Hoofdstuk 9
Ze wandelden naast elkaar door de tuin en volgden daarna het pad door het bos. Ze hield Simon niet bij zijn arm vast en hij bood dat ook niet aan, maar desondanks was ze zich met elke vezel van haar lichaam van hem bewust. Hij was haar steun en toeverlaat en stelde geen eisen. Gezien haar verwarring was ze daar dankbaar voor.
Hij was uiteraard de laatste die ze eigenlijk wilde zien, gezien het onderwerp waar ze over wilde en móest nadenken. Om het te analyseren, bestuderen en uiteindelijk te begrijpen. Gezien de aard van dat onderwerp en het feit dat ze zowel letterlijk als figuurlijk zo intiem met elkaar waren verwachtte ze een zekere mate van... niet zozeer verlegenheid, maar wel onzekerheid wanneer ze alleen en dicht bij hem was.
Maar het enige wat ze al de hele dag voelde en nu ook, was veiligheid. Ze was niet helemaal op haar gemak, maar beslist niet verward. Ze wist zeker dat hij altijd voorspelbaar zou reageren, dat hij was zoals hij was en nooit zou veranderen. Hij zou nooit enige dreiging voor haar kunnen betekenen.
Niet lichamelijk althans, emotioneel lag het misschien iets anders.
Inwendig zuchtte ze, hield haar ogen neergeslagen en liep door. En was zich ervan bewust dat hij naast haar liep.
En wist dat ze troost putte uit zijn aanwezigheid.
Het was Kitty met haar grillen die haar weer eens afleidde, dit keer diepgaander. Het was ongetwijfeld logisch dat ze als reactie daarop naar mensen trok die ze kende en vertrouwde. Zoals lady O.
En zoals Simon.
Ze kwamen bij de rand van de richel, een stuk pad waar het bos ophield en de wind opzette vanuit de verre zee. Ze voelden een vleug frisse lucht, de eerste tekenen van de storm in de verte. De vlaag koelere lucht blies onder de krulletjes in haar nek en liet haar haren om haar gezicht dansen.
Ze bleef staan, streek de eigenzinnige haarstrengen terug en hief haar gezicht in het zwakke windje.
Simon bleef naast staan en keek uit over de velden naar de donkere wolken die langs de verre horizon rolden. Toen wendde hij zich weer naar Portia.
Hij was niet verbaasd geweest om haar in de tuin te zien. Iedere andere vrouw zou zijn gaan rusten om bij te komen van de inspanningen van de dag. Maar Portia niet.
Hij vertrok zijn mond bij het idee dat zij mat, kwijnend en lusteloos in bed zou liggen. Ze was de meest energieke vrouw die hij kende, vol rusteloze, schijnbaar onbegrensde energie, een kant van haar die hem altijd op een overduidelijke fysieke manier had aangetrokken.
Hij had nooit gemerkt dat ze zich aanstelde of deed of ze ziek was. Ze had hem met haar onvermoeibare enthousiasme altijd bij kunnen houden.
Vermoedelijk op elk gebied.
Hij liet zijn blik over haar soepele, slanke figuur omlaag glijden tot aan haar uitzonderlijk lange benen. Evenwichtig als ze was, trilde ze van levenslust en leven.
Zonder meer een punt in haar voordeel.
Maar nu echter was ze dieper in gedachten dan hij haar ooit had meegemaakt.
'Wat is er aan de hand?'
Ze keek hem even onderzoekend aan en zag wat ze in zijn toon al had beluisterd, namelijk dat hij niets anders dan de waarheid wilde horen.
Ze perste haar lippen opeen en keek weer naar het uitzicht. 'Kitty is in verwachting. Ik hoorde het haar vanochtend tegen Winifred zeggen en ze probeerde Winifred te laten denken dat de baby van Desmond was.'
Hij deed geen poging om zijn afkeer te verbergen. 'Wat bijzonder onsmakelijk.'
'De baby is niet van Henry.'
'Dat vermoedde ik al.'
'Waarom?'
'Ik heb het idee dat zij en Henry al een tijdje van elkaar zijn vervreemd.' Hij aarzelde en ging toen door. 'Ik denk dat het gesprek dat we laatst op die avond tussen Henry en James hoorden, een discussie over een mogelijke scheiding was.'
'Scheiding?'
Portia staarde hem aan. Hij hoefde haar de gevolgen niet uit te leggen: een echtscheiding zou een schandaal beteken en in dit geval een absoluut sociaal uitstoten van Kitty.
Ze keek de andere kant op. 'Ik vraag me af of Kitty dat weet?' Ze zweeg even en ging toen verder: 'Ik hoorde mrs. Archer en Kitty er net over praten. Over Kitty's plannen.'
Het was niet zijn kind, maar hij kreeg het toch benauwd bij het idee. 'Wat stelde ze voor?'
'Ze wil het kind niet. Ze wil niet dik worden en... ik denk dat ze gewoon absoluut niet wil worden gestoord bij wat zij opwinding noemt en als haar goed recht beschouwt.'
Hij begreep er niets van. Hij had veel zussen, zowel ouder als jonger dan hij, en hij dacht enige kijk op de vrouwelijke psyche te hebben, maar Kitty was niet te volgen. Portia draaide zich om en liep door, hij volgde haar en ging naast haar lopen.
Hij wist dat ze nog steeds aan het piekeren was en liet haar ermee worstelen terwijl ze de top passeerden en het volgende beboste gedeelte in liepen. Toen ze op het laatste open gedeelte aankwamen langs de richel boven Ashmore en de verticale rimpel tussen haar wenkbrauwen er nog steeds was, bleef hij staan. Hij wachtte tot ze het had gemerkt en zich met een vragend gezicht omdraaide.
'Wat is er?'
Ze bleef hem aankijken, toen vertrok ze haar mond en keek de andere kant op. Hij wachtte zwijgend en ze keek hem weer vluchtig aan. 'Je moet beloven dat je niet zult lachen.'
Hij sperde zijn ogen wijd open.
Ze fronste haar wenkbrauwen, begon te lopen, bleef staan tot hij bij haar was en liep toen langzamer en peinzend door. 'Ik heb me afgevraagd... of ik later... erna, of... nou ja, zou ik... kan ik... zo worden als Kitty?'
'Als Kitty?' Een ogenblik begreep hij absoluut niet wat ze bedoelde.
Ze keek hem even aan en de frons werd dieper. 'Zoals Kitty, met haar verslaving aan opwinding.'
Hij bleef staan en zij ook.
Hij kon er niets aan doen, maar hij moest lachen.
Zelfs haar opeengeperste lippen en de woede die in haar ogen opvlamde, konden hem niet laten ophouden.
'Je hebt het belóófd!' Ze sloeg hem.
Daardoor begon hij alleen maar harder te lachen.
'Jij...' Ze gaf hem nog een klap.
Hij pakte haar handen en hield ze vast in de zijne. 'Nee... schei uit.' Hij haalde adem en keek haar aan. De oprechte angst en verwarring in haar ogen die in haar woede duidelijk zichtbaar waren, haalden hem terug naar de werkelijkheid. Ze kon toch niet denken...
Hij hield haar blik vast. 'Jij zou met geen mogelijkheid ooit zo kunnen worden als Kitty. Jij zou nooit in iets kunnen veranderen dat ook maar bij benadering op haar lijkt.' Ze keek niet overtuigd. 'Geloof me, dat kan niet. Absoluut niet.'
Met halfdichte ogen vanachter een zwart scherm van wimpers bestudeerde ze zijn gezicht. 'Hoe weet je dat?'
Hij kende haar.
'Jij bent Kitty niet.' Hij hoorde de woorden, haalde adem en sprak de volgende zinnen vol overtuiging uit. 'Je zou je nooit, maar dan ook nooit, zo kunnen gedragen als zij.'
Ze bleef hem onzeker aankijken.
Hij begreep plotseling waar ze het over hadden, over alles waar ze het over hadden. Hij voelde hoe zijn keel werd dichtgeknepen toen hij besefte dat ze wankelend voor een afgrond stonden. Hij had het geweten, verwacht, en was geschokt geweest als ze geen bedenkingen had gehad, als ze niet lang en hard had nagedacht voor ze zich aan hem had gegeven.
Hij kende haar zo goed, haar nieuwsgierigheid en haar koppige zucht naar kennis om alle vertrouwen in haar uiteindelijke beslissing te hebben. Hij had er geen seconde bij stilgestaan dat Kitty een hindernis zou vormen, laat staan een dergelijke hindernis.
Ze keken elkaar in de ogen. Die van haar heel donkerblauw, alleen heftige emoties waren er gemakkelijk in te herkennen. Nu straalden ze onzekerheid uit, een onzekerheid die op haarzelf was gericht en niet zoals hij had verwacht op hem.
Ze knipperde met haar ogen en hij voelde haar terugtrekken. Hij reageerde instinctief.
'Vertrouw me.' Hij pakte haar handen steviger beet en keek haar opnieuw aan, toen hief hij haar handen op, eerst de ene en daarna de andere en bracht ze naar zijn lippen. 'Vertrouw me gewoon.'
Ze sperde haar ogen open. Even later vroeg ze: 'Hoe kun je dat zo zeker weten?'
'Omdat het...' Hij verdronk in haar ogen en wist dat hij de absolute waarheid moest zeggen, maar hij kon met geen mogelijkheid de juiste woorden voor alles bedenken, de werkelijkheid waar ze het over hadden. 'Dit... alles tussen ons, wat allemaal nog kan komen, zelfs dat zou niet sterk genoeg zijn om jóu te veranderen. Om jou in een ander mens te veranderen.'
Na een ogenblik draaide ze zich om en liep naar de uitkijkpost. Hij volgde haar op de voet. Ze kwamen bij de uitkijkpost en liepen naar binnen. Ze staarden naar de Solent. Een halve meter bij haar vandaan stak hij zijn handen in zijn zakken en wachtte.
Hij durfde haar niet aan te raken of op wat voor manier dan ook onder druk te zetten.
Ze keek hem even aan en liet haar ogen toen langzaam langs zijn lichaam dwalen alsof ze de spanning in al zijn spieren kon voelen. Haar blik keerde terug naar zijn ogen en ze trok een wenkbrauw op. 'Ik dacht... ik had verwacht dat je overtuigender zou zijn.'
Hij klemde zijn kaken op elkaar en schudde zijn hoofd. 'Het is jouw beslissing. Jij moet die nemen.'
Ze wilde vragen waarom, hij zag het aan haar ogen, maar toen aarzelde ze en keek de andere kant op.
Even later wendde ze zich van het uitzicht af. Hij liep achter haar aan, weg van de uitkijkpost, dook onder de houten doorgang door en ze wandelden samen terug naar de Hall.
Ze zwegen, hun gebruikelijke, gemakkelijke, wonderlijk verbonden stilte. Ze waren zich van elkaar bewust, maar tevreden hun eigen gedachten te volgen in de wetenschap dat de ander daar geen aanstoot aan zou nemen en geen aandacht verwachtte.
Zijn gedachten waren vol van haar, van hem en haar samen. Wat er zich aan het afspelen was, die plotseling breder wordende en zich verdiepende band. Het ontwikkelde zich op manieren die hij niet had verwacht, maar nu zag hij het, en in plaats van de teugels aan te halen - iets in zijn losbandige zelf was er zeker van dat hij dit anders zou doen - stonden andere, heftiger instincten erop dat hij doorging, greep, pakte en opeiste. Dat hij blij moest zijn met de kracht die hij voelde, met de emotionele diepgang, met de strengen die uit ander materiaal dan het lichamelijke werden geweven, en hen beiden verbond op een manier die ze allebei vermoedelijk niet hadden voorzien.
Hij herkende voor het eerst dat het een hele opgave zou worden om haar zover te krijgen dat ze hem voldoende zou vertrouwen om hem als echtgenoot te willen. En dit te doen tegen de achtergrond van de ineenstorting van het huwelijk van Henry en Kitty riep onverwachte scenario's op en dwong hem dingen te overwegen die hij anders als vanzelfsprekend had beschouwd.
Zoals het feit dat hij Portia helemaal vertrouwde, onmiskenbaar, en waarom. Waarom het idee dat zij in een tweede Kitty kon veranderen zo belachelijk was, waarom hij had gelachen.
Ze kon geen tweede Kitty worden en nog steeds Portia zijn.
Haar sterke karakter, die staalharde kern die hij al kende van zijn zussen en lang geleden in nog veel heviger mate in haar had herkend, zou dat gewoon niet toelaten. Wat dat betreft kende hij haar misschien wel beter dan zij zichzelf.
Hij had een onwrikbaar vertrouwen in haar.
Hij had er nooit eerder aan gedacht dat hij die eigenschap belangrijk vond bij een echtgenote.
Nu besefte hij hoe doorslaggevend dat was.
Hij zag er een garantie in die voldoende was om dat diep verborgen deel van hem gerust te stellen, en dat zelfs nu terugschrok bij de gedachte alleen al om de kwetsbaarheid te aanvaarden van de achilleshiel van de Cynsters. Van de emotionele band die, voor hem en haar, een onverbrekelijk deel van het huwelijk uitmaakte.
Ze waren bij het met klimplanten overwoekerde pad van de tuin aangekomen. Het huis doemde op.
Hij legde een hand op haar mouw en ging langzamer lopen, ze bleef staan en keek hem aan. Hij liet zijn vingers naar haar hand glijden, vlocht zijn vingers door de hare en keek in haar donkere ogen.
'Ik zal één ding beloven.' Hij hief haar hand, kuste de palm en bleef haar ondertussen aankijken. 'Ik zal je nooit pijn doen. Op geen enkele manier.'
Ze knipperde niet met haar ogen, lange tijd stonden ze elkaar aan te kijken en bleven ze zo staan. Toen ademde ze hoorbaar en boog haar hoofd.
Ze legde haar hand op zijn arm en samen liepen ze in de richting van het huis.
Het was inderdaad haar beslissing; ze was opgelucht dat hij dit zag en accepteerde.
Aan de andere kant wist ze niet precies hoe ze deze zo weinig karakteristieke edelmoedigheid van zijn kant moest uitleggen. Weinig karakteristiek was het in elk geval; hij wilde haar hebben, hij verlangde naar haar, en hem kennende als de tiran die hij in feite onder al die elegante aantrekkingskracht was, vroeg zijn terughoudendheid en geduld wel om enige uitleg.
Later op die avond stond Portia voor haar raam en peinsde over de oorzaak hiervan. En hoe dat van invloed kon zijn op haar besluit.
Tijdens het halve uur in de salon had Simon een ogenblikje gevonden om haar zo zacht iets in het oor te fluisteren dat alleen zij het kon horen. Hij had haar verteld waar zijn slaapkamer was voor het geval ze dat wilde weten. Als ze had gedacht dat hij druk op haar begon uit te oefenen zou ze hem nijdig hebben aangekeken, maar een blik in zijn ogen vertelde haar dat hij inderdaad tegen zijn eigen instincten vocht om dit niet te doen en dat hem dit nog steeds lukte.
Ze had haar hoofd gebogen, er waren anderen bij hen komen staan en hun privacy was verdwenen. Desondanks was ze zich heftig bewust van het feit dat hij op een teken van haar besluit wachtte.
Tijdens het avondeten had ze hem vanaf de overkant van de tafel heimelijk bestudeerd, en als iedereen het niet zo druk had gehad om een fatsoenlijk gesprek op gang te houden, zou het vast wel zijn opgemerkt.
Kitty was voor een keer handig van pas gekomen, hoewel ze dit uiteraard niet bewust deed. Ze was teruggevallen in haar eerdere rol, maar nu met meer dramatiek: vanavond speelde ze heldhaftig en met de kin in de lucht een dame die helemaal verkeerd beoordeeld was.
De dames hadden zich in de salon teruggetrokken en de heren bleven aan tafel zitten. Niemand verlangde naar een lange avond, de sfeer bleef gespannen, de emoties die tussen Kitty en anderen heen en weer stroomden waren geladen en gespannen. De theewagen kwam vroeg binnen en na een kopje trokken alle dames zich terug.
En zo kwam ze op de plek terecht waar ze nu was, en staarde ze in het donker en vroeg zich af welke beslissing ze moest nemen, de beslissing die alleen zij kon nemen.
Haar beslissing draaide om Simon.
Ondanks hun voorgeschiedenis, in feite zelfs gedeeltelijk daarom, was ze niet verbaasd geweest toen hij was gekomen en zich als haar gids had opgeworpen in haar onderzoek naar de fysieke wisselwerkingen tussen man en vrouw. Hij was het er in het begin niet mee eens geweest, maar hij had snel toegegeven toen hij eenmaal had ingezien dat ze voet bij stuk hield; hij had heel goed geweten dat als hij zou weigeren, ze naar een ander zou zijn gegaan. Vanuit zijn aanhoudend beschermende standpunt bekeken was het ondanks alles beter om met hem verder te gaan dan met een ander.
Maar dat alles deed niets af aan het feit dat hij een Cynster was en zij een Ashford; ze hoorden allebei bij de haut ton. Als ze jonger was geweest, een onschuldiger en vriendelijker soort dame, of een die hij niet zo goed kende, zou ze haar parels eronder hebben verwed dat elke onbedoelde intimiteit een 'nu heb ik je verleid, ik zal met je moeten trouwen'-bevel tot gevolg had gehad.
Gelukkig was dat nu niet het geval. Hij kende haar erg goed. Hij zou haar niet geholpen hebben in haar zoektocht naar kennis als hij had gedacht dat hij op die manier een of andere oneerbare daad pleegde. Ze voelde zich wonderbaarlijk tevreden dat hij vond dat ze net zoveel recht op seksueel onderzoek had als hij.
Ze nam aan dat dit recht voldoende was om hem te vrijwaren van enige morele verantwoordelijkheid, enige behoefte om toe te geven aan eigenmachtige bemoeienis of paternalistische afkeuring. Hij handelde altijd in haar opdracht en wachtte op haar toestemming.
Hij verleidde haar niet op de gebruikelijke manier, hij was alleen maar coulant en bereidwillig voor het geval ze verleid wilde worden.
Blijkbaar was zijn onwrikbare terughoudendheid, zijn vastbeslotenheid om geen druk op haar uit te oefenen een of ander gevolg daarvan, een of andere kronkelig mannelijk idee over wat onder dat soort omstandigheden eerbaar was. Misschien werd een gewillige verleiding op die manier uitgespeeld.
Alles wat er zich tot nu tussen hen had afgespeeld was zoals hij had gewenst en gewild. De beslissing die ze nu moest nemen hield in of ze meer wilde, of ze werkelijk de laatste stap wilde zetten, de laatste sluier wilde weghalen en alles wilde weten.
De wetenschapper in haar wilde doorgaan, haar meer pragmatische kant stond erop dat ze de voor- en nadelen ervan afwoog.
Volgens haar, en zelfs volgens veel anderen, bevrijdden haar leeftijd en status haar van nuffige overwegingen zoals maagdelijkheid. Als ze niet op een gegeven ogenblik eens iets uitprobeerde en leerde wat zij nodig achtte, trouwde ze misschien nooit. En wat had dat voor zin? Voor haar was maagdelijkheid een achterhaald idee.
Het risico van zwangerschap was reëel, maar aanvaardbaar. In tegenstelling tot Kitty wilde ze graag kinderen hebben, en gezien het feit dat ze een sterke en hechte familieband had en weinig om haar sociale status gaf, was dit risico van ondergeschikt belang. Vooropgesteld dat ze nooit toegaf wie de vader was; haar gevoel voor zelfbehoud was veel te sterk om zo'n vergissing te maken.
En verder had Simon haar bezorgdheid de kop ingedrukt dat als de gevoelens die tussen hen groeiden alleen maar begeerte bleken, ze misschien verslaafd aan de lichamelijke opwinding zou worden zoals bij Kitty blijkbaar het geval was. Zijn ernst en overtuiging waren te sterk geweest om aan te twijfelen, en zijn reputatie garandeerde dat hij meer dan genoeg de gelegenheid had gehad om hier een deskundige mening over op na te houden.
Over het geheel genomen waren er geen onoverkomelijke nadelen, niet vanuit haar persoonlijke visie.
Wat betreft de voordelen, ze wist wat ze wilde en wat ze wenste. Ze wilde alles leren over een huwelijk voor ze zich eraan overgaf. Ze moest de lichamelijke kant begrijpen voor ze zich ermee inliet. De rommel die Kitty van haar huwelijk had gemaakt onderstreepte alleen maar de noodzaak om alles goed te begrijpen voor je naar het altaar liep. Als ze na alles wat ze deze week had meegemaakt toch een slechte keus maakte, zou ze het zichzelf nooit vergeven.
Haar oorspronkelijke doel was geweest om alle kanten van het huwelijk te begrijpen... maar nu was er meer. Ze wilde ook weten wat de emotionele band inhield die zich tussen haar en Simon had ontwikkeld. De emotie die het niet alleen maar mogelijk maakte om zich voor te stellen dat ze naar zijn bed ging, maar het zo heel erg gemakkelijk liet lijken.
Gezien Kitty's gedrag leek het verstandig dit ook te weten zien te komen.
Zoals de zaken nu stonden, was er in haar ogen een emotioneel risico. En dat was hypothetisch, iets waar ze alleen naar kon raden gezien het feit dat ze niet wist wat de emotie was die haar tot intimiteit met hem aanzette.
Die emotie en het effect waren echt. Het risico eveneens, en daar kon ze haar ogen niet voor sluiten of doen alsof ze het niet zag, daarvoor kende ze hem te goed.
Stel dat de emotie die tussen aan het groeien was liefde bleek te zijn?
Ze had geen idee of die mogelijkheid bestond, evenals aan mannen en huwelijk had ze tot nu toe weinig aandacht aan liefde besteed.
Daar was ze ook niet voor gekomen, dat was niet de reden dat ze zijn aanbod had aangenomen om haar te leren wat ze wilde weten. Maar ze was niet zo dom of arrogant om het zich niet af te vragen, niet te erkennen dat hoe vreemd het ook leek, het denkbeeld, de mogelijkheid nu voor haar neus lag.
Wanneer ze een keer hadden toegegeven, één keer, twee keer, hoe vaak het ook nodig was om alles te leren wat ze wilde en dat gevoel te analyseren, en als het dan geen liefde was, zouden ze uiteen gaan. Haar onderzoek was in dat geval afgesloten en haar ontdekking gedaan. De uitkomst scheen zeker en duidelijk. Daar school geen gevaar.
De dreiging lag in het andere geval. Als het wel liefde bleek te zijn, wat dan?
Ze kende het antwoord; als het liefde was, voor haar of voor hem of voor allebei, en hij herkende het, dan zou hij op een huwelijk staan en het zou niet gemakkelijk zijn hem daarvan af te brengen.
Hij was een Cynster. Maar als hij zegevierde, wat betekende dat dan voor haar?
Een huwelijk met een Cynster. Mogelijk verbonden door liefde én een huwelijk aan een Cynster, dat was zo mogelijk nog erger. Als ze beiden door liefde werden geleid, dan kón de situatie hanteerbaar zijn - ze had werkelijk geen idee, maar als de een liefdesgevoelens koesterde en de ander niet, was het vooruitzicht uitzonderlijk deprimerend.
En daar lag het risico.
De vraag die door haar hoofd speelde, nu, vanavond, was of ze dat risico wilde lopen. Was ze daartoe bereid?
Ze ademde diep en richtte haar aandacht op de silhouetten van de bomen buiten.
Als ze nu niet verder over die vraag nadacht en zijn aanbod om verleid te worden niet aannam, zouden ze binnen een paar dagen elk hun eigen weg gaan. Zij zou brandend van nieuwsgierigheid terugkeren naar Ruthlandshire. Wie anders kon anders haar behoefte om die dingen te weten te komen bevredigen? Wie anders kon ze vertrouwen?
De kansen dat ze elkaar deze zomer nog zagen, laat staan in een passende omgeving, waren niet groot en ze had geen idee of hij haar alles wat ze wilde weten over een maand nog wilde tonen, laat staan over drie maanden.
Kon ze het opbrengen zich terug te trekken, zich af te wenden, terug te krabbelen en het niet te weten? Kon ze leven zonder te ontdekken wat voor hem lichamelijke intimiteit werkelijk inhield? Wat het was dat mensen ertoe bracht?
Ze vertrok haar lippen wrang en vol zelfkritiek. Dat was geen vraag. Roekeloos, vaak arrogant onoplettend en koppig op het overdrevene af, lag het niet in haar aard om nu om te keren. Ongeacht het risico.
Maar zoals de zaken nu stonden, was het misschien wel haar veiligste en verstandigste optie om vanavond naar Simon toe te gaan. Anderen zouden haar misschien roekeloos en wild noemen, maar het kwam haar volkomen logisch voor.
Het had geen zin om verder nog tijd te verspillen.
Om bij Simons kamer te kunnen komen, moest ze boven aan de grote trap de galerij af lopen. Gelukkig waren alle dames al op hun kamer en was er niemand die haar van schaduw naar schaduw zag sluipen, langs de bovenkant van de trap en de gang in die naar de westelijke vleugel leidde.
Op het kruispunt van de westelijke vleugel en het hoofdgedeelte van het huis, moest ze door de lounge lopen boven aan de trap van de westelijke vleugel. Ze was de ruimte net binnengelopen toen ze zware voetstappen de trap op hoorde stampen.
Bliksemsnel glipte ze terug in de schaduwen van de gang waar ze net vandaan was gekomen. De mannen liepen gestaag door, en toen hoorde ze de stem van Ambrose. Desmond gaf antwoord. Ze deed een schietgebedje dat hun kamers in de westelijke vleugel lagen en niet in het middengedeelte waar zij nu stond.
Ze hoorde hoe ze boven aan de trap kwamen en over honden en allerlei dingen praatten. Ze bleven niet staan en liepen gewoon door.
De westelijke vleugel in.
Enorm opgelucht aarzelde ze even, het zou handig zijn als ze wist wat hun kamer was. Ze liep voorzichtig de schaduw uit, hield zich aan de muur vast en gluurde om een hoekje.
Zowel Desmond als Ambrose was de gang in gelopen. Vrijwel aan het eind gingen ze uiteen, de een liep links een kamer in en de ander rechts.
Ze blies de adem uit die ze al die tijd had ingehouden en ging rechtop staan. Simon had gezegd de derde deur na de trap, dus ze hoefde niet het risico te lopen om langs de deur van Ambrose of Desmond te hoeven lopen.
Ze liep de lounge in. Toen ze langs de trap liep, hoorde ze het geluid van biljartballen. Ze bleef even staan, keek om zich heen en liep toen snel naar de bovenkant van de trap. Ze spitste haar oren en kon net het stemmengemompel vanuit de biljartkamer horen.
Charlies luchtige stem, James' snelle lach - en Simons zware, lijzige manier van praten.
Een ogenblik stond ze daar met samengeknepen ogen, en op elkaar geklemde lippen, toen draaide ze zich om en liep door naar zijn kamer.
Ze deed de deur open, stoof naar binnen en dacht er gelukkig op tijd aan om de deur zachtjes dicht te doen. Gezien de hoeveelheid kamers was het onwaarschijnlijk dat een van de anderen vlak naast deze kamer zou zijn ondergebracht, maar het had geen zin om onnodig risico te nemen.
In het duister bekeek ze de kamer en voelde zich geïrriteerd dat Simon er niet was om haar te begroeten en haar af te leiden van wat ze op het punt stond te gaan doen. Maar hoe lang kon zo'n biljartspel duren? Ze dacht na en bromde toen iets. Vermoedelijk zou hij wel zo handig zijn om even naar boven te komen om te zien of ze gebruik had gemaakt van de informatie die hij haar zo uitermate subtiel had bezorgd.
Ze liep door de kamer en onderdrukte het zenuwachtige gevoel van vlinders in haar buik. Ze had een beslissing genomen en ze was beslist niet van plan om daarop terug te komen. Ze was er helemaal klaar voor.
De kamers in de westelijke vleugel waren niet zo groot als die van de oostelijke vleugel. Dit gedeelte leek ouder te zijn; de plafonds waren even hoog, maar de kamers waren smaller. Er stond geen leunstoel bij de open haard, er was geen vensternis, geen toilettafel en dus ook geen krukje, alleen een hoge schoorsteenmantel. Aan weerszijden van de schouderhoge ladekast stonden twee rechte stoelen, maar het waren smalle stoelen en verre van comfortabel.
Ze keek naar het bed. Het was de enige gemakkelijke plek om te gaan zitten wachten. Ze liep ernaartoe, draaide zich om en ging zitten. Ze veerde op en neer en keurde de dikte en het materiaal van de matras goed.
Ze schoof heen en weer tegen de kussens die tegen het hoofdeinde lagen, sloeg haar armen over elkaar en keek naar de deur. Er bleek nog iets uit de afwezigheid van Simon. Hij had haar duidelijk niet verwacht en niet zonder meer aangenomen dat ze in zijn voordeel zou beslissen.
Gezien de arrogantie van de Cynsters, en gezien zijn reputatie was dat beslist een pluspunt voor hem.
Het raam stond open en er was een koel briesje opgestoken. De dreigende storm was langsgetrokken en had koelere lucht achtergelaten.
Ze keek naar het dekbed op het bed en richtte haar blik vervolgens met gefronste wenkbrauwen op de deur.
Simon nam bij de deur afscheid van Charlie, deed de deur open en liep naar binnen. Hij sloot de deur achter zich, keek even naar het raam, zag het binnen schijnende maanlicht en bedacht dat hij geen kaars hoefde aan te steken.
Hij onderdrukte een zucht en trok zijn jas uit. Hij maakte de knopen los van zijn vest, liep naar de stoel naast de schoorsteenmantel en wierp zijn jas erop. Zijn vest volgde. Hij maakte de diamanten speld van zijn halsdoek los en legde die op de ladekast, toen begon hij aan de ingewikkeld gevouwen halsdoek, trok de knoop los en bleef zorgvuldig aan alledaagse dingen denken. Liever dan te bedenken hoeveel uur hij vannacht zou liggen draaien en woelen.
Hij vroeg zich af hoe lang het zou duren voor hij haar had overtuigd.
En hoeveel langer hij de rol van nonchalante verleider kon volhouden. Hij had nooit een rol proberen te spelen die hem zo slecht lag, maar hij had ook nooit eerder Portia verleid.
Hij schudde de uiteinden van de halsdoek los, trok hem weg van zijn keel en wilde die op de andere stoel laten vallen...
Maar daar lag, keurig opgevouwen, een zijden japon in een lichte kleur op. Appelgroene zijde - hij wist nog dat Portia dat vanavond aanhad. De tint had haar teint nog blanker gemaakt en haar zwarte haar een nog scherper contrast laten vormen. Haar donkere ogen waren nog mooier geweest.
Hij bukte zich en gleed met zijn vingertoppen langs de plooien, in feite om zich ervan te overtuigen dat hij niet hallucineerde. Door zijn aanraking werd een paar ragfijne zijden kousen zichtbaar dat over twee met kant en strookjes afgezette zijden kousenbanden lagen.
In gedachten zag hij Portia voor zich, gekleed in niets anders dan haar zijden onderjurk.
Langzaam draaide hij zich om, hij durfde nauwelijks te geloven wat zijn verstand hem vertelde.
Ze lag in zijn bed te slapen, haar haren in een zwarte golf over het kussen.
Op zijn tenen kwam hij dichterbij. Ze lag op haar zij met haar gezicht naar hem toe en een hand onder haar wang. Haar lippen stonden een beetje open. Haar wimpers lagen als halve maantjes van ebbenhout tegen haar blanke huid.
Hij kon haar parfum ruiken: een luchtige bloemengeur die opsteeg uit haar warmte, zich in zijn hersens vastzette en hem op sensuele wijze in zijn greep hield.
Het was duizelingwekkend: dit beeld en alle gevoelens die erdoor werden opgeroepen.
Het overwinnaarsgevoel kwam boven, maar hij hield zich onmiddellijk in bedwang. Hij klemde zijn kaken op elkaar, wachtte even en voelde het bloed onder zijn huid kloppen. De hele avond had hij zich voorgehouden dit niet te verwachten - dat de zaken met Portia nooit ongecompliceerd en eenvoudig waren.
Maar hier lag ze.
Hij was helemaal verbijsterd. Hij haalde adem, blies zachtjes uit en hield zich voor er niet te veel achter te zoeken en te veel van haar aanwezigheid te verwachten. Dit was duidelijk niet het ogenblik om zijn instincten de vrije loop te laten en gewoon te pakken wat hij pakken kon.
Maar het moest moed gekost moeten hebben om naar zijn bed te komen.
Ze kende hem - geen vrouw met wie hij had geslapen kende hem zo goed als zij. Ze kende zijn karakter, zijn persoonlijkheid - en wist hoe hij als echtgenoot zou zijn. Ze kon er in elk geval een redelijke slag naar slaan.
Hij had ermee ingestemd haar alles te leren wat ze wilde weten en verder hadden ze het nooit ergens over gehad. Over intiemere zaken. Dat had ze ongetwijfeld herkend toen ze bij hem kwam en zijn aanbod accepteerde om haar in de intimiteit in te wijden - ze riskeerde meer en vertrouwde hem heel wat meer toe dan alleen haar maagdelijkheid.
Haar onafhankelijkheid maakte een belangrijk deel van haar uit van wie ze was. En om iets dat zo belangrijk was zomaar op te geven, vergde precies het soort roekeloosheid dat zij in zulke grote mate bezat. Maar ze zou de beslissing niet zomaar hebben genomen, zo was Portia niet.
Ze zou het gevaar wel degelijk hebben gezien, zelfs al had hij het zo veel mogelijk verhuld.
Hij had geen idee hoe ze - hij en zij - een huwelijk konden aangaan, het zou beslist niet gemakkelijk worden. Maar hij wilde het.
Het enige wat hij nu moest doen was haar zo ver zien te krijgen dat ze zeker wist dat zij het ook wilde.
Zonder te laten merken dat hij al die tijd al van plan was geweest om met haar te trouwen.
Ook al vertrouwde hij haar nog zo, dit was iets dat ze niet hoefde te weten.
De minuten tikten voorbij terwijl hij op haar neer stond te kijken, en over zijn plannen nadacht. Hij was wel zo verstandig om niets overhaast te doen. Toen hem de beste benadering eenmaal goed en wel voor ogen stond, maakte hij zich klaar voor de strijd, liep naar het bed en ging op de rand naast haar zitten.
Ze verroerde zich niet. Hij hief een hand, streek met zijn vingers door haar haren en voelde de zijdeachtige strengen wegglijden. Hij bestudeerde haar gezicht, onschuldig in haar slaap, toen boog hij zich voorover en kuste haar wakker.
Ze ontwaakte langzaam, warm en lief vrouwelijk, toen mompelde ze iets onverstaanbaars, ging op haar rug liggen, liet haar vingers door zijn haar glijden en kuste hem terug.
Uitnodigend.
Hij trok zich terug en keek in haar intens donkere ogen achter de beschermende wimpers. Hij keek naar haar lippen. 'Waarom ben je hier?'
Haar volle, sensuele lippen bewogen. Ze trok hem weer naar beneden. 'Dat weet je heel goed. Ik wil dat je me... alles leert.'
Bij het laatste woord kuste ze hem, haar tong gleed tussen zijn lippen op zoek naar de zijne om te strelen, te liefkozen en te tarten. De hartstocht steeg en verspreidde zich als een vloedgolf onder zijn huid.
Zijn beheersing begon het te begeven en hij moest zijn uiterste best doen om zijn hoofd koel te houden. Hij hield zich in en keek haar aan.
'Weet je het zeker? Helemaal zeker?' Toen ze haar wenkbrauwen enigszins spottend optrok, bromde hij: 'Je weet zeker dat je morgen niet van gedachten bent veranderd?'
Zodra hij de woorden had gesproken, besefte hij wat voor onzin hij uitsloeg; dit was Portia - die veranderde nooit van gedachten.
En, Heer in de hemel, dat wilde hij ook niet.
'Laat maar, vergeet dat maar.' Hij bleef haar aankijken. 'Vertel me alleen een ding: betekent dit dat je me vertrouwt?'
Ze gaf niet direct antwoord, ze dacht waarachtig na. Toen knikte ze. 'Op dit punt wel, ja.'
Hij blies de adem uit die hij had ingehouden. 'Goddank.'
Hij trok zich terug uit haar omhelzing en ging staan, haalde zijn overhemd uit zijn broek en trok het over zijn hoofd uit.