Hoofdstuk 10
‘Zie ik er goed uit?’
Gael keek naar Hunter die met trillende vingers zijn das recht probeerde te krijgen en de knoop veel te strak trok. Voor het overige zag hij eruit als een jonge man vlak voor een mijlpaal in zijn leven, brede schouders in het perfecte maatpak, stralende ogen en een prille volwassenheid op zijn jongensgezicht.
‘Laat mij maar,’ zei Gael op barse toon om te verbergen hoe trots hij was.
Hij had Hunter leren fietsen en zwemmen, voor hem zijn eerste biertje gekocht en geluisterd naar zijn eerste verliefdheden. En nu streefde zijn broertje hem voorbij en begon aan een nieuw leven. ‘Ziezo.’ Hij stapte naar achteren en bekeek hem keurend. ‘Ik weet niet wat Faith in jou ziet, maar je kunt ermee door.’
Hunter kon erom lachen. ‘Ze is geweldig, hè? Ik snap niet wat ik heb gedaan om haar te verdienen. Ik ben de gelukkigste man op aarde.’
Hij geloofde het ook nog; er lag oprechtheid in elke lettergreep. Een pluim voor Misty dat ze zo’n fatsoenlijke jongen van hem had gemaakt. Gael kende genoeg minder knappe mannen van minder hoge komaf en met minder geld die zich een jonge god waanden. Hunter geloofde oprecht niet dat zijn uiterlijk, naam of inkomen hem beter maakten dan anderen – hij werkte juist des te harder om te bewijzen dat hij zijn privilege waard was. Faith had hij twee dagen geleden kort ontmoet na haar theebezoek aan haar aanstaande schoonmoeder, en hij had al snel besloten dat ze net zo stapelverliefd op Hunter was als hij op haar.
Eigenlijk had hij Hope willen zien, in de hoop het een beetje goed te kunnen maken zodat de komende dagen niet zo ongemakkelijk zouden zijn. Hij had haar niet meer gezien sinds ze was vertrokken, sinds hij haar had laten gaan. Het was beter zo, dat wisten ze allebei. Maar waarom dan die bittere, onverwachte teleurstelling toen Faith had gezegd dat haar zus was gaan shoppen – en waarom dan deze nog onverwachtere blije spanning bij het vooruitzicht dat ze over een uur naast hem zou staan?
Hij wilde zich niet verheugen. Ze hadden twee leuke weken samen doorgebracht, en ze had hem geïnspireerd tot het maken van een van zijn beste schilderijen tot nu toe. Ze waren allebei volwassen. Het zou toch mogelijk moeten zijn om elkaar als vrienden te ontmoeten op deze bruiloft? Maar als hij aan haar dacht in die trouwjurk, zoals ze had gestraald, en als hij aan haar dacht op de chaise longue, in een perfecte pose, als hij aan haar dacht in zijn bed, dan leek ‘als vrienden’ een kille en magere ambitie.
Maar wat was het alternatief? Haar mee uit vragen? Hij kende haar al beter dan sommige mannen hun vrouw na vijftig jaar. Hoe kon hij nog met haar gaan daten zoals hij gewend was? Het soort date waartoe hij in staat was? Naar een première, een etentje in een sfeervol restaurant, alles oppervlakkig en van korte duur. Dat was onmogelijk, maar hij wist geen andere manier.
Hij wilde geen andere manier weten, want zijn manier kon niet verkeerd gaan. Het eindigde zonder tranen, of bitterheid, of wanhoop. Het was veilig. Er was niets veilig aan Hope en zoals hij was bij haar – wreed, onbuigzaam, drammerig. Hij eiste te veel en zij liet het toe. Maar, o, wat vond hij het leuk om haar te verrassen; haar gezicht toen hij al die bakjes ijs voor haar neerzette. Als van een kind in een speelgoedwinkel. Ze gaf hem bijna het gevoel dat hij een andere man kon zijn. Bijna.
Hij duwde de gedachte weg. Vandaag ging het niet om hem, en hoewel hij altijd zijn best deed om de familierelatie te ontkennen, was hij trots dat Hunter hem als getuige had gevraagd. ‘Je bent er klaar voor?’
Hunter knikte. ‘Vanaf de eerste dag,’ zei hij. ‘Ze liep naar me toe, en ik wist het gewoon.’
Gaels gedachten gingen onmiddellijk terug naar het moment dat hij Hope voor het eerst zag. Wat was er door hem heen gegaan? Verbazing ja, omdat ze niet de vrouw was die hij verwachtte, en absoluut ergernis omdat zijn planning in de war was geschopt. Herkenning? Het liefst zou hij het ontkennen, maar er was iets geweest waardoor hij de situatie zo had gemanipuleerd dat ze bij hem bleef. Over zijn redenen wilde hij niet al te lang nadenken. Hij probeerde er een grapje van te maken. ‘Je wist dat ze aantrekkelijk was?’
‘Ik wist dat zij het voor me was. Ik was bereid om Tsjechisch of Frans te leren om met het meisje te kunnen praten dat ogen als sterren had. Je kunt je mijn opluchting voorstellen toen ze Engelse bleek te zijn! Niet dat het enig verschil had gemaakt. We hadden wel een manier gevonden om te communiceren.’
‘Hunter, je kent haar, hoelang, twee maanden? En het is niet zo dat je moeder het allerbeste voorbeeld is van lang huwelijksgeluk. Weet je zeker dat je je niet ergens instort?’
‘Man, ik stort me volledig in het huwelijk met Faith. Ik weet dat zij voor mij de ware is en ik voor haar en ik popel om samen aan ons avontuur te beginnen. Wat mama betreft, ze is de eerste om toe te geven dat ze nooit naar haar hart heeft geluisterd. Ze dacht dat het haar op een dwaalspoor zou brengen en dus trouwde ze om rationele redenen – en uiteindelijk scheidde ze dan toch.’
Wanneer was Hunter zo wijs geworden? Gael kon hem niet in de ogen kijken en trok zijn eigen das recht. ‘Ik weet niet wat een goed huwelijk is, wat een relatie het waard maakt om voor te knokken.’ De bekentenis kwam er verwrongen uit, en hij draaide zich iets af zodat Hunter zijn gezicht niet zou zien.
‘Ik denk wanneer je iemand helemaal vertrouwt en het geluk van de ander belangrijker vindt dan dat van jou – en je weet dat de ander het precies zo voelt. Je houdt elkaar in evenwicht en geeft de ander een veilig gevoel.’
Evenwicht. Wat had hij tegen Hope gezegd? Dat het huwelijk om macht ging? Hunter zei precies hetzelfde, alleen bedoelde hij het positief, dat het gunnen van de macht aan de ander je juist sterk maakte. Het duizelde Gael bijna toen hij het probeerde te snappen. Maar als hij naar Hunter keek die zo gelukkig en vol vertrouwen was, vroeg hij zich af of Hunter misschien iets wist wat hij niet kon – of wilde – begrijpen.
Hij kon niet lang stilstaan bij de woorden van zijn stiefbroer, want het was tijd om naar het meer in Central Park te gaan. Er stond een rustiek afdakje klaar met witte bloemen erin gevlochten waar Hunter en Faith elkaar straks hun jawoord zouden geven. Aan beide zijden ervan waren op Hopes gedetailleerde aanwijzingen stoelen in een halve cirkel neergezet en op de grond lagen gele en witte rozenblaadjes. Het was allemaal tegen de strenge regels van Central Park, maar de naam Carlyle had de autoriteiten overgehaald om een uitzondering te maken.
Gael stond naast zijn stiefbroer en maakte een beleefd praatje met de trouwambtenaar, maar hij wist nauwelijks wat hij zei. Over een paar minuten zou hij haar zien – en zou de ban verbroken worden waarin haar afwezigheid hem hield. Ze was weggegaan voor hij had besloten dat het tijd was. Dat moest de oorzaak zijn van dat gevoel alsof er iets ontbrak. Niets anders.
Met kloppend hart keek hij om toen hij vrouwenstemmen hoorde. Het was Hope niet, maar vermoedelijk haar familie uit Engeland. Daarna kwam Misty, die er als altijd prachtig elegant uitzag. Hij telde de gasten. Vijf mannen uit Hunters gezelschap, Misty, de oom en tante van de bruid, en vier jonge vrouwen die vermoedelijk haar twee nichtjes en twee vriendinnen waren. Iedereen was er behalve de bruid zelf – en haar bruidsmeisje. Hij haalde diep adem en vermande zich. Het was een korte affaire geweest, dat was alles. Hij kwam zo vaak oude vlammen tegen zonder een spier te vertrekken. Deze keer zou het niet anders zijn.
Het strijkkwartet begon te spelen. De kleine groep gasten stond op en keek tegelijk om. Elke mond lachte, alle ogen werden groot, en vele kregen tranen toen Faith eraan kwam geschreden in de prachtige designerjurk die Hope voor haar zus had uitgekozen. Haar haren zaten losjes in een knot met krullende losse plukjes tot op haar schouders en in haar hand hield ze een klein boeketje vast van gele en witte rozen. Haar blik was liefdevol op haar bruidegom gericht. Maar Gael had nauwelijks oog voor haar, al zijn aandacht ging naar de kleinere vrouw ernaast. Faith had haar zus, die haar had grootgebracht, gevraagd om haar weg te geven.
Gael was de enige die wist hoe moeilijk dit was voor Hope. Hoe emotioneel ze was omdat hun vader er niet was om dit te doen – en ze symbolisch de laatste van haar directe familie aan iemand anders zou afstaan. Dat ze, vanaf het moment dat ze naar achteren stapte, helemaal alleen zou zijn.
Zijn borst zwol van sympathie, want hoewel er een trotse lach om haar volle mond lag en ze kaarsrecht liep, waren haar ogen vol tranen en beefde de hand licht waarin ze hetzelfde boeketje vasthield.
Hopes haren waren net als die van Faith losjes opgestoken in een knot met een roomkleurig lint eromheen dat afstak tegen het donker van haar zijdezachte lokken. Ze droeg een knielange jurk in jaren twintig stijl in een tint donkerder dan de zachtgouden roomkleur van haar zus; ze zag er ongelofelijk knap, ongelofelijk begeerlijk uit. Verdorie. Dat was niet de reactie waar hij op had gehoopt.
Hope keek op alsof ze zijn blik voelde. Haar lippen trilden voor ze haar oogwimpers weer neersloeg. Kijk naar me, smeekte Gael in stilte. Ik wil weten wat hier gebeurt. Maar zijn stille smeekbede kreeg geen gehoor, en hoewel ze lachend naar de gasten keek, keek ze niet meer naar hem, niet één keer.
De dag leek eeuwig te duren en toch ging alles razendsnel. Het ene moment gaf Hope haar zus een kus op de wang, wetende dat ze vanaf nu niet meer haar eerste vertrouwelinge was, haar rots, het volgende moment hoorde ze Hunter beloven voor altijd van Faith te zullen houden.
Ze geloofde hem. Ze waren ontzettend jong, maar ze zag een vastberadenheid en zuiverheid in hun dwaze verliefdheid waardoor ze dacht dat ze een goede kans maakten. Faith was zo volwassen geworden, dat het bijna niet te geloven was dat ze maar drieënhalve maand van elkaar gescheiden waren.
De dag verliep soepel van ceremonie naar drankjes en van drankjes naar de boot, die over zachtjes kabbelend water onder een strakblauwe hemel dromerig om Manhattan heen voer. Na afloop ging het gezelschap met de auto naar het Metropolis, dat nu gesloten was voor publiek. Ze kregen er een rondleiding gevolgd door een diner. En nu waren ze als afsluiting van de dag in de pianobar, die tot twaalf uur exclusief voor het bruiloftsfeestje was gereserveerd. Dat had Gael zo geregeld. Daar moest ze hem nog voor bedanken.
Ze moest sowieso íéts zeggen. Ze waren al tien uur in hetzelfde kleine gezelschap maar hadden geen woord tegen elkaar gezegd. Ze wilde hem zeggen dat hij zich in haar vergiste, dat ze, als het echt belangrijk was, altijd voor zichzelf zou opkomen; ze wilde hem zeggen dat ze, hoewel het schilderij haar een ongemakkelijk gevoel gaf, besefte hoe bijzonder het was om op die manier vereeuwigd te zijn. Ze wilde hem bedanken voor al zijn hulp met de bruiloft. Ze wilde hem zeggen dat de twee weken samen met hem haar leven had veranderd.
Maar ze wist niet hoe ze moest beginnen. Ze was zich verschrikkelijk bewust van hem. Geblinddoekt zou ze hem nog feilloos weten te vinden. Ze wist hoe hij proefde, hoe hun huidcontact voelde. Ze wist hoe het voelde als heel zijn concentratie op haar was gericht. Hoe deden mensen dat, met deze intieme kennis met elkaar omgaan? Ze had deze binding niet verwacht, niet zonder liefde.
Want natuurlijk hield ze niet van hem. Dat zou stom zijn en Hope McKenzie was niet stom. Ze was niet als haar zus; ze kon haar hart niet aan een ander geven. Vooral niet aan iemand die het niet wilde en sowieso niet wist wat hij ermee aan moest.
Het tikken van een lepeltje tegen een glas bracht haar terug in het hier en nu. Gesprekken verstomden, en toen ze opkeek, zag ze Faith met rode wangen wiebelig op een stoel staan.
‘Stilte,’ riep haar zus, toen iedereen begon te klappen en te fluiten. ‘Woordje van de bruid.’
Hope wierp een heimelijke blik op Gael en keek vlug weer weg toen hun ogen elkaar ontmoetten. Van dat korte contact voelde ze al de spanning in haar borst.
‘Ik weet dat we op zaterdag de speeches doen,’ zei Faith, nadat ze de zaal stil had gekregen. ‘Dus jullie zullen blij zijn te horen dat dit geen speech is. In ieder geval geen lange. Ik wilde even mijn grote zus bedanken.’
Geschrokken zag Hope dat alle ogen ineens op haar waren gericht. Ze schuifelde ongemakkelijk met haar voeten en vervloekte haar zus terwijl ze geforceerd naar iedereen teruglachte.
‘Ik zou de hele nacht door kunnen gaan om haar te bedanken voor alles wat ze voor me heeft gedaan, en nog zou ik dan niet klaar zijn. De meeste mensen hier weten dat Hope voor me heeft gezorgd na de dood van onze ouders. Wat jullie misschien niet weten, is dat ze voor mij haar plek op de universiteit opgaf. Ze had archeologie willen gaan studeren en de wereld over reizen, in plaats daarvan werd ze secretaresse en maakte ze zich zorgen over rekeningen en gezonde maaltijden. Ze weigerde de erfenis van onze ouders aan te breken en betaalde alles van haar eigen salaris – en nooit kwam ik iets tekort. Pas sinds kort realiseerde ik me dat Hope zich daarvoor veel heeft ontzegd, toch gaf ze me nooit het gevoel dat ik een last was. Ik voelde me geliefd en geborgen en kon doen en laten wat ik wilde.’ Faiths stem brak na die laatste zin.
Hope kreeg zelf ook een brok in haar keel en haar ogen brandden. Ze hoorde een snik van haar tante en ze hoorde Misty iets mompelen, maar ze hield haar blik strak op haar zus gericht. Voor de laatste keer was het zij tweeën tegen de wereld.
‘Ze heeft voor deze fantastische dag gezorgd, de mooiste trouwdag die een meisje zich kan wensen, en dat in twee weken tijd. Ik kom voor haar echt altijd op de eerste plaats. Nu wordt het tijd dat ze zichzelf op de eerste plaats zet, dus ik ben zo blij dat ze heeft besloten haar baan op te zeggen en te gaan reizen.’
‘Wat?’
Hope wist niet of er nog iemand Gaels gedempte uitroep had gehoord, want iedereen begon te klappen.
‘Ik weet dat je het zelf kunt betalen, maar Hope, ik hoop dat je dit van Hunter en mij wilt aannemen.’ Faith stak een enveloppe naar voren. ‘Het is een ticket voor een reis om de wereld. Alle visa en accommodaties worden voor je geregeld. Het is maar een schijntje in vergelijking met alles wat je voor mij hebt gedaan, maar ik wil dat je weet hoeveel ik van je hou. Als Hunter en ik een gezin beginnen, hoop ik dat ik net zo’n moeder zal kunnen zijn als jij voor mij was.’ Tijdens die laatste zin klauterde Faith van de stoel, en het volgende moment lagen de twee meisjes in elkaars armen. Hun tranen vermengden zich terwijl ze elkaar vasthielden alsof ze nooit meer los zouden laten.
Maar toen Hope haar zus een kus op haar hoofd gaf, wist ze dat ze elkaar nu echt loslieten. Vanaf nu zou ieder haar eigen weg gaan.
‘Dank je wel,’ zei ze, en met tegenzin stapte ze eindelijk naar achteren. ‘Je had dit echt niet hoeven…’
‘Ik wilde het graag. En Hunter ook. Je mag je reis zelf bepalen – zolang je maar over drie maanden in Sydney bent, want daar zijn wij dan ook.’
‘Reken maar.’ Ze wist dat het goed was om dit te doen, om een aantal van haar vroegere dromen te gaan volgen. De wereld leek misschien groter, enger – eenzamer – dan destijds, maar ze was nu een groot meisje. Ze zou zich wel redden. Maar toen ze Gael van opzij zag, werd ze bevangen door het gevoel iets kostbaars te hebben verloren. Ze kon niet vertrekken zonder het goed te maken tussen hen. Het zou nooit meer hetzelfde zijn, niet na de dingen die ze hadden gezegd. Maar als hij er niet was geweest, wist ze niet of ze de moed had gehad om verder te gaan. Dat moest hij weten. Want ook hij was gebroken.