4
Het hoofd van de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst van New York City stond over zijn microscoop gebogen toen Scarpetta licht op zijn open deur klopte.
‘Je weet wat er gebeurt als je een stafvergadering overslaat, hè?’ zei dr. Brian Edison zonder op te kijken, terwijl hij een glaasje op de objecttafel legde. ‘Dan wordt er over je geroddeld.’
‘Ik hoef het niet te horen.’ Scarpetta liep de kamer in en ging op het iepenhouten fauteuiltje voor zijn grote bureau zitten.
‘Misschien moet ik het je toch vertellen, want het ging niet over jou persoonlijk.’ Hij draaide zich naar haar toe, met zijn witte haar in de war, en keek haar zo scherp als een havik aan. ‘Het heeft wel met jou te maken. CNN, TLC, Discovery, alle kabelnetwerken die je maar kunt bedenken. Weet je hoeveel telefoontjes we elke dag krijgen?’
‘Ik weet zeker dat je alleen al daarvoor een extra kantoorkracht zou kunnen aannemen.’
‘Terwijl we mensen moeten ontslaan. Laagopgeleide medewerkers, laboratoriumpersoneel. We moeten het al met minder schoonmakers en bewakers doen,’ zei hij. ‘God weet waar het naartoe gaat als de staat zijn dreigementen uitvoert en nog dertig procent van ons budget aftrekt. We maken geen deel uit van de amusementswereld. Dat willen we niet en dat kunnen we ons niet veroorloven.’
‘Het spijt me als ik jullie tot last ben, Brian.’
Hij was waarschijnlijk de beste forensisch patholoog die Scarpetta kende en hij wist precies wat zijn levenstaak inhield. Die verschilde van de hare, dat was duidelijk. Hij was van mening dat de forensische geneeskunde een volksgezondheidsinstelling was en dat de media alleen gerechtigd waren om het publiek in te lichten als het een kwestie was van leven of dood. Een dreigend gevaar of een besmettelijke ziekte, en dat kon gaan om een mogelijk dodelijk ontwerp van een wieg of een uitbarsting van het hantavirus. Hij had geen ongelijk, maar zijn opvatting was niet langer toereikend. De wereld was veranderd en niet noodzakelijk beter geworden.
‘Ik probeer mijn weg te vinden op een route die ik niet zelf heb gekozen,’ zei Scarpetta. ‘In een wereld met alleen lage wegen kies je voor de hoogste weg. Wat kunnen we anders doen?’
‘Ons verlagen tot hun niveau?’
‘Ik hoop niet dat je vindt dat ik dat doe.’
‘Wat vind je zelf van je loopbaan bij CNN?’ Hij pakte de bruyèrehouten pijp die hij binnen niet meer mocht roken.
‘Ik beschouw het niet als een loopbaan,’ antwoordde ze. ‘Het is iets wat ik doe om informatie te verspreiden zoals ik vind dat dat in deze tijd moet gebeuren.’
‘Als het niet zonder kan, dan maar met.’
‘Als jij dat wilt, hou ik ermee op, Brian. Dat heb ik al gezegd toen ik eraan begon. Ik zal nooit iets doen, althans niet met opzet, om deze instelling in verlegenheid te brengen of zelfs maar op de geringste manier te compromitteren.’
‘Nou ja, we hoeven dit onderwerp niet te herkauwen,’ zei hij. ‘In theorie ben ik het niet met je oneens, Kay. Het publiek weet nog even weinig van strafrecht en forensische zaken als vroeger en dat maakt een puinhoop van plaatsen delict, rechtszaken, de wetgeving en de verdeling van de belastingopbrengst. Toch geloof ik niet dat meewerken aan dit soort programma’s zal helpen het probleem op te lossen. Maar wie ben ik, bovendien ben ik behoorlijk conservatief. Maar ik vind gewoon dat ik je zo nu en dan moet waarschuwen dat je omzichtig te werk moet gaan. Wat betreft Hannah Starr, bijvoorbeeld.’
‘Ik neem aan dat jullie het daar in de stafvergadering over hebben gehad. Als jullie het niet over mij persoonlijk hadden,’ zei Scarpetta.
‘Ik kijk niet naar dat soort talkshows.’ Hij speelde met de pijp. ‘Maar mensen zoals Carley Crispin en Warner Agee hebben zich blijkbaar enthousiast op Hannah Starr gestort, de nieuwe Caylee Anthony of Anna Nicole Smith. Ik hoop niet dat ze je in die show van vanavond vragen gaan stellen over die vermoorde hardloopster.’
‘Ik heb met CNN afgesproken dat ze me niet proberen uit te horen over niet-afgehandelde zaken.’
‘Wat heb je afgesproken met die Crispin? Zij schijnt zich niets van de spelregels aan te trekken, dus de kans is groot dat zij het je vanavond heel lastig zal maken.’
‘Ze hebben me gevraagd of ik het over microscopie wil hebben, in het bijzonder over haaranalyse,’ zei Scarpetta.
‘Mooi zo, dat lijkt me wel nuttig. Ik weet dat collega’s in laboratoria bang zijn dat hun wetenschappelijke onderzoeken steeds minder belangrijk worden gevonden, omdat het publiek en de politici denken dat DNA een soort wonderlamp is. Als we maar hard genoeg wrijven, worden alle problemen daarmee opgelost en hoeven we geen vezels, haar, twijfelachtige documenten of vingerafdrukken meer te onderzoeken en kan de toxicologie ook in de prullenbak.’ Dr. Edison legde zijn pijp terug in de asbak, die al jarenlang niet meer hoefde te worden geleegd. ‘Ik neem aan dat de identiteit van Toni Darien vaststaat. De politie wil die informatie openbaar maken.’
‘Ik heb er geen bezwaar tegen dat ze haar naam publiceren, maar het sectierapport blijft gesloten. Ik vermoed dat de plaats delict niet klopt, dat ze daar niet is vermoord en misschien niet eens aan het hardlopen was toen ze werd aangevallen.’
‘Waar baseer je dat op?’
‘Een paar dingen. Ze heeft een klap op haar achterhoofd gehad, op het achterste deel van haar linkerslaapbeen.’ Scarpetta raakte haar hoofd aan om hem de plek aan te wijzen. ‘Ze heeft waarschijnlijk nog uren geleefd, te oordelen naar de drabbige massa en het doorbloedde, waterzuchtige weefsel onder de schedelhuid. Die sjaal is om haar hals geknoopt toen ze al dood was.’
‘Heb je enig idee wat het wapen kan zijn geweest?’
‘Het is een ronde, vergruisde breuk, die een groot aantal botsplinters in de hersenen heeft gedrukt. Het voorwerp waarmee ze is geslagen, heeft in elk geval een rond oppervlak met een doorsnee van vijf centimeter.’
‘Geen schone breuk, maar splinters,’ zei hij nadenkend. ‘Dus hebben we het bijvoorbeeld niet over een hamer, niet over iets wat rond is met een platte kant. En niet over een honkbalknuppel, want daarvan is de ronding aan het uiteinde te groot. Een biljartbal, die grootte. Ik vraag me af wat het kan zijn geweest.’
‘Ik denk dat ze dinsdag is vermoord,’ zei Scarpetta.
‘Begint ze al te ontbinden?’
‘Nee, maar het patroon van de lijkvlekken toont aan dat ze na haar dood minstens twaalf uur op haar rug moet hebben gelegen, naakt, met haar armen naast haar lichaam en de handpalmen omlaag. Zo is ze niet gevonden, zo lag ze niet in het park. Ze lag wel op haar rug, maar haar armen lagen boven haar hoofd, iets gebogen, alsof iemand haar bij haar polsen over de grond had gesleept.’
‘Stijfheid?’ vroeg hij.
‘Ik kon haar armen weer bewegen. Dus de verstijving was aan het wegtrekken. Ook daar is tijd voor nodig.’
‘Het was niet moeilijk haar te verplaatsen, dat bedoel je, denk ik. Het zou moeilijker zijn geweest haar naar het park te brengen als ze nog stijf was geweest,’ zei hij. ‘Begint ze uit te drogen? Zoals je kunt verwachten als ze op een koele plaats heeft gelegen om daar een dag of twee te worden bewaard?’
‘Haar lippen en vingers, en tache noire. Haar ogen stonden iets open en het oogbindvlies was bruin doordat het was verdroogd. Haar okseltemperatuur was tien graden Celsius, gisteravond was haar laagste temperatuur één komma elf en haar hoogste overdag acht komma drie-drie. De sjaal heeft een oppervlakkige, ronde, droge bruine vlek achtergelaten. Geen onderhuidse bloeding, geen petechieën in het gezicht of rondom de ogen. Geen opgezwollen tong.’
‘Dus postmortaal,’ beaamde dr. Edison. ‘Zat de knoop van de sjaal boven een schouder?’
‘Nee, midden voor haar hals.’ Ze wees de plek aan. ‘Een dubbele knoop, die ik natuurlijk niet heb doorgesneden. Ik heb de sjaal aan de achterkant doorgesneden. Hij heeft geen enkele beschadiging veroorzaakt, ook niet intern. Het tongbeen, de schildklier en de riemspieren waren intact en onbeschadigd.’
‘Wat ook je vermoeden weer bevestigt dat ze ergens anders is vermoord en in het park is neergelegd, aan de rand, waar ze de volgende morgen wanneer mensen naar hun werk gaan vlug zou worden gevonden,’ zei hij. ‘Heb je kunnen zien of ze is vastgebonden? En is ze verkracht?’
‘Ik heb geen kneuzingen of afdrukken van een touw of zo gezien. Niets wat erop wijst dat ze heeft gevochten,’ antwoordde Scarpetta. ‘Maar op de binnenkant van haar dijbenen zaten blauwe plekken. De fourchette is geschramd en heeft licht gebloed met wat kneuzing, de schaamlippen zijn rood. Geen zichtbaar vocht bij de ingang van de schede of in de schede zelf, maar wel een onregelmatige abrasie op de achterwand. Ik heb een uitstrijkje gemaakt voor onder meer DNA. En ik heb haar onderzocht met een forensische lamp en verzameld wat ik kon vinden, zoals vezels. Vooral uit haar haren,’ vervolgde ze. ‘Een heleboel zand en rommel in het hoofdhaar, dat ik om de wond heb afgeschoren. Onder een vergrootglas heb ik verfsnippertjes gezien, sommige diep in de wond. Fel rood, knalgeel en zwart. We zullen zien wat het sporenonderzoek oplevert. Ik heb tegen iedereen gezegd dat het een spoedgeval is.’
‘Dat zeg je volgens mij altijd.’
‘Wat ook vreemd is, is dat haar sokken verkeerd om zaten,’ zei Scarpetta.
‘Verkeerd om? Dat kan toch niet? Bedoel je binnenstebuiten?’
‘Hardloopsokken zijn anatomisch correct ontworpen voor de linker- en de rechtervoet, met een L op de linker- en een R op de rechtersok. De hare zaten verkeerd om.’
‘Kan ze dat niet per vergissing zelf hebben gedaan toen ze zich verkleedde?’ Dr. Edison trok het jasje van zijn pak aan.
‘Dat zou natuurlijk kunnen, maar als ze wat haar hardloopspullen betreft zo precies was, zou ze dan haar sokken verkeerd om aantrekken? En zou ze in de kou en de regen gaan hardlopen zonder handschoenen aan? Zonder haar oren te bedekken, zonder warm jack, in een fleece trui? Mevrouw Darien zei dat Toni een hekel had aan hardlopen in slecht weer. En ze had het horloge dat Toni droeg nooit gezien. Een groot, zwart, plastic digitaal horloge met de naam BioGraph erop; het kan zijn dat het bepaalde gegevens registreert.’
‘Heb je het gegoogeld?’ Dr. Edison stond op.
‘En ik heb Lucy laten zoeken. Ze zal verder zoeken zodra ze een DNA-monster hebben genomen. Tot nu toe hebben we geen enkel horloge of apparaat met de naam BioGraph kunnen vinden. Ik hoop dat Toni’s dokter of iemand anders die haar kende weet wat het is en waarom ze het droeg.’
‘Ik neem aan dat je beseft dat je parttime zo langzamerhand fulltime is geworden.’ Hij pakte zijn aktetas en haalde zijn jas van de haak op de deur. ‘Volgens mij ben je al een maand niet in Massachusetts geweest.’
‘Ik heb het hier nogal druk gehad.’ Ze stond ook op en pakte haar spullen.
‘Wie bestuurt daar je trein?’
‘Mijn trein moet binnenkort voorgoed terug naar Boston,’ zei ze, terwijl ze haar jas aantrok en ze samen naar buiten liepen. ‘De geschiedenis herhaalt zich, jammer genoeg. Mijn kantoor in Watertown, dat het noordoostelijke district bestrijkt, wordt waarschijnlijk aanstaande zomer gesloten. Alsof ze het in Boston nog niet druk genoeg hebben.’
‘En Benton reist heen en weer.’
‘Met de shuttle,’ beaamde Scarpetta. ‘Soms geeft Lucy hem een lift in de helikopter. Hij is veel hier.’
‘Het is aardig van haar dat ze helpt met het zoeken naar dat horloge, die BioGraph. Haar computerwerk is te duur voor ons. Maar als het lab ermee klaar is en Jaime Berger het goedvindt, wil ik graag weten wat voor apparaat het is en welke gegevens het heeft verzameld. Morgenochtend heb ik een vergadering op het gemeentehuis, in de arena, de burgemeester komt ook. Wat wij doen is niet bevorderlijk voor het toerisme. Hannah Starr. En nu Toni Darien. Je weet vast wel wat ik te horen zal krijgen.’
‘Misschien moet je ze nog eens goed onder de neus wrijven dat wat wij doen nog slechter voor het toerisme zal zijn als ze nog meer in ons budget gaan snijden, omdat we dan ons werk helemaal niet meer naar behoren kunnen doen.’
‘Toen ik hier in het begin van de jaren negentig begon, werd tien procent van de moorden in het hele land hier gepleegd, in New York,’ zei hij toen ze door de lobby liepen, waar Elton John uit de radio klonk. ‘In mijn eerste jaren waren dat drieëntwintighonderd moorden. Vorig jaar waren het er nog geen vijfhonderd, dat is achtenzeventig procent minder. Dat schijnt iedereen te vergeten. Ze denken alleen aan de laatste sensationele moord. Filene en haar muziek… Zal ik die radio van haar afpakken?’
‘Nee, toch,’ zei Scarpetta.
‘Je hebt gelijk. Onze mensen werken hard en er valt hier niet veel te lachen.’
Ze liepen naar buiten, waar een koude wind waaide en het verkeer op First Avenue een hels lawaai maakte. Het spitsuur was op zijn hoogtepunt, taxi’s slingerden en toeterden, sirenes loeiden, ambulances raceten naar het moderne Bellevue ziekenhuiscomplex een paar straten verderop en naar het naburige Langone, het Academisch Medisch Centrum. Het was net vijf uur geweest en al pikdonker buiten. Scarpetta rommelde in haar schoudertas om haar BlackBerry te pakken, want ze moest Benton bellen.
‘Succes vanavond,’ zei dr. Edison met een paar klapjes op haar arm. ‘Ik kijk niet.’
Dodie Hodge en haar Boek der Magie, met een zwarte omslag met gele sterren, dat ze overal mee naartoe nam.
‘Toverspreuken, rituelen, amuletten… Ze verkocht stukjes koraal, spijkers, zijden zakjes met tonkabonen…’ zei Benton tegen dr. Clark. ‘Daar hebben we in het McLean heel wat gedoe om gehad. Andere patiënten en zelfs ziekenhuispersoneel dat zogenaamde spirituele voorwerpen en talismannen van haar kocht en haar tegen betaling raadpleegde. Ze beweert dat ze helderziend is en andere bovennatuurlijke gaven heeft en je weet dat een heleboel mensen, vooral als ze problemen hebben, daar erg ontvankelijk voor zijn.’
‘Maar toen ze die dvd’s stal in die boekwinkel in Detroit lieten haar bovennatuurlijke gaven haar in de steek, of misschien had ze voorzien dat ze zou worden betrapt,’ zei dr. Clark, nog steeds op weg naar de waarheid, die in zicht was.
‘Volgens haar had ze die niet gestolen. Ze mocht ze gewoon meenemen, omdat Hap Judd haar neef is,’ zei Benton.
‘Is dat waar of heeft ze dat ook gelogen? Of heeft ze zich dat in haar hoofd gezet?’
‘We weten niet of het waar is,’ antwoordde Benton.
‘Maar daar kun je toch gemakkelijk achter komen?’ zei dr. Clark.
‘Ik heb vanmorgen zijn agent in L.A. gebeld.’ Het was een bekentenis. Benton wist niet waarom hij die had gedaan, maar wel dat hij er niet omheen kon.
Dr. Clark zei niets en bleef Benton aankijken.
‘De agent wilde het bevestigen noch ontkennen. Ze zei dat ze niet gerechtigd was om over Hap Judds persoonlijke leven te praten.’ Benton voelde de woede weer opkomen, sterker dan voorheen. ‘Ze vroeg waarom ik iets wilde weten over die vrouw, Dodie Hodge, en door de manier waarop ze dat zei, kreeg ik de indruk dat ze Dodie kende, al deed ze alsof haar neus bloedde. Ik kon er natuurlijk niet over uitweiden, dus zei ik alleen dat ik informatie had gekregen die ik bevestigd wilde hebben.’
‘Je zei niet wie je was en waarom je dat wilde.’
Benton zweeg en dat was zijn antwoord. Nathan Clark kende hem zeer goed, omdat Benton hem die kans had gegeven. Ze waren vrienden. Misschien was dr. Clark wel Bentons enige vriend, de enige die toestemming had om verboden terrein te betreden. Behalve Scarpetta, en zelfs zij moest zijn grenzen respecteren. Ze vermeed terreinen die haar angst aanjoegen en dit ging over het terrein dat haar de meeste angst aanjoeg. Dr. Clark was bezig de waarheid uit Benton te trekken en Benton hield hem niet tegen. Het moest gebeuren.
‘Dit is een probleem dat voortkomt uit je vroegere baan bij de FBI, hè?’ zei dr. Clark. ‘Je kunt het jezelf niet beletten zo nu en dan undercover te gaan om aan bepaalde informatie te komen. Hoe lang werk je nu al in de privésector?’
‘Ze dacht waarschijnlijk dat ik journalist was.’
‘Heb je dat gezegd?’
Geen antwoord.
‘In plaats van te zeggen wie je bent, waar je werkt en waarom je het wilt weten. Maar dat zou een overtreding van de HIPAA zijn,’ ging dr. Clark verder.
‘Inderdaad.’
‘En wat jij deed, was dat niet.’
Benton zweeg weer en gaf dr. Clark daardoor de gelegenheid net zo ver te gaan als hij wilde.
‘Ik denk dat we weer eens een serieus gesprek over jou en de FBI moeten hebben,’ zei dr. Clark. ‘Het is al heel lang geleden dat we het over die jaren dat jij getuigenbescherming genoot hebben gehad, toen Kay dacht dat je was vermoord door het misdaadkartel van de familie Chandonne. Die afschuwelijke tijd toen je je schuil moest houden en in een situatie leefde die bijna geen mens zich kan voorstellen. Misschien moeten jij en ik eens onderzoeken hoe je nu denkt over je verleden bij de FBI, want misschien is dat verleden nog niet afgesloten.’
‘Het is al heel lang geleden. Een vorig leven. Een vorig beroep.’ Benton wilde er niet meer over praten, maar hij deed het toch. Hij liet dr. Clark erover doorpraten. ‘Maar je hebt waarschijnlijk gelijk. Eens een smeris, altijd een smeris.’
‘Altijd een smeris, ja, dat cliché ken ik. Maar ik waag te zeggen dat dit wat jou betreft niet alleen een cliché is. Je geeft toe dat je je vandaag hebt gedragen als een wetsdienaar in plaats van een psychiater, voor wie het welzijn van zijn patiënten op de eerste plaats komt. Dodie Hodge heeft iets in je wakker gemaakt.’
Benton gaf geen antwoord.
‘Iets wat nooit diep in slaap is geweest. Dat dacht je alleen maar,’ vervolgde dr. Clark.
Benton bleef zwijgen.
‘Dus vraag ik me af wat dat teweeg heeft gebracht. Niet Dodie, zij is niet belangrijk genoeg. Maar misschien is ze de katalysator. Ben je dat met me eens?’ vroeg dr. Clark.
‘Ik weet niet wat ze is. Maar je hebt gelijk. Zij is niet de oorzaak.’
‘Ik vermoed dat Warner Agee de oorzaak is,’ ging dr. Clark verder. ‘De afgelopen drie weken is hij regelmatig een gast geweest in de talkshow waaraan Kay vanavond ook weer meewerkt, waar hij wordt aangeprezen als forensisch psychiater van de FBI, de eerste profiler, dé expert op het gebied van seriemoordenaars en psychopaten. Hij laat je niet koud en dat is te begrijpen. Je hebt zelfs eens tegen me gezegd dat je hem wel zou kunnen vermoorden. Kent Kay hem ook?’
‘Niet persoonlijk.’
‘Weet ze wat hij je heeft geflikt?’
‘We praten niet over die periode,’ zei Benton. ‘We wilden verder, opnieuw beginnen. Over een heleboel dingen kán ik niet praten, maar al kon ik dat wel, zij zou het niet willen horen. Eerlijk gezegd, weet ik niet eens hoeveel zij zich van die tijd herinnert en ik wil haar niet dwingen erover na te denken.’
‘Misschien ben je bang voor wat er zou kunnen gebeuren als er bij haar allerlei herinneringen naar boven zouden komen. Misschien ben je bang voor haar woede.’
‘Haar woede is terecht, maar ze praat er niet over. Ik denk dat zíj bang is voor haar woede,’ zei Benton.
‘En jouw woede?’
‘Woede en haat zijn destructieve krachten. Ik wil geen woede of haat voelen.’ Woede en haat brandden een gat in zijn maag, alsof hij een bijtend middel had doorgeslikt.
‘Ik neem aan dat je haar nooit precies hebt uitgelegd wat Warner je heeft aangedaan. Ik neem aan dat je het buitengewoon vervelend vindt hem op tv en in het nieuws te zien, dat het de deur heeft geopend naar een kamer die je niet binnen wilt gaan,’ zei dr. Clark.
Benton gaf geen commentaar.
‘Is het misschien bij je opgekomen dat Warner erop aan heeft gestuurd dat hij ook werd gevraagd voor de talkshow waar Kay aan meewerkt omdat hij het leuk vindt je rivaal te zijn? Ik meen me te herinneren dat je me een keer hebt verteld dat Carley Crispin graag jou en Kay samen in haar programma wilde hebben, ik geloof dat zij dat zelfs een keer in een uitzending heeft gezegd. Misschien heb ik het van haar gehoord. Jij had het aanbod afgeslagen en daar had je gelijk in. Maar wat gebeurde er toen? Toen verscheen Warner op het toneel. Een samenzwering? Warner wilde jou weer een hak zetten? Gaat dit weer om de rivaliteit tussen hem en jou?’
‘Kay verschijnt nooit tegelijk met een andere gast in een uitzending, ze zit niet in panels, ze wil niet deelnemen aan wat zij The Hollywood Squares noemt, zogenaamde deskundigen die elkaar overschreeuwen. En ze doet maar zelden aan die talkshow mee. Aan The Crispin Report.’
‘De man die na je opstanding uit de dood jou je leven probeerde af te pakken, is op weg om een beroemde deskundige te worden, is op weg om jou te worden, de man op wie hij altijd jaloers is geweest. En nu werkt hij mee aan hetzelfde programma als dat van je vrouw,’ herhaalde dr. Clark.
‘Kay doet niet regelmatig aan dat programma mee en nooit samen met een andere gast,’ herhaalde Benton. ‘Ze is maar af en toe bij Carley te gast, wat ik haar trouwens had afgeraden. Tot nu toe was het twee keer, om de producent een plezier te doen. Carley heeft alle hulp nodig die ze kan krijgen, want de kijkcijfers dalen. Deze herfst zijn ze zelfs als een lawine in de diepte gestort.’
‘Ik ben blij dat je wat dit betreft geen verdedigende of ontwijkende houding aanneemt.’
‘Ik heb liever dat ze zich terugtrekt, dat is alles. Dat ze bij Carley uit de buurt blijft. Kay is veel te aardig, verdomme, veel te behulpzaam. Ze denkt altijd dat het haar taak is anderen dingen bij te brengen. Nou ja, je kent haar.’
‘Ze is een bekende persoon geworden. Heb je daar moeite mee? Vind je dat misschien bedreigend?’
‘Ik heb liever niet dat ze op de televisie is, maar ze moet haar eigen leven leiden.’
‘Voor zover ik het me herinner, is Warner pas een week of drie geleden voor het voetlicht getreden, min of meer tegelijk met de verdwijning van Hannah Starr,’ zei dr. Clark. ‘Daarvoor was hij werkzaam achter de schermen, liet hij zich op The Crispin Report maar zelden zien.’
‘De enige manier waarop een oninteressante, absoluut niet charismatische man, iemand die helemaal niets voorstelt, zich kan laten ten uitnodigen voor een belangrijk televisieprogramma is door verdomd onbehoorlijke uitlatingen te doen over een sensationele zaak. Door zich te gedragen als een hoer.’
‘Ik hoor tot mijn opluchting dat je Warner Agees karakter niet veroordeelt.’
‘Het deugt gewoon niet, er deugt geen zak van. Zelfs zo’n verknipte kerel als hij moet weten dat het niet deugt,’ zei Benton.
‘Je hebt nog steeds zijn naam niet uitgesproken of op een directe manier naar hem verwezen. Maar ik denk dat we warmer worden.’
‘Kay weet niet precies wat er in 2003 in die motelkamer in Waltham, Massachusetts, is gebeurd.’ Benton keek dr. Clark recht aan. ‘Ze weet nergens het fijne van, ze weet niet hoe ingewikkeld het apparaat in elkaar zat, het apparaat dat de operatie aandreef. Zij denkt dat ik het allemaal zelf had bedacht, dat ik zelf voor getuigenbescherming had gekozen, dat het helemaal mijn eigen idee was. Dat ik, de profiler van het Chandonne-kartel, mijn dood had voorzien en ook dat iedereen in mijn omgeving zou sterven als de vijand niet zou geloven dat ik dood was. Dat ze, als ik bleef leven, achter me aan zouden zijn gekomen, en achter haar en anderen aan. Jazeker. Nou, hij is toch nog achter Kay aan gegaan, Jean-Baptiste Chandonne, het is een wonder dat ze nog leeft. Maar ik zou het heel anders hebben aangepakt. Ik zou hebben gedaan wat ik uiteindelijk toch heb kunnen doen, de mensen uit de weg ruimen die mij uit de weg probeerden te ruimen, en Kay en anderen. Ik zou zonder het apparaat hebben gedaan wat moest worden gedaan.’
‘Wat bedoel je met het apparaat?’
‘De FBI, het ministerie van Justitie, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de regering, een zeker individu dat onzuiver advies heeft gegeven. Het apparaat werd in beweging gezet door dat onzuivere advies, advies dat was gebaseerd op eigenbelang.’
‘Warners advies. Zijn invloed.’
‘Er waren meer mensen achter de schermen die invloed uitoefenden op de bazen, maar er was er één die me uit de weg wilde hebben, die me wilde straffen,’ zei Benton.
‘Straffen waarvoor?’
‘Voor het feit dat ik het leven leidde dat hij wilde hebben. Daar beschuldigde hij me van, al zou iedereen die wist wat voor leven ik leid zich kunnen afvragen wat daar zo benijdenswaardig aan is.’
‘Vooral als ze je innerlijke leven zouden kennen,’ zei dr. Clark. ‘Datgene waardoor je wordt gekweld, je demonen. Maar oppervlakkig gezien ben je te benijden, heb je alles wat een mens maar zou kunnen begeren. Een knap uiterlijk, een goede afkomst en rijke ouders, vroeger de beste profiler van de FBI en nu een vooraanstaand forensisch psycholoog verbonden aan Harvard. En je hebt Kay. Ik kan me best voorstellen dat iemand met je zou willen ruilen.’
‘Kay denkt dat ik een beschermde getuige was, dat ik zes jaar ondergedoken heb gezeten en daarna mijn ontslag heb genomen bij de FBI,’ zei Benton.
‘Omdat je elk respect voor de FBI had verloren.’
‘Sommige mensen denken dat dat de reden was.’
‘Zij ook?’
‘Waarschijnlijk wel.’
‘Terwijl jij dacht dat de FBI zich tegen jou had gekeerd en geen respect meer had voor jou. Dat ze je in de kou lieten staan omdat Warner je een loer had gedraaid,’ zei dr. Clark.
‘De FBI vroeg deskundigen om advies en kreeg informatie en het gevraagde advies. Ik begrijp best dat ze zich zorgen maakten om mijn veiligheid. Afgezien van bevooroordeeld advies hadden degenen die de beslissingen moesten nemen een heel goede reden om zich zorgen te maken. En ik begrijp dat ze zich naderhand zorgen maakten om mijn betrouwbaarheid, na wat ik had meegemaakt.’
‘Denk je dan dat Warner Agee gelijk had wat betreft de Chandonnes en de noodzaak om je dood te ensceneren? Denk je dan dat hij gelijk had wat je betrouwbaarheid betrof, dat je inderdaad niet meer in staat was om je plicht te doen?’
‘Je weet het antwoord al. Ze hebben me belazerd,’ zei Benton. ‘Maar ik geloof niet dat hij uit rivaliteit met mij aan dat televisieprogramma meewerkt. Ik vermoed dat daar een heel andere reden voor is, een reden die niets met mij te maken heeft, althans niet rechtstreeks. Maar ik had er liever niet aan terug willen denken, dat is alles. Daar had ik echt geen behoefte aan.’
‘Het is heel interessant. Warner heeft zich in zijn lange en niet bepaald opzienbarende loopbaan altijd vrij rustig gehouden, hij is op de achtergrond gebleven, en nu is hij voortdurend in het nieuws,’ zei dr. Clark. ‘Ik moet toegeven dat wat ik denk dat zijn reden daarvoor is, en ik kan me vergissen, me voor een raadsel stelt. Ik weet niet of het toch om jou gaat, of misschien niet alleen om jou, of hij nog steeds jaloers op je is of alleen maar beroemd wil worden. Maar je zult wel gelijk hebben. Waarschijnlijk zit er iets anders achter. Maar wat zou dat kunnen zijn? En waarom nu? Misschien doet hij het voor het geld. Misschien heeft hij geldzorgen, zoals zoveel mensen, wat op zijn leeftijd geen pretje is.’
‘Nieuwsprogramma’s betalen hun gasten niet,’ zei Benton.
‘Maar als een gast zo boeiend en uitdagend is dat de kijkcijfers ervan omhooggaan, kan dat leiden tot dingen waarvoor wél wordt betaald, zoals een boek of een adviseurschap.’
‘Het is natuurlijk waar dat veel mensen hun pensioen hebben verloren en op zoek zijn naar een andere manier om te overleven. Hij kan uit zijn op geld, maar ook op genoegdoening. Dat weet ik natuurlijk niet,’ zei Benton. ‘Maar het is wel zo dat Hannah Starr hem de gelegenheid heeft geboden om op de voorgrond te treden. Als zij niet was verdwenen, zou hij niet op tv zijn en zoveel aandacht krijgen. Zoals je al zei, was hij altijd iemand achter de schermen.’
‘Hem en hij. Dus we hebben het toch over dezelfde persoon. Dat noem ik vooruitgang.’
‘Ja. Hij. Warner. Hij deugt niet.’ Benton voelde zich zowel verslagen als opgelucht. Verdrietig en doodmoe. ‘Hij heeft nooit gedeugd. Hij is niet in orde, dat is hij nooit geweest en zal hij nooit zijn. Hij is vernielzuchtig, gevaarlijk en meedogenloos. Een nar-cist, een psychopaat en een megalomaan. Niet in orde, en in dit stadium van zijn miserabele leven compenseert hij dat waarschijnlijk door zich steeds slechter te gaan gedragen. Ik durf te zeggen dat hij wordt gemotiveerd door een onstilbare behoefte aan waardering, door wat hij beschouwt als zijn beloning voor het in het openbaar verkondigen van zijn ouderwetse en ongegronde theorieën. En misschien heeft hij geld nodig.’
‘Ik ben het met je eens dat hij niet in orde is. Ik wil niet dat jij niet in orde bent,’ zei dr. Clark.
‘Met mij gaat het prima, al moet ik toegeven dat ik het niet leuk vind dat ik zijn verdomde kop steeds op dat verdomde nieuws zie en dat hij zich verdomme de lof toe-eigent die ik heb verdiend en zelfs mijn naam durft te noemen, de klootzak.’
‘Helpt het als ik je vertel hoe ik denk over Warner Agee, die ik in de loop der jaren vaker heb ontmoet dan me lief is?’
‘Laat maar horen.’
‘Altijd op beroepsmatige bijeenkomsten, en dan sloofde hij zich uit om een wit voetje te halen of, nog fraaier, mij te kleineren.’
‘Wat een verrassing.’
‘Laten we nou eens vergeten wat hij je heeft aangedaan,’ zei dr. Clark.
‘Dat kan ik niet. Hij hoort verdomme achter de tralies te zitten.’
‘Hij gaat waarschijnlijk naar de hel. Hij is een verachtelijk mens. Is dat eerlijk of niet?’ zei dr. Clark. ‘Dat is tenminste een voordeel van oud en wrakkig zijn en je elke dag afvragen of het een nog slechtere of misschien een iets betere dag zal worden. Misschien zal ik niet omvallen of koffie morsen op mijn overhemd. Een paar dagen geleden zat ik te zappen voor de tv en daar was hij. Ik moest ernaar blijven kijken, ik kon er niets aan doen. Hij ging maar door met die onzin over Hannah Starr. We hebben het niet alleen over een zaak waarvan nog niet eens vaststaat of hij moet worden berecht, maar die vrouw is nog niet eens gevonden, levend of dood. En hij gaat maar door over de gruwelijke dingen die een seriemoordenaar misschien met haar heeft gedaan. De arrogante idioot. Het verbaast me oprecht dat de FBI nog geen discrete manier heeft bedacht om hem de mond te snoeren. Hij maakt ons allemaal belachelijk, hij brengt de afdeling Gedragsanalyse verschrikkelijk in verlegenheid.’
‘Daar heeft hij nooit voor gewerkt, ook niet toen ik daar de leiding had,’ zei Benton. ‘Dat is ook weer een van zijn verzinsels. Hij heeft nooit voor de FBI gewerkt.’
‘Maar jij wel. En dat doe je nu niet meer.’
‘Je hebt gelijk. Dat doe ik nu niet meer.’
‘Dan zal ik je nu nog een samenvatting geven, voordat ik echt weg moet, anders mis ik een heel belangrijke vergadering,’ zei dr. Clark. ‘De officier van justitie in Detroit heeft je gevraagd een beklaagde, Dodie Hodge, aan een psychologisch onderzoek te onderwerpen. Dat geeft je niet het recht ander vermoed wangedrag te onderzoeken.’
‘Dat is waar.’
‘Al heeft ze je een zingende kerstkaart gestuurd, je hebt niet het recht om dat te doen.’
‘Dat is waar. Maar het is niet zomaar een zingende kaart, het is een versluierd dreigement,’ voegde Benton er nadrukkelijk aan toe.
‘Dat hangt af van hoe je het bekijkt. Je kunt ook niet bewijzen dat een Rorschachvlek een vermorzeld insect of een vlinder is. Wie zal het zeggen? Je zou kunnen zeggen dat jouw opvatting van die kaart het gevolg is van je verleden, een duidelijk bewijs dat de vele jaren dat je wetsdienaar bent geweest en veel trauma’s en geweld hebt meegemaakt, tot gevolg hebben dat je de mensen van wie je houdt overdreven in bescherming neemt, en dat je diep vanbinnen nog steeds bang bent dat de klootzakken het nog steeds op je hebben voorzien. Als je zo doorgaat, loop je het gevaar dat ze gaan denken dat jij een geestesstoornis hebt.’
‘Ik zal mijn gestoorde gedachten voortaan voor mezelf houden,’ zei Benton. ‘Ik zal geen enkele opmerking meer maken over mensen die onverbeterlijk en een plaag zijn.’
‘Goed idee. Het is niet aan ons te beoordelen wie er onverbeterlijk en een plaag zijn.’
‘Ook al weten we dat ze het zijn.’
‘We weten een heleboel,’ zei dr. Clark. ‘Ik wilde dat ik een heleboel dingen niet wist. Ik doe dit al sinds lang voordat het woord profiler bestond, toen de FBI nog tommyguns gebruikte en harder achter communisten aan rende dan achter seriemoordenaars. Denk je dat ík al mijn patiënten aardig vind?’ Hij pakte de leuningen van zijn stoel vast en duwde zichzelf omhoog om te gaan staan. ‘Denk je dat ik zo dol ben op de patiënt met wie ik vandaag een paar uur heb doorgebracht? Die lieve Teddy, die het heel normaal en behulpzaam van zichzelf vindt dat hij benzine heeft gegoten in de vagina van een negenjarig meisje. Zodat ze, legde hij me vriendelijk uit, niet zwanger zou worden doordat hij haar had verkracht. Is hij verantwoordelijk voor zijn daden? Kun je een schizofreen die geen medicijnen slikt en die zelf als kind regelmatig is misbruikt en gemarteld de schuld geven? Verdient hij een dodelijke injectie, het vuurpeloton of de elektrische stoel?’
‘De schuld krijgen van iets of verantwoordelijk worden gehouden voor iets zijn twee verschillende dingen,’ zei Benton. Zijn telefoon rinkelde.
Hij nam op in de hoop dat het Scarpetta was.
‘Ik sta voor de deur,’ zei haar stem in zijn oor.
‘Voor de deur? Hier?’ vroeg hij geschrokken.
‘Ik ben komen lopen.’
‘Jezus. Oké. Wacht in de lobby op me, niet buiten blijven staan. Ga naar binnen, dan kom ik eraan.’
‘Is er iets?’
‘Het is koud buiten. Ik kom eraan,’ zei hij, en hij stond op.
‘Wens me succes, ik ga naar het Tennisport.’ Dr. Clark stond met zijn jas aan, zijn hoed op en zijn schoudertas over zijn schouder in de deuropening, als een schilderij van Norman Rockwell van een broze oude zielenknijper.
‘Maak het McEnroe niet te moeilijk.’ Benton pakte zijn tas in.
‘De ballenmachine werkt heel traag. En wint altijd. Ik ben bang dat het eind van mijn tennisloopbaan in zicht is. Een paar weken geleden stond ik op een baan naast Billie Jean King. Ik viel en zat onder de rode gravel.’
‘Had je je maar niet zo moeten uitsloven.’
‘Ik raapte ballen op met een hopper en struikelde over dat vervloekte lint en voor ik het wist stond ze over me heen gebogen om te zien of ik iets mankeerde. Wat een manier om een ster te ontmoeten. Pas goed op jezelf, Benton. En doe de groeten aan Kay.’
Benton overwoog of hij de zingende kaart van Dodie zou meenemen en besloot die ook in zijn tas te stoppen, hij wist niet waarom. Hij kon hem niet aan Scarpetta laten zien, maar hij wilde hem niet op kantoor laten liggen. Stel dat er nog iets zou gebeuren? Maar er zou niets gebeuren. Hij was gewoon nerveus, gespannen, hij werd achtervolgd door spookbeelden uit het verleden. Alles zou goed komen. Hij deed de deur van zijn kantoor achter zich op slot en liep vlug de gang in. Hij hoefde zich nergens zenuwachtig om te maken, maar hij deed het toch. Hij was lange tijd niet zo nerveus geweest. Hij had een angstig voorgevoel, zijn psyche was gekneusd, hij zag de pijnlijke, blauwe plek zitten. Mijn psyche herinnert zich emoties die er niet meer zijn, zei een stem in zijn hoofd. Het is al heel lang geleden. Dat was toen, nu is er niets meer aan de hand. De kantoren van zijn collega’s waren allemaal al dicht, iedereen was al weg, sommigen waren op vakantie gegaan. Volgende week was het Kerstmis.
Hij liep naar de lift. De ingang van de gevangenisafdeling lag aan de andere kant van de gang en zoals altijd was het er rumoerig. Luide stemmen, iemand die riep: ‘Doe open!’ omdat de bewaker in het hokje de deuren nooit snel genoeg opende. Benton ving een glimp op van een zieke in de fel oranje overall van Rikers Island, geboeid tussen twee agenten. Waarschijnlijk een simulant, iemand die deed alsof hij ziek was of die zichzelf had verwond om de kerstdagen hier te mogen doorbrengen. Toen de stalen deuren met een klap dicht gingen en hij in de lift stond, dacht hij weer aan Dodie Hodge. En hij dacht aan de zes jaar dat hij niet had bestaan, toen hij eenzaam gevangen had gezeten in de identiteit van een man die niet bestond. Tom Haviland. Zes jaar was hij dood geweest, dankzij Warner Agee. Benton vond het vreselijk dat hij zich zo voelde. Het was verwerpelijk als je iemand kwaad wilde doen en hij wist hoe dat voelde, het was hem in zijn vroegere loopbaan meer dan eens overkomen. Maar hij had nooit eerder met dat gevoel gespeeld, het was nooit eerder opgewekt door verlangen, een soort begeerte.
Hij wilde dat Scarpetta hem eerder had gebeld, dat ze niet in het donker door dit deel van de stad was gelopen, waar een meer dan gemiddeld aantal daklozen rondzwierf en paupers, drugsverslaafden en ontslagen psychiatrische patiënten – patiënten die steeds weer werden opgenomen en ontslagen, omdat er in het te zwaar belaste systeem geen andere oplossing was. Soms werd er een reiziger vanaf het perron voor een trein geduwd, of ging iemand met een mes een groep voorbijgangers te lijf, of zaaide iemand dood en verderf omdat hij stemmen hoorde en niemand luisterde…
Benton liep snel door de eindeloos lange gangen, langs het cafetaria en het winkeltje, en baande zich een weg door de massa’s patiënten, bezoekers en ziekenhuispersoneel in witte en groene jassen. In de gangen en wachtruimten van het Bellevue Ziekenhuis hing bonte kerstversiering en klonk vrolijke muziek uit luidsprekers, alsof het dan niet zo erg was als je ziek, gewond of krankzinnig was.
Scarpetta stond bij de glazen ingang te wachten, in haar lange, donkere jas en met zwarte leren handschoenen aan. Ze zag hem niet toen hij door de mensenmassa naar haar toe liep, en het viel hem op dat de mensen om haar heen naar haar keken alsof ze hun bekend voorkwam. Zijn reactie wanneer hij haar zag was altijd dezelfde: een bijna pijnlijke mengeling van opwinding en verdriet, de blijdschap van hun samenzijn bezoedeld door de oude pijn van toen hij dacht dat hij haar nooit meer zou zien. Steeds wanneer hij vanaf een afstand naar haar keek en ze dat niet merkte, herinnerde hij zich de keren dat hij dat in het verleden had gedaan, haar stiekem had bespioneerd terwijl hij naar haar verlangde. Soms vroeg hij zich af hoe haar leven zou zijn geworden als wat ze destijds geloofde waar was geweest, als hij inderdaad dood was geweest. Hij vroeg zich af of dat beter voor haar zou zijn geweest. Misschien wel. Hij had haar verdriet gedaan en schade berokkend, hij had haar in gevaar gebracht, haar gewond, en hij kon het zichzelf niet vergeven.
‘Misschien moet je vanavond afzeggen,’ zei hij, toen hij naast haar stond.
Ze draaide zich blij verrast naar hem om, haar ogen zo blauw als de lucht, haar gedachten en emoties zoals het weer, licht en schaduw, heldere zonneschijn en wolken en mist.
‘Dan kunnen we samen gezellig ergens gaan eten,’ vervolgde hij, terwijl hij haar bij haar arm naar zich toe trok, alsof ze elkaar moesten warmen. ‘Bij Il Cantinori. Ik zal Frank bellen en vragen of hij plaats voor ons heeft.’
‘Je mag me niet kwellen,’ zei ze met haar arm om zijn middel. ‘Melanzane alla parmigiana. Een Brunello di Montalcino. Misschien eet ik ook jouw portie en drink ik een hele fles.’
‘Dat zou erg inhalig zijn.’ Hij hield zijn arm stevig om haar heen toen ze naar First Avenue liepen. Er stond een harde wind en het begon te regenen. ‘Je zou echt kunnen afzeggen, waarom niet? Zeg tegen Alex dat je griep hebt.’ Hij wenkte een taxi en er kwam er meteen een aan.
‘Dat kan ik niet doen en we moeten naar huis,’ zei ze. ‘We hebben een telefonische vergadering.’
Benton opende het achterportier van de taxi. ‘Een vergadering?’
‘Jaime.’ Scarpetta schoof door naar de andere kant van de bank en hij ging naast haar zitten. Ze gaf hun adres op aan de chauffeur en zei tegen Benton: ‘Doe je gordel om.’ Ze had de grappige gewoonte om dat altijd te zeggen, ook al wist iedereen dat het verplicht was. ‘Lucy denkt dat ze over een paar uur uit Vermont kunnen vertrekken, dat het front dan naar het zuiden is weggetrokken. Intussen wil Jaime jou, mij en Marino allemaal tegelijk telefonisch spreken. Ze belde me een minuut of tien geleden toen ik onderweg was naar jou. Het was geen geschikt moment om te praten, dus weet ik niet waarover het gaat.’
‘Maar je hebt toch wel een idee?’ zei Benton toen de taxi Third Avenue insloeg en naar het noorden reed. De ruitenwissers knerpten in de motregen die de daken van de verlichte gebouwen versluierde.
‘Dat geval van vanmorgen.’ Ze was niet van plan om in het bijzijn van de chauffeur uitleg te geven, al sprak hij misschien geen Engels en kon hij hen niet verstaan.
‘Dat geval waarmee je de hele dag bezig bent geweest.’ Hij bedoelde de zaak Toni Darien.
‘We hebben vanmiddag een tip gekregen,’ zei ze. ‘Blijkbaar heeft iemand iets gezien.’