1

Het was de tijd waarin het volk van Cheanah de terugkeer van het licht vierde. De wind was zoel van de lente en het verre land weerklonk van het lied van de ontwakende aarde. Rivieren brulden en leeuwen gaven antwoord. Springende katten waagden zich uit de wilgenbosjes om te gaan jagen in de moerassen waar grazers voorzichtig uit de steeds groener wordende steppe kwamen om te drinken. Het was de tijd die Cheanahs volk de Maan Van Het Groeiende Groene Gras noemde.

Het was de tijd waarin gejaagd werd, waarin men opnieuw vreugde schepte in het achtervolgen en doden van de prooi, waarin mannen en vrouwen met nieuw enthousiasme bij elkaar kwamen, waarin de mannen met elkaars vrouwen paarden tot ze eindelijk verzadigd waren, terwijl de jongens toekeken, ervan leerden en zich afvroegen hoe ze zelf een vrouw zouden kunnen opeisen wanneer ze volwassen waren. Want van alle kinderen bij de vuren van het kamp van Cheanah was alleen Honee, het dikke, lelijke dochtertje van de hoofdman, een meisje.

'Ze zal de beste mannen kunnen kiezen en ik zal haar leren hoe ze hun moet behagen!' verklaarde Zhoonali die voor haar zoon kwam staan.

Cheanah zat in gedachten verzonken op een met mos gevuld kussen van paardenvel, tegen een met zacht bont beklede benen rugsteun geleund. Hij zat op zijn gemak in het volle zonlicht. 'Cheanah, heb je je moeder gehoord?' zei de oude vrouw ernstig. Uit haar toon was op te maken dat ze zich lang had voorbereid op dit gesprek en dat het haar irriteerde dat het gehoor waar het voor bestemd was kennelijk geen belangstelling had. 'Vanaf nu tot een nog nader te bepalen moment in de toekomst moet het volk van Cheanah alle gezonde en sterke meisjes die geboren worden laten leven, of hun vaders en moeders ze nu willen houden of niet.' Cheanah fronste zijn wenkbrauwen. Geërgerd keek hij naar haar op. Zhoonali stond in zijn licht, maar dat was niet wat hem zo irriteerde. Haar uitspraak versterkte de ongerustheid die hem ertoe had gebracht hier alleen voor zijn hut te gaan zitten. Hij bedacht humeurig dat hij zich met iedere vrouw in het kamp had bevredigd, behalve natuurlijk met zijn moeder en met de oude Frahn die zelfs niet meer de belangstelling van haar eigen man kon opwekken. De jagers hadden er geen bezwaar tegen gehad van vrouw te wisselen. Integendeel, ze hadden zijn voorstel met open armen ontvangen. De voorouders van Cheanahs volk hadden beweerd dat het wisselen van vrouw een stam meer eenheid gaf.

Ze hadden allemaal enthousiast de oude gewoonte van de plaku weer opgevat nu Torka er niet meer was om bezwaren te maken. Mano, Cheanahs oudste zoon, had vergenoegd gelachen toen hij spottend over Man Die Met Honden Loopt sprak, en de oude Frahn, de vrouw van Teean, had zich als eerste uitgekleed, haar naakte lichaam ingevet en zich met veren en kralen getooid. Ze had rondgesprongen en gezongen. Ze had met haar heupen gedraaid en haar slappe borsten met bruine tepels naar potentiële partners geschud. Maar uiteindelijk was ze helemaal achteraan in de kring op haar tandvlees gaan zitten zuigen en op haar dijen gaan zitten kletsen, met het vooruitzicht om alleen de anderen - en zelfs haar eigen man — te zien paren.

Van de volwassen vrouwen had alleen Zhoonali verkozen om zich verre te houden van het enthousiaste gevrij van haar volk. Cheanah had haar wensen gerespecteerd. Zhoonali had recht op een aparte positie, niet alleen vanwege haar hoge leeftijd, maar ook omdat ze de moeder van de hoofdman was. Hij kende zijn moeder goed genoeg om te weten dat ze zich nooit zo zou gedragen als Frahn, die zich had laten afwijzen en dus vernederen.

Alsof een man zulke oude, droge botten zou willen bestijgen als er jonge, sappige vrouwen in overvloed zijn! dacht hij. Vlakbij schold een vrouw heftig op een kind. Cheanah keek waar het geluid vandaan kwam. Het was Bili, de vrouw van Ekoh. Haar jongen, Seteena, had blijkbaar een spies vlees uit het vuur gegrist en zijn hand gebrand.

Cheanahs blik bleef op Bili rusten die met haar smalle rug naar hem toe stond, terwijl ze zich over haar zoontje boog, waarschijnlijk om vet op zijn mollige vingertjes te smeren. Terwijl Bili bezig was en verder schold, draaide ze zich net zover om dat Cheanah de zijkant van haar weelderige linkerborst kon zien die tegen het zachte hertenleer van haar tuniek trilde.

Iemand riep naar haar, om haar te honen met Seteena's onhandigheid. Cheanah zag dat het Mano was en voelde een plotselinge trots voor zijn zoon. De jongen had nog geen dertien zomers voorbij zien gaan, maar hij vertoonde al een rusteloze, steeds sterker wordende mannelijkheid die hem geliefd maakte bij zijn vader. De vrouwen van de stam stonden altijd voor Mano klaar wanneer hij zich wilde ontspannen. Allemaal, behalve de vrouw van Ekoh. Bili vond de jongen blijkbaar niet aardig. Terwijl zij zich omdraaide en op hem schold, besefte Cheanah dat de woede die in haar donkere ogen fonkelde Mano alleen maar zou aanzetten tot verdere plagerij, die pas zou ophouden als Ekoh de jongen gelastte om een andere vrouw te gaan vervelen.

Cheanahs voorspellingen bleken weldra uit te komen. Maar aangezien er geen vrouw of meisje in de buurt was om lastig te vallen, begon Mano met zijn favoriete tijdverdrijf: zijn kleine broertje Anak plagen. Cheanah keek hoe zijn jongste zoon overeind sprong, zich schrap zette op zijn magere, knokige beentjes en eiste dat Mano hem met rust liet.

Anak reageerde veel te snel op de plagerijen van zijn broer, zag de hoofdman. De jongen zou zich moeten leren beheersen, want anders zou hij later nutteloos zijn als jager.

De hoofdman liet zijn blik over het kamp glijden. De andere jagers en jongens zaten voor hun hut, te slapen, hun wapens te bewerken, op botten te kluiven, of spelletjes botjes werpen te doen. De vrouwen waren samen bezig met de pas verkregen huid van een kameel. Ze hadden de avond daarvoor een feestmaal gehouden van de beste delen van dat dier met zijn dikke bulten, en het grootste deel van het vlees en de beenderen voor de aaseters laten liggen, zoals ze zo vaak deden in tijden van overvloed. Hoewel kamelenhuid niet zoveel waarde had vergeleken bij de huid van dieren met meer haar, had de dofgele vacht een enigszins gevlekt patroon dat de vrouwen mooi vonden. Daarom hadden de jagers de kameel gevangen. Nu was de huid gespannen en met benen pinnen op de grond vastgezet. De vrouwen waren hem aan het afkrabben. Hij keek hoe ze knielden, telkens weer naar voren leunden en weer naar achteren gingen, terwijl ze de brede schrapers ritmisch over de huid haalden. De beweging van hun achterwerken had hij vroeger wel erotisch gevonden, maar nu niet meer. Hij zuchtte. Op Frahn, zijn moeder en Honee, zijn eigen dochtertje na, had hij met hen allen geslapen. Hij dacht aan zijn eigen vrouwen. Xhan, die hij ervan verdacht zwanger te zijn, en Kimm. Gebruikt vlees en in Kimms geval saai vlees en te veel vlees.

Het was droevig voor een man om te beseffen dat hij geen spannende overwinningen meer zou kunnen maken, in elk geval niet meer tot er bij zijn eigen volk weer nieuwe vrouwen op de leeftijd kwamen waarop ze seksueel interessant werden.

Dat duurt nog heel lang, dacht hij. Heel lang, minstens negen jaar. Misschien korter, maar niet veel korter.

Hij zuchtte weer. Alleen Bili kon nog zijn belangstelling wekken. Misschien omdat ze weinig moeite deed om te verbergen dat ze hem niet wilde. Een glimlach zweefde om Cheanahs lippen. Met haar was het nog wel een beetje spannend.

'Cheanah! Luister naar Zhoonali! Als de jongens van deze stam man worden, zullen ze erom vechten wie Honee, ons mooie, geliefde kind, mee naar zijn vuur mag nemen. Ze zullen haar moeten delen, maar hoewel ze sterk is en er goed uitziet, kan niet van haar worden verwacht dat ze alle mannen van dit kamp in de toekomst zal bevredigen en ze zal niet naar haar broers mogen gaan.' Cheanah trok zijn wenkbrauwen op. Zhoonali was aan beide ogen blind wanneer het Honee betrof. Het meisje was inderdaad sterk, maar ze was geen schoonheid en hij betwijfelde of er ooit een man om haar zou vechten.

'Wanneer de vrouwen in dit kamp ouder worden,' vervolgde Zhoonali nadrukkelijk, 'moet Honee stamzusters hebben om haar te helpen. Het zou heel erg voor haar zijn om oud te worden in een kamp zonder jongere vrouwen.'

Hij staarde haar geërgerd aan. Sinds Man Die Met Honden Loopt was weggestuurd, leek zijn moeder sterker te worden, gevoed door de trots dat een van de haren weer hoofdman was. Ze zeurde voortdurend aan zijn hoofd en daar had hij een hekel aan.

'Cheanah, luister je eigenlijk wel?'

'Het hele kamp zal luisteren als mijn moeder nog wat harder zeurt!'

Haar ogen spoten vuur, maar ze dempte haar stem. 'Iemand moet aan je hoofd zeuren! Ik kom net uit je hut, waar Xhan moppert dat ze, als ze een meisje krijgt, het kind zal doden!'

Zijn eerste vrouw was dus inderdaad zwanger. 'Xhan zal doen wat haar wordt opgedragen. Of het nu een jongetje is of een meisje, ze zal blij zijn met elk leven dat ik in haar buik breng.'

De zachte wind die door het kamp waaide, was op dat moment warm en vol belofte van steeds langer wordende dagen. Cheanah ademde de lucht diep in en vond hem even lekker en zoet als rauw vlees.

'Cheanah, we moeten onze meisjesbaby's niet meer doden tot we voldoende vrouwen hebben om de toekomst van het volk te verzekeren!'

Cheanah dacht echter aan het verleden en herinnerde zich de vrouwen en meisjes van Torka's stam. De lange Lonit met haar antilopeogen, de mooie, lieve Iana, het verrukkelijke kindvrouwtje Mahnie, de knappe Eneela met haar weelderige boezem en de kleintjes... de sterke, mooie kleintjes... Demmi en Zomermaan. Zomermaan. Dat was een kind dat op een dag de lendenen van een man zou doen kloppen. En tot die tijd zou een man haar kunnen onderrichten, haar leiden, langzaam haar lichaam openen voor... Hij stopte. Alleen al de gedachte aan de mogelijkheden van het meisje maakte hem rusteloos en hitsig.

Waren de vrouwen van Torka maar hier, dan zou hij met Zomermaan aan de gang gaan. Maar eerst zou hij de moeder nemen, en daarna Iana, en dan Mahnie en dan zou hij op de opgezwollen, fantastisch weelderige borsten van Eneela zuigen en... 'Cheanah!' Zhoonali's stem klonk scherp van ongeduld en Cheanah voelde zich erdoor gegriefd.

Hij sprong overeind, zonder zich erom te bekommeren dat zijn moeder staarde naar wat nu fier overeind stak onder zijn lichte tuniek en met nieuw ontwaakte lust bewoog. 'Deze man had de vrouwen van Man Die Met Honden Loopt niet moeten toestaan dit kamp te verlaten. En zijn dochters ook niet. Als zij hier waren zou je je tong rust kunnen geven!'

Haar gezicht vertrok van woede terwijl zij hem recht aankeek. 'Vergeet ze! We hebben zelf vrouwen. De hemel heeft niet meer gebrand en de aarde heeft niet meer gebeefd en sinds Torka uit dit land is verdreven, klinkt de roep van de Wanawut ver weg.' Haar uitdrukking veranderde opeens en werd hongerig als die van een roofvogel, terwijl ze brutaal naar de rechtopstaande zuil van zijn mannelijkheid keek. 'Kijk nou eens! Deze oude vrouw voelt zich gevleid! Als ik niet zo oud en uitgedroogd was en niet meer in staat om leven voort te brengen, en als het niet verboden was volgens de gebruiken van onze voorvaderen, zou ik mijzelf nog voor je openen. Ach, wat een kinderen zouden we samen krijgen!'

Hij staarde haar vol afschuw aan, want voordat hij zich om kon draaien greep ze hem beet en sloot haar oude, knokige, geaderde vingers over de plek waar zijn tuniek naar voren stak. Ze lachte luid toen ze de blik op zijn gezicht zag, terwijl ze hem met stevige, zekere, ervaren vingers bewerkte en snel achteruit stapte en hem losliet toen ze voelde dat hij reageerde. 'Waarom heeft Cheanah Torka's vrouwen nodig? Ga maar! Ga maar, zeg ik! We hebben genoeg vrouwen in ons kamp. Verspil het mannelijke vuur niet! Het zal nieuwe vrouwen voor deze stam maken!'

En in de dagen en nachten die volgden, wist Cheanah wanneer hij met de vrouwen van zijn stam sliep dat ze goede vrouwen waren en dat ze allemaal gewillig waren, behalve Bili. Maar ze waren niet de vrouwen van Torka. En dat zouden ze ook nooit zijn.