersvloot van Westwalen dobberde werkeloos op het water, veilig uit de buurt van de ophanden zijnde magische werking. Rafel keek er met een frons naar. Gek. Ze hadden de kust tijdens zijn leven een handvol keren bezocht. Hij was zelfs ooit met een vissersboot uitgevaren, met een paar van de neven die hij praktisch als vreemden beschouwde. Hij had er niet veel aan gevonden. Hij kon zich moeilijk voorstellen dat zijn pa zo'n leven had geleid. Vis, stank, ingewanden en zwaar werk, schubben, blaren, eelt en zout. Pa had het er nog steeds over om hier terug te keren, de stad te verlaten en aan zee te gaan wonen.

Van mij mag hij. En mama en Deenie ook. Maar ik ga niet mee. Dat is zijn droom, niet de mijne. Ik heb mijn eigen dromen, en die zal ik vervullen, wat hij ook zegt. Ik zal een groot magiër worden, wat hij ook zegt.

'Raaf.. '

Mama. Hij stak zijn handen in zijn zakken en bleef naar de aangemeerde vloot kijken. Hij wilde niet horen hoe ze pa weer verdedigde. Zijn kant weer koos.

Ik zou willen dat ze één keer; één keer maar, mijn kant koos.

'Ik zou het kunnen, weet je,' zei hij terwijl zijn blik van de boten naar het rif dwaalde. Als hij zijn ogen samenkneep, kon hij net de waterhozen zien die eromheen omhoog spoten. 'Ik zou jullie niet te schande maken tegenover Rodyn Garrick en zijn vrienden.'

'Ons te schande maken? Raaf.. 'Mama greep zijn arm vast en draaide hem om, zodat hij haar wel moest aankijken. Haar ogen stonden geschokt. 'Dit heeft niets met Rodyn Garrick of welke andere Doraan dan ook te maken, of met angst dat je ons zou teleurstellen. Dit gaat om wat het juiste is om te doen.'

'Wat pa het juiste vindt,' mompelde hij. 'Maar mama -'

Haar vingers klemden zich steviger om zijn mouw. 'Nee, Raaf. Niet weer. En je zou beter moeten weten. Er is geen magiër in dit hele koninkrijk, Olkens of Doraans, die zo goed als je vader begrijpt dat je sommige dingen met rust moet laten. Doe niet alsof je dat niet weet. Je bent zijn zoon. En hij heeft jou dingen verteld die hij niemand anders ooit heeft verteld.'

'Zelfs als dat waar is,' zei hij. 'Dan hoef ik nog niet -'

'Als het waar is?' herhaalde mama. Haar geschoktheid was vervangen door woede. 'Als je vindt dat je zo'n goede magiër bent, hoe durf je dan als te zeggen? Wil je me vertellen dat je niet voelt wat daar aan de hand is? Wat je vader voelt, en Deenie?'

Nee. Dat kon hij haar niet vertellen. De verstrengeling van magie in het Drakentandrif was erg. Het bezorgde hem een rotte smaak in zijn mond, als bedorven vlees. En wat nog erger was, het was sterk. Twintigjaar, zijn hele leven, en het was nog geen zuchtje verzwakt. Het breken ervan was ongetwijfeld gevaarlijk. Maar dat kan me niets schelen. Ik zou het kunnen. Dat weet ik. Ik bezit de kracht ervoor.

Hij trok zijn arm los uit zijn moeders greep. 'Volgens mij gaat het er niet om of het gevaarlijk is. Het gaat om pa. Hij wil niet dat ik Garrick en de anderen help, omdat hij bang is dat hij zich wel eens zou kunnen vergissen wat het rif betreft.'

Mama hapte naar adem. 'Rafel.. ben je blind? Het kan je vader niet schelen of hij zich vergist, hij wil alleen niet dat er onnodig mensen doodgaan! Hij is hier ondanks alle bezwaren naartoe gekomen om te proberen Fernel Pintte en de Doranen van hun tomeloze arrogantie te redden, die ons allemaal in gevaar brengt!'

'Dat zeg je steeds, mama, en pa ook, maar -'

'Omdat we hier wel het een en ander van weten, Rafel,' snauwde ze.

'We leven al een paar jaar langer dan jij. Ik ken je vader, beter dan ieder ander. Als hij die dwazen niet kan tegenhouden, zal hij zichzelf de schuld geven van wat er gebeurt. En als.. nee, wannéér.. alles gruwelijk verkeerd gaat bij dat rif, Rafel, weet je wat hij dan zal doen? Dan zal hij zijn leven voor hen op het spel zetten, hoewel ze hem uitjouwen en bespotten, en hem achter zijn rug een lafaard noemen. Een lafaard. Terwijl hij ieder leven in dit koninkrijk heeft gered. Bereid was ervoor te sterven. Terwijl zij om zijn bloed schreeuwden, terwijl zijen nu jij, zijn zoon, jij. .'

Zijn woede verdween bij het horen van haar boze verdriet. 'Het spijt me,' zei hij. Hij stak zijn hand naar haar uit. 'Het was niet mijn bedoeling... mama, het spijt me.' Hij trok haar tegen zich aan en schaamde zich toen hij het verleden door haar heen voelde huiveren. Hij voelde zich een slechte zoon. 'Alsjeblieft, mama, maak jezelf niet zo van streek. Het is twintig jaar geleden. .'

'Het was gisteren,' zei ze, zich lostrekkend uit zijn armen. 'Voor hem en voor mij. Je hebt geen idee, Raaf. Geloof me, hoeveel verhalen Darran je ook heeft verteld, je hebt geen idee. Wat het hem heeft gekost. Wat het hem nog steeds kost. Wat je vader heeft moeten doen sinds.. '

Hij staarde op haar neer. 'Mama?' zei hij. Ze was opeens zo klein, terwijl ze altijd de grootste vrouw ter wereld was geweest. 'Wat is er?

Is er iets gebeurd wat je me nooit -'

'Nee. Er is niets gebeurd,' zei ze. Er lagen tranen op haar wangen.

'Let maar niet op mij, Raaf. Ik ben gewoon moe.'

Dat was een leugen. Zijn ouders hielden weer dingen voor hem geheim. Een dezer dagen, en snel, zouden ze echt moeten ophouden met hem als een kind te behandelen.

Voetstappen achter hem. Langzaam. Bijna aarzelend. Pa. Een zachte hand kwam op zijn schouder terecht.

'Raaf. Raaf. Denk je dat ik niet weet hoe graag je deel wilt uitmaken van die magische werking?' vroeg pa. 'Dat weet ik. En ik weet dat je op dit moment niet erg blij met me bent. Maar dat kan me niet schelen. Ik heb liever dat je blijft leven en een hekel aan me hebt dan dat je me de beste pa in Lur vindt en doodgaat.'

Zijn vader probeerde op zijn gevoel te werken en dat beviel hem allerminst. Hij schudde de hand van zijn schouder en draaide zich om.

'Het is niet zeker dat ik doodga.'

'Het is ook niet zeker dat je niét doodgaat,' antwoordde pa. Net als bij ma stonden zijn ogen vol pijn. 'Vind je dat ik je leven op het spel moet zetten op basis van een waarschijnlijkheid?'

'Wat ik vind,'zei hij tussen zijn opeengeklemde tanden door, 'is dat je me mijn eigen beslissingen moet laten nemen.'

Pa schudde zijn hoofd. 'Dit keer niet, spiering.'

Spiering. 'Ik ben verdomme geen spiering. Ik ben -'

'Ik weet wat je bent, Raaf,' zei pa met een verstikte stem. 'Je bent het hart dat in mijn borst klopt. Wil je dat ik het eruit ruk? Met mijn eigen handen? Wil je dat ik het voor je moeders voeten gooi en zeg:

"Kijk, vrouw. Zoveel hou ik van je zoon?" Is dat wat je van me verwacht, Raaf?'

Wat moest hij daarop zeggen? Daar kon hij niets op zeggen. Dit was geen vleierij meer, dit was een gemeen spelletje, en hij kon er niets op zeggen.

Maar hij hoefde niet meer naar woorden te zoeken, want er gebeurde iets achter hen. Verheven stemmen, schuifelende laarzen op de stenen pier. Pa en hij keken om en zagen Fernel Pintte, Rodyn Garrick en zijn etterbak van een zoon, en de andere Doraanse magiërs over de pier lopen, in de richting van de oude vissersboot waarin ze naar het rif zouden varen.

Pintte en heer Garrick hielden hun pas geen moment in en keken strak voor zich uit. Maar Arlin vertraagde zijn pas toen hij hen passeerde en glimlachte breed. Hij straalde arrogantie en minachting uit.

'Meester Asher. Rafel.'

'Arlin,'zei pa zacht. 'Moge Barls zegen met je zijn.'

Arlin lachte. 'Alsof we die nodig hebben.'

'Je hebt iéts nodig,' antwoordde pa. 'Je hebt een wonder nodig.'

'Arlin!' snauwde Rodyn Garrick over zijn schouder, en Arlin haastte zich om hem in te halen. Ook Sarle Baden, Ennet Vail en Ain Freidin hielden hun pas niet in en hepen zwijgend door. Ze deden alsof pa lucht voor hen was. Dat deed pijn. Deed het pa ook pijn?

Zelfs al was dat zo, dan zou hij het niet tonen. Hij is mijn pa, maar op dit soort momenten... ken ik hem niet.

'Asher,' zei mama, die met Deenie bij hen kwam staan. 'We hoeven hier niet te blijven. We kunnen teruggaan naar de herberg, onze spullen pakken en naar huis gaan.'

Pa schudde zijn hoofd. 'Dat kan ik niet, Dath.' Hij zette een stap in de richting van de Doraanse magiërs en Pintte. 'Dath, ik.. '

Mama's vingers klemden zich om zijn groen met brons gestreepte mouw. 'Nee, Asher. Het is te laat. Ze zullen je niet meer aan boord laten, al smeekte je erom. Ze zouden je laten smeken en je recht in je gezicht uitlachen.'

Rafel voelde een steek in zijn hart bij de blik in pa's ogen toen hij zich naar mama toe keerde. 'Ik had een manier moeten vinden om ze tegen te houden, Dath.'

Mama greep pa's schouders met beide handen vast. 'Hou daarmee op!' zei ze fel. 'Wat ze doen, is hun eigen keuze. De Onschuldige Magiër heeft ze gewaarschuwd en ze wilden niet luisteren. Jou valt niets te verwijten.'

Terwijl pa zich wanhopig aan mama vastklemde, drukte Deenie jammerend een vuist tegen haar borst. Tranen welden op in haar ogen. Wat een huilebalk. 'Ik voel me niet goed. Pa, zorg dat ze van gedachten veranderen.'

Pa liet ma los en staarde naar de vissersboot. De bemanning was al aan boord en de passagiers klauterden achter hen aan. 'Dat kan ik niet, muis. Je ma heeft gelijk. Het is te laat. Dath. . neem haar mee terug naar de Dolfijn.'

Mama's gezicht stond strak van spanning. Zonlicht glansde en schitterde op de zilveren strengen in haar haar. 'En jij dan? Asher -'

'Alsjeblieft, Dath, haal Deenie hier weg.'

'Kom, Deenie,' zei mama. Haar stem klonk nog steeds scherp, maar haar ogen stonden verslagen. 'Jij ook, Raaf.'

Hij deed zijn mond open om te protesteren, hoewel hij wist dat het weinig zin had. Maar pa was hem voor.

'Nee,' zei hij. 'Ik wil dat Raaf hier blijft.'

Mama staarde hem verbijsterd aan. 'Wat? Asher, nee. Raaf kan niet -'

'Hij heeft gelijk, Dath. Hij is geen spiering meer,' zei pa grimmig.

'En wanneer dit misgaat, heb ik hem nodig. Ik kan het niet alleen.'

'Ik kan je helpen,' zei mama met een verschrikkelijke blik in haar ogen. 'Hij is er nog niet klaar voor. Hij is niet geoefend. Hij -'

'Ik heb ook nooit geoefend,' zei pa. Ook zijn ogen stonden angstaanjagend. 'Ik ben in het diepe gegooid. En jij was degene die me duwde, als ik het me goed herinner.'

'Asher -'

'Hij heeft de magie in zich,' zei pa streng. Deenie huiverde. Pa sprak nooit streng tegen ma. 'Hij heeft die in zich, net zoals ik. En ik heb haar nodig. Hij redt zich wel.'

'Mama.. ' Rafel stak zijn armen naar haar uit. 'Maak je geen zorgen. Ik kan -'

Maar ze sloeg zijn handen weg. 'Je bent nog maar een jongen, je weet niéts! Asher, alsjeblieft.'

Pa en mama staarden elkaar aan. Ze leken zonder woorden met elkaar te strijden. Hij keek naar Deenie, die haar hoofd schudde. Zij snapte het ook niet.

'Dathne, ik regel het wel,' zei pa zacht, spijtig bijna. 'Er overkomt hem niets, dat beloof ik.'

'En de Doranen?'vroeg mama fel. Haar ogen stonden vol tranen. Ze huilde bijna.

Pa zuchtte en trok toen een gezicht. 'Het ziet ernaar uit dat ik het mis had. Ik ben bang dat we hem niet langer geheim kunnen houden.'

En mama gaf het op. Zomaar. Ze gaf het op, met zoveel pijn in haar ogen. . 'Goed dan.'

'Muis,' zei pa. 'Hou je taai. Je ziet Raaf en mij snel weer terug.'

Deenie sloeg haar armen om pa's nek, en pa hield haar vast alsof ze allebei verdronken. Toen liet hij haar los.

'Doe voorzichtig, Raaf,' fluisterde Deenie met een klopje op zijn borst. 'Hou een oogje op pa.'

Hij probeerde naar zijn huilerige zusje te glimlachen. 'Dat zal ik doen. Mama.. '

'Jij,' zei ze met een wanhopige blik. De tranen liepen nu over haar wangen. 'Jullie twee.. ' Ze deed een stap naar voren, trok zijn hoofd naar beneden en kuste zijn voorhoofd. Toen keerde ze zich naar pa en kuste hem hard op de lippen. Daarna pakte ze Deenies hand en liep met haar weg, langs de burgemeester van Westwalen en zijn makkers. Deenie keek achterom over haar schouder.

Rafel stak een hand op en wriemelde even met zijn vingers. Daarna keek hij zijn vader fronsend aan. Er zat hem iets dwars. Dathne, ik regel het wel. 'Pa, wat bedoelde je, dat je het wel zal regelen? Wat ga je regelen? Heeft het iets met mij te maken?'

De vissersboot voer met vrolijk fladderende gele zeilen bij de pier weg. De brede, lichtblauwe boeg kliefde door het rustige water van de haven.

'Dat was bij wijze van spreken. Je hebt hier hulp bij nodig. Maak je geen zorgen, Raaf, ik bescherm je.'

'Ik maak me geen zorgen,' zei hij. 'Het is alleen. .' Hij schudde verbijsterd zijn hoofd. 'Ik begrijp het niet, pa. Je wilt Garrick en de anderen niet helpen het rif te breken, en je wilt mij niet laten helpen het te breken, maar je bent wel bereid je leven - en mijn leven - in de waagschaal te stellen om ze te helpen als het misgaat. Hoe zit dat?'

'Ik weet het niet,' zei pa. 'Het is zoals het is.'

'Pa-'

'Raaf, het is zoals het is.' Pa keerde zich naar hem toe en schudde zacht aan zijn schouder. 'Dit kan niet anders dan bloederig eindigen, spiering. Maar wanneer we het op mijn manier doen, zal iedereen wanneer dit voorbij is weten dat jij niet verantwoordelijk was voor het bloed. Dat jij alleen hebt geprobeerd om levens te redden. En dat is het enige wat telt.'

Iets in pa's stem, in zijn ogen, deed zijn hart bonzen. Hij knikte.

'Goed.'

'Rafel.. ' Pa schraapte zijn keel. 'Je weet toch dat ik van je hou? Dat ik voor je door het vuur zou gaan?'

Ze hadden de laatste tijd op slechte voet met elkaar gestaan, om allerlei redenen. Tegen elkaar gesnauwd en geschreeuwd. Preken over Charis. Ruzies over magie. Het leek wel alsof ze de laatste tijd in elkaars ogen niets goed hadden kunnen doen.

'Ja,' zei hij toen hij weer op zijn stem durfde te vertrouwen. 'Natuurlijk weet ik dat. Ik ook voor jou, pa. Altijd.'

Boven hun hoofd cirkelden en krijsten de zeemeeuwen. Hun schrille stemmen verdrongen de vrolijke muziek die hun vanaf de kust tegemoet dreef. Kleine golfjes klotsten tegen de pier. In zijn bloed voelde hij de rotte magie in het rif.

'En wat nu?'

'Nu, spiering? Nu wachten we af,' zei pa. Hij klonk kwaad - en berustend. 'En hopen er het beste van. Want behalve jij en ik. . is er verder niemand die iets kan doen.'