40

Anderhalf uur nadat ze door de bewaker naar een klein kamertje waren gebracht, ging de deur hiervan open. De man met het lugubere litteken wenkte hen. Blijkbaar was hij behoorlijk zeker van zichzelf, want van een dreigende houding was geen sprake. Op de gang ging hij hen voor, waarmee hij aangaf de situatie volledig in de hand te hebben. Wat ook klopte, aangezien Chantal en Jeroen geenszins van plan waren om nogmaals een ontsnappingspoging te wagen.

Het kantoor waar ze even later binnenstapten was ruim en zakelijk ingericht. Voor de ramen hing gesloten luxaflex, tegen de rechterwand stond een grijze archiefkast en op de vloer lag een bordeauxrood tapijt. Er stond welgeteld één bureau met daarvoor twee stoelen.

Een opvallend blonde man van rond de veertig stond op. Hij droeg een donkerblauw maatpak met daaronder een azuurblauw overhemd en een donkerrode stropdas. Hij knikte en glimlachte hen vriendelijk toe. ‘Goedemorgen, neem plaats,’ zei hij in het Duits.

Toen ze eenmaal zaten, liet hij zich in de zwartleren bureaustoel zakken en zuchtte. ‘Het gebeurt zelden dat mijn dag zo hectisch begint.’

Chantal en Jeroen keken hem zwijgend aan. ‘Mijn naam is Jurgen Steiner. Ik geef leiding aan het segment crisismanagement afdeling Noord-Afrika van toi.’

‘De grote touroperator, baas van GoSunny,’ zei Jeroen smalend.

‘Groot zijn we zeker,’ zei Steiner met een amicale glimlach. ‘Om ons enkel als touroperator te betitelen is echter wat kort door de bocht. De belangen van toi strekken zich uit van reizenverkoop tot het managen van toeleveringsbedrijven in de metaalsector in en rond het Ruhrgebied. Wereldwijd is toi eigenaar of grootaandeelhouder van zo’n 250 bedrijven in negentien verschillende bedrijfstakken in zevenentwintig landen.’

Hij liet een korte stilte vallen. ‘Eén van die bedrijven is Hotel Luxor.’

‘Indrukwekkend,’ zei Jeroen. De blik in zijn ogen zei echter iets heel anders.

Terwijl ze de Duitse crisismanager recht aan bleef kijken, opende Chantal de rits van haar heuptasje. Ze haalde er een pakje Marlboro-sigaretten uit en duwde het kartonnen klepje omhoog. Met haar linkerduim en wijsvinger graaide ze naar de inhoud. Tijdens deze actie vermeed ze zorgvuldig de blik van haar echtgenoot.

‘Sorry, mevrouw Van der Schaaf. Roken is hier verboden.’

Chantal haalde haar schouders op en sloot het klepje. Het pakje sigaretten liet ze voor zich op het bureau liggen.

‘Voor een crisismanager van een mondiaal concern is het verwonderlijk dat u weet hoe twee onbeduidende toeristen heten,’ zei Jeroen met een scherpe tongval. Zijn verbazing over het pakje sigaretten was reeds vervlogen. De blik in zijn ogen was nu vijandig. Het was overduidelijk dat hij zich aan de gemaakt vriendelijke houding van de Duitser ergerde.

‘U bent allang bij ons bekend, meneer Van der Schaaf. Ook stond dit gesprek al op mijn agenda. Enkel door het onverwachte heengaan van Bodrun Gondogdu is het wat vervroegd.’

Jeroen schudde vertwijfeld met zijn hoofd. ‘Is het in managerskringen gebruikelijk om zelfmoord te definiëren als “onverwacht heengaan”?’

Van het ene op het andere moment boorden de staalblauwe ogen van Steiner zich in Jeroens blik. De huid op zijn gezicht spande zich aan, waardoor zijn kaaklijn nog prominenter leek. Ondanks de felle oogopslag was er geen sprankje emotie bij de Duitser te bekennen. Chantal vond hem het menselijke equivalent van een haai die naar de zwakheden van zijn aanstaande lunch zocht.

‘Wie zegt dat het zelfmoord was, meneer Van der Schaaf?’

Jeroen knikte een paar maal met zijn hoofd en lachte minzaam. ‘Wilt u soms beweren dat wij de directeur hebben neergeschoten, menéér Steiner?’ Hij benadrukte bewust de laatste twee woorden, omdat de geposeerde beleefdheid van de Duitser hem behoorlijk de keel begon uit te hangen.

‘Dat zult u mij niet horen zeggen. Dat laat ik aan de autoriteiten over.’

Jeroen wilde een snedige opmerking maken, maar wist op het allerlaatste moment zijn woorden in te slikken. Het was een combinatie van factoren die hem deed besluiten te zwijgen. De intonatie in Steiners stem en zijn intimiderende lichaamstaal waren onderdelen van een spel dat de Duitser speelde. Daarvan raakte hij als nuchtere Nederlander niet in de war. Nee, het ging om datgene wat Steiner níét had gezegd. De bijpassende beelden van deze zojuist bedachte stelling trokken in een flits aan zijn netvlies voorbij.

Hij zag hoe de bewaker tijdens zijn nachtdienst het lichaam van de directeur vond. Volgens de regels diende hij bij zware calamiteiten direct de eigenaar op de hoogte te brengen. Na dit telefoontje stapte crisismanager Steiner vanuit Istanbul in een privéjet. Eenmaal in Hotel Luxor liet hij alles bij het oude. Nog geen politie dus, aangezien hij eerst een praatje met die ondernemende Nederlanders wilde maken.

‘Ik denk dat ik het plaatje voor me zie...’ Jeroen fluisterde zonder daarbij Steiner aan te kijken. ‘Directeur Gondogdu zat na de dood van Max en Dennis met een enorm schuldgevoel in zijn maag. Dat lijkt me logisch, het vond tenslotte in zijn hotel plaats. Eigenaar toi stuurde iemand van het crisismanagement om op Gondogdu in te praten. U, meneer Steiner, of wellicht iemand anders, dat is niet echt interessant. Hij moest doorgaan met zijn werkzaamheden alsof er niets was voorgevallen. Nou ja, niets... een ongeval dat bij elk ander hotel had kunnen gebeuren. Dat soort dingen gebeurt.’

Jeroen bleef dromerig voor zich uit kijken. Chantal wist hoe moeilijk hij het had. Zijn verhaal betrof de dood van hun kinderen. Hoewel de woorden anders deden vermoeden, beleefde hij opnieuw hun overlijden. Deze keer heel sterk. Ze liet hem echter begaan. Elk woord van haar kant zou hem uit zijn zelfgecreëerde trance kunnen halen en dat wilde ze niet. Wat haar betrof verliep het gesprek naar behoren.

‘Meneer Van der...’

Jeroen stak dwingend zijn rechterhand op. ‘Om de directeur het gevoel te geven dat er zwaar met hem mee werd gedacht, nam het crisismanagement van toi direct maatregelen. Mensen die tijdens het overlijden van onze kinderen cruciale posities bekleedden, werden vervangen. Een minireorganisatie die voornamelijk in het belang van toi zelf was.’

Hij keek de man van toi nu recht aan. Daagde hem met zijn blik uit om een weerwoord te geven. Steiner hapte niet. Met een uitdrukkingsloos gezicht wachtte hij op het vervolg van Jeroens verhaal. ‘Zoals u zojuist al meldde, zijn de tentakels van toi verstrekkend. Men sprak met de directie van het ziekenhuis, waarna de arts die sectie op onze kinderen deed werd overgeplaatst. Bepaalde documenten raakten zoek. Mocht er ooit iemand informatie over deze zaak willen, dan zou men op een bureaucratische puinhoop stuiten. Oftewel een doodlopende lijn. Martina, de Nederlandse animator, moest natuurlijk weg. Zij was een landgenote van ons en veel te dicht bij de zaak betrokken. Voor haar werd een baantje in het Las Vegas geregeld. In haar kielzog lieten jullie een ander meisje vertrekken, Claire, een serveerster die op de dag dat onze kinderen verdronken dienst had bij de bar aan het zwembad. Om dit meisje ook ergens anders onder te brengen, is jullie grootste vergissing geweest.’

Steiner lachte minzaam. ‘Ik begrijp dat u geëmotioneerd bent. Het beeld dat u schetst hoort echter meer thuis in een aflevering van The Sopranos .’ Hierna maakte hij een vragend gebaar met beide handen. ‘U zet ons neer als een niets en niemand ontziende maffiaorganisatie. Dat is onzin, meneer Van der Schaaf. Als dit werkelijk het geval zou zijn, zouden wij iedereen toch uit de weg hebben geruimd? Een stuk simpeler, nietwaar? Dit is echter niet gebeurd en zal nooit gebeuren omdat toi een keurig concern is dat zich altijd aan de regels houdt. Wij zijn zakenmensen, geen gangsters.’

Jeroen schudde ontkennend met zijn hoofd. ‘Nee, jullie zijn zakenmensen én witteboordencriminelen. Dat is het grote verschil. Jullie vermoorden geen mensen, althans niet in opdracht. Dat jullie even slecht zijn als de Corleones van deze wereld is voor mij geen vraag maar een weet.’

Steiners rechterhand kwam met een harde klap op het bureau terecht. De aderen in zijn hals begonnen langzaam op te zwellen. Voor de eerste maal tijdens dit gesprek vertoonde zijn masker van innemendheid scheuren. ‘Nu gaat u te ver! Deze beschuldigingen zijn absurd!’

Jeroen keek hem minachtend aan. ‘Het enige absurde is dat jullie hiermee ongestraft weg denken te komen.’

Chantal zag dat Jurgen Steiner de grootst mogelijke moeite deed om zich verder te beheersen. Vanuit zijn optiek nam het gesprek een verkeerde wending. In plaats van twee bange muisjes werd hij geconfronteerd met een standvastig duo van wie er één als een getergde leeuw van zich afbeet. Wat als een belerende monoloog stond gepland, was uitgemond in een dialoog. Een verhitte discussie, zelfs. Tevens had hij zich laten verleiden tot een openlijke uitbarsting, hetgeen haaks stond op de normale werkwijze van crisismanagers. Een aan zekerheid grenzend vermoeden meldde haar dat Steiner nu knarsetandend zijn kans afwachtte om ergens aan het gesprek een bepaalde wending te geven waarmee hij het overwicht kon heroveren.

‘Ik zal heel duidelijk zijn,’ zei Jeroen, daarmee de stilte van de patstelling doorbrekend. ‘Onze kinderen zijn gestorven door het wanbeleid van Hotel Luxor. Hier wil ik direct aan toevoegen dat ook wij niet vrijuit gaan. Ikzelf of mijn vrouw had beter op hen moeten letten. Betere ouders moeten zijn. De gevolgen van die fout zullen we ons hele leven moeten meedragen.’ Het volume van zijn stem nam danig af. Het strijdlustige in zijn houding, die de afgelopen minuten tegen agressief aan had gezeten, slonk tot een aanvaardbaar niveau.

‘Bovenop ons verdriet en de oneindige nasleep die nog wacht, komt de reactie van degenen die medeschuldig zijn geweest aan de dood van Max en Dennis. Die is ronduit schandalig te noemen. Ik kan u dan ook verzekeren dat we alles in het werk zullen stellen om ons recht te halen. Dat zijn we aan zowel onze gemoedsrust als de jongens verplicht.’

Jurgen Steiner wreef met zijn vingertoppen over zijn oogleden en voorhoofd. Het universele gebaar van vermoeidheid. Maar ook een poging om te laten zien dat menselijke gevoelens hem niet vreemd waren. Een stelling die de laatste minuten veel aan geloofwaardigheid had ingeboet. ‘Geloof me als ik zeg dat ik meeleef met uw intense verdriet. Wat u hebt moeten doorstaan is meer dan triest. Twee kinderen verliezen... ik heb zelf een jongen en een meisje. Ik moet er niet aan denken dat...’ Hij keek hen beiden aan. Er lag een waas over het helblauwe van zijn ogen. De scherpe, vitale manager had een emotionele knauw gekregen en wenste dit niet te camoufleren. Boven alles ben ik vader, leek zijn blik te zeggen. ‘Hoe moeilijk dit ook is, we moeten wel proberen om bepaalde dingen los van elkaar te zien en de zaken op de juiste manier te beraden. Het is zonder meer logisch dat er naast uw verdriet ook een flink stuk onvrede heerst. Uit uw woorden kan ik opmaken dat het voortkomt uit onmacht. Ik kan u echter verzekeren dat de beschuldigingen in de richting van toi ongegrond zijn. Wij houden er geen duistere praktijken op na. Een bedrijf met zoveel verantwoording naar zijn werknemers toe kan dit eenvoudigweg niet maken.’

Hij legde beide handen op tafel en slaakte een diepe zucht. ‘Nogmaals, ik begrijp hoe moeilijk u het hebt. Probeer echter om uw verdriet een plekje te geven en jaag geen hersenschimmen na. Hiermee beschadigt u mensen die dit niet hebben verdiend. Wij zijn geen duivels, maar hardwerkende mensen die het beste met Jeroen en Chantal van der Schaaf voorhebben. We moeten zien hier samen uit te komen.’

Chantal had moeite om met de opspelende woede haar gezicht in de plooi te houden. De poging van Steiner om hen voor zich te winnen, was een belediging aan hun intelligentie. Het was eveneens een actie die in dit stadium van het gesprek tot een reactie van Jeroen zou leiden. Als hij binnen de fatsoensnormen bleef, zou ze zich er voorlopig buiten houden. Op het puntje van haar stoel wachtte ze haar moment af.

‘Er samen uitkomen, zei u?’ antwoordde Jeroen bitter. ‘U verwacht dat wij een pact sluiten met de moordenaars van onze kinderen?’ Nu was het zijn beurt om keihard op het bureau te slaan. ‘Blijkbaar bent u zó geïndoctrineerd dat u inmiddels over een selectief geheugen beschikt. Het lijkt mij daarom geen overbodige luxe om die hersens van u eens te updaten.’

Hij haalde diep adem. ‘Op die bewuste dag oefende mijn vrouw voor een modeshow en dommelde ik wat op een ligbed aan de rand van het zwembad. De jongens hadden de grootste lol in het zwembad. Om toch nog een beetje zicht op hen te houden, maakten we een afspraak. Elk halfuur zouden ze zich bij mij melden. Geholpen door de zon en de naweeën van een overdadige lunch maakte ik de grootste fout van mijn leven: ik viel in slaap. Toen ik wakker werd van geschreeuw en de voetstappen van hollende mensen was het te laat. Toegesneld personeel deed nog wel een poging hen te reanimeren. Tevergeefs!’

De temperatuur in het kantoor leek tot onder het vriespunt te zijn gedaald. Jeroen wierp een ijzige blik op de vertegenwoordiger van toi. ‘Heel misschien gaat het in uw bovenkamer dagen, meneer Steiner,’ zei Jeroen met een stem waar het cynisme vanaf droop. ‘Mocht dit niet het geval zijn, maakt u zich dan vooral geen zorgen. Er komt namelijk nog meer.’ Zonder de Duitser een kans te geven om te reageren, ging hij verder. ‘Vlak naast het zwembad stond een bar. Het meisje dat serveerde had het zoals altijd enorm druk. All-inclusive is een zegen voor de klant, maar een straf voor het personeel, nietwaar? Enfin, bij ons thuis werd altijd met mate frisdrank gedronken. Voor de tweeling stond die bar dus gelijk aan het walhalla. Ze zagen hoe ik begon weg te dommelen, waarna ze hun kans schoon zagen.

Ze pakten de volle glazen, dronken in een enorm tempo en hadden de grootste lol. Dit deden ze twee, drie keer, misschien nog wel vaker. Ze bleven maar drinken, omdat het meisje achter de bar op de automatische piloot werkte. Ze moest ervoor zorgen dat de gasten ongelimiteerd konden drinken. Voor datgene wat er zich buiten haar piepkleine wereldje afspeelde, had ze geen oog. Dat stond niet in haar taakomschrijving. Met barstensvolle buikjes hervatten ze hun spelletjes. De meeste kinderen kennen hun grenzen niet, meneer Steiner. Daarvoor zijn de volwassenen uitgevonden. Zij dienen die limieten te bepalen. Wat dat betreft ligt de schuld dus bovenal bij onszelf. Wat er zich daarna precies heeft afgespeeld laat zich raden.’

Hij schraapte de opspelende emoties uit zijn keel. ‘Omdat Max, de oudste, de meest ondernemende was, ga ik ervan uit dat hij als eerste getroffen werd door helse pijnscheuten. Het ravotten met een maag vol lunch en frisdrank werd hem fataal. Verlamd van de pijn kon hij het hoofd niet boven water houden en zonk hij naar de bodem. Dennis is achter hem aan gezwommen. Hij heeft zijn broer vastgepakt en geprobeerd hem naar boven te brengen. Onbegonnen werk voor een jochie van tien met een steen in zijn maag die met de seconde zwaarder werd. Toch heeft hij niet losgelaten. Tot aan het moment dat het zwart voor zijn ogen werd heeft hij geprobeerd zijn broer naar de oppervlakte te brengen.’ Na deze woorden keek Jeroen voor zich uit. Zijn blik was wazig. Hij keek zonder daadwerkelijk te zien. In gedachten zweefde hij ergens boven de wolken in niemandsland. Op zoek naar zijn jongens. Hij had hun nog zoveel te vertellen.

Steiner verbrak de drukkende stilte. Hij fluisterde: ‘Maar... Dennis had toch weg kunnen zwemmen om hulp te halen?’

Jeroen knikte bedachtzaam. ‘U begrijpt het niet. Het was een tweeling. Twee lichamen, één ziel. Het zou nooit in Dennis zijn opgekomen om weg te zwemmen. Hij zag zichzelf liggen...’

Na enkele seconden knikte Jurgen Steiner. Chantal zag dat het verhaal hem had aangegrepen. Hij bleef een mens. Het onvoldongen feit dat ze hier zowel letterlijk als figuurlijk recht tegenover elkaar zaten, deed daar niets aan af. Maar ze zette deze gedachte snel van zich af. Jurgen Steiner was en bleef hun tegenstander.

‘Ik zie in uw ogen iets wat voor medeleven door kan gaan,’ zei Jeroen. ‘Een wereld van verschil als je de feiten uit een dossier door mensen van vlees en bloed hoort vertellen, toch?’

Steiner knikte. ‘Ik...’

‘We willen uw medelijden niet. We zijn hiernaartoe gekomen om te ontdekken hoe onze kinderen zijn gestorven. En dat is gelukt. Hoe jammer dat voor uw organisatie ook is.’

‘U hebt geen enkel bewijs. Alles wat u stelt is hypothetisch. Elke rechtbank veegt dit meteen van tafel.’

Jeroen glimlachte meewarig. ‘Alleen uw reactie spreekt al boekdelen.’ Hij haalde laconiek zijn schouders op. ‘En het had niet eens zover hoeven komen. Als toi een ander beleid had gevoerd, zouden wij hier hoogstwaarschijnlijk nooit hebben gezeten. En dan heb ik het niet over all-inclusive, maar over de begeleiding en nazorg.’

Chantal zag de vonk in de ogen van Steiner die zijn interesse verraadde. Hij had zich een houding aangemeten van een verre vriend die aandachtig luisterde naar een dieptriest relaas. Een rol die hij, op dit korte moment na, uitstekend vertolkte. Hoewel zij hem vanaf de kennismaking al doorhad, viel hij nu definitief door de mand.

Ze verbaasde zich er wel over dat ze haar eigen rol van zwijgende echtgenote volhield. Er waren genoeg momenten geweest dat ze op haar tong had moeten bijten. Aangrijpende passages waarin ze Jeroens verdriet zowel mentaal als fysiek beleefde. Het had haar moeite gekost om hem niet met een hand op zijn arm of met een lief woordje te steunen. Hem het gevoel te geven dat gedeelde smart het begin was van een nieuwe start.

Ze had gezwegen. Met haar volle verstand, aangezien haar hart een andere taal sprak. De weg die zij hadden afgelegd was lang. Een emotionele reactie kon het laatste stuk dat naar het eindpunt leidde vertragen. Naast Jeroen moest de ratio als metgezel optreden.

‘Na de dood van Max en Dennis raakten wij beiden in een shock. Alles wat er hier gebeurd en gezegd is, ging langs ons heen. Pas na de begrafenis van onze kinderen in Nederland raakten wij langzamerhand uit dit vreemde coma. Van dode levenden werden wij levende doden. Op wat troostende woorden van de reisleidster na hebben wij van uw organisatie nooit iets vernomen. Geen boeketje op de begrafenis namens GoSunny of een telefoontje van iemand van toi die zijn deelneming betuigde. Niets wat ook maar enigszins op menselijkheid duidde. In plaats van een portie medeleven en begrip werden wij snel overgeboekt naar de eerste de beste vlucht. Daarna ging de bezem erdoorheen. Voor de mensen die te dicht bij het “ongeluk” betrokken waren, vond men een andere werklocatie. Daarna was het wat toi betreft einde verhaal.’

Steiner schonk hun een vertwijfelde blik. ‘Ik kan wel blijven zeggen...’

‘Dat ik maar wat uit mijn nek klets,’ vulde Jeroen aan. Zijn wijsvinger ging snel heen en weer. ‘Het ging mis toen wij opnieuw boekten voor Hotel Luxor. Ik kan me levendig voorstellen hoe de alarmbellen op het hoofdkantoor begonnen te rinkelen.’ Hij lachte gemeen en ging direct verder. ‘De directeur raakte in paniek. Mede door zijn zelfmoord ga ik ervan uit dat hij vanaf de eerste dag zwaar met deze zaak in zijn maag zat. Bang voor zijn baantje en reputatie had hij zich door u laten overtuigen dat alles op z’n pootjes terecht zou komen. Aangezien dit dus niet het geval was, draaide hij door. Hoewel het systeem op zich onveranderbaar was, had hij na het ongeval wel enkele nuances aangebracht. Zo werden de speeltjes uit het zwembad verwijderd en moest het personeel aan de bar in een lager tempo frisdrank serveren. Dit was zijn manier om tegengas te geven, iets aan preventie te doen. Vanuit uw kantoor gaf u hem de opdracht om ons door de bewaking te laten schaduwen. Tevens werd hem verzekerd dat u het persoonlijk zou komen oplossen.’

Jeroen schudde licht met zijn hoofd. Een grijns speelde om zijn mondhoeken. ‘Wat kan het leven toch rare wendingen nemen, hè? Nadat de directeur een boodschap had ontvangen waaruit hij concludeerde dat wij de waarheid dicht op de hielen zaten, schoot hij zich door z’n hoofd. De bewaker vond hem en belde u. Geslepen door opleiding en ervaring, onderkende u direct de onvoorstelbare kans die voor het grijpen lag. Waar in het reeds geplande onderhoud met ons behoorlijk wat beren op de weg konden staan, bevonden de troefkaarten zich in het nu te volgen gesprek in een en dezelfde hand. Wellicht geen zelfmoord, corrupte politie, smerige cellen. Als de wraakzuchtige ouders van een tweeling die in dit hotel om het leven was gekomen, werden wij nota bene bij het lijk aangetroffen. Alle reden dus om aan zelfmoord te twijfelen. Tja, wij hadden onszelf in een lastig pakket gebracht, was een zin die meerdere malen van uw lippen zou rollen.’

De blik in de bruine ogen van Jeroen weerstond de bundel ijskoude vlammen die Steiner hem toezond. In de lichaamstaal van de crisismanager was een spectaculaire verandering opgetreden. Zelfs de schijn hield hij niet meer op. ‘Als we eenmaal murw waren, kwam de aap uit de mouw. Vanwege uw werkzaamheden kende u natuurlijk mensen bij justitie. Met wat getrek aan de juiste touwtjes en een beetje geluk bestond er een mogelijkheid om uit de problemen te blijven. Met veel theater zou u erop wijzen dat dit absoluut niet de gebruikelijke gang van zaken was. Voor ons werd deze uitzondering echter gemaakt. U was tenslotte op de eerste plaats mens en een vader die begreep welke ellende wij reeds hadden doorgemaakt. Tussen neus en lippen door zouden wij dan een document te tekenen krijgen waarin stond dat wij GoSunny en toi op geen enkele manier aansprakelijk stelden voor de dood van onze kinderen. Wat als een formaliteit werd afgedaan was in werkelijkheid de eigenlijke reden van het gesprek. Alles was en is ondergeschikt aan het grote geld dat toi met het all-inclusive systeem verdient. Zelfs mensenlevens.’

Terwijl Jeroen aanstalten maakte om op te staan, schudde Steiner ontkennend zijn hoofd. ‘Ik kan u verzekeren dat toi geen groot geld aan het all-inclusive systeem verdient. Er is zelfs...’

Jeroen onderbrak hem met een vinnige snijbeweging van zijn rechterhand. ‘Genoeg! Bel de politie en vertel ze dat wij de directeur van Hotel Luxor hebben neergeschoten. Laat ze ons maar in een cel gooien. Prima. We zullen alles aangrijpen om een rel te schoppen. Het maakt me in principe geen donder uit wat er gebeurt, zolang ik maar niet meer naar uw geklets hoef te luisteren.’ Hij stond op. Er lag een verbeten trek op zijn gezicht.

‘Ga zitten, Jeroen,’ fluisterde Chantal. Ondanks het gebrek aan volume klonk er kracht in haar stem door. ‘Laat hem uitspreken... toe.’

Haar woorden deden hem zichtbaar twijfelen. Na enkele seconden waarin er intens oogcontact tussen hen was, zakte hij rustig door zijn knieën om weer plaats te nemen.

Jurgen Steiner richtte zich tot Chantal. ‘In het begin van het
all-inclusive systeem werd er door alle partijen veel geld aan verdiend. Door de verslechtering van de economische situatie, hogere brandstofprijzen, stijgende lonen in de toeristische ontwikkelingslanden, enzovoort, enzovoort, krompen de marges. Omdat de concurrentie in de reisbranche moordend was en is, werden deze prijzen niet doorberekend naar de klant. Met een prijsstijging zou elke organisatie zichzelf regelrecht naar de financiële afgrond brengen. De saneringen troffen in dat stadium dus voornamelijk de hotels en resorts die men dwong tot een nóg scherpere prijsstelling.

Het werd echter meer en meer duidelijk dat deze politiek een trein zonder remmen bleek die maar doordenderde. Een crash was onvermijdelijk. Uiteindelijk kwam die klap toen men er van doordrongen raakte dat alle interne reorganisaties niet afdoende waren. Om toch geld te blijven verdienen, hadden de reisorganisaties namelijk flink in het eigen huishouden gesnoeid. Hierbij moet u denken aan het reduceren van hostesses op de vakantiebestemming, ontslagen van kantoorpersoneel, het intensiveren van internetboekingen en loonbevriezing. Omdat de voor een touroperator essentiële zaken als brandstofprijzen, landingsrechten en luchthaventoeslagen bleven stijgen, bleken alle interne bezuinigingen niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. De vrije val was ingezet en van een bodem was geen sprake.’

Hij richtte zijn blik van Chantal naar Jeroen. Van het ferme en zelfverzekerde van de crisismanager die te allen tijde een oplossing vindt, was geen spoortje meer in zijn houding terug te vinden. Het leek er sterk op dat hier een man zat die er zojuist was achter gekomen dat de realiteit ook hem had ingehaald. ‘Niemand heeft uw kinderen met opzet iets aan willen doen. Op het verkeerde moment en de verkeerde plaats deden zij iets waarvan de gevolgen dramatisch waren. Achteraf beschouwd zijn er fouten gemaakt. Had het nooit mogen gebeuren.’

Steiner slikte en haalde toen diep adem. ‘Het was een ongeluk. Een ongeval dat overal had kunnen plaatsvinden. Wij van toi zijn op dit moment bezig met een nieuw concept, de naam is all-inclusive platina. Met dit pakket bieden wij de klant tal van extra zaken zoals excursies en luxe faciliteiten aan. Voor de eerste keer zullen wij de prijs scherp verhogen. De achterliggende gedachte hiervan is het kweken van een financiële buffer waarmee wij belangrijke aspecten als veiligheid en hygiëne in talrijke hotels kunnen bevorderen.’

Hij haalde adem om zijn verhaal te vervolgen, maar Chantal was hem voor. ‘Meneer Steiner, voordat u verder gaat met het uiteenzetten van de toekomstplannen van toi wil ik u graag iets duidelijk maken.’ Ze negeerde de verbaasde blikken. ‘Uit pure onmacht zijn wij terug naar Hotel Luxor gegaan. Het was voor ons onmogelijk om in Nederland de antwoorden op tal van vragen te krijgen. Op een onorthodoxe manier hebben wij deze uiteindelijk gekregen. Wij weten wat er is gebeurd en daarmee is het voor ons klaar. Het is bij ons zelfs nooit opgekomen om een rechtszaak tegen wie dan ook te beginnen. Het hoe en waarom was en is onze prioriteit. Wat ons rest is verdergaan met ons leven.’

Een lichte twinkeling verscheen in de vragende blik van Steiner. Hoewel hij op zijn manier behoorlijk emotioneel bezig was, vergat hij nooit wie zijn rekeningen betaalde. Het antwoord van Chantal zou instemmend door de directie worden ontvangen. Dat hij hiervoor zwaar door het stof was gegaan, deed niet ter zake. Alles draaide om het resultaat, en dat mocht er zijn. De familie Van der Schaaf ging rustig terug naar huis en probeerde nog wat van haar leven te maken. Er kwam geen aanklacht. Een rechtszaak bleef uit. Omdat er geen gevecht kwam, was toi bij voorbaat winnaar. Hij had gewonnen. Hij had het weer geflikt. Ondanks het inwendige juichen wist hij zijn gezicht in een bijpassende, sobere uitdrukking te plooien. ‘Toch heb ik het idee dat u nog iets dwarszit, mevrouw Van der Schaaf.’ Hij moest het zeker weten. Geen losse eindjes of geneuzel achteraf. Daarvoor was deze overwinning te belangrijk.

‘Inderdaad,’ antwoordde Chantal. ‘Tijdens dit gesprek heb ik van alles gehoord. Van zelfmoord tot aan de nieuwe strategie van toi toe. Wat voor ons echter het allerbelangrijkst is, heb ik u niet horen zeggen.’

Steiner keek haar oprecht verwonderd aan. ‘En dat is?’

‘U hebt niet namens toi sorry gezegd.’

Om tijd te winnen, wreef Steiner met de vingertoppen van zijn linkerhand over zijn gezicht. De raderen in zijn hoofd draaiden als molenwieken met windkracht tien. Een fractie van een seconde schoot het door zijn hoofd dat het om een valstrik ging. Omdat dit idee rechtstreeks uit zijn eigen, verdorven brein kwam, verdween het even snel in een denkbeeldige prullenbak. Nee, deze mensen wilden geen ellende meer. Daarvan hadden ze immers genoeg meegemaakt. Dat gold ook voor die bijdehante echtgenoot, wist hij. Zijn grote mond was eigenlijk een vorm van aandacht vragen. Naast hun verdriet voelden zij eveneens ergernis over de afwikkeling van toi. Het werd hem nu duidelijk dat dit tevens tot zijn takenpakket behoorde. Als hij het goed speelde, was de zaak definitief afgewikkeld en iedereen blij. Vooral hijzelf. Hij schraapte zijn keel.

‘Meneer en mevrouw Van der Schaaf.’ De emotionele klankkleur van zijn stem paste perfect bij zijn zorgelijke gezichtsuitdrukking. ‘Wat ik u nu ga zeggen blijft tussen ons. Mocht dit ooit waar dan ook ter sprake komen, dan kan ik u verzekeren dat ik het in alle toonaarden ontken.’

Zowel Chantal als Jeroen knikte.

‘Uw kinderen zijn hier in Hotel Luxor verongelukt. Een hotel dat eigendom is van toi. Ook de reis is geboekt via ons concern. Vanwege technische redenen, de aansprakelijkheid, heeft de directie van toi besloten zich ten opzichte van deze trieste zaak op de achtergrond te houden. Dit heeft alles met het zakelijke en niets met het menselijke aspect van doen. Ik kan u namelijk verzekeren dat het de leidinggevenden van ons bedrijf diep heeft aangegrepen. Ik spreek namens deze mensen als ik stel dat het nooit had mogen gebeuren. Uw kinderen zijn het slachtoffer geworden van het slecht functioneren van sommige takken van het all-inclusive systeem. Wij realiseren ons dat deze tragedie in elk willekeurig all-inclusive hotel had kunnen plaatsvinden. Het is echter gebeurd in Hotel Luxor, eigendom van toi. Dat maakt ons automatisch direct betrokken. Naar aanleiding van de dood van uw kinderen is er intern een memo verstuurd. Hierin wordt gewezen op de noodzaak van het aantrekken van meer veiligheidsinspecteurs. Wij willen ten koste van alles voorkomen dat er ooit nog zo’n drama plaatsvindt.’ Hij schonk Chantal en Jeroen de meest oprechte blik uit zijn arsenaal. ‘Het spijt ons. Het spijt mij. Het spijt iedere werknemer van GoSunny en toi.’

De stilte die volgde was er een van onuitgesproken gedachten. Van herinneringen en toekomstperspectieven. Chantal stond als eerste op. Ze knikte Steiner even toe. ‘Dank u wel.’ Daarna pakte ze het pakje sigaretten van tafel, draaide zich om en liep weg. Ook Jeroen stond op. Terwijl hij achter zijn vrouw aan liep, keurde hij de Duitser geen blik meer waardig.

De liftdeuren openden zich, waarna ze direct instapten. Toen de lift zich in beweging zette, sloeg Jeroen met zijn gebalde vuist tegen de stalen wand. ‘Ze wisten het. Ze wisten tot in detail hoe de jongens zijn verongelukt.’ Opnieuw reageerde hij zijn woede op de lift af. ‘Ze hebben bewust hun mond gehouden. Om aansprakelijkheidsredenen.’ Hij spuugde deze woorden uit alsof het vergif betrof. ‘Het ergst is dat ze het altijd zullen blijven ontkennen. Die mooipraterij van Steiner leidt tot helemaal niets. Ja, dat er nog meer slachtoffers vallen. Jij denkt toch niet dat ze hun geld gaan uitgeven aan onbenulligheden als veiligheid en hygiëne? Schei toch uit! Tuig van de richel is het!’ Hij schudde vertwijfeld zijn hoofd. ‘En we kunnen er verdorie niets aan doen om het tegen te houden.’

Hij keek Chantal aan, die het pakje Marlboro als een beginnend goochelaar tussen haar vingers liet glijden. ‘Ik wilde er tijdens het gesprek niets van zeggen, maar wat moet jij in ’s hemelsnaam met sigaretten?’

Ze opende het klepje en viste er een zwart, langwerpig doosje uit. Hierna glimlachte ze breeduit. ‘Een cadeautje van Perry Zuidam. Het hele gesprek is opgenomen.’

Van verbazing viel Jeroens mond half open. Zijn pupillen verwijdden zich. ‘Het is nooit onze bedoeling geweest om tegen wie dan ook een rechtszaak te beginnen,’ fluisterde hij toen de impact van Chantals actie tot hem doordrong. ‘Wat een meesterzet, schat. Het hoeft in eerste instantie niet eens tot een rechtszaak te komen. Er zijn nu zoveel andere manieren om ze te treffen. De media bijvoorbeeld.’

De glimlach van Chantal won aan kracht. ‘Je weet toch wat een hekel ik aan liegen heb.’

All-inclusive
titlepage.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_0.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_1.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_2.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_3.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_4.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_5.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_6.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_7.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_8.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_9.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_10.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_11.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_12.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_13.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_14.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_15.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_16.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_17.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_18.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_19.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_20.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_21.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_22.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_23.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_24.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_25.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_26.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_27.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_28.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_29.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_30.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_31.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_32.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_33.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_34.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_35.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_36.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_37.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_38.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_39.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_40.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_41.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_42.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_43.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_44.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_45.xhtml