15. De onthulling
Naarmate de dag van de opening van Kenneths expositie van Neptune 's Daughter naderde, steeg de opwinding in Provincetown. Kunsttijdschriften stuurden schrijvers en fotografen. Verslaggevers van kranten uit New York City, Boston, en zelfs helemaal uit Washington D.C. en Chicago kwamen voor interviews en foto's. Een uitnodiging voor het galafeest na de opening in de Mariner's Gallery was een exclusiviteit. Kenneth vertelde me dat ik, nu ik een expert was in etiquette en formaliteiten, hem zou moeten helpen met het ontwerp en de tekst van de uitnodigingen. De eigenaar van de galerie gaf ons een geselecteerde lijst mensen die moesten worden uitgenodigd, met de opmerking dat deze mensen hadden geïnvesteerd in kunst en invloed hadden in de gemeenschap.
Twee dagen voor de opening en het feest belde Kenneth en vroeg me hem te vergezellen naar het huis van de rechter, waar we een afspraak hadden met de cateraars.
'Ik ben niet goed in die dingen,' beweerde hij. 'Ik heb een vrouwelijk standpunt nodig.'
Ik wist dat hij er gewoon tegenop zag om naar het huis van zijn vader te gaan. Ik had begrepen dat hij er in jaren niet meer was geweest. De rechter was ook nerveus. Dat vertelde grootma Olivia me.
'Het heeft alles in zich om een geweldig evenement te worden,' zei ze, 'maar we moeten ervoor zorgen dat er zich geen onaangenaamheden voordoen en zeker niets dat de onlesbare dorst van het roddelcircuit kan lessen. Ik weet dat je een oneindig lange tijd in Kenneths huis hebt doorgebracht, en al heb ik de sculptuur nog niet gezien, ik weet, net als alle anderen zullen weten, dat jij er model voor hebt gestaan.
'Ik reken op jou om te helpen eventuele moeilijke gevoelens te verzachten. Met andere woorden,' zei ze met een wrange grijns, 'zorg ervoor dat Kenneth zich behoorlijk gedraagt. Doe je best dat hij zich fatsoenlijk aankleedt en doe iets met dat mos op zijn gezicht dat hij een baard noemt en die zwabber op zijn hoofd die voor haar door moet gaan.'
'Artiesten zijn geen zakenmensen, grootma Olivia. Het publiek begrijpt Kenneth.'
'Niet dit publiek,' verzekerde ze me. 'Eigenlijk,' onthulde ze me in een zeldzaam mild moment, 'maak ik me ongeruster over de rechter. Hij heeft geen nacht geslapen sinds hij heeft aangeboden zijn huis beschikbaar te stellen voor het galafeest. Ik heb hem gezegd dat het een dwaas gebaar was, maar hij wilde het met alle geweld doen.'
'Alles komt op zijn pootjes terecht,' zei ik.
Ze knikte en nam me aandachtig op.
'Je bent gegroeid en volwassener geworden sinds je hier woont. Ik kan je overigens zeggen dat ik van de docenten op school alleen maar goede dingen over je gehoord heb. En de mensen bewonderen de manier waarop je voor mijn gehandicapte kleindochter zorgt. Ik voel dat mijn vertrouwen in jou en in je mogelijkheden terecht is geweest. Doe niets om dat vertrouwen te verbreken,' voegde ze er op haar gebruikelijke, dreigende toon aan toe.
'Dank u, denk ik,' antwoordde ik, en ze glimlachte bijna.
'Ben je deze week bij mijn zuster geweest en heb je Samuel bezocht?' vroeg ze.
'Ja.' Ik vroeg me af of ze ook wist dat Cary me daarheen had gereden. Als ze het wist, liet ze dat niet merken. 'Ze zijn allebei ongeveer hetzelfde gebleven. Geen verbetering. Grootpa Samuel zit het grootste deel van de tijd domweg voor zich uit te staren en schijnt nauwelijks te merken dat ik er ben.'
'Er komt geen verbetering,' voorspelde ze. 'Het is geen instituut waar je naartoe gaat om beter te worden. Je wacht er alleen maar. Gods wachtkamer,' mompelde ze. 'Ik denk dat jij me er op een dag ook naartoe zult sturen. Als dat nodig is, aarzel dan niet,' adviseerde ze me. 'Hopelijk zal dat nog wel even duren, maar als mijn tijd gekomen is, het zij zo.'
Voor het gala stelde grootma Olivia voor dat ik de jurk zou dragen die Dorothy Livingston in Beverly Hills voor me had gekocht. Al die maanden had ze geen woord gezegd over de twee dure outfits die in mijn kast hingen, maar ik wist dat ze ervan op de hoogte was.
'Het heeft geen zin zoiets ongebruikt te laten hangen. Als iemand dom genoeg is zoveel geld uit te geven, nou ja... dan moetje ervan profiteren. Ik wil je natuurlijk eerst erin zien,' voegde ze eraan toe.
Ik knikte en holde naar boven om hem aan te trekken. Ze bekeek me een paar ogenblikken aandachtig en knikte toen.
'Geschikt,' verklaarde ze toen, 'voor een dergelijke gelegenheid. Je bekleedt nu een bepaalde positie in deze gemeenschap. Daar moet je je uiterlijk bij aanpassen. Er zal ook een aantal jongemannen uit vooraanstaande families op het feest zijn. Ik hoop datje met een paar van hen kennismaakt. Natuurlijk zal ik ervoor zorgen dat je behoorlijk wordt voorgesteld. Wat doe je met je haar?'
'Mijn haar?'
'Ik kan mijn kapper voor je laten komen, als je wilt.'
'Nee, ik denk dat ik het gewoon los laat hangen. Misschien mijn pony wat bijknippen, maar dat kan ik zelf.'
'Zoals je wilt. Ik heb een ketting met robijnen en saffieren die bij die jurk past,' ging ze verder. 'Hij was van mijn moeder.'
'Heus? Dank u.' Ik voelde me vereerd dat ze me zoiets toevertrouwde, al was het maar voor één avond.
Ik vertelde Kenneth over grootma Olivia's nieuwe en verbeterde imago. Ik dacht dat hij zou lachen en een spottende opmerking maken over de vorstelijke dame of zoiets, maar hij werd te veel afgeleid door zijn eigen gedachten en ongerustheid. Ik praatte voor-namelijk om te voorkomen dat we in een dodelijk stilzwijgen verder zouden rijden.
Toen we op de oprit naar het huis van de rechter kwamen, was Kenneth bijna omgedraaid.
'Dit is verkeerd,' mompelde hij. 'Ik had nooit moeten toestemmen. Een receptie in de galerie was meer dan voldoende geweest.'
'Kenneth, alsjeblieft. Je weet dat iedereen zich verheugt op een groot feest. We zullen ervoor zorgen dat het leuk wordt.'
'Leuk,' herhaalde hij alsof het een smerig woord was.
Het huis van de rechter kwam in zicht. Ik herinnerde me nog de eerste keer dat ik het had gezien, hoeveel mooier ik het had gevonden dan het huis van grootma Olivia. Het Adam Colonial-huis van drie verdiepingen van de rechter was gerestaureerd in een
Wedgwood blauwe coating en had een halfronde veranda aan de voorkant. Wat het nog unieker maakte was de grote, achthoekige koepel. Boven alle ramen aan de voorkant was een prachtig bewerkte fries.
De oprit bracht ons bij een cirkel waar een enorme activiteit heerste. Een leger tuinlieden was aan het snoeien en trimmen, maakte fonteinen en wandelpaden schoon, lapte ramen, plantte nieuwe bloemen in de rotstuinen. Toen we op de halfronde oprijlaan kwamen, kon ik de reusachtige feesttent zien, waar de cateraars hun plannen bespraken met rechter Childs. Naast hem stond zijn butler, Morton. Iedereen draaide zich naar ons om.
Kenneth bleef roerloos in de jeep zitten en staarde naar de ingang van het huis.
'Het moet erg prettig geweest zijn hier op te groeien, Kenneth.'
'Ja, dat was het,' zei hij, en stapte uit.
Morton kwam snel naar ons toe om ons te begroeten.
'Hallo, meneer Kenneth. Goed u weer te zien, goed u te zien,' zei hij en stak zijn hand naar Kenneth uit nog voordat Kenneth zich had bewogen. Hij schudde hem krachtig de hand en keek toen naar mij. Zijn gezicht straalde van blijdschap. 'En u ook, miss Melody. U ziet er goed uit. Wat een feest zal dit worden. De rechter was een uur vroeger op dan normaal. Niemand kon slapen met de gedachte aan alle festiviteiten. O, het is zo goed dat u hier bent, meneer Kenneth. Het is een prachtige dag, vindt u niet?'
Hij bleef staan, in afwachting van een vriendelijkere uitdrukking op Kenneths gezicht, een teken dat de oorlog tussen vader en zoon voorbij was.
'Hallo, Morton. Goed om ook jou weer te zien.' Eindelijk lachte Kenneth naar hem. 'Weet je, Morton was net zo verantwoordelijk voor mijn opvoeding als mijn vader en moeder,' zei Kenneth.
'O, kom nou, meneer Kenneth. Zoveel heb ik niet gedaan.'
'Nee, je bent alleen maar overal met ons kinderen naar toe gesjouwd, je hebt de wacht over ons gehouden, met ons gespeeld. Jij hebt me geleerd hoe ik een baseballbat moest hanteren, weet je nog, Morton? Morton had een prof kunnen zijn,' zei hij tegen mij.
'O, nee, miss Melody, dat is niet waar. Zo goed was ik niet.'
'Hij was fantastisch.'
'De rechter is vreselijk opgewonden,' zei Morton. 'Kan ik iets
voor u beiden halen? Limonade of koffie of...'
'Nee, niets, Morton. Ik wil dit zo snel mogelijk afhandelen,' zei Kenneth. Morton knikte.
'Goed. Ik ben in de buurt als u iets nodig hebt.'
'Dat wasje altijd,' zei Kenneth. 'Het is goedje te zien, Morton,' ging Kenneth op warmere toon verder. Mortons ogen werden vochtig-
'En goed om u te zien. Hij heeft het voortdurend over u, meneer Kenneth. Er gaat geen dag voorbij zonder dat hij over u praat.'
'Oké,' zei Kenneth, zich naar mij omdraaiend. 'Laten we het afwerken.'
Ik volgde hem over het grasveld naar de cateraars en rechter Childs.
'Hallo,' zei de rechter, zijn blik strak op Kenneth gericht. Kenneth begroette hem met een nauwelijks merkbaar knikje.
'Ik heb niet veel tijd,' zei hij snel.
'Goed, laten we dan meteen beginnen. James zal ons alles vertellen over het menu en hoe hij de buffetten wil opstellen. Hij stelt voor dat we tafels in en buiten de tent plaatsen, maar al het voedsel binnen. Nietwaar, James?'
De kleine, keurig uitziende man glimlachte.
'Ja, rechter Childs. Ik denk dat het zo wel zal functioneren. Ik heb drie buffetten voor de entrees: kreeft, garnalen, gebraden rosbief en eendenborst, heilbot en baars. We krijgen twee lange tafels voor de salades en groenten, en natuurlijk drie dessertbuffetten. Ik stel voor dat we de bar buiten de tent zetten. Het maakt het altijd minder gecompliceerd als de drank gescheiden wordt gehouden van het voedsel,' ging hij verder, 'maar het personeel zal glazen champagne rondbrengen.'
'Lijkt dat menu je wat?' vroeg de rechter. Kenneth staarde naar de steiger met een verstrooide uitdrukking op zijn gezicht.
'Mij best,' mompelde hij.
'Wat de decoraties betreft,' ging James verder, 'dacht ik aan een boeket van onze mooiste tulpen, anjers en narcissen op alle tafels. Ik zou een rozenpoort willen voorstellen bij de ingang van de tent en...'
'Het is geen huwelijk,' snauwde Kenneth. Hij keek hulpzoekend naar mij.
'Ik denk dat gewoon wat bloemen op de tafels voldoende is,' zei ik. James knikte teleurgesteld.
'Ik wist niet wat voor muziek ik moest kiezen,' zei de rechter. 'James stelde een trio voor. Ik dacht dat we een klein podium voor ze konden bouwen.' Hij wees naar een plaats rechts van de tent. 'Ik zal een van die draagbare dansvloeren laten komen en...'
'De mensen hoeven niet te dansen,' zei Kenneth.
'Nee? Oké. Alleen wat muziek dan. Ik dacht alleen... maar als je vindt dat het een beetje teveel van het goede is.'
'Het hele gedoe is teveel,' zei Kenneth en liep weg naar de steiger.
Iedereen keek hem zwijgend na.
'Hij is alleen wat zenuwachtig over de expositie,' legde ik uit.
'Natuurlijk,' zei de rechter. 'James kan ons de kleuren laten zien die hij heeft gekozen voor de tafelkleden en servetten.'
'Hierin,' zei hij, en wees naar de tent. Ik volgde en bekeek zijn suggesties voor de decoraties binnen met crêpepapier, ballons en klatergoud. Ik vond het erg spectaculair, en de rechter keek verheugd.
'En er moeten natuurlijk mensen zijn om de auto's van de gasten te parkeren. Laten we hopen dat we goed weer hebben. Nou, wat valt er verder nog te doen?' vroeg hij, terwijl hij Kenneth nakeek.
De cateraar ratelde een stuk of zes dingen op, maar de rechter had zijn belangstelling verloren.
'Het is misschien niet zo'n slecht idee als u en Kenneth met elkaar praten voordat het zover is,' opperde ik zachtjes. Hij keek naar me en knikte.
'Ja, ik denk dat je gelijk hebt.'
Hij zag er vermoeid, oud en onzeker van zichzelf uit. Kenneth stond op de steiger en staarde naar de zee.
'Laat mij eerst even met hem spreken,' zei ik. De rechter keek opgelucht. Haastig liep ik over het grasveld naar Kenneth.
'Dit is stom,' zei hij. 'De helft van de mensen die hier komt heeft geen bal verstand van kunst.'
Ik lachte.
'Het wordt leuk, Kenneth. Laat hem toch zijn gang gaan. Hij doet het omdat hij zich trots op je voelt.'
'Schuldig,' verbeterde hij.
'Ja, misschien ook schuldig, maar in ieder geval trekt hij het zich aan, voelt hij berouw. Mijn moeder schudt alle gewetenswroeging van zich af alsof je een vlieg wegjaagt.'
Hij keek naar me en glimlachte.
'Je hebt medelijden met hem, hè?'
'Ja,' zei ik.
Hij schudde zijn hoofd.
'Begrijp je dan niet dat Haille zo is geworden door wat hij heeft gedaan?'
'Nee. Kijk wat ze mij heeft aangedaan,' antwoordde ik. 'Je ziet mij niet in mijn moeder veranderen.'
Zijn glimlach werd milder.
'Praat met hem, Kenneth. Probeer vrede met hem te sluiten. Het zal voor jou net zo goed zijn als voor hem.'
Hij grijnsde sceptisch.
'Je zei dat Neptune's Daughter je belangrijkste werk was, het werk waar je het meest trots op bent. Laat het dan een gelukkige tijd zijn, van begin tot eind.'
'Melody, Melody, wat moet ik met je beginnen? Ondanks alles blijf je de grauwe wolken verjagen en zoek je naar de regenboog.'
'Help me die te vinden, Kenneth, ' antwoordde ik. Ik keek hem recht in de ogen. Hij knikte, zuchtte, staarde naar het water en liep toen weer terug naar het huis. 'Kom mee,' zei hij.
'Moet ik mee?'
'Je bent zijn kleindochter. Je hoort nu bij elke familiediscussie. Geen valse schijn meer. Dat is het enige wat ik verlang,' zei hij. Samen liepen we naar het huis, zijn thuis, waar hij in jaren niet geweest was, naar een huis dat al zijn herinneringen bevatte aan zijn kindertijd en aan zijn moeder.
We gingen naar binnen en hij leidde me rond.
'Hij heeft het ongeveer zo in stand gehouden als ik het me herinner,' zei Kenneth. Hij lachte. 'Mijn moeder en haar antiek. Maar sommige van die dingen zijn een hoop geld waard.'
We gingen naar boven en hij liet me zijn vroegere kamer zien. Hij bleef lange tijd staan met een trieste glimlach om zijn mond. Toen we weer naar beneden gingen stond de rechter in de deuropening van zijn kantoor.
'Tja,' zei hij, terwijl hij van Kenneth naar mij keek. 'Het ziet
ernaar uit dat dit de gebeurtenis van het jaar gaat worden, hè? Ik heb je sculptuur nog niet gezien, Kenneth, maar Laurence Baker vertelde me dat het prachtig is. Heeft iemand al een voorlopig bod gedaan? Anders wil ik graag een bod erop uitbrengen.'
'Het is niet te koop,' zei Kenneth.
'Wat?'
'Ik denk erover het aan het museum cadeau te doen na de expositie.'
De mond van de rechter viel open. 'Dat is een heel mooi idee, Kenneth. Een heel mooie gedachte,' zei hij, toen hij over zijn verbazing heen was.
'Nou, als je het zou verkopen, zou ik het zelf willen kopen,' zei ik. Ik wilde dat Kenneth geld zou accepteren voor zijn creatie.
Ze keken me allebei aan, en Kenneth lachte. De rechter lachte ook.
'Ik durf te wedden dat ze het zou doen,' zei hij.
'Ja, dat zou ze,' gaf Kenneth toe. In ieder geval waren ze het eindelijk over iets eens.
'Ik ben blij dat we het feest hier geven, Ken. Je moeder zou erg trots zijn,' zei de rechter. 'O, dat doet me eraan denken,' ging hij snel verder. 'Ik heb laatst iets gevonden en ik dacht dat jij het misschien zou willen hebben.' Hij draaide zich om en liep zijn kantoor in. We volgden hem. Hij overhandigde Kenneth een leren fotolijst met een foto van zijn moeder en hemzelf toen hij vijf of zes was.
'Hij had toen al die serieuze, artistieke blik, vind je niet?' vroeg de rechter.
'Hij lijkt inderdaad in gedachten verdiept,' antwoordde ik.
ik herinner me nog dat Louise die lijst gekocht had. Ze vond het een prachtvondst. Hij is helemaal met de hand bewerkt,' ging hij verder toen Kenneth bleef staren naar de foto van hemzelf en zijn moeder. De rechter scheen zich gedwongen te voelen om te blijven praten. 'Ik geloof dat het ergens in Buzzard's Bay was. Ze liep die kleine winkeltjes binnen en zocht daar zoals een gouddelver naar goud zoekt, en kwam dan soms met de krankzinnigste dingen naar buiten. Toen ze die lijst had gekocht, zei ze dat ze precies de foto had om erin te zetten.'
'Dank je,' zei Kenneth.
'O, ja, ja. En hoe staat het leven verder?' vroeg de rechter.
'Verder?' Kenneths mondhoeken gingen omlaag.
'Ik bedoel...' De rechter keek naar mij.
'Alles wat je te zeggen hebt kan zij ook horen. Ze is je kleindochter,' zei Kenneth.
'Ja, dat is ze,' zei de rechter, knikkend. 'En ik moet zeggen dat ik trots op haar ben.'
'Zelfs al is het een diep, duister geheim?' zei Kenneth sarcastisch. De rechter kneep zijn ogen samen. Langzaam ging hij op de leren bank zitten en staarde naar de vloer als een man die zojuist heel slecht nieuws heeft gehoord.
'Het heeft geen zin om me tegen je te verontschuldigen, Kenneth. Dat heb ik al honderd keer gedaan, maar je luistert toch niet. Bovendien kan ik van jou geen vergiffenis verwachten voor iets dat ik mezelf niet kan vergeven. Maar,' zei hij, terwijl hij zijn ogen naar Kenneth opsloeg, 'maar ondanks alles ben ik altijd van je blijven houden, jongen. Ik ben trots op je en op wat je gedaan hebt. Het enige wat ik kan hopen is datje me wat minder zult gaan haten. Dat is alles,' eindigde hij met een diepe zucht.
Kenneth wendde zich even af.
'Je hebt ons verraden, weetje, ons allemaal.'
'Ja,' bekende de rechter. 'Ik was een zwakke man, en zij was een heel mooie en begeerlijke vrouw. Het is geen excuus, alleen een verklaring,' ging hij snel verder.
'Het grootste deel van je leven heb je vonnissen geveld over anderen. Wie heeft jou gevonnist?'
'Jij, jongen, en de prijs die ik betaald heb was te hoog. Als ik de dingen kon veranderen, zou ik dat doen.'
Kenneth keek niet erg overtuigd.
'Echt waar. Ik zou liever doodgaan dan jou verdriet doen. Ik wilde alleen het beste voor je. Niets van dit alles hier heeft enige betekenis voor me gehad sinds de dood van je moeder en... sinds al mijn kinderen uit huis zijn.' Hij keek naar mij. 'Het is min of meer een wonder dat Melody bij ons is teruggekomen.'
Kenneth keek even naar mij en knikte.
'Ja, dat is het.'
'En ik ben zo blij dat jullie elkaar zo graag mogen.'
'Ze is een lastpak,' plaagde Kenneth.
Ik glimlachte door mijn tranen heen.
'Talentvol, en ze speelt prachtig viool. Je gaat toch iets voor ons spelen op het feest hè, Melody?'
'Wat? Nee, ik...'
'Natuurlijk doet ze dat,' zei Kenneth met een blik op mij. 'Dat is een deel van onze afspraak.'
'Is het dat?' vroeg ik bezorgd.
'Goed dus,' zei de rechter, en stond weer op. Hij scheen moeite te hebben om overeind te komen, onderdrukte een gekreun en forceerde een glimlach. 'Ik denk dat ik maar weer eens naar dat fatterige mannetje ga om te zien wat hij nog meer voor me in gedachten heeft. Straks wil hij de oprijlaan nog versieren met roze rozen,' zei hij, en Kenneth lachte, maar leek zichzelf tot de orde te roepen en draaide zich snel om naar de deur. Even bleef hij staan, keek naar de foto van hemzelf en zijn moeder en toen achterom naar de rechter.
'Bedankt hiervoor.'
'Graag gedaan.'
'We moeten gaan,' zei hij.
'Ja, het ziet ernaar uit dat ik onverwacht wat zal moeten oefenen,' zei ik spits, en Kenneth lachte weer.
De rechter volgde ons naar de voordeur.
'Ik hoefje geen succes te wensen. Ik weet dat iedereen onder de indruk zal zijn,' zei hij. Kenneth knikte, en ik wist dat hij wilde zeggen 'Dank je.'
Toen ik naar de rechter keek zag ik dat zijn ogen vol tranen stonden. Hij beet op zijn lip, glimlachte naar me en ging weer naar binnen.
'Ik geloof dat hij echt spijt heeft, Kenneth.'
'Misschien,' gaf hij toe. We stapten in de jeep en hij bleef even zitten, keek naar zijn vader die uit huis kwam, naar ons zwaaide en langzaam naar de cateraars liep.
'Hij was een heel knappe man, altijd gedistingeerd, een echte gentleman. Hij zag er precies uit zoals een rechter eruit hoort te zien. Toen ik nog klein was, dacht ik dat hij de macht had om te beslissen over leven en dood. Stel in niemand je volledige vertrou-wen, Melody. Blijf een beetje sceptisch. Het is een goede verzekering. Oké,' ging hij lachend verder. 'We zullen er een mooi feest van maken en een hoop plezier hebben. Als de koningin je verlof geeft, ben je vanavond uitgenodigd voor het eten. Holly kan elk moment hier zijn.'
'Heus? O, geweldig! Natuurlijk kan ik komen. Grootma Olivia wil dat ik een goede invloed op je uitoefen, je er meer uit laten zien als...'
'Een zakenman, ik weet het. Misschien trek ik een schone broek en sokken aan,' zei hij, en we moesten allebei lachen.
Holly, dacht ik. Ik verlangde ernaar haar weer te zien.
Holly kwam beladen met geschenken: amuletten en kristallen, astrologische kaarten, nieuwe oorbellen voor mij en een armband voor Kenneth. Na het eten gingen zij en ik een lange wandeling maken op het strand, en we praatten over mijn reis naar Californië.
'Natuurlijk draaide mijn zus alles om, ze nam het me kwalijk dat ik zo'n jong, beïnvloedbaar meisje naar Los Angeles had gestuurd. Philip zei dat het hem niets verbaasde,' merkte ze met een kort lachje op.
'O, ik hoop dat ik geen moeilijkheden voor je heb veroorzaakt,' zei ik.
'Dit is geen nieuw punt van discussie. Mijn zus en haar man hebben lang geleden al definitief hun mening over mij gevormd. In ieder geval moest ik je van Billy het allerbeste wensen en heel veel lieve groeten overbrengen. Hij was erg onder de indruk van je.'
'En ik van hem. Ik heb tijdens mijn verblijf in Hollywood vaak aan hem gedacht en aan de dingen die hij zei.'
'Je moeder had geen...'
'Ze is als gehypnotiseerd, Holly. Als ik dat alles van tevoren had geweten, was ik nooit gegaan. Soms ga ik naar haar graf en doe net of zij daar is begraven. Het maakt weinig verschil of ze het is of niet.'
Ze glimlachte en bleef staan en ademde diep de frisse zeelucht
in.
'Veeg mijn hersens schoon,' zei ze. 'Cary heeft Kenneth blijkbaar voor zich ingenomen met het bouwen van die boot.' Ze knikte naar de voltooide romp. 'Het ziet ernaar uit dat het een heel mooie boot gaat worden.'
'Hij legt zijn hart en ziel erin,' zei ik, terwijl mijn eigen hart zwol van trots.
'Niet zijn hele hart. Een groot deel ervan zit hier,' zei ze, wijzend op mijn borst. Ik lachte.
'Vertel eens over Kenneth,' zei ze na een ogenblik.
'Hij schijnt zich in een soort overgangstoestand te bevinden. Zijn horoscoop wijst uit dat hij op het punt staat van richting te veranderen.'
Ik vertelde haar over de ontmoeting met zijn vader en de schijnbare wapenstilstand.
'Ze worden allebei ouder. Het wordt tijd dat ze de zaak bijleggen,' zei ze. Toen ging ze peinzend verder. 'Praat hij vaak over mij?'
'O, jij bent altijd in zijn gedachten,' zei ik. 'Hij zegt vaak: "Dat is iets wat Holly je in je hoofd heeft geprent", of "Daar zou Holly wel iets over op te merken hebben."'
'Heus?' Ze glimlachte. 'Ik vind het hier prettig. Ik denk erover uit New York weg te gaan.'
'En Billy?'
'Ik wil hem de winkel geven. Hij zou er niet over piekeren New York te verlaten.'
'Waar wil je gaan wonen?'
'Ik zie wel,' zei ze lachend. 'Ik sta op het punt te ontdekken of ik mijn eigen toekomst kan voorspellen. Ik heb een paar sterke indicaties.' Stralend keek ze achterom naar het huis.
'Ik moet naar huis,' zei ik, onzeker of ik haar verder uit moest horen. 'Morgen is een belangrijke dag, en dankzij Kenneth moet ik vioolspelen.'
'Dat is goed. Ja, het wordt een belangrijke dag.' Ze pakte mijn hand en lachend holden we op blote voeten over het duin. De sterren fonkelden boven ons, de zee was glad en rustig en vol beloften. Het was goed om weer gelukkig en hoopvol te zijn.
De volgende dag kwamen er een halfuur vóór de opening al mensen om de eersten te zijn die de galerie binnenkwamen. Grootma Olivia trok een van haar mooiste jurken aan en droeg haar parelketting, haar diamanten armbanden en gouden ringen. Toen ze beneden in de hal verscheen zag ze eruit als een echte koningin. Rechter Childs kwam ons halen, en in zijn donkerblauwe pak was hij knapper dan ik hem ooit had gezien.
'Ik heb geprobeerd Grant en Lillian mee te krijgen,' zei hij, doelend op zijn andere kinderen, 'maar ze hadden het allebei te druk met hun eigen leven. Het is triest als familieleden uit elkaar groeien,' zei hij, een opmerking waar grootma Olivia het van harte mee eens was.
'Als je de banden kwijtraakt die je bijeenhouden, zweef je weg in de wind,' zei ze. Ze keek naar mij, zoals na haar meeste diepzinnige uitspraken tegenwoordig, om zeker te weten dat ik het goed gehoord had.
Cary, tante Sara en May stonden in hun mooiste kleren bij de galerie te wachten toen we de parkeerplaats opreden. Cary zag er heel knap uit in zijn pak, en May, die groeide als kool, was al langer dan één meter vijfenvijftig. Zelfs tante Sara had iets lichts en vrolijks aangetrokken en wat make-up en lippenstift opgedaan.
'Ze staan op het punt de deuren te openen,' zei Cary, toen ik uit de auto van de rechter stapte. 'Die mensen daar zijn journalisten,' ging hij verder, met een knikje naar een kleine groep die op het trottoir bijeen stond.
'Is Ken er al?' vroeg de rechter.
'Nee, meneer. Ik heb hem nog niet gezien.'
'Het zou net iets voor hem zijn om niet te komen opdagen,' mompelde grootma zacht. 'En, Sara, hoe gaat het?'
'Redelijk, Olivia. Het is of het gisteren pas gebeurd is,' antwoordde ze met trillende lippen.
'Het is niet gisteren gebeurd en we moeten allemaal verder met ons leven. Dit is een heel blije, fantastische dag voor de rechter. Je hoort hier niet te komen als je er niet tegenop kunt,' zei ze scherp.
Sara forceerde een glimlach.
'O, het gaat heel goed. En May is enthousiast,' zei ze, knikkend naar grootma Olivia's kleindochter, die ze nog steeds niet begroet had.
'Zeg goedendag,' beval ze en glimlachte naar May, die op haar beurt glimlachte en gebaarde. Grootma Olivia wachtte niet om te zien wat ze zei. Ze liep naar voren, met de rechter naast zich. De deuren van de galerie gingen open en de mensen stroomden naar binnen. De meesten van hen begroetten grootma Olivia en de rechter voordat ze ruim baan voor hen maakten. Cary, tante Sara, May en ik volgden.
Neptune's Daughter stond in het midden van het zaaltje, bedekt met een laken. De eigenaar van de galerie, Laurence Baker, was een lange, magere man met een somber gezicht. De manier waarop hij zich door het vertrek bewoog en zijn milde stem deden me denken aan een begrafenisondernemer. Zijn assistent, een man van een jaar of vier-, vijfentwintig en een vrouw van midden dertig, waren er ook bij om de mensen te begroeten. Op lange tafels stond de champagne al ingeschonken met wat koude hors d'oeuvres ernaast. De mensen stevenden onmiddellijk op de gratis verversingen af en slenterden door de galerie om de andere kunstwerken te bewonderen, in afwachting van de onthulling.
'Goedemiddag, rechter Childs, goedemiddag,' zei Laurence Baker. 'En mevrouw Logan, bedankt voor uw aller komst.'
'Waarom zouden we niet komen?' snauwde grootma Olivia.
'O, ik wilde alleen maar zeggen... blij u te zien,' zei hij, en liep haastig naar een ander paar.
De galerie was al bijna vol en Kenneth was er nog steeds niet. Ik begon me ongerust te maken. Ik was bang dat hij besloten had niet te komen. Wat moesten we dan doen? Hoe zou de rechter reageren, en hoe moest het met dat grote feest, het eten, de muziek? Ik keek naar Cary.
'Toen je hem de laatste keer zag, zei hij toen iets dat hij niet zou komen?' vroeg ik.
'Hij zei niet dat hij niet zou komen, maar hij voelde zich niet erg gelukkig met al dit gedoe.'
'Je denkt toch niet... heeft hij gedronken vandaag?'
'Nee, Holly was bij hem, en ze hebben het grootste deel van de dag op het strand gewandeld en gepraat. Nou ja,' zei hij met een onderdrukt lachje, 'misschien niet alleen gepraat.'
'Je hebt ze toch niet bespioneerd, Cary Logan?'
'Nee,' zei hij verontwaardigd. 'Ik kon alleen zien aan de manier waarop ze zich gedroegen dat alles heel goed gaat tussen die twee.'
Ik stond al op het punt om Kenneth tegenover de aanwezigen te verontschuldigen, toen er een luid gemompel opging. Ik draaide me om en zag Kenneth en Holly voorrijden in haar beschilderde auto. Kenneth had een sportjasje aangetrokken, maar droeg verder een oude spijkerbroek en een paar mocassins zonder sokken. De kraag van zijn hemd stond open.
Holly droeg een van haar lange jurken, sandalen, kralen tot op haar middel, kristallen oorbellen en een tiara van kristallen en andere mineralen.
'Artiesten,' mompelde grootma Olivia.
Ondanks Kenneths kleding kreeg hij een ovatie toen hij de galerie binnenkwam. Hij glimlachte en knikte en begeleidde Holly naar Neptune 's Daughter.
Laurence Baker kwam naast Kenneth staan en kondigde aan: 'Nu de kunstenaar gearriveerd is kunnen we overgaan tot de onthulling van zijn schepping. Zoals u weet, heeft meneer Childs zijn werk Neptune 's Daughter genoemd. In uw programma beschrijft hij zijn werk als een beeld van Neptunus' dochter die uit de zee omhoog rijst en metamorfoseert in een mooie vrouw. Het werk tracht die metamorfose vast te leggen op een climactisch moment. Zonder verdere omhaal van woorden wil ik nu meneer Childs verzoeken Neptune 's Daughter te onthullen.'
Kenneth bleef een ogenblik bewegingloos staan. Zijn ogen zochten in de menigte tot ze op mij bleven rusten. Hij zag er kwajongensachtig en gelukkig uit. Iedereen hield zijn adem in toen Kenneth aan het koord trok om Neptune 's Daughter te onthullen. Het laken viel omlaag en de omstanders slaakten een onderdrukte kreet, gevolgd door een luid applaus.
Grootma Olivia opende wijd haar ogen. Haar mond viel open en de huid over haar jukbeenderen trok strak. Toen keek ze naar mij en we staarden elkaar even aan. Ze wist dat ik Kenneths model was geweest, maar ze had niet verwacht een jonge vrouw met blote borsten uit het water omhoog te zien komen. Ze keek weer naar het beeld.
'Wel... wel... wel,' mompelde rechter Childs. 'Ik zei je toch dat dit zijn beste werk is. Wat vind je ervan, Olivia?'
'Ik vind het shockerend,' verklaarde ze. 'Ik had nooit verwacht zo'n realistisch uitgebeelde vrouw te zien.' Ze deed een stap naar voren en bestudeerde het gezicht. Toen keek ze naar de rechter.
'Ik weet het,' hoorde ik hem zeggen.
'Ik heb nog een glas champagne nodig,' zei grootma Olivia, en de rechter begeleidde haar naar de tafel.
'Wat vindt u ervan, tante Sara?' vroeg ik.
'Het lijkt op Haille,' fluisterde ze. 'Ze is het precies.'
'Ja.'
'Jacob zou het niet hebben goedgekeurd,' merkte ze op. 'O, nee.'
'Pa had geen verstand van kunst,' zei Cary.
Tante Sara's gezicht klaarde op.
'Nee,' zei ze. 'Dat is zo.'
Ik lachte en sprak in gebarentaal met May, die erg enthousiast was en het beeld prachtig vond. We luisterden naar andere mensen die de sculptuur prezen en Kenneth complimentjes maken, die zich even weinig op zijn gemak leek te voelen met al die ophemeling als een man op schoenen die hem twee maten te klein zijn.
Cary en ik stonden op het punt met May naar buiten te gaan voor wat frisse lucht, toen Teddy Jackson, zijn vrouw Ann, zijn dochter Michelle en zijn zoon Adam de galerie binnenkwamen. Een kille huivering liep over mijn rug. Ik had de man die mijn echte vader was niet meer gezien sinds mijn terugkomst, en ik was doodsbang voor het moment dat ik hem weer zou zien. Michelle, die een intense hekel aan me had, was in feite mijn halfzus. Onwillekeurig bestudeerde ik haar gezicht en dat van Adam om te zien of ik enige gelijkenis kon ontdekken.
Gelukkig werden de Jacksons snel in beslag genomen door de galerie-eigenaar en andere mensen.
'Laten we gaan,' drong ik aan, en we glipten naar buiten.
'Het was vreselijk warm binnen,' zei Cary. 'Ma komt niet op het feest. Ze wil dat ik haar eerst thuisbreng. Ik zal May brengen en dan zie ik je daar later.'
'Oké,' zei ik, nog steeds verward door het zien van Teddy Jackson.
'Ga je met Kenneth en Holly?'
'Ja,' zei ik. 'Ik ben min of meer aan hem toegewezen om ervoor te zorgen dat hij komt,' zei ik, en Cary lachte.
Nog geen uur later begonnen de gasten de galerie te verlaten en begaven zich naar het huis van rechter Childs. Kenneth en Holly kwamen tevoorschijn als twee kinderen die lange tijd hadden moeten schoolblijven. Haastig en lachend kwamen ze naar me toe.
'Laten we zorgen dat we iets te drinken krijgen, en gauw,' riep Kenneth. Ik pakte mijn viool uit de auto van de rechter en stapte in de jeep. We reden weg met een hard rijdende Kenneth. De wind maakte mijn haar hopeloos in de war, maar er werd niet geluisterd naar mijn protest.
'Jij hebt me hierin meegesleept,' schreeuwde Kenneth. 'Je zult het grijnzend moeten verdragen.'
We boften. Het was een prachtige voorjaarsdag, er stond een warme, zachte bries en de lucht was blauw met kleine, donzige wolkjes. Toen we aankwamen speelde het trio, parkeerwachters zetten de auto's weg, ballonnen wiegden in de wind. Kenneth en Holly gingen rechtstreeks op de bar af. Mensen verdrongen zich om hem heen, schudden zijn hand, klopten op zijn rug. Holly en ik aten wat hors d'oeuvres en slenterden door de tuin.
'Wat een schitterend huis,' merkte ze op. Ik liet haar ook wat van het interieur zien. Toen we weer naar buiten kwamen, waren de rechter en grootma Olivia gearriveerd en in gesprek gewikkeld met de gasten. Ik keek om me heen, maar nergens zag ik Cary of May. Ik zag wél de Jacksons weer, en ik voelde me van binnen verschrompelen.
De cateraars begonnen met het uitserveren van het eten. Ik wilde wachten op Cary, maar hij was er nog steeds niet. Ik begreep niet waar hij bleef. Ten slotte ging ik bij Kenneth en Holly zitten en at iets, ondanks mijn nervositeit. Toen we klaar waren, kwamen Teddy Jackson en zijn vrouw naar onze tafel om Kenneth geluk te wensen. Hij keek naar mij, maar ik wendde snel mijn blik af. Achter hem stond Adam te grinniken, even arrogant en knap als altijd. Zoals gewoonlijk keek Michelle of ze zich een ongeluk verveelde.
Mijn blik ging naar de ingang van de tent, in de hoop Cary te zien, maar hij was er nog steeds niet. Ik stond op het punt naar binnen te gaan om hem te bellen, toen de rechter langskwam en Kenneth iets in het oor fluisterde. Beiden keken naar mij.
'Het wordt tijd dat ik uit de schijnwerpers kan treden,' zei Kenneth opgewekt. Ik kreunde. Ze wilden dat ik optrad. Er werd een aankondiging gedaan, terwijl ik naar het kleine podium liep, waar ik mijn viool had neergelegd. De meeste mensen kwamen dichterbij om me te horen spelen. Kenneth en Holly stonden met een brede grijns achteraan. Ik kreeg Teddy Jackson in het oog, die vertederd glimlachte, wat mijn hart zo hevig deed bonzen dat ik bang was dat ik in bijzijn van al die mensen flauw zou vallen. Eindelijk vond ik de kracht om mijn strijkstok op te heffen en te beginnen.
Het was een liedje over de vrouw van een mijnwerker, die weigerde te accepteren dat hij om het leven was gekomen bij een mijnongeluk, en dag en nacht bij de ingang van de mijn de wacht hield, weigerend iets te eten of te drinken. En toen kwam op een avond de mijnwerker tevoorschijn en werd er een groot feest gevierd. Eén of twee keer dacht ik dat mijn stem het zou begeven, maar ik hield mijn ogen gesloten en haalde me pappa George voor de geest die me het liedje leerde. Toen ik uitgezongen was, kreeg ik een hartverwarmende ovatie en geroep om een encore. Ik speelde nog twee melodietjes en stapte toen van het podium af. Grootma Olivia keek erg verheugd toen ze zag dat sommige jongemannen wedijverden om mijn aandacht te trekken. Ik zag Cary nog steeds niet, dus excuseerde ik me en liep haastig naar binnen om hem te bellen. Hij nam op na de eerste bel.
'Het spijt me,' zei hij. 'Ik ga net weg. Ma huilde zo erg en was zo verdrietig dat ik haar niet alleen kon laten. Ze bleef maar aan pa denken. Maar ze is eindelijk in slaap gevallen. Heb je al gespeeld?'
'Ja.'
'O, verdomme.'
'Maar ik zal nog heel vaak voor jou spelen, Cary. Kom zo gauw je kunt.'
'Ik ben al weg,' zei hij, en ik hing op. Ik dacht aan die arme tante Sara. Ik was zo in gedachten verdiept, dat ik Adam niet hoorde tot hij iets in mijn oor fluisterde en het waagde me in mijn hals te zoenen. Ik maakte bijna een luchtsprong.
'Kalm,' zei hij, alsof ik een paard was dat hij probeerde te temmen. 'Ik zag je naar binnen gaan en dacht dat we even een gesprek onder vier ogen konden hebben. Je wordt steeds mooier, weetje. Ik hoopte,' ging hij verder, voor ik iets kon zeggen, 'dat je misschien zou inzien hoe goed we het samen kunnen hebben. Ik ben nu al belangrijk in het corps van de universiteit en er zijn hopen meisjesstudenten om afspraakjes mee te maken, maar ik kan jou niet uit mijn hoofd zetten, Melody. Wil je ons niet nog een kans geven?' vroeg hij.
Ik deinsde achteruit en schudde mijn hoofd.
'Ga weg, Adam. Ik snap niet waar je het lef vandaan haalt.' Hij lachte.
'Dat bevalt me wel. Ik hou van een meisje dat niet zo gemakkelijk toegeeft.'
ik zal jou nooit toegeven. Blijf uit mijn buurt.'
'Waarom probeer je niet ons een kans te geven. We zijn nu allebei wat ouder en...'
'Ik heb gezegd dat je bij me vandaan moet blijven. Ga weg en blijf weg!' schreeuwde ik, toen hij zijn handen weer naar me uitstak. Hij hield zijn hand middenin de lucht stil en trok een lelijk gezicht.
'Wat bezielt je in godsnaam? Waarom denk je dat je de prinses van Provincetown bent, alleen omdat je viool kunt spelen en een beetje zingen? Ben ik niet goed genoeg meer voor je?'
'Nee. Het gaat er niet om wie goed genoeg is voor wie.'
'Wat is er dan? Zeg op.' Hij keek kwaad genoeg om me te slaan.
'Vraag dat maar aan je vader,' schreeuwde ik naar hem. Het was eruit voor ik het terug kon nemen. Hij schudde verward zijn hoofd.
'Wat?'
'Vraag het hem maar. Vraag hem maar waarom het nooit iets tussen ons kan worden,' riep ik, terwijl de tranen over mijn wangen rolden. Ik draaide me om en holde de kamer uit, hem vol verwarring achterlatend.
Eerst schaamde ik me over wat ik had gezegd, maar toen gaf het me een goed en zelfs een opgelucht gevoel. Het was of ik de vloek had doorgegeven, de last van mijn eigen schouders had genomen en op die van de ware zondaar gelegd.