Negen

Washington/Tokio


Als Thornburg Conrad III naar de Green Branches-kliniek ging, aan de rand van Arlington, Virginia, nam hij zijn vrouw Tiffany altijd mee. Green Branches was de enige plek die bij Thornburg een gevoel van tijdelijkheid en een soort einddoel opriep. Het was het middelpunt geworden van wat er nog van zijn leven restte en het was dit besef van fragmenten die onverbiddelijk tussen zijn vingers doorglipten, dat iets dringends aan zijn bezoekjes aldaar verschafte. Drie maal per week ging hij er in het uiterste geheim heen, hoewel, als iemand hem daar had zien binnengaan, hij als vanzelfsprekend zou hebben aangenomen dat Thornburg, met zijn hoge leeftijd en actieve leven heel wat elektronische begeleiding nodig had. En dan zouden ze er in zeker opzicht niet ver naast zitten. Het was echter geen aderverkalking, chronische hoge bloeddruk, oedeem of een van de andere ouderdomskwalen die hem naar deze plek deden komen. Als de onderzoekers hun EKG of EEG afdraaiden, was dat niet om naar ouderdomsverschijnselen te speuren, maar eerder naar tekenen van het tegenovergestelde.

Feit was dat Thornburg de eigenaar van de kliniek was. Hij had hem zo'n vijftien jaar geleden gekocht, toen het nog een zwaar gesubsidieerd instituut voor kankeronderzoek was. Toen Thornburg hem opkocht, nam hij persoonlijk de dossiers van alle wetenschappelijke en technische medewerkers door. Hij besloot wie er mocht blijven en wie moest vertrekken en begon toen de beste mensen op het gebied van de biotechnische wetenschappen aan te trekken - endocrinologen, gerontologen en genetici - om zo het hele scala aan onderzoekers in huis te hebben. Nu had Green Branches nog maar één doel: het leven van Thornburg Conrad III verlengen. Om dat te bereiken had Thornburg kosten nog moeite bespaard. Maar hij liet zich niet gek maken door verhalen over eeuwige jeugd. Hij raakte steeds beter thuis in de biotechnologie en scheidde zorgvuldig het kaf van het koren, met als resultaat een team dat zijns gelijke in het veld van de biowetenschappen niet kende.

Een tijdlang richtte het onderzoeksteam zich bijna uitsluitend op het in hun laboratoria ontwikkelde menselijke groeihormoon, recombinante groeifactor-1. Dit recombinante proteïne-complex leek voor een groot deel bij te dragen aan het verbeteren van de spierspanning en de conditie van de organen bij oudere mensen. In eerste instantie leek een zes maanden durende behandeling met het langs synthetische weg verkregen hormoon de menselijke klok zo'n twintig jaar terug te kunnen zetten. Toen begonnen echter de neveneffecten zich te manifesteren: hartaanvallen, suikerziekte, nierbeschadigingen, en zelfs een bizarre vergroting van handen en gezicht van het slachtoffer. Het team van Green Branches wijzigde daarop de produktiemethode van groeifactor-1. Het enige dat ze daarmee bereikten, was dat de neveneffecten iets later optraden. Toen Thornburg de koele, uit groen getint glas en marmer opgetrokken hal van de kliniek betrad, snoof hij opnieuw de geur van de dood op. De zoetige, weeë geur drong overal in door en maakte de lucht zwaar als in een industriegebied. De kliniek stonk naar een slagveld of een abattoir. Thornburg zag hoe Tiffany's perfecte neusvleugels trilden, zag haar perfecte boezem rijzen en dalen terwijl ze de lucht inhaleerde.

'Ik heb vannacht over deze plek gedroomd,' zei ze. 'Weet je dat ik er de nacht ervoor altijd over droom? Wat denk je dat dat betekent?'

'Ik heb geen idee,' zei Thornburg, naar de geüniformeerde portiers knikkend die achter een hoge en imponerende balie troonden. Ze kenden hem van gezicht, en dat niet alleen omdat hij hier zo vaak kwam, maar omdat hij ook hen persoonlijk had aangenomen. 'Hoe ging die droom?'

'Ik was naakt,' zei Tiffany. 'Ik ben altijd naakt als ik over de kliniek droom. Twee mannen in witte jassen spoten een serum in me en vlak daarna veranderde ik in een kikker - een groene kikker die op een enorm lelieblad zat te kwaken.'

'Is dat alles?' De deuren van de meest linkse lift openden zich en Thornburg leidde Tiffany bij de arm naar binnen. De deuren sloten zich achter hen en zonder op een knop te hoeven drukken bracht de lift hen drie verdiepingen lager de rotsbodem van Virginia in.

'Nee,' zei Tiffany. 'Jij was er ook - een klein jongetje met een roze huid en kromme beentjes. Toen ik je zag kwam mijn tong naar buiten, je weet wel, zo'n lange dunne, die alle kikvorsen hebben, en ik ving een mug en at hem op. Hij zat vol bloed en ik wist dat hij zojuist jou gestoken had, dat ik jouw bloed inslikte, en ik vroeg me af of dat me tot een carnivoor maakte.'

Tiffany was een fervent vegetariër. 'Het was niet bepaald een plezierige droom, maar ja, mijn dromen over deze plek zijn dat nooit.'

'Het spijt me,' zei Thornburg, terwijl hij op haar perfecte hand klopte,

'maar je moet maar denken dat het allemaal weer voorbij is voor je er erg in hebt.' Hij glimlachte toen een in wit gehulde gestalte in zicht kwam. 'Ah, dr. Shepherd, zoals altijd stipt op tijd.'

Dr. Shepherd lachte. Ze was een tanige vrouw met te veel dof haar en te weinig make-up. Haar bleke ogen achter de modieuze bril hadden de door feiten geobsedeerde blik van de wetenschapper. Het leek wel of ze als onderzoekster was geboren. 'Ach, mr. Conrad, u weet zelf ook wel dat we door de portiers gewaarschuwd worden als u eraan komt. We staan altijd voor u klaar, en voor uw patiënt.' Ze wendde zich tot Thornburgs vrouw. 'En hoe voelen we ons vandaag, Tiffany?'

'Prima, geloof ik.'

'Geen pijn in de buik, hartkloppingen, constipatie? Je stoelgang is normaal?'

'Zoals altijd.'

'Heel goed.' Dr. Shepherd sloeg haar arm om Tiffany Conrad heen. 'Kom maar mee naar binnen. Dan zullen we je even onderzoeken, oké?'

'Ik verander toch niet in een kikker of zoiets, hè?' zei Tiffany. 'Ik droomde dat ik een kikker was en bloed inslikte. Menselijk bloed.'

'Daar zou ik me verder maar geen zorgen over maken,' zei dr. Shepherd.

'Het betekent alleen maar dat je nog niet helemaal gewend bent aan ons dieet. Je placht vroeger nogal wat vlees te eten, weet je.'

'Is dat zo? Maar dat is onmogelijk. Ik kan geen vlees zien!'

Dr. Shepherd wierp over haar schouder Thornburg een blik toe, terwijl ze Tiffany naar een met wit papier bedekte onderzoekstafel bracht. 'Trekje kleren maar uit, als je wilt, Tiffany.'

'Jawel, dokter.'

Tiffany deed zoals haar gezegd werd. Ze trok steeds één kledingstuk tegelijk uit en vouwde dat vervolgens netjes op, tot er een keurig stapeltje op de stoel naast haar lag. Zonder verdere aansporing ging ze op de tafel liggen. Dr. Shepherd nam een stukje vlees van de binnenkant van haar dij tussen duim en wijsvinger en rolde dat voorzichtig heen en weer. 'Uitstekend van kleur en toon; en maar nauwelijks vet. Indrukwekkend.' Ze opende een met lint bijeengebonden dossier en begon notities te maken terwijl ze Tiffany verder onderzocht. Ze tapte bloed af, etiketteerde drie reageerbuisjes, verzegelde ze en zette ze in een metalen rek en verrichtte toen nog wat handelingen die Thornburg weinig zeiden. Toen ze klaar was, schonk ze Tiffany een warme glimlach en zei zachtjes tegen Thornburg: 'Kan ik u even onder vier ogen spreken?'

Dr. Shepherd ging hem zwijgzaam voor door de gang en liep toen een van de drie dozijn laboratoria in die de kliniek rijk was. Ze liep naar een rij geavanceerde computers, stelde er een van in werking en Thornburg zag een complex patroon van gekleurde schema's op het scherm verschijnen. Dr. Shepherd keek hem aan. 'We hebben ons even zorgen gemaakt over een eventuele bloedarmoede, maar uit deze beelden blijkt dat ze zich daar keurig van herstelt.'

Thornburgs kracht lag in het beoordelen van mensen, en daarom wist hij dat dr. Shepherd nog meer op haar lever had, maar aarzelde om erover te beginnen. 'Vertel me alles, dokter. Ik ben hier niet heen gekomen om me voor de gek te laten houden.'

'Nee, dat begrijp ik.' Ze knikte. 'Sinds kort neemt het aantal witte bloedlichaampjes bij uw vrouw iets toe. Dat hoeft op zich nog niet zoveel te betekenen.' Waren alle dokters altijd zo omslachtig, vroeg Thornburg zich af. 'Waarschijnlijk duidt het op niet meer dan een lichte infectie.'

'Maar u weet het niet zeker.'

Dr. Shepherds hoofd kwam met een ruk omhoog. 'Nee, mr. Conrad, we weten het niet zeker. U moet begrijpen dat dit voor ons allemaal nog onontgonnen terrein is. En gezien de eindresultaten van ons vorige experi -'

Thornburg deed een stap naar haar toe. 'En u moet begrijpen dat tijd van essentieel belang is.'

'Ja, dat is me volkomen -'

'Duidelijk? Hij snoof afkeurend. 'Bespaar me uw medische praatjes, dat is allemaal geleuter. Dokter, het is al heel lang mijn grootste wens om een elixer te ontdekken dat op mij werkt als de wijn in de Heilige Graal. En wat hebben we tot nu toe bereikt? Net als in de legende neemt de wijn het leven dat het schenkt. Einde verhaal.' Hij dacht aan Tiffany, aan haar zongebrande huid, glanzend van de lotion. 'Maar ik geef het niet op. Op mijn leeftijd moet een man een dergelijke magnifieke obsessie koesteren.' Hij keek dr.Shepherd aan. 'Ik mag dan oud zijn, ik ben nog niet aan het dementeren. Vergeet dat niet.'

'Ik weet het.' Met een diepe zucht wendde ze zich weer tot het computerscherm. 'Ik zou graag uw aandacht vestigen op dit model.'

Aangezien zelfs de meest krachtige microscoop nog niet sterk genoeg was om de molecuulstructuur van het groeihormoon bloot te leggen, hadden de Green Branches-onderzoekers een methode ontdekt om het hormoon in kristallijne vorm te kweken. Dat had ze tot een opzienbarende vondst gebracht. Het hormoon bleek met regelmatige tussenpozen 'ruimtes' te bevatten die - daar waren de onderzoekers van overtuigd - ooit een ander, tot nu toe onbekend element hadden bevat. Met andere woorden, ze waren van mening dat het groeihormoon incompleet was. Op de een of andere manier was het hormoon in de loop der tijd veranderd, net zoals de mensheid zelf. Hun taak was nu om het ontbrekende deel te vinden.

'U ziet hier een grafische weergave van het enzymenpakket dat volgens ons het meeste potentieel heeft en dat we bij uw vrouw gebruikt hebben.'

Dr. Shepherds vingers vlogen over het toetsenbord en Thornburg zag een soort gelig tablet dat zich in een van de 'ruimtes' in het paars, rood en blauwgroene netwerk van het groeihormoon leek te nestelen.

'U ziet dat het perfect past,' zei dr. Shepherd. 'En het enzymenpakket bond zich als door een magneet aangetrokken aan het hormoon.' Ze stond op. 'En in zekere zin werkt het ook. We weten dat het werkt, en u weet het ook; u heeft tenslotte zelf de dramatische veranderingen in uw vrouw gezien.' Ze stak met een bruusk gebaar haar handen in haar zakken en zuchtte.

'Helaas zijn we bang dat we nu weer met hetzelfde probleem te kampen hebben dat ons al vanaf het begin dwarszit. Dit middel heeft net als alle voorgaande een halveringstijd. Ik bedoel dat de werkzaamheid in een constant tempo vermindert. En dat kan onomkeerbare neveneffecten met zich mee brengen.'

'Het verhoogde aantal witte bloedlichaampjes.'

Dr. Shepherd keek hem vlak aan. 'We zullen Tiffany van nu af aan dagelijks moeten controleren, dus lijkt het me het beste als ze hier blijft.'

Thornburg zag het computermodel van hun laatste - en beste - mislukking tot nu toe langzaam over het scherm ronddraaien, alsof het leefde. Water, overal water, en geen druppel om te drinken.

'Dat verdomde ouder worden ook!' Hij draaide zich om, zodat ze niet de tranen zou zien die in zijn ooghoeken opwelden. Die verdomde tijdsdruk, dacht hij. Naar de hel ermee!

Toen hij zich weer tot dr. Shepherd wendde, zei hij: 'Weten jullie natuurkundigen wel hoe je in absoluten moet praten?'

'Alleen als we met de dood te maken krijgen,' zei dr. Shepherd. 'In het grote grijze gebied tussen leven en dood kunnen we slechts op onze door mensenhanden gecreëerde proeven afgaan.'

'Vergelijkbaar met het met volle zeilen door de mist varen, niet?'

'Een beetje wel, ja,' gaf ze toe. 'Maar als u daar tegen iemand anders over praat, zal ik ontkennen dat ik dat ooit gezegd heb. Ik zou direct als een afvallige uit mijn beroepsvereniging gezet worden.' Ze keek hem bitter glimlachend aan. 'We doen wat we kunnen, mr. Conrad. En dat meen ik.'

'Ja, dat weet ik ook wel,' zei hij vermoeid. Hij mocht haar wel; ze was slim en draaide minder om de zaken heen dan haar vakgenoten. 'Ik wil nu naar haar terug.'

'Prima. Maar eerst wil ik wat röntgenfoto's en bloed van u hebben.'

Thornburg knikte.

'Weet u,' zei dr. Shepherd, in zijn arm knijpend, 'u heeft inmiddels weer de spierspanning van een in goede conditie verkerende vijfenveertigjarige.'

'En geen neveneffecten.'

'Geen enkele, behalve de goedaardige poliepen die we uit uw endeldarm verwijderd hebben. Natuurlijk gebruiken we een derivaat van het serum dat uw vrouw krijgt. Maar ik denk dat het verschil in bloed misschien een zeker effect heeft gehad.'

'U bedoelt dat zij A-positief is en ik O-positief ben.'

'Nee. Uw bloed bevat enkele subtiele afwijkingen die ik alleen kan toeschrijven aan uw Japanse afstamming.'

'Dokter, mijn overgrootmoeder mag dan misschien - en ik zeg met nadruk misschien - wat Japans bloed gehad hebben, maar laten we ons daardoor niet direct tot conclusies laten verleiden. En laten we in vredesnaam zeker niet overwegen er een publikatie aan te wijden. Het is niet iets wat ik graag in de publiciteit zou zien komen. Zelfs mijn kinderen hebben er geen idee van.'

Dr. Shepherd knikte. 'Ik begrijp het volkomen, mr. Conrad.'

Later, toen hij naar zijn vrouw keek die naakt en sereen op de witte tafel lag, bedacht hij dat ze zo volmaakt was als een schilderij of een droom. Hij was al vergeten hoe oud ze in werkelijkheid was, en hij dankte God dat hem de afschuw van die herinnering bespaard bleef.

'Zou je liever een jongen hebben?' vroeg de jonge Japanse vrouw. Shoto Wakare lachte. Hij hield haar prachtige gezicht in zijn handen. 'Ik zou je kunnen opmaken als een jongen en dan zou je er delicater, perfecter uitzien dan welke jongen dan ook die je voor mij zou kunnen verwekken.'

Hij kuste de ene slaap, daarna de andere, met zo'n tederheid dat zelfs haar hart wat sneller ging kloppen. 'Trouwens, hij zou nooit jouw geest krijgen.'

De schemerige kamer rook naar zijn eeuwige bewoners: bier en sigaretten. Wakare kwam al jaren naar deze akachochin. Hij lag verscholen in het web van Tokio's shitamachi, dat in andere, minder uitgestrekte steden als 'downtown' zou worden aangeduid, maar hier duidde op het gebied dat zowel geografisch als sociaal tot het onderste deel van de stad hoorde. Het was een anonieme plek, een van de duizenden nachtbars door de hele stad heen die zich bezighielden met de mizu-shobai, de waterhandel. Prostitutie.

Het was in Japan nu eenmaal de gewoonte dat mannen een uitlaatklep zochten voor hun dierlijke driften, die werden verstikt door het keurslijf van gebruiken, eer en schuld. In de akachochin kon de Japanse man zich laten gaan: hij kon dronken worden, huilen, lachen, zijn passie de vrije loop laten, en dat allemaal zonder het gevaar zijn gezicht te verliezen of straf te krijgen. Verfrist en geharnast tegen de sociale verplichtingen dook hij daarna weer op.

De jonge vrouw, wier naam Mita was, hoewel die haar pas gegeven was toen ze in de mizu-shobai kwam werken, hield Wakare in haar armen. Ze aaide over zijn voorhoofd met een tederheid die uit oefening was geboren. Als het al kunstmatig was - een vraag die heftige debatten tussen zelfs de meest gerenommeerde etnologen zou veroorzaken - dan was het in ieder geval nauwelijks van echt te onderscheiden. Mita had wat onder Japanners bekendstond als yasashisa, een soort moederlijke liefde waar de meeste mannen naar hunkerden omdat een dergelijke fysieke affectie normaal niet werd gepraktiseerd. Het was een hooglijk geprezen gave. Natuurlijk bedreven zij en Wakare de liefde, maar hun ontmoetingen omvatten veel meer dan dat alleen. Als hij alleen maar wilde neuken, kon hij tenslotte overal terecht. Wat Mita hem gaf, was oneindig veel completer en bevredigender.

Wakare zuchtte en ontspande in haar armen. Hij had al bijna zes karaffen sake op, een indrukwekkende hoeveelheid, zelfs voor hem, maar zijn behoefte aan verlossing van zijn met stress gevulde leven was dan ook groot.

'Hoe komt het,' zei hij nu, 'dat er geen gerechtigheid in deze wereld bestaat? Ik vraag me af of we niet allemaal gek aan het worden zijn. Ik weet dat als ik besluit dat dat zo is, ik ook de ware reden voor Mishima's hara kiri ken. Hij heeft deze dag al voorzien en kon de schande ervan niet aan.'

'Mishima kon de oude gewoontes niet loslaten,' zei Mita, die met ritmische bewegingen langs zijn wenkbrauwen streek.

'Dat is niet waar,' zei Wakare. 'Mishima zag in dat de oude gewoontes al dood waren. Wat hij niet kon verkroppen, was dat wat hij probeerde nieuw leven in te blazen, niet meer dan geesten waren.'

Mita was gewend aan deze filosofische interrupties. 'Is dat de ongerechtigheid waar je op doelt?'

'Nee, nee,' zei Wakare, met zijn tong langs zijn lippen gaand, alsof hij snakte naar nog eens zes karaffen sake. 'Ik heb het over iets veel persoonlijkers. Er is mij gevraagd een vriend te verraden - het is in feite mijn beste vriend. En ik moet het doen. Giri. Ik ben de persoon die mij om deze gunst vroeg iets schuldig.'

'Pas als het leven hard is, krijgt het betekenis,' zei Mita. Wakare keek naar haar op. 'Ik vraag me af of je daar echt in gelooft.'

Ze knikte. 'Dit is mijn leven; ik móet er wel in geloven, anders blijft er niets over.'

Wakare gromde en liet zijn hoofd weer in haar schoot rusten. Hij sloot zijn ogen en zij ging verder met hem te strelen. 'Had ik maar met de zwager van mijn vriend te maken in plaats van met hem,' mijmerde hij. 'Dat zou geen enkel probleem zijn. Hiroto is een schoft; hij is hebzuchtig, corrupt en jaloers op Yuji's succes.' Hij zuchtte. 'Aan de andere kant heeft Hiroto geen eer, dus hem corrumperen zou me weinig lol doen.'

'Vertel me eens, zie je het als een eer om je vriend Yuji te verraden?' vroeg Mita.

Wakare antwoordde niet, maar Mita, die hem langer kende dan vandaag, ontging niet de zweem van een glimlach om zijn lippen. Later, nadat hij zichzelf had uitgeput op haar lichaam en ze hem liefdevol had gebaad en strompelend van de alcohol naar huis had gestuurd, keerde ze terug naar haar kamer.

'Heb je nog iets nuttigs gezien of gehoord?' vroeg ze aan de Japanse vrouw die op haar stond te wachten. Ze was heel erg mooi en leek Mita nog zo jong dat ze haar moeder had kunnen zijn.

'Heel wat,' zei Evan. Ze schoof Mita een dikke envelop vol yens toe.

'Maar ik denk dat het nuttigste nog die glimlach op het gezicht van je klant was.'

Ham zat in een restaurant aan Columbia Road in de wijk Adams Morgan. Hij zat weemoedig naar de tafeltjes buiten op het trottoir te kijken. In de zomer zouden ze tegen de felle zon beschermd zijn door vrolijk gestreepte parasols, die het terras die nonchalante sfeer zouden geven die je ook op Parijse terrassen aantrof.

Ham nipte van zijn koffie. Het was bijna lunchtijd en de tafels begonnen vol te raken met modieus geklede dames die hier tijdelijk het winkelen onderbraken. Hij zag Marion St. James aankomen. Ze droeg een honingkleurige, uiterst korte kokerrok met een brede zwarte riem en daarop een amberkleurige zijden blouse. Aan haar voeten droeg ze enkelhoge laarsjes met naaldhakken. Haar jas had ze nonchalant over haar schouder geslagen. Elk hoofd in het restaurant draaide in haar richting - dat van de mannen waarderend, dat van de vrouwen vol afgunst - toen ze op hem afliep. Net voor ze ging zitten, zag Ham een vrouw die hij kende maar niet kon plaatsen, plaatsnemen aan een tafel aan de andere kant van het café. Het was een aantrekkelijke blondine, slank en modieus, die geconcentreerd toekeek hoe Marion zich in de stoel tegenover hem liet zakken. Wie was ze, verdomme, vroeg hij zich af.

Toen rook hij Marions parfum, werd ondergedompeld in haar glimlach en ging al zijn aandacht naar haar uit. 'Precies op tijd,' zei hij. 'Daar houd ik wel van.'

Ze keek hem gemaakt pruilend aan. 'Je ging zo snel bij me weg; ik bleef maar woelen en heb mijn lakens bijna aan repen gescheurd.'

'Echt waar?'

'Echt waar.' Ze keek hem met die smeltende blik van haar aan. 'Ik heb je kussen in mijn armen genomen en wenste vurig dat jij het was.'

Als ze was zoals nu, maakte ze hem bijna gek. 'Waar dacht je aan?'

Marion keek op naar de ober en bestelde een drankje. Toen richtte ze haar blik weer op Ham. 'Ik droomde ervan dat je al die heerlijke zondige dingen met me deed die ik je vannacht niet heb durven vragen.'

Hij lachte. 'Je lijkt mij geen vrouw die bang is om wat dan ook te vragen.'

'Dat is slechts een masker,' bekende ze. 'We dragen natuurlijk allemaal een masker; we voelen ons een stuk meer op ons gemak als de mensen om ons heen niet kunnen zien wat of wie we in werkelijkheid zijn.'

'Dat klinkt nogal griezelig,' zei Ham. 'Matahari had het niet beter kunnen zeggen.'

'We zijn in wezen toch allemaal spionnen, Ham? We vinden niets leuker dan ons achter onze maskers verschuilen en eikaars zwaktes af te tasten, proberen een weg door de maskers om ons heen te vinden. Zo zit de mens in elkaar. Vorige avond op jouw boot hebben we dat spelletje ook gespeeld. Nee, ontken het maar niet.' Ze legde haar wijsvinger tegen zijn lippen. 'Je bent geen man die eraan gewend is te zeggen wat hij denkt, hè?' Ze glimlachte. 'Ik vraag me af hoe de kleine Hampton Conrad was. Misschien moet ik eens met zijn ouders gaan praten.'

'Dat zou weinig zin hebben. Mijn moeder is overleden en mijn vader zal je ook niet veel wijzer maken,' zei Ham, feller dan de bedoeling was. Marions campari-soda werd geserveerd en ze nam een teug van de helderrode vloeistof. 'Jezus, wat is er met jou aan de hand?' Ze schoof haar drankje van zich af. 'Misschien moeten we deze lunch nog eens overdoen als je in een betere stemming bent.'

Ham drukte het glas terug in haar hand. 'Ga niet weg. Soms bezorgen mijn zaken mij een koninklijke koppijn.'

'Je bedoelt dat je in niets verschilt van andere mensen.'

Ham zag hoe hard haar gezicht werd als ze kwaad was; hij kon haar bijna voelen trillen. 'Sorry dat ik je met mijn zakelijke problemen lastig val.'

'Nee,' zei ze ferm, 'dat heeft er niets mee te maken.'

'Oké, je hebt gelijk. Ik ben erg op mijn privacy gesteld. Ik houd er niet van als iemand in mijn leven begint te snuffelen.'

'O, Ham, ik wilde alleen maar -' Ze sloeg haar ogen neer en toen ze weer naar hem opkeek, voelde hij zich opnieuw wegsmelten. 'De waarheid is dat ik de lakens helemaal niet aan repen heb gescheurd, hoewel ik het wel had gewild. Ik was te bang.'

'Waarvoor?'

'Dat jij een glimp van mij achter mijn masker zou opvangen en dat je niet zou aanstaan wat je zag.'

'Doe niet zo stom. Ik vond alles wat ik afgelopen nacht gezien - en gevoeld

- heb fantastisch.'

'Nou ja, het is me eerder overkomen,' zei Marion zacht. 'Ik bedoel, mijn vader was in vele opzichten een heel bijzonder man, een echte patriot - en laat me je vertellen dat er daar nog maar weinig van over zijn. Maar voor mij en mijn moeder was hij een regelrechte klootzak. Hij kwam vaak thuis

- als hij al thuiskwam - zo bezopen als een kat. Hij probeerde dan met haar te neuken, maar dat lukte natuurlijk niet. Hij zat zo vol met Ierse whiskey dat je al tien huizen verder kon ruiken dat hij eraan kwam. Hij reageerde zich dan op haar af, misschien omdat hij zich daardoor meer man voelde of zoiets, en omdat hij vol haat zat. Hij haatte de rijken, de protestanten, plus natuurlijk alles wat Engels was.' Ze keek naar haar kundige handen op het tafelblad. 'Het heeft heel lang geduurd voordat ik mannen weer durfde te vertrouwen. Ik heb er heel wat afgeschrikt met mijn stoere optreden en scherpe woorden.' Ze haalde haar schouders op. 'Soms denk ik weieens dat mijn houding nog steeds enige aanpassing nodig heeft.'

'Jij hebt helemaal niets nodig,' zei Ham. 'Neem dat maar van mij aan.'

Ze glimlachte en nam een slokje van haar campari-soda. Na een lange stilte zei Ham: 'Mijn ouders hebben ook nooit goed met elkaar kunnen opschieten. Mijn vader behandelde mijn moeder alsof het een van de vazen of lampen in huis was. Het kostte me heel wat tijd om dat te verwerken, om erachter te komen dat ze gewoon elk hun eigen leven leidden. Het is moeilijk voor een kind om op te groeien met het besef dat je ouders elkaar niet zo mogen.'

'Heb je partij gekozen?'

'Dat wilde ik natuurlijk wel,' zei Ham. 'Mijn moeder was altijd de zwakste, dus was het logisch dat ik haar zou proberen te helpen. Maar dan was er altijd weer mijn vader. Hij was in die tijd zo - hoe zal ik het zeggen - zo indrukwekkend; als Mozes die van de berg komt, zoiets. De onzichtbare tafels die mijn vader droeg, waren de wet. Daar viel totaal niet aan te tornen.'

Hij staarde voor zich uit. 'Ik denk dat ik zo naar zijn goedkeuring hunkerde, dat dat me tegenhield om de kant van mijn moeder te kiezen. In zekere zin heb ik haar net zo verraden als mijn vader. Maar aangezien dat verraad mij nog meer op hem deed lijken, voelde ik me er misschien wel schuldig over, maar bleef ik toch op dezelfde voet verder gaan.'

Ze leunde in een impulsief gebaar naar voren en kuste hem hard op zijn lippen. Haar gezicht vertoonde nu geen enkele harde trek meer. 'Lieve Ham,'

zei ze. 'Je bent zo anders dan de andere mannen in mijn leven.' Ze raakte hem aan. 'Je smaakt zo heerlijk als je me kust.'

Ham, die zowel afkeer als opluchting voelde over het feit dat hij eruit had gegooid wat hij al zo lang had opgekropt, keek in haar ogen en raakte verloren in hun diepte.

Marion duwde haar glas opzij. 'Denk je dat je in de stemming bent om iets zalig zondigs te bespreken?'

'Het hangt ervan af wat.'

'Iets waar ik vanochtend over dagdroomde toen ik mijn kussen omhelsde en zondige gedachten over jou had.' Ze draaide zich om toen de ober de menu's neerlegde. 'Ik heb geen honger,' zei ze, hem het menu teruggevend.

'Bestel dan tenminste een salade,' zei Ham, maar toen ze haar hoofd schudde, haalde hij zijn schouders op en bestelde twee cheeseburgers met ham, frites met uien en een six-pack Coke. 'En breng me een wijnkoeler voor de Cokes,' zei hij tegen de ober.

'Ik hoop niet dat je verwacht dat ik daar iets van eet,' zei Marion.

'Als dat zo was, zou ik wel meer besteld hebben.'

Ze praatten over niets in het bijzonder tot het eten kwam. Zodra ze Ham in zijn eethouding zag gaan zitten, begon ze. 'Dit is mijn idee. Het heeft te maken met de onderneming waarvoor ik werk, Extant Exports. De eigenaars zijn een stelletje klootzakken, dikke, vette neven die elkaar altijd in de haren zitten. Wat ze me betalen is lachwekkend, maar mijn onkostenrekeningen worden nauwelijks gecontroleerd. Ja, wat wil je ook, dat is voor hen toch allemaal aftrekbaar.

Maar vanochtend lag ik te dromen over iets waar ik al een tijdje mee bezig ben - ik wil een deel van de buit.'

'Het lijkt me niet dat je bazen daar blij mee zullen zijn,' zei Ham, tussen twee happen door.

'Nee, dat weet ik wel zeker,' zei Marion. 'Daarom vertel ik het ze ook niet.'

'Wat?'

'We gaan scheepsladingen in beslag nemen.'

Ham verslikte zich bijna in een stukje geroosterd brood. 'Wat bedoel je met "we"?'

'Jij en ik,' zei Marion. 'Ik heb hier een partner bij nodig - en jij, met je militaire connecties -'

'Vergeet het maar.'

'Hoe bedoel je?'

'Precies wat ik zeg. Jij wilt lading van de schepen van jouw werkgever achterover drukken en je wilt dat ik je daarbij help. Je bent gek.'

'Ik zal vergeten dat je dat gezegd hebt.' Ze keek hem even aan. 'Weetje, als je zo zit te eten, ben je net een klein jongetje. Je maakt me hongerig.'

'Ga je gang,' zei hij.

'Ik had het niet over eten,' zei Marion, maar ze pakte toch een goudbruine uiering tussen twee oranje-rode nagels. 'Wil je zelfs niet weten wat Extant Exports vervoert?'

'Niet echt.'

'Het is gevaarlijk spul. Er gaan voortdurend partijen verloren. Maar dat is in onze prijzen doorberekend, dus het deert ons niet echt.'

'Je vergist je,' zei Ham. 'Extants verzekeringsmaatschappij neemt de verliezen voor haar rekening.'

'Extants lading kan niet worden verzekerd.' En toen Ham zijn cheeseburger terug op zijn bord legde, begon ze te lachen. 'Je moest je gezicht eens zien, Ham. Mijn God, het straalt plotseling een en al gretigheid uit.'

'Waar hebben we het hier precies over?'

'Veeg je mond af, schat,' zei Marion. 'Het lijkt wel of je bloedt, met al die ketchup.' Ze knikte toen hij met zijn servet zijn lippen schoondepte. 'Ben je klaar voor een nieuwe blik achter het masker?'

Het lijkt erop of ik nooit klaar voor je ben, dacht Ham. En hij realiseerde zich dat dat nu precies was wat hij zo aantrekkelijk aan haar vond. Ze was totaal anders dan al die andere vrouwen; hij had in feite nog nooit zo iemand ontmoet.

Hij knikte.

Marion zei: 'Extant houdt zich bezig met het verwerven en verschepen van Exocets, Mirages, Mavericks, MX-en, Bonhohm superkanonnen; kortom alles wat er maar op het gebied van high-tech bewapening te koop is. Coups, revoluties, guerrilla-oorlogvoering, daar moeten ze het van hebben. Wie zou zo'n bedrijf niet willen beroven? Geïnteresseerd?'

Hams hersens maakten overuren bij het afstrepen van de mogelijkheden van dit onverwachte buitenkansje, maar toen hij een blik op zijn horloge wierp, zag hij dat Jason Yoshida elk moment kon arriveren. Toen Yoshida contact met hem had gezocht, had hij gezegd dat hij hem onverwijld moest spreken. 'Oké,' zei hij. 'Maar laten we dit gesprek in een wat veiliger omgeving voortzetten. Ik haal je na je werk op en dan kun je me alle details geven.'

'Mooi,' zei Marion. Ze stond op, boog naar hem toe, kuste hem hard op de lippen en sloeg toen haar jas om zich heen.

Ham zag Yoshida tussen de tafels door op hem af komen laveren. Onderweg liep hij vlak langs Marion, die op weg naar de uitgang was. Yoshida liet zich in een stoel zakken en bestelde een Coke.

'Prachtige benen,' zei Yoshida, terwijl hij nog een snelle blik op Marion wierp. Hij leek geagiteerd en die stemming was besmettelijk. Eigenlijk was Ham kwaad dat zijn tête-a-tête met Marion was verstoord. Ham gromde en zei toen op gedempte toon: 'Nu je toch hier bent, wil ik dat je onze vriend Shoto Wakare verdere instructies geeft.' Hij zweeg omdat de Coke werd geserveerd. 'Hij is tot nog toe heel nuttig voor ons gebleken.

Ik moet zeggen, Yosh, dat jouw contacten in Tokio van onschatbare waarde voor mij zijn.'

'Nu overdrijf je.'

Ham glimlachte. 'Die ironie van jou, Yosh. Het gaatje zo goed af vanwege dat uitgestreken gezicht van je, denk ik. Je zou een prima conferencier zijn.'

'Bedankt, maar ik heb mijn stiel al gevonden.'

'Dat heb je zeker.' Ham nam een grote slok van zijn koffie en liet zijn blik over een paar ranke blondines gaan, die met geopende jas langs kwamen flaneren.

'Ik heb niet zulk best nieuws,' zei Yoshida.

'Slecht nieuws is wel het laatste wat we kunnen gebruiken,' zei Ham. 'We hebben nog maar heel weinig tijd om het Genootschap tegen te houden; de Commissie voor Internationale Handel van de Senaat zal nog deze week de wet indienen die ons economisch van Japan af zal sluiten. Volgens de laatste geruchten krijgt de wet van beide partijen zoveel steun, dat ook een presidentieel veto niet meer zal helpen. En ondertussen wordt de oppositie tegen de wet steeds verder uitgehold omdat de reeks zogenaamde ongelukken met dodelijke afloop nog steeds toeneemt.'

'En ondertussen moeten we het ook nog eens over Matheson hebben...'

Yoshida overhandigde Ham een fax.

'Mijn vader,' zei Ham, de fax even negerend, 'w Washington en we weten beiden waar Washington op draait: netwerken van contacten, anciënniteit, de illusie van macht; kortom, geouwehoer. Contacten hebben betekent in de juiste familie geboren zijn, naar de juiste scholen gaan; anciënniteit betekent dat je het hier hebt overleeft zonder door iemand van aanzien te zijn afgezeken; de illusie van macht houdt in de gave om de juiste zin in het juiste oor te fluisteren zodat het de volgende dag in de juiste krant komt. En geloof me, Yosh, mijn vader is in al die zaken een meester.'

'Je hebt het nu wel over de voorgoed verleden tijd,' zei Yoshida. 'Je vader heeft ons met Matheson opgescheept -' hij wees op de gecodeerde fax'-en Matheson is nu pas echt een blok aan het been.'

'Wat?'

'Een Japanse vrouw kwam hem opzoeken en hij is met haar vertrokken. En weet je wie zij is? Die kunstenares waar hij achteraan zat. Wakare heeft haar geïdentificeerd als een lid van Nishitsu's Genootschap.' Yoshida schudde zijn hoofd. 'Misschien betekent dat infiltratie, misschien ook niet. Wat wel vaststaat, is dat hij gezocht wordt voor de moord op een van zijn mannen. De vorige week had Matheson het met die kerel aan de stok en nu is hij gevonden met twee kogels uit Mathesons revolver in zijn achterhoofd.'

'GoeieGod!'

'Ik heb je er al voor gewaarschuwd.'

'Ik weet het, Yosh, maar ik kan niet geloven dat Matheson zijn eigen mensen uit de weg ruimt. Zo stom is hij nou ook weer niet.'

'Begrijp je dan niet dat dat niets uitmaakt? We hebben de situatie niet langer zelf in de hand, dat is het punt. Of Matheson nu schuldig is of niet, het zal een enorme ophef in de media veroorzaken. En als Matheson naar de vijand is overgelopen, kun je maar beter een heel goed verhaal voor je vader verzinnen, want hij zal ongeveer door het dak heen schieten als je hem vertelt wat er is gebeurd.'

'Je hebt gelijk natuurlijk. Je hebt de hele tijd al gelijk gehad.' Ham zag de opluchting op Yoshida's gezicht verschijnen.

'En wat doe je aan je vader?' vroeg Yosh.

'Maak je geen zorgen, dat handel ik persoonlijk af,' zei Ham, met meer overtuiging dan hij op dat moment voelde. Hij had er gewoon geen idee van hoe hij het onderwerp bij zijn vader moest aansnijden en besloot dat het, voorlopig althans, het beste was om maar helemaal niets te zeggen. Hij dacht aan Matheson en de Japanse vrouw en de fax verdween in zijn gebalde vuist. 'Verdomme. Het is duidelijk dat we Matheson uit de running hadden moeten nemen nadat hij door dat dakraam was gegooid. Nu weet hij echter al te veel. Als hij besluit zijn hart te luchten tegenover de media -'

'Wij zijn relatief veilig,' zei Yoshida. 'Hij kent alleen Shipley en Shipley is een gemakkelijk iemand om te laten verdwijnen.'

Ham schudde zijn hoofd. 'Daar gaat het niet om. Matheson weet te veel van het plan af. Als de Japanse regering hier lucht van krijgt, kunnen we het vergeten. Het zal het laatste zetje zijn dat het Genootschap in Japan nodig heeft. Thornburg zal elk greintje geloofwaardigheid verliezen - zelfs hij kan niet tegen de president opstaan - en dan zal er niets meer zijn om het Genootschap af te stoppen.'

Ham schoof zijn koffie van zich af; het goedje brandde in zijn maag, of was het misschien het slechte nieuws? 'Desnoods is Matheson bij de duivel ondergedoken, maar hij zal een keer boven water moeten komen. En als dat gebeurt, wil ik dat hij ons gedurende de rest van onze missie niet meer voor de voeten loopt. Het maakt me niet uit hoe dat gebeurt, als het maar gebeurt, Yosh. Dat zijn je nieuwe orders.'