5

Marino werkte op een gênant adres: kamer nummer 666 op 1 Hogan Place. Hij vond het nog vervelender dan anders toen hij met L.A. Bonnell in de grijs betegelde hal stond, die tot aan het plafond was volgestapeld met dozen. De drie zessen boven de deur leken een aanklacht tegen zijn karakter, een waarschuwing om voor hem op je hoede te zijn.

‘Eh, oké,’ zei Bonnell met een blik op het nummer. ‘Hier zou ik dus niet kunnen werken. Om te beginnen veroorzaakt het negatief denken. Als iemand gelooft dat iets ongeluk brengt, is dat ook zo. Als ik jou was, zou ik verhuizen.’

Hij ontsloot zijn beige deur, met vlekken om de deurknop en afgebladderde verf langs de randen. Het rook sterk naar Chinees eten. Hij stierf van de honger, snakte naar zijn loempia’s met eendvulling en geroosterde ribbetjes. Hij was blij dat Bonnell rundvlees in teriyakisaus en mie had genomen, geen rauwe gerechten, niet die sushitroep die hem aan visaas deed denken. Ze was heel anders dan hij zich haar had voorgesteld; hij had verwacht dat ze klein en kittig zou zijn, een felle kikker die je voordat je het wist met je handen geboeid achter je rug op de vloer had gekregen. Met Bonnell zag je het aankomen.

Ze was bijna een meter tachtig lang, grofgebouwd met grote handen en voeten en grote borsten – het soort vrouw dat een man in bed goed bezig kon houden of korte metten met hem kon maken, zoals Xena, de Warrior Princess, in een broekpak. Behalve dat Bonnell ijsblauwe ogen en kort, lichtblond haar had, volgens Marino haar natuurlijke kleur. Hij had zich het haantje gevoeld toen hij met haar in High Roller Lanes was en een paar mannen naar haar zag kijken en elkaar aanstoten. Hij had gewild dat hij een paar ballen mocht rollen om te laten zien wat hij kon.

Bonnell liep met de zakken met eten zijn kantoor binnen en zei: ‘Misschien kunnen we beter naar de vergaderzaal gaan.’

Hij wist niet of ze dat zei vanwege de drie zessen boven zijn deur of omdat het in zijn kantoor een ontzettende rotzooi was. ‘Berger zal naar dit toestel bellen, dus kunnen we beter hier blijven,’ zei hij. ‘Bovendien moet ik mijn computer bij de hand hebben en wil ik niet dat iemand ons gesprek kan afluisteren.’ Hij zette zijn werkkoffer neer – een blauwgrijze kist voor visgerei met vier laden, perfect voor zijn doeleinden – nam de zakken van haar over en zette ze op een afgesloten kast voor bewijsmateriaal. Daarna deed hij de deur dicht. ‘Ik dacht wel dat je er iets van zou zeggen.’ Hij bedoelde het kamernummer. ‘Denk alsjeblieft niet dat het iets met mij te maken heeft.’

‘Waarom zou ik denken dat het iets met jou te maken heeft? Heb jij dat nummer gekozen?’ Ze maakte een stoel vrij door een stapeltje papieren, een kogelvrij vest en de viskoffer te verplaatsen en ging zitten.

‘Je kunt je zeker wel voorstellen wat ik dacht toen ik dit kantoor kreeg.’ Marino ging achter bergen rommel op zijn bureaustoel zitten. ‘Zullen we eerst het telefoongesprek afhandelen en daarna eten?’

‘Goed idee.’ Ze keek om zich heen alsof ze zocht naar een plek om het eten uit te stallen, maar die was er niet. Marino vond altijd wel een plekje voor een hamburger, een schaaltje of een piepschuimen doos.

‘We bellen hier en eten in de vergaderzaal,’ zei hij.

‘Dat lijkt me nog beter.’

‘Ik moet toegeven dat ik er bijna de brui aan gaf. Ik heb er echt over nagedacht,’ vervolgde hij zijn verhaal. ‘Toen ze me bij mijn aantreden naar dit kantoor brachten, dacht ik dat meen je niet.’

Hij had inderdaad gedacht dat Jaime Berger een grap met hem wilde uithalen, dat het getal boven de deur weer zo’n zieke grap was van mensen die zich alleen maar met strafzaken bezighielden. Het was zelfs bij hem opgekomen dat ze hem eraan wilde herinneren hoe hij bij haar terecht was gekomen, dat ze hem in dienst had genomen om iemand een gunst te bewijzen, dat ze hem nog één kans wilde geven na wat hij had gedaan. Een soort waarschuwing, elke keer als hij zijn kantoor binnenging. Al die jaren dat hij met Scarpetta had samengewerkt en toen had hij haar iets verschrikkelijks aangedaan. Hij was blij dat hij het zich niet precies meer kon herinneren, dat hij stomdronken en helemaal buiten zinnen was geweest, terwijl het nooit zijn bedoeling was geweest haar op die manier aan te raken en pijn te doen.

‘Ik ben niet bijgelovig,’ zei hij tegen Bonnell, ‘maar ik ben opgegroeid in Bayonne, New Jersey. Ik heb op een katholieke school gezeten, heb de heilige communie gedaan en ben zelfs misdienaar geweest, maar dat duurde niet lang, omdat ik altijd vocht en uiteindelijk ben ik gaan boksen. Ik ben niet de Beer van Bayonne, ik zou het waarschijnlijk geen vijftien ronden hebben volgehouden tegen Mohammed Ali, maar ik heb één keer de halve finale van de National Golden Gloves gehaald. Ik heb overwogen beroeps te worden, maar toen ben ik toch maar bij de politie gegaan.’ Hij wilde dat ze iets van zijn achtergrond wist. ‘Iedereen weet dat zeszes-zes het merkteken van de antichrist is, een getal dat je nooit moet gebruiken, en dat heb ik tot nu toe ook altijd vermeden. Of het nu ging om een adres, een postbusnummer, het nummerbord van een auto of het uur van de dag.’

‘Het uur van de dag?’ herhaalde Bonnell. Marino kon niet zien of ze het amusant vond, omdat ze hem met een ondoorgrondelijke uitdrukking op haar gezicht aankeek. ‘Zesenzestig minuten over zes bestaat niet.’

‘Zes minuten over zes op de zesde van de maand, bijvoorbeeld.’

‘Waarom geeft ze je geen ander kantoor? Is er nergens anders plaats?’ Bonnell rommelde in haar tas en haalde er een USB-stick uit, die ze naar hem toe gooide.

‘Is dit alles?’ Marino stak hem in zijn computer. ‘Appartement, plaats delict en audiobestanden?’

‘Behalve de foto’s die jij vandaag hebt genomen.’

‘Die moet ik nog op de computer zetten. Geen belangrijke dingen. Waarschijnlijk heb jij die dingen ook gezien toen je er was met je team. Berger zei dat dit de zesde verdieping en het zesenzestigste kantoor is. Ja, maar het staat ook in de Openbaring, heb ik gezegd.’

‘Berger is joods, ze heeft de Openbaring niet gelezen,’ zei Bonnell.

‘Dat is net zoiets als de krant niet lezen en zeggen dat er gisteren niets is gebeurd.’

‘Het is iets heel anders. De Openbaring gaat niet over iets wat is gebeurd.’

‘Over iets wat gaat gebeuren.’

‘Zeggen dat iets wat gaat gebeuren is voorspellen of hopen of een fobie,’ zei Bonnell. ‘Het heeft niets met feiten te maken.’

De telefoon op het bureau rinkelde.

Hij pakte de hoorn. ‘Marino.’

‘Met Jaime. Ik geloof dat we er allemaal zijn.’ De stem van Jaime Berger.

‘We hadden het net over je,’ zei Marino, en hij keek naar Bonnell. Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden, misschien omdat ze zo ongewoon groot was voor een vrouw, in alle opzichten een super-de-luxe model.

‘Kay? Benton? Zijn jullie er allemaal?’ vroeg Berger.

‘We zijn er.’ Bentons stem klonk ver weg.

‘Ik zet de luidspreker aan,’ zei Marino. ‘Rechercheur Bonnell van de afdeling Moordzaken zit hier bij me.’ Hij drukte op een knop op het telefoontoestel en legde de hoorn neer. ‘Waar is Lucy?’

‘In de hangar om de helikopter klaar te maken voor vertrek. Hopelijk kunnen we over een paar uur hier weg,’ zei Berger. ‘Eindelijk sneeuwt het niet meer. Als jullie allemaal naar je e-mail kijken, zien jullie daar twee bestanden die ze jullie heeft gestuurd voordat ze naar het vliegveld ging. We hebben het advies van Marino opgevolgd en het Real Time Crime Center opdracht gegeven in te loggen op de server van de bewakingscamera aan de voorkant van het gebouw waar Toni Darien heeft gewoond. Jullie weten natuurlijk dat de politie een overeenkomst heeft met een paar belangrijke providers van bewakingscamera’s om surveillancefilms te kunnen bekijken zonder systeembeheerders om wachtwoorden te hoeven vragen. Toni’s gebouw valt onder een van die providers, dus kon het RTCC toegang krijgen tot de videoserver van dat netwerk om de opnamen te bekijken, met name die van de afgelopen week. Ze hebben de beelden vergeleken met recente foto’s van Toni op haar rijbewijs, op Facebook en MySpace. Er is verbazingwekkend veel te zien. We beginnen met het bestand Opname Een. Ik heb het al bekeken en ook het tweede bestand, en wat ik heb gezien komt overeen met informatie die ik een paar uur geleden heb ontvangen en die we straks zullen bespreken. Jullie moeten de video kunnen downloaden en openen, doe dat dus even.’

‘We hebben hem,’ zei Benton. Hij klonk niet vriendelijk, maar dat was hij de laatste tijd ook niet.

Marino opende de videoclip die Berger bedoelde. Bonnell stond op, liep om het bureau heen en kwam op haar hurken naast hem zitten. Er was geen geluid bij, het waren alleen beelden van het verkeer op Second Avenue dat voor het gebouw van Toni Darien langs ging: auto’s, taxi’s en bussen op de achtergrond, en voetgangers in warme regenkleding, van wie sommigen met een paraplu, die geen idee hadden dat ze werden gefilmd.

‘Ze komt er zo aan.’ Berger klonk altijd alsof ze de baas was, ook als ze het over dingen had die niets met haar werk te maken hadden. ‘In een donkergroene parka met een bontrand langs de capuchon. Ze heeft de capuchon op en draagt zwarte handschoenen en een rode sjaal. En een zwarte schoudertas, een zwarte broek en hardloopschoenen.’

‘Het zou mooi zijn als we de hardloopschoenen van dichtbij konden zien.’ Dat was Scarpetta. ‘Om te zien of het dezelfde zijn als die ze vanmorgen aanhad toen ze werd gevonden. Asics Gel-Kayano, met rood flitslicht en een rood randje langs de bovenkant van de hiel. Maat veertig.’

‘Deze schoenen zijn wit met een beetje rood,’ zei Marino. Hij was zich bewust van Bonnells nabijheid en voelde haar warmte naast zijn been en zijn elleboog.

Het gezicht van de persoon in de groene parka was niet te zien doordat die met de rug naar de camera stond en de capuchon het hoofd bedekte. De persoon draaide naar rechts, liep met een paar sprongetjes de natte stoep voor de ingang op en had de sleutels al in de hand, wat voor Marino betekende dat het een ordelijk mens was. Hij of zij was zich bewust van wat hij deed, van zijn omgeving en zijn veiligheid. De persoon opende de deur en ging naar binnen. De tijdmelding op de video was 17.47 uur, 17 december. Gisteren. Na een onderbreking kwam dezelfde figuur in de groene parka met de capuchon op en dezelfde grote zwarte schoudertas weer naar buiten, liep de treden af, sloeg rechts af en verdween in de regenachtige avond. Het tijdstip was 19.01 uur, 17 december.

‘Ik zou graag willen weten,’ zei Benton, ‘hoe ze bij het RTCC weten wie dat is terwijl ze het gezicht niet kunnen zien.’

‘Dat vroeg ik me ook af,’ zei Berger. ‘Maar dat weten ze blijkbaar omdat ze eerder beelden van haar hebben gezien waarop ze wel herkenbaar is – jullie krijgen ze zo meteen ook te zien. Volgens het RTCC zijn dit de laatste opnamen van haar, de laatste keer dat ze is gefilmd terwijl ze daar naar binnen ging en weer naar buiten kwam. Ze was blijkbaar ruim een uur thuis en is toen weer weggegaan. De vraag is: waarheen?’

‘Ik moet hieraan toevoegen,’ zei Scarpetta, ‘dat Grace Darien ongeveer een uur na de tweede videofilm een sms’je heeft ontvangen dat afkomstig was van Toni’s mobieltje. Om een uur of acht.’

‘Ik heb een voicemailbericht bij mevrouw Darien achtergelaten,’ zei Marino. ‘We zullen vragen of ze ons haar mobieltje wil geven om te zien wat er nog meer op staat.’

‘Ik weet niet of jullie er nu bij stil willen staan,’ zei Scarpetta, ‘maar het tijdstip van dat sms’je en deze video-opnamen stemmen niet overeen met wat ik heb gevonden toen ik het lichaam onderzocht.’

‘Laten we ons eerst concentreren op de bevindingen van het RTCC,’ zei Berger. ‘Dan hebben we het daarna over het sectierapport.’

Wat Berger bedoelde, was dat ze wat het RTCC had ontdekt belangrijker vond dan wat Scarpetta te melden had. Een verklaring van één getuige en Berger wist al hoe de vork in de steel zat? Maar Marino besefte dat hij lang niet alles wist, alleen wat hij van Bonnell had gehoord en zij was heel vaag gebleven. Uiteindelijk had ze toegegeven dat zij en Berger elkaar telefonisch hadden gesproken en dat Berger had gezegd dat ze daar met niemand over mocht praten. Het enige wat Marino uit haar had kunnen krijgen, was dat er zich een getuige had gemeld met informatie die ‘glashelder’ duidelijk maakte dat Toni’s appartement niets met de moord te maken had.

‘Nu ik deze opnamen zie, vraag ik me opnieuw af wat er met haar jas is gebeurd,’ zei Marino. ‘Die groene parka ligt niet in haar appartement en is ook niet gevonden.’

‘Als iemand haar mobieltje heeft’ – Scarpetta keerde terug naar haar eigen onderwerp – ‘heeft hij of zij een sms’je kunnen sturen naar wie er dan ook op Toni’s lijstje met nummers staat, dus ook naar haar moeder. Voor een sms’je heb je geen wachtwoord nodig, je hebt alleen het mobieltje nodig van de persoon die je als afzender wilt gebruiken. In dit geval Toni Darien. Als iemand haar mobieltje heeft en naar de verzonden en ontvangen berichten heeft gekeken, kan die persoon hebben gezien hoe Toni zich uitdrukte, als hij de indruk wilde wekken dat het bericht van haar afkomstig was. Als hij de indruk wilde wekken dat ze gisteravond nog leefde, wat niet waar is.’

‘Het is mijn ervaring dat een moord meestal niet zo zorgvuldig wordt voorbereid of zo slim in elkaar zit als jij suggereert,’ zei Berger.

Marino kon zijn oren niet geloven. Het kwam erop neer dat Berger Scarpetta erop wees dat ze niet Agatha Christie was, dat dit geen detectiveverhaal was.

‘Normaliter zou ik dat naar voren brengen,’ zei Scarpetta zonder een spoor van ergernis in haar stem, ‘maar de moord op Toni Darien is absoluut niet normaal.’

‘We zullen proberen uit te vinden vanwaar dat sms’je is verstuurd, van welke locatie,’ zei Marino. ‘Dat is het enige wat we kunnen doen. En ook moeten doen, omdat haar mobieltje is verdwenen. Dat vind ik ook. Stel dat iemand anders het heeft meegenomen en dat bericht naar Toni’s moeder heeft gestuurd? Dat klinkt misschien vergezocht, maar het zou toch kunnen?’ Hij had niet ‘vergezocht’ moeten zeggen, bedacht hij meteen. Dat klonk alsof hij Scarpetta de les las of aan haar twijfelde.

‘Terwijl ik naar deze video kijk, vraag ik me ook af hoe we weten dat de persoon in de groene jas Toni Darien is,’ zei Benton. ‘Haar gezicht is niet te zien, ook niet in de andere opname.’

‘Alleen dat het een blanke is.’ Marino spoelde de film een stukje terug en keek nog eens goed. ‘Ik zie haar kaak, een stukje van haar kin, meer niet, omdat ze haar capuchon op heeft en het donker is en ze niet naar de camera kijkt. Die filmt haar van achteren, bovendien heeft ze haar hoofd gebogen. Zowel wanneer ze naar binnen gaat als wanneer ze naar buiten komt.’

‘Als jullie het tweede bestand openen dat Lucy jullie heeft gestuurd, Opname Twee, zien jullie een paar stilstaande beelden van eerdere opnamen, een paar dagen geleden. Dezelfde jas, hetzelfde figuur, maar met een duidelijke opname van haar gezicht.’

Marino sloot het eerste bestand en opende het tweede. Hij klikte de fotoreeks aan en bekeek de opnamen van Toni voor haar gebouw terwijl ze naar binnen ging en naar buiten kwam. Elke keer droeg ze een knalrode sjaal en dezelfde groene parka met een bontrand langs de capuchon, maar op deze beelden regende het niet en hing de capuchon op haar rug, met haar lange donkerbruine haar er los overheen. Op enkele van de foto’s droeg ze een joggingbroek, op de andere een lange broek of jeans en één keer had ze olijfgroen met bruine wanten aan. Op geen van de foto’s droeg ze zwarte handschoenen of een grote zwarte schoudertas. Elke keer was ze komen lopen, op één foto regende het en stapte ze in een taxi.

‘Dit klopt met de verklaring van haar buurman,’ zei Bonnell, en ze raakte Marino’s arm aan. Al voor de derde keer en nauwelijks voelbaar, maar hij was zich er sterk van bewust. ‘Die jas heeft hij beschreven,’ vervolgde ze. ‘Hij zei dat ze een groene jas met een capuchon droeg en haar post in haar hand had, die ze moet hebben gehaald nadat ze om zestien uur zevenenveertig binnen was gekomen. Ik neem aan dat ze haar brievenbus met een sleutel heeft geopend, hem heeft geleegd en de trap naar boven heeft genomen, en toen heeft de buurman haar gezien. Ze is haar appartement binnengegaan en heeft de post op het aanrecht gelegd, waar die nog lag toen ik daar vanmorgen met mijn team heb rondgekeken. De post was niet geopend.’

‘Had ze in het gebouw nog steeds haar capuchon op?’ vroeg Scarpetta.

‘Dat heeft de buurman niet gezegd. Hij zei alleen dat ze een groene jas met een capuchon droeg.’

‘Graham Tourette,’ zei Marino. ‘We moeten hem natrekken, en ook de beheerder. Joe Barstow. Ze hebben geen van beiden een strafblad, behalve verkeersovertredingen zoals geen voorrang verlenen, ongeldige registratiepapieren, kapot achterlicht… Allemaal lang geleden en ze zijn er niet voor gearresteerd. Ik heb het RTCC iedereen in het gebouw laten checken.’

‘Graham Tourette heeft me verteld dat hij en zijn mannelijke partner gisteravond naar het theater zijn geweest, dat iemand hun kaartjes voor Wicked had gegeven,’ zei Bonnell. ‘Toch wil ik graag aan dokter Wesley vragen of…’

‘Niet waarschijnlijk,’ zei Benton. ‘Het is hoogst onwaarschijnlijk dat deze misdaad door een homoseksueel is gepleegd.’

‘Ik heb in haar appartement ook geen wanten zien liggen,’ zei Marino. ‘Op de plaats delict zijn ze ook niet gevonden. En behalve op de laatste foto draagt ze nergens zwarte handschoenen of een zwarte schoudertas.’

‘Naar mijn mening is dit een moord met een seksueel motief,’ vervolgde Benton, alsof hij Marino niet had gehoord.

‘Heb je bij de sectie tekens van verkrachting gezien?’ vroeg Berger.

‘Ze heeft verwondingen aan haar geslachtsorganen,’ antwoordde Scarpetta. ‘Kneuzingen, rode plekken, sporen van penetratie, letsel.’

‘Sperma?’

‘Niet gevonden. Misschien vindt het lab iets.’

‘Ik denk dat de Doc de mogelijkheid oppert dat de plaats van het misdrijf en misschien zelfs het misdrijf zelf in scène zijn gezet,’ zei Marino. Het speet hem nog steeds van dat ‘vergezocht’ en hij hoopte dat Scarpetta niet dacht dat hij daar een bepaalde bedoeling mee had gehad. ‘Want dan zou het best een homo geweest kunnen zijn. Wat denk jij, Benton?’

‘Uitgaande van wat ik weet, Jaime,’ zei Benton tegen Berger in plaats van tegen Marino, ‘denk ik dat enscenering tot doel heeft de ware aard van en de reden voor de misdaad te verbergen, evenals het tijdstip waarop die is gepleegd en wat het verband is tussen het slachtoffer en de dader. In dit geval kan misleiding de reden zijn voor enscenering. De dader is bang dat hij wordt gepakt. En ik herhaal dat dit een moord met een seksueel motief is.’

‘Dat klinkt alsof je denkt dat de dader een bekende van haar was,’ zei Marino.

Benton gaf geen antwoord.

‘Als de getuige de waarheid spreekt, zou je zeggen dat dat het geval is,’ zei Bonnell tegen Marino, en ze raakte hem weer even aan. ‘Maar ik denk niet dat het haar vriend was, misschien zelfs niet iemand die ze voor gisteravond al kende.’

‘We moeten Tourette naar het bureau laten komen voor een ondervraging. En de beheerder,’ zei Berger. ‘Ik wil ze allebei spreken, vooral de beheerder, Joe Barstow.’

‘Waarom vooral Joe Barstow?’ vroeg Benton. Hij klonk een beetje nijdig.

Misschien hadden Benton en de Doc mot. Marino had geen flauw idee hoe het met ze ging, hij had ze al wekenlang niet gezien. Maar hij had er schoon genoeg van steeds zijn best te moeten doen om extra vriendelijk tegen Benton te zijn, hij was inmiddels vaak genoeg afgezeken.

‘Ik heb dezelfde info van het RTCC gekregen als Marino. Heb jij gezien waar Barstow hiervoor allemaal heeft gewerkt?’ vroeg Berger aan Marino. ‘Een paar verhuurbedrijven, als taxichauffeur… Hij heeft van alles en nog wat gedaan. Barman, kelner… Hij heeft in 2007 nog voor een taxibedrijf gewerkt. Terwijl hij parttime studeerde, aan het Manhattan Community College, heeft hij blijkbaar allerlei baantjes gehad.’

Bonnell was opgestaan. Ze had een blocnote opengeslagen en zei: ‘Hij probeert zijn propedeuse te halen in videokunst en technologie. Hij speelt basgitaar, vroeger in een band, wil graag werken bij een bedrijf dat rockconcerten organiseert en hoopt dat hij ooit zelf in de muziek zal doorbreken.’

Terwijl ze haar aantekeningen voorlas, raakte ze Marino aan met haar dij.

‘De laatste tijd werkt hij parttime bij een digitaleproductiemaatschappij,’ vervolgde ze. ‘Hij doet daar allerlei klusjes, zit vooral achter de balie of doet dienst als bode – hij noemde het productieassistent en ik noem zo iemand een manusje-van-alles. Hij is achtentwintig. Ik heb ongeveer een kwartier met hem gepraat. Hij zei dat hij Toni alleen kende voor zover hij haar in het gebouw was tegengekomen, dat hij – zijn woorden – nooit met haar uit was geweest, maar dat hij wel had overwogen of hij haar een keer zou vragen.’

‘Heb jij hem gevraagd of hij ooit met haar uit was geweest of dat had overwogen, of heeft hij je die info uit zichzelf gegeven?’ vroeg Berger.

‘Dat zei hij zelf. Ook dat hij haar al een paar dagen niet had gezien. Hij zei dat hij gisteravond de hele avond thuis was, een pizza had besteld en tv had gekeken, omdat het zulk slecht weer was en hij moe was.’

‘Dat is een uitgebreid alibi,’ zei Berger.

‘Een begrijpelijke conclusie, maar in dit soort gevallen niet ongewoon. Iedereen denkt dat hij een verdachte is. Of er is iets gaande in hun leven wat ze niet aan de grote klok willen hangen, dat kan ook,’ zei Bonnell, terwijl ze de vellen omsloeg. ‘Hij beschreef haar als een vriendelijke vrouw, iemand die niet vaak klaagde, en hij had nooit gemerkt dat ze een feestbeest was of veel mensen uitnodigde, veel mannen, zei hij erbij. Het viel me op dat hij erg van streek was en bang. Blijkbaar rijdt hij nu geen taxi,’ voegde ze eraan toe, alsof dat belangrijk was.

‘Dat weten we niet zeker,’ zei Berger. ‘We weten niet of hij aan een taxi kan komen, wat hij misschien zwart doet om geen belasting te hoeven betalen. Zoals een heleboel freelance taxichauffeurs in deze stad, vooral de laatste tijd.’

‘Die rode sjaal lijkt op de sjaal die ik van Toni’s hals heb gehaald,’ zei Scarpetta. Marino stelde zich voor dat zij en Benton ergens naast elkaar voor een computer zaten, waarschijnlijk in hun appartement in Central Park West, niet ver van CNN. ‘Effen felrood, van een dure kunstvezel waarvan ze heel dunne, maar warme spullen maken.’

‘Zo ziet die sjaal er inderdaad uit,’ zei Berger. ‘Wat deze videoopnamen en het sms’je naar haar moeder zouden moeten bewijzen, is dat ze gisteren, toen ze om een minuut over zeven haar appartement verliet nog leefde en ook een uur later, om een uur of acht. Kay, jij wilde naar voren brengen dat je een andere mening hebt over het tijdstip van haar dood, dat het volgens jou verschilt van het tijdstip dat deze opnamen suggereren.’

‘Ik ben van mening dat ze gisteravond niet meer leefde,’ zei Scarpetta kalm, alsof dat niemand hoorde te verbazen.

‘Wie hebben we daarnet dan gezien?’ vroeg Bonnell met gefronste wenkbrauwen. ‘Iemand die zich voordeed als Toni? Iemand die met haar jas aan naar haar appartement is gegaan en haar sleutels had?’

‘Kay, ben je, nu je de video-opnamen hebt gezien, nog steeds dezelfde mening toegedaan?’ vroeg Berger.

‘Mijn mening is gebaseerd op de conditie van haar lichaam bij de autopsie, niet op een video-opname,’ antwoordde Scarpetta. ‘De conditie van haar lichaam, vooral de lijkvlekken en lijkstijfheid, toont aan dat ze veel eerder dan gisteravond is overleden, al op dinsdag.’

‘Dinsdag?’ herhaalde Marino verbaasd. ‘Je bedoelt eergisteren?’

‘Volgens mij is die hoofdwond haar dinsdag toegebracht. Ik denk dinsdagmiddag, een paar uur nadat ze kipsalade had gegeten,’ zei Scarpetta. ‘Haar maaginhoud bestond uit gedeeltelijk verteerde sla, tomaten en kippenvlees. Na de klap op haar hoofd is haar spijsvertering tot stilstand gekomen, dus is het voedsel terwijl ze stervende was niet verder verteerd. Ik denk dat het stervensproces enige tijd heeft geduurd, misschien wel een uur of nog langer, te oordelen naar de reactie van haar lichaam nadat ze gewond was geraakt.’

‘Er lagen sla en tomaten in haar koelkast,’ zei Marino. ‘Dus heeft ze misschien thuis voor het laatst gegeten. Je weet zeker dat ze niet heeft gegeten toen ze gisteravond nog thuis was, volgens die filmpjes ruim een uur?’

‘Dat zou wel logisch zijn,’ zei Bonnell. ‘Ze at thuis en een paar uur later, om een uur of negen, tien, werd ze tijdens het hardlopen aangevallen.’

‘Nee, dat kan niet. Wat ik bij mijn onderzoek heb gezien, wijst erop dat ze gisteravond niet meer leefde, en de kans is erg klein dat ze gistermorgen nog leefde,’ zei Scarpetta nog steeds kalm.

Ze klonk bijna nooit nerveus of geërgerd en ze was nooit betweterig, terwijl het haar goed recht was onverbloemd haar mening te geven. Na al die jaren dat Marino met haar had samengewerkt, het grootste deel van zijn loopbaan en in diverse steden, had hij geleerd dat wat de doden haar vertelden de waarheid was. Maar nu kon hij dat niet meteen accepteren, omdat het zo onlogisch leek.

‘Oké, we hebben heel wat te bespreken,’ zei Berger. ‘Punt voor punt. Laten we ons eerst concentreren op wat we zojuist op die video-opnamen hebben gezien. Laten we aannemen dat de persoon in die groene jas geen bedrieger is. Dat het Toni Darien is, en dat zij zelf haar moeder gisteravond dat sms’je heeft gestuurd.’

Berger wilde niet aannemen wat Scarpetta had gezegd. Berger dacht dat Scarpetta zich vergiste en tot zijn verbazing twijfelde Marino ook. Het kwam bij hem op dat Scarpetta misschien was gaan geloven dat ze boven alle twijfel verheven stond, dat ze ervan overtuigd was dat zij overal het antwoord op wist en dat ze het nooit mis kon hebben. Wat was ook alweer die kreet die CNN te pas en te onpas gebruikte? Die overdreven manier om Scarpetta’s talent om misdaden op te lossen te beschrijven? De Scarpetta factor. Shit, dacht Marino. Dat had hij al zo vaak meegemaakt, dat iemand de loftuitingen van anderen geloofde en er met de pet naar ging gooien, en dat hij dan uiteindelijk niets meer presteerde.

‘De vraag is,’ vervolgde Berger, ‘waar Toni naartoe ging toen ze haar appartement had verlaten.’

‘Niet naar haar werk,’ zei Marino. Hij probeerde zich te herinneren of Scarpetta ooit een fout had gemaakt die ertoe had geleid dat een deskundige in een rechtszaak ongeloofwaardig was en de aanklacht werd verworpen. Hij kon niets bedenken, maar ze was nog niet zo lang beroemd en voortdurend op tv.

‘Laten we beginnen met haar werk in High Roller Lanes.’ Bergers stem klonk luid en gedecideerd. ‘Marino, we beginnen met jou en rechercheur Bonnell.’

Tot Marino’s teleurstelling liep Bonnell naar de andere kant van het bureau. Hij maakte een drinkgebaar om haar te vragen de blikjes cola light te pakken. Hij bekeek haar opeens met andere ogen: hij zag haar roze wangen, haar heldere ogen en de energie die ze uitstraalde. Terwijl ze niet meer naast hem zat, was hij zich nog steeds bewust van de aanraking van haar lichaam tegen zijn arm, haar stevige vlees en haar gewicht, en hij probeerde zich voor te stellen hoe het eruitzag en hoe het voelde. Hij was alerter dan hij lange tijd was geweest, klaarwakker. Ze had vast wel geweten wat ze deed toen ze tegen hem aan leunde.

‘Ik zal die zaak eerst even beschrijven, want het is niet zomaar een bowlingcentrum,’ zei hij.

‘Het is meer iets wat je in Vegas zou verwachten,’ voegde Bonnell eraan toe. Ze opende een papieren zak, haalde er twee blikjes cola light uit en gaf hem er een. Haar ogen ontmoetten heel even de zijne en het was alsof hij door een vonk was geraakt.

‘Inderdaad.’ Marino trok het blikje open en de cola spoot eruit, op zijn bureau. Hij veegde het schoon met een paar vellen papier en droogde zijn handen af aan zijn broek. ‘Een plek om ook je geld te laten rollen. Feestverlichting, filmschermen, leren banken en een chique lounge met een enorme bar met een spiegelwand. Ongeveer twintig banen, biljarttafels en kledingvoorschriften, niet te geloven. Als je eruitziet als een schooier laten ze je niet binnen.’

In juni had hij Georgia Bacardi meegenomen naar High Roller Lanes om te vieren dat ze een halfjaar bij elkaar waren, maar hun eerste verjaardag samen zouden ze waarschijnlijk niet halen. De laatste keer dat ze elkaar hadden gezien, het eerste weekeinde van deze maand, had ze niet willen vrijen, had ze hem op wel tien manieren duidelijk gemaakt dat hij dat wel kon vergeten. Ze voelde zich niet lekker, was te moe, haar baan bij de politie in Baltimore was net zo belangrijk als de zijne, ze had last van opvliegers, hij had andere vrouwen en daar had ze schoon genoeg van… Berger, Scarpetta en zelfs Lucy. Als hij Bacardi meetelde, had hij vier vrouwen in zijn leven en de laatste keer dat hij met een vrouw naar bed was geweest was op 7 november, dat was verdomme al bijna zes weken geleden.

‘Het is een dure tent en de serveersters zijn er bloedmooi,’ vervolgde hij. ‘Een heleboel van die meisjes proberen de showbusiness in te gaan, het zijn modellen en zo. Clientèle uit de betere kringen, foto’s van beroemde lieden, zelfs in de toiletten, althans wel in die voor de mannen. Ook in die voor de vrouwen?’ vroeg hij aan Bonnell.

Ze haalde haar schouders op en trok haar jasje uit, voor het geval dat hij nog niet zeker wist wat eronder zat. Hij keek. Hij staarde.

‘In het herentoilet hangt een foto van Hap Judd,’ ging hij verder, omdat Berger dat zou willen weten. ‘Niet dat het een geweldige eer is als je boven een urinoir hangt.’

‘Weet je soms ook wanneer die foto is genomen en of hij daar vaak komt?’ vroeg Berger.

‘Hij komt er zo af en toe, net als andere beroemdheden die hier wonen of wanneer ze hier een film opnemen of zo,’ antwoordde Marino. ‘De muren zijn behangen met vlees en bloed. Die foto zou van vorige zomer kunnen zijn, niemand kon me dat precies vertellen. Hij komt er wel eens, maar hij is geen vaste klant.’

‘Waarom is het daar zo bijzonder?’ vroeg Berger. ‘Ik wist niet dat beroemdheden zo graag bowlen.’

‘Nooit gehoord van bowlen met de sterren?’ vroeg Marino.

‘Nee.’

‘Een heleboel beroemde mensen bowlen, maar High Roller Lanes is ook een hippe uitgaansgelegenheid,’ zei Marino. Zijn hoofd werkte trager, alsof er te veel bloed naar beneden stroomde. ‘De eigenaar heeft restaurants, speelhallen en uitgaansgelegenheden in Atlantic City, Indiana, het zuiden van Florida, Detroit en Louisiana. Hij heet Freddie Maestro, is zo oud als Methusalem. Al die beroemdheden staan samen met hem op de foto, dus denk ik dat hij er wel vaak is.’ Met moeite wendde hij zijn blik af van Bonnell om zich beter te kunnen concentreren op wat hij wilde vertellen. ‘Je weet daar nooit wie je tegen kunt komen,’ vervolgde hij. ‘Misschien was dat voor meisjes zoals Toni Darien wel een reden om daar te werken. Zij was ook op zoek naar connecties. Bovendien wilde ze geld verdienen en ze zijn daar gul met fooien. Haar werktijden waren de beste, ze begon meestal om een uur of zes ’s avonds en ging door tot sluitingstijd om twee uur ’s nachts, van donderdag tot en met zondag. Ze liep naar haar werk of nam een taxi, ze had geen auto.’

Hij nam een slok cola en vestigde zijn blik op het witte notitiebord op de muur bij de deur. Berger en haar notitieborden… Alles had een bepaalde kleur: zaken die naar de rechter konden waren groen, die nog niet zover waren blauw, procesdata waren rood, de naam van degene die dienst had om zedendelicten te behandelen stond genoteerd in het zwart. Als hij naar het bord bleef staren, kon hij beter nadenken.

‘Wat bedoel je precies met connecties?’ vroeg Berger.

‘Ik vermoed dat je in zo’n dure tent alles kunt vinden wat je zoekt,’ antwoordde Marino. ‘Misschien is ze gewoon de verkeerde tegengekomen.’

‘Of heeft High Roller Lanes helemaal niets met de zaak te maken, met wat er met haar is gebeurd.’ Dat was de mening van Bonnell en daarom had ze niet veel belangstelling getoond voor de foto’s en beelden op de enorme videoschermen boven de banen of voor eventueel aanwezige beroemdheden.

Bonnell was ervan overtuigd dat de moord op Toni Darien toeval was, dat de moordenaar haar had zien lopen, een seriemoordenaar op zoek naar zijn volgende slachtoffer. Ook al had ze haar sportkleren aan, ze was niet aan het hardlopen toen ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. Bonnell had gezegd dat Marino dat beter zou begrijpen als hij het alarmtelefoontje van de getuige had gehoord.

‘Ik neem aan dat we nog steeds niet weten wat er met haar mobieltje en haar laptop is gebeurd,’ zei Scarpetta.

‘En met haar portefeuille en misschien haar tas,’ voegde Marino eraan toe. ‘Want die zijn ook weg. Die liggen nergens in haar appartement. Ze lagen niet op de plaats delict. Bovendien vraag ik me nu af waar die jas en die wanten zijn gebleven.’

‘Dat er spullen ontbreken heeft misschien iets te maken met wat de getuige vertelde die de alarmcentrale heeft gebeld. Rechercheur Bonnell heeft dat inmiddels gehoord,’ zei Berger. ‘Het kan zijn dat Toni in een taxi is gestapt en die dingen nog bij zich had omdat ze niet van plan was meteen te gaan joggen. Ze wilde eerst ergens anders naartoe en misschien daarna gaan joggen.’

‘Waren er in haar appartement nog andere oplaadapparaten, behalve die van de laptop en het mobieltje?’ vroeg Scarpetta.

‘Ik heb ze niet gezien,’ antwoordde Marino.

‘Bijvoorbeeld een USB-poort? Iets waaruit blijkt dat ze nog een ander apparaat had dat moest worden opgeladen, bijvoorbeeld dat horloge dat ze droeg?’ vroeg Scarpetta. ‘Blijkbaar is het een ding dat data verzamelt, er staat BioGraph op. Ik heb er op het internet niets over kunnen vinden en Lucy ook niet.’

‘Hoe kan er zo’n horloge bestaan zonder dat het op het internet te vinden is? Iemand moet het toch verkopen?’ zei Marino.

‘Dat hoeft niet.’ Als Benton hem antwoord gaf, was dat altijd om hem tegen te spreken of te kleineren. ‘Niet als het nog wordt ontwikkeld en deel uitmaakt van een geheim project.’

‘Misschien werkte ze dan wel voor de CIA, verdomme,’ snauwde Marino.