39

Met een kort handgebaar maakte de bewaker duidelijk dat ze naar hem toe moesten komen. Om zijn superioriteit te bevestigen, sloeg hij zijn armen over elkaar. Hij keek nu als een hoogst verontwaardigde conciërge die zojuist twee brugklassers had betrapt op het roken van een sigaret in de toiletten.

Voetje voor voetje schuifelden ze zijn kant op. De vernedering en de zekerheid dat het over was met hun plannen hing als een molensteen om hun nek. Vanuit haar ooghoek keek Chantal naar Jeroen. Uit zijn houding sprak de verslagenheid van iemand die op heterdaad is betrapt. Het was definitief over, wist ze. Jeroen was de laatste dagen de motor van hun onderneming. Na elke teleurstelling vond hij steeds weer de kracht om toch weer actie te ondernemen. Als hij opgaf, eindigde hun missie hier. In het kantoor van een hoteldirecteur die zichzelf voor zijn kop had geschoten.

Voordat het tot haar doordrong dat deze kantoorruimte slechts het voorportaal van meer ellende was, kwam Jeroen plotseling in actie. Vliegensvlug ging zijn hand naar zijn kontzak. Hij deed twee grote stappen naar voren, waarna de beitel in zijn hand verscheen. Met uiterste precisie drukte hij de scherpe kant van het werktuig tegen de keel van de verraste bewaker.

‘Wacht aan het eind van de gang op me,’ zei hij tussen zijn opeengeklemde kaken door tegen haar.

‘Maar...’

‘Doe wat ik zeg, Tal!’

Op een drafje voerde ze zijn bevel uit. Omdat ze op de automatische piloot handelde, was denken onmogelijk. Ze moesten hier weg. Ze waren op de vlucht in een land waarvan ze slechts een paar vierkante kilometer kenden. Hopelijk had Jeroen een oplossing. Zo niet, dan waren ze reddeloos verloren.

Aan een korte blik had Jeroen genoeg. Chantal had het einde van de gang bijna bereikt. Hij haalde de knuppel van de bewaker van diens riem en hield het slagwapen dreigend omhoog.

‘Laat ons met rust.’ Hij sloot zijn ogen half om een zo gemeen mogelijke gezichtsuitdrukking te tonen. Blijkbaar was de bewaker hiervan niet erg onder de indruk. Met een uitdrukkingsloze blik keek hij hem aan.

Jeroen draaide zich om en begon te rennen. Nadat hij tien meter had overbrugd, hoorde hij de bewaker opgewonden spreken. Terwijl hij doorliep, kon hij zichzelf wel voor zijn kop slaan. In plaats van de wapenstok, had hij de radio mee moeten nemen. Daarmee stond de bewaker in verbinding met... ja, met wie eigenlijk? Andere bewakers, hotelpersoneel, de politie?

Het antwoord op deze vraag kwam op hen af toen ze de deur van de dienstingang openden. Twee receptionisten, met hun gezicht op onweer. In een fractie van een seconde schatte Jeroen hun kansen in. Het trappenhuis viel af, waarna hij Chantal bij haar hand pakte. Dat hij hierdoor de wapenstok moest laten vallen, kon hem niets schelen. Hij had zijn portie geweld voor die dag wel gehad.

Ze renden door de foyer heen in de richting van de tuin. Hun voorsprong was hooguit tien meter. Eenmaal op het bordes werd het uitzichtloze van hun situatie direct duidelijk. De vollemaan zorgde voor een natuurlijke verlichting, waardoor de meeste attracties in de gigantische tuin van Hotel Luxor tot in detail zichtbaar waren. Een korte blik op het feeërieke uitzicht verhoogde het nachtmerriegehalte van hun ontsnapping aanzienlijk.

‘Naar het bos,’ zei Jeroen terwijl hij zich omdraaide. De achteropkomende achtervolgers deinsden geschrokken terug toen hij met de beitel begon te zwaaien. Hij hoorde Chantal wegrennen en besloot alles op alles te zetten.

Bekomen van de schrik, cirkelden de drie mannen om hem heen. Ze loerden als haaien op een kans om hem te grazen te nemen. Af en toe stapte er een naar voren, net buiten het bereik van de beitel. Een snelle zwiep was echter genoeg om hen weer terug in hun positie te drijven.

Hoewel de beide receptionisten er niet bepaald als watjes uitzagen, hield Jeroen voornamelijk de bewaker in de gaten. Uit alles bleek dat hij een ervaren vechtjas was die zich geen tweede maal zou laten verschalken. Zijn bewegingen waren behoedzaam en beheerst. Op zijn gezicht lag een vileine glimlach, waardoor het litteken op zijn linkerwang er nog afschrikwekkender uitzag.

Hij voelde hoe de vermoeidheid aan zijn spieren begon te knagen. Medicijngebruik en een gebrek aan conditie eisten nu hun tol. De idiote vertoning hier op het bordes duurde al minstens een minuut, wist hij. Hierdoor had Chantal inmiddels wel een ruime voorsprong. Het enige positieve ervan. Hij spande zijn spieren en zwaaide vervaarlijk met de beitel in het rond. De mannen stapten gezamenlijk terug, waarna hij zich razendsnel omdraaide en het op een lopen zette.

Met de blik op oneindig scheerde hij langs de tafels die in de oase stonden. Zijn knieën speelden op toen zijn voeten tot zijn enkels in het zand wegzakten. Op pure wilskracht ploegde hij door tot het einde van wat een gedeelte van de Sahara moest voorstellen. Het daaropvolgende stenen pad was een verademing voor zijn gestel.

Links van hem verschenen wat bomen. Ze stonden vrij dicht op elkaar, waardoor je met enige fantasie over een bos kon spreken. Een ober had hun ooit verteld dat de bomen synoniem stonden voor het noordelijke gedeelte van de Nijl, waar de oevers dicht begroeid waren. Hij voelde de harde schors langs zijn huid schrapen toen hij het minibos in stoof.

Dikke takken en bladeren dwongen hem snelheid te minderen. Een nadeel dat al snel een voordeel bleek. De forse begroeiing ontnam namelijk elk vergezicht. Slechts een fractie van het maanlicht drong tot de kern van het woud door.

Jeroen ging op zijn hurken zitten. Hij hield zich muisstil en hoorde hoe zijn achtervolgers het tegenovergestelde deden. Dorre bladeren ritselden onder hun voeten en er klonk regelmatig een vloek als een grote tak venijnig tegen een lichaamsdeel zwiepte.

Terwijl hij aandachtig luisterde, overviel het zinloze van zijn actie hem als een dief in de nacht. Het werd hem ineens duidelijk dat hun onderzoek definitief was afgelopen toen ze in het kantoor van de directeur waren betrapt. Daar had hij zo wijs moeten zijn om met de bewaker mee te gaan, in plaats van zich aan een dwaze vluchtpoging te wagen. In stilte mompelde hij ‘lul’ tegen zichzelf en hij vroeg zich daarna af waar Chantal zich had verstopt. Een halve minuut later wist hij het.

‘Uw vrouw is nu bij ons. Zij wil met u spreken.’ In de stem van de bewaker klonk geen spoortje van victorie door. Hij deed gewoon zijn werk.

All-inclusive
titlepage.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_0.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_1.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_2.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_3.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_4.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_5.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_6.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_7.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_8.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_9.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_10.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_11.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_12.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_13.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_14.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_15.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_16.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_17.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_18.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_19.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_20.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_21.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_22.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_23.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_24.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_25.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_26.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_27.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_28.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_29.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_30.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_31.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_32.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_33.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_34.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_35.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_36.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_37.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_38.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_39.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_40.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_41.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_42.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_43.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_44.xhtml
awb_-_all_inclusive_split_45.xhtml