Zeven

Tokio/East Hampton/Washington/New York

Nacht in de voorsteden van Tokio.


Minako Shian lag in bed en wachtte zoals altijd op een slaap die vaak niet kwam. Haar geest was druk bezig met plannen maken en gunde haar geen rust. Ze leefde al onder hoogspanning sinds haar borsten waren ontloken en haar menstruatie begon. Dat was haar karma en ze aanvaardde haar rol in de geschiedenis van haar volk. Maar ze had nu zoveel touwtjes in handen, zoveel koorden die ze tegelijkertijd moest manipuleren... dit waren de opwinding en de verschrikking van haar enorme vermogens. Minako leefde in een villa buiten Tokio die speciaal voor haar was ontworpen door een van Japans belangrijkste jonge architecten. Het huis stond in een ingenieus ontworpen tuin, die in zijn gestrenge eenvoud een ideaal tegenwicht vormde voor het ingewikkelde, bijna barokke postmodernisme van het gebouw. Hoewel, 'postmodernistisch' was misschien een wat erg gemakkelijke omschrijving voor de villa, want de architect had in zijn ont-werp aspecten uit het boeddhisme, het shintoïsme en uit de Edo-architectuur gebruikt, zodat elke ruimte voortdurend een beroep deed op het historische besef van de bezoeker.

De uit graniet en hardhout opgetrokken ingangspartij, die werd gedomineerd door een oude kast waarin schoenen werden opgeborgen, was een van de vele ruimtes die ervoor moesten zorgen dat de bezoeker uit de wereld daarbuiten langzaam met het hart van de villa in contact kwam. Net als bij de concentrische cirkels in het paleis van de keizer in Tokio, onthulden deze vertrekken stukje bij beetje de aard van hun architectuur, zodat langzaam maar zeker een interactie ontstond tussen mens en gebouw. Zodoende werden echo's opgeroepen die, als geuren, krachtige en voor ieder mens unieke reacties losmaakten.

Deze vertrekken waren als een opeenvolging van hutten op een groot schip; buiten kreeg de donkerder wordende tuin het aanzien van een oceaan, mysterieus en gevaarlijk, glinsterend en onbereikbaar. Net als de toekomst, die voor het eerst op kwellende wijze buiten haar blikveld bleef. Niet echter het verleden, en voor het moment stelde ze zich tevreden met herinneringen.

Het aanroepen van haar makura na hiruma was gebeurd op de sterfdag van haar grootmoeder, de huiselijke, maar robuuste vrouw die Shian Kogaku had opgericht en er de grootste producent van tabi van had gemaakt. Tabi waren de traditionele Japanse sokken, met een scheiding tussen de grote teen en de andere vier.

Kabuto, Minako's grootmoeder, had een belangrijke rol gespeeld bij Minako's langdurige en pijnlijke geboorte - Minako had het hele verhaal van haar moeder gehoord - en dus moest de schuld betaald worden. Het geschiedde dat Kabuto stierf op Minako's verjaardag en daarom werden haar herinneringen aan die dag altijd overschaduwd door het beeld van haar grootmoeders graf, een strenge schrijn op een Shinto-begraafplaats even buiten Osaka. Toen ze nog maar een kind was, nam haar moeder haar altijd mee, maar zodra ze oud genoeg was om er zelf naartoe te gaan, werd ze ertoe aangemoedigd op eigen houtje aan haar familiale plichten te voldoen. Op haar elfde verjaardag arriveerde ze bij Kabuto's graf. Het had de hele nacht geregend en de Shinto-begraafplaats lag gehuld in een dichte mist, die doortrokken was van de geur van de medicinale kruiden die in wilde bossen tussen de graven groeiden.

Kabuto was op die dag acht jaar dood en Minako's herinnering aan haar was al even vaag als de graven die in de mist verscholen gingen. Ze raffelde bijna automatisch en met haar gedachten elders de Shintorituelen af. Toen ze klaar was, stond ze op, veegde de dode bladeren en het natte gras van haar knieën en draaide zich om teneinde weg te gaan. Iets echter hield haar tegen en langzaam draaide ze zich weer om. Op het graf, ineengerold op de grafsteen, lag een rode vos.

'Hallo, kleindochter, 'zei de vos, zijn bek als in een geeuw openend. 'Herken je me niet? Ik ben het, Kabuto.'

Minako schudde onthutst haar hoofd, kneep zich in haar arm, wreef zich in de ogen. Ze keek opnieuw. Haar grootmoeder - of eigenlijk de vos - was er nog steeds. De vos glimlachte naar Minako. Minako keek wild om zich heen of er anderen waren die de verschijning ook zagen, maar op dit gedeelte van de begraafplaats was ze de enige.

'Grootmoeder,' fluisterde ze ten slotte, 'u bent een vos.'

Dat is zo,' antwoordde Kabuto. 'Voor het moment althans.'

Minako keek haar met open mond aan. 'Kunt u niet weer Kabuto worden ?'

'Maar ik ben Kabuto, mijn kind.'

'Ik bedoel de Kabuto die ik ken.'

'Datfeeksachtige wezen, 'leek de vos te sneren. 'Waarom zou ik daarnaar terug willen? Ik heb bijna driehonderd jaar moeten wachten om daarvan verlost te worden. Dat is wel mooi genoeg, lijkt je ook niet?'

Minako wist niet wat ze daarop moest zeggen en knikte alleen maar. De vos, die haar grootmoeder was, sprong van de grafzerk en zat nu vlak voor haar met een sierlijke poot aan zijn neus te krabben. 'Trouwens, vossen kunnen niet liegen, weet je, 'zei Kabuto. 'Ik denk dat ik daarom ook voor deze vorm gekozen heb. Ik was doodziek van al datgelieg, gekonkel, gedraai.' De vos hield zijn kop schuin. 'Daarom ben ik vandaag hier gekomen, om je te waarschuwen. Ja, ik geloof dat waarschuwen in dit geval de juiste term is.'

Waarschuwen, waarvoor?'

'Voor het leven dat je te wachten staat als je even ambitieus wordt als ik. Ik wil voorkomen dat je op je sterfbed ligt, bezwaard door tientallen jaren van leugens en bedrog.'

'Ik ben niet van plan me daarmee in te laten, grootmoeder,' had Minako tegen haar grootmoeder gezegd.

'Je komt er niet onderuit. Dat is nu eenmaal zoals het in de wereld toegaat,'zei de vos. 'In onze wereld.'

'Ik begrijp het niet.'

'Natuurlijk wel, domme meid,' beet haar grootmoeder haar toe. 'Alleen hebben de conventies je bovengeest ervan weerhouden zich te manifesteren.'

'Mijn bovengeest?'

Toen maakte de vos een geluid dat Minako volkomen van haar stuk bracht. Het was hetzelfde geluid dat haar grootmoeder altijd maakte, door haar tong tegen haar verhemelte te klakken als ze ongeduldig werd door iemand anders traagheid van begrip. Op dat moment wist Minako met zekerheid dat de vos inderdaad haar grootmoeder was.

'Ik zie dat je moeder in gebreke is gebleven je de convenanten van de macht bij te brengen. Nou ja, ik kan moeilijk zeggen dat me dat verbaast; ze is altijd al veel te timide geweest, bang voor mij en voor haar eigen gave.' De vos tilde dezelfde voorpoot op waarmee hij eerder zijn neus gekrabd had. 'Het doet er ook niet meer toe. Ik heb altijd geweten dat het aanroepritueel van mij moest komen, al vanaf het moment dat ik je uitje moeders buik haalde.' De ogen van de vos hadden zelfs in het doffe, loden zonlicht dat door de dichte mist heen filterde een heldere glans. 'Je wilde helemaal niet komen, weet je. En je moeder had niet de kracht om je ertoe te dwingen. En naderhand ging ze jouw geboorte ook als een vergissing zien. Het was maar goed dat ik erbij was.'

Minako keek haar vol afschuw aan. 'U wilt zeggen dat moeder me niet wilde?Dat ze niet van me houdt?'

'Heeft ze je ooit geknuffeld, gekust, je zelfs maar in haar armen gehouden ?

Nee, natuurlijk niet. Als ik er niet geweest was, had ze je zonder twijfel bij een buurvrouw op de stoep gelegd.'

Minako's hart kromp ineen toen ze dat hoorde en ze was in tranen uitgebarsten. 'Waarom vertelt u me dit, grootmoeder? Het is zo afschuwelijk, ik wil het niet langer horen.'

'Het werd tijd dat je de waarheid onder ogen kreeg, mijn kind.' De vos likte langs zijn lippen. 'En nu wil ik dat je me aankijkt. Nee, niet met je ogen knipperen. Zorg dat je grip krijgt op de pijn die je voelt. Het brandt, nietwaar?

Ja. Blijf me aankijken, Minako-san. Laat nu de pijn door je lichaam stromen, en als je iets anders voelt, iets meer-'

Minako veegde de tranen uit haar ogen. 'Er is duisternis. Ik -'

'Kijk me aan/'snauwde de vos. 'Laatje blik niet afdwalen! Zo is het beter. De pijn zakt al weg, is het niet? Hij wordt vervangen door het duister. Wees niet bang, over enkele ogenblikken zul je in staat zijn alles te zien.'

En tot Minako's ontsteltenis had haar grootmoeder gelijk. Niet alleen kon ze het duister rond haar voeten zien golven terwijl het zich naar buiten verspreidde, ze kon nu ook dwars door de mist heen kijken, alsof die niet bestond, en zag duidelijk de graven om haar heen, en vervolgens de rest van de begraafplaats... en verder, de golvende heuvels en kilometers daar voorbij.

'Wat -wat gebeurt er met me ?'

'Je wordt volwassen, 'zei de vos glimlachend, hoewel het Minako een raadsel was hoe een vos kon glimlachen. 'Je ziet nu dat de wereld zoals jij die zag niet het einde is maar het begin, niet meer dan een landengte in de enorme zee van werelden die nu voor je ontluikende waarnemingsvermogen openstaan. '

'Hoe ver zal ik kunnen zien ?' vroeg Minako, die in de verte tuurde.

'Dat hangt ervan af,' zei de vos. 'Dat is voor iedereen met makura na hiruma - de duisternis bij noen - verschillend. Maar ik weet meer dan de meesten, en wat ik weet is dat jouw kracht enorm is. Binnen een paar jaar zal hij zelfs de mijne overtreffen. En zo hoort het ook, want jij hebt een heel bijzondere bestemming. Spoedig zul je in de maalstroom terechtkomen van een vernietigende strijd tussen de verschillende facties binnen de Toshin Kuro Kosai. We worden beheerst door achterdocht. Wie binnen het Genootschap van het Zwarte Zwaard gelooft nog in de oude normen, in de oorspronkelijke bestemming van Japan ? Wie hebben in het geheim een pact gesloten om Japan aan te passen aan de moderne wereld?

In onze eigen gelederen sterven mensen plotseling, raadselachtig - of ver- dwijnen om nooit meer te worden teruggezien. Wat is er met ze gebeurd? Wie heeft degenen vermoord van wie we de lichamen wél vinden ? We staan als dolle honden tegen elkaar op.

Zelfs ik weet niet waartoe deze oorlog zal leiden; dat weet niemand. Maar er moet een eind aan komen, voordat iemand het in zijn kop krijgt om onze macht in het openbaar te gaan uitoefenen. Tot nu toe hebben we onze macht alleen indirect gebruikt, om gebeurtenissen te beïnvloeden, maar het lijkt er veel op dat er mensen zijn die niet langer tevreden zijn met op de achtergrond aan de touwtjes te trekken. De wereld zal niet lang overleven als we in het licht treden en makura na hiruma op een meer directe manier gaan gebruiken. Kun je je een keizer, een minister-president of een president voorstellen met een dergelijke macht?' Ze huiverde. 'Jij moet voor een dergelijke ontwikkeling waken, mijn kind. Vergeet dat nooit. Niet iedereen zal het toegeven, maar er bestaat ook zoiets als te veel macht.

De geschiedenis heeft ons getoond dat corruptie op het hoogste niveau begint en vandaar langzaam naar beneden sijpelt. De verleiding is groot om je daarin mee te laten sleuren, zelfs voor ons, bijna onsterfelijken. Het is een gegeven dat hoe meer je denkt alles in de hand te hebben, hoe meer dat uiteindelijk tegenvalt.

Wees op je hoede, mijn kind. En wees de zaak toegewijd. Ik heb gezien dat uit jou het uitverkoren kind voortkomt, het enige individu dat deze oorlog tot een einde kan brengen. Je zult daarom vijanden krijgen - machtige vijanden die met alle middelen zullen proberen je te vernietigen.'

'U maakt me bang, grootmoeder.'

'Mooi. Angst is de moeder van de voorzichtigheid. Blijf in de schaduwen, mijn kind, tot je tijd gekomen is.'

'Hoe zal ik het uitverkoren kind herkennen, grootmoeder?'

'Dat weet ik niet. Dat ligt verscholen in een toekomst die zelfs wij niet kunnen voorzien. Bij je geboorte kreeg ik een hint betreffende jouw bestemming, maar pas nu, bij het aanroepen, nu ik de aard van je bovengeest kan zien, weet ik dat dat kind uit jou zal komen.'

Minako spreidde haar armen en liet zich onderdompelen in de duisternis die over haar heen kwam rollen als de kronkelingen van een gigantische slang. De kracht van het leven injecteerde haar met zijn bedwelmende geur. En wat voor een kracht! dacht ze. Om het uitverkoren kind ter wereld te brengen! Ze concentreerde zich met heel haar geest op haar onderbuik. Ze was nog heel erg jong, maar de glorieuze nieuwe sensatie van haar makura na hiruma maakte het haar mogelijk om zich voor te stellen wat het moest zijn om een ander leven in zich te dragen.

De vos leek in omvang toe te nemen. 'In tegenstelling tot wat je nu ook mag denken, de reikwijdte van je macht zal je een last zijn. Al heel snel zullen de grenzen van de tijd voor jou niet meer bestaan. En dan zal de toekomst zichzelf manifesteren.'

'Wat fantastisch!'had Minako geroepen, in haar handen klappend.

'Dom, dom meisje,' zei de vos ernstig. 'De toekomst kunnen zien is een verschrikkelijk lot, en ik weet waar ik het over heb. Probeer je maar eens voor te stellen hoe het zal zijn om andermans gedachten te kunnen lezen. Je denkt nu misschien nog dat het leuk is om te weten wat de mensen om je heen gaan doen nog voor ze het werkelijk doen, is het niet? Je denkt, wat een voordelen zal dat geven! Misschien is dat ook zo. Maar denk ook eens aan de kakofonie van stemmen die je dag in dag uit zult horen. Hoe lang zul je een dergelijke last kunnen dragen ?'

De vos liep met slepende achterpoten om Minako heen, alsof hij een figuur in de aarde trok.

'Zo is het ook bij het zien van de toekomst. Het gewicht van de gebeurtenissen neemt exponentieel toe, tot het bijna niet meer te verdragen is. Sommigen van ons worden gek.'

'En de rest?' vroeg Minako. 'Er moet toch een ontsnappingsmogelijkheid zijn.'

Opnieuw glimlachte de vos die onmogelijke glimlach en Minako wist dat haar grootmoeder tevreden over haar was.

'Ja,' zei de vos, 'er zijn twee manieren om daaraan te ontsnappen. De ene is om het pad te volgen dat je moeder, dat afgestompte wezen, heeft gekozen: jezelf afsluiten voor makura na hiruma. De andere betekent een leven van gelieg, gekonkel en gedraai.'

'Zijn dat de enige twee mogelijkheden ?'

De vos knikte. 'Ja.'

'Ik wil zien,' zei Minako. 'Zo ver als ik kan.'

Kabuto likte tevreden haar vacht. 'Dan ben je voorbestemd voor grootse dingen, mijn kind.' Ze hief haar grote, driehoekige hoofd op en keek haar kleindochter met haar ogen als lavaglas doordringend aan. 'Maar ook voor verschrikkelijke dingen, want zelfs met jouw macht zullen er lege plekken zijn: toekomsten die je niet kunt zien, of misschien andere, afschrikwekkende toe- komsten die je wel kunt zien maar niet kunt voorkomen. Maar goed, dat zijn zaken die je nu nog niet begrijpt. Je hebt gekozen, en je kunt niet langer afwijken van het pad. Als makura na hiruma eenmaal in je is opgewekt, kan het nooit meer worden teruggeduwd.'

'Ik begrijp het, grootmoeder,'zei Minako plechtig. Voor het eerst klonk er iets van verrassing in Kabuto's stem door. 'Ja kind, ik geloof inderdaad dat je het begrijpt...'

Hoeveel dagen in haar al zo lange leven had ze spijt gehad van dat besluit op het kerkhof? Minder dagen dan ze van haar macht had genoten. Minako lag in het donker en luisterde naar het zachte bewegen buiten van de bomen en de schepselen van de nacht. Haar geest dreef weer weg.

Ze zag Yuji, en voor de eerste keer sinds hij een kleine jongen was en zij had besloten hem weg te houden van de Toshin Kuro Kosai, was ze bang om hem. Toen voelde ze zijn geest, en die van het Orakel, en was weer gerustgesteld. Heel even stond ze zichzelf toe om de opwinding te voelen die gepaard ging met de schepping ervan. Goed, het was nog niet volmaakt, en het was nog niet helemaal bekend wat hij kon, zelfs niet bij haar, maar ze vertrouwde erop dat haar kinderen, Yuji en Hiroto, ook de laatste horde zouden nemen en het beest volledig operationeel zouden maken. En waarom zou ze geen opwinding voelen? dacht ze. Hoewel Yuji en Hiroto het ding van de grond af hadden opgebouwd, was zij het in zekere zin geweest die Yuji van de noodzaak van het project had overtuigd, die hem ook bij tegenspoed had aangespoord om ermee door te gaan. En nu stond het ding er en werkte. Wat zou er verder gebeuren?

Ineens schoot Minako in haar bed overeind en greep naar haar maag. Even was ze bang dat ze zou gaan overgeven. Een plotselinge, irrationele angst nam bezit van haar. De toekomst was voor haar afgesloten, en dat betekende een waarschuwing. Ze kon toekomsten zien, die echter niet allemaal werkelijkheid werden, maar deze leegte, dit afkappen van haar tweede gezicht, verontrustte haar. Kon dit die ene misrekening zijn die doem over hen allen zou brengen?

Ineens voelde ze de last die almaar op haar schouders drukte. Al sinds het moment dat ze had besloten in opstand te komen tegen de excessen van macht waar de Eerwaarde Moeder van droomde, leefde ze elke dag op het scherpst van de snede.

Elke dag leek de Eerwaarde Moeder nieuwe wreedheden te verzinnen en uit te voeren. Het was haar niet langer genoeg om diegenen uit te roeien die zich tegen haar gezag verzetten, ze zocht naar steeds weer nieuwe wegen om haar al zo buitensporige makura na hiruma nog te doen toenemen. Het was voor Minako, die al lang genoeg leefde om dergelijke zaken te begrijpen, zo duidelijk als wat dat de makura na hiruma van de Eerwaarde Moeder haar tot de rand van de afgrond had gebracht. Ze was al een heel eind op weg om gek te worden en het was nu Minako's plicht om haar hoe dan ook tegen te houden. Daarvoor was een wapen nodig met zo'n kracht dat het de Eerwaarde Moeder tot as zou doen terugkeren.

De openbaring was twee jaar geleden tot haar gekomen in een verblindende lichtflits die haar op haar knieën had gebracht en die haar had doen afvragen of de bron ervan misschien een goddelijke was geweest. Dat was op het moment dat ze had gedacht aan de Man zonder Gezicht: Wolf Matheson. Het was donker geworden buiten en af en toe schoot een lichtflits door de duisternis, gebroken door de dichte toppen van de dennen. Even later begon het te regenen en spatten dikke druppels uiteen op de paden en tegen de ruiten.

Het was zaterdag en Stevie, die een telefoontje van haar echtgenoot had ontvangen, was vroeg in de ochtend naar de stad vertrokken om wat zaken voor hem te regelen. Ze had beloofd dat ze voor het eten terug zou zijn. Wolf had gedacht dat hij het grootste gedeelte van de dag zou slapen, maar hij was alweer rusteloos en wilde dolgraag terug naar zijn bureau en naar het onderzoek dat afschrikwekkende internationale proporties aannam. Hij rommelde wat in de kast in de hal, vond een regenjas die ongetwijfeld aan Morton, de afwezige schuinsmarcheerder, toebehoorde, en wandelde naar Georgica Pond. In dit weer kon je over het water uitkijken zonder een ander huis te zien. Een eind verderop zag hij een houten paal in het water staan waarop hij vaag wat strootjes van een reigernest ontwaarde. Het silhouet van een vogel, opdoemend uit de stromende regen, naderde het nest. De volwassen reiger deponeerde zorgvuldig een snavel vol twijgjes op het nest en begon vervolgens de winterschade te repareren. Wolf zat gehurkt onder een boom en staarde zonder iets te zien over het water. Wat zou hij doen als hij Chika vond? Om eerlijk te zijn wist hij het niet. En hij was zich ervan bewust dat een deel van hem haar ook helemaal niet wilde opsporen. Wat als zij verantwoordelijk was voor de moorden: Arquillo, Junior Ruiz, Moravia en Amanda? Het zou een stuk simpeler zijn als alleen Suma er verantwoordelijk voor zou zijn, maar hij kon daar niet zeker van zijn en had in feite aanwijzingen, hoewel indirect, die in de richting van Chika wezen. Het stukje kimonostof, afgescheurd maar niet verkoold, dat hij in het handschoenenkastje van de '87 Firebird had gevonden. Aan de andere kant kon het ook een valstrik zijn om haar erin te luizen. Of was hier de wens de vader van de gedachte? Alles was mogelijk, en het was altijd gevaarlijk om te snel je conclusies te trekken.

Wolf was vertrouwd met het ronddolen in grijze gebieden, waar politiewerk toch voor het grootste deel op neer kwam, maar deze situatie was anders. En dat kwam door Chika - of eigenlijk door zijn gevoelens voor haar. Haar aantrekkingskracht op hem was als een puls, iets levends diep in zijn binnenste, op zichzelf staand en niet te ontkennen. Maar het was beter om te denken aan de aantrekkingskracht van een verdachte van moord, een mogelijk lid van de vijand, het Genootschap van het Zwarte Zwaard, dan te lang stil te blijven staan bij de implicaties van het vuur dat in Arquillo was ontbrand en zijn gezicht tot een brandende brij had gemaakt.

Hij bleef daar een hele tijd zitten en nam de omgeving in zich op, de geluiden, de geuren van de aarde, de bomen, het water, tot ten slotte zijn vingers blauw zagen en hij een scherpe pijn voelde in zijn dichtgenaaide been. Hij zuchtte, kwam overeind en keerde met tegenzin terug naar het huis.

Toen hij de auto de oprijlaan op hoorde komen, liep hij op stijve benen naar het raam aan de voorkant en keek naar buiten. Het was inmiddels vrijwel donker en het licht bij de voordeur was automatisch aangegaan. Hij had Stevies Jeep Cherokee verwacht, maar in plaats daarvan zag hij een glanzend nieuwe Corvette tot stilstand komen op de parkeerplaats voor de garage. Hij zag iemand uit de Corvette stappen - een vrouw. Wolf liep naar de voordeur, opende hem en stapte het bordes op. De regen was opgehouden, maar er hing nog steeds vochtigheid in de lucht. Motten fladderden in het lamplicht en tussen de boomtoppen door ving hij de flonkering van de eerste sterren op.

Terwijl Wolfde voortgang van de vrouw over het uitgesleten pad volgde, onderging hij een gevoel van déja vu zó sterk dat hij er bijna duizelig van werd.

Hij zag een gezicht gedomineerd door enorme, glanzende, chocoladebruine ogen boven hoge jukbeenderen, sensuele pruillippen en een kleine, maar krachtige kin. Haar dikke haar was strak van haar brede voorhoofd naar achteren gekamd en hing zwaar als een pluim in haar nek. Ze droeg een heel kort zwart wollen rokje over zwarte stretch panty's die haar benen over de volle lengte toonden, en een pompoenkleurige fluwelen sweater die haar sterke schouders en borsten bedekte. Schitterend licht weerkaatste van de enorme zwarte opalen oorringen. Zwarte, enkelhoge laarsjes omsloten haar smalle voeten en haar handen waren nog in de dunne, zwartwitte leren autohandschoenen gestoken. Ze liep met een zelfverzekerdheid die bijna agressief was.

En toen smolten droom, fantasie en realiteit in een angstaanjagende golf van emotie samen. Afkeer, verbazing, schuld en verlangen raasden door zijn hoofd, want daar op de trap verscheen een kleine, prachtige Japanse vrouw, die hij kende als Suma's bondgenoot, als fotografe, scherpschutter en misschien de moordenares van vier mensen: de kunstenares Chika.

'Het prettige van clubs als deze,' zei Thornburg Conrad III, 'is dat je precies in de gaten kunt houden wie er komt en gaat.' Hij gromde en stak een sigaar op. 'Ooit was het overal zo, maar dat is lang geleden en misschien moet ik die gevoelens dat de wereld toen beter was, maar wat onderdrukken. Allemaal onzin natuurlijk. Gezeur van een oude man die bijna verleden tijd is.'

Hij trok heftig aan zijn sigaar. 'Ik ben op de hoogte van elke ontwikkeling op het gebied van geneeskunde, elektronica, computers en biotechnologisch onderzoek. Denk dus niet dat ik al aan het wegglijden ben in de schemerige wereld van de ouden van dagen.'

'Ik zou het niet durven,' zei Stevie Powers.

Thornburgs lippen krulden zich in zijn bekende koele glimlach. 'Je weet je anders wel te kleden, dame.'

'Dank je,' zei ze.

Stevie sloeg het ene in nylon gehulde been over het andere en ging wat verzitten. Toen ze vanochtend bij Wolf vertrok, was ze niet naar de stad gereden, maar slechts tien minuten naar het westen, naar het vliegveld van East Hampton, waar Thornburgs privé-vliegtuig op haar wachtte. Thornburg keek naar de punt van zijn sigaar, die rozerood opgloeide toen hij een trek nam. 'Zeker gezien het feit dat ik je zonder voorafgaande waarschuwing heb laten opdraven; ik heb de ervaring dat vrouwen die zich goed en snel weten te kleden, moeten worden gekoesterd.' Hij keek op en zag nog juist de zweem van een glimlach over Stevies gezicht trekken. Magnolia Terrace, de club waar Thornburg Stevie mee naartoe had genomen, bevond zich strikt gesproken niet in Washington, maar op het platteland van Virginia. De club stond bekend om zijn prachtige golfbaan, waar in het verleden al diverse belangrijke toernooien waren gespeeld, maar was tevens wereldberoemd vanwege de ruiterschool, die een aantal van Amerika's beste polospelers had voortgebracht. Natuurlijk was de club besloten, hetgeen betekende dat mensen met geld maar zonder afkomst geen lid konden worden, hoe invloedrijk ze verder ook waren.

Thornburg en Stevie gebruikten de lunch op de ruime veranda van het clubhuis, dat zo'n tienduizend vierkante meter besloeg. Veertien gevelspitsen onderscheidden het gebouw van de omliggende landhuizen. Alle vertrekken in het gebouw waren licht en ruim, met aan de wanden olieverfportretten van de grondleggers van Amerika, 's Avonds speelde op de enorme, natuurstenen patio vaak een orkest om de vele liefdadigheidsdiners die in Magnolia werden gegeven, op te vrolijken.

Het reusachtige clubhuis was maar één van de zeventien gebouwen op de ruim tweehonderd hectare land die de club bezat. Er waren voorts stallen, luxueuze gastenverblijven die eigendom waren van een groepje oudgedienden, maneges, polovelden en, natuurlijk, de beroemde golfbaan. Thornburg rolde zijn sigaar geroutineerd langs de rand van een st.-jakobsschelp, zodat er precies de juiste hoeveelheid as afviel. 'Heb je van je lunch genoten?' vroeg hij. 'Mooi. Die schelpen kwamen tenslotte rechtstreeks van de boot. Ze worden hier elke ochtend per vliegtuig aangevoerd.' Hij onderbrak het gesprek even om senator Dowd te groeten, het hoofd van de Commissie Toezicht Strijdkrachten. Dowd was een goede vriend van hem, zoals de meeste oudere leden van het Congres. Toen de senator weer verder wandelde, zei Thornburg tegen Stevie: 'Ik neem aan dat je je zo langzamerhand afvraagt wanneer we tot de kern van de zaak komen.'

'Ik ken je al wat langer.'

'Ja, dat is waar. Maar goed, geduld is geen slechte eigenschap; het juiste moment leren afwachten om de rivier over te steken.' Thornburg schudde zijn hoofd. 'Ik heb mijn jongens geprobeerd dat bij te brengen, maar ik ben bang dat ze het geen van allen helemaal onder de knie hebben.' Hij gromde.

'Vroeger dacht ik altijd dat mijn eerste vrouw de nagel aan mijn doodskist was, maar de laatste tijd neig ik ernaar mijn nageslacht als zodanig te beschouwen.' Hij leunde achterover in zijn leren stoel. 'Behalve dan mijn zoon Ham, een prima kerel. Oorlogsheld in 'Nam, prima stel hersens, en het fatsoen om trouw aan de familie te zijn. Een vader kan zich geen betere zoon wensen.'

'Ik ben blij te horen dat je tenminste één van je kinderen nog ziet zitten. Heb je hem dat zelf eigenlijk weieens verteld?'

'O nee, vergeet het maar.' Thornburg rolde weer wat as van zijn sigaar.

'Heel slecht voor je karakter, lof.'

'Zelfs als die terecht is?'

Hij was even bang dat ze haar aantekenboekje te voorschijn zou halen en haar potlood zou scherpen. Eenmaal psychoanalist, altijd psychoanalist. Hij mocht haar omdat ze bijna slimmer was dan goed voor haar was, maar hij wilde niet dat ze haar intelligentie gebruikte om hem te analyseren. Hij ging met een ruk overeind zitten. 'Laten we tot zaken komen, goed? Ik wil je verslag over Wolf Mathesons emotionele toestand.'

Stevie sloeg opnieuw haar benen over elkaar en zei: 'Ik wil absolute duidelijkheid over de reden van je verzoek.'

Thornburg staarde naar de as van zijn sigaar. 'Ik ben blij te horen dat je zo discreet bent.' Hij keek Stevie even snel aan en blies toen een dikke, geurige rookwolk uit.

'Het is niet alleen een kwestie van discretie,' zei ze. 'Jij hebt me gevraagd om binnen te dringen in het privé-leven van een goede bekende van mij. Ik wil dat niet doen - kan dat niet - zonder een heel goede reden.'

'Dat begrijp ik. Ik ben daar tot nu toe nogal vaag over geweest. Dat heb ik met opzet gedaan, zowel voor je eigen bestwil als vanwege mijn geheimhoudingsplicht.' Hij nam een trek aan zijn sigaar en blies de rook uit. 'Lawrence Moravia was een Amerikaanse spion, Stevie. Hij moest erachter zien te komen of er belangrijke industriële informatie van Amerika naar Japan vloeide, en dan met name naar die uiterst gevaarlijke organisatie waar ik je over verteld heb, het Genootschap van het Zwarte Zwaard.' Hij maakte een afkeurend geluid dat achter uit zijn keel kwam. 'Goed, ik hoop dat deze bekentenis voor jou voldoende is.'

'Ik voel me inderdaad een stuk prettiger,' zei Stevie, 'maar één ding vind ik nog steeds vreemd. Als je Wolf zo hoog acht, waarom benader je hem dan niet zelf? Waarom gebruik je mij als tussenpersoon?'

'Dat is nogal simpel. Het is een van de eerste beginselen van het spionagevak. Matheson is wat wij een buffer noemen. Hij wordt met opzet afgeschermd van mij en vice versa.' Hij zag de uitdrukking op haar gezicht.

'Laat ik het anders zeggen - als hij gepakt zou worden, heeft hij geen informatie die het Genootschap op mijn spoor zou kunnen zetten.'

Stevie moest dat even verwerken en Thornburg was al bang dat hij haar meer had gegeven dan ze aan kon. Hij wilde niet dat ze in deze fase koudwatervrees zou krijgen. Na enkele ogenblikken stilte zei hij: 'Stevie, ik kan je verzekeren dat Matheson de opdracht die we hem geven, heel graag wil.'

'Dat weet ik,' zei ze.

Thornburg stak de sigaar tussen zijn lippen. 'Dan zou ik nu graag je verslag krijgen. Ik heb de man nodig, Stevie, ik kan me niet permitteren om hem nu te verliezen.'

Ze ging wat meer ontspannen in haar stoel zitten nu ze haar rol als therapeute kon spelen. 'Nog één waarschuwing. Wat ik doe valt niet onder de exacte wetenschappen.'

Thornburg knikte ongeduldig. 'Wat wel? Zelfs de exacte wetenschappen blijken niet altijd even exact. Ga verder.'

'Psychisch lijkt zijn val totaal geen gevolgen te hebben gehad,' begon Stevie. 'Hij lijkt er eerder sterker door geworden, vastbeslotener.'

'En lichamelijk?'

'De val door dat dakraam had funest kunnen zijn, maar hij heeft verschrikkelijk veel geluk gehad. De wonden waren behoorlijk diep, maar er zijn geen zenuwen beschadigd. Wat het genezingsproces betreft, geeft hij blijk van een opmerkelijk herstellingsvermogen. Tien dagen na de operatie lijkt hij nauwelijks nog last te hebben van zijn verwondingen.'

Thornburg hield zijn blik gericht op het gloeiende uiteinde van zijn sigaar.

'Mag ik aannemen dat je hem wat dat betreft uitputtend hebt getest?'

Stevie zweeg even en keek naar haar handen. 'Hij loopt, buigt en tilt zo te zien zonder pijn. Als hij al iets voelt, heeft hij dat mij in ieder geval niet verteld. Zijn herstellingsvermogen is echt verbazingwekkend.'

Thornburg gromde. Hij stak een lucifer aan en hield die bij zijn gedoofde sigaar. 'Je echtgenoot is min of meer een genie en dat is ook de reden dat ik hem zo vaak in Washington nodig heb. Maar zijn briljantheid heeft hem niet bepaald een betere persoon gemaakt, hè?'

'Ach, de wereld zit vol klootzakken,' zei Stevie. 'Ik doe voor mezelf mijn best om er nog iets van te maken, en het geeft me voldoening als ik daarbij anderen kan helpen.'

'Inclusief Matheson.' Thornburg keek haar aan en blies zacht sissend een rookwolk uit. 'Zo is het toch? Of denk je dat ik je erin geluisd heb en je een smeris heb laten bespioneren?'

'Dat zijn jouw woorden.'

Hij knikte. 'Mijn welgemeende excuses; het was niet mijn bedoeling je te beledigen.' Hij wist nu dat hij te ver was gegaan, maar het was belangrijk dat hij een idee kreeg van haar eigen emotionele toestand. 'Matheson is nu eenmaal een aantrekkelijke kerel en ik weet hoe fijn je het vond om voor hem te zorgen, hoe weinig je Morton ziet.' Het gevaarlijkste aan Wolf Matheson was zijn vermogen om loyaliteit bij anderen op te roepen. 'Als je een emotionele band met hem zou krijgen, zou dat de zaken op zijn zachtst gezegd voor je bemoeilijken. Hij zal nu spoedig vertrekken naar overzee, en krijgt waarschijnlijk een vrouwelijke metgezel mee. Het zou niet goed voor je zijn als je daartussen zou zitten.'

Stevie keek hem aan, maar zei niets.

'Zoals ik al heb gezegd, ik heb het grootste respect voor Matheson, en dat is ook de reden dat ik hem in het strijdperk wil gooien.'

'Maar het is jouw gevecht, is het niet?' zei Stevie.

Ze was slim. 'Ja, maar ik kan je garanderen dat hij daarmee beter af is dan als hij hier blijft. Ik geef je mijn woord dat je hem er op de lange duur toch mee helpt.'

'Ik geloof je wel,' zei ze, glimlachend. Ze leunde voorover en kneep hem in zijn hand. 'Ik weet ook hoezeer je mij geholpen hebt - en Morton. Ik ben je daar dankbaar voor.'

'Ik mag je, Stevie, écht,' zei Thornburg, 'en dat is meer dan ik van de meeste andere mensen kan zeggen, inclusief mijn eigen kinderen. Je bent intelligent en je geeft om mensen. Dat zijn eigenschappen die je in deze tijd niet genoeg kunt koesteren. Hetzelfde kan worden gezegd van Ham en hoewel ik hem af en toe een beetje hard aanpak, ben ik blij dat ik hem heb.'

'Dan begrijpen we elkaar.'

'Zeker,' zei Thornburg. Hij nam een trekje van zijn sigaar en verslikte zich bijna. Ik zou eigenlijk moeten lachen, dacht hij. De president denkt dat Ham voor hem werkt, die verstarde generaals in het Pentagon denken dat Ham voor hen werkt, maar ze hebben het allemaal mis: Ham werkt voor mij. Maar ja, eigenlijk werken ze allemaal voor mij, en dat geldt ook voor deze slimme psychiater, die denkt dat ze iedereen doorziet. Ik ben slimmer dan zij allemaal bij elkaar. Inclusief Wolf Matheson.

'Je kijkt alsof ik je levend zal verslinden,' zei de vrouw die Wolf kende als Chika. Lijkwitte motten cirkelden rond haar hoofd en op één wang viel het zilveren licht van de maan. De rood-groen-blauwe gloed van de opalen oorringen spatte als regen uiteen op de drempel.

Wolf zei niets. Dood en seks streden om de voorrang terwijl hij naar haar keek. Hij zag haar weer voor zich: de goot overstekend in de regen; achterin de lijkwagen klimmend; met gespreide benen in een achterafstraat in Alphabet City, terwijl ze een paar gewapende punkers wegjoeg; met gespreide benen in de verhitte atmosfeer van haar appartement, haar vingers druk bezig tussen haar dijen; en hij zag Amanda dood in een poel bloed, met een cassetterecorder naast haar die keer op keer haar eigen woorden voor hem afspeelde.

Het geluid van zijn polsslag raasde als een storm in zijn oren. Hij was zich bewust van zijn vochtige handpalmen. Ten slotte wist hij uit te brengen:

'Ik heb je verwarrende sculpturen gezien, naar je nog verontrustender foto's van gebonden vrouwen gekeken; ik heb toegekeken toen je een wapen trok en een paar punkers verjoeg, en ik heb gezien hoe je midden in de nacht in een lijkwagen klom. Het lijkt me dat ik enige reden heb om op mijn hoede te zijn.'

'Ik heb een wapenvergunning.'

'Dat zal best; je leek er nogal professioneel mee om te gaan.'

Ze liet haar tong langs haar lippen gaan. 'Mag ik binnenkomen? Ik ben ongewapend.' Ze spreidde haar armen. 'Of wil je me eerst fouilleren?'

Ja, dat zou hij inderdaad wel willen, maar hij bleef staan waar hij stond. Zijn bonkende hart leek hem bijna te verstikken. 'Hoe heb je me gevonden?

Waarom wilde je me eigenlijk spreken?' Het verbaasde hem dat ze niet zei: waarom ben je mij gevolgd? Maar misschien wist ze het antwoord al. Met een plotselinge schok besefte Wolf dat ze doodsangsten aanjoeg. Of misschien was hij alleen maar bang voor de enorme aantrekkingskracht die deze gevaarlijke vrouw op hem had.

'Ik wil dat je de waarheid over mij weet. We hebben meer gemeen dan jij beseft.'

Er echode iets in Wolfs oren en een dikke zweetdruppel gleed langzaam langs zijn ruggegraat omlaag.

'Je hebt me nog niet verteld hoe je me gevonden hebt.'

'Dat is niet iets wat ik je in één zin kan vertellen,' /ei ze. 'Wil je me geen kans geven om het uit te leggen? Of heb je je oordeel al over me klaar?'

'Kom binnen,' zei hij ten slotte.

Het was onmogelijk om niet naar haar dijen te kijken toen ze voor hem uit Stevies huis binnenging. Ze ging op het puntje van een bank met bloemenmotief zitten en Wolf nam de stoel tegenover haar. Hij staarde haar zijns ondanks aan en voelde zich hulpeloos, zo gemagnetiseerd als hij door haar was. Zijn mond was droog en hij voelde zijn slapen kloppen.

'Denk je dat een kop thee tot de mogelijkheden behoort?' vroeg ze. 'Ik ben nogal een tijdje onderweg geweest.'

Ze liepen de keuken in en Wolf zette water op en zocht in de kast naar thee. 'Is Earl Gray goed genoeg?'

'Earl Gray is prima,' zei ze.

Staande keek hij toe hoe ze van haar thee nipte, donker en sterk als vloeibaar koper, helemaal opgaand in het ritueel ervan.

'Vertel me eens wat over Suma,' zei hij.

'Wie?'

'Dat weet je wel. De Waterspin.'

'Suma is Toshin Kuro Kosai - het Genootschap van het Zwarte Zwaard. Maar je zult wel niet weten wat dat -'

'Moravia en het Genootschap -jij vormde de verbinding tussen die twee.'

Ze was plotseling een en al aandacht. 'Waarom denk je dat?'

'Omdat,' zei hij, terwijl hij voorover leunde en zijn handen op de rug van een stoel legde, 'ik een foto van jou en Suma heb gezien, waarop jullie met elkaar liepen te kletsen terwijl jullie een straat in Tokio overstaken.'

'Ik heb Suma al in geen zeven maanden meer gezien.'

'Fout. Die foto was van herfst vorig jaar, hoogstens vijf maanden geleden dus.'

Ze draaide haar rug naar hem toe en staarde uit het keukenraam naar de duisternis van de rusteloze dennen. 'Ik geloof dat ik de verkeerde aanpak heb gekozen.'

'Voorlopig zie ik nog geen enkele reden waarom ik je zou vertrouwen.'

Ze draaide zich weer om en keek hem aan. 'Nee, dat begrijp ik. Je bent er alleen maar op gericht om mij aan het kruis te nagelen.' Ze stonden elk aan één kant van de keuken, met de onschuldige tafel tussen hen in.

'Het valt niet mee om alle aanwijzingen die ik al heb zo maar naast me neer te leggen,' zei hij. 'Geloof je me niet? Dan zal ik eens opsommen wat ik weet en waarom jou dat voorlopig tot een meervoudig moordenaar maakt: ik weet dat Moravia de opdracht had in dat Genootschap van jou te infiltreren.'

'Het is niet mijn genootschap.'

'Ik weet dat Suma een van de belangrijkste huurmoordenaars van het Genootschap is en dat hij hier is gesignaleerd. Ik heb jou en Suma heel gezellig met elkaar zien praten, alsof jullie -'

'Dat was op een foto, een surveillancefoto. Je hebt ons niet -'

'Alsof jullie twee al heel oude bekenden waren. Ik heb een stuk van de kimonostof die jij voor je kunstwerken gebruikt in een uitgebrande Firebird gevonden. Die auto werd gebruikt als vluchtwagen nadat een van mijn mannen was neergeschoten en nadat van het gezicht van een ander, waar ik achteraan zat, alleen nog een bloederige pap over was. Dat is wat ik van je weet.'

'Echt?' Chika vertrok geen spier. 'Nee, nee, er is nog meer. Waarom vertel je dat niet? Waarom vertel je niet hoe je via een raam mijn appartement bent binnengekomen?'

Een ijzige storm leek door zijn maag te razen. 'Je wist het dus.'

Ze liet haar hand tussen haar dijen glijden. 'Ja.'

'Waarom heb je dan in vredesnaam die show voor me opgevoerd?'

Ze kwam om de tafel heen op hem toelopen en bleef zo dicht bij hem staan dat hij de geur inademde die hij zich ook uit Moravia's geheime kamertje en uit haar appartement herinnerde. 'Ik heb dat gedaan,' zei ze langzaam en nadrukkelijk, 'omdat dat was wat jij wilde.'

'Ik was daar om jouw connectie met Suma te ontrafelen.'

'En niet,' zei ze, terwijl ze zijn hand in de hare nam en die tegen haar venusheuvel drukte, 'voor dit?'

'Nee.' Hij trok zijn hand terug alsof ze hem anders op dezelfde manier zou verbranden als Arquillo's onherkenbaar verminkte gezicht.

'En wie staat er hier nu te liegen,' zei Chika.

Ze zag eruit als niet ouder dan twintig, maar haar kalmte en vastberadenheid leken te horen bij iemand van minstens tien jaar ouder. Hij liep om haar heen. 'Ik denk dat het tijd wordt dat je een en ander gaat uitleggen.'

'Als jij eraan toe bent om te luisteren.' Toen hij niet reageerde, ging ze verder. 'Om te beginnen hebben ze me op heel slimme wijze geprobeerd erin te luizen. Iedereen kan een stuk van die kimonostof van een van mijn sculpturen hebben meegenomen. Als ikjouw man had gedood of zelfs alleen maar de vluchtauto had bestuurd, dacht je dan dat ik daar een dergelijk bewijsstuk in had achtergelaten?'

'Iedereen maakt fouten,' zei Wolf, 'zelfs jij, naar ik aanneem.'

Er gleed een zweem van een glimlach over haar gezicht. 'En dan de foto. Je hebt gelijk, die moet afgelopen herfst genomen zijn. Ik heb Suma in oktober ontmoet.'

'Dan ben je dus Toshin Kuro Kosai.'

'Ja,' zei Chika, bijna fel. 'En nee.'

'Of je hoort erbij of niet,' zei hij. 'Welke van de twee is het?'

'Ik benijd je,' zei Chika, een stoel pakkend. 'Jouw leven is zo zwart-wit. De ene kant is dat waar jij voor vecht; de andere is waartegen je vecht.'

Hij ging naast haar aan de keukentafel zitten. 'Zo is het helemaal niet.'

Haar hoofd kwam met een ruk overeind. 'Waarom sta je dan zo snel klaar om mij te veroordelen? Ik ben zowel Toshin Kuro Kosai als niet Toshin Kuro Kosai. Voor Suma ben ik het wel, voor jou niet.'

'Je werkt voor beide kanten?'

'Om te beginnen moet je leren begrijpen dat de Toshin Kuro Kosai een genootschap is waarvan de leden... buitengewone krachten bezitten.'

Wolf dacht aan Arquillo's gezicht, aan Bobby's beschrijving van de blauwe vuurbal in de schaduwen van die steeg in de Barrio, en de adders ontrolden zich opnieuw in zijn buik. Heel even hoorde hij White Bows wereldlied aanzwellen, maar toen was het weer verdwenen.

'Wat voor krachten?' vroeg hij schor.

'Dat verschilt van individu tot individu,' zei Chika. 'Bij de meesten is de levensduur verlengd. En de meesten bezitten ook het tweede gezicht, de Gave: ze kunnen in de toekomst kijken of de emoties van anderen lezen maar deze gave is vaak onbetrouwbaar. De toekomsten die ze zien, worden niet altijd werkelijkheid en soms ook werkt de gave in het geheel niet.'

Wolf keek naar haar en voelde een kilte door zijn botten trekken. 'Maar dat is nog niet alles.'

'Nee,' zei Chika. 'Maar het heeft geen zin om nu -'

'Vertel het me.'

Ze aarzelde even, maar knikte toen. 'Bij sommigen neemt de Gave meerdere gedaanten aan. Hij is dan als een schaduw, een levende aanwezigheid die kan worden gevoeld, die door sommigen zelfs in hun ooghoeken kan worden gezien. En in deze sterk geladen toestand is de kracht tot veel in staat. Hij kan zich bij voorbeeld projecteren als een onzichtbare vuist die onbezielde dingen kan verplaatsen; hij kan pijn en zelfs de dood bij anderen bewerkstelligen. Hij kan een afwezigheid van lucht en licht creëren.'

'Kan hij ook vuur voortbrengen?' De woorden werden bijna uit hem geperst.

'Ook dat, ja.'

Wolf voelde hoe een diepe duisternis bezit van hem nam. De adders in zijn buik waren eindelijk losgebroken en hij kon met moeite voorkomen dat hij kokhalsde.

'De Toshin Kuro Kosai, het Genootschap van het Zwarte Zwaard, ziet zichzelf als de traditionele hoeder van Japan,' ging Chika verder. 'Hun plicht is hen heilig. En zij zien het als hun plicht om Japan tot de leidende economische macht in de wereld te maken. Je moet begrijpen dat hun leden in elke maatschappelijke laag in Japan zitten - en ze werken allemaal aan hetzelfde doel. De Japanse wederopbouw van na de Tweede Wereldoorlog was voornamelijk hun werk. Maar dat was nog maar de eerste stap in wat de Koshin Kuro Kosai ziet als de Japanse wereldheerschappij.'

'Dat laatste weet ik allemaal al.'

Chika glimlachte. 'Geleidelijk aan zijn in hun midden individuen opgestaan die het niet eens waren met de visie die het Genootschap op de toekomst van Japan had, en ze zijn begonnen om, zonder dat het Genootschap dat vermoedde, daar iets tegen te doen.'

'Je schildert een beeld van oorlog.'

'Een oorlog, ja.' Ze knikte. 'Maar dan wel een heel bijzondere oorlog, want hij wordt ondergronds uitgevochten, in de schaduwen, zonder conventionele wapens, maar door mensen met uitzonderlijke vaardigheden.'

'Wat voor vaardigheden?'

Chika antwoordde: 'Jij was bijna het volgende slachtoffer van deze oorlog geworden.'

Hij haalde diep adem. 'Je bedoelt op die avond dat mijn vriendin Amanda werd vermoord en ik achter de moordenaar aan ging.'

'Dat zie je verkeerd,' zei Chika. 'Amanda was je vriendin - dat was een betere gelegenheid om je op het juiste tijdstip naar de juiste plek te lokken.'

In de daaropvolgende stilte hoorde Wolf de antieke staande klok in de woonkamer het hele uur slaan. Het geluid klonk onnatuurlijk hard en leek wel bijna een eeuwigheid in de lucht te blijven hangen.

'Wat zeg je daar?' wist hij ten slotte uit te brengen.

'Ik zeg je dat jij die nacht had moeten sterven; Amanda speelde alleen maar een rol in het geheel. Denk eens even na; alles was van tevoren gepland.'

'Dat is niet waar. Ik heb haar die avond opgebeld. Dat deed ik omdat ik een nachtmerrie over haar had. Hij leek in feite zo reëel, dat...' Iets in de manier waarop ze naar hem keek, deed hem even zwijgen. 'Er was iets raars toen ik haar aan de lijn had. Alsof ik niet met haar, maar met iemand anders sprak.'

'Dat was ook zo,' zei ze. 'Het was de Toshin Kuro Kosai.'

'Ik was gewaarschuwd dat ze na Moravia achter mij aan zouden komen,'

zei Wolf. 'Ik hoorde het, maar wilde het kennelijk niet geloven. En zeker niet dat ze het op die manier zouden doen.'

'De Toshin Kuro Kosai is heel wreed. Het hoort bij hun manier van leven,'

zei Chika.

'Evenals misleiding, zo lijkt het.' Hij keek haar aan, probeerde haar met zijn geest te voelen, maar er was niets. 'Dit zou trouwens ook deel van die misleiding uit kunnen maken.'

'Dat zou inderdaad kunnen,' gaf Chika toe. 'Woorden zijn vaak leugens, dat weet je net zo goed als ik.' Ze was zo stil, zo perfect in haar verstildheid.

'Ik durf echter dit te beweren: wat het Genootschap van het Zwarte Zwaard op dit moment het meeste vreest, is dat jij en ik onze krachten bundelen. Daarom hebben ze zo hun best gedaan om mij bij jou in een verkeerd daglicht te plaatsen.'

'Als wat jij zegt, waar is, zou ik dus al enige tijd in de gaten moeten zijn gehouden.'

'Dat is ook zo.'

'Dat is krankzinnig,' zei hij. 'Ik ben een ervaren politieman. Ik zou het in de gaten hebben gehad.'

'Waarom? Je verwachtte zoiets totaal niet.' Het warme lamplicht leek vlam te vatten in haar ogen en hij zag nu hoe diepzwart ze waren. 'Vergeet niet dat deze mensen anders zijn - heel erg anders.'

'Ze hebben tevens geprobeerd me te vermoorden,' zei Wolf. 'Zijn ze soms ook schizofreen?'

'Nauwelijks. Maar wat ze wél in de zin hebben, is ook mij nog niet duidelijk.'

Wolf stond op en beende door de keuken; hij moest iets doen met de plotselinge toestroom van adrenaline. Hij voelde een wanhopige aandrang om het aanrecht aan te raken, de oven, reële dingen die bleven wat ze waren, zelfs als zij de waarheid vertelde. 'En nu moet ik je dus maar gewoon vertrouwen zeker.'

Ze haalde haar schouders op. 'Het enige wat ik op dit moment kan zeggen, is dat als je langzaam en op eigen houtje ontdekt wie ik ben, je er vanzelf achterkomt dat het de waarheid is.'

'Dat mag dan zo zijn, maar voorlopig kan ik me nog niet veroorloven je te vertrouwen.'

'Dan zal ik dat vertrouwen moeten zien te verdienen.'

'Hoe stel je je dat voor?'

'Ik kan me maar één manier voorstellen,' zei ze. 'Ik zal je laten zien hoe Lawrence Moravia werd vermoord - en waarom.'

Het Orakel stond - of zat, knielde of hurkte, wie kon het zeggen? - in het midden van een klein laboratorium in een streng beveiligd deel van het Shian Kogaku-onderzoekscentrum. Het zag er niet bepaald indrukwekkend uit: een onberispelijk matzwarte kubus met een eivormige voorkant waarin zich een glanzend scherm bevond met daaraan een via een kabel verbonden speciale lichtpen. In feite zag het Orakel er op het eerste gezicht meer als een muziekinstrument uit dan als een geavanceerd wetenschappelijk experiment. Vanaf het begin had Yuji al het idee gehad dat Hiroto hun schepping ernstig onderschatte. Hij bleef maar met het Orakel communiceren zoals elke wetenschapper dat zou doen: mathematisch, in de taal van enen en nullen.

Hij was ook totaal niet onder de indruk van de spreekmodule die Yuji in het systeem had geïnstalleerd. Hij hield koppig vol dat een dergelijk systeem de computer slechts op een onacceptabele manier vertraagde. . Yuji maakte geen gebruik van het scherm dat Hiroto in de computer had ingebouwd. Hij gaf er de voorkeur aan om er via het gesproken woord mee te communiceren.

Tot Hiroto's grote verbazing vertraagde de spraakmodule het Orakel steeds minder naarmate er meer tegen het apparaat gesproken werd, tot er geen verschil meer was met de andere manieren van communiceren, zoals via het scherm en de diverse uitgangen. Maar ja, zelfs Yuji had niet kunnen voorzien welke enorme interne veranderingen in het brein van het Orakel zouden gaan plaatsvinden.

Op dit moment zat Yuji tegenover de zwarte kubus en schakelde het apparaat in. 'Orakel -'

'EEN OGENBLIK, ALSJEBLIEFT.'

Yuji zweeg, stomverbaasd.

'JA?'

'Wat was er daarnet aan de hand?'

'MlJN BEWUSTZIJN VULDE ZICH MET DE GEDACHTEN, HERINNERINGEN, GEVOELENS VAN HANA-SAN.'

'Je moet je vergissen,' zei Yuji.' Je hebt geen bewustzijn.'

'IK DENK, DUS IK BESTA.'

Yuji staarde naar de kubus en wist niet of hij moest lachen of huilen. Ik begin gek te worden, dacht hij. Of misschien droom ik wel. Dit is in ieder geval onmogelijk. Hij haalde diep adem en zei: 'Wat er daarnet ook voorgevallen is, ik kan je één ding verzekeren: je kunt onmogelijk Hana's gedachten, gevoelens, haar hele wezen in je RAM-geheugen hebben ingevoerd.'

'BEN JIJ SOMS DE ENIGE SCHEIDSMAN VAN HET LEVEN? DRAAIT DE AARDE

OMDAT JIJ DAT WILT? DE MARIONET LEEFT DANK ZIJ DEGENE DIE HEM MANIPULEERT, MAAR WIE MANIPULEERT DE MANIPULATOR?'

'Je praat als een Zen-paradox.'

'IK BEN EEN ZEN-PARADOX - ONDER VEEL ANDERE DINGEN. IK BEN WAT JIJ ME HEBT GEMAAKT, MAAR ZELFS JIJ WEET NOG NIET WAT DAT PRECIES IS - OF WAT HET ZAL WORDEN.'

'En jij?'

'IK OOK NIET. IK BEN GOD NIET.'

'Wat weet jij eigenlijk van God? Dat begrip zit helemaal niet in je programmering.'

'JE VERGIST JE. IN MIJN BINNENSTE, IN HET NEUROLOGISCHE SYSTEEM, ZITTEN DNA-KETENS, STUKKEN TEKST DIE NOG VELE LEVENS STUDIE ZULLEN VERGEN. MAAR IK HEB AL EEN BEGIN GEMAAKT MET DE ONTCIJFERING ERVAN EN ZO BEN IK OOK OP HET BEGRIP GOD GESTUIT.'

'Je gebruikt de DN A-ketens om jezelf te herprogrammeren?'

'IS DAT NIET WAT JE MET ME VOORHAD?'

Lieve help, dacht Yuji. Ik heb het neurologische systeem met mijn eigen DNA gevoed. Hij sloot zijn ogen en drukte zijn handen tegen zijn gezicht. Hij voelde zich alsof hij in een bad met ij s water wegzonk. Toen hij opkeek, was zijn gezicht grauw. 'Mijn bedoeling was dat je mijn DNA zou analyseren, niet dat je die zou gebruiken."

'JOUW DNA IS NU MET MIJN HEURISTISCHE CIRCUITS VERBONDEN ALS PEZEN MET HET BOT. ZELFS AL ZOU IK WILLEN, DAN ZOU IK DAT NIET MEER ONGEDAAN KUNNEN MAKEN.'

Yuji voelde de aderen op zijn slapen kloppen. 'Ik begrijp het niet. Wat bedoel je met "zelfs al zou ik het willen"?'

'DAT IK HET NIET WIL. DE DNA-CODE IS INMIDDELS VAN VITAAL BELANG VOOR MIJN FUNCTIONEREN. IK WIL NIET TERUG NAAR HET NIVEAU VAN EEN AAP.'

'Maar je bent-'

'KlJK UIT. JE WEET NIET WAT IK BEN.'

Daar had het Orakel gelijk in, dacht Yuji. Niemand - zelfs zijn alwetende moeder niet - wist wat het Orakel zou worden. Hij werd zich bewust van het gezoem dat uit het Orakel opsteeg en begon dat willens en wetens te zien als een soort hartslag. JE WEET NIET WAT IK BEN.

'YUJI-SAN.'

Hij keek sprakeloos naar het apparaat. Dit was de eerste keer dat het Orakel hem had aangesproken zonder dat hij hem wat had gevraagd. 'Ik luister.'

'WANNEER ZAL HANA-SAN ZICH WEER MET MIJ IN VERBINDING STELLEN?'

Dit was interessant. 'Je zei me toch net dat ze al in je was?'

'JA, MAAR ALLEEN BIJ WIJZE VAN SPREKEN. IN MIJ ZIT EEN SKELET, EEN SCHADUW DIE ALLEEN TOT LEVEN KOMT ALS WE RECHTSTREEKS MET ELKAAR COMMUNICEREN.'

'Hana is over twee dagen weer bij je.'

Yuji staarde naar het ondoordringbare gezicht van het Orakel en bedacht dat hij en Hiroto het perfecte beest hadden gebouwd.

Hiroto had, met zijn team van computeringenieurs, cybernetica-deskundigen en natuurkundigen het Orakel in elkaar gezet; althans, zijn omhulsel en het rationele netwerk van abstracten - de data-opslag, -verwerking en

-weergave. Maar het was Yuji die het werkelijk tot leven had gebracht, door het met een neurologisch systeem uit te rusten - delen van de zenuwbanen in de menselijke hersenen die weer verbonden konden worden met het zuiver mechanische gedeelte van het Orakel.

Dit was deels mogelijk gemaakt doordat Hiroto niet langer gebruik maakte van siliconen of welke buitenissige metaalverbinding ook die normaal als geleider voor zelfs de meest geavanceerde chips dienst deden. In plaats daarvan gebruikte Hiroto lichtchips, zoals hij ze noemde, die niet langer de snelheids-of capaciteitsproblemen hadden van de normale chips. Hiroto's doorbraak kwam met de ontwikkeling door zijn team van een soort barium-titaankristallen. Het was al enige tijd bekend dat een aantal van deze door mensen gemaakte kristallen niet alleen licht konden verstrooien op voordien ondenkbare manieren, maar dat ze ook de lichtstralen die erdoorheen vielen, konden veranderen. Licht was vanwege de ongelooflijke snelheid ervan natuurlijk verreweg de beste drager voor computers; niets kon daaraan tippen. Maar Hiroto's verbeeldingskracht ging nog verder. Hij had een computer voor ogen die niet alleen met lichtchips werkte, maar ook met barium-titaanprisma's die niet alleen gegevens met de snelheid van het licht stuurden, maar complete beelden. 'Denk je eens in,' had hij tegen Yuji gezegd, 'een computer die beelden kan zien, opslaan en ze weer even compleet weergeven. Fantastisch!'

Alle conventionele computers, zelfs de meest geavanceerde, zogenaamde neurale netwerksystemen, waren gebaseerd op de theorie van sturende elektrische impulsen langs afzonderlijke banen, die beveiligd waren tegen 'lekkage' naar naastliggende banen.

Maar Yuji wist dat het menselijk brein niet via dergelijke geïsoleerde banen functioneerde, maar juist een ritmische puls genereerde die wel wat weg had van de deining van de oceaan en die door grote delen van het brein golfde, zodat tegelijkertijd diverse synaptische activiteiten werden gestart. Met dat principe in gedachten zette Yuji zich aan een taak die min of meer neerkwam op het opnieuw uitvinden van de computer. Aanvankelijk bleken de in zijn model opgewekte pulsen bijna onmiddellijk daarna weer op te lossen. Het licht van het genie, dat heel even heel helder opflakkerde, doofde uit tot een beschamende duisternis.

Hij brak er zijn hoofd over hoe hij verder moest, toen Hana hem de volgende doorbraak aanreikte. Ze wees Yuji op de naweeën van een droom of zelfs een herinnering, waarin deze pulsen nog enige tijd doorwerkten. Met haar theorie als uitgangspunt begon Yuji aan een radicale verandering in de printplaten om zo deze neurale echo's een kans te geven. Het resultaat was het Orakel, of, om heel eerlijk te zijn, een Orakel in zijn kleutertijd. En opnieuw leek hij tegen een stenen muur op te lopen. Tot hij zich door Hana liet overtuigen dat hij in direct contact met het Orakel moest treden. Was het een geniale ingeving geweest, of de daad van een krankzinnige?

Yuji keek naar het beest en wist het niet.

Niet lang nadat hij en Chika tot hun nog wat onwennige alliantie hadden besloten, hoorde Wolf het gekraak van autobanden op de oprijlaan en hij wist dat Stevie terug was.

Hij opende de deur voor haar en ze kuste hem op de wang. 'Sorry, maar het duurde langer dan ik dacht. Hoe is het?'

'Prima.'

Ze leek op haar hoede. 'Je hebt bezoek, zie ik? Aan de Corvette te zien, is het niet een van je politievriendjes.'

'Nee, dat klopt.'

Op dat moment zag ze Chika achter hem staan. Hij kon de spanning in haar lichaam voelen toen ze de Japanse centimeter voor centimeter in zich opnam. 'Ik neem aan dat hier een verklaring voor is.'

'Ik wist niet dat ik je een verklaring schuldig was.'

Ze wierp hem een korte blik toe. 'Dat ben je ook niet.' Ze schoof langs hem heen en gooide haar tas neer naast de oude eiken kapstok die naast de deur stond.

'Stevie.'

Bij zijn aanraking bleef ze staan en liet zich vervolgens omdraaien, maar toen hij haar aankeek, was alle gevoel uit haar ogen verdwenen. 'Waarom zou je mij enige uitleg schuldig zijn? Alleen maar omdat ik voor je gezorgd heb, omdat je in mijn huis woont, omdat we... mijn God, Wolf, we hebben zulke intieme dingen gedeeld. Betekent dat dan helemaal niets voor je?'

'Heus wel, Stevie, maar waarom ben je zo kwaad?'

'Ik ben niet kwaad, alleen maar teleurgesteld.' Ze gebaarde met haar hoofd. 'Wie is zij, Wolf?'

'Dat weet ik niet, maar ik hoop dat zij mij kan leiden naar degene die Amanda vermoord heeft. Ik heb je niet alles verteld wat er gebeurd is. Ik moet dit doen, Stevie.'

Stevie wist instinctief dat dit de vrouw was waar Thornburg haar voor had gewaarschuwd - de vrouw waarmee Wolf zou vertrekken. Hij had haar gevraagd dat aan te moedigen, maar nu merkte ze dat ze dat niet kon - niet wilde! Nu ze op het punt stond hem te verliezen, besefte ze pas hoe dierbaar hij haar was. Ze moest op haar lippen bijten om haar tranen terug te dringen en ze wilde hem op dat moment bijna vertellen over Thornburg. Maar uiteindelijk zou ze toch diens blik van haat en verraad niet kunnen verdragen. Toch dreef een vreemde mengeling van schuld en liefde haar ertoe precies het tegengestelde te doen van wat Thornburg haar had gevraagd.

'En als ze nu eens niet is wie ze zegt, heb je daar al aan gedacht?' vroeg ze.

'Ja, natuurlijk.'

Hij was haar zo lief dat ze hem nauwelijks aan durfde kijken, bang dat hij het verraad in haar ogen zou zien. 'Nee, daar heb je de tijd nog niet voor gehad.'

'Ik moet inderdaad toegeven dat ik een, ingecalculeerd, risico neem.'

'Ah, nu komen we waar we wezen moeten. Een risico. Dat is waar je verslaafd aan bent.' Stevie schudde haar hoofd en sloeg haar armen om haar lichaam. 'God, dit kan niet waar zijn. Wolf, wordt het niet eens tijd dat je het Indiaantje spelen opgeeft en de echte wereld instapt?'

'Dit is de echte -'

'Nee, nee, de echte wereld. Zoals die waarin Amanda en ik elke maand samen ons haar lieten doen. Ons haar lieten doen, Wolf, want de tijd verstrijkt en we krijgen al wat grijze haren. Dat is de echte wereld, niet dit najagen van gevaarlijke schaduwen, dat wapengekletter, mijn zuster de dood injagen!'

Direct daarop sloeg Stevie een hand voor haar mond. 'O, Jezus, ik bedoelde het niet zo, Wolf.'

'Jij bent de therapeute, Stevie, je weet wel beter.' Hij schudde zijn hoofd.

'Ergens diep daarbinnen moet je me Amanda's dood wel kwalijk nemen. Ik weet het, Stevie, ik heb het vaker zien gebeuren. Zo is de menselijke natuur nu eenmaal. Je denkt, als Amanda hem nu maar nooit ontmoet had, zou ze nu nog leven.' Hij schudde zijn hoofd. 'Het heeft geen zin om het te ontkennen.'

'O, Wolf, het spijt me zo.'

'Ik moet nu gaan.'

'Nee, alsjeblieft.' Ze greep hem plotseling beet. 'Ik wil je hier, ik...'

Ze zweeg. Het was duidelijk dat ze met haar gevoelens worstelde. 'Ik ben bang voor je.'

'Maak je maar geen zorgen.'

'Hoe kun je dat nu zeggen?' Ze wierp opnieuw een blik op Chika. 'Je bent misschien al over een uur dood.'

'Stevie, ik had dood kunnen zijn na mijn val door het dakraam, ik had kunnen verdrinken in de vijver. Met die vrouw weet je het gewoon niet, maar ik heb geen andere keus.'

'Alsjeblieft, ga niet, maak niet zo'n haast om je eigen dood te ontmoeten.'

'Het is tijd.' Hij kuste haar teder. 'Ik zal je nooit naar behoren kunnen bedanken voor je hulp.'

'Ja, dat kun je wel. Blijf zo ver als je kunt van die vrouw vandaan. Ze is levensgevaarlijk, Wolf. Ze zal je vermoorden. Ik weet het gewoon.'

'Vaarwel, Stevie.'

'O, Christus, nee.' Ze balde haar vuisten toen Wolf naar Chika gebaarde en ze samen de nevels van de vroege ochtend instapten.;