VOORWOORD door Caroline Kennedy

In 1964 voerde mijn moeder binnen het kader van een project orale geschiedenis een aantal gesprekken met Arthur M. Schlesinger jr., waarin hij haar vroeg om het een en ander te vertellen over de jaren samen met haar echtgenoot, mijn vader John F. Kennedy. Deze gesprekken werden binnen vier maanden na het overlijden van haar echtgenoot op band opgenomen en kunnen beschouwd worden als een geschenk aan de geschiedenis, en van haar kant bezien als betoon van liefde. Omdat we ze met passend respect wilden behandelen, hebben mijn kinderen en ik zorgvuldig nagedacht alvorens te besluiten ze nu te publiceren, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van mijn vaders presidentschap. Dit lijkt ons het juiste moment – het is alweer een tijdje geleden, zodat ze gewaardeerd kunnen worden om hun unieke gezichtspunten, terwijl er toch ook nog mensen in leven zijn die zich het presidentschap van mijn vader kunnen herinneren en die mijn moeders inzichten verhelderend zullen vinden. Ik hoop ook dat jongere generaties die nu kennisnemen van de jaren rond 1960, deze herinneringen zullen beschouwen als een goede introductie voor het leren begrijpen hoe geschiedenis gemaakt wordt en dat het hen zal stimuleren iets terug te doen voor dit land, dat ons allemaal zoveel gegeven heeft.

In mijn jeugd besteedde mijn moeder veel tijd aan gesprekken achter gesloten deuren met leden van mijn vaders regering. Er werden toen plannen gemaakt voor mijn vaders graf op Arlington National Cemetry, er werd besproken hoe zij ervoor konden zorgen dat het John F. Kennedy Center for the Performing Arts mijn vaders betrokkenheid bij de culturele erfenis van ons land zou weerspiegelen en hoe mijn vaders wensen aangaande de John F. Kennedy Presidential Library en het Institute of Politics nageleefd zouden kunnen worden. Er werden toen talloze beslissingen genomen over het onderbrengen van mijn vaders officiële papieren, persoonlijke besluiten, memo’s en andere tastbare herinneringen. Mijn moeder was vastbesloten van de Kennedy Library een levend monument te maken, een plaats waar studenten inspiratie op zouden doen voor een carrière in het openbaar bestuur, waar wetenschappers toegang zouden krijgen tot de historische documentatie en waar mensen iets te weten zouden komen over de idealen die ten grondslag lagen aan mijn vaders carrière en zijn visie op Amerika. Deze ontmoetingen waren een beetje geheimzinnig, maar mijn broer en ik hadden het gevoel dat niets belangrijker was dan de ‘orale geschiedenis’, waar we af en toe iets over te horen kregen.

Mijn ouders deelden hun liefde voor geschiedenis. Voor hen was het verleden niet iets wat alleen van wetenschappelijk belang was, maar een verzameling van de meest fantastische mensen die je ooit zou kunnen ontmoeten. Mijn vaders interesse was politiek – ik heb zijn boeken nog over de Amerikaanse Burgeroorlog en de Engelse parlementaire geschiedenis en ook zijn exemplaar van The Federalist Papers, dat vol aantekeningen staat. Mijn moeder was van mening dat er niet genoeg vrouwen voorkomen in de Amerikaanse geschiedenis en vond daarom het lezen van boeken over de koningshuizen in Europa en dagboeken van de leden van die koningshuizen interessanter. Ze las Oorlog en vrede tijdens de voorverkiezingen in Wisconsin en beweerde dat het lezen van de Memoirs of the Duc de Saint-Simon over het leven aan het hof van Versailles de beste voorbereiding was geweest op haar leven in het Witte Huis.

Na mijn vaders dood besloot mijn moeder alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de documentatie over zijn regeringsperiode bewaard zou blijven. Ze was ervan overtuigd dat zijn besluiten de tand des tijds zouden doorstaan en ze wilde heel graag dat toekomstige generaties te weten zouden komen wat voor een geweldige man hij was geweest. Ze hielp bij de opzet van een van de meest uitgebreide orale-geschiedenisprojecten die ooit zijn uitgevoerd, waarbij meer dan duizend mensen geïnterviewd werden over hun leven en werken naast en met John F. Kennedy. Hoewel het pijnlijk was voor mijn moeder om het leven dat na die tijd in duigen lag, weer op te pakken, wist ze dat haar deelname aan het project van belang was. Ze vertelde ons altijd dat ze ervoor gekozen had om door Arthur M. Schlesinger jr. geïnterviewd te worden, winnaar van de Pulitzer Prize, voormalig hoogleraar aan Harvard University en speciaal assistent van president Kennedy, omdat ze dit voor volgende generaties wilde doen; daarom ook liet zij de banden verzegeld bewaren in een kluis voor een tijdspanne van vijftig jaar.

Afschriften van deze gesprekken las ik voor het eerst een paar weken na mijn moeders dood in 1994, toen de kluis geopend werd en haar advocaat mij een exemplaar gaf. Alles was in die tijd overweldigend voor mij, aangezien ik mij met dezelfde soort beslissingen geconfronteerd zag over haar bezit als waarover zij had moeten beslissen, dertig jaar eerder. Dat ik op de hoogte was van haar wensen ten aanzien van orale geschiedenis maakte het een stuk gemakkelijker – ik wist dat ik iets las wat nog niet bekend mocht worden – en alhoewel ik het fascinerend vond, liet ik het terugleggen in de kluis om het daar zijn tijd af te laten wachten.

Een paar jaar geleden begonnen mijn familie en ik na te denken over het herdenken van de vijftigste verjaardag van mijn vaders presidentschap. Wij besloten ons te richten op projecten die zijn erfenis wereldwijd toegankelijk zouden maken. In samenwerking met de staf van de John F. Kennedy Library and Foundation en enkele grootmoedige privépartners spande mijn echtgenoot, Edwin A. Schlossberg, zich in om het grootste digitale archief over een presidentschap ooit op te zetten en daarbij gegevens online te zetten, stukken geschikt te maken om te downloaden en een website te openen – www.jfk50.org – om zo mijn vaders roeping tot leven te brengen voor de huidige generatie.

De publicatie van deze gesprekken vormt een belangrijke bijdrage aan de herdenkingsactiviteiten en is er één met een eigen verhaal. Toen de directeur van de Kennedy Library mij voor het eerst aansprak over dit idee, vroeg ik hem om in de archieven op te zoeken wat de wensen van mijn moeder waren ten aanzien van de publicatiedatum. Vreemd genoeg was er, ondanks het belang van het materiaal, geen akte van schenking noch een overdrachtsakte te vinden, evenmin als een intentieverklaring ten aanzien van de datum waarop de gesprekken openbaar mochten worden gemaakt. Er was slechts een korte notitie te vinden van een voormalig regeringsarchivaris waarin vermeld werd dat ‘voor deze interviews dezelfde voorwaarden gelden als voor de Manchester-interviews’.

Er zijn wat betreft achtergrondinformatie na mijn vaders dood met mijn moeder drie belangrijke interviews gehouden. Het eerste was het gesprek met Theodore H. White in Hyannis Port op 29 november 1963, slechts een paar dagen na mijn vaders begrafenis. Mijn moeder vertelde White in dat gesprek grappig genoeg dat zij en mijn vader ’s avonds, voordat zij naar bed gingen, vaak naar de elpee van de Broadwaymusical Camelot luisterden en dat ze, nu ze terugkeek, besefte dat ‘dat korte schitterende moment’ haar deed denken aan zijn presidentschap. Het artikel van White werd een week later gepubliceerd in het tijdschrift Life, maar de aantekeningen die hij maakte tijdens het gesprek werden verzegeld tot één jaar na mijn moeders dood. Ze zijn nu toegankelijk voor onderzoekers in de Kennedy Library in Boston.

Het tweede interview bestond uit een aantal gesprekken met William Manchester, die bezig was met het schrijven van een boek met de titel The Death of a President. Mijn moeder zei tijdens deze ontmoetingen meer over de moord op mijn vader dan ze van plan was geweest. Achteraf bleek ze zo ontdaan bij de gedachte dat haar persoonlijke herinneringen openbaar zouden worden, dat ze de schrijver en de uitgever dringend verzocht ze uit het boek te houden. Er werd een overeenkomst bereikt en alhoewel er veel van de inhoud toch openbaar is geworden, zijn de aantekeningen bij de gesprekken verzegeld voor honderd jaar – dat wil zeggen tot 2067.

Verreweg het belangrijkst waren de gesprekken in het kader van het geschiedenisproject met Arthur Schlesinger, waarin mijn moeder zeer bereidwillig bleek herinneringen op te halen aan haar huwelijksleven en haar inzichten te delen over mijn vaders privéleven en zijn openbare persoonlijkheid als politicus. De notitie van de archivaris met betrekking tot de publicatiedatum stemt niet overeen met wat ik mij herinner, noch lijkt die aan mijn moeders wensen te voldoen. Ik ging dit na bij leden van haar staf in het Witte Huis in die tijd en daarna ook bij vrienden en juristen. Niemand herinnerde zich iets anders dan ik en zij waren zeer enthousiast over het idee van publicatie.

Ik zag mijzelf dus geconfronteerd met een dilemma, waar ik talloze malen tegenaan ben gelopen in verband met mijn moeders papieren en correspondentie. Aan de ene kant stond zij bekend als een gesloten persoonlijkheid die geen interviews gaf over haar leven in het Witte Huis (behalve deze drie dan) en in haar testament vast had laten leggen dat zij mijn broer en mij dringend verzocht onze uiterste best te doen om te voorkomen dat haar persoonlijke papieren, brieven en aantekeningen gepubliceerd zouden worden.

Aan de andere kant echter bewaarde ze elk stukje papier dat bij haar binnenkwam – alle verjaardagskaarten en gelukstelegrammen, alle brieven van haar ouders, alle agenda’s en dagboeken, alle kladjes van brieven en memo’s die ze ooit zelf schreef. Ze besefte dat leven in het Witte Huis een groot voorrecht was en ze was trots op haar aandeel daarin. Toen zij al vrij vroeg een keer ontdekte dat een van de secretaresses briefjes en interne correspondentie die zowel het dagelijks leven als het officiële leven van het huis weergaven, weggooide, schreef ze een strenge, berispende brief, waarin zij iedereen van de staf opdracht gaf zelfs de kleinste aantekening te bewaren. Het feit dat zij zich graag verdiepte in het verleden, sterkte haar in de overtuiging dat ze de plicht had alles te bewaren van wat er gebeurde tijdens haar tijd in het Witte Huis.

In de jaren na haar overlijden ben ik mij gaan afvragen wanneer iemand niet meer van jou is, maar van de geschiedenis. Er is over weinig mensen meer geschreven dan over mijn moeder en toen ik ouder werd, kreeg ik het gevoel dat ik haar moest beschermen – net zoals zij ons beschermd had. Daarom dacht ik eerst dat het het beste zou zijn als deze gesprekken voor nog eens vijftig jaar verzegeld zouden blijven, liever dan dat haar herinneringen opnieuw onderwerp van roddel en speculatie zouden worden. Maar ik begrijp ook dat de voortdurende belangstelling voor haar leven voortkomt uit de enorme bewondering en goodwill die zij nog steeds oproept; bovendien beschouw ik openbare toegang tot regeringszaken als een belangrijke Amerikaanse waarde.

Ik heb door de jaren heen talloze verzoeken ontvangen voor het publiceren van mijn moeders aantekeningen en correspondentie. Het was af en toe moeilijk om een balans te vinden tussen haar verlangen naar privacy en haar rol in het openbare leven en beide te respecteren. Ik breek mij het hoofd over elk verzoek, maar ik weet dat mijn moeder vertrouwen had in mijn oordeel en voelde dat ik haar kijk op het leven begreep. Met het verstrijken van de tijd wordt het minder pijnlijk haar te delen met de wereld en eigenlijk is het zelfs een voorrecht. Ik, als haar kind, vond het soms moeilijk dat de meeste mensen mijn moeder direct kunnen typeren, terwijl zij haar eigenlijk helemaal niet hebben gekend. Ze hebben misschien een idee van haar stijl en haar waardige persoonlijkheid, maar ze weten niet altijd hoe groot haar intellectuele nieuwsgierigheid was of haar gevoel voor humor, hoe avontuurlijk ze was of hoe groot haar rechtvaardigheidsgevoel. Ik heb door de jaren heen geprobeerd een net zo duidelijk onderscheid te maken tussen haar openbare leven en haar privéleven als zij zelf altijd deed – ik probeer verzoeken in te willigen die gaan over mijn vaders carrière, het leven in het Witte Huis en historische gebeurtenissen, terwijl ik geen toestemming geef voor het publiceren van wat zij geschreven heeft als privéburger – of het nu gaat om haar als jonge vrouw of als redactrice.

De gesprekken waar het hier om gaat, vallen niet binnen dezelfde categorie als haar zelf geschreven herinneringen, omdat ze juist op band zijn gezet met de bedoeling dat ze eens openbaar zouden worden. Het was dus nu niet de vraag óf de gesprekken zouden worden gepubliceerd, maar wanneer, en ik moest dat besluit nemen. De ervaring die ik eerder had opgedaan bij het nemen van beslissingen, droeg bij aan mijn idee dat dit het goede moment is.

Wat mij hielp om tot deze conclusie te komen, was het feit dat ik me ervan bewust was in welke context de gesprekken hadden plaatsgevonden en op welk moment. Het doel was om een overzicht van mijn vaders leven en carrière te geven aan de hand van mijn moeders herinneringen aan mensen die hem kenden en met hem samenwerkten. Om die reden volgen de vragen een min of meer chronologische volgorde, te beginnen met mijn vaders eerste verkiezingsstrijd in Massachusetts, zijn gevecht in 1956 voor de nominatie tot vicepresident, de campagne van 1960, de overgangsperiode tussen verkiezing en inauguratie, de inauguratie zelf, de Varkensbaai, de Cubacrisis, het openbare en het privéleven in het Witte Huis en de plannen voor de campagne van 1964 en de tweede ambtstermijn van mijn vader. Gaandeweg vonden er echter ook gesprekken plaats over bepaalde centrale figuren en gebeurtenissen op zowel binnenlands als op internationaal gebied.

Wat de beslissing voor mij ingewikkelder maakte, was mijn overtuiging dat mijn moeder, als zij de transcripties had kunnen overlezen, zeker verbeteringen had aangebracht. Ze was een jonge weduwe op het dieptepunt van haar rouw. De gesprekken begonnen binnen slechts vier maanden nadat zij haar man, haar huis en haar levensdoel had verloren. Ze stond alleen voor de opvoeding van twee jonge kinderen. Het is dus niet verbazingwekkend dat ze bepaalde opmerkingen later te persoonlijk en andere te hard zou hebben gevonden. Ik weet zeker dat ze bepaalde dingen zou hebben toegevoegd en haar standpunten waren zeker geleidelijk veranderd. Ik worstelde met de vraag of ik bepaalde opmerkingen zou schrappen omdat men ze uit hun context zou kunnen halen. Ik besefte echter tegelijkertijd dat mijn goede bedoelingen verkeerd uitgelegd zouden kunnen worden, zelfs als de aangepaste versie een ‘beter’ beeld zou geven van hoe zij zich werkelijk voelde. Na lang nadenken besloot ik de integriteit van de op band opgenomen gesprekken te handhaven als belangrijkste bron en de tekst alleen wat aan te passen voor de leesbaarheid en niet wat betreft inhoud, zoals ook gedaan is met andere presidentiële transcripties en interviews binnen de context van het project over orale geschiedenis.

Ik kreeg minder bedenkingen dankzij het feit dat de gesprekken opvallend spontaan en informeel zijn verlopen. Omdat ik mijn moeder zo goed heb gekend, hoor ik haar stem in mijn hoofd als ik haar woorden lees. Ik kan zo zeggen wanneer ze emotioneel is, wanneer ze plezier heeft of wanneer ze zich ergert – hoe beleefd ze ook altijd blijft. Hoewel haar antwoorden meestal over mijn vader gaan, zullen mensen bij het luisteren naar de banden veel leren over wie zij zelf was. Je kunt, behalve uit wat ze zegt, ook veel afleiden uit haar toon en uit de pauzes tussen haar woorden. Ik ga ervan uit dat de lezers en de luisteraars haar denkbeelden in de juiste context zullen zien en zo een correct beeld van haar als persoon in al haar facetten zullen krijgen en ook van het moment in de tijd waarop het zich afspeelt. Ik hoop ook dat haar toewijding aan haar echtgenoot net zo duidelijk zal blijken voor anderen als voor mij.

Mijn ouders deelden niet alleen hun passie voor geschiedenis, maar ook de overtuiging dat de Amerikaanse samenleving volwassen was geworden. In deze tijd lijkt dat misschien niet zo’n bijzondere veronderstelling, maar toentertijd waren de Verenigde Staten pas net aan het opkomen als wereldmacht en mensen keken nog vooral naar Europa voor richting en leiderschap. Mijn ouders hadden de overtuiging dat Amerika het leiderschap zou krijgen op grond van idealen en niet alleen om economische of militaire redenen, en ze wilden onze verworvenheden op het gebied van kunst en cultuur graag doorgeven aan de wereld. Mijn moeder speelde een belangrijke rol op het gebied van de ontwikkeling van wat wij nu ‘stille diplomatie’ noemen. Ze maakte veel reizen met mijn vader of alleen en sprak vaak de taal van het land dat ze bezocht. Ze was een internationale sensatie.

Ze begreep ook heel goed dat het Witte Huis een belangrijk symbool was van onze democratie en deed haar best ervoor te zorgen dat het het beste van Amerika zou vertegenwoordigen voor scholieren, studenten en gezinnen die het bezochten, maar ook voor de buitenlandse regeringsleiders die daar ontvangen werden. Ze werkte hard – niet aan het ‘opknappen’, een woord dat ze haatte – aan het ‘restaureren’ van het Witte Huis, zodat de nalatenschap van John Adams, Thomas Jefferson, James Madison en Abraham Lincoln zichtbaar zou zijn. Ze vernieuwde de White House Library zodat ze de klassieke werken van de Amerikaanse geschiedenis en de Amerikaanse literatuur tentoon kon stellen. Ze richtte de Fine Arts Committee op en de White House Historical Association met het doel een grote collectie Amerikaanse schilderijen en decoratieve kunst op te bouwen, die een van de beste van het land zou worden. Ze maakte van het Witte Huis het geweldigste theater van de wereld en nodigde de beroemdste artiesten uit om daar te komen optreden. Ze ontving jonge musici, Afro-Amerikaanse operazangers en -zangeressen die toen net in opkomst waren, jazzmusici en moderne dansers – allemaal om de belangstelling te wekken en te vergroten voor de Amerikaanse kunst en cultuur.

Ze was ervan overtuigd dat Washington D.C., als hoofdstad van ons land, Amerika’s pas verworven prominente plaats in de wereld moest weerspiegelen. Ze vocht voor het behoud van Lafayette Square en kwam met het plan om Pennsylvania Avenue te renoveren, iets waaraan nog steeds gewerkt wordt. Mijn moeder zag in dat het verleden een bron van trots was voor alle mensen ter wereld, net zoals dat in Amerika het geval is, en overtuigde mijn vader ervan dat de Verenigde Staten goodwill zouden kunnen kweken in landen als Egypte, waarmee we politieke onenigheid hadden, door de Egyptenaren te helpen bij hun streven hun historisch verleden te beschermen. Op haar aandringen kreeg de Unesco van de VS een gulle bijdrage om de tempels van Aboe Simbel te redden, die bedreigd werden door de bouw van de Aswandam, waarmee de Verenigde Staten een goede indruk maakten op het regime van Nasser. Een ander voorbeeld van culturele diplomatie is het bezoek van de Mona Lisa aan de VS, waar mijn moeder verantwoordelijk voor was en dat de enige keer was dat het schilderij het Louvre verlaten heeft.

Het belangrijkste was echter dat ze vond dat het haar verantwoordelijkheid was mijn vader op alle mogelijke manieren te helpen. Hoewel zij een belangrijke bijdrage leverde op het gebied van de diplomatie en zelfs op politiek gebied, vond ze dat ze de titel first lady niet verdiende. Ze had bovendien een hekel aan die titel, waarvan ze zei dat die klonk als de naam van een renpaard. Ze was wel zeer vaderlandslievend en ze was trots op wat ze voor elkaar kon krijgen en mijn vader was trots op haar. Hun tijd samen in het Witte Huis was de gelukkigste tijd van haar leven.

Gezien het feit dat Jacqueline Kennedy zo’n belangrijke rol heeft gespeeld tijdens de presidentsjaren van John F. Kennedy en de nasleep daarvan, zou ik er niemand een dienst mee bewijzen als ik het publiek haar gezichtspunten zou onthouden en ze zou onttrekken aan het wetenschappelijk debat, dat gevoerd zal gaan worden ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de ambtsperiode van president Kennedy. Vijftig jaar zou genoeg moeten zijn voor het afvlakken van de emoties, maar is wel zo kort geleden dat de wereld van toen ons nog iets kan leren. Het gevoel dat alles voorbijgaat, werd extra sterk toen mijn oom Teddy en mijn tante Eunice in 2009 overleden, Ted Sorenson in 2010 en mijn oom Sarge in januari 2011.

Maar voordat ik de knoop definitief doorhakte, heb ik mijn kinderen gevraagd de transcripties te lezen en mij te vertellen wat ze ervan vonden. Hun reacties verschilden niet veel van die van mij. Zij vonden de gesprekken in veel opzichten achterhaald – maar in veel meer opzichten fascinerend. Ze genoten van de verhalen over hun grootvader en van hoe begripvol maar ook eigenzinnig hun grootmoeder was. Ze verbaasden zich over sommige vragen die Arthur Schlesinger stelde – over persoonlijke onenigheden en over zaken die nu allang niet meer van belang zijn. Ze hadden het leuk gevonden als hij meer vragen over haar had gesteld.

Maar ze kwamen tot dezelfde conclusie als ik – er was geen doorslaggevende reden om niet tot publicatie over te gaan en niemand kan beter het woord voeren voor mijn moeder dan zijzelf.

New York, 2011

Mijn Leven Met John F. Kennedy
titlepage.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_000.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_001.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_002.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_003.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_004.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_005.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_006.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_007.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_008.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_009.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_010.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_011.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_012.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_013.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_014.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_015.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_016.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_017.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_018.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_019.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_020.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_021.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_022.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_023.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_024.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_025.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_026.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_027.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_028.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_029.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_030.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_031.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_032.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_033.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_034.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_035.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_036.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_037.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_038.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_039.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_040.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_041.xhtml
Mijn_leven_met_John_F_Kennedy_split_042.xhtml