16. Ons laatste afscheid

Ondanks alles wat Kenneth had gezegd over zijn verlies aan enthousiasme voor zijn kunst, was hij slechts dagen na de onthulling van Neptune 's Daughter alweer bezig met het creëren van iets nieuws. De kunstcritici hadden Neptune's Daughter de hemel in geprezen en er werd in diverse kranten en tijdschriften over geschreven. Neptune's Daughter werd aan het museum geschonken, zoals Kenneth beloofd had, en later ontdekte ik dat hij rechter Childs had toegestaan het te kopen en aan het museum te schenken.

Holly bleef ook nog na de festiviteiten. In de volgende tien dagen ging ik twee keer bij hen eten, en één keer ging ik met May op de fiets naar het strand en lunchten we samen met Holly. Ik zag dat Cary gelijk had. Zij en Kenneth waren dichter naar elkaar toege-groeid. Ze leken allebei erg gelukkig.

Cary werkte aan Kenneths zeilboot. De apparatuur was gearriveerd en hij installeerde alles zelf. Er werd een eerste vaart gepland; we zouden met ons vieren een dag gaan zeilen. De boot lag nu in het water en mensen uit de stad, die het van Kenneth gehoord hadden, kwamen de boot bezichtigen. Longthorpe, een bankier, had voldoende belangstelling voor Cary's werk om een discussie te beginnen over de bouw van een boot voor hemzelf. Cary begon een nieuwe boot te ontwerpen, en we waren allemaal erg enthousiast. Ik vertelde het grootma Olivia, maar ze zei slechts dat het iets was dat alleen mannen die geld en tijd teveel hadden interessant zouden vinden. Niets wat te maken had met recreatie vond ze belangrijk. Ze beschouwde entertainers, sportlui en dergelijke als frivole mensen die nooit volwassen waren geworden. Toen ik er verder met haar over praatte, begreep ik dat ze die ideeën had overgenomen van haar nogal puriteinse vader, maar ze klampte zich eraan vast om haar door de beproevingen en ellende heen te helpen, die in haar gedachtegang de realiteit van het leven waren. Ze geloofde heilig dat de Schepper ons alleen op de aarde had gezet om te worden beproefd, om te lijden en te verdragen. Dat was het dichtst wat ze bij een religieuze overtuiging kwam, al nodigde ze de dominee geregeld uit en gaf ze bijdragen aan de plaatselijke kerk. Ze eindigde nooit een voordracht of een verklaring zonder erop te zinspelen hoe belangrijk het was om de familie te beschermen, hun reputatie te bewaken. Dat was het enige verweer dat we hadden tegen het onfortuinlijk lot.

Ik begon te denken dat ze misschien niet helemaal ongelijk had. Er was een wederzijds respect en een soort wapenstilstand tussen ons ontstaan, vooral nu het bijna zeker leek dat ik bij het verlaten van de school de afscheidsrede zou houden. Ze had een gesprek geregeld tussen mij en de directrice van een van de voorbereidingsscholen in New England. Ze geloofde dat ik haar recept voor een perfect leven volgde en bereidde me erop voor in haar voetsporen te treden.

Toen het laatste kwartaal van het schooljaar aanbrak, werden er plannen gemaakt voor de jaarlijkse variété-voorstelling, en de regisseur kwam naar me toe met de vraag of ik weer mee wilde doen. Ik stemde toe, en kort daarna begonnen de repetities. Toen ik op de tweede repetitie-avond uit school kwam, was Raymond, die me altijd kwam halen, er nog niet. Niet omdat hij te laat was. Mijn optreden was eerder geëindigd dan ik dacht en ik had besloten naar buiten te gaan en wat frisse lucht te happen terwijl ik wachtte.

Ik zag een auto geparkeerd staan aan de overkant van de straat. Een man zat achter het stuur. Een paar ogenblikken bleef ik naar de man en de auto staren, zonder dat het goed tot me doordrong wie hij was. Toen ik het besefte, had ik het gevoel dat ik in een plas ijskoud water was gestapt. Mijn benen werden zelfs gevoelloos. Hij draaide zijn raampje omlaag en wenkte me. Ik bewoog me niet en hij wenkte nadrukkelijker. Er was verder niemand te zien. Ik aarzelde en stak toen de straat over naar de auto. Teddy Jackson, mijn echte vader, glimlachte naar me en knikte.

'Ik heb op een kans gewacht om met je te praten,' zei hij, 'sinds het moment waarop je Adam naar me toe hebt gestuurd. Heb je een paar minuten?'

Ik keek op mijn horloge. Raymond zou pas over een kwartier komen, dacht ik.

Ik haalde mijn schouders op.

'Waarom?'

'We weten allebei waarom.' Hij bleef glimlachen, maar zijn glimlach verdween toen ik me niet bewoog. 'Alsjeblieft.'

Hij maakte het portier aan de passagierskant open en ik liep om de auto heen en stapte in.

'Hm,' zei hij. We keken allebei recht voor ons uit en niet naar elkaar. 'Ik geloof dat ik dit gesprek wel duizend keer in gedachten heb gerepeteerd.' Hij draaide zich naar me om. 'Hoe ben je er eindelijk achter gekomen?'

'Wat maakt dat voor verschil?'

'Ik dacht dat Haille het nooit aan iemand verteld had. Dat het een geheim was dat ze in het graf met zich had meegenomen. Heeft iemand anders het je verteld?'

Ik keek hem kwaad aan.

'Bent u bang dat iemand anders in deze stad u aan de kaak kan stellen? Is dat het?' vroeg ik verhit.

Hij staarde me even aan en keek toen weer door de voorruit.

'Ik heb een gezin, een vrouw die hier niets van afweet en een heel succesvolle advocatenpraktijk. Ik heb enige reden om er bang voor te zijn,' gaf hij toe. 'Maar het zit me toch dwars. Ik wil geen lafaard blijven, vooral niet nu ik zie hoe jij bent opgegroeid, hoe mooi en talentvol je bent. Ik zou je graag willen claimen.'

'Ik ben geen bezit, een stuk land of iets dat je eigendom is,' zei ik. 'Je kunt geen dochter claimen.'

'Zo bedoelde ik het niet. Wat ik wilde zeggen was dat ik graag trots op je zou willen zijn. Je hebt niets tegen Adam gezegd, maar hij was erg van streek. Hij wist niet wat hij ervan moest denken.'

'Wat heb je hem verteld?'

'Niets. De lafaard in me heeft weer gewonnen,' zei hij. 'Ik deed of ik net zo in de war was als hij. Maar hij is slim. Hij geloofde er niet in en een dezer dagen zullen we een vertrouwelijk gesprek hebben. Waarschijnlijk zal hij het dan wat minder geweldig vinden een Jackson te zijn,' voegde hij er tamelijk somber aan toe.

'Hij is verwend en arrogant,' zei ik. 'Hij mag best een paar toontjes lager zingen, misschien wel een heleboel.'

'Ja, hij is nogal een snob. Dat geef ik onmiddellijk toe. Het is mijn schuld.' Hij zweeg even, keek me aan en knikte toen. 'Ik denk dat ik je een soort verklaring schuldig ben.'

'Ik wil helemaal niets van u.'

'Ik wil je er graag iets over vertellen. Alsjeblieft.'

Ik zei niets. Ik bleef zitten, half verlangend de auto uit te springen, en half verlangend naar hem uit te vallen en te vragen waarom hij al die jaren zo laf was geweest. Ik wilde op zijn borst trommelen en hem in zijn gezicht slaan en gillen en gillen en gillen over de leugens, het bedrog, de mensen die leden terwijl hij zijn fraaie advocatenpraktijk opbouwde en zijn veilige gezinnetje stichtte.

'Bijna negentien jaar geleden was ik heel wat minder volwassen dan ik nu ben. Niet minder dan andere jongemannen van mijn leeftijd, maar ik was impulsief en vervuld van mezelf. Mijn carrière was begonnen. Ik had al vrij gauw succes, wat niet altijd goed is. Maar in mijn geval werkte het positief. Ik investeerde goed, vergaarde een vermogen, trouwde met een mooie vrouw en kreeg mijn eerste kind.

'Je moeder,' ging hij glimlachend verder, 'was in die tijd de aantrekkelijkste jonge vrouw in deze stad, en erg sexy. Ze kwam op je af op een manier die al je weerstand deed wegsmelten, en je hoofd op hol bracht met allerlei wilde fantasieën. Ze was,' zei hij lachend, 'een enorme flirt.'

ik wil niets meer horen over haar wilde gedrag,' zei ik. 'Elke man die haar heeft gekend en die ik heb gesproken, praat over haar alsof ze met een toverstaf zwaaide en hen hypnotiseerde.'

'Dat is niet zover bezijden de waarheid.'

'Dus u treft geen enkele schuld, wilt u dat soms zeggen?' snauwde ik. 'Het was allemaal haar schuld. Zij verleidde u en omdat ze u verleidde, voelde u geen verplichtingen?' De tranen brandden in mijn ogen en mijn hart bonkte.

'Nee, dat wil ik niet zeggen, al heb ik het heel lang wel zo beredeneerd,' antwoordde hij kalm. 'Ik liet haar een ander de schuld geven en moeilijkheden veroorzaken voor de familie Logan. Het was een makkelijke uitweg voor me, en die accepteerde ik.'

'Waarom deed ze dat?' vroeg ik. 'Waarom zei ze niet gewoon dat u het was?'

'Ik smeekte haar het niet te doen, maar ik geloof dat ze andere motieven had om het niet te doen. Ze deed het niet voor mij. Het had meer te maken met haar relatie met Olivia Logan en de rest van die familie. Kort gezegd, ik bofte dat ik de dans ontsprong en liet het erbij.

'Ik denk niet dat je alle pikante details wilt weten. Laat ik het erop houden dat we een paar gepassioneerde ontmoetingen hadden en, nou ja, de rest weet je.'

'Ja, de rest weet ik,' zei ik. Ik had de knop van het portier al in mijn hand.

'Wacht. Ik ben niet alleen gekomen om je dit allemaal te vertellen. Ik wil iets voor je doen,' flapte hij eruit.

'O? Zoals?'

'Ik weet het niet. Is er iets datje nodig hebt? Iets dat ik voor je kan kopen?'

'Koop een echte vader en moeder voor me,' zei ik. 'Koop een familie voor me met mensen die om elkaar geven en elkaar liefhebben.'

Hij schudde zijn hoofd.

'Het spijt me. Het zou niemand enig goed doen, het minst van allen de Logans, als ik een openlijke bekentenis zou afleggen, dat ben je toch met me eens?'

'Ja, uw biecht moet u afleggen voor een hoger gezag.' Ik zweeg even, maakte het portier open en draaide me toen om. 'Maar er is één ding dat u voor me kunt doen.'

'Zeg op,' zei hij snel.

'Houd Adam bij me uit de buurt,' zei ik.

'Afgesproken. En, Melody, het spijt me echt.'

Net toen ik uit de auto stapte, verscheen Raymond met de limousine. Haastig stak ik over en stapte in zonder om te kijken tot we waren gekeerd en terugreden naar grootma Olivia.

Mijn vader stond er nog, starend in een duisternis van eigen maaksel.

Het duurde eeuwen voor ik die avond in slaap viel. Ik lag te woelen en te draaien, mijn hoofd was versuft, vol nevelen. Wat had mijn vader pathetisch geklonken. Al zijn verklaringen, zijn beloften en goede bedoelingen konden het bedrog niet uitwissen. Laat het allemaal maar wegspoelen naar de zee waar het thuishoort, dacht ik. Laat me vrij zijn van een verleden dat me aan wanhoop wil ketenen.

De dag daarop voelde ik me uitgeput, en ik volgde de lessen als een zombie. Theresa bleef maar vragen of ik me goed voelde. Ze dacht dat mijn stemming misschien iets te maken had met Cary, omdat zijzelf

net de relatie met haar vriend had verbroken. Ik vertelde haar steeds weer dat het dat niet was, maar ze weigerde me te geloven.

'Als je wilt praten, bel me dan,' zei ze, zelfs een beetje beledigd.

Ik had het gevoel dat ik gevangen zat in een web van verwarringen, datje belette iets te doen of te zeggen wat juist was. Het was beter je terug te trekken in een cocon van stilte en te wachten tot het over was.

Toen ik Cary die middag zag, doorgrondde hij mijn gezicht even snel als plannen voor een nieuw jacht.

'Nog meer problemen met grootma Olivia?' vroeg hij.

'Nee, we cirkelen tegenwoordig van een veilige afstand om elkaar heen, als twee wolven die een zwijgende afspraak hebben gemaakt over eikaars territorium.'

Hij lachte.

'Dus?'

Ik dacht even na. Ik was naar Kenneths steiger gegaan om Cary gezelschap te houden terwijl hij de laatste hand legde aan de kajuit. Het was werkelijk een schitterende boot en even comfortabel van binnen als hij had voorspeld. Hij stopte met het bedraden van het fornuis en staarde me doordringend aan met zijn groene ogen.

'Wat is er, Melody? Heb je bericht van je moeder?'

'Nauwelijks,' zei ik lachend. 'Ik verwacht eerder bericht te krijgen van de koningin van Engeland.'

'Wat is er dan?' Toen ik geen antwoord gaf, draaide hij zich om en legde zijn gereedschap opzij. 'Als we elkaar nu niet onze diepste geheimen en gevoelens kunnen toevertrouwen, zullen we elkaar nooit vertrouwen,' zei hij. Ik keek hem vol liefde aan. Ik kon mezelf gelukkig prijzen dat ik hem had, dacht ik, iemand die me zo toegewijd was. Zou een van grootma Olivia's jongemannen van zogenaamd gedistingeerde families half zoveel liefde voor me kunnen hebben als Cary? Zouden ze me niet alleen maar zien als een stukje van de puzzel die hen succesvol moest doen lijken in de ogen van hun ouders en vrienden? Alsof hij mijn gedachten kon lezen, zei Cary: 'Ik hou van je, Melody, en dat betekent dat ik pijn voel als jij die voelt, en triest ben als jij triest bent, en gelukkig als jij gelukkig bent.'

Ik knikte. Hij wachtte en ik haalde diep adem.

'Cary, ik weet wie mijn echte vader is,' zei ik, 'en hij woont hier in Provincetown.'

Hij staarde me aan en liet zich langzaam op de grond zakken, met zijn rug tegen de kast.

'Wie?' vroeg hij met ingehouden adem.

'Teddy Jackson,' antwoordde ik. Even bleef hij verbluft zitten, knipperend met zijn ogen, zijn gezicht onveranderd. Toen begon het tot hem door te dringen; zijn mond viel half open, zijn ogen ver-somberden.

'Je bedoelt dat dat stinkdier, die haai, dat schuim van de zee je halfbroer is?' Ik knikte. 'Hoe heb je het ontdekt?'

'Mamma heeft het me eindelijk verteld toen ik in Los Angeles was.'

'En je hebt het al die tijd geheimgehouden?'

'Ik wilde het niet geloven of het onder ogen zien. Ik heb mijn best gedaan hem en mijn halfzus Michelle, die ironisch genoeg de pest aan me heeft, zoveel mogelijk te vermijden. Ik dacht dat ik het met de andere leugens kon begraven.'

'Wat is er gebeurd?'

Ik vertelde hem van mijn ontmoeting met mijn vader de vorige avond. Hij luisterde meesmuilend en knikte.

'Helemaal in stijl. Het spijt me, maar ik moetje ook iets bekennen,' zei hij. 'Ik ben blij toe.'

'Blij? Blij dat Teddy Jackson mijn echte vader is? Dat Adam en Michelle mijn halfbroer en halfzus zijn?'

Hij staarde naar de vloer.

'Er zijn momenten geweest... door dingen die hij zei, opmerkingen die hij maakte, de manier waarop hij jou en je moeder behandelde dat ik bang was... vermoedde...' Hij keek naar me op. 'Ik was zo bang dat mijn vader jouw vader zou zijn.'

'Wat?' Ik wilde lachen, maar hield me bijtijds in. Ik besefte hoe vreselijk het voor hem geweest moest zijn met dat idee rond te lopen.

'Ik dacht dat hij je dat had opgebiecht die dag in het ziekenhuis toen hij je bij zich liet komen omdat hij dacht dat hij op zijn sterfbed lag.'

'Maar als ik dat had geweten, Cary, dacht je dan dat ik... dat ik zou hebben geduld dat we minnaars werden?'

'Ik hoopte van niet, maar het was een nachtmerrie voor me.'

'Ik heb er ook over nagedacht,' zei ik. 'We zijn zo'n verre neef en

nicht van elkaar dat het niet belangrijk is,' beweerde ik op ferme toon.

'Dat zegje nu, maar grootma Olivia heeft je leven uitgestippeld als een kaart voor een zeereis. Denk je dat ik niet weet waarom ze wil dat je zo'n fijne dame wordt en naar die snobistische scholen gaat?'

'Het doet er niet toe wat ze wil. Ik heb er genoeg van me zorgen te maken over wat andere mensen van me willen of verwachten. Je had gelijk toen je zei dat we moeten beginnen aan het heden en aan onszelf te denken en niet langer het verleden op te graven,' zei ik.

Hij glimlachte zo warm en vol liefde, dat ik verlangde naar zijn omarming. Hij voelde mijn emoties aan en stond op en kwam naar me toe. We kusten elkaar, een lange, tedere maar intense kus, die alle pijn en duisternis uit ons verjoeg. Hij tilde me voorzichtig op de bank en we kusten elkaar steeds hartstochtelijker. Onze lippen streelden eikaars gezicht en hals. Zijn handen gleden onder mijn blouse en legden zich om mijn borsten. Ik draaide me kreunend om en hij kwam naast me liggen. Ergens in mijn achterhoofd probeer-de een klein stemmetje me te waarschuwen, me te smeken met mijn hoofd en niet met mijn hart te denken. Maar Cary's lippen voelden zo zacht aan op mijn borsten en deden mijn hele lichaam tintelen. Ik voelde me wegzweven, omlaag zinken, zonder dat het me iets kon schelen. Ik had er genoeg van om redelijk en logisch te zijn. Ik wilde roekeloos zijn.

Ik voelde me volkomen zorgeloos en bood geen weerstand en hielp hem zelfs mijn rok uit te trekken. We vrijden met elkaar op die splinternieuwe bank, waarvan het materiaal heerlijk zacht aanvoelde onder mijn naakte rug. We verklaarden elkaar zo hartstochtelijk onze liefde dat we geen van beiden ook maar een seconde aarzelden. Hij was in me, hield me vast, wiegend, alle trieste gedachten verjagend. Ik dacht aan niets anders dan de smaak van zijn lippen en de aanraking van zijn vingers. We kwamen tegelijk klaar, onze ziel en lichaam vermengden zich gedurende een ogenblik waarin ik een deel van hem was en hij van mij.

We verbaasden ons allebei dat we ons zo uitgeput voelden en moesten lachen om onze wanhopige pogingen om op adem te komen. Een tijdlang klampten we ons met bonzend hart en nog steeds naakt aan elkaar vast. Toen kwam hij langzaam overeind en keek op me neer.

ik...'

Ik legde mijn hand op zijn mond.

'Nee, geen excuses. Niets zeggen, Cary. Er is niets aan de hand.'

Hij glimlachte.

'Ik zou toch liegen als ik zei dat het me speet,' gaf hij toe, en we lachten.

Toen hoorden we het geluid van een opgewonden blaffende hond.

'Wat is dat?'

'Klinkt als Prometheus. We moeten ons gauw aankleden,' zei hij. Haastig trokken we onze kleren aan en hoorden Holly en Kenneth roepen. Ik borstelde snel mijn haar en keek in de wandspiegel, maar tijd om meer te doen was er niet. Ze riepen ons.

'Wat is er?' vroeg Cary verbaasd, toen we de smalle trap opklommen naar het dek.

Holly en Kenneth stonden op de steiger en Holly hield een andere kastanjekleurige retriever-pup in haar armen. Prometheus danste blaffend om hen heen.

'Hij gaat Prometheus gezelschap houden,' zei ze. 'We noemen hem Neptunus ter ere van Kenneths sculptuur.'

'O, wat een schat,' zei ik, haastig de boot afkomend. Ze gaf hem aan me en hij likte mijn gezicht.

'Gaat alles goed daar beneden?' vroeg Kenneth aan Cary. Zijn blik ging van hem naar mij en weer terug. Cary bloosde.

'Uitstekend,' zei hij.

'Het blijft dus aanstaande zaterdag?'

'Geen probleem voorzover ik kan zien,' antwoordde Cary vastberaden.

'Oké, dan doen we het vrijdag, hè, Holly?'

'Zo gemakkelijk kom je er niet vanaf, Kenneth Childs.'

'Waar komt hij niet zo gemakkelijk van af?' vroeg ik.

'Als hij ook maar één ogenblik denkt dat we dat als een huwelijksreis zullen beschouwen...'

'Huwelijksreis!' riepen Cary en ik tegelijk uit.

Ze keken ons allebei stralend aan.

'O, Holly, gefeliciteerd,' riep ik uit, en we omhelsden elkaar. Neptunus drong zich tussen ons in. Hij blafte verontwaardigd, en Prometheus viel hem bij.

'Het wordt een eenvoudige huwelijksplechtigheid in het huis van mijn vader,' zei Kenneth.

'Echt waar?'

'Het was Holly's idee om ons door hem te laten trouwen. Ik dacht dat het ons geld zou besparen, dus...'

'Kenneth, dat is geweldig!' zei ik. Ik straalde van blijdschap voor hen beiden.

'Ik dacht wel dat jij er zo over zou denken,' zei hij. 'Kom, ik moet weer aan het werk. Het ziet ernaar uit dat deze creatie zal worden onderbroken door iets dat ze een huwelijksreis noemen,' verklaarde hij.

Cary en ik keken hen na toen ze terugliepen naar het huis.

'Ik hoop dat wij dat op een dag zullen doen,' zei hij. Ik pakte zijn hand.

'Dat zullen we,' beloofde ik.

Hij sloeg zijn arm om me heen.

Misschien was het aan het veranderen. Misschien waren de dreigende wolken eindelijk overgedreven, dacht ik.

Twee dagen later reed Cary me naar grootmama Belinda voor mijn wekelijkse bezoek. Cary ging graag op bezoek bij grootpa Samuel. Hij zei dat hij hem tenminste aan de praat kon krijgen over het vis-sen. Ik brandde van verlangen grootmama Belinda al het goede nieuws te vertellen. Het leek of de enige bagage die ik ooit meebracht als ik haar bezocht koffers vol droefheid en tragedies waren. Ze bracht nog steeds veel tijd door met Mandel, maar deze keer zag ik hem eerst in de foyer, waar hij zat te dammen met een andere man. Hij herkende me en glimlachte naar me.

'Fijn datje er bent,' zei hij. 'Ze heeft gezelschap nodig. Ik probeer Braxton hier al de hele week te verslaan met dammen, maar ik krijg nooit de tijd. Ze verliest me niet uit het oog,' verklaarde hij met een twinkeling in zijn ogen.

'Dat is alleen zijn excuus omdat hij bang is van me te verliezen,' zei Braxton. 'Die arme, oude dame de schuld geven. Schaam je, Mandel.'

'We zullen gauw genoeg zien wie zich moet schamen,' antwoordde Mandel en sloeg een van Braxtons stenen.

Cary lachte.

'Ze zit op een bank in de tuin,' zei Mandel.

Cary en ik gingen uiteen in de gang; hij ging eerst naar de kamer van grootpa Samuel. Het was een heel warme en heldere middag. De bloemen stonden in volle bloei. Seringen met hun donkerpaarse toortsen klommen tegen de muren en hekken op. Bijen zoemden boven de christusdoorn. De gele theerozen straalden en overal zag ik petunia's. Ik wist hoe graag grootmama Belinda buiten zat, hoe ze genoot van de zon en de prachtige regenboogkleuren om zich heen.

Ik vond haar op haar gebruikelijke bank, met een flauw glimlachje om haar lippen en met gesloten ogen, haar hoofd achterover, genietend van de zon. Haar handen lagen in haar schoot en ze droeg een van haar mooie, gebloemde jurken en een met parels versierde kam in haar haar. Onwillekeurig vroeg ik me af of ik er zo uit zou zien als ik zo oud was als zij.

'Hallo, grootmama,' zei ik, toen ik dichterbij kwam. De laatste tijd begon ze zich steeds meer over me te herinneren, al zei ze nog steeds heel weinig over mijn moeder en stelde ze geen vragen.

Ze gaf geen antwoord, dus ging ik naast haar zitten en nam haar hand in de mijne. Zodra ik dat deed ging een schok van angst en schrik als een elektrische stroom door me heen. Mijn hart stond stil en begon toen wild te kloppen. Haar hand was ijskoud.

'Grootmama?' Ik schudde haar heen en weer. Haar lichaam trilde even, maar haar ogen bleven gesloten. Haar lippen gingen iets verder vaneen. 'Grootmama Belinda!'

Ik schudde haar nog harder en draaide me toen om en schreeuwde naar de dichtstbijzijnde verpleger.

'Gauw!' gilde ik. Hij holde naar ons toe.

'Wat is er?'

'Ze wil niet wakker worden,' zei ik. Hij knielde naast haar neer, voelde haar pols, opende haar ogen en schudde toen zijn hoofd.

'Ze is weg,' verklaarde hij, alsof ze net was opgestaan en weggewandeld.

'Weg? Ze kan niet weg zijn. Ze glimlacht. Ze is gelukkig.'

'Het spijt me,' zei hij en schudde zijn hoofd.

'Nee. Alstublieft. Roep de dokter. Roep iemand!'

'Rustig. Ik zal mevrouw Greene roepen,' zei hij. Toen boog hij zich naar me toe. 'Ze vindt het niet prettig als we te veel ophef maken als zoiets gebeurt,' zei hij luid fluisterend. 'Het brengt de anderen in de war en maakt alles moeilijker.'

'Het kan me niet schelen wat ze denkt. Roep een dokter!'

Hij stond op.

'O, grootmama Belinda, alsjeblieft, ga niet heen. Nog niet. We leren elkaar net kennen en u bent alles wat ik heb. Wacht alstublieft,' smeekte ik haar.

Ik nam haar koude hand weer in de mijne en ging naast haar zitten. De tranen stroomden over mijn wangen, en mijn lichaam wiegde zacht heen en weer. Zwijgend prevelde ik een gebed en bleef haar smeken nog even bij me te blijven.

Even later kwam mevrouw Greene haastig het pad af, vergezeld van twee andere broeders en een verpleegster. De verpleegster liep onmiddellijk naar grootmama Belinda en deed dezelfde uitspraak.

'Haal de brancard uit de ziekenboeg,' beval mevrouw Greene de broeders. 'Breng hem door de zijdeur en breng haar langs dezelfde weg terug. Ik zal het mortuarium bellen.'

'Nee!' riep ik uit en verborg mijn gezicht in mijn handen.

'U kunt meegaan naar mijn kantoor, als u wilt,' zei ze kortaf. 'Ik moet meteen mevrouw Logan bellen. Maakt u zich geen zorgen. Alles is geregeld. Dat doen we altijd zodra we een nieuwe patiënt accepteren.'

'Wat praktisch,' antwoordde ik, de tranen van mijn wangen vegend.

Ze tuitte geërgerd haar lippen en knikte tegen de broeders, die haastig weggingen.

'Blijf bij haar,' beval ze de verpleegster. Toen draaide ze zich om en liep terug naar het gebouw.

Ik draaide me om naar grootmama Belinda en streek haar haar uit haar gezicht. De verpleegster glimlachte naar me.

'Ze is gelukkig gestorven, ze dacht aan iets plezierigs,' zei ze. 'En ze vond het zo heerlijk hier buiten,' ging ze verder. 'Ik weet het,' kermde ik door mijn tranen heen.

'Dit is veel beter dan wanneer ze ziek was geworden en in de ziekenkamer had moeten liggen,' ging de verpleegster verder, meer ter wille van mij dan van grootmama Belinda.

'Ik moet het Cary vertellen,' dacht ik hardop. Ik stond op.

'Ik blijf bij haar,' beloofde de verpleegster.

Ik keek weer naar grootmama Belinda. Haar lippen begonnen paars te kleuren en haar glimlach leek voor mijn ogen te vervagen. Ik bukte me om haar nog één keer aan te raken en liep toen weg. Het leek of er een steen in mijn borst rustte.

Cary was in de kamer van grootpa Samuel, die rechtop in bed zat. Hij had zijn ochtendjas aan en was ongeschoren.

'Hij zegt niet veel,' begon Cary, maar toen hij me aankeek zag hij dat er iets verschrikkelijks gebeurd was. 'Wat is er? Je kijkt zo geschrokken.'

'Het is grootmama Belinda, Cary,' zei ik half snikkend. 'Ze is dood. Ze is net gestorven, in de tuin, vlak voordat ik kwam!'

Hij stond snel op en omhelsde me terwijl ik stond te huilen. Grootpa Samuel leek ons eindelijk op te merken en kwam langzaam bij uit zijn versufte toestand.

'Laura?' zei hij. Cary draaide zich naar hem om.

'Nee, grootpa. Het is Melody. Ze komt net terug van Belinda. Ik vrees dat we slecht nieuws hebben, grootpa. Belinda is weg.'

'Weg?' Hij keek naar mij, naar mijn betraande gezicht en bloeddoorlopen ogen. ik heb haar gezegd dat ze het niet moest doen. Ik heb haar gezegd dat het verkeerd was, maar ze zei dat dat het beste was, het beste voor iedereen.' Hij staarde naar zijn handen en schudde zijn hoofd. 'Ze wist altijd wat het beste was, dus wat moest ik zeggen?'

'Hij is meer in de war dan ooit,' zei Cary. 'Wat gebeurt er nu?'

'Ze brengen haar naar de ziekenkamer en bellen grootma Olivia. Alles is al geregeld. Dat hebben ze al vijf minuten nadat ze hier werd opgenomen gedaan,' voegde ik er bitter aan toe. 'Grootma Olivia denkt aan alles, ze plant en intrigeert, en vergeet niets, uit angst dat er ook maar een ogenblik van gêne zou ontstaan voor haar dierbare familie.'

Cary knikte.

'Maar,' zei hij, 'je waardeert zoiets wél op een moment als dit.'

Ik haatte het om hem gelijk te geven, ik gunde haar de eer niet.

'Breng me alsjeblieft naar huis,' zei ik.

'Oké. Grootpa, we moeten naar huis. Ik kom terug om u te bezoeken.'

Grootpa Samuel keek ons met een heel serieus gezicht aan. Zijn ogen waren klein en donker, en hij knikte met samengeknepen lippen.

'Ze vond dat dat het beste was,' zei hij. 'Maar ik ben er niet van overtuigd. Ga naar het souterrain. Oordeel zelf maar,' ging hij verder.

'Hij is erg in de war vandaag,' legde Cary uit. Hij drukte zachtjes grootpa's hand, gaf hem een klopje op zijn schouder en bracht me naar buiten.

We gingen niet naar mevrouw Greenes kantoor en ook niet naar de damtafel om het Mandel te vertellen. Het leek me beter als hij het zelf ontdekte. Ik had nog steeds het gevoel dat ik in een nevel rondliep.

'Het spijt me,' zei Cary, toen we wegreden. 'Ik weet hoe graag je haar wilde leren kennen.'

'Het ging gebeuren, Cary. Elke keer als ik kwam leek ze zich meer te herinneren.'

'Ik ga meteen naar huis en vertel het aan ma,' zei hij, toen we bij grootma Olivia waren. 'Blijf rustig. Ik bel je later.'

'Het gaat wel,' zei ik en kuste hem.

Ik vond grootma Olivia in grootpa Samuels kantoor, waar ze zat te telefoneren. Ze keek even op toen ik binnenkwam, maar zette haar gesprek met het mortuarium voort.

'Ja,' zei ze, 'ik wil een korte dienst, maar het luxe bloemenarran- gement. Nee,' ging ze vastberaden verder, 'u kunt de kist onmiddellijk sluiten. Dank u.'

Ze hing op.

'Eigenlijk dacht ik dat ze langer zou leven dan ik. Ze is jonger en niets hinderde haar ooit half zoals het mij hinderde.'

'Misschien hebt u gewoon nooit gezien hoe erg ze het vond. U hebt haar daar nauwelijks bezocht,' viel ik uit.

'Praat niet op die toon tegen me. Ik wens geen verwijten te horen omdat ik haar beschermd heb en voor haar gezorgd. Op een dag zul je je dat alles realiseren, vooral als je ziet hoe de meeste mensen voor hun zieke familieleden zorgen. Er zijn zoveel aan de kant gezette mensen in dit land,' ging ze verder. 'Ik heb er in ieder geval voor gezorgd dat ze met enige waardigheid en in comfort kon leven en dag en nacht verzorgd werd door professionele hulp.'

'Ze hoorde daar niet. Ze hoorde thuis,' snauwde ik. 'Ze was niet gek. Ze was alleen maar in de war. Grootpa Samuel hoort daar ook niet. U hebt geld genoeg om hem hier in zijn eigen huis, zijn eigen

omgeving te laten verzorgen.'

'Om wat te doen? Hier rond te zitten en te kwijlen, of naar buiten te worden gedragen om in een stoel op het grasveld te zitten, zodat iedereen hem kan zien? Niemand van zijn zogenaamde vrienden zou hem kunnen opzoeken. De meesten zijn er erger aan toe of dood. Het zou alleen maar gênant zijn voor de familie. Zelfs al besteedde ik een fortuin aan hem en zorgde ik voor vierentwintig uur per dag hulp, dan zou ik niets aan zijn conditie kunnen veranderen. In ieder geval heeft hij in het tehuis goede medische verpleging, een goed dieet en wat gezelschap. Je moet niet direct met je oordeel klaar staan over dingen waar je zo weinig van weet,' zei ze op scherpe toon. 'Je bent laat in deze familie terechtgekomen. Je weet niets over alle stormen die ik heb moeten trotseren. Belinda is altijd moeilijk geweest en op de een of andere manier altijd een probleem, en Samuel was geen lot uit de loterij, maar ik heb mijn best gedaan voor iedereen,' besloot ze ferm. 'Mij treft geen schuld. Haar dochter, dat is degene die alles op haar geweten heeft.'

Ze haalde diep adem en even zag ze doodsbleek. Toen vermande ze zich en stond op.

'Er is nog veel te doen, ook al heb ik geprobeerd alles van tevoren te regelen.' Bij de deur bleef ze staan en draaide zich naar me om. 'Was je erbij toen het gebeurde?' vroeg ze zacht en bijna bezorgd.

'Nee. Ze was al weg toen ik haar vond in de tuin. Ze... glimlachte.'

Grootma Olivia knikte.

'Waarschijnlijk dacht ze aan de man met de zeis als de zoveelste bezoeker die haar om een afspraak kwam vragen,' zei ze een beetje weemoedig. 'Ze was een mooi meisje. Iedereen maakte haar altijd complimentjes over haar volmaakte gelaatstrekken. Het zal niet lang duren of ik zal weer voor haar moeten zorgen. Je verliest je lasten niet omdat je deze wereld verlaat,' mompelde ze en verliet het kantoor.

Ik bleef even staan en keek peinzend om me heen. Ik voelde een smörgasbord van emoties: droefheid, gekweldheid, verwarring en sympathie. Ik ging achter het bureau zitten. Mamma moet het weten, dacht ik. Ze moet weten dat haar eigen moeder net is gestor-ven. Ik staarde naar de telefoon. Ik had niet één keer geprobeerd met haar in contact te komen sinds mijn terugkeer en zij had evenmin iets van zich laten horen, maar ik wist het telefoonnummer nog. Ik hield mijn adem in, nam de hoorn op en draaide. Hij ging één keer over en toen kreeg ik een automatische boodschap.

'Sorry, maar dit nummer is niet langer in gebruik,' hoorde ik.

'Wat?'

Ik draaide opnieuw en kreeg weer hetzelfde bericht. Waar was ze? vroeg ik me af. Ze had altijd beweerd dat de telefoon zo belangrijk was voor iemand die audities deed en rollen en opdrachten wilde hebben. Ik belde informatie en vroeg de telefoniste of er een nieuw nummer bekend was. Ze vertelde dat er niets genoteerd stond.

Gefrustreerd dacht ik erover Mei Jensen te bellen, maar ik vroeg me af hoe ik moest verklaren dat ik niet wist wat er gebeurd was met een vrouw die zogenaamd mijn zus was. Toch belde ik ten slotte en sprak met zijn kamergenoot, omdat Mei een auditie deed.

'Gina Simon?' zei hij. 'Die heb ik al een hele tijd niet meer gezien, al maanden niet meer. Ik weet niet waar ze naartoe is. Eerlijk gezegd geloof ik dat Mei iets zei dat haar huurcontract verlopen was en de eigenaar het haar lastig maakte.'

'O, nou ja, bedankt.'

'Zal ik vragen of Mei je belt? Waar ben je?'

'Nee, het is in orde,' zei ik, nog meer in verlegenheid gebracht. 'Zeg maar dat ik hem het allerbeste wens en veel geluk.'

'Ik zal het doen.'

Ik hing op en bleef nog even zitten, denkend aan mamma. Voorzover ik wist had ze al die jaren dat haar moeder nog leefde weinig belangstelling voor haar getoond. Droevig als het was, ik dacht niet dat ze erg van streek zou zijn omdat ze niet had gehoord dat haar moeder gestorven was.

Misschien had grootma Olivia gelijk: misschien was grootmama Belinda veel beter af geweest in het tehuis. Daar pretendeerde in ieder geval niemand méér te zijn dan hij of zij was. Ze zorgden voor je omdat ze betaald werden om voor je te zorgen, en als ze je aardig vonden en iets extra's voor je deden, dan was dat oprecht gemeend en simpel.

De begrafenis van grootmama Belinda werd goed bezocht, maar niet omdat zoveel mensen zich haar herinnerden. Sommige mensen dachten zelfs dat ze al lang geleden was gestorven. De mensen kwamen omdat het de zuster was van grootma Olivia, en grootma Olivia genoot nog steeds veel aanzien in de gemeenschap. De dienst werd bijgewoond door regeringsfunctionarissen, bijna alle invloedrijke zakenlieden en intellectuelen. Ik zag mijn vader en zijn vrouw, maar ik vermeed het zo veel mogelijk hem aan te kijken, en hij zei niets tegen me.

Grootma Olivia begroette de rouwenden niet na afloop van de dienst. We gingen allemaal naar het kerkhof en daarna vertrokken de rouwenden, behalve rechter Childs, Kenneth, Holly, Cary, May en tante Sara, die met ons teruggingen naar huis. Grootma Olivia zei dat een wake en het te eten geven van een hoop mensen alleen maar een verlenging betekende van het laatste afscheid, en een uitstel om verder te gaan met het leven.

Toch kregen we iets te eten, en later zaten we allemaal achter het huis te praten. Holly ging met tante Sara en May een wandeling langs het strand maken. Holly en tante Sara konden het tegenwoordig goed met elkaar vinden. Ze hielp tante Sara zelfs over haar rouw heen te komen. Grootma Olivia viel in slaap in haar stoel, terwijl Cary over de boot praatte met rechter Childs en Kenneth.

Ten slotte gingen Cary en ik in de vallende schemering naar de steiger, waar de meeuwen sierlijk boven het zilverkleurige water zweefden.

'Ik vraag me af of Holly gelijk heeft. Of we werkelijk allemaal terugkeren naar een of ander spiritueel lichaam en dan weer opnieuw beginnen,' zei ik.

Cary zweeg even en keek me toen glimlachend aan.

'Ik ben opnieuw begonnen. Ik ben opnieuw begonnen toen jij hier kwam,' zei hij. 'Dus misschien is het waar. Misschien is het de liefde die ons tot leven wekt.'

Ik leunde tegen zijn schouder en hij legde zijn arm om me heen, zodat ik me veilig voelde. De zon zakte verder naar de horizon. De wolken dreven naar de horizon alsof ook zij omlaag zakten. De meeuwen riepen ons vanuit de schaduw.

En ik nam zachtjes afscheid van de grootmoeder die ik nauwelijks gekend had, maar wier zachte ogen me vulden met beloften die ik moest houden.