13

Lucy’s bedrijf voor forensisch computeronderzoek, Connextions, was gevestigd in het gebouw waar ze ook woonde: een in de negentiende eeuw gebouwde, voormalige loods van een zeep- en kaarsenhandel in Barrow Street, Greenwich Village of om precies te zijn, in de Far West Village. Het was een bakstenen gebouw van twee verdiepingen in romaanse stijl met ronde boogramen en het was geregistreerd als historisch monument, net als het vroegere koetshuis ernaast, dat Lucy vorig voorjaar had gekocht om als garage te gebruiken.

Voor een historische instelling was ze een ideale bewoner omdat ze, behalve dat ze het interieur op een zorgvuldige manier had aangepast aan de elektronische en technische eisen van haar werk, niet van plan was iets te veranderen aan de buitenkant van het gebouw. Daarnaast profiteerde de instelling van haar vrijgevigheid, waar ze zelf ook weer baat bij had – al geloofde Jaime Berger niet dat altruïstische motieven altijd even zuiver waren, absoluut niet. Ze had geen idee hoeveel Lucy schonk aan tegenstrijdige doelen en dat hoorde ze te weten, dat zat haar dwars. Lucy hoorde geen geheimen voor haar te hebben en de afgelopen paar weken had Berger het gevoel gekregen dat hun relatie stroever liep dan ze in het begin om andere redenen had verwacht.

‘Misschien moet je het op je hand laten tatoeëren.’ Lucy stak haar hand uit met de palm naar boven. ‘Om je eraan te herinneren. Acteurs maken toch graag gebruik van een seintje? DAT HANGT ERVAN AF’ Ze deed alsof dat op haar handpalm stond. ‘Laat een tatoeage zetten met DAT HANGT ERVAN AF en kijk ernaar voordat je gaat liegen.’

‘Ik heb geen seintjes nodig en ik lieg niet,’ antwoordde Hap Judd, die zijn best deed om kalm te blijven. ‘Iedereen zegt altijd van alles, maar dat wil nog niet zeggen dat ze iets verkeerds hebben gedaan.’

‘O ja?’ zei Berger. Ze wilde dat Marino kwam, waar bleef hij nou? ‘Dus wat jij bedoelde afgelopen maandag in die kroeg, op 15 december, hangt af van hoe iemand, in dit geval ben ik dat, interpreteert wat jij tegen Eric Mender hebt gezegd. Als je tegen hem hebt gezegd dat je begrijpt dat iemand nieuwsgierig is naar een negentienjarig meisje in een coma, haar naakt wil zien en haar misschien op een seksuele manier wil aanraken, hangt het ervan af hoe iemand dat interpreteert. Ik probeer erachter te komen hoe ik zo’n soort opmerking anders zou kunnen interpreteren dan door die nogal verontrustend te vinden.’

‘Goeie god, dat wil ik u nu juist duidelijk maken! De interpretatie is niet… Het is niet wat u denkt. Haar foto was in elke nieuwsuitzending te zien. En toen werkte ik daar, in het ziekenhuis waar zij lag, had ik toen een baan.’ Judd begon zich op te winden. ‘Inderdaad, ik was nieuwsgierig. Iedereen is nieuwsgierig, als ze eerlijk genoeg zijn om dat toe te geven. Nieuwsgierigheid heeft ook met mijn werk te maken, ik ben overal nieuwsgierig naar. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik iets heb misdaan.’

Hap Judd zag er niet uit als een filmster. Hij leek niet het type om mee te spelen in bekende films zoals Tomb Raider en Batman. Dat kwam steeds weer bij Berger op toen ze tegenover hem zat aan de grote tafel van geborsteld staal op Lucy’s grote zolderverdieping met houten dakspanten, een tabakshouten vloer en slapende platte computerschermen op papierloze bureaus. Hap Judd was van gemiddelde lengte, gespierd en bijna te mager, met onopvallend bruin haar en bruine ogen. Hij had een typisch Amerikaans knap maar niet expressief gezicht, het soort gezicht dat het in een film goed deed maar in werkelijkheid niet boeide. Als hij de buurjongen was, zou Berger hem beschrijven als een nette, knappe man. Als ze hem een naam zou mogen geven, zou ze hem Domoor of Lukraak noemen, omdat hij een zowel domme als roekeloze indruk maakte. Lucy zag het niet of misschien zag ze het wel, want ze pakte hem verschrikkelijk hard aan. Ze ondervroeg hem al een halfuur lang op een manier die Berger verontrustte. Waar was Marino, verdomme? Hij had er allang moeten zijn. Híj had haar met de ondervraging moeten helpen, niet Lucy. Zij ging veel te ver, ze deed alsof ze een persoonlijke grief tegen hem had, alsof ze al eerder met hem te maken had gehad. Misschien was dat ook wel zo. Lucy was bevriend geweest met Rupe Starr.

‘Dat ik bepaalde dingen heb gezegd tegen een onbekende in een kroeg wil nog niet zeggen dat ik iets heb misdaan.’ Dat had Judd nu al tien keer benadrukt. ‘Je moet eerst eens nadenken over de reden dat ik misschien zoiets heb gezegd.’

‘Ik hoef niet na te denken, jij moet me iets duidelijk maken,’ zei Lucy, en ze keek hem strak aan.

‘Ik heb alles gezegd wat ik te zeggen heb.’

‘Je hebt gezegd wat je wílt zeggen,’ zei Lucy, voordat Berger tussenbeide kon komen.

‘Meer kan ik me niet herinneren. Ik had gedronken. Ik heb het druk, ik heb van alles te doen. Het is heel normaal dat ik dingen vergeet,’ zei Judd. ‘Je bent geen advocaat. Waarom praat ze tegen me alsof ze een advocaat is?’ vroeg hij aan Berger. ‘Je bent ook geen politieagent, alleen maar een assistent of zoiets,’ vervolgde hij tegen Lucy. ‘Waarom denk je dat je het recht hebt mij al die vragen te stellen en me te beschuldigen?’

‘Je herinnert je genoeg om te beweren dat je niets hebt misdaan.’ Lucy zag niet in waarom ze haar gedrag zou moeten rechtvaardigen. Ze zat zelfverzekerd aan de vergadertafel in haar loft, met een laptop voor zich met een kaart erop, een plattegrond van een gebied. Berger wist niet waar. ‘Je herinnert je genoeg om je verhaal steeds een beetje te veranderen,’ voegde Lucy eraan toe.

‘Ik verander niets. Ik kan me die avond niet herinneren, wat er toen is gebeurd.’ Judd keek naar Berger alsof hij verwachtte dat zij hem te hulp zou komen. ‘Wat willen jullie eigenlijk van me, verdomme?’

Lucy moest inbinden. Berger had haar al een paar keer waarschuwend aangekeken, maar Lucy negeerde haar. Lucy hoorde helemaal niet met Hap te praten, ze mocht alleen haar mond opendoen wanneer Berger haar een vraag stelde over haar forensisch computeronderzoek, dat nog niet eens ter sprake was gekomen. Waar was Marino? Lucy deed alsof zij Marino was, alsof ze zijn plaats had ingenomen. Berger werd bekropen door nieuwe argwaan, door een vermoeden dat ze nog niet eerder had gehad, waarschijnlijk omdat ze al genoeg wist en ze het niet kon verdragen Lucy nog sterker te wantrouwen. Lucy was niet eerlijk. Ze had Rupe Starr gekend en had dat niet tegen Berger gezegd. Lucy had haar eigen redenen en ze was niet de aanklager, ze was geen wetsdienaar meer, dus dacht ze dat ze niets te verliezen had.

Berger had alles te verliezen en ze kon niet toestaan dat een bekende persoon haar reputatie schaadde. Haar reputatie was al vaker beschadigd en meestal had ze dat niet verdiend. Haar relatie met Lucy maakte het er niet beter op, eerder het tegendeel. Akelige roddels en gemene opmerkingen op het internet. Een pot die pikken haatte, een joodse lesbische openbaar aanklager die bij de top tien op de hitlijst van de neonazi’s hoorde, met haar adres en andere persoonlijke details erbij in de hoop dat iemand haar haar verdiende loon zou geven. En evangelische christenen die haar aanspoorden haar koffers te pakken voor haar reis naar de hel. Berger had nooit verwacht dat eerlijkheid zo moeilijk en pijnlijk zou zijn. Dat ze in het openbaar met Lucy verscheen in plaats van te liegen of stiekem te doen, had haar meer kwetsend commentaar opgeleverd dan ze ooit had verwacht. En wat had ze ervoor teruggekregen? Bedrog. Hoe ver zou het nog gaan, hoe zou het aflopen? Want er zou een eind aan komen, dat stond vast. Er komt een eind aan, hield ze zichzelf steeds voor. Er zou een dag komen dat ze het zouden uitpraten en Lucy haar alles zou uitleggen, en dan zou alles in orde komen. Lucy zou haar alles vertellen over Rupe.

‘We willen graag dat je ons de waarheid vertelt,’ zei Berger voordat Lucy weer haar mond open kon doen. ‘Dit is een heel ernstige kwestie. We spelen geen spelletje.’

‘Ik weet niet waarom ik hier zit en ik heb niets misdaan.’ Hap Judd keek haar aan en de uitdrukking in zijn ogen beviel haar absoluut niet.

Brutaal liet hij zijn blik over haar lichaam glijden, wetend wat Lucy daarvan zou denken. Hij wist wat hij deed, hij was arrogant en Berger vermoedde dat hij hen af en toe stiekem uitlachte.

‘Ik moet overtuigd zijn voordat ik iemand naar de gevangenis stuur,’ vervolgde ze.

‘Ik heb niets gedaan!’

Misschien was dat waar, maar hij was niet bepaald behulpzaam. Berger had hem bijna drie weken gegeven om haar behulpzaam te zijn. Drie weken was lang als er iemand werd vermist, misschien was ontvoerd, misschien dood was of, wat waarschijnlijker was, een nieuw leven opbouwde in Zuid-Amerika, de Fiji-eilanden, Australië of waar dan ook.

‘En dat is nog niet eens het ergste,’ zei Lucy. Ze bleef hem met haar groene ogen strak aankijken en haar korte haar glansde als rood koper onder de lampen in het plafond. Als een exotische kat was ze klaar om hem opnieuw te bespringen. ‘Ik kan me niet eens voorstellen wat andere gevangenen met zo’n zieke hufter als jij zouden doen.’ Ze las een e-mail en begon te typen.

‘Weten jullie wel dat ik bijna niet was gekomen? Ik stond echt op het punt om deze afspraak te vergeten,’ zei hij tegen Berger. Ze kon zien dat de gedachte aan gevangenisstraf hem van zijn stuk had gebracht, want hij was niet meer zo zeker van zichzelf. Hij keek niet meer naar haar borsten. ‘En dan krijg ik dit soort dingen,’ zei hij. ‘Ik blijf hier echt niet langer naar die verdomde onzin zitten luisteren.’

Maar hij maakte geen aanstalten om op te staan. Zijn been in gebleekt denim wipte op en neer, zijn wijde witte overhemd was nat onder de oksels. Berger zag zijn borst op en neer gaan, onder de witte katoen deinde een ongewoon zilveren kruis aan een leren bandje met zijn oppervlakkige ademhaling mee. Hij had zijn handen om de stoelleuningen geklemd, een grote zilveren ring met een schedel glansde, zijn spieren stonden gespannen en de aderen in zijn hals waren opgezwollen. Maar hij bleef luisteren, hij kon net zomin weglopen als hij zijn blik zou kunnen afwenden van de onvermijdelijke botsing van twee treinen.

‘Kun je je Jeffrey Dahmer nog herinneren?’ vroeg Lucy, met haar ogen gericht op haar computerscherm. ‘Weet je nog wat er met die zieke hufter is gebeurd? Wat andere gevangenen met hém hebben gedaan? Ze hebben hem doodgeslagen met een bezemsteel. Misschien hebben ze met die bezemsteel ook wel andere dingen met hem gedaan. Hij had net zo’n zieke geest als jij.’

‘Jeffrey Dahmer? Meen je dat?’ Judd lachte te hard en het was eigenlijk geen lach. Hij was bang. ‘Ze is niet goed wijs,’ zei hij tegen Berger. ‘Ik heb nog nooit van mijn leven iemand pijn gedaan. Ik doe niemand pijn.’

‘Je bedoelt tot nu toe,’ zei Lucy. Ze keek op haar scherm naar een plattegrond van de stad, alsof ze een route zocht.

‘Ik praat niet meer met haar,’ zei hij tegen Berger. ‘Ik mag haar niet. Stuur haar weg, verdomme, anders ga ík weg.’

‘Zal ik eens een paar mensen opnoemen die je wél pijn hebt gedaan?’ zei Lucy. ‘Te beginnen met de familie en vrienden van Farrah Lacy.’

‘Ik weet niet wie dat is en je kunt de pot op,’ snauwde hij.

‘Weet je wat een misdrijf klasse E is?’ vroeg Berger.

‘Ik heb niets misdaan. Ik heb niemand kwaad gedaan.’

‘Dat zijn misdrijven waarop een gevangenisstraf tot tien jaar staat.’

‘Eenzame opsluiting, voor je eigen bestwil,’ voegde Lucy eraan toe, met haar ogen op een andere kaart op het scherm. Ze negeerde het seintje van Berger dat ze haar mond moest houden.

Berger zag groene vlekken die parken en blauwe vlekken die water voorstelden in een wijk met een heleboel straten. Haar BlackBerry liet een waarschuwingssignaal horen. Iemand had haar om bijna drie uur ’s nachts een e-mail gestuurd.

‘Eenzame opsluiting, waarschijnlijk in Fallsburg,’ vervolgde Lucy. ‘Daar zijn ze aan beroemde gevangenen gewend. De Son of Sam. Attica is lang niet zo goed, daar hebben ze hem de keel doorgesneden.’

De e-mail was van Marino.

Psychiatrisch patiënt houdt misschien verband met
docs incident dodie hodge heb iets gevonden in het
rtcc vergeet niet je getuige te vragen of hij haar kent
ben nog bezig zal later uitleggen

Berger keek op van haar BlackBerry terwijl Lucy doorging met het terroriseren van Hap Judd door hem te vertellen wat er in de gevangenis gebeurde met mensen zoals hij.

‘Vertel me eens iets over Dodie Hodge,’ zei ze. ‘Wat is je relatie met haar?’

Judd keek haar even verbijsterd aan en flapte er toen uit: ‘Ze is een zigeunerin, een verdomde heks! Jullie zouden me als een slachtoffer behandelen als jullie wisten wat die krankzinnige feeks me allemaal heeft aangedaan. Waarom vraag je me dat? Wat heeft zij hiermee te maken? Beschuldigt zij me soms ergens van? Zit zij hierachter?’

‘Misschien zal ik die vragen beantwoorden als jij mijn vragen hebt beantwoord,’ zei Berger. ‘Vertel me eerst eens hoe je haar kent.’

‘Ze is helderziende, spiritueel adviseur of hoe je haar dan ook wilt noemen. Een heleboel mensen in Hollywood, succesvolle mensen en ook politici, kennen haar en vragen haar raad over geld, hun carrière of relaties. Ik ben stom geweest. Ik ben ook naar haar toe gegaan en nu laat ze me niet meer met rust. Ze belt aan één stuk door naar mijn kantoor in L.A.’

‘Ze stalkt je.’

‘Precies, dat doet ze.’

‘Wanneer is ze daarmee begonnen?’ vroeg Berger.

‘Dat weet ik niet meer. Vorig jaar, misschien ruim een jaar geleden. Iemand had me naar haar verwezen.’

‘Wie?’

‘Iemand in de filmwereld die dacht dat ik er iets aan zou hebben. Loopbaanbegeleiding.’

‘Ik wil graag een naam hebben,’ zei Berger.

‘Het is vertrouwelijk. Een heleboel mensen gaan naar haar toe. U zou verbaasd staan.’

‘Ga je naar haar toe of komt ze bij jou?’ vroeg Berger. ‘Waar ontmoeten jullie elkaar?’

‘Ze is naar me toe gekomen in mijn appartement in TriBeCa. Mensen die in de belangstelling staan, gaan niet naar haar toe, omdat ze altijd de kans lopen dat ze worden gevolgd of misschien gefilmd. Je kunt haar ook telefonisch raadplegen.’

‘Hoe moet je haar betalen?’

‘Contant. Of als het een telefonisch consult is, moet je een cheque sturen naar een postbus in New Jersey. Ik heb haar een paar keer telefonisch gesproken en toen ben ik ermee gestopt omdat ze knettergek is. Ja, ze stalkt me. Laten we het daar liever over hebben.’

‘Verschijnt ze op plekken waar jij bent? Bijvoorbeeld in de buurt van je appartement in TriBeCa, of ergens waar een film wordt opgenomen, of in een uitgaansgelegenheid waar je regelmatig komt, zoals die kroeg in Christopher Street hier in de stad?’ vroeg Berger.

‘Ze laat steeds boodschappen achter bij mijn agent.’

‘Ze belt L.A.? Dan zal ik je de naam geven van een FBI-agent in L.A.,’ zei Berger. ‘De FBI behandelt zaken die met stalking te maken hebben. Dat is een van hun specialiteiten.’

Judd zei niets. Hij had geen behoefte aan een gesprek met iemand van de FBI in L.A. Hij was heel voorzichtig en Berger vroeg zich af of Hannah Starr degene was wier naam hij niet wilde noemen. Blijkbaar had hij Dodie voor het eerst ontmoet toen hij financieel in zee was gegaan met Hannah Starr, ruim een jaar geleden.

‘Die kroeg in Christopher Street…’ Berger veranderde van onderwerp, omdat ze er niet van overtuigd was dat Dodie een belangrijke rol speelde. Het ergerde haar dat Marino haar had gestoord terwijl ze iemand ondervroeg die ze erg onsympathiek was gaan vinden.

‘U kunt niets bewijzen.’ Hij had zichzelf weer in de hand.

‘Als je echt gelooft dat we niets kunnen bewijzen, waarom heb je dan de moeite genomen om hierheen te komen?’

‘Vooral omdat je bijna niet bent gekomen,’ voegde Lucy eraan toe, terwijl ze druk bezig was met het typen van e-mails en het bekijken van plattegronden op haar MacBook.

‘Omdat ik wilde meewerken,’ zei Judd tegen Berger. ‘Ik wil graag meewerken.’

‘Hm. Maar drie weken geleden, toen je naam mij ter ore kwam en ik diverse keren heb geprobeerd je te bereiken, had je het te druk om mee te werken.’

‘Toen was ik in L.A.’

‘Ach ja, dat is waar ook, daar hebben ze geen telefoon.’

‘Ik had van alles te doen en de boodschap was niet duidelijk. Ik begreep het niet.’

‘Maar nu begrijp je het wel en heb je besloten dat je wilt meewerken,’ zei Berger. ‘Laten we het dan nu hebben over dat voorval van afgelopen maandag en vooral over wat er gebeurde nadat je maandagavond laat uit de Stonewall Inn in Christopher Street was vertrokken. Met een jongen die je daar had ontmoet, Eric. Weet je nog wie dat is? Eric, de jongen met wie je een joint hebt gerookt. De jongen met wie je zo openhartig hebt gepraat.’

‘We waren stoned,’ zei Judd.

‘Inderdaad, mensen zeggen van alles wanneer ze stoned zijn. Jij was stoned en vertelde hem wilde verhalen, volgens hem, over wat er zich heeft afgespeeld in het Park General Ziekenhuis in Harlem,’ zei Berger.

Ze lagen naakt onder het donzen dekbed. Ze konden niet slapen en lagen tegen elkaar aan naar het uitzicht te kijken. De skyline van Manhattan was niet de oceaan, de Rocky Mountains of ruïnes in Rome, maar het was een geliefd uitzicht en nadat ze ’s avonds het licht hadden uitgedaan, deden ze altijd de gordijnen weer open.

Benton streelde Scarpetta’s blote huid, met zijn kin op haar hoofd. Hij kuste haar nek en haar oren, en haar huid was koel waar zijn lippen die hadden aangeraakt. Hij drukte zijn borst tegen haar rug en ze voelde zijn trage hartslag.

‘Ik vraag nooit naar je patiënten,’ zei ze.

‘Ik kan je blijkbaar niet genoeg boeien als je aan mijn patiënten blijft denken,’ fluisterde hij in haar oor.

Ze trok zijn armen om haar heen en kuste zijn handen. ‘Misschien kun je me over een paar minuten weer boeien. Ik wil je graag een hypothetische vraag stellen.’

‘Dat mag. Het verbaast me dat het maar één vraag is.’

‘Hoe is een vroegere patiënt van je te weten gekomen waar we wonen? Ik suggereer niet dat zij dat pakje heeft gestuurd.’ Scarpetta wilde de naam van Dodie Hodge in hun bed niet noemen.

‘Als iemand goed kan manipuleren, zou je je kunnen voorstellen dat die persoon in staat is om anderen informatie te ontfutselen,’ antwoordde Benton. ‘In het McLean werken bijvoorbeeld mensen die weten waar we wonen, omdat zij mij wel eens post of een pakje moeten sturen.’

‘En die mensen zouden je adres kunnen doorgeven aan een patiënt?’

‘Ik hoop het niet en ik beweer ook niet dat ze dat hebben gedaan. Ik zeg niet eens dat die persoon ooit patiënt in het McLean is geweest.’

Dat hoefde hij niet te zeggen. Scarpetta wist zeker dat Dodie Hodge patiënt in het McLean was geweest.

‘En ik zeg ook niet dat zij iets te maken heeft met wat er bij ons appartement is bezorgd,’ vervolgde hij.

Dat hoefde hij ook niet te zeggen. Scarpetta wist dat Benton bang was dat zijn vroegere patiënt dat pakje wel had laten bezorgen.

‘Ik zeg wel dat anderen misschien vermoeden dat zij het heeft gedaan, wat we ook ontdekken om dat te kunnen tegenspreken.’ Benton praatte heel zacht en de intieme klank van zijn stem kwam niet overeen met wat ze bespraken.

‘Marino vermoedt het, waarschijnlijk is hij ervan overtuigd, maar dat ben jij niet. Dat bedoel je.’ Scarpetta geloofde hem niet. Zij geloofde dat Benton wel degelijk dacht dat zijn vroegere patiënt, Dodie, die zo uitdagend CNN had gebeld, gevaarlijk was.

‘Misschien heeft Marino gelijk, misschien niet,’ zei Benton. ‘Ook al is zo iemand als deze vroegere patiënt een lastig mens en heeft ze mogelijk kwaad in de zin, het zou nog erger zijn als iemand anders dat pakje heeft gestuurd en niemand verder zoekt omdat ze denken dat ze de afzender al hebben gevonden. Stel dat dat niet waar is? Wat gebeurt er dan? Wat staat ons dan te wachten? De kans is groot dat er de volgende keer gewonden vallen.’

‘We weten nog niet wat er in dat pakje zit. Misschien iets onschuldigs. Je maakt je al veel te veel zorgen.’

‘Er zit iets gevaarlijks in, dat verzeker ik je,’ zei hij. ‘Tenzij je een rol hebt gehad in een Batman-film en me dat niet hebt verteld, ben jij niet de lijkschouwer van Gotham City. Die aanspreektitel staat me niet aan, al weet ik niet eens precies waarom.’

‘Omdat het hatelijk klinkt, vijandig bedoeld is.’

‘Misschien wel. En dat handschrift klinkt ook bizar. Dat je hebt beschreven als zo nauwkeurig en gestileerd dat het gedrukt lijkt.’

‘Degene die dat adres heeft geschreven, heeft een vaste hand, misschien is het een kunstenaar,’ zei Scarpetta. Ze had het gevoel dat hij opeens aan iets anders dacht. Hij wist iets over Dodie Hodge wat hem aan dat handschrift had doen denken.

‘Je weet zeker dat het niet door een laserprinter is gedrukt,’ zei Benton.

‘Ik heb er in de lift een hele tijd naar staan kijken. Een zwarte balpen. De lettervormen waren verschillend genoeg om te kunnen zien dat het met de hand was geschreven,’ zei ze.

‘Hopelijk is er als we in Rodman’s Neck zijn genoeg van over om er nog eens goed naar te kijken. Die vrachtbrief is misschien ons belangrijkste bewijsstuk.’

‘Als we geluk hebben,’ zei ze.

Geluk zou een belangrijke rol spelen. Waarschijnlijk zou het ex-plosievenopruimingsteam een eventueel schakelsysteem in het pakje onschadelijk maken door er een PAN disrupter op te zetten, een soort waterkanon, dat met een soort 12 mm geweer ongeveer honderdvijfentwintig milliliter water zou afvuren op de vermoedelijke krachtbron van de bom: de batterijtjes die ze op de röntgenfoto hadden kunnen zien. Scarpetta hoopte dat die batterijtjes niet vlak achter de met de hand geschreven adressering zaten, want dan zou daar straks alleen een papperige massa van over zijn.

‘We kunnen er in het algemeen over praten,’ zei Benton. Hij stapelde zijn kussens op en ging half overeind op zijn rug liggen. ‘Je weet wat een borderline stoornis is. Die persoon lijdt aan breuken of barsten in de grens van zijn ego en kan als hij erg gestrest is agressief of gewelddadig zijn. De agressie uit zich in de vorm van rivaliteit. Strijden om een man, een vrouw, om de persoon die het meest geschikt is om mee te paren. Strijden om hulpbronnen zoals voedsel en water. Strijden om macht, want zonder een hiërarchie is er geen maatschappelijke orde. Met andere woorden: er is sprake van agressie als dat iets oplevert.’

Scarpetta dacht aan Carley Crispin. Ze dacht aan haar verdwenen BlackBerry. Ze dacht al uren aan haar verdwenen Black-Berry. Wat ze ook deed, haar bezorgdheid om haar BlackBerry lag als een steen in haar maag, zelfs tijdens het vrijen had de angst haar niet losgelaten. En ze was boos. Ze was woedend op zichzelf en ze had geen idee hoe Lucy zou reageren als ze haar de waarheid vertelde. Ze was stom geweest. Hoe had ze zo stom kunnen zijn?

‘Helaas kan die basale primitieve aandrang, die als het om de voortzetting van de soort gaat zinvol kan zijn, ook kwaadaardig en asociaal zijn, kan er op een heel onbehoorlijke en zinloze manier gevolg aan worden gegeven,’ zei Benton. ‘Want uiteindelijk levert een agressieve daad zoals het lastig vallen en bedreigen van een vooraanstaand iemand zoals jij de dader absoluut niets op. Hij wordt ervoor gestraft en moet alles opgeven wat de moeite waard is om voor te strijden. Hij wordt naar een psychiatrische inrichting of naar de gevangenis gestuurd.’

‘Hieruit moet ik dus opmaken dat de vrouw die me vanavond bij CNN heeft gebeld een borderline persoonlijkheidsstoornis heeft en onder te veel stress gewelddadig kan worden. Dat ze mijn rivaal is wat een man betreft, en die man ben jij,’ zei Scarpetta.

‘Ze heeft jou gebeld om mij lastig te vallen en dat heeft gewerkt,’ zei hij. ‘Ze eist mijn aandacht. Iemand met een borderline stoornis geniet van negatieve aanmoediging, wil het oog van de cycloon zijn. Als je daar nog een paar andere persoonlijkheidsstoornissen aan toevoegt, wordt hij misschien van het oog van de cycloon de cycloon zelf.’

‘Overbrenging. Al die vrouwelijke patiënten hebben geen enkele kans bij je, maar ze willen hebben wat op dit moment van mij is.’

Ze wilde het weer. Ze wilde zijn volle aandacht, ze wilde niet langer praten over hun werk, problemen, verwerpelijke mensen. Ze wilde dicht bij hem zijn, het gevoel hebben dat alles mocht, en haar verlangen naar intimiteit was onstilbaar omdat ze niet kon krijgen wat ze wilde hebben. Ze had van Benton nooit gekregen wat ze wilde hebben en daarom verlangde ze nog steeds naar hem, verlangde ze vurig naar hem. Daarom had ze hem al vanaf het begin willen hebben, had ze zich al vanaf het begin tot hem aangetrokken gevoeld, had ze hem al bij hun eerste ontmoeting vurig begeerd. Dat gevoel had ze nog steeds, twintig jaar later, een wanhopige aantrekkingskracht die haar bevredigde en leeg achterliet. Zo was seks met hem, een cyclus van nemen en geven en vullen en legen en dan het mechanisme opnieuw opladen zodat ze het opnieuw konden gebruiken.

‘Ik hou echt van je, hoor,’ zei ze in zijn mond. ‘Ook wanneer ik boos ben.’

‘Je zult altijd boos worden. Ik hoop dat je altijd van me zult blijven houden.’

‘Ik wil het begrijpen.’ Dat deed ze niet en kon ze waarschijnlijk niet.

Wanneer ze eraan werd herinnerd, kon ze de keuzes die hij had gemaakt niet begrijpen, dat hij in staat was geweest haar zo abrupt en voorgoed te verlaten, zonder ooit nog na te gaan hoe het met haar ging. Zij zou zoiets nooit hebben gedaan, maar ze wilde er niet meer over beginnen.

‘Ik weet dat ik altijd van je zal houden.’ Ze kuste hem en ging boven op hem liggen.

Ze gingen verliggen en wisten intuïtief welke bewegingen ze moesten maken. De tijd dat ze nog moesten nadenken over wie het liefst wat deed of wanneer de ander moe werd of ergens pijn kreeg lag al ver achter hen. Scarpetta had elke versie van alle grappen over haar anatomische kennis en hoe die haar in bed van pas zou komen al gehoord, belachelijk, ze had ze nooit amusant gevonden. Op een enkele uitzondering na waren haar patiënten overleden en reageerden ze dus niet op haar aanraking, konden ze haar niet helpen. Dat betekende niet dat ze in het mortuarium niets belangrijks had geleerd, want dat had ze wel degelijk. Ze had er haar zintuigen gescherpt, ze had geleerd beter te kijken en te ruiken, de meest subtiele nuances te voelen in mensen die niets meer konden zeggen, onwillige mensen die haar nodig hadden, maar niets terug konden geven. Het mortuarium had haar sterke, bekwame handen gegeven en een hevig verlangen. Ze verlangde naar warmte en aanraking, naar seks.

Naderhand viel Benton in een diepe slaap. Hij verroerde zich niet toen ze opstond. Allerlei gedachten tolden weer door haar hoofd, zorgen en tegenzin. Het was een paar minuten na drie in de morgen. Ze had een lange dag voor de boeg, een dag die zich vanzelf zou wijzen. Een dag die ze ‘voor de vuist weg’ zou invullen, zoals ze dat zelf noemde. Het explosieventerrein in Rodman’s Neck en haar bom of geen bom, misschien het lab, en misschien naar kantoor om sectierapporten te dicteren, telefoontjes af te handelen en documentatie bij te werken. Er stond geen autopsie op het programma, maar dat kon altijd veranderen. Wat zou ze doen om haar BlackBerry terug te krijgen? Misschien had Lucy al geantwoord. Wat moest ze doen met haar nichtje? Ze was zich de laatste tijd vreemd gaan gedragen, kribbig, ongeduldig. En wat ze met hun smartphones had gedaan… Ze had ze zonder hun toestemming te vragen omgeruild, alsof het een gul en zorgzaam gebaar was. Ga toch nog een poosje slapen, als je moe bent, lijkt alles erger, hield ze zichzelf voor. Maar ze wist dat dat niet zou lukken. Ze moest van alles doen, ze moest Lucy spreken, de knoop doorhakken. Haar gewoon vertellen wat ze had gedaan, hoe dom haar tante Kay was.

Lucy was waarschijnlijk de op technisch gebied meest begaafde persoon die Scarpetta kende. Van kinds af aan had ze willen weten hoe alles werkte, had ze van alles uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet en was ze er altijd van overtuigd geweest dat ze het beter kon laten functioneren. Die aanleg plus een groot gevoel van onzekerheid en een enorme behoefte aan macht en controle hadden van Lucy een soort tovenaar gemaakt die even gemakkelijk iets kapot kon maken als herstellen, dat hing van haar bedoeling en vooral van haar bui af. Zonder toestemming hun telefoons omruilen was niet netjes geweest, en Scarpetta begreep nog steeds niet waarom haar nichtje dat zo plotseling had gedaan. Vroeger zou ze het eerst hebben gevraagd. Zou ze zichzelf nooit zonder toestemming en zonder zelfs maar een waarschuwing hebben benoemd tot hun systeembeheerder. Ze zou razend worden wanneer Scarpetta haar vertelde hoe dom ze was geweest, hoe onnadenkend. Lucy zou zeggen dat het hetzelfde was als zomaar de straat oversteken of te dicht bij de staartrotor gaan staan.

Scarpetta zag vreselijk op tegen de tirade die ze zou moeten aanhoren zodra ze had opgebiecht dat ze twee dagen nadat ze haar nieuwe BlackBerry in gebruik had genomen haar wachtwoord onklaar had gemaakt, uit pure frustratie. Dat had je nooit moeten doen, dat had je nooit moeten doen… Dat tolde steeds door haar hoofd. Maar elke keer als ze het toestel wilde gebruiken, had ze het moeten ontsluiten en als ze het tien minuten niet had gebruikt, zat het weer op slot. De laatste druppel was toen ze zich rot was geschrokken nadat ze zes keer achtereen het verkeerde wachtwoord had ingetoetst. Na acht keer een fout wachtwoord, stond er duidelijk in Lucy’s instructies, maakte de BlackBerry zichzelf voorgoed onklaar, werd alles wat erin stond uitgewist, net als die bandopnamen in Mission: Impossible.

Toen Scarpetta Lucy per e-mail had laten weten dat ze haar BlackBerry kwijt was, had ze dat van het wachtwoord er niet bij gezegd. Als iemand anders haar smartphone in bezit had gekregen, zou dat verschrikkelijk zijn en daar was Scarpetta erg bang voor. En ze was bang voor Lucy, en vooral voor zichzelf. Wanneer ben je zo onvoorzichtig geworden? Je hebt een bom mee naar huis genomen en je hebt het wachtwoord van je smartphone onklaar gemaakt. Wat is er met je aan de hand, verdomme? Doe iets! Maak het in orde. Ga aan de slag. Zit hier niet alleen ongerust te zijn.

Ze moest iets eten, daar kwam het ook door. Haar maag was zuur doordat er niets in zat. Als ze iets at, zou ze zich een stuk beter voelen. En ze moest iets doen met haar handen, een genezende handeling verrichten, geen seksuele. Eten klaarmaken was een kalmerende, genezende handeling. Als ze een van haar lievelingsgerechten zou klaarmaken en daar al haar aandacht op zou richten, zou dat orde in de chaos brengen. Ze kon gaan koken of gaan schoonmaken, maar ze had al genoeg schoongemaakt, ze kon de Murphy Oil-zeep nog ruiken toen ze door de woonkamer naar de keuken liep. Ze trok de koelkast open en liet haar blik over de inhoud glijden om inspiratie op te doen. Een frittata, een omelet… Ze had geen zin in eieren, brood of pasta. Iets wat licht en gezond was, met olijfolie en verse kruiden, een insalata Caprese. Hm, dat zou lekker zijn. Het was eigenlijk een zomergerecht, met verse tomaten, het liefst uit haar eigen tuin. Maar in steden zoals Boston en New York kon ze in reformwinkels of bij de biologische groenteboer het hele jaar door verse tomaten kopen: zoete Black Krims, vlezige Brandywines, sappige Caspian Pinks, zachte Golden Eggs, zachtzure Green Zebras…

Ze pakte er een paar uit het mandje op het aanrecht, legde ze op de snijplank en sneed ze in vieren. Ze verwarmde verse buffelmozzarella tot op kamertemperatuur door die een paar minuten in een plastic zakje in heet water te leggen. Ze schikte de stukjes tomaat en de plakjes mozzarella in een cirkel op een bord, strooide er basilicumblaadjes overheen, overgoot alles met een flinke scheut koudgeperste, ongefilterde olijfolie en strooide er nog wat grof zeezout op. Daarna nam ze het bord mee naar de aangrenzende eetkamer, die in westelijke richting uitzicht bood op verlichte wolkenkrabbers, de Hudson en in de verte het luchtverkeer in New Jersey.

Ze nam een hap van de salade en opende de browser op haar MacBook. Het was tijd om Lucy, die waarschijnlijk had geantwoord, te confronteren. Ze moest nu doorzetten en het probleem van haar verdwenen BlackBerry oplossen. Het was geen onbenullig probleem, absoluut niet, en ze had er lang genoeg over ingezeten, het was een obsessie geworden. Ze had urenlang proberen te bedenken wat erin stond, wat iemand erin zou kunnen vinden, terwijl ze tegelijk had gewenst dat ze terug konden gaan naar een verleden waarin ze zich alleen had hoeven wapenen tegen nieuwsgierige lieden die stiekem door haar Rolodex bladerden of door memoblaadjes, autopsieprotocollen of de foto’s die altijd op haar bureau lagen. Vroeger had ze zich tegen dat soort dingen kunnen wapenen met een paar sloten. Vertrouwelijke rapporten werden opgeborgen in een afgesloten archiefkast en als er iets op haar bureau lag dat anderen niet mochten zien, deed ze wanneer ze haar kantoor verliet de deur op slot. Heel eenvoudig, en verstandig. Niet moeilijk. Ze hoefde alleen haar sleutels goed op te bergen.

Toen ze hoofd lijkschouwing in Virginia was en ze haar eerste computer had gekregen, had ze daar nog wel mee kunnen omgaan en was ze niet bang geweest voor het onbekende. Ze had er de voor- en nadelen van kunnen accepteren. Ze was er natuurlijk wel eens slordig mee omgesprongen, maar dan hadden ze dat kunnen rechttrekken en nieuwe vergissingen kunnen voorkomen. Mobiele telefoons waren nog geen probleem geweest, niet in het begin, toen ze die vooral had gewantrouwd omdat ze bang was dat ze gemakkelijker konden worden afgeluisterd, en omdat ze voorzag dat mensen onbeschaafd en onvoorzichtig genoeg zouden zijn om zich te laten afluisteren. Maar die gevaren stelden niets voor vergeleken bij de gevaren van deze tijd. Ze kon niet eens goed beschrijven waar ze zich tegenwoordig allemaal zorgen om maakte. De moderne technologie was niet langer haar beste vriend. Hij bracht haar regelmatig schade toe, en deze keer kon het aanzienlijke schade zijn.

Scarpetta’s BlackBerry was een microkosmos van haar beroepsen haar persoonlijke leven en bevatte telefoonnummers en e-mailadressen van mensen die erg boos zouden worden en het een inbreuk op hun privacy zouden vinden als iemand met kwade bedoelingen hun privégegevens in handen zou krijgen. Ze deed altijd haar best om nabestaanden van iemand die op een tragische manier was omgekomen, te beschermen. De nabestaanden werden ook een soort patiënten van haar; ze hoopten dat zij hen op de hoogte zou houden, ze belden als ze zich plotseling iets konden herinneren of iets wilden vragen of suggereren, of als ze alleen maar even met iemand wilden praten, vaak op een gedenkdag of in deze tijd van het jaar. Haar vertrouwelijke gesprekken met familie of geliefden van een overledene waren heilig voor haar, misschien wel het belangrijkste aspect van haar werk.

Het zou verschrikkelijk zijn als de verkeerde persoon, bijvoorbeeld iemand die voor een nieuwszender werkte, die namen zou vinden, namen die voor een groot deel verband hielden met zaken die in het nieuws waren geweest, bijvoorbeeld Grace Darien. Zij was de laatste met wie Scarpetta had gesproken, om ongeveer kwart over zeven gisteravond, na het vergadergesprek met Berger, toen ze zich haastig voorbereidde op de uitzending van CNN. Mevrouw Darien had Scarpetta gebeld, ze was bijna hysterisch omdat het persbericht waarin Tony Dariens naam was genoemd ook had vermeld dat ze verkracht en doodgeslagen was. Mevrouw Darien had in haar verwarring en paniek gedacht dat een klap op het hoofd iets anders was dan doodgeslagen worden, en Scarpetta had haar niet gerust kunnen stellen. Scarpetta had niet gelogen. Ze had mevrouw Darien niet misleid. Zij had dat persbericht niet opgesteld, het waren niet haar woorden en hoe moeilijk het ook was, mevrouw Darien moest begrijpen dat Scarpetta haar voorlopig niet meer kon vertellen. Het speet haar verschrikkelijk, maar ze mocht niets meer over de zaak loslaten.

‘Weet u nog wat ik heb gezegd?’ Scarpetta was zich aan het verkleden toen ze met Grace Darien sprak. ‘Geheimhouding is erg belangrijk, omdat alleen de moordenaar, de lijkschouwer en de politie op de hoogte zijn van bepaalde details. Daarom kan ik u nu niets meer vertellen.’

En hier zat ze nu, de fakkeldrager van discretie en ethisch gedrag. Het was heel goed mogelijk dat iemand informatie over Grace Darien had gevonden in een BlackBerry die niet door een wachtwoord werd beschermd en de arme vrouw inmiddels had gebeld. Scarpetta moest steeds denken aan wat Carley in het openbaar had verkondigd, dat verhaal over die gele taxi die het verband vormde tussen Toni Darien en Hannah Starr, en die foute informatie over Hannahs ontbindende hoofdhaar. Natuurlijk zou een journalist, vooral als hij of zij koelbloedig en wanhopig genoeg was, met zo iemand als Grace Darien willen praten. De lijst van mogelijke afschuwelijke gevolgen veroorzaakt door haar verdwenen smartphone werd langer naarmate ze zich meer kon herinneren. Er schoten haar steeds meer namen te binnen van contacten die ze sinds het begin van haar loopbaan had onderhouden, eerst op papier en later elektronisch, en die ze had overgebracht van de ene naar de andere, steeds modernere mobiele telefoon en uiteindelijk naar het toestel dat Lucy voor haar had gekocht.

Ze vermoedde dat haar indirecte bestand honderden namen bevatte. Een heleboel mensen zouden haar nooit meer vertrouwen als iemand zoals Carley Crispin hen zou bellen op hun mobieltje, op hun vaste lijn op kantoor of thuis. Burgemeester Bloomberg, hoofdcommissaris van politie Kelly, dr. Edison, ontelbare machtige autoriteiten in binnen- en buitenland, en daarnaast nog haar enorme netwerk van forensische collega’s, artsen, officieren van justitie en advocaten, plus haar familie, vrienden, haar eigen artsen, tandarts, kapper, persoonlijke trainer en huishoudster. Winkels waar ze vaak boodschappen deed. Wat ze had besteld op Amazon, ook de boeken die ze nu aan het lezen was. Restaurants. Haar accountant. Haar privébankier. Hoe langer ze erover nadacht, des te langer werd haar lijst en hoe meer zorgen ze zich maakte. Bewaarde voicemails die op het scherm konden worden gelezen en die ze zonder wachtwoord kon beluisteren. Documenten en PowerPoint-presentaties met grafische beelden die ze had gedownload van e-mails, ook de plaatsdelictfoto’s van Toni Darien. De foto die Carley in de uitzending had laten zien, was misschien afkomstig van Scarpetta’s telefoon. En ze dacht aan IM, instant messaging, al die mogelijkheden om voortdurend rechtstreeks met iemand in contact te staan.

Scarpetta geloofde niet in sms’en, ze vond dat soort technieken een dwangmiddel, geen verbetering, en deze misschien wel een van de meest betreurenswaardige en domme vernieuwingen in de geschiedenis – mensen die verwoed zaten te typen op een piepklein touchscreen of een keypad terwijl ze hun aandacht bij veel belangrijker dingen hoorden te houden: een auto besturen, een drukke straat oversteken, gevaarlijke apparaten bedienen zoals vliegtuigen of treinen, in een klaslokaal of collegezaal zitten luisteren, naar medische colleges, een toneelstuk of een concert gaan, aandacht besteden aan degene die tegenover hen zat of naast hen in bed lag. Nog niet zo lang geleden had ze een medisch student die stage liep bij haar in New York betrapt toen hij een sms’je stuurde tijdens een autopsie en de toetsen indrukte met zijn in latex gehulde vingers. Ze had hem de zaal uit gestuurd, geweigerd hem nog les te geven en dr. Edison gemaand om dat soort elektronica te verbieden in alle ruimten behalve de kleedkamers. Maar dat zou nooit gebeuren. Daar was het al te laat voor, dat zou betekenen dat ze de wijzers van de klok achteruitzetten en daar zou niemand het mee eens zijn.

Agenten, gerechtelijk-geneeskundig rechercheurs, wetenschappers, pathologen-anatomen, anthropologen, tandheelkundigen, forensisch archeologen, mortuariumpersoneel en de mensen van de veiligheidsdiensten zouden hun PDA’s, iPhones, BlackBerry’s, mobieltjes en pagers nooit opgeven. En ondanks haar regelmatige waarschuwingen aan collega’s over het openbaar maken van vertrouwelijke informatie via sms’en, e-mails of, god verhoede het, foto’s of video’s die met dat soort apparaten waren genomen, gebeurde het voortdurend. Zelfs zij liet zich tegenwoordig verleiden om te sms’en en veel vaker berichten en informatie te downloaden dan verstandig was, en ze ging er soms zelfs vrij slordig mee om. Ze bracht veel tijd door in taxi’s en op vliegvelden, en de stroom informatie hield nooit op en gunde haar geen rust. Ze beschermde bijna niets meer met een wachtwoord omdat het haar frustreerde, of misschien omdat ze het geen prettig gevoel vond dat haar nichtje haar gangen kon nagaan.

Ze klikte haar postvak aan en zag dat de laatst binnengekomen e-mail van Lucy was, met als uitdagend onderwerp: VOLG HET BROODKRUIMELSPOOR. Ze opende het bericht.

Tante Kay, de bijlage is een gps-datalog van het
tactisch traceren dat elke 15 seconden wordt
geüpdatet. Ik heb er alleen de belangrijkste tijdstippen
en plaatsen bijgezet, vanaf een uur of halfacht, toen je
je jas ophing in de kast van de make-upkamer, naar ik
aanneem met je BlackBerry in de zak. Een foto is
duizend woorden waard. Bekijk de voorstelling en trek
je eigen conclusie. Ik ken de mijne. Ik ben blij dat je
niets is overkomen, dat spreekt vanzelf. Marino heeft
me verteld van de FedEx. L.

Het eerste beeld van de voorstelling was wat Lucy een ‘vogelvluchtperspectief van het Time Warner Center’ had genoemd, een panoramisch overzicht. Het werd gevolgd door een plattegrond met een adres, met vermelding van lengte- en breedtegraad. Het stond vast dat Scarpetta om 19.35 uur nog in het Time Warner Center was geweest, toen ze via de ingang in de noordelijke toren in 59th Street naar binnen was gegaan, langs de bewaking, de lift had genomen naar de vierde verdieping, door de gang naar de make-upkamer was gelopen en haar jas daar in de kast had gehangen. Op dat moment waren alleen zij en de visagist daar aanwezig geweest, en in de twintig minuten dat ze daar in de stoel had gezeten om te worden opgemaakt en om te wachten, terwijl ze op de tv die daar altijd aanstond naar Campbell Brown had gekeken, had niemand iets uit haar jaszak kunnen halen.

Voor zover ze het zich kon herinneren, had een geluidstechnicus haar om twintig over acht een microfoontje omgedaan, nu ze erover nadacht minstens twintig minuten vroeger dan anders, waarna ze was meegenomen naar de set om daar aan tafel te gaan zitten. Carley Crispin was pas een paar minuten voor negen verschenen, ze was tegenover Scarpetta gaan zitten, had water door een rietje gedronken en haar begroet, en toen was de uitzending begonnen. Tijdens de uitzending en tot Scarpetta tegen elven het gebouw verliet, had haar BlackBerry in haar jaszak gezeten, volgens Lucy tenzij,

… je BB op hetzelfde adres ergens anders is
neergelegd, bijv. in een andere kamer of verdieping,
dan zijn lengte- en breedtegr. niet veranderd. Dat kan
ik dus niet zien. Ik weet alleen dat hij in het gebouw is
gebleven.

Daarna, toen Carley Crispin en Scarpetta het Time Warner Center hadden verlaten, was de BlackBerry met hen meegegaan. Scarpetta volgde zijn reis in het log, in de voorstelling, naar het volgende vogelvluchtperspectief, deze keer van Columbus Circle, en het daaropvolgende van haar appartementengebouw in Central Park West, om 23.16 uur. Je zou tot de conclusie kunnen komen dat haar BlackBerry toen nog steeds in haar jaszak zat en dat de WAAS-ontvanger toen ze naar huis liep gewoon haar eigen spoor had gevolgd. Maar dat was niet waar, want Benton had een paar keer geprobeerd haar te bellen en als de BlackBerry toen nog in haar zak had gezeten, had die moeten rinkelen. Ze had hem niet uitgeschakeld, dat deed ze bijna nooit.

Dus toen Scarpetta haar gebouw was binnengegaan, had ze haar BlackBerry niet meer bij zich. De volgende beelden van de voorstelling waren een reeks luchtfoto’s, plattegronden en adressen die lieten zien dat haar BlackBerry een bizarre reis had gemaakt, die was begonnen met de terugkeer naar het Time Warner Center. Vervolgens was hij door Sixth Avenue gegaan en gestopt bij nummer 60 in East 54th Street. Scarpetta vergrootte het overzichtsbeeld en bestudeerde een groep granietgrijze gebouwen tussen wolkenkrabbers en stilstaande auto’s en taxi’s op straat. Op de achtergrond herkende ze het Museum of Modern Art, het Seagram Building en de Frans-gotische toren van de Sint-Thomaskerk.

Lucy’s volgende opmerking:

E. 54th nr. 60 is het Hotel Elysée met de bekende
Monkey Bar – alleen toegankelijk voor vaste klanten.
Een soort privéclub, heel exclusief, erg Hollywood.
Stamkroeg van beroemdheden en rijke lieden.

Zou de Monkey Bar op dit moment open zijn, om kwart over drie in de morgen? Volgens het log bevond haar BlackBerry zich nog steeds op dat adres. Ze dacht aan Lucy’s opmerking over lengteen breedtegraden. Misschien was Carley niet naar de Monkey Bar gegaan, maar was ze wel in hetzelfde gebouw. Ze e-mailde haar nichtje:

Is die kroeg nog open of is het mogelijk dat mijn BB in
dat hotel is?

Lucy antwoordde:

Kan in het hotel zijn. Ik ben een getuige aan het
verhoren, anders zou ik er zelf naartoe gaan.

Scarpetta:

Dat kan Marino doen, tenzij hij bij jou is.

Lucy:

Ik denk dat ik hem zal opblazen. Het grootste deel van
je data zit in een back-up op de server. Niets aan de
hand. Marino is niet bij mij.

Ze bedoelde dat ze Scarpetta’s BlackBerry van een afstand kon bedienen, dat ze de meeste gegevens kon wissen en ook de aanpassingen aan de gebruiker ongedaan kon maken. Ze kon het apparaat terugzetten op de instellingen van de fabrikant. Maar als Scarpetta’s vermoedens juist waren, was het daar al te laat voor. Ze was haar BlackBerry al zes uur kwijt en als Carley Crispin hem had gestolen, had ze meer dan genoeg tijd gehad om een schatkist vol vertrouwelijke gegevens te plunderen. Daar was ze misschien al eerder mee begonnen, wat de afbeelding verklaarde die ze in de uitzending had laten zien. Dat zou Scarpetta haar nooit vergeven, maar ze moest wel het bewijs hebben.

Ze schreef:

Niet opblazen. De BB met inhoud is bewijsmateriaal.
Blijf hem alsjeblieft volgen. Waar is Marino? Thuis?

Lucy’s antwoord:

BB bevindt zich al drie uur op die locatie. Marino zit op
het RTCC.

Scarpetta gaf geen antwoord meer. Ze wilde het wachtwoordprobleem niet aan de orde brengen, niet nu de zaken er zo voorstonden. Misschien zou Lucy de BlackBerry toch opblazen, ondanks Scarpetta’s instructies, want tegenwoordig leek ze nergens meer toestemming voor nodig te hebben. Het was verbijsterend wat Lucy allemaal aan de weet kon komen en dat verontrustte Scarpetta, er zat haar iets dwars wat ze niet kon omschrijven. Lucy wist waar de BlackBerry was, ze wist blijkbaar waar Marino was, ze was op een andere manier dan in het verleden betrokken bij hun leven. Wat wist haar nichtje nog meer en waarom hield ze hen allemaal in de gaten, of wilde ze in elk geval de mogelijkheid hebben om dat te doen? Voor het geval dat je wordt ontvoerd, had ze gezegd, en dat had ze niet grappig bedoeld. Of als je je Black-Berry kwijtraakt, bijvoorbeeld in een taxi laat liggen, kan ik hem vinden, had ze uitgelegd.

Het was heel vreemd. Scarpetta dacht terug aan het moment waarop Lucy hun de handzame toestelletjes had gegeven en ze verwonderde zich over de timing en de slimme manier waarop Lucy hen met haar geschenk had verrast. Op een zaterdagmiddag, de laatste zaterdag in november, Scarpetta kon het zich nog herinneren. Benton en zij waren in de fitnessruimte aan het werk met de trainer, waarna ze een sauna zouden nemen, vroeg zouden eten en dan naar het theater zouden gaan om Billy Elliott te zien. Ze hadden vaste gewoonten, die Lucy kende.

Ze wist dat ze nooit hun telefoon meenamen naar de fitnessruimte. De ontvangst was er slecht en het was niet nodig omdat ze daar toch wel bereikbaar waren. In noodgevallen kon men de receptie bellen, die de boodschap doorgaf. Toen ze teruggingen naar hun appartement, lagen de nieuwe BlackBerry’s daar op hen te wachten, met een rood lint eromheen op de eettafel. Er lag een briefje bij waarin Lucy, die een sleutel van hun appartement had, uitlegde dat ze tijdens hun afwezigheid alle gegevens van hun oude telefoons had overgebracht naar de nieuwe. Plus gedetailleerde instructies hoe ze de BlackBerry’s moesten gebruiken. Waarschijnlijk had ze Berger en Marino op dezelfde manier voor het blok gezet.

Scarpetta stond op van de eettafel en liep naar de telefoon.

‘Hotel Elysée. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’ zei een man met een Frans accent.

‘Wilt u me doorverbinden met Carley Crispin?’

Het bleef even stil. Toen zei de man: ‘Mevrouw, wilt u echt dat ik nu haar kamer bel? Het is midden in de nacht.’