Maart 2008, de nacht van zaterdag op zondag
Even klonk het als het krassen van een vogel, daarna werd het stil. Het lichaam werd zwaar in zijn armen en in de badkamerspiegel zag hij hoe haar hoofd naar achteren viel tegen zijn borst. Onnatuurlijk achteroverleunend, met gesloten ogen en haar mond wijdopen – ze kon zo in de bus in slaap zijn gevallen. Ze zou vermoedelijk spoedig wakker worden door die oncomfortabele houding en zou vervolgens weer in slaap vallen, wakker worden, indommelen, wakker worden... Maar nee, de gapende snee in haar hals en het bloed dat er steeds langzamer uit werd gepompt getuigden van wat anders. Deze vrouw zou nooit meer wakker worden.
Hij veegde het lemmet van het jachtmes af aan haar spijkerbroek en legde het op de wastafel. Zonder veel inspanning tilde hij haar vervolgens op, zijn rechterarm onder haar knieën en de linker achter haar schouders en nek. Hij droeg het compacte lichaam over de drempel van de badkamer naar de slaapkamer, waar hij het voorzichtig naast beide slapende kinderen op het tweepersoonsbed legde. Vervolgens keerde hij zachtjes en doelbewust terug naar de badkamer om zijn wapen te halen. Het meisje, dat tussen haar moeder en haar wat oudere broertje in lag, werd door de beweging in het bed gestoord, jammerde een beetje en tastte met haar duim naar haar mond.
Precies op het moment dat die zijn doel bereikte was hij terug met het jachtmes, en zonder ook maar een seconde te aarzelen sneed hij met één beweging de tere hals van het meisje door. Ze gaf geen kik en de rustige ademhaling van haar grote broer was het enige wat in de kamer hoorbaar was. Zelf haalde hij sowieso geen adem. Hij stond een paar seconden stil en keek naar het bloed dat uit het lichaampje stroomde. Snel liep hij om het bed heen naar de andere kant en boog zich over de diep slapende jongen, voordat hij ook aan diens jonge leven met een enkele beweging een einde maakte.