3. Vervlogen hoop

Rijden door Los Angeles was heel anders dan rijden door New York City. Alles leek zoveel verder uit elkaar te liggen en er waren lang niet zoveel hoge gebouwen, al leken er veel meer straten te zijn. Maar Spike kende de weg blijkbaar op zijn duimpje, want zodra hij op de snelweg in een file terechtkwam, nam hij een afslag en reed door de straten van de stad. Dorothy zei dat het niet het beste deel was van Los Angeles, maar zelfs de arme wijken leken me verblin-dend mooi. Trottoirs glinsterden en reusachtige reclameborden adverteerden met nieuwe films. Maar ik zag dat er minder mensen op de trottoirs liepen dan in New York. Hier leek iedereen in een auto te zitten. Minuten later wees Dorothy enthousiast op het bord waarop stond CITY OF BEVERLY HILLS.

'Thuis,' verklaarde ze met een diepe, dankbare zucht. Zoals zij erover sprak leek het of Beverly Hills een eiland was, waarop ze zich veilig voelde voor de rest van de wereld.

Spike reed naar de voorkant van The Vine, een restaurant met een groen hek dat bedekt was met wingerd en helroze en rode bougainville. Er was een patio in de open lucht, die druk bezet was met gas-ten. Kelners en hulpkelners in gesteven, witte overhemden en zwarte broeken met zwarte bretelhouders liepen als onzichtbare mensen elegant heen en weer langs de duidelijk gegoede clientèle, die druk in gesprek was.

De portier van het restaurant kwam snel naar ons toe om ons te helpen uitstappen toen Spike het portier voor ons openhield.

'Merci,' zei Dorothy, wuivend met haar handschoen.

Toen Spike weer in de auto stapte, vroeg ik me af waar hij zou gaan eten, maar ik had geen tijd om het te vragen. Dorothy nam me mee over het paadje naar het hek van de patio, waar een heel aantrekkelijke jonge vrouw wachtte bij het tafeltje van de receptie.

'Mevrouw Livingston,' zei ze met een glimlach die geschapen

was voor een tandpastareclame. 'Hoe maakt u het?'

ik sterf van de honger, Lana. Dit is de jonge vriendin van mijn zus, Melody. Ze is net met het vliegtuig uit New York gekomen en ik dacht dat ik haar eerst maar eens in The Vine moest introduceren. Zorg dus voor een goede tafel,' zei Dorothy.

Lana draaide zich om en bestudeerde de patio.

'Ik heb nummer twaalf vrij,' verklaarde ze alsof het een verbluffende prestatie was.

Waarom was het zo belangrijk waar we zaten? vroeg ik me af. Alle stoelen zagen er hetzelfde uit en de patio met zijn fontein en kleurige bloemen zag er even mooi uit, waar je ook zat.

'Bellissimo,' zei Dorothy goedkeurend. Lana liep over de tegels van de patio en we volgden haar tot we bleven staan bij een tafel die vrijwel perfect in het midden stond. Dorothy keek tevreden en toen we zaten overhandigde Lana ons de menu's in leren mappen van hetzelfde groen als het hek.

'We hebben een engelenhaarpasta met rode paprika en portebel- lo champignons vandaag, mevrouw Livingston.'

'O, dat is goed. Merci.'

Zodra Lana weg was, boog Dorothy zich naar me toe.

'Deze tafel wordt gewoonlijk gereserveerd voor filmsterren,' zei ze. 'Hier kan iedereen je zien.'

'O.' Waarom wilde ze dat iedereen ons zou zien? vroeg ik me af. Het maakte dat ik me nóg minder op mijn gemak voelde met mijn haar, mijn kleren, mijn hele houding.

Ik keek naar het menu. De prijzen waren schokkend. Alles was a la carte en de salades waren bijna even duur als de entrees. Eenvoudige dingen werden zo ingewikkeld beschreven dat ik niet zeker wist of ik ze herkende. Wat was een coeur de celeriel

'Let alsjeblieft niet op de prijzen,' zei Dorothy, vooruitlopend op mijn reactie. 'Mijn man Philip trekt alles wat ik uitgeef op de een of andere manier af van de belasting.' Ze lachte. 'Hij zegt dat ik zoveel doe voor de Amerikaanse economie, dat het minste wat de regering kan doen is me subsidiëren.'

'Wat doet uw man?' vroeg ik. 'Ik kan me niet herinneren dat Holly het me verteld heeft.'

'Hij is accountant en financieel manager met een paar heel belangrijke cliënten,' antwoordde ze, haar wenkbrauwen optrekkend. Toen kreeg haar gezicht de opgewonden uitdrukking van een enthousiaste, jonge fan. 'O, ik geloof dat daar iemand zit in die hoek,' zei ze met een knikje naar rechts. Ik draaide me om.

iemand?'

'Een televisiester, ja toch?'

'Ik zou het niet weten,' zei ik.

'O, ik weet het zeker. Kom, laat eens zien,' ging ze verder, terwijl ze zich weer op het menu concentreerde. 'Laten we de engelenhaar spécial nemen na de geitenkaassalade, oké? Hou je van ice tea? Ze maken hem met een tikje mint.'

'Ja, mevrouw.'

'Noem me alsjeblieft geen mevrouw, Melody,' Ze keek nerveus om zich heen om te zien of iemand het had gehoord. 'Dan voel ik me stokoud. Noem me Dorothy.'

'Ja, me... Dorothy,' zei ik. Ze glimlachte en knikte goedkeurend, terwijl ze de rand van haar hoed vasthield. De kelner kwam. Hij sprak met een zwaar Spaans accent. Ik had moeite om hem te verstaan, maar Dorothy had er geen probleem mee. Ze bestelde en voegde er porfavor aan toe, het Spaanse woord voor 'alsjeblieft'. Ik had al gemerkt dat ze graag Franse, Italiaanse en Spaanse uitdrukkingen door haar conversatie mengde, en daarbij een snelle polsbeweging maakte.

'Ik denk niet datje in het vliegtuig iets behoorlijks hebt gegeten, hè, arm kind?'

'Ik was te zenuwachtig,' bekende ik.

'Dat is oké. Ik ben altijd te zenuwachtig om te eten als ik op reis ben. Philip is nooit te zenuwachtig om zijn eetlust te verliezen. En laten we het nu over je probleem hebben,' zei ze. Ze onderbrak zichzelf even toen de hulpkelner onze ice tea kwam brengen. 'Als ik het goed begrepen heb, wil je erachter komen of die vrouw je moeder is, een vrouw die hiernaartoe kwam om filmster te worden. Ze hebben je verteld dat ze om het leven was gekomen in een brandende auto, en ze hebben zelfs haar lichaam teruggestuurd naar Province- town.'

'Ja.'

'Het klinkt erg gecompliceerd. Ik heb het met Philip besproken en hij vindt ook dat we een privé-detective in de arm moeten nemen. Waarom zou een jong meisje op onderzoek uitgaan?'

'O, nee,' kermde ik. 'Dit is iets wat ik zelf moet doen. Dank je, maar ik meen het,' hield ik vol.

'Werkelijk?' Ze staarde me even aan en rolde toen met haar ogen. 'Nou ja, ik veronderstel dat je zelf wel vast kunt beginnen. Ik zal Spike met je meesturen. Hij is erg goed als het op vreemde dingen aankomt, zoals je zelf hebt gezien, maar je moet naar hem luisteren,' vermaande ze me. 'Ik wil niet dat er iets met je gebeurt zolang je mijn gast bent.' Toen dacht ze na over wat ze gezegd had en voegde eraan toe: 'Ik wil niet dat er iets met je gebeurt onder welke omstandigheden ook.'

'Dank je, Dorothy. Ik waardeer je bezorgdheid en alles wat je voor me doet.'

'Laten we daar niet aan denken. Dan word ik weer doof,' dreigde ze. Ik begon te lachen. 'En nu,' ging ze verder zonder op adem te komen, 'moet je wat meer vertellen over mijn lieve, kleine zus. Woont die gehandicapte man nog steeds bij haar achterin dat piepkleine winkeltje van haar?'

'Ik denk niet aan Billy als gehandicapt,' begon ik en beschreef mijn reis naar New York en wat Billy en ik in zo korte tijd samen hadden gedaan. Ze luisterde met een flauwe glimlach. Ik had het gevoel dat ze meer mij bestudeerde dan luisterde naar de dingen die ik zei.

'Het is zo verrukkelijk om jong en beïnvloedbaar te zijn,' verklaarde ze met een zucht. 'Het is bijna jammer om je bekend te maken met de harde realiteit van de werkelijke wereld. Holly heeft altijd geweigerd die onder ogen te zien. Maar je hebt gezien hoe mijn zus leeft, als een soort hippie, een zigeunerin. En ze is zo intelligent en mooi, als ze dat wil. Ik zou in een ommezien een geschikte echtgenoot voor haar kunnen vinden, als ze me maar mijn gang liet gaan, maar que sera, sera.'

Ik stond op het punt te protesteren en uit te leggen dat ik dacht dat Holly gelukkig was en een goed leven had, maar onze salades werden geserveerd. Ze zagen er verrukkelijk uit. Maar de porties deden me glimlachen en mijn hoofd schudden. Met een stuk of zes happen wasje bord leeg. Ik voelde me schuldig dat Dorothy ervoor moest betalen.

'Ik vind het maar een hoop geld voor zo'n klein beetje eten, Dorothy.'

'Onzin. Het is meer dan genoeg. Je moet aan je lijn denken, vooral hier. Kijk maar eens naar die vrouwen. Kijk dan,' beval ze, en ik besefte dat ze werkelijk wilde dat ik dat deed.

Ik keek zo onopvallend mogelijk om me heen in het restaurant. Er waren veel aantrekkelijke vrouwen, allemaal met fraaie kapsels en dure kleren. Het was duidelijk een restaurant voor rijke en mooie vrouwen.

iedere vrouw denkt aan haar lijn. Concurrentie, concurrentie, concurrentie, lieverd. Elke vrouw concurreert met alle andere vrouwen hier.'

'Waarom?' vroeg ik.

Ze lachte.

'Waarom? Om de blik van een man, wat anders. Veel van deze vrouwen willen bij de film of bij een machtige man horen. Maar maak je geen zorgen, ik vertel het je later allemaal wel. Uit het weinige dat je me hebt verteld over je achtergrond, heb ik kunnen afleiden dat je nog veel moet leren. En ik vind het prettig een jonge vrouw te helpen... geraffineerd te worden,' verklaarde ze. 'Eet niet te snel. Je moet niet de indruk wekken van een naïef jong meisje uit het Midwesten. Bovendien is dit de beste tafel. We moe-ten genieten van ons moment in de schijnwerpers. Zie je, de mensen beginnen zich nu al af te vragen wie we zijn,' zei ze, knikkend naar mensen aan andere tafeltjes. Ze had gelijk, ze keken onze richting uit. Dorothy zette haar hoed recht en glimlachte naar iemand.

'Je mag vriendelijk zijn,' zei ze, nog steeds naar mensen knikkend en glimlachend, 'maar spreek nooit als eerste tegen iemand. Laat ze naar jou toe komen. Je moet altijd op ze wachten en nooit te veel vertellen,' waarschuwde ze. 'Hoe geheimzinniger je doet, hoe hoger je wordt aangeslagen. Zo drukt Philip het uit.' Ze knikte naar iemand die rechts van ons zat. 'Wees maar niet bang, je leert het wel. Na een tijdje.'

'Maar daarvoor kom ik niet hier, Dorothy,' zei ik zacht. 'Ik kom hier alleen om mijn moeder te zoeken.'

'Natuurlijk, maar zoals iedereen die hier komt, zul je gauw genoeg verliefd worden.'

'Verliefd? Op wat? Op wie?' vroeg ik.

'Op jezelf natuurlijk, kind. Op wie anders?' zei ze lachend. 'Ik weet zeker,' ging ze verder, toen ik haar verbluft aanstaarde, 'dat dat precies is watje moeder is overkomen.'

Na wat een van de langste lunches van mijn leven bleek te zijn — onze maaltijd werd gevolgd door kopjes cappuccino en vruchtentaartjes die net zoveel kostten als de hele maaltijd — gingen we eindelijk weg. Spike stond bij de limousine te wachten. Hij hield de portieren open en ik voelde me heel bijzonder toen ik zag dat voorbijgangers bleven staan om naar ons te kijken. De hostess en ander personeel kropen voor Dorothy. Ze was als een spons, ze zoog hun onechte glimlachjes in zich op en leek daarvan dikker te worden dan van de armzalige porties die we hadden gekregen. Ik ving een glimp op van de rekening, en Holly had er niet ver naast gezeten toen ze voorspeld had wat het zou kosten. Dorothy had meer dan vijfenzeventig dollar betaald voor de lunch!

We reden langs andere duur uitziende restaurants over de Santa Monica Boulevard naar wat Dorothy aankondigde als de wereldberoemde Rodeo Drive.

'Ik ga er morgen met je naartoe, kindlief, om wat geschikte kleren voor je te vinden.'

Spike sloeg rechtsaf en reed langs prachtige, grote huizen, met Griekse pilaren en hoge heggen. Onder het rijden ratelde Dorothy de namen op van filmsterren, zangers en dansers die ik in films had gezien. Ze kende ook de namen van filmregisseurs en producers die in verschillende huizen woonden, omdat sommigen van hen cliënten waren van haar man Philip.

Ten slotte minderden we vaart toen we bij een huis in Engelse Tudorstijl van twee verdiepingen kwamen, dat groter was dan enig huis dat ik ooit had gezien. Het had een steil aflopend dak, met puntgevels opzij en lange, smalle ramen met kleine ruitjes. Links was een enorme schoorsteen, bekroond met drie decoratieve schoorsteenpotten. De muren waren van baksteen met contrasterende, houten bekleding. Het was het soort huis dat ik alleen maar had gezien op de omslag van romannetjes.

'Home sweet home,' verklaarde Dorothy toen Spike de roze, betegelde oprijlaan inreed, die aan beide kanten voorzien was van glazen Tiffany-lampen. Het gazon zag eruit als een smaragdgroen tapijt. Elk grassprietje was perfect gemaaid. Links stond een reusachtige treurwilg, de wenende takken hingen bijna tot op de grond, en rechts was een dikke eik die trots en majestueus uitstak boven de bloemen, de rotstuin en de gele, witte en roze bougainville, die tegen het hoge hek eronder groeide.

'Wat is uw huis groot!' riep ik uit. 'Ik dacht niet dat een huis zo groot kon zijn in de stad. Het is een herenhuis!'

'Ik denk het, ja. We hebben twintig kamers,' zei ze, 'als je de per- soneelsverblijven meetelt, Philips kantoor, Philips fitnessruimte...'

'Fitnessruimte. Twintig kamers!'

Dorothy lachte.

'Philip klaagt altijd dat het niet groot genoeg is, vooral niet als de bijeenkomsten van de vrouwenclub hier worden gehouden.'

Naast het huis was een garage voor drie auto's, maar omdat de ingang aan de zijkant was, deed hij het huis nog groter lijken. Boven de garage zag ik ook ramen.

Spike parkeerde voor de boogvormige ingang en liep snel om de auto heen om Dorothy's portier te openen. Zodra ze uitstapte, holde hij weer naar de andere kant om dat van mij te openen. Hij reikte naar binnen om mijn elleboog te pakken en me te helpen. Ik voelde me nogal mal om iemand de meest eenvoudige dingen voor me te laten doen, maar ik was bang een fout tegen de etiquette te maken.

'Breng haar koffers naar de roze kamer, Spike,' beval Dorothy. 'We hebben veel logeerkamers, maar ik denk dat deze je het best zal bevallen. Hij past bij jonge mensen,' zei ze. Spike keek naar me met een flauw glimlachje en maakte toen de kofferbak open.

ik zal je eerst ons huis laten zien voor je naar je kamer gaat voor een hoognodige rust,' zei Dorothy. Ik volgde haar naar de voordeur, die op magische wijze open leek te gaan toen we dichterbij kwamen.

Een gedrongen, kale man met borstelige, grijze wenkbrauwen en een stompe neus begroette ons. Hij droeg een donkerblauw pak met das en had een bleke teint met roodbruin getinte vlekken op zijn wangen en op de onderkant van zijn voorhoofd. Zijn schedel en slapen waren bezaaid met wat eruitzag als sproeten. Zijn dikke lippen hadden ongeveer dezelfde oranje kleur.

'Hallo, Alec. Dit is Melody. Ze komt een tijdje bij ons logeren.'

Hij knikte.

'Heel goed, mevrouw,' zei hij op scherpe, afgemeten toon en met een nauwelijks merkbaar knikje. Zijn lichtgrijze ogen gleden over me heen en gaven me het gevoel dat ik aan een inspectie onderworpen werd voor ik het huis mocht betreden. Na een ogenblik deed hij een stap opzij en gingen we naar binnen.

De vloer van de hal was bedekt met donkere, warmbruine tegels die pasten bij de muren met panelen van donkere, cipressenhout. Boven ons hing een glinsterende luchter met traanvormige glazen kralen. De trap, die omhoogliep met een mahoniehouten leuning die voorzien was van gecompliceerde, opengewerkte motieven, was glimmend gepoetst.

Spike liep met mijn koffers de trap op, op de hielen gevolgd door Alec, maar ik liep achter Dorothy aan, verder het huis in.

Rechts was een heel grote zitkamer met een staande klok van pijnhout, die drie uur sloeg. Alle meubels waren van reusachtige afmetingen, om de grote ruimte te vullen. Blauwsatijnen gordijnen hingen voor de ramen en op de marmeren vloer lagen hier en daar grote, ovalen, Chinese kleden van hetzelfde blauw. Er was zoveel te zien dat ik alleen maar verbluft mijn hoofd kon schudden: grote olieverfschilderijen waarop scènes stonden afgebeeld in steden als Parijs en Londen, en grote tuinen, allemaal in sierlijk bewerkte, vergulde lijsten, glazen beeldjes die eruitzagen of ze honderden dollars kostten, porseleinen figuurtjes, zo verfijnd en perfect, dat ze duidelijk met de hand beschilderd waren, zilveren en gouden kandelaars, antieke zwaarden... hoe kon iemand zo rijk zijn?

'Gezellig, hè?' vroeg Dorothy trots.

Gezellig? Het was een vertrek waarin je rondleidingen kon houden, nietje ontspannen, dacht ik, maar ik knikte slechts.

Ze liet me de zitruimte zien, met zijn luxueuze, leren banken en stoelen, Philips kantoor, de eetkamer met een tafel waaraan twintig mensen konden zitten, én de keuken die meer op een keuken voor een restaurant leek. Ze was vooral trots op haar ovens, hoewel ze onmiddellijk zei dat ze zelfs nooit water kookte voor de thee.

'Dat is Selena's werk,' verklaarde ze, en stelde me voor aan de kokkin, een kleine, mollige, Peruaanse vrouw met ogen die de kleur hadden van turfmolm. 'Selena woont achterin het huis,' vertelde Dorothy. 'Spike heeft een appartement boven de garage, maar mijn kamermeisje, Christina, woont in West L.A. Ze komt om zeven uur 's morgens en gaat na het eten weg, meestal om een uur of acht. Philip betaalt ze allemaal aan de hand van zijn boeken.'

'Zijn boeken?'

'Dingen die accountants doen om de hebzuchtige regering af te houden. Kom, dan gaan we naar je kamer. Je zult wel een douche willen nemen en je opfrissen na je reis.'

'Ja, graag. En dan wil ik het adres opzoeken.'

'Het adres?'

'Waar mijn moeder misschien is.'

'Nu meteen?' Ze trok een lelijk gezicht. 'Je zult toch zeker wel tot morgen willen wachten.'

'Ik doe het liever zo gauw mogelijk. Daarom ben ik hier,' zei ik nadrukkelijk. Ze trok haar wenkbrauwen op.

'Ik vergeet altijd weer hoeveel energie jonge mensen hebben,' zei ze. 'Goed dan, als je dat met alle geweld wilt. We zullen Spike zeggen dat hij over een uur klaarstaat.'

'Dank je, Dorothy, en bedankt dat je me je huis hebt laten zien. Het is fantastisch.'

Ze straalde.

'Het meeste heb ik zelf ingericht. Met de hulp van vakmensen natuurlijk. Holly is hier maar één keer geweest. Toch niet te geloven? Ik denk dat ze bang is om terug te komen, bang om het feit onder ogen te zien dat ze hel hier weieens leuk zou kunnen vinden,' voegde ze er met een knipoog aan toe.

Dat betwijfel ik, dacht ik. Holly was onder de indruk van spirituele, niet van materiële dingen, wilde ik haar vertellen, maar ik hield mijn lippen stijf op elkaar.

We liepen de trap op. Alec had mijn koffers al uitgepakt, opgehangen wat opgehangen moest worden en mijn andere spulletjes in de ladenkast geborgen. Ik voelde me verlegen bij de gedachte dat hij dit allemaal had gedaan en vooral dat hij mijn ondergoed in handen had gehad.

Maar ik was zo onder de indruk van de slaapkamer, dat ik zelfs de tijd niet had om me verlegen te voelen. Dit was geen kamer, maar een vertrek dat geschikt was voor een prinses. Verbijsterd staarde ik naar de chique pracht, de weelde! De muren waren behangen met zijden damast van een prachtig aardbeienroze, nog luxueuzer dan het lichte mauve van een tapijt dat minstens vijf centimeter dik moest zijn. Er stond een kingsize bed van wit pijnhout dat op de een of andere manier bewerkt was, zodat er roze lijntjes doorheen liepen. Het bed had een hemel en een zacht, donzig dekbed. Zelfs de inloopkast was groter dan enige kamer waarin ik ooit geslapen had. Er waren planken voor schoenen, en een spiegel, en achterin stond een kleine toilettafel. Maar er was ook een kaptafel met bijpassende ladenkasten in de kamer zelf.

Alle kranen en andere apparatuur in de badkamer waren van glimmend gepoetst koper. Op de vloer lagen witte tegels. Er was een whirlpoolbad, een glazen douchehok dat groot genoeg was om een heel gezin te bevatten en dubbele wasbakken. De vele spiegels om me heen weerkaatsten mijn verblufte blik. Dit was de logeerkamer! Hoe zou de slaapkamer van Dorothy en Philip er dan wel niet uitzien?

'Niet te geloven, zo mooi als je huis is, Dorothy,' zei ik weer.

'Ik ben blij datje voldoende comfort zult hebben.'

'Comfort! Dit is een paleis. Hoe zou iemand zich hier niet comfortabel kunnen voelen!'

Ze lachte.

'Weet je zeker dat je al zo gauw naar West Hollywood wilt? Verwen jezelf eerst toch een beetje. Neem een whirlpoolbad, rust wat uit, kijk tv op je eigen toestel. We nemen een paar hors d'oeu- vres voor Philip thuiskomt, en dan gaan we gezellig eten.'

'Het klinkt geweldig, Dorothy, maar ik zou me schuldig voelen. Ik ben hier niet om me te amuseren, ik ben hier om mijn moeder te vinden,' bracht ik haar in herinnering.

Ze zuchtte en haalde haar schouders op.

iedereen heeft altijd zo'n haast tegenwoordig. Goed, ik zal tegen Spike zeggen dat hij zich gereedhoudt.'

'Dank je. Voor alles,' zei ik.

Ze glimlachte naar me en liet me alleen om een douche te nemen en me te verkleden. Ik was moe, bijna uitgeput, maar de opwinding dat ik hier was en op het punt stond mamma te vinden won het van mijn moeheid. Ik liep de douchecel binnen en liet het warme water over me heenstromen tot mijn huid tintelde. Toen stapte ik eruit, trok een spijkerbroek en mijn beste blouse aan, borstelde mijn haar, haalde een paar keer diep adem, sloot mijn ogen en verbeeldde me dat Billy Maxwell en Holly naast me zaten en me adviseerden hoe ik mijn zenuwen moest bedwingen en mijn energie verzamelen, een energie die ik nu meer nodig had dan ooit.

Toen stond ik op en ging op weg om mijn moeder te zoeken.

Denkend aan de tijd die voorbij was gegaan sinds mamma me in Provincetown alleen had gelaten met de familie van mijn stiefvader, werd ik plotseling geplaagd door een nieuwe, zij het nogal dwaze angst. Hadden de tijd en gebeurtenissen me zo veranderd dat ze me misschien niet zou herkennen, vooral niet als ze aan een of andere vorm van geheugenverlies leed? Het was nog niet zo lang geleden, maar ik voelde me zo anders. Als ik tegenover haar stond, hoe moest ik dan beginnen? Het leek me belachelijk om naar iemand toe te lopen en te zeggen: 'Hallo, weetje nog wie ik ben? Ik ben je dochter. Jij bent mijn moeder.' Als er andere mensen bij stonden, zouden die beslist denken dat ik gek was.

Toen ik de met tapijt beklede, ronde trap afdaalde en door de hal naar de voordeur liep, voelde ik me krimpen. Het was natuurlijk een illusie, die gestimuleerd werd door de enorme afmetingen van alles om me heen, maar wat belangrijker was, door de enorme taak die ik op me had genomen. Ik haalde diep adem en liep naar buiten.

Spike stond tegen de limousine geleund in Variety te lezen. Hij keek glimlachend op. Toen sloeg hij het blad dicht, opende het achterportier en deed een stap achteruit terwijl hij tegelijk met een sierlijke beweging een heel geaffecteerde en opzettelijk theatrale bui-ging maakte.

'Madam,' zei hij.

'Dank u,' zei ik nauwelijks hoorbaar. Ik wilde instappen, maar bleef toen staan. 'O, hier is het adres,' en ik overhandigde hem het velletje papier dat de sleutel van mijn toekomst kon bevatten. 'Is het ver weg?'

'Niets is ver weg in deze stad, behalve een groot deel,' antwoordde hij.

Ik stapte in, hij sloeg het portier dicht en liep snel naar zijn plaats achter het stuur.

'Wilt u dit soms inzien?' vroeg hij, terwijl hij me het exemplaar van Variety aanbood.

'Nee, dank u.'

Hij haalde zijn schouders op.

'Ik dacht dat het u misschien zou interesseren om te weten hoe een Hollywoods blad eruitziet. Het staat vol met nieuwtjes over acteurs en actrices. Ik denk dat u het nog nooit gelezen hebt,' mompelde hij.

'Nee, daar had ik geen enkele reden voor,' legde ik uit.

Hij lachte en startte de motor.

'Ik wil niet proberen actrice te worden of zoiets,' ging ik verder, toen hij zelfgenoegzaam bleef glimlachen.

'Elke vrouw is een actrice en zou het daarom prachtig vinden in een film te spelen,' merkte hij op.

'Ik niet. En niet elke vrouw is een actrice,' antwoordde ik bits.

Hij lachte weer. Zijn neerbuigende glimlach maakte me woedend.

'Ik wil naar de universiteit en andere dingen doen,' ging ik verder, me afvragend waarom ik het zo belangrijk vond het hem uit te leggen.

'Uw moeder is toch hierheen gekomen om actrice te worden?' vroeg hij, toen we over de lange oprijlaan reden. Mijn schouders verstijfden.

'Als u acteur wilt worden, waarom bent u dan chauffeur?' vroeg ik op mijn beurt.

Hij draaide zich om, alsof hij wilde weten of ik het serieus meende.

'Het neemt een hoop tijd in beslag, het is een intense studie, je moet bij mensen aankloppen, honderden audities doen, tot je die ene grote kans krijgt,' zei hij. intussen, als je niet met een zilveren lepel in je mond bent geboren of een paar rijke vrienden hebt die bereid zijn in je te investeren, neem je elke baan aan waarmee je je boodschappen en de huur kunt betalen. Dit is geen slechte baan. Mevrouw Livingston geeft me een hoop vrijheid. Als ik een belangrijke auditie heb, geeft ze me vrij, ook al betekent het dat ze een taxi moet nemen.'

'Hoe lang bent u al hier om acteur te worden?' vroeg ik hem.

'Driejaar dat ik er serieus mee bezig ben,' antwoordde hij.

'Hebt u wel eens in een film gespeeld?"

'Een paar bijrolletjes. Ik heb mijn kaart van de Screen Actors Guild. Dat is meer dan veel mensen kunnen zeggen. Zes maanden geleden trad ik op in een toneelstuk. Dat heeft bijna een maand gelopen.'

'Dan moet u wel goed zijn,' merkte ik op. Hij keek achterom met een van zijn innemende glimlachjes.

'Dat ben ik ook. Ik moet alleen de anderen, de belangrijke mensen, er nog van overtuigen. Na een tijdje is het toch een kwestie van geluk. Je moet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn.'

'Gelooft u in astrologie?' vroeg ik.

'Ik geloof in alles waarin ze willen dat ik geloof, zolang het maar een rol oplevert.'

'Is het dan zo belangrijk voor u?'

'Wat dacht jij dan!' Hij draaide zich om en staarde me aan alsof ik van een andere planeet kwam. Toen glimlachte hij. 'Als u een tijdje hier bent, begrijpt u het wel. Het zit in de lucht.'

'Zolang hoop ik hier niet te blijven,' mompelde ik en staarde uit het raam. Spike bleef naar me kijken in de achteruitkijkspiegel. Ik ving heel even zijn blik op, toen draaide ik me om en staarde naar buiten zonder iets te zien. Ik was zenuwachtig bij de gedachte aan wat me over een paar minuten te wachten zou staan. Mijn maag maakte salto's. Eindelijk merkte Spike hoe onrustig ik was en kreeg wat medelijden met me.

'Het is al een tijd geleden sinds je je moeder gezien hebt, hè?' vroeg hij zacht.

'Ja.'

'En je weet niet eens zeker of het je moeder wel is?'

'Nee,' zei ik, al wijst alles erop dat ze mijn moeder is.'

Hij schudde zijn hoofd.

'Wat een toestand. Dit adres is een goedkoop appartementencomplex. De meeste eigenaars verhuren onder aan mensen die proberen vaste voet te krijgen in de business.'

'De business?'

'Zo noemen we Hollywood, de biz. We hebben ons eigen taaltje.' Hij lachte.

'Het is net een ander land,' mompelde ik, maar luid genoeg dat hij het kon horen. Hij lachte nog harder.

'Zou je echt niet beroemd willen zijn in de showbusiness? Je hebt vast wel een of ander talent.'

Ik bleef uit het raam staren.

'Ik speel viool en sommige mensen zeggen dat ik erg goed ben.'

'Zie je nou wel. Sommige muzikale sterren zijn beroemde acteurs geworden,' zei hij.

'Ik ben allesbehalve een muzikale ster,' zei ik hoofdschuddend. Hoe gemakkelijk kon iemand in de val lopen en gaan geloven in zijn of haar eigen fantasieën, dacht ik. Was dat met mamma gebeurd?

'Je moet positief over jezelf denken. Kijk naar mij. Ik moet naar tien, twintig audities per week en meestal krijg ik niet eens een telefoontje. Maar laat ik me daardoor ontmoedigen? Nee. Ik blijf terugkomen. Vroeg of laat... vroeg of laat,' zong hij.

Ik staarde hem aan en vroeg me af of hij, en niet ik, degene was die beklagenswaardig was.

'Het is aan het eind van deze straat,' zei hij ten slotte, na rechtsaf te zijn geslagen. Mijn hart leek stil te staan en ging toen boem, boem, boem, alsof iemand op een gesloten deur stond te bonzen. Ik hield mijn adem in toen hij langzamer ging rijden.

'Daar is het,' zei hij. 'De Egyptian Gardens. Ik hou van de namen die ze die gebouwen geven.'

Ik tuurde uit het raam. Hoge heggen omgaven het roze gepleisterde complex dat rond een zwembad stond. De gebouwen waren niet hoger dan vijf verdiepingen en elke eenheid had zijn eigen kleine balkon. Op sommige ervan stonden bloembakken met planten die over de balkons hingen. Op allemaal stonden een kleine tafel en stoelen. Hoewel de roze kleur helder was, zagen de gebouwen er versleten, vermoeid, gehavend en afgebrokkeld uit. Het grasveld was onregelmatig en slecht onderhouden, sommige heesters zagen er ziekelijk uit met veel takken zonder bloesem.

Er hing een lijst van de bewoners rechts van de hoofdingang, waarboven in krullerige, tinnen letters de naam van het complex stond. Spike had gelijk. Ik zag niets Egyptisch of zelfs maar vaag Arabisch eraan en vroeg me net als hij af waarom het de Egyptian Gardens heette. Het hek van de hoofdingang stond open en twee jongemannen in shorts en polohemden, de voeten zonder sokken in sneakers, kwamen lachend naar buiten. Ze waren allebei slank en knap, beiden met donker golvend haar. Ze leken zoveel op elkaar dat het een tweeling had kunnen zijn.

'Mooie jongens,' mompelde Spike. Hij stapte uit en deed mijn portier open. Even dacht ik dat mijn benen me niet wilden gehoorzamen, maar ik dwong mezelf om op te staan en uit te stappen. 'Ik zal hier op u wachten,' zei Spike.

'Dank u,' zei ik, tenminste ik dacht dat ik het zei. Ik wist niet zeker of ik de geluiden werkelijk gemaakt had. Hij hield zijn hoofd schuin.

'Gaat het?'

Ik knikte en liep naar de ingang. Ik bestudeerde de lijst en las de namen tot ik Gina Simon vond. Mijn vingers beefden toen ik op de knop naast de naam drukte.

'Dat heeft geen enkele zin,' hoorde ik een vrouwenstem zeggen. Ik keek op toen een jonge vrouw met geblondeerd haar naast me kwam staan. Ze droeg een roze tanktop en een witte short, en haar haar was in een paardenstaart gebonden. Ze maakte pas op de plaats terwijl ze sprak. Haar knappe gezichtje zag rood en zweetdruppeltjes parelden op haar voorhoofd. 'De bel is kapot. Ze zouden hem verleden week maken, én de week daarvoor, en de week daarvoor, maar hier duurt alles lang.' Ze haalde diep adem en bleef haar voeten ritmisch bewegen. 'Wie zoek je?'

'Gina Simon?'

'O, Gina. O, ja, die woont recht tegenover me, 4C. Kom mee,' zei ze, en jogde door het hek. Toen bleef ze even staan, hield het hek voor me open, terwijl ze haar voeten op en neer bleef bewegen. 'Het is niet op slot. Goed beveiligd, hè?'

Ik volgde haar naar binnen en ze bleef joggen over het voetpad. Ik liep snel, jogde zelf bijna om haar bij te houden. Ze bleef staan toen we bij het zwembad waren. Drie jonge vrouwen in bikini's lagen te zonnen op ligstoelen. Ik keek snel om me heen om te zien of mamma ook bij het zwembad was. Tot mijn opluchting was ze er niet. Ik wilde haar niet ontmoeten waar al die mensen bij waren.

Een lange, heel magere jongeman met kort lichtbruin haar zat met bungelende benen op de duikplank.

'Hé, Sandy, hoe was je workout?' vroeg hij aan de jonge vrouw die me binnen had gebracht.

'Ik werd bijna aangereden door een idioot op een motor in de buurt van Melrose,' zei ze.

Een van de vrouwen op de ligstoelen kwam overeind, steunend op haar elleboog. Ze had lang, roodbruin haar. Op haar neus na, die

erg puntig was, had ze een aantrekkelijk gezicht.

'Ben je die vijf pond kwijt?' vroeg ze, rollend met haar ogen en glimlachend als een kat.

'Ik begin er te komen,' zei Sandy. Ze draaide zich met een ruk om en keek naar mij. 'Kom mee, voor ze je levend verslinden,' zei ze, en de drie jonge vrouwen lachten. Haastig liep ik achter haar aan. Ze ging me voor om het zwembad heen, over een voetpad naar de trap van het tweede gebouw. Eenmaal binnen, stopte ze met joggen.

'Ik probeer af te vallen voor een auditie. Het is een fotosessie, en je weet hoe de camera je ponden zwaarder doet lijken. De lift is daar,' zei ze, wijzend naar de gang links van haar. 'Ik ben Sandra Glucker, maar mijn artiestennaam is Sandy Glee.'

'Mijn naam is Melody,' zei ik.

'Perfect,' zei ze, en schudde haar hoofd. 'Mooie naam. Actrice, danseres, zangeres?'

'Nee,' zei ik.

'Nee?' Ze bleef staan en draaide zich weer naar me om. 'Schrijfster?'

'Nee,' zei ik glimlachend, ik zit niet in de business.'

'O. O,' herhaalde ze, alsof het nu pas tot haar doordrong dat er ook nog een ander soort mensen bestond in Californië. Ze keek weer naar me. 'Je bent er mooi genoeg voor.'

'Dank je.'

'Gina Simon. Hoe ken je Gina? O, let maar niet op mij. Je hoeft het me niet te vertellen. Ik ben verslaafd aan roddels, maar dat is minder erg dan een paar andere verslavingen hier.'

We liepen de lift in, en ze drukte op de knop voor de derde verdieping.

'We hebben elkaar in een andere plaats leren kennen,' zei ik, en hoopte dat ze daar genoeg aan zou hebben.'

'Een andere plaats? Bestaan er nog andere plaatsen?' Ze lachte om haar eigen opmerking. Ik glimlachte, en de deur van de lift ging open. 'Kom je uit Ohio?'

'Ohio?'

'Daar komt Gina vandaan, een klein plaatsje bij Columbus, geloof ik. Hebben jullie elkaar op school leren kennen of zo?'

'Op school? Nee.' Hoe oud dacht ze dat ik was? Nog belangrijker, hoe oud dacht ze dat Gina Simon was?

'Wat is het? Ultrageheim? Daar is 4C.' Ze wees naar een deur verderop in de gang. In plaats van naar haar eigen appartement te gaan, keek ze me nieuwsgierig na toen ik naar appartement 4C liep.

Ik keek achterom en lachte nerveus. Toen haalde ik diep adem en klopte op de deur.

'De deurbel werkt,' zei ze. 'Dat hoort-ie in ieder geval te doen.'

'O, dank je.' Ik drukte erop en wachtte. Zij ook. Niemand deed open. Ik drukte weer op de bel. De seconden leken minuten.

'Ze is waarschijnlijk niet thuis. Misschien is ze naar een auditie. Heb je niet van tevoren gebeld?'

'Nee,' zei ik verslagen.

'Jammer. In L.A. moetje altijd eerst bellen. Waarschijnlijk zie ik haar later. Zal ik haar zeggen dat je geweest bent?'

'Nee,' zei ik. En besefte dat ik het te snel gezegd had. Ik glimlachte. 'Ik had haar willen verrassen.'

'O. O! Ik hou van verrassingen. En ik denk Gina ook.' Ze knipte met haar vingers. 'Je bent toch niet haar zus, hè? Ze vertelde me dat ze een jongere zus heeft. Dat ben jij, hè?' ging ze verder, voor ik mijn mond open kon doen. 'Geweldig. Ze zal zo blij zijn. Ze mist haar familie erg.'

'Heus?'

'Natuurlijk. Diep in haar hart, al is ze nog zo mooi en lijkt ze nog zo mondain, is Gina een eenvoudig meisje. Daarom houdt iedereen van haar. Wil je bij mij wachten?'

'Eh, nee. Ik kom later wel terug. Bedankt,' zei ik.

'Weetje het zeker? Want...'

'Nee, dank je,' zei ik met bonzend hart. Haastig liep ik naar de lift en drukte op de knop voor de begane grond. Toen de deuren dichtgingen, zag ik nog net Sandy Glees verbaasde gezicht.

Zodra de liftdeuren opengingen holde ik naar buiten. Nu jogde ik zelf ook over het pad, langs het zwembad, waar iedereen naar me keek, en naar de ingang.

'Wat is er gebeurd?' vroeg Spike, die uitstapte om mijn portier open te doen.

Ik schudde mijn hoofd.

'Ze was er niet, en...'

'En wat?'

'lk geloof niet dat het mijn moeder is!' riep ik uit.