Zes

Washington/East Hampton/Tokio


'Wat ik het verachtelijkst vind van allemaal,' zei brigadegeneraal b.d. Hampton Conrad, 'is hypocrisie.'

Conrad zag eruit of hij zo van een wervingsbiljet van het leger was gestapt: vierkante kin, doorgroefd gelaat en zware botten. Zijn rossig-grijze haar was militair kortgeknipt; zijn grijze ogen hadden net genoeg blauw in zich om hem er zowel aantrekkelijk als gevaarlijk uit te laten zien. Maar hij dacht niet op de rechtlijnige manier van de militair, hetgeen ook de reden was dat hij slechts brigadegeneraal was (één ster) en waarom hij tien jaar eerder met pensioen was gegaan dan normaal was voor een man met zijn rang. Maar er was dan ook niets normaals aan 'Ham' Conrad.

Hij was opgegroeid in Hartford, Connecticut, als een van de zeven zonen van Thornburg Conrad III, de man die Hartford tot de verzekeringshoofdstad van het land had gemaakt. Ham had zijn bijnaam gekregen van zijn broers, dit vanwege zijn grote handen, die gebald tot vuisten ernstig letsel toe konden brengen bij jongens die een stuk ouder waren dan hij. Thornburg Conrad III had alles gedaan wat in zijn vermogen lag (en dat was heel wat) om zijn nageslacht van een goede toekomst te verzekeren, wat ze ook aanpakten. Ham was daarbij naar West Point gegaan en als een van de besten van zijn klas afgestudeerd. Zijn broers hadden op hem neergekeken vanuit hun verheven positie als student aan de meest prestigieuze scholen en universiteiten van de Oostkust. Thornburg had zich afzijdig gehouden, met het idee dat deze animositeit Ham alleen maar sterker zou maken; hij stond zichzelf trouwens nooit toe zijn eigen gevoelens te uiten. Hij was echter trots op Ham. Ham had een duidelijke visie; dat dit ook Thornburns visie was, maakte deze oudste Conrad alleen maar extra trots. Ham had uitgeblonken in tactische oorlogvoering en was direct na zijn afstuderen ingedeeld bij het US Military Assistance Command Vietnam (M ACV), dat toen - in maart 1965 - onder bevel stond van generaal William Westmoreland. MACV was het centrum van de strategische militaire planning voor de hele Vietnam-campagne. Ham had vier deels succesvolle, deels frustrerende jaren in en om Saigon doorgebracht. Tijdens zijn verblijf daar was hij drie keer bevorderd. Hoewel hij nooit persoonlijk de vijand had ontmoet, was hij verantwoordelijk voor duizenden van hun doden. Na zijn terugkeer had Thornburg erop aangedrongen dat hij zich verdiepte in Japan en het Japans. Zes maanden later gebruikte Thornburg zijn niet geringe invloed in het ouwe-jongens-krentebroodcircuit in Washington om Ham een belangrijke positie bij de militaire inlichtingendienst voor het Verre Oosten in Japan te bezorgen. Daar gedijde Ham als geen ander, hetgeen zijn vader al had voorzien. Hij gebruikte zijn scherpe verstand en tactische inzicht om militair-en ambassadepersoneel vertrouwd te maken met de nuances en vaak zelfs schokkende eigenaardigheden van de Japanse cultuur.

In feite was zijn expertise na verloop van tijd zo gegroeid, dat zijn militaire achtergrond voor Ham bijna een handicap werd; als legerofficier viel hij in elke menigte direct op en hij kon, vanwege de Japanse antipathie jegens alles wat met het Amerikaanse leger te maken had, niet vrijelijk gaan waar hij wilde. Hij kon bovendien zó goed met mensen omgaan - hij was vriendelijk, meelevend, stond altijd klaar met het juiste advies - dat zijn reputatie tot ver buiten het leger reikte. Hij was inderdaad het evenbeeld van zijn vader; hij was geen man die lang blokkades voor zijn verdere carrière tolereerde. Vele lange maanden dacht hij na over wat hij verder moest. Tijdens een korte vakantie op Hawaii kwam zijn vader naar Waikiki vliegen. Op de zonovergoten stranden, onder wuivende palmen en te midden van gebronsde lichamen in fel gekleurde bikini's ontwierpen Thornburg Conrad III en Ham een plan om de wereld zoals zij die kenden, opnieuw in te richten. Thornburg had daarbij, zo zei hij, Hams hulp nodig voor wat betreft de Japanse kant, en omdat hij zoals altijd op de achtergrond wilde blijven, vroeg hij Ham de dagelijkse uitwerking van het plan voor zijn rekening te nemen. Toen hij tien dagen later in Tokio terug was, hadden ze een volledig uitgewerkt plan, waarbij elke eventualiteit met militaire precisie was voorzien, zoals van een genie op dat gebied als Ham mocht worden verwacht. Hams meerderen vonden het prachtig en het betreffende overheidspersoneel in Washington vond het zo mogelijk nog prachtiger. Maar dat waren dan ook dezelfde mensen waar Thornburg mee op school had gezeten en die hij zo'n veertig jaar had voorbewerkt. Ze mochten Ham, en wat meer was, ze hadden respect voor hem; hij deed hen aan zijn vader denken, die ze ook mochten en respecteerden en met wie ze vele gunsten hadden uitgewisseld en profijtelijke deals hadden gesloten. Deze mannen luisterden naar Ham en verslonden Conrads plan met de gretigheid van een slang die een rat naar binnen werkt. Als één man stemden ze ermee in dat Ham de juiste man op de juiste plaats op de juiste tijd was. Al snel gingen er orders uit dat hij overgeplaatst moest worden naar Washington, waarna hij met veel ceremonieel vertoon eervol uit het leger werd ontslagen. Hij zou die dag nooit vergeten. Er werden hem door zijn superieuren diverse medailles op de borst gespeld, hoewel hij nooit echt de vijand had ontmoet, hetgeen hem enigszins triest maakte.

Maar hoewel hij dus uit het leger was gestapt, was hij bepaald nog niet met pensioen. Hij had gewoon de ene groep meerderen ingeruild voor een andere groep, maar hij had tegelijkertijd een paar reusachtige stappen gezet op weg naar de top van de piramide van invloed en macht. Hij was nu een stuk dichter bij het doel dat zijn vader voor hem had gesteld toen hij nog een jongeman was.

'Zonder invloed zul je nooit gelukkig kunnen zijn,' had Thornburg Conrad III hem op zijn twaalfde voorgehouden. 'Volgend jaar zul je een man zijn, tenminste, in de meeste primitieve culturen is dat zo, en in mijn ogen ben je dat ook. 'Thornburg had een hand op het hoofd van zijn zoon gelegd, in een gebaar dat, nu Ham eraan terugdacht, een soort zalving had geleken, alsof de oude man geen miljonair maar bisschop was. 'Zorg dat ik trots op je kan zijn; zorg dat je de naam Conrad verder zult uitdragen.' En als een kruisvaarder was Ham erop uitgetrokken om dat te doen. En nu hadden de Conrads, vader en zoon, dus besloten samen ten strijde te trekken. Voor Ham had het niet beter kunnen lopen. Gezamenlijk formuleerden ze een plan dat briljant was. De sleutel tot de ontmanteling van het moderne Japan was verraderlijk eenvoudig, want zij zou hen worden verschaft door die arrogante Japanner, Naoharu Nishitsu. Als Yuji Shian eenmaal genoeg bewijsmateriaal tegen Nishitsu had verzameld, zou hij een publieke boetedoening op gang brengen die uiteindelijk zou culmineren in een geweldloze coup, tot stand gebracht door het scherp ontwikkelde Japanse gevoel voor eer. Daarmee zouden alle oudere, rechtse miljonairs rond Nishitsu niet alleen afstand moeten doen van hun topposities in het zakenleven, maar vooral ook van hun politieke invloed. En net als in Oost-Europa en Rusland zou er een golf van veranderingen door het land gaan en er zou een nieuwe orde ontstaan, eentje die beter aansloot bij het Westen, met name de Verenigde Staten. De daaruit voortvloeiende maatschappij zou bestaan uit consumenten, niet uit spaarders, uit jonge mensen die niet langer aan de oorlog in de Pacific gebonden waren, maar die in het heden wilden leven, die voor rede vatbaar waren, die wilden inzien dat de Amerikaanse manier altijd al de beste manier was geweest om internationaal handel te drijven, en dat ook altijd zou blijven.

'Hypocrisie is de vloek van de beschaving,' zei Ham nu, terwijl hij zijn lippen sloot om wat hij als de beste hamburger in Washington en omstreken beschouwde. Buiten, op straat, was iedereen zwart; in de hamburgertent was iedereen - het personeel, de klanten, de kok - zwart. Dit was een getto in Washington waar zelfs politiewagens 's nachts niet graag doorheen reden. Ham trok zich totaal niets van het getto aan. Washington bestond net als alle andere grote steden in de USA nu eenmaal uit rijk en arm, alleen was het hier nog een graadje erger. Wat Ham het meest had aangetrokken in Thornburgs plan, was dat het de potentie in zich had om het gezicht van de wereld te veranderen. Het was zijn vurige hoop dat het uiteindelijk zelfs de armen zou helpen.

Ham verachtte de rijken, met hun keurige manieren, hun bekrompen geest en hun obsessie voor protocollen, alsof de wereld daarbuiten zich ook maar iets aantrok van protocollen of manieren of redelijke gesprekken. In feite kwam de sluimerende woede die hij daarbuiten voelde als een opluchting na alle aanmatiging en ijdelheid van de Georgetown/Capitol Hill/

Chevy Chase-kliek die hij zo was gaan verachten. Vandaar zijn smalende woorden.

'Hypocrisie is een symptoom van elke zelfvoldane cultuur,' ging hij verder. 'Het is een waarschuwing, net als een slechte adem of bloedend tandvlees, dat er snel iets aan gedaan moet worden.' Hij ontblootte zijn sterke witte tanden, zette ze in het rode vlees en begon het te vermalen.

'Nu we het er toch over hebben,' zei Jason Yoshida, die een stukje gesmolten kaas van zijn wijsvinger sabbelde, 'Audrey Simmons arriveert om 3.30 uur.'

Het glas Coke verdween in Hams vuist toen hij het naar zijn mond bracht en een grote slok nam. Hij smakte tevreden met zijn lippen. 'Je bedoelt senator Simmons vrouw?'

'Yep,' zei Jason Yoshida. Hij nam een enorme hap van zijn cheeseburger, schoof die grotendeels achter zijn wang en zei: 'Ik geloof dat ze je persoonlijk wil bedanken omdat je haar zoon geholpen hebt.'

Tot Hams niet geringe verbazing en opluchting was Audrey Simmons niet zo hypocriet als haar machtige echtgenoot. Haar probleem was echter geen verrassing geweest. Haar zoon, Tony, was met de verkeerde mensen omgegaan, had drugs gebruikt, was van school weggelopen, was kortom een verschrikkelijke etter, zoals senator Simmons Ham door de telefoon had uitgelegd.

'Tony lijkt weer helemaal de oude,' zei ze. 'O, ik ben je zo dankbaar.' Ze glimlachte. 'En ik weet dat hetzelfde voor Leiand geldt.'

'Laat maar,' zei Ham. 'Ik deed het voor Tony.'

'Maar wat heb je eigenlijk precies gedaan?'

Hij stond op en keek uit het raam naar een zwarte tuinier die de rozestruiken buiten zijn kantoor verzorgde. Hij vroeg zich af of de tuinier misschien ook zijn ontbijt nuttigde in de hamburgertent waar Ham zojuist vandaan kwam. Hij had geen kantoor met uitzicht op het Witte Huis, waar de meeste mensen in Washington naar streefden, en toch straalde van dit kantoor duidelijk macht uit. Dat kwam door Hampton Conrad zelf. Het was een doorsnee overheidskantoor met hoge plafonds, duidelijk zichtbare leidingen en afschuwelijk meubilair dat nog van voorde Tweede Wereldoorlog leek te stammen. Aan één muur hing een ingelijste foto van de huidige president, aan een andere een reproduktie van een portret van Teddy Roosevelt. De crèmekleurige verf begon in één hoek af te bladderen. Al met al moest Ham toegeven dat hij zijn andere kantoor, in K Street, veel prettiger vond, zelfs al gebruikte hij het zelden. Dat was een ruime suite die hij zelf had uitgekozen en die zich in het zelfde gebouw bevond als Washingtons meest vooraanstaande advocatenkantoor. De enige andere huurder op zijn verdieping was een invloedrijke lobby voor bepaalde Japanse belangen; de ironie van deze locatie prikkelde hem. Het kantoor in K Street stond op naam van de firma Lenfant & Lenfant, die weer op naam stond van Brosian Lenfant, de bekende en gerespecteerde vroegere senator van Louisiana, die zich na een zware hartaanval uit overheidsdienst had teruggetrokken. Nu leende hij zijn naam en, eenmaal per week, zijn lichaam aan de firma die eigendom was van en geleid werd door Ham Conrad.

Jason Yoshida, die op voorspraak van Ham de Amerikaanse nationaliteit had verkregen en nu een GS-14 was, een tamelijk hoge functie bij de overheid, werkte in naam voor het ministerie van Defensie. In feite opereerde hij vrijwel alleen vanuit de burelen op K Street, die hij met indrukwekkende doeltreffendheid leidde.

Ham wendde zich af van het raam. 'Weet u, mrs. Simmons, soms is het enige wat kinderen nodig hebben om hun dwalingen in te zien, een aantal parameters.'

'Parameters?'

Hij keek de vrouw van de senator aan. Ze was blond, met die speciale breekbare schoonheid waarmee alle vrouwen in Washington besmet leken, maar ze leek verdomd weinig van het opvoeden van kinderen af te weten. Ze droeg een sjiek mantelpak van een beroemde ontwerper, dat de senator toch minimaal tweeduizend dollar gekost moest hebben, schatte hij. Hopend dat ze het zou begrijpen, zei hij: 'Als een kind voelt dat het geen grenzen heeft - dat het kan doen wat het maar wil - zal het dat uitproberen. Het doet dat niet zo maar moedwillig, mrs. Simmons, maar omdat het voelt dat het grenzen nodig heeft, keiharde richtlijnen die zijn wereld definiëren, en die onderscheid maken tussen ja, dat mag je en nee, dat mag je niet, want mét die grenzen krijgt het kind ook het gevoel van zekerheid dat alle kinderen nodig hebben.'

Audrey Simmons stond op. 'Nou ja, hoe dan ook, het heeft voor Tony in ieder geval wonderen gedaan.' Ze stak een koele, gemanicuurde hand naar hem uit. 'Mijn echtgenoot zal u nog -'

Ham wuifde haar woorden weg. 'U kunt de senator meedelen dat ik hem wel zal bellen als daar aanleiding toe is.' Hij begeleidde haar glimlachend naar de deur. 'En, mrs. Simmons, aarzel niet me te bellen als Tony u weer moeilijkheden mocht bezorgen.'

Audrey Simmons draaide zich abrupt om, zodat Ham, die vlak achter haar liep, even tegen haar werd aangedrukt. 'Mag ik u sowieso bellen?'

vroeg Audrey, met een verleidelijke blik naar hem opkijkend. 'Mijn echtgenoot is niet de enige die zijn waardering weet te tonen.'

Ham vroeg zich af hoezeer Audrey Simmons zich wel niet moest vervelen om zich als de eerste de beste slet te gedragen. Je vader een hypocriet en je moeder een hoer, dacht hij, en hij voelde medelijden met Tony. Wat een familie! Hij greep haar stevig bij de arm, loodste haar de deur uit en mompelde iets van een vriendelijk maar afstandelijk gedag. Enkele ogenblikken later kwam Jason Yoshida het kantoor binnen. 'Was dat zakelijk of privé?' vroeg hij, toen hij de deur achter zich had dichtgedaan.

'Je bent verdomde cynisch voor een Japanner, weet je dat?'

'Ik mag dan Japanner van geboorte zijn, ik ben nu op en top een Amerikaan.'

Ham stak zijn hand op. 'Neem me niet kwalijk.' Hij haalde zijn schouders op en ging weer achter zijn bureau zitten. 'Hoe dan ook, cynisch ben je.'

'Het komt door die stad hier,' zei Yoshida met uitgestreken gezicht. 'Er zit hier iets in de lucht.'

'Of in het water.' Ham gromde. 'Weet je, er steekt in wezen niets kwaads in dat joch van Simmons. Hij zal een heel wat beter mens worden dan zijn ouders, dat is een ding dat zeker is.'

'Maar we kunnen op zijn ouweheer rekenen als we hem nodig hebben.'

'En we zullen hem nodig hebben,' zei Ham. 'De wet van de Senaatscommissie voor Internationale Handel kan nu elk moment in de Senaat behandeld worden. De draconische restricties die daarin worden voorgesteld betreffende de buitenlandse import, zullen sancties van Japan oproepen. De wet waar de Amerikaanse vakbonden zolang naar gestreefd hebben, zal ons uiteindelijk economisch afsluiten van Japan. En wat denk je dat er zal gebeuren als alle supergeheime computers van Defensie ermee ophouden en de chips, die alleen in Japan gemaakt worden, niet meer verkrijgbaar zijn?'

'Zover zal het niet komen,' zei Yoshida. 'Daar zorgen wij wel voor.'

'Daar zullen we zeker voor zorgen.' Ham legde zijn handen achter zijn hoofd en staarde uit het raam naar de zwarte man en zijn rozen. Ham benijdde hem om zijn verbondenheid met de natuur. 'Maar misschien niet snel genoeg. De serie moorden op voor ons belangrijke senatoren baart Thornburg ernstig zorgen.'

'De lijkschouwer beweert dat er in alle gevallen sprake was van een on-geluk dan wel van een natuurlijke doodsoorzaak, dus van de politie zullen we verder geen steun hoeven te verwachten,' zei Yoshida.

'Nee, natuurlijk niet. Maar de politie ziet de zaken niet in hun juiste perspectief. Alle senatoren die nu dood zijn, waren tegen de wet. En wie zijn hun vervangers? Mannen die, zo is me verteld, ontvankelijk zijn voor de vakbonden en vóór zullen stemmen.'

Yoshida wachtte geduldig tot Ham uitgesproken was en zei toen: 'Ik heb trouwens Shipley overgeplaatst naar zijn oude baan bij Defensie, maar ik geloof dat we een promotie moeten overwegen. Hij heeft er heel goed aan gedaan om Wolf Matheson zo snel in het gat te laten springen dat na Moravia's dood is ontstaan.'

Ham keek hoe een schaduw over de rozen viel, die de houtige stengels bijna zwart maakte. 'Prima. Waarom niet?'

'Ik denk aan een passende beloning.'

Ham had een bepaalde klank in Yoshida's stem herkend en draaide zich met een ruk om in zijn stoel. 'Wat zitje dwars?'

'Dat weet ik eigenlijk niet precies,' zei Yoshida. 'Maar ik begin zo langzamerhand een heel onprettig gevoel te krijgen. In het begin was ik ervan overtuigd dat je vader alles tot in de puntjes had gepland. Maar nu gaan eerst al die senatoren de pijp uit, vervolgens wordt Moravia vermoord en dan pusht je vader ons om Matheson in het diepe te gooien. We weten niet eens of Moravia heeft gepraat voor hij aan zijn eind kwam.'

'Je weet dat dat niet uitmaakt,' zei Ham. 'We hebben Shipley als buffer gebruikt. Moravia heeft nooit een van onze contacten of onszelf ontmoet; hij wist in de verste verte niet dat wij erbij waren betrokken.'

Yoshida gaf daar geen antwoord op. Met de koppigheid die zo typerend voor hem was, beet hij zich vast in zijn eigen gedachtengang. 'Wij laten Shipley opdraven, hij voert zijn act op om Matheson erbij te betrekken, precies zoals je vader heeft opgedragen. En, weer in opdracht van je vader, doen we ons uiterste best om een oogje op Matheson te houden terwijl die zijn weg zoekt in het zelfde konijnehol waarin Moravia is verdwenen. Het enige wat ons dat oplevert, is die te gekke Japanse kunstenares waar hij ons inlichtingen over vraagt, en dat waarschijnlijk alleen omdat hij het van haar te pakken heeft. Vervolgens smijt iemand hem door het dakraam van een appartement in New York.'

'Kijk, Yosh, dit was van het begin af mijn vaders plan en voor zover ik het kan beoordelen, liggen we nog steeds op schema,' zei Ham, alsof hij geen woord had gehoord van wat Yoshida had gezegd - het er niet mee eens was, kon je waarschijnlijk beter zeggen. 'We liggen op koers wat betreft de Japanse fase.'

'Omdat we er daar bovenop zitten en onze eigen connecties in Japan hebben,' zei Yoshida. 'Maar weet je, misschien - en ik zeg misschien -begint de oude man wat af te takelen. Je moet toegeven dat dat op zijn leeftijd vaker voorkomt. Het geval Matheson lijkt daarvoor te pleiten. Waarom wil je vader zo met alle geweld dat we hem als vervanger voor Moravia gebruiken, terwijl ik al de ideale agent in Tokio heb zitten? Trouwens, die Matheson bezorgt me de kriebels; het is een Einzelganger, een amateur bovendien. Wie weet of hij onze spelregels zal volgen? Jij niet in ieder geval.' Yoshida schudde zijn hoofd. 'Hij is het enige onzekere element in onze plannen. Waarom zou je in vredesnaam zo iemand erbij betrekken?'

Ham maakte een grommend geluid. 'We hebben het hier al eerder over gehad. Matheson is van huis uit politieman; de troep waar Moravia in terechtkwam, is zijn natuurlijke omgeving. Ik denk dat mijn vader vindt dat we een fout hebben gemaakt met Moravia. Hij is ervan overtuigd dat Matheson de enige is die slim genoeg is om in Verboden Dromen en daarmee in Nishitsu's wereld te infiltreren, en van wat ik inmiddels over hem weet, ben ik geneigd de oude man gelijk te geven. Maar je bezwaar staat genoteerd, Yosh.'

'Het is geen bezwaar,' zei Yoshida, waarna hij even zweeg tot Ham hem aankeek. 'Het is een waarschuwing, net als een slechte adem of bloedend tandvlees, dat er snel iets aan gedaan moet worden, anders loopt het hele plan in duigen.'

Tot zijn niet geringe verbazing was het Amanda's zuster, Stevie Powers, die op hem wachtte toen hij van de operatiezaal naar zijn ziekenhuiskamer werd teruggebracht. Het was ook Stevie geweest die de neuroloog uit het Walter Reed in Washington hierheen had gehaald om er zeker van te zijn dat er geen blijvend letsel zou ontstaan na de operatie aan de lange, diepe wonden in zijn linkerarm en -been. Wonder boven wonder was zijn val gebroken door een ouderwets hemelbed, dat vol lag met dekbedden en spreien.

'Je bent hier zo vaak,' had hij gezegd, toen hij nog in het hospitaal lag.

'Hoe moet dat met je patiënten?'

Stevie had geprobeerd te glimlachen. 'Ik heb er een aantal afgezegd.' De snit van haar Karl Lagerfeld-jurk accentueerde perfect de rondingen van haar lichaam. 'Om eerlijk te zijn, kon ik in mijn huidige toestand hun gebroken psyche er niet ook nog eens bij hebben. Natuurlijk was Morton het er niet mee eens. Hij denkt dat het voor mij het beste is als ik me direct weer op mijn werk stort, maar daar vergist hij zich in.' En net toen hij ervan overtuigd was dat ze psychiatertje speelde, hem probeerde uit zijn tent te lokken, ontwapende ze hem met haar zachte glimlach en zei: 'Hoe dan ook, ik vind het prettig om hier te zijn... bij jou... dichter bij Amanda dan waar dan ook.'

Maar op de een of andere vreemde manier had haar onverwachte vriendelijkheid ook een keerzijde. Gedurende die lange dagen in het ziekenhuis was hij zich nooit zo acuut bewust van zijn eenzaamheid als wanneer zij er was. Voor de rest werd zijn aandacht wel afgeleid door de bezoekjes van Bobby Connor en de andere mannen uit zijn team. De enige die niet kwam opdagen, was Squire Richards, en toen hij er Bobby naar vroeg, zag hij zijn gezicht betrekken. 'Iedereen weet van jouw aanmerkingen op hem.'

'Het waren geen aanmerkingen,' zei Wolf geërgerd, 'het was een meningsverschil.'

'Laten we het maar ergens anders over hebben,' had Bobby gezegd. 'Bijvoorbeeld over de patholoog-anatoom, die beweert dat hij na het weekend misschien iets voor je heeft.'

'Oké, vooruit met de geit,' had Wolf gezegd. 'Welk verhaal doet er nu weer de ronde?'

Bobby zag er nu beslist ongelukkig uit. 'Inspecteur, er wordt beweerd dat je Squire nogal erg hard hebt aangepakt.'

Iets in Bobby's stem deed Wolf zeggen: 'En?'

'En dat je hem bij de Weerwolven weg wilt hebben omdat hij zwart is.'

'Dat is belachelijk.'

'Dat weet ik ook,' zei Bobby. 'Maar ik denk dat Breathard daar anders over denkt.'

'Die stomme klootzak.' Maar natuurlijk was Breathard verre van stom. Integendeel, hij speelde het uiterst slim.

'U moet begrijpen, inspecteur, dat er heel wat getuigen waren, en Breathard heeft met allemaal gesproken.'

'Laat hem liever met Squire praten. Dit was iets tussen hem en mij.'

Bobby kwam overeind uit de stoel en keek uit het smoezelige raam. 'Squire heeft er niet eenmaal zijn mond over opengedaan, behalve om te zeggen dat hij niet van plan is de Weerwolven te verlaten.'

'Je bedoelt dat hij al die onzin over racisme gewoon laat voortsudderen?'

'Het lijkt er wel op.' Bobby wendde zich weer tot Wolf. 'Feit is dat hij een aantal dagen verlof heeft opgenomen - Breathard heeft het goedgekeurd.'

Wolf sloot zijn ogen. Squire struinde nu zonder twijfel de buurt af naar geld voor zijn broer. Hij had er op slag spijt van dat hij die avond in La Mentira niet achter Squire was aangegaan en hem het benodigde geld had gegeven. 'Bobby,' had Wolf vermoeid gezegd, 'laat me weten wanneer hij weer boven water komt. Als hij belt, zeg hem dan dat ik met hem wil praten over... zeg maar gewoon dat ik met hem wil praten.'

Als Squire hem zou komen opzoeken, zou hij ervoor zorgen dat de man zijn geld kreeg. Natuurlijk was dat strikt tegen de regels. Maar dat gold in nog grotere mate voor Squire's dubieuze praktijken. Dit was nu precies waar hij het keer op keer met Amanda over had gehad. Maar zaten mannenclubs nu eenmaal niet zo in elkaar, probeerden ze niet voortdurend wetten te buigen of zelf hun wetten te maken?

Drie dagen later werd hij uit het ziekenhuis ontslagen en nodigde Stevie hem uit om het weekend bij haar in East Hampton door te brengen. 'Kom alsjeblieft,' had ze gezegd. 'Ik ben verschrikkelijk aan rust toe, maar ik kan er niet tegen om alleen te zijn.' Ze schonk hem een magere glimlach. 'Net als bij andere beroepen waarbij je onder grote druk staat, komt er een moment dat elke goede therapeut de kans loopt op te branden.'

Het grote, slordige huis aan de oever van Georgica Pond was zelfs midden op de dag donker, maar verre van stil. Het gekraak en gekreun van eeuwenoud hout en koperen leidingen klonk in koor met het gekras en geveeg van de dikke takken van de kronkelige, wild uitgegroeide Canadese dennen die over het huis waakten en de dakspanen de glans van groen uitgeslagen koper gaven.

Om de een of andere reden was er vaak minder wind op het water dan rond het huis, genesteld als het lag in het bosje warrige, vormeloze dennen. Een gigantische, bolle ligusterheg sloot het terrein aan de oostkant af. Rododendrons en kleinere, sierlijker azalea's stonden netjes in groepjes bijeen. In de landhuizen die aan beide kanten aan het landgoed grensden, voor het oog verborgen maar door Stevie en haar echtgenoot beslist niet genegeerd, woonden de mensen met blauw bloed wier leefstijl ze hadden besloten zelf ook te adopteren.

Vanachter het raam had hij zonlicht over Georgica Pond zien vallen, als het pigment op de kwast van een schilder. De benaming 'vijver' was trouwens een understatement, kenmerkend voor de plaatselijke landadel, want hij had eerder de afmeting van een meer.

Wolf had zelf een verhaal verzonnen waar hij inmiddels in geloofde: in de vijver, een samengaan van natuurlijke krachten - verborgen leven dat desalniettemin onder het wateroppervlak tierde, tussen de rotsen, onder het dak van dennen - school een mysterie dat de moderne mens nooit volledig zou begrijpen, net zomin als ze de bedenkers en makers begrepen van de fetisjen die Stevie en Mortons woon-en eetkamer sierden. Het waren handgemaakte figuren - dierlijke, menselijke, bovennatuurlijke wezens die Stevie als reislustige tiener had verzameld - uit elke denkbare uithoek op aarde: Mexico, Honduras, Tibet, Guatemala, Peru, Haïti, Madagascar, Sri Lanka, Thailand, Bhoetan, Zanzibar. Wolf vond de animistische sfeer heel intrigrerend, alsof deze poppen een psychische deken over de kamers, de gangen, het trappenhuis legden, alsof ze de macht hadden White Bows wereldlied tot leven te brengen. Wolf sliep, en toen hij ontwaakte, was zijn blik wazig en zijn keel opgezet door de herinnering aan zijn val door het daklicht, de grote klap, de waterval van glas. Maar hij had gedroomd, en niet over de wanhopige strijd op het ijzige dak, niet over zijn val. Over wat dan? Dood en schijndood; vuur in het ijs, in de... Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd en deed zijn best om het zich te herinneren.

Het was al donker in het huis; hij had een gat in de dag geslapen. Hij trof Stevie in een overdadig gestoffeerde stoel in de woonkamer, zo te zien verdiept in een dossier van een van haar patiënten, maar zodra ze hem in de deuropening zag verschijnen, sloeg ze het dicht.

De wind zuchtte rusteloos in de dennen en de takken schraapten langs het huis als geluiden uit het onderbewuste. Ergens daarbuiten moest er zon zijn, misschien op het water.

'Hoe voel je je?'

'Redelijk.' Hij kneep zijn linkerhand een paar keer samen. 'Hij is nog steeds wat stijf bij het opstaan, maar verder...' Hij haalde zijn schouders op. 'Ik begin mijn dagelijkse training te missen.'

'Een goed teken,' zei ze. 'Ik zal je missen als je weer aan het werk gaat.'

Hij liep de woonkamer in. 'Wat vindt Morton van mijn aanwezigheid hier?'

'Morton is in Washington,' zei Stevie, terwijl ze bedrijvig de sierkussentjes op de bank opschudde. 'Als Morton in Washington is, bestaat de rest van de wereld voor hem niet meer.'

Ze drukte een vuist in een van de kussens, waarbij haar witte herenoverhemd verontrustend strak over haar borsten werd getrokken. Hier, op het platteland, leek ze haar onkreukbare society-image van zich af te hebben geworpen en liep ze rond in een spijkerbroek en een simpel overhemd of sweater. Het leek wel of ze die andere, sjieke Stevie Powers had achtergelaten in haar appartement aan Park Avenue.

'En hij is nogal eens in Washington.'

Ze keek een andere kant op en zei: 'Ik begin last van claustrofobie te krijgen. Laten we naar buiten gaan; ik kan van hieruit de zon op de vijver zien schijnen.'

Ze trokken een jack aan en liepen naar de vijver, waar het zonlicht dof glansde op het stille, dikke water. Het was warm voor begin maart en ze lieten hun jacks open hangen, zodat de voorkant onder het lopen tegen hun dijen sloeg. Ze liepen zwijgend langs de oever. Af en toe pakte Wolf een steentje van de vochtige grond en scheerde het over het water. Hij liep vrijwel niet meer mank en het leek Stevie dat hij elke keer als hij het been oefende zichtbaar sterker werd. Zijn recuperatievermogen was werkelijk onthutsend. De vijver was als iets grijpbaars, een aanwezigheid in ruste, in overwintering, dromend van het voorjaar, als hij weer tot leven zou komen. Stevie stak haar handen in haar zakken en kromde haar schouders, ook al stond er geen zuchtje wind.

Wolf, die vlak naast haar liep, voelde dat ze nog steeds dacht aan zijn opmerking over Morton die zo vaak in Washington zat.

'Wolf, ik heb zelfs tegenover Amanda het sprookje over Morton en mij staande gehouden,' zei ze plotseling. 'Stom, hè? Wat heb ik ermee bereikt?

Dat ik de enige persoon waarmee ik erover had kunnen praten, buitensloot.'

Ze keek hem even aan, haalde toen diep adem en liet die met een zucht weer ontsnappen. 'Goed, laat ik er maar niet langer omheen draaien - Morton heeft een pied-a-terre in Washington. Ik ben bang dat hij daar iemand heeft die veel jonger is dan ik en waar hij helemaal weg van is. Het is iemand van de Franse ambassade, geloof ik.' Ze fronste peinzend haar wenkbrauwen en staarde naar de afdrukken van haar laarzen op de donkere, met bladeren bedekte bodem. 'Vreemd, maar ik kan me niet voorstellen dat ik dit tegen iemand anders zou vertellen. Ik zou doodsangsten uitstaan. Morton en ik hebben de reputatie dat we een ideaal huwelijk hebben; dat is voor allebei onze carrières goed. Het is heel moeilijk om toe te geven, laat staan erover te praten, maar ik moet me er kennelijk maar bij neerleggen dat ik niet langer met de jeugd kan concurreren.'

Later, tijdens een heerlijke Andalusische stoofpot die ze had klaargemaakt, zei ze: 'In zekere zin lijk jij op de fetisjen die het huis versieren: vreemd en fascinerend.'

Hij pakte er een op en de felle kleuren en nogal simpele vorm vulden zijn hand als een fontein van licht. 'Is dat hoe je over die fetisjen denkt, als vreemd?'

'Zijn ze dat dan niet?'

Wolf haalde zijn schouders op. 'Ze staan in zekere zin dichter bij wat de wereld echt is dan wij ooit zullen bereiken.'

Ze steunde haar kin in haar handen. 'Vertel me daar eens wat meer over.'

'Dus dat is de reden dat je me hierheen hebt laten komen,' zei hij, 'zodat je mijn psyche kunt ontleden.'

Ze wist direct dat dat niet zomaar een grapje was en schoot in de lach.

'O, mijn God, nee. O nee, dat moet je niet denken.' Maar ze keek hem niet aan en tuurde naar haar bord, alsof daarop ingewanden lagen waaruit ze als een Romein de toekomst kon aflezen. 'Zou je me het erg kwalijk nemen,'

zei ze, haar hoofd omhoog brengend, zodat haar donkere ogen de zijne ontmoetten, 'als ik je bekende dat ik je hierheen heb gehaald uit een diep gevoel van schuld?'

'Nee,' zei Wolf. 'Ik zou denken dat wat je deed alleen maar natuurlijk was.' Hij glimlachte, in een poging haar duidelijke droefheid weg te nemen.

'Amanda zei altijd...' Hij kreeg abrupt een brok in zijn keel en wendde verschrikt zijn blik af. Hij beet op zijn tanden en dwong de tranen terug die in zijn ooghoeken opwelden. O, Christus, Amanda, dacht hij. Stevie stond op en begon af te ruimen. 'Weet je,' zei ze, 'ondanks wat jij misschien dacht, was het niet altijd makkelijk om een zuster te hebben. Amanda en ik hadden zo onze ruzies, met name als het over Morton ging. Nou ja, misschien had ze uiteindelijk gelijk wat hem betreft.' Ze zette een pruimentaart op tafel, hoewel ze wist dat ze er geen van beiden van zouden eten; het ging meer om het gevoel van vertrouwdheid dat het serveren van een dessert met zich meebracht. 'We waren allebei heel streberig. Ik wed dat je dat niet van haar wist, misschien omdat het lesgeven haar zo gelukkig maakte. Toen we jonger waren, wilden we altijd bij alles winnen, en vaak kwetsten we elkaar daardoor... soms zelfs heel diep.' Ze zette kopjes, melk en suiker op tafel en schonk koffie in.

Ze ging zo abrupt weer zitten dat de koffie over de rand van de kopjes klotste. Ze sloeg haar handen voor haar gezicht. 'O, verdomme, ik had mezelf nog zo voorgehouden om dat niet te doen, het verleden ophalen, protesteren tegen mijn onverdiende lot, juist tegen jou, die bijna stierf bij je poging haar te beschermen.' Ze plukte afwezig aan haar lange paardestaart. 'Maar het is ook zo verdomd oneerlijk.'

'We hadden beiden nog zo veel tegen haar te zeggen, niet?'

Stevie huilde nu openlijk, haar schouders gebogen, dat air van onkwetsbaarheid verbrijzeld door haar plotselinge weerloosheid. Geleidelijk aan, zo begreep hij nu, was hij dwars door de zorgvuldige facade naar de echte Stevie Powers geloodst, met haar mislukte huwelijk, haar onvolledige relatie met haar zuster, haar twijfels over zichzelf.

Na een lange stilte zei ze: 'Het is goed voor me geweest om voor jou te zorgen, te weten dat ik me tenminste voor iemand nuttig kon maken... voor jou.' Het licht achter haar maakte dat Wolf haar gezicht niet duidelijk kon zien en heel even leek haar profiel verontrustend veel op dat van iemand anders. Een residu dwaalde rond in zijn geest, als de nasmaak van een droom: de ogen van zijn grootvader, Chika's ogen; haar krachtige dijen, de naar voren stotende heupen, een rilling en een zachte kreun.

'Weet je, Wolf, ik dacht altijd dat Amanda me nodig had en ik vond dat een prettig gevoel. Maar nu, te laat, ken ik de simpele en o zo duidelijke waarheid: ik had haar net zo hard nodig als zij mij.'

Hij probeerde zich te bevrijden van het verwarrende beeld van Chika.

'Zul je slapen vannacht?'

Ze schudde haar hoofd. 'Nee, maar het zal beter zijn nu jij hier bent. Ik kan je aanwezigheid in huis voelen en daar kan ik me aan vasthouden.'

'Volgens mij mag je heel erg van geluk spreken dat Jason Yoshida aan jou is toegewezen,' zei Thornburg Conrad III. 'Die man zou zonder fatsoenlijk toezicht gevaarlijk zijn. Zou trouwens sowieso opgesloten moeten worden. Mijn ervaring met de Japanners bevestigt alleen maar mijn standpunt dat je ze gewoonweg niet kunt vertrouwen.'

'Yosh is anders,' zei Ham Conrad. Over het algemeen deelde hij zijn vaders wantrouwen jegens de Japanners, wier idee van een goede overeenkomst was om hun handtekening te zetten en vervolgens precies te doen wat ze wilden. Maar Yosh had zijn loyaliteit keer op keer bewezen. 'Hij doet enorm zijn best om me ervan te overtuigen dat hij slechts half Japans is en volledig Amerikaan.'

De twee Conrads bevonden zich op het teakhouten dek van de Influence II, Thornburgs magnifieke 45-voets schoener, die op dat moment lag afgemeerd op zijn favoriete plek in Chesapeake Bay. Het was zacht weer; de zon schitterde op het water en gaf een voorproefje van de komende lente. Op de tafel tussen hen in was een overvloedige lunch geserveerd. De restanten van het dozijn Maryland-krabben die Ham zojuist genuttigd had, lagen op het geblokte tafelkleed, samen met kleine plastic kuipjes tartaarsaus, ketchup, mosterd, bergen aardappelsalade en ingemaakt zuur.

'De Japanners,' zei Thornburg, nu wat voorzichtiger, 'zijn verdomde moeilijk te peilen.' Hij zag er bijzonder pront uit in zijn traditionele blauw met witte bootkleding; met zijn indrukwekkende lengte, zijn slungelachtigheid en krachtige, verweerde gelaatstrekken had hij veel weg van Gary Cooper op zijn oude dag. 'Ik heb in mijn tijd veel met ze te maken gehad, net als jij nu. Wees niet zo verwaand te denken dat jij de enige bent die weet wat ze in de zin hebben. Ik kan je niet genoeg voor ze waarschuwen.'

Ham wachtte; hij was daar heel bedreven in geworden, terwijl zijn broers steeds ongeduldig werden als ze met hun vader te maken hadden. Ze hadden weinig contact met hem en zagen hem als een chagrijnig, egoïstisch reliek uit voorbije tijden. Maar Ham zag zijn vader als het genie dat hij was: logisch, briljant, berekenend, de uitgekookte tacticus op het slagveld van het moderne zakenleven. Hoewel hij zijn eigen erecode had, kon Ham alleen maar wensen dat hij in dat opzicht nog meer op zijn vader zou gaan lijken.

'Neem nu alleen al onze vrienden Yuji Shian en Naoharu Nishitsu,' ging Thornburg eindelijk verder. 'Het enige wat nodig was, was het idee om één en één bij elkaar op te tellen en daar nul van te maken om de bal van ons plannetje aan het rollen te krijgen.'

Ons plannetje! dacht Ham. Ons plannetje zal de economische gigant die Japan op dit moment is op de knieën brengen en daarmee tegelijkertijd rijke en gevaarlijke radicalen als Naoharu Nishitsu.

'Yes, sir.' Hij noemde zijn vader al 'sir' sinds hij op negenjarige leeftijd naar kostschool was gestuurd. Het kwam gewoon niet bij hem op om hem anders aan te spreken.

Terwijl zijn zoon zich door het voedsel heen werkte, ging Thornburg verder met zijn verhaal. 'Wat mij betreft maakt de explosief toenemende invloed van het Genootschap van het Zwarte Zwaard, gecombineerd met de ontstellende geldstromen die vanuit de Japanse maatschappij in Nishitsu's handen vloeien, een onmiddellijke stopzetting daarvan onontkoombaar. Jij was het daarover eens, evenals de president en het Pentagon. En ze waren nog enthousiaster over mijn voorstel om deze groepen op subtiele manier te elimineren - om in feite de ene groep de andere te laten vernietigen.'

'Maar, sir, zoals we beiden weten overleeft geen enkel plan contact met de vijand. Het pluspunt is dat mijn rampenplan Jason Yoshida in het centrum van de gebeurtenissen heeft geplaatst.'

'Speel geen spelletje met me, zoon. Iemand is erachter gekomen dat we Moravia hebben gebruikt om in Verboden Dromen te infiltreren, die verdomde club van ultra-rechts in Tokio. We weten dat Verboden Dromen tevens het centrum is van de Toshin Kuro Kosai, het Genootschap. Moravia verzamelde de harde bewijzen tegen Nishitsu die we nodig hadden om Yuji Shian tot actie te brengen. Hij gaf ons ook de meest recente stationering door van de diverse leden van het Genootschap in de hoofdkwartieren van de multinationals overal ter wereld. Ze rukken op, dat is zeker, en het lijdt geen twijfel dat we ze moeten vernietigen voor hun leden zich te diep hebben ingegraven. Daar hadden we Moravia voor en hij is vermoord. Maar we hebben nog steeds bewijzen nodig die Nishitsu's banden met de ultra-conservatieven aantonen, met de radicale terroristen en het Genootschap. We moeten ook meer informatie hebben over de plannen van de Toshin Kuro Kosai.' Thornburgs lippen vertoonden een zenuwtrekje, alsof de aanblik van al dat voedsel hem te veel werd. 'Toen gingen ze verder en probeerden hetzelfde uit te halen met de enige man die Moravia kon volgen in de slangekuil van Verboden Dromen.'

'Matheson.'

'Ja. Wolf Matheson. Shipley, onze man op Defensie, heeft goed werk verricht door hem te rekruteren.'

Ham had het laatste stukje van zijn kalkoen-gorgonzolasandwich naar binnen gewerkt en begon een volgende klaar te maken. 'Ik zou het graag eens met u over hem willen hebben. Nu de vijand hem ook in de peiling heeft, moeten we er misschien over denken iemand anders te gaan gebruiken-'

'Vergeet het maar,' beet Thornburg hem toe. 'Laat me je eens iets over onze vriend Wolf Matheson vertellen. Er loopt geen betere speurneus op deze aardkloot rond, neem dat van mij aan. Die man combineert een feilloze intuïtie met een onverzadigbare nieuwsgierigheid en de vasthoudendheid van een bulldog. Dat is een formidabele combinatie.'

'We hebben Yoshida's man al ter plekke,' verweerde Ham zich. 'En ik voel me verplicht u erop te wijzen, sir, dat het enige dat Matheson ons tot nu toe heeft opgeleverd een of ander lulverhaal van de patholoog-anatoom van New York is, dat het inwendige van het lichaam van Moravia jonger leek dan het omhulsel. Hetgeen, ook al was het waar, voor onze doeleinden van geen enkel belang is.'

'Zoon, je kent Matheson niet zoals ik hem ken. Je zou hem eens in actie moeten zien, dan zou je hem wel meer waarderen. Ik heb hem niet voor niets uitgekozen, dat kan ik je verzekeren. Goed, wat heb je verder nog voor me?'

Ham liet het onderwerp voorlopig rusten, maar dat wilde niet zeggen dat hij er in gedachten niet mee bezig bleef. Hoe meer hij erover nadacht, hoe meer hij geneigd was het met Yosh eens te zijn. Matheson was een heel gevaarlijk individu - en wat meer zij, hij was onvoorspelbaar. Zijn vader zag dat kennelijk niet, maar Ham en Yosh des te meer.

'O, dat vergat ik nog bijna,' zei hij, in zijn zak graaiend. 'Politiechef Breathard is er eindelijk in geslaagd een fatsoenlijke foto te bemachtigen van die verknipte Japanse kunstenares waar Matheson zo fanatiek achteraan zat voordat hij door dat dakraam werd gesmeten.' Hij overhandigde zijn vader een kleine envelop. 'Ik denk niet dat we er veel wijzer van worden. Yosh denkt-'

'Heb je deze foto nog aan iemand anders laten zien, zoon?'

Ham schudde zijn hoofd. 'Kijk zelf maar. Er is niet gerommeld met Breathards zegel.'

Thornburg tuurde naar de envelop, waarvan de flap - volgens Hams instructies - was dichtgeplakt met sterke tape met daarop het logo van de commandant van de Newyorkse politie. Hij gromde en gebruikte een eetmes om de envelop open te snijden. Erin zat één enkele, korrelige zwart-witfoto. Thornburg staarde enige tijd zonder wat te zeggen naar het gezicht van de jonge vrouw, en stopte de foto toen zorgvuldig weg.

'Goeie God, zoon,' zei hij, terwijl hij Ham zijn tanden zag zetten in een sandwich met rosbief, Zwitserse kaas en koolsla, 'je hebt de eetlust van de complete Zevende Vloot!'

Ham grinnikte en nam een hap van een knapperig verse augurk. 'Het is de zeelucht, sir.'

'Je hoeft mij niets wijs te maken,' zei Thornburg, een wrang lachje rond zijn dunne lippen. 'Je hebt altijd al als een bootwerker gegeten. Een hyperactief kind was je, volgens je moeder. Larie! zei ik. Die jongen eet als een man.' Hij gromde. 'Vrouwen. Denken dat ze alles weten, zeker als het over het opvoeden van kinderen gaat. Onzin, meer zeg ik er niet over.' Hij kneep zijn ogen dicht tegen het zonlicht dat over Chesapeake Bay scheen en wees met zijn duim naar het achterschip van de schoener, waar een slanke, jonge blondine naakt en zorgeloos lag te zonnebaden - ondanks een latente verkoudheid. 'Weet je waarom ik met dat geval getrouwd ben?' zei hij. 'Ze geeft geen moer om kinderen. Ze is voorbestemd voor maar één ding, zoals iedere kerel kan zien, en daar is ze dan ook verdomde goed in.' Hij gromde opnieuw en duwde met een gekromde wijsvinger zijn bord met krabresten van zich vandaan. 'Eten. Ik heb er de laatste tijd totaal geen interesse in.'

Thornburg Conrad III naderde de tachtig, maar was zoals hij vaak zei, nog even viriel als altijd. En hij zag er ook helemaal niet naar zijn leeftijd uit. 'Maar als ik zou willen, zou ik bij haar nog best een kind kunnen maken,'

zei hij, en lachte toen hij de uitdrukking op het gezicht van zijn zoon zag.

'Je bent nog even correct als altijd, zoon, alleen oog voor het werk, de perfecte soldaat. Het doet me &oed dat ik je nog, steeds kan shockeren. Dat is voor mij het bewijs dat ik nog niet helemaal achter de feiten aan loop.'

Thornburg was drie jaar geleden verhuisd naar een enorm, bebost landgoed op het platteland van Virginia, en had vlak daarna Tiffany Body, zoals Ham haar stiekem noemde, ontmoet en was met haar getrouwd. 'Hi, ik heet Tiff, hoe heet jij?' Ham kon het haar nog horen zeggen, op die hoge, emotieloze toon van haar. Ze heette nu natuurlijk Tiffany Conrad en dat was wat Ham betreft wel weer genoeg humor.

Wat hij het meeste haatte, had Thornburg eens tegen Ham gezegd, toen hij zich had bezat aan Glenlivet-whiskey, de enige sterkedrank die hij dronk, was dat hij zijn erecties niet lang meer kon volhouden. 'Maar,' had hij er op vurige toon van de dronkenman aan toegevoegd, 'ik sta mijn mannetje nog steeds, dus wat zal ik zeuren dat ik zo langzamerhand wat buig in de wind -ik heb in mijn tijd genoeg stormen doorstaan!'

En dat was een waarheid als een koe, dacht Ham. Thornburg was al zijn vijanden te slim af geweest, had ze allemaal overleefd. 'Wat je ook moet doen om te winnen, 'had hij zijn zoon eens verteld toen hij zo dronken was dat hij scheel keek, 'doe het, want dat is het enige wat telt. Vrouwen, die grillige wezens, komen en gaan, en kinderen, de etters, verraden j e door op te groeien en vervolgens te doen waar ze zin in hebben.'

Ham keek naar zijn vader, die een slok van zijn vruchtesap nam. Ja, dacht hij, deze man had zich nog nooit door iets of iemand laten dwarsbomen. En omdat hij zo meedogenloos is als een haai, is het maar goed dat hij mij nu bij zich heeft. Wat hij half voor de grap mijn correctheid noemt, zijn in werkelijkheid mijn morele principes.

Thornburg nam een sigaar uit een zilveren humidor, rolde hem tussen zijn vingers, snoof diep de geur ervan op en legde hem toen met tegenzin weer terug. 'De meeste mensen vinden me amoreel,' zei hij, alsof hij Hams gedachten kon lezen, 'maar wat weten zij daarvan. Weet je, de meeste mensen baseren hun mening op onwetendheid.' Hij keek zijn zoon doordringend aan. 'De waarheid - en jij bent de enige tegen wie ik dat zeg - is dat ik mijn eigen ethische codes heb. Ik heb een verdomd gevaarlijke zee uitgekozen om in te zwemmen; ik had lef en sluwheid nodig om alleen maarte overleven en God weet nog heel wat meer om er ook nog beter uit te voorschijn te komen.'

'Ik begrijp het, sir.'

'Natuurlijk begrijp je het.' Thornburg knikte. 'Je was altijd al snel van begrip. En niet iemand die zich door zijn emoties laat leiden.' Ham wist dat de oude man doelde op zijn broer Jay, wiens veelbelovende advocatencarrière abrupt was afgebroken toen hij het met de vrouw van de oudste firmant aanlegde. 'Mannen die hun pik achterna lopen, zijn voor mij geen echte mannen,' verklaarde Thornburg. 'Die zijn voor het ongeluk voorbestemd.'

'Jay zou ons beider hulp nu goed kunnen gebruiken, sir.'

Zijn zoon negerend draaide Thornburg zich om in zijn stoel. Hij keek naar Tiffany Body, die nu overeind zat en haar naakte lichaam met weer een nieuwe laag olie insmeerde. 'Ah, moet je dat nou zien. God houdt nog steeds van me,' zei hij. 'Ik krijg gewoon een stijve als ik haar die borsten zie masseren. Zie je die tepels? Magnifiek!' De oude man wreef over zijn magere kaak. 'En zo heerlijk stevig. Ik zou er heel wat voor geven om ook weer zo jong te zijn.'

'Waar klaagt u over?' zei Ham. 'U ziet er jong genoeg uit om niet haar vader te zijn.'

Thornburg draaide zich weer naar zijn zoon toe. 'Je moet nog steeds heel wat van het leven leren, zoon. Ik ken mensen uit elke laag van de samenleving, van laag tot hoog. Ik heb een oneerlijke voorsprong op jou.'

Ham was nu een en al aandacht; het beeld van Tiffany Body's perfecte borsten loste op als mist in het zonlicht.

Thornburg vouwde zijn handen, tevreden dat hij zijn zoon niet hoefde te vertellen wanneer hij moest opletten. 'Die moord op Moravia heeft me ervan overtuigd dat het Genootschap haast heeft. Dat betekent dat wij dat ook hebben.' Hij hief een opmerkelijk rechte vinger op. 'Timing, zoon, is vaak alles. Het meest doorwrochte plan kan op een fiasco uitlopen als de timing tekortschiet. De rivier op het juiste tijdstip oversteken kan het verschil uitmaken tussen natte enkels en doorweekte ballen.'

Thornburg Conrad III keek uit over de baai en de in het zonlicht glinsterende golven. 'Neem die levensles ter harte, zoon.' Thornburg was gek op levenslessen en vond nog geen van zijn zonen te oud om ze hun te leren. Op dat moment begon zijn polshorloge te piepen. 'Verdomme,' zei hij.

'Tijd voor mijn pillen.' Hij stond op. 'Excuseer me even, zoon.'

Thornburg was, nadat hij Ham op het dek had achtergelaten, naar zijn privé-hut benedendeks gegaan en sloot nu de deur achter zich. Even bleef hij ertegenaan geleund staan, zijn ogen gesloten, zijn hart pijnlijk kloppend. Toen vermande hij zich, liep naar de achterste, met teak beklede scheidingswand en drukte op een onzichtbare knop. Twee panelen schoven uiteen en onthulden een communicatie-unit die los van de apparatuur in de stuurhut van de schoener werkte. Eronder zat een teakhouten lade met een stalen combinatieslot erop.

Thornburg opende de la en haalde er een wegwerpnaald uit, die hij met de punt in een medicijnflesje met heldere vloeistof prikte. Hij drukte de zuiger van de naald in, spoot er een paar druppels uit om eventuele lucht kwijt te raken, rolde toen de pijp van zijn korte broek op en stak de naald in een ader in zijn dij.

Thornburg strompelde naar het bed en ging er op zitten tot zijn hartslag weer wat normaler was geworden. Lange tijd was zijn geest ontdaan van elke gedachte of emotie. Toen kwamen ze langzaam weer terug sijpelen en was hij weer zichzelf.

Zijn eerste gedachte was aan Wolf Matheson en aan het schokkende en opwindende nieuws dat de politieman aan Shipley had doorgespeeld. Er was iets met Moravia gebeurd. Het verouderingsproces was omgekeerd!

Het was alleen zo ironisch dat Moravia was vermoord, juist nu dat gebeurde. En zo oneerlijk. Natuurlijk was Thornburg van plan geweest hem te laten vermoorden na de ontmoeting die nooit meer had plaatsgevonden. Hoe had hij anders Matheson erbij kunnen betrekken zonder zichzelf bloot te geven? Maar de vijand was op de een of andere manier tot bij Moravia doorgedrongen en was hem voor geweest. Waren ze erin geslaagd iets uit hem te krijgen voor ze hem doodden? Thornburg dacht van niet. Er waren geen tekenen dat Moravia gemarteld was.

In plaats daarvan was hij veranderd, en Thornburg was ervan overtuigd dat dat het werk van het Orakel was geweest. De hele situatie was om gek van te worden, alsof je vlak bij een vreemd artefact was en toch niet in staat was de bedoeling ervan te doorgronden. Hij moest meer weten! Nishitsu en het Genootschap probeerden wanhopig het Orakel in handen te krijgen. Waarom? Opnieuw wist hij het niet, was er alleen zeker van dat het de laatste sleutel was die ze nodig hadden om hun doel te bereiken. Net zoals hij er zeker van was dat hij het Orakel in zijn bezit moest zien te krijgen voor de Toshin Kuro Kosai dat deed. Daarom was het ook van het grootste belang dat Matheson volledig de vrije teugel kreeg. Als er iemand was die toegang tot het Orakel kon krijgen, was het Wolf Matheson.

Hij maakte een kleine safe open. Hij haalde er een aantal papieren uit en begon erin te bladeren, tot hij op een fotootje stuitte gemaakt door een amateur. Hij hield het naast de foto die hij van Breathard had gekregen, van de Japanse vrouw die zichzelf kunstenares noemde. De vrouw op de amateurfoto was jonger, dat was waar, misschien nog maar een meisje, maar het leed geen twijfel dat beide foto's van dezelfde vrouw waren. Thornburg voelde zijn hart sneller kloppen - Matheson had al een ingang gevonden! - maar zijn vreugde temperde weer even snel. Het was allemaal zo goed gegaan, zo gladjes, dacht hij. En toen was Moravia vermoord. Moravia maakte weliswaar deel uit van het plan dat hij en Ham hadden uitgedacht, maar Moravia rapporteerde tevens direct aan Thornburg wat die ene zaak betrof: het Orakel.

Thornburg koesterde geen illusies. Moravia was gedood om wat hij tijdens zijn laatste bezoek aan Verboden Dromen had ontdekt; niet vanwege zijn inlichtingen omtrent de infiltraties van de Toshin Kuro Kosai, maar vanwege zijn bevindingen betreffende het Orakel. Hij had Thornburg een gecodeerde fax gestuurd voor ze hem te pakken kregen: HEB HET ORAKEL GEZIEN. WIL DRINGEND EEN ONDERHOUD. Wat Moravia ook had ontdekt, het was zo belangrijk dat hij om een persoonlijke ontmoeting met Thornburg had gevraagd, hetgeen volkomen tegen de regels was die de oudste Conrad had opgesteld voor hun sub rosa-relatie.

Wat was Yuji Shian van plan? Thornburg moest daarachter zien te komen. Want het Orakel was Yuji Shians project. Shian was veel meer dan het hoofd van Japans leidende multi-industriële conglomeraat: hij was tevens een briljant wetenschapper, een technocraat van de eerste orde. Thornburg had contacten binnen het MITI - een uitvloeisel van zijn contacten in politiek Washington; mannen waar hij al tientallen jaren mee samenwerkte; mannen die hem nog iets schuldig waren van uit de tijd van de Amerikaanse bezetting, mannen die hij van de oorlogstribunalen had gered. En via deze contacten was hij te weten gekomen dat Yuji Shian bezig was aan een project dat zulke enorme consequenties had, dat het letterlijk Japans toekomst kon veilig stellen in een wereld waarin economische overheersing van levensbelang was. Dat Moravia het Orakel met eigen ogen had gezien, was verbijsterend. Daarvoor was Thornburg er steeds van uitgegaan dat Shian nog jaren verwijderd was van de voltooiing van zijn project. HEB HET ORAKEL GEZIEN. Vlak voordat hij werd gedood, had Moravia hem twee vitale gegevens doorgespeeld: het Orakel was, zo gingen de geruchten die Thornburg ter ore waren gekomen, een nieuwe vorm van kunstmatige intelligentie; en het bestond echt en werkte. Nu kende hij bovendien één aspect van de macht ervan: het kon mensen weer jong maken.

Later die avond werden de lampen ontstoken, terwijl de generator in de kelder bromde als een gigantisch beest. Wolf kwam net met een handdoek om zijn middel onder de douche vandaan en was bezig zijn haar te drogen, toen Stevie de kamer binnenkwam om te kijken hoe het met hem ging. Ze was nogal stil geweest na het eten en het gesprek was min of meer doodgebloed. Wolf, die zich weer heen en weer getrokken voelde tussen de herinneringen aan Elk Basin en die aan Chika's East Sixth Street-appartement, wist dat hij zichzelf had losgekoppeld van de tijdlijn, dat hij, zoals zijn grootvader gezegd zou hebben, aan het vliegen was.

Stevie stond in de geopende deur en zag er door het van achteren op haar vallende licht uit als een bronzen standbeeld. Deze zelfde woonkamerlampen verlichtten ook de fetisjen die in kleine groepjes bij elkaar stonden en met hun primitieve kleuren en kracht de achtergrond opvulden. Ze droeg nog steeds de spijkerbroek die ze tijdens het eten aan had, maar droeg daar nu een sweater met korte mouwen en een diep uitgesneden hals op. 'Nog even over Amanda -'

Hij gooide de handdoek weg waarmee hij zijn haren had afgedroogd.

'Stevie, dit is geen biecht. Je hoeft dit niet te doen.'

Ze schudde haar hoofd, begon toen snel met haar ogen te knipperen, en hij wist dat ze probeerde haar tranen terug te dringen. 'Er was -' Ze werd zo emotioneel, dat ze de zin niet kon afmaken en weer opnieuw moest beginnen. 'De emotionele spanning om een soort buffer te zijn tussen Morton en Amanda was... heel erg zwaar. Ze walgden van elkaar; het was een nachtmerrie en op de momenten dat we er niet onderuit konden om in eikaars gezelschap te zijn... Ze maakten mijn leven tot een hel, allebei, met hun voortdurende gevit tegen mij over de ander.' Ze draaide met haar wijsvinger kringetjes om haar vlecht. 'Wat moest ik doen? Ik deed mijn uiterste best om de zaken nog een beetje in het gareel te houden, maar af en toe... misschien dat ik weieens wat erg kortaf tegen Amanda was.' Ze sloeg in een abrupt gebaar haar armen om haar slanke middel. 'Ik geloof dat ik misselijk wordt,' fluisterde ze.

Haar gezicht was lijkbleek. Wolf zette haar op het bed en duwde haar hoofd tussen haar benen. 'Inademen,' beval hij, 'langzaam en diep, zo ja.'

Langzaam kwam er weer wat kleur op haar gezicht. Hij keek onderzoekend naar haar donkere ogen, haar sensuele lippen, en dacht aan de kleine perzikboomgaard achter zijn huis in Elk Basin, die hij als kleine jongen had verzorgd.

Ze glimlachte en legde een hand tegen zijn wang. 'Mijn God, wat zie je er toch jong uit,' zei ze. 'Als een voetbalster of een Olympische atleet, als iemand die heel even uit de tijd lijkt te zijn gestapt.'

'Amanda vertelde me ook altijd dat ik er zo jong uitzag.'

'Amanda was geobsedeerd door leeftijd, al vanaf dat ze een kind was.'

Stevies ogen glinsterden in het schemerlicht. Haar lange paardestaart lag verleidelijk over haar schouder gedrapeerd. 'En toen ze jou kreeg, maakte dat de situatie alleen nog maar erger; ze bezwoer me dat jij gewoon nooit ouder werd.'

Hij lachte, maar daar kwam een abrupt einde aan toen ze zijn hand pakte en die tussen haar borsten legde. 'Mijn hart gaat zo tekeer.' Haar volle lippen zagen er uitnodigend uit. Even boog ze haar hoofd. 'Weet je, mij is altijd voorgehouden dat mannen niet te vertrouwen zijn, dat ze met hun vrijpostige blikken allemaal op hetzelfde uit zijn. Maar hoe moet het als de vrouw op dat ene uit is?' Ze bewoog niet en hij haalde zijn hand niet weg. Ze opende haar lippen.

'Slaap lekker, Wolf.'

Hij trok haar naar zich toe, drukte zijn lippen op de hare en voelde hoe haar tong heet en onderzoekend bij hem naar binnen gleed. Haar zware borsten drukten tegen hem aan en ze kreunde in zijn mond toen hij haar sweater omhoog trok en uittrok, zodat ze nu vanaf haar middel naakt was. Er was nu verder nergens meer tijd voor, behalve voor het kolken van hun bloed, voor de wellust die al sinds hun komst hier als een opkomende vloed bezit van hen had genomen.

Wolf knoopte haar spijkerbroek los en maakte de handdoek om zijn middel los. Haar adem stokte toen hij haar tegen de ruwhouten muur van de slaapkamer duwde en haar armen boven haar hoofd hield terwijl hij haar lippen kuste, haar wangen, haar ogen, haar oren, haar keel. Haar heupen schokten al omhoog tegen de zijne toen hij bij haar binnendrong, en opnieuw stokte haar adem, om in een extatische kreun over te gaan. Hij dreef zijn heupen hard omhoog, helemaal in haar, en haar blote voeten kwamen los van de grond. Ze sloeg één been over zijn heup en beantwoordde met open mond en gesloten ogen zijn ritmische gekreun. Stevie voelde de opwinding als een vloedgolf door haar lichaam gaan. Ze kon hem ruiken: de geurige zeep die ze voor hem had klaargelegd, de prikkelend droge talkpoeder, en, o ja!, daaronder, als een levend iets, zijn geur, diep en vol en opwindend, sterker nu, zodat ze er helemaal in werd ondergedompeld.

Dat deed haar genot zo snel stijgen dat ze huiverde en haar heupen nog krachtiger en in ongecontroleerde schokken tegen de zijne stootte, haar hoofd op zijn schouder, terwijl ze onwillekeurig even haar tanden in zijn vlees zette, hetgeen haar genot naar nog grotere hoogten voerde. Maar vreemd genoeg hield het niet op. Heel even had ze het vage besef dat haar extase alleen maar een plateau was vanwaar ze nog hoger klom, huiverend en naar adem happend, alsof ze nooit meer zou neerkomen. Zijn hoofd kwam als een stier omlaag en hij nam eerst de ene grote tepel, en toen de andere in zijn mond, zodat felle uitbarstingen van genot als vuur door haar lichaam raasden en ze met een schorre kreet haar schokkende heupen naar hem opstootte, niet langer in staat zichzelf te beheersen. Ze klemde zich vol overgave, wanhopig bijna, aan hem vast en haar oogleden knipperden alsof ze droomde.

Ze kon niet langer ademhalen, was zich niet langer bewust van haar omgeving. Haar lichaam vol van een genot zo intens dat het haar duizelig maakte, voelde ze nog slechts zijn orgaan in haar, zijn hete lichaam tegen het hare gedrukt, zijn lippen op haar vlees, zijn spieren tussen haar tanden. Als dit alles was wat ze voelde, zou dat al meer geweest zijn dan ze had durven wensen. Maar ze voelde meer. Ze voelde door haar lichaam een mysterieuze duisternis dansen die uit het diepste van zijn ziel kwam, terwijl zijn orgaan haar lichaam doorboorde, niet in pijn maar in genot. Ze greep in blinde vervoering omlaag, omvatte hem, kneep ritmisch tot hij nog een laatste keer omhoog kwam en haar op een verrukkelijke manier met zich mee trok. Hij uitte een geluid zoals ze nog nooit eerder had gehoord en toen haar lichaam voor de derde keer ongecontroleerd begon te schokken, wist ze dat ze het paradijs was binnengegaan...

'SHIAN KOGAK.U: WIJ ZIJN ER VOOR U,' verwoordde David Bowie's beschilderde, lichtelijk androgyne gezicht. Het mobiele, drie bij vier meter grote videoscherm gleed langzaam door de opgestopte straten van Tokio's Shinjuku-district. In de zes minuten durende videoclip die er eindeloos op werd vertoond, waren op uitgekookte manier alle heilzame produkten verwerkt die door de diverse kobun van Shian Kogaku werden geproduceerd.

Yuji Shian en Hiroto, zijn zwager, hadden elkaar ontmoet op weg naar hun werk. Hiroto was een onopvallende man van middelbare leeftijd, niet bijzonder aantrekkelijk maar ook niet lelijk, met gebogen schouders en gekleed in hetzelfde gekreukelde pak dat hij nu al drie dagen droeg. Hij was vice-president van Shian Kogaku en bovendien een briljante computerdeskundige.

'Hoe gaat het met mijn zuster?' vroeg Yuji, toen ze het veertig verdiepingen tellende gebouw van staal en graniet binnengingen dat eigendom was van Shian Kogaku.

'Kazuki is nog niets veranderd, altijd maar woedend,' zei Hiroto bedroefd. 'Het is de ziekte die haar van binnen opvreet. Ze is niet meer dezelfde persoon als waarmee ik vijftien jaar geleden trouwde.'

Yuji zag plotseling flonkerende kleuren, onnatuurlijk helder, en toen de snelle wisseling van perspectief. Hij zag met bijna spookachtige helderheid het schakelschema voor zich van het project waar hij mee bezig was, hoe het van begin tot eind in elkaar zat, voor hem uitgestald als een topografische luchtfoto.

Toen vervaagde het beeld en kregen de kleuren om hem heen weer hun normale helderheid. Hij legde zijn handen tegen het gepolijste graniet van de liftschacht. Hij was nooit echt blij geweest met zijn gave van het tweede gezicht. Toen hij nog een tiener was en de gave zich voor het eerst manifesteerde, had het hem bijna misselijk gemaakt en nog steeds was hij bang voor de desoriëntatie die er altijd mee gepaard ging.

'Yuji-san?'

'Ja.' Hij knipperde met zijn ogen en zag dat Hiroto, die al in de lift stond, hem bevreemd aankeek. Stijfjes stapte hij nu zelf ook de lift in. De gehamerde bronzen deuren gleden dicht en ze waren alleen in hun weg omhoog.

'Ik moet met je praten over het Orakel,' zei Hiroto. 'Met name over jouw idee om je halfzuster Hana er toegang tot te verlenen.'

'Hana is moeilijk te negeren.'

'Dat hoefje mij niette vertellen. Ze maakt mijn onderzoeksteam horendol met haar vragen over de ziel van het apparaat. Er gaan geruchten dat je haar hebt binnengebracht om wijzigingen in het project aan te brengen.'

Niet voor de eerste keer vroeg Yuji zich af of Hiroto Hana niet mocht omdat ze een vrouw was of omdat het haar aan al die graden aan de Universiteit van Tokio ontbrak die zijn eigen onderzoekers wel bezaten. Hiroto was net als de anderen van zijn soort een verschrikkelijke snob. Waar je was afgestudeerd was vaak een belangrijker criterium om bij een researchteam te komen dan hoe je hersens functioneerden.

'Allemaal onzin,' loog Yuji. 'Toen mijn moeder suggesties deed, was je al even bezorgd.'

'Dat is waar. En ik ben nog steeds niet weg van het pad dat zij wil dat we bewandelen. Om menselijk DNA in het apparaat te gebruiken - wie weet hoe zijn circuits de fundamentele moleculen zullen verstoren. De veranderingen -'

'Het concept van het Orakel is zo nieuw,' zei Yuji, 'dat we open moeten staan voor elke verandering.' Hij wist hoe hij zijn zwager moest aanpakken, die in alle opzichten zo verschrikkelijk conservatief was, inclusief in zijn werk. Hij bood vaak een goed tegenwicht tegen Yuji's ongebonden genie, maar soms, zoals nu, kon hij erg lastig zijn. 'Laten we het Orakel maar zijn eigen weg door het DNA laten denken en kijken wat de uitkomst is.'

'Het zal bepaalde fundamentele besluiten nemen,' corrigeerde Hiroto hem. 'Niemand weet nog of dat hetzelfde is als denken.'

O, maar ik wel, dacht Yuji, terwijl de lift tot stilstand kwam. De deuren gingen open en ze stapten uit op de bovenste van de drie directieverdiepingen.

'Ik heb nog steeds ernstige twijfels over dit project,' zei Hiroto, terwijl hij samen met Yuji door de gang naar diens kantoor liep. 'Ik was ertegen dat we al zo snel een menselijk wezen aan een proef met het Orakel onderwierpen, maar mijn bezwaren werden weggewuifd.' Hij schudde zijn hoofd. 'Ik moet bekennen dat ik ontsteld ben over de haast waarmee we in het diepe springen. En eerlijk gezegd word ik steeds banger van je vriend, het Orakel.'

'Bang?'

Hiroto knikte. 'Het Orakel is niet ontworpen om... te veranderen, maar dat is nu precies waar het mee bezig lijkt. De vraag die ik mezelf moet stellen, is: zit er een essentiële ontwerpfout in het Orakel waar wij ons niet van bewust zijn of - en dat Yuji-san, is wat me bang maakt - heeft het Orakel op de een of andere manier zelf het programma veranderd dat wij erin hebben gestopt?'

Yuij moest zijn best doen om zijn gezicht in de plooi te houden.

'Je begrijpt toch wat ik bedoel, Yuji-san? Er zijn al aanwijzingen dat het groeit; dat het, op een voor ons nog niet te bevatten manier, leeft.'

Hiroto beende heen en weer voor Yuji's bureau. 'De wetenschapper in mij zegt dat dat onmogelijk is, althans, met onze huidige wetenschappelijke kennis. Maar mijn intuïtie vermoedt iets anders, namelijk dat we door de radicale technologie die je ons voor zijn neurologische systeem gaf, en doordat we niet langer alleen maar met mathematica te maken hebben, met digitale technologie, met de één en de nul, dat we daardoor de chaos van een anomalie hebben geschapen. Onze technologie is zo nieuw dat we eigenlijk nog niets over de uiteindelijke mogelijkheden ervan weten, en dat brengt me tot de mening dat, hoewel wij het Orakel ontworpen hebben, we het niet langer begrijpen - misschien wel nooit hebben begrepen. En wat erger is, we hebben er daardoor ook geen controle meer over. Voeg daar nog Hana's vreemde hersenkronkels bij en je krijgt naar mijn mening een mengsel dat vernietigend is. Goed beschouwd weten we tenslotte van Hana's brein nog minder dan van dat van het Orakel zelf.'

Yuji zat te denken aan zijn gesprekken met het Orakel. Natuurlijk stond hij heel anders tegenover het Orakel dan Hiroto, maar dat kwam misschien deels omdat Hiroto de biocomputer had gebouwd. Het was Yuji's idee geweest, zijn schepping, maar Hiroto en zijn team hadden uiteindelijk zijn ideeën omgezet in werkelijkheid. Yuji mocht dan een briljant biogeneticus zijn, Hiroto was de man van de techniek, die het allemaal moest bouwen.

Ik zou het nooit tegen Hiroto durven bekennen, dacht Yuji, maar omdat ik weet dat we samen iets gecreëerd hebben dat meer is dan alleen maar een machine, heb ik een verstandhouding met het Orakel die hij nooit zal krijgen. Voor Hiroto is het gewoon een verschrikkelijk complex speeltje, een onderzoeksproject. Hij heeft het ontworpen om het bepaalde functies te laten uitvoeren. En nu het plotseling andere dingen gaat doen - en dat op een manier die hem een volkomen raadsel is - raakt Hiroto geïrriteerd. Begrijpelijk. Hij heeft gezichtsverlies geleden. Het lijkt er bijna op of het Orakel hem leidt in plaats van andersom. Dat was een amusante gedachte, maar Yuji lachte niet.

'Ik begrijp je bezorgdheid,' zei Yuji meelevend. 'Ik heb met diezelfde gedachten zitten spelen.' Hij kwam om zijn bureau heen lopen. 'Laat me je dit verzekeren, Hiroto-san, we zullen van nu af aan extra op onze hoede zijn, maar we moeten wél door. In één ding heb je gelijk: het project is een eigen leven gaan leiden. En als we het nu stoppen, zouden we niets minder dan moordenaars zijn.'