12. De neergaande spiraal

Het begon harder te waaien toen we over de hobbelige kustweg naar Kenneths huis reden. Ik kon het sproeiwater van de zee tegen de rotsen zien spatten, en de zeemeeuwen leken moeite te hebben om op de juiste koers te blijven. De lucht was nog blauw, maar boven de horizon dreven lange, dreigende, grauwe wolken onze richting uit.

'Er is een noordooster op komst,' zei Cary. 'Het zal vanavond flink gaan regenen.'

We stopten naast Kenneths jeep en zagen dat hij het portier wijdopen had laten staan. Ik stapte langzaam uit de truck en liep naar de jeep. Ik staarde naar de lege bierflesjes en de lege zakken fast food op de grond, een paar oudbakken frieten en zakjes ketchup.

'Ik denk dat zijn accu leeg is,' zei Cary, die over mijn schouder mee keek. Hij knikte naar het dashboard. 'Hij heeft kennelijk zijn koplampen de hele nacht laten branden toen hij terugkwam uit een of andere bar.'

Ik schudde mijn hoofd, mijn hart bonsde van angstige verwachting toen we naar het huis liepen. De deur was zoals gewoonlijk niet op slot, maar stond ook half open. De rommel was nog veel erger dan toen ik pas voor Kenneth was gaan werken. Het leek of hij helemaal niets had afgewassen sinds ik was vertrokken. Voedsel zat aan de borden gekleefd. Overal stonden glazen met nog wat wijn, whisky, bier en cola erin, zelfs op de vensterbanken.

Ik klopte op de deur van de slaapkamer voor ik naar binnen keek, maar Kenneth was er niet. Ik begreep trouwens toch niet hoe hij in die kamer kon slapen. De dekens en de lakens slierden half op de grond, naast een kussen en verspreid liggende kleren en schoenen. Ik waadde door de rotzooi en bleef toen staan om de foto op te rapen van mamma en mij die ik eens onder het bed had gevonden.

'Wauw, wat stinkt het hier!' zei Cary. Ik zag bedorven voedsel en iets wat eruitzag als braaksel in een hoek. 'Walgelijk. Wat is dat?'

'Een foto van mijzelf en mamma. Heb je in de badkamer gekeken?'

'Ja. Hij is waarschijnlijk in de studio,' zei Cary. Hij schudde zijn hoofd toen hij in de kamer rondkeek. 'Ik zei dat het er slecht voorstond, maar ik had geen idee hóe slecht.'

'Oké. Laten we hem gaan zoeken,' zei ik, en we liepen naar buiten, dankbaar voor de frisse lucht. Ik keek naar de kleine vijver waar Kenneth Shell, de schildpad, en een paar vissen hield. Twee dode vissen dreven op het water en Shell was nergens te bekennen.

De deur van de studio stond wagenwijd open. Ik bleef in de deuropening staan en staarde naar de flessen, borden, papieren en blikjes. Een stoel was omgevallen en het kleine bankje leek een deel van het vulsel te missen.

Kenneth lag in foetushouding aan de voet van Neptune''s Daughter en hield met één hand een bijna lege fles whisky vast. Zijn wangen waren ongeschoren, zijn baard was erg verward, zijn haar lang en niet geknipt. Hij droeg een vuile spijkerbroek, geen schoenen en een verschoten bruin T-shirt dat aan de rechterkant gescheurd was. Zijn ogen waren stijf dichtgeknepen en zijn mond was vertrokken in een grimas. Het leek of hij een afschuwelijke nachtmerrie had.

Ulysses, die naast hem sliep, stond met veel moeite op en kwam ons met krachtig kwispelende staart begroeten.

'O, Ulysses, arme jongen,' zei ik, toen hij mijn gezicht en handen likte. 'Wanneer heb je voor het laatst te eten gehad?'

'Hij heeft waarschijnlijk de restanten van de borden gegeten,' merkte Cary op.

We keken allebei weer naar Kenneth. Hij had zich niet verroerd.

'Misschien kunnen we hem beter niet wakker maken,' zei Cary. 'Ik heb je verteld dat ik dat al eens eerder gedaan heb, maar ik heb je er niet bij verteld dat hij niet zo vriendelijk reageerde.'

'We kunnen hem niet zo achterlaten,' zei ik. Ik haalde diep adem en ging naar hem toe. Hij stonk verschrikkelijk, maar ik knielde naast hem neer en wrikte voorzichtig de fles whisky uit zijn vingers. Cary kwam haastig dichterbij, pakte de fles uit mijn hand en zette hem op tafel. Toen schudde ik Kenneth zacht heen en weer aan zijn schouder. Zijn mond ging dicht en weer open, maar zijn ogen bleven gesloten. Ik schudde harder.

'Kenneth. Kenneth, word wakker. Ik ben het, Melody. Ik ben terug, Kenneth. Kenneth!' Ik rukte aan zijn arm en plotseling deed hij kreunend zijn ogen open. Hij kwam zo snel overeind dat ik bijna achterover viel om te voorkomen dat zijn zwaaiende linkerarm me raakte. Toen richtte hij zijn ogen op mij en wreef erin.

'Wat?'

'Ik ben terug, Kenneth. Ik ben Melody.'

'Je bent terug?' Hij wreef met zijn handpalmen over zijn gezicht, liet zijn hoofd voorover vallen alsof hij weer ging slapen, maar hief het toen weer langzaam op en keek me doordringend aan. 'Je bent geen visioen, geen droom? Je bent er echt,' zei hij glimlachend.

'Ja, Kenneth. Ik ben er echt. Wat is er aan de hand? Wat heb je met jezelf gedaan?'

'Met mezelf gedaan? Niets. Watje ziet is mét mij, niet dóór mij gedaan,' antwoordde hij. 'Dus...' Eindelijk merkte hij Cary op, die een eindje van ons af stond. 'O, de strandreddingsbrigade is gearriveerd, hè?'

'Hoi, Kenneth. Ik geloof dat de accu in je jeep leeg is. Ik denk dat je gisteravond de lampen hebt laten branden.'

Hij glimlachte. 'Hoogstwaarschijnlijk.'

'Ik heb een paar startkabels in de truck. Ik zal zien dat ik hem weer aan de praat krijg.'

Kenneth bracht zijn hand naar zijn slaap en naar zijn mond, en boog toen.

'Mijn familie dankt je.'

Cary lachte, keek even naar mij en zag dat ik het allemaal niet zo grappig vond.

'Ik ben bezig met de jeep terwijl jullie praten,' zei hij, en liep haastig weg, op de hielen gevolgd door Ulysses.

'Praten? Gaan wij praten?'

'Wat is er met je gebeurd, Kenneth? Zo was je niet toen ik wegging-'

'Ik weet het niet,' zei hij snel en deed zijn best om op te staan. Ik wilde hem helpen, maar hij duwde me weg. 'Ik kan het wel alleen,' zei hij, maar hij wankelde toen hij stond en moest met zijn hand steun zoeken tegen het beeld. Hij deed zijn ogen open en glimlach-te. 'Ik wist dat ik dit met een bepaalde reden had gemaakt.'

'Het heeft heel wat meer bestaansrecht dan dat, Kenneth. Het is

schitterend,' zei ik, terwijl ik weer naar Neptune's Daughter keek. Ik hoefde niet te twijfelen, het was het gezicht van mijn moeder.

'Precies. Kunst ter wille van de kunst, om de schoonheid naar buiten te brengen die anders ongezien, ongehoord, onaangeraakt om ons heen is. Ik ben een profeet, een zanger, een...' Hij kreunde, '...een man met een ontstellende kater.'

Hij liep wankelend naar de bank, pakte een kussen en plofte neer, waarbij hij de bank bijna omvergooide.

'Waarom drinkje zoveel? Je drinkt je dood op die manier,' zei ik.

'Nee, zo lijkt het maar. Ik kan tot in het oneindige zo doorgaan. Tja,' zei hij, toen hij weer een beetje tot zichzelf begon te komen, 'ik heb een paar keer van Holly gehoord.

'Blijkbaar heeft onze Miss Cape Cod een slimme truc met ons uitgehaald, hè? Een dood en een opstanding, precies zoals we allemaal vermoedden?'

'Ja, zij en haar zogenaamde agent profiteerden van een situatie om haar dood te fingeren. De vrouw die bij Richard Marlin in de auto zat had het identiteitsbewijs van mijn moeder geleend en werd eerst per vergissing voor mijn moeder gehouden en toen met opzet voor haar uitgegeven.'

'Olivia zal niets minder dan blauw bloed dulden in haar gewijde grond.'

'Waarom maakt iedereen zich toch zo bezorgd over wat grootma Olivia ervan zal vinden?' vroeg ik geprikkeld.

'Ik maak me niet bezorgd. Eerlijk gezegd amuseert het me. Haille vond het altijd prachtig zich voor iemand anders uit te geven, vooral voor filmactrices. Als ze een vreemde ontmoette, gaf ze een fictieve naam op, verzon een heel verleden voor zichzelf, en nog heel overtuigend ook.'

'Dan is ze op de juiste plaats,' zei ik, en begon het atelier op te ruimen.

'Niet doen. Het kan me niet meer schelen of het atelier schoon en opgeruimd is. Je kijkt naar mijn laatste kunstwerk,' zei hij, starend naar Neptune 's Daughter.

'Hou op, Kenneth. Dit is nietje laatste werk, denk eraan. Je bent te jong om met pensioen te gaan.'

'Met pensioen gaan?' Hij lachte. 'Ja, met pensioen gaan is een mooie uitdrukking ervoor. Kenneth Childs, de beroemde beeldhouwer uit New England, heeft aangekondigd dat hij met pensioen gaat. Klinkt goed.'

'Ik vind het vreselijk, want het smaakt naar zelfmedelijden,' zei ik. Hij sperde zijn ogen open.

'Wauw. Et-tu, Melody?'

'Ik begrijp het, Kenneth, want ik heb me er ook in gewenteld.' Ik legde nog een kussen terug op de bank en ging naast hem zitten. Toen vertelde ik hem wat er gebeurd was in Californië en waarom ik was weggegaan. Terwijl hij luisterde, verscheen er weer wat bezieling in zijn ogen, vooral toen ik mijn moeder beschreef en hoe jong ze eruitzag.

'Dus ze is nog steeds heel mooi?'

'Ja, maar er zijn veel mooie vrouwen in Hollywood, de meesten met meer talent en allemaal waarschijnlijk met fatsoenlijkere en betrouwbaardere agenten. Richard Marlin is een schooier die haar gestrikt heeft.'

Hij knikte.

'Ik heb medelijden met haar. Zij was net zo'n slachtoffer als ik was. Ik heb met jou ook medelijden,' voegde hij er snel aan toe.

'Ik wil je medelijden niet. Ik wil er niet meer aan denken en ik wil ook niet meer proberen iets te forceren dat onmogelijk is.'

Hij keek me met hernieuwde belangstelling aan.

'Ik begrijp het. Je leert het glimlachend te verdragen, hè?'

'Ja, en ik wil dat jij dat ook doet.' Ik zweeg even en ging toen verder. 'Feitelijk heb je geluk gehad dat je niet aan mijn moeder vast bent blijven zitten. Grootma Olivia heeft gelijk dat de mensen altijd excuses voor haar zochten. Ze is niet zo geworden door wat er tussen jullie beiden gebeurd is, maar omdat ze het altijd in zich heeft gehad. Ze is altijd egoïstisch geweest, Kenneth. Je weet dat het zo is.'

Hij lachte. 'Waar haal je al die wijsheid en kennis vandaan?'

'Het was een lange reis,' antwoordde ik ironisch, 'door een regenwoud van tranen. Alleen omdat ze jou verloor als minnaar, wilde toch niet zeggen dat ze mij moest afwijzen, me verloochenen als haar dochter. Wanneer houd je eens op je vader de schuld te geven van elke fout die je maakt en zoek je die schuld eens bij jezelf?'

Hij sperde zijn ogen open.

'Je begrijpt het niet,' zei hij fluisterend en hoofdschuddend.

'Ik begrijp het wél. Denk je niet dat ik ook van haar wilde houden? Denk je niet dat ik graag een moeder wilde hebben? Denk je niet dat ik, toen ik opgroeide en ik zoveel vragen en vrouwelijke problemen had, dolgraag uren en uren met haar zou hebben door-gebracht, zonder dat ze voortdurend over zichzelf praatte, over haar puistjes of het grammetje extra vet? Denk je datje haar had kunnen veranderen als je met haar getrouwd was?'

'Ik weet het niet,' gaf hij toe. 'Het enige wat ik weet is dat ik graag de kans zou hebben gehad.' Hij zuchtte diep. 'Oké, Melody, oké, maar wat mijn werk betreft, ik weet het niet.' Hij keek naar Neptune 's Daughter. 'Dit project lijkt me te hebben uitgeput. Ik heb het alles gegeven wat ik had.'

'Dat betwijfel ik,' zei ik. We hoorden de claxon van de jeep en keken naar de deuropening. Cary stak zijn duimen omhoog.

'Hij is een goeie jongen. Jammer van zijn vader. Er komt nu veel op zijn schouders terecht. Ga je weer bij hen wonen nu je terug bent?'

'Nee. Ik ga bij grootma Olivia wonen. Je weet toch dat dat al geregeld was voordat ik naar Californië ging?'

'Ja, ik herinner het me, en ik herinner me ook dat het me een goed idee leek. Je zult veel van haar leren.'

'Dat vertelt ze me voortdurend,' zei ik ironisch. Hij lachte en streek over mijn haar.

'Het is prettig om je terug te hebben, al had ik ter wille van jou gehoopt dat het anders zou uitpakken.'

'Dank je, Kenneth. Hm, mag ik misschien een kleine suggestie doen?'

'Waarom niet?'

'Zou je binnen niet al te lange tijd een bad of een douche kunnen nemen?'

Hij bulderde van het lachen en trok zijn hand weg.

'Oké, dat verdien ik.'

intussen zal ik wat van de rommel opruimen.'

Hij schudde zuchtend zijn hoofd.

'Je hebt een slechte invloed op iemand die zich wil wentelen in zelfmedelijden, Melody.'

'Goed zo,' zei ik, wat weer een glimlach bij hem tevoorschijn bracht. Ik had zo'n idee dat hij niet vaak had gelachen sinds ik weg was gegaan.

'Je hebt wonderen met hem verricht,' zei Cary, toen we tweeënhalf uur later wegreden. We hadden Kenneth achtergelaten terwijl hij wat warms at, en hij had beloofd te rusten en de whisky voorlopig te laten staan.

'Maar ik weet niet hoe lang het zal duren,' zei ik triest. 'Hij is op een punt gekomen waarop zijn kunst niet genoeg is. Hij heeft een mens nodig om van te houden en die van hem houdt.'

'Daar kan ik inkomen,' zei Cary en kneep zachtjes in mijn hand.

'Ja, ik ook.'

Terwijl we hotsend over de kustweg reden keek ik achterom naar Kenneths huis. Ulysses was naar het hek gekomen, maar hij volgde de truck niet luid blaffend over het grootste deel van de weg, zoals hij gewoonlijk deed. Cary keek in zijn zijspiegel.

'Ulysses begint oud te worden, hè?'

'Ja,' zei ik triest. 'En hij is Kenneths enige gezelschap.'

Tijdens de rit terug naar grootma Olivia zagen we de wolken uit het noorden komen binnendrijven en zich over de lucht verspreiden. Toen we over de oprit reden, regende het.

'Hoe doe je het met de kreeftenvisserij?' vroeg ik aan Cary, toen we voor het huis stilhielden.

'Roy zorgt ervoor. En Theresa helpt hem. Ze informeert vaak naar je.'

'Ze was het aardigste meisje van de hele school, tenminste wat mij betrof. Het kan me niet schelen hoe de snobs over de Brava's denken.'

Cary lachte. De Brava's, zoals de half zwarte en half Portugese bewoners van Provincetown werden genoemd, werden niet gemakkelijk geaccepteerd door de meisjes die volgens grootma Olivia van 'fatsoenlijke' afkomst waren.

'Ik moet me nu trouwens toch met de veenbessenoogst gaan bezighouden,' zei Cary. 'De meeste bessen zijn al helderrood. Meestal beginnen we pas in oktober te oogsten, maar ik denk dat we dit jaar al in de derde week in september kunnen beginnen.'

'Dit wordt mijn eerste veenbessenoogst. Wat moet ik weten om je te kunnen helpen?'

'Nou, deze bessen zijn allemaal bestemd voor sappen en sauzen, dus gaan we "nat oogsten" zoals het genoemd wordt. Eerst zetten we het terrein onder water tot de veenbessen volledig onder staan. Dan brengen we er trucks met dikke banden naartoe, de zogenaamde "water-reels" ofwel "eierkloppers". Ze worden over het terrein gereden en de draaiende bladen maken de bessen los van de planten en de bessen drijven naar de oppervlakte. Dan begint het zware werk.'

'Hoe bedoel je?'

'We verbinden planken met repen van canvas, leggen die om de veenbessen heen en trekken ze naar één kant van het terrein. Vlak onder het wateroppervlak wordt een buis geplaatst, en die buis leidt naar een pomp op de kust, die de bessen in een metalen kist zuigt, de zogenaamde "hopper". De hopper scheidt alles, en daarna worden de bessen in trucks geladen.'

'Je schijnt precies te weten watje moet doen,' zei ik.

'Misschien, ja, maar ik heb het nog nooit zonder pa gedaan.'

'Het zal je best lukken, Cary, en ik zal je helpen.' Hij lachte.

'Jij zit op school,' zei hij.

'Ik neem een paar dagen vrij,' beloofde ik.

'Wil je spijbelen? Je maakt toch kans om de afscheidsrede voor je klas te houden tijdens de diploma-uitreiking?'

'Dat vind ik minder belangrijk,' zei ik, 'dan jou helpen.'

Hij bukte zich om me een zoen te geven. Het was een korte, tedere zoen, en toen hij zich terugtrok keek ik zo diep in zijn groene ogen, dat ik het gevoel had dat ik echt contact met hem had, met zijn ziel, met de man die hij was. Zijn ogen waren als magneten. Ik bewoog mijn lippen weer naar de zijne en we kusten elkaar opnieuw, maar nu langer, hartstochtelijker, en we omhelsden elkaar innig.

'Ik ben blij datje terug bent,' fluisterde hij. 'Ik had nachtmerries dat ik je nooit meer zou zien.'

'Je moet alleen nog mooie dromen hebben, Cary. Ik ben terug en ik ga nooit meer bij je weg,' beloofde ik.

Hij was zo gelukkig dat de tranen in zijn ogen sprongen. We wilden elkaar weer kussen, maar toen ik achteromkeek naar het huis zag ik een gordijn bewegen op de tweede verdieping. Ik wist zeker dat grootma Olivia ons observeerde.

'Ik moet naar binnen, Cary, voordat het gaat stortregenen.'

'Ja. Hoe laat moet ik morgen langskomen?' 'Wacht tot ik bel. Ik wil grootmama Belinda graag opzoeken, als ik kan.'

'Natuurlijk, ik breng je wel,' zei hij.

'Je moet al je tijd met je moeder doorbrengen, Cary. Ze is zo bedroefd, en zo eenzaam.'

'Ik kan niet de hele dag daar zitten om haar te zien huilen, Melody. Het maakt me gek als ik zie hoe bedroefd ze is. Het beste wat ik kan doen is hard werken en haar laten zien dat alles in orde komt. Ik zal voor alles zorgen.'

'Dat weet ik,' zei ik, knikkend. 'Ik bel je morgen.'

Ik kuste hem snel en sprong de truck uit. Hij lachte naar me toen ik naar de voordeur liep. Hij startte de motor pas toen ik de deur opendeed en naar binnen ging. Ik zwaaide en toen reed hij weg.

Nu de lucht zo bewolkt was en de lampen uit waren of gedimd, was het somber en donker in huis. Ik voelde een rilling over mijn rug lopen en sloeg mijn armen over elkaar toen ik haastig de trap op liep. Toen ik op de eerste verdieping kwam, stond grootma Olivia op me te wachten bij de deur van mijn kamer. Zonder me te begroeten deed ze de deur open en wachtte.

'We moeten praten,' zei ze grimmig.

Met gebogen hoofd en met mijn armen nog steeds over elkaar geslagen, liep ik langs haar heen naar binnen. Ze deed de deur zachtjes achter zich dicht.

'Waar ben je de hele dag geweest?'

'Ik ben een tijd bij tante Sara en May geweest, en toen heeft Cary me naar Kenneth gebracht,' antwoordde ik.

'Misschien is het beter als je niet zo vaak meer naar dat strandhuis gaat,' zei ze.

'Waarom?'

'Er wordt al genoeg geroddeld. Dat zal het alleen maar verergeren.'

'Ik kan me niet verbergen voor elk gefluister in Provincetown,' zei ik.

Ze verstarde.

'Je zult hier een voorbeeldig leven leiden, zodat niemand enige reden zal hebben tot achterdocht, en er zal geen sprake zijn van roddels of indiscreties,' zei ze hooghartig, alsof ze de toekomst naar haar hand kon zetten.

ik blijf Kenneth bezoeken. Hij is mijn oom, mijn echte oom.'

'Zeg dat nooit tegen iemand, begrepen?' snauwde ze. Ze kwam vlak voor me staan. In haar ogen leek meer van haar eigen angst te spoken dan van woede op mij. Niets scheen haar meer vrees aan te jagen dan dat de mensen zouden horen dat rechter Childs mijn grootvader was en de minnaar van haar zus.

'Ik ben niet van plan de geheimen van onze familie op te rakelen, grootma Olivia. Het zou nergens toe dienen behalve mensen verdriet doen die al genoeg hebben geleden.'

Ze glimlachte opgelucht en knikte.

'Ja. Dat is goed gedacht.'

'Hóe gaat het mijn grootmoeder?' vroeg ik vastberaden.

'Belinda is... Belinda. Ze krijgt niet langer de medicijnen die een plant van haar maakten, als je dat soms bedoelt.'

'Mooi. Ik ga haar morgen opzoeken. Wees maar niet bang, het zal u geen extra benzine kosten. Cary brengt me,' zei ik snel.

'Dat is de voornaamste reden waarom ik met je wilde praten,' zei ze. 'Je wordt te intiem met Cary. Ik begrijp wel waarom,' ging ze verder, terwijl ze naar het raam liep. Het was harder gaan regenen. De grote, zware druppels kletterden op het dak en de wind joeg ze tegen het huis. 'Je was alleen, in een vreemde omgeving, maar je had een leeftijdgenoot met wie je kon praten en vriendschap sluiten. Maar nu je hier bent, moetje enige afstand scheppen tussen jullie beiden.'

'Waarom?' vroeg ik, en ze draaide snel rond.

'Cary is een goede, verantwoordelijke jongeman, maar te beperkt voor jou. Je mag niet dezelfde fout maken als ik,' waarschuwde ze. 'Het zou geen zin hebben je in huis te nemen als ik je dat niet zou leren.'

'Samen zijn met iemand van wie je houdt kan nooit een fout zijn,' antwoordde ik.

Ze schudde haar hoofd.

'Als je over die dwaze, romantische opvattingen heen bent gegroeid, zul je sterk genoeg zijn om de verantwoordelijkheden over te nemen die ik voor je in gedachten heb. Bovendien denk je niet aan je onmiddellijke toekomst. Je maakt dit schooljaar af en dan ga je naar een gerenommeerde voorbereidingsschool waar je wordt opgeleid voor de beste colleges. En daar zul je ongetwijfeld iemand leren kennen uit een gedistingeerde familie en een zinvolle relatie opbouwen.'

'U praat of u mijn hele leven voor me hebt uitgestippeld.'

'Ik doe mijn best, maar je moet meewerken en gehoorzamen,' ging ze verder, zonder zich blijkbaar om mijn gevoelens te bekommeren. 'Ik heb de hele dag over je nagedacht en ik ben tot de conclusie gekomen dat je onmiddellijk met je opleiding kunt beginnen. Voor dat doel heb ik een uitstekende privé-lerares aangenomen, miss Louise May Burton, een lerares van een instituut voor jongedames. Overmorgen begin je met je lessen, dus maak geen domme plannen om over het strand te slenteren, te zeilen of bezoeken af te leggen.'

'Lessen waarin?'

. 'Etiquette, manieren, gedragsregels. Je gaat naar scholen waar alleen dc dochters van de beste families komen, mensen van aanzien, van goede afkomst, van zuiver bloed.'

'Er mankeert niets aan mijn manieren,' protesteerde ik.

Ze lachte.

'Hoe weetje dat? Ben je ooit met mensen omgegaan die het verschil zagen?'

Ik staarde haar even aan. Ik begon langzaam te koken van woede. Ja, mijn moeder was een grote teleurstelling, maar er waren veel mensen in mijn leven geweest die hartelijk en fatsoenlijk waren. Vergeleken bij pappa George en mamma Arlene zouden alle blauw- bloedige kennissen van grootma Olivia barbaren lijken als het ging om echte en goede gevoelens en fatsoensnormen, dacht ik.

Maar pappa George was dood en mamma Arlene was verhuisd, bracht een zacht stemmetje me in herinnering.

'Dat is dan afgesproken,' ging grootma Olivia verder. 'Je zult je omgang met Kenneth Childs en met Cary beperken en je zult vlijtig alle goede manieren leren.'

'Ik wil mijn omgang met Cary niet beperken,' zei ik uitdagend.

'Als je het niet uit jezelf doet, zal ik het met Sara moeten bespreken. En,' zei ze glimlachend, 'je weet wat voor invloed ik heb op Sara. Afgezien van wat er binnendruppelt van die aflopende kreeftenvisserij en hun idiote veenbessen, zijn ze volledig op mijn lief-dadigheid aangewezen. Zelfs dat armzalige huis is eigenlijk van mij,' onthulde ze. 'Mijn zoon heeft hun het geld moeten lenen voor de hypotheek.'

'U zou het niet wagen ze kwaad te doen.' zei ik.

Ze keek me met zo'n vastberaden, doordringende blik aan dat mijn bloed in ijswater leek te veranderen.

'Niet tenzij jij me ertoe dwingt.' Toen glimlachte ze. 'Natuurlijk kun je altijd weglopen en net zo leven als je dode moeder. Denk er maar eens over na. Ik weet zeker datje tot de conclusie zult komen dat ik, en wat ik voor je zal doen, je beste kans is op een behoorlijk leven.'

'Waarom doet u dit wérkelijk allemaal voor me?' vroeg ik plotseling meer nieuwsgierig dan kwaad.

'Dat heb ik je al gezegd, ter wille van de familie,' zei ze.

Ik schudde mijn hoofd.

'Er is nog een andere reden.'

'Er is geen enkele andere reden... voor iets,' verklaarde ze. Met die woorden draaide ze zich om en liep de kamer uit.

De regen werd nog heviger en dreunde niet alleen op het huis, maar ook op mijn hart. Ik zag Cary's lieve glimlach en zijn groene ogen, die zijn behoefte aan mij en zijn grote vertrouwen verrieden. Hoe zou ik hem ooit teleur kunnen stellen? Grootma Olivia's dreigementen beangstigden me. Ik dacht aan de woede in haar gezicht.

Een tijdje geleden had ze haar hart toevertrouwd aan iemand die haar had verraden en uit dat verraad was mijn moeder geboren, een vrouw die ze niet kon beheersen of vormen. Ik was haar laatste kans op wraak.

Maar wraak op wie? Op wat?

Was het iemand, of was het slechts een wereld die ze was gaan verachten? Misschien allebei, dacht ik.

Ik wist zeker dat ik in de komende dagen alle antwoorden zou vinden, alleen was ik even bang om ze wél te ontdekken als niet.

Ik spartelde rond in een wereld van volwassen drijfzand. Wie zou me een touw toewerpen om me eruit te trekken? Kenneth? Rechter Childs? Mijn grootmoeder Belinda? Cary? Iedereen leek even hard rond te spartelen als ikzelf.

Alleen grootma Olivia, alleen zij leek vaste grond onder de voeten te hebben. Daarvoor moest ik haar bewonderen, en plotseling werd ik vervuld van een nieuwe angst.

Als ze eens haar zin kreeg en ik werd de vrouw die ze wilde dat ik werd?

Zou ik net zo worden als zij?

Dan zou ze inderdaad haar wraak hebben.

Grootpa Samuel kwam 's avonds niet aan tafel. Toen Loretta begon te serveren, informeerde ik naar hem.

'Samuel komt vanavond niet beneden voor het diner,' zei grootma Olivia en begon haar soep te eten.

'Heeft hij geen honger?'

'Hij herinnert zich niet wanneer hij heeft gegeten en wanneer niet,' merkte ze scherp op.

'Dat is afschuwelijk,' hield ik vol.

'Ja,' zei ze, en zweeg even. 'Ik ben het nog niet met mezelf eens of ik een verpleegster zal aannemen om me met hem te helpen of...'

'Of wat?'

'Hem in hetzelfde tehuis zal laten opnemen waar Belinda is. De dokter zal hem over een paar dagen weer onderzoeken en dan zullen we weten wat zijn mening is.'

'Maar hij wordt toch wel weer beter. Hij is alleen overmand door verdriet,' zei ik.

Ze bette met een precieus gebaar haar mond en wenkte Loretta dat ze haar kom kon weghalen.

'Melody, ik weet echt niet of we genoeg ruimte hebben op onze deur om het op te hangen.'

'Ophangen? Wat ophangen?'

'Het bordje met je medische diploma. Ik wist niet dat je er een had,' zei ze zonder enige humor.

'Ik zeg toch alleen maar dat het mogelijk is? Hij heeft-gewoon wat tedere liefde en zorg nodig. Het is erg pijnlijk iemand te verliezen van wie je houdt,' snauwde ik terug. Het sarcasme droop van haar dunne, zelfvoldane lippen.

'Natuurlijk is het pijnlijk, maar tragedie en droefheid moeten worden onderdrukt, wil je voor iemand, inclusief jezelf, enige waarde hebben. Als je alleen maar de hele dag kunt zitten huilen, kun je net zo goed in het graf naast je geliefde gaan liggen. Je vindt me misschien ongevoelig, Melody, maar ik ben realistisch, pragmatisch. Alle succes, alles wat we hebben, is het resultaat van die kracht.

'En de ironie is,' ging ze verder, 'dat de zwakkere, gevoeligere

leden van mijn naaste familie volkomen afhankelijk zijn van mijn kracht. Wat zouden ze zonder mij moeten beginnen? Wat zou er van Samuel terechtkomen, en van Belinda en Sara? Van allemaal. Zelfs van jou,' besloot ze.

Ze knikte naar Loretta die de entree begon te serveren, maar doodsbang leek het gesprek te onderbreken. Grootma Olivia ging verder.

'Ik verwacht geen dankbaarheid. Ik hoef niet voortdurend bedankjes te krijgen, maar ik wens ook niet te worden geminacht om wat ik doe. Is dat duidelijk?'

Ik keek even naar Loretta, die op mijn antwoord leek te wachten alvorens ook mij op te dienen.

'Ja, grootma,' zei ik.

'Mooi.' Ze begon te eten, terwijl ik wat zat rond te prikken in mijn bord. 'Morgen kun je naar Belinda. Dat moet je zelfs wel doen, nu ik erover nadenk. Vertel haar over Haille. Vertel haar alle bijzonderheden over haar dochter. Een goede dosis realiteit zal haar misschien goed doen,' zei ze, en knikte glimlachend.

We staarden elkaar even aan en aten toen zwijgend verder. We zeiden geen van beiden iets tot we klaar waren. Loretta haalde de borden weg en zei kalm dat ze direct het dessert zou brengen.

'Ik ben moe en ik heb genoeg gegeten. Eet jij rustig je dessert. Probeer de crème brulée maar eens. Die is erg goed,' zei grootma Olivia, en trok zich terug in de salon.

Ik had ook geen honger meer en verliet de eetkamer kort na haar. Toen ik langs de salon liep, zag ik haar in haar diepe fauteuil zitten. Ze leek plotseling heel klein, uitgeput en alleen. Er lag een boek op haar schoot, maar ze las niet. Ze staarde uit het raam naar de traag vallende regen, naar de tranen die de lucht voor haar schreide, de tranen die ze zelf nooit had mogen vergieten.

Ik ging naar boven naar mijn kamer, maar toen ik op de eerste verdieping kwam, hoorde ik een deur open en dicht gaan en zag grootpa Samuel door de gang lopen. Zodra hij me in het oog kreeg, kwam hij haastig naar me toe. Hij droeg een pyjama onder een donkerblauwe, fluwelen ochtendjas, maar liep op blote voeten. Zijn haar zat in de war. Het leek of hij er urenlang met zijn vingers doorheen had gestreken.

'Haille,' fluisterde hij, 'ik ben blij datje terug bent.'

'Nee, grootpa. Ik ben Melody,' zei ik zachtjes. 'Melody.'

Hij schudde zijn hoofd en keek achter zich alsof hij bang was dat hij werd afgeluisterd.

'Ze heeft het gedaan. Ik heb haar gezegd dat het verkeerd was, maar ze verbood me een woord te zeggen. Ze zei dat het een schande was voor de familie, en als ik me ook maar iets in het openbaar zou laten ontvallen, of iets tegen Jacob en Sara zeggen, ze me de deur uit zou gooien. Ze zou tegen iedereen zeggen dat ik achteraf toch verantwoordelijk bleek te zijn voor je zwangerschap. Kun je je zoiets voorstellen? Ik denk dat ze het meende.'

'Grootpa.'

'Ik zeg niet dat ze geen gelijk heeft. Misschien is ze beter af waar ze nu is, maar Haille, jij...'

'Grootpa, ik ben het, Melody,' zei ik. Ik pakte zijn hand vast. Hij draaide zich om en keek me recht in mijn gezicht.

'Wat?'

'Bekijk me eens goed. Ik ben mijn moeder niet.'

'Je moet niet tegen haar zeggen dat ik het je verteld heb,' zei hij. Hij keek angstig.

'Wat vertellen? Over wie hebt u het? Belinda?'

'Ik ben er niet voor verantwoordelijk,' zei hij, zijn hand lostrekkend en achteruitdeinzend. 'Je kunt het mij niet kwalijk nemen.'

'Grootpa.'

'Ik ga naar bed. Morgenochtend ziet alles er beter uit. Dat doet het altijd. Maar als je me niet gelooft, ga dan maar naar het souterrain. Kijk zelf maar. Je zult de papieren vinden. St,' zei hij, en legde zijn vinger tegen zijn lippen. 'Niets zeggen. Laat haar niet merken dat ik het je heb verteld. Doe net of je de papieren zelf gevonden hebt,' ging hij verder. Toen liep hij haastig weg en keek nog maar één keer achterom voor hij zijn slaapkamer binnenging en de deur zachtjes achter zich dichtdeed.

Wat voor papieren?

Was het alleen maar zijn waanzin? Was hij net als Ophelia in Hamlet tot waanzin gedreven door de dood van iemand van wie hij hield? Als hij deze toestand van verwarring niet te boven kwam, zou hij eindigen in een verpleeghuis, dacht ik triest.

Of waren er nog meer duistere geheimen die ik moest ontdekken? Was het niet alleen waanzin, maar waren pijnlijke herinneringen de oorzaak hiervan?

Ik hoorde voetstappen onder me. Grootma Olivia kwam de trap op. Voorlopig, dacht ik, zou ik grootpa Samuels woorden voor me houden.

In mijn kamer ging ik op bed liggen. De gedachten tolden door mijn hoofd en maakten slapen onmogelijk. Grootpa Samuels woorden weergalmden in mijn oren, en toen ik eindelijk in slaap viel, droomde ik van geheimen en leugens en gefluister uit het hiernamaals. Het grootste deel van de nacht lag ik te draaien en te woelen, tot ik eindelijk alle hoop opgaf om te slapen.

Heel lang bleef ik met wijdopen ogen liggen. De regen was opgehouden, maar de wind bleef om het huis gieren, krabde aan de ramen en fluisterde een naam. Mijn nachtmerries hadden een stem wakker gemaakt. Ik kon niet ontdekken hoe of wat, maar ik wist dat het een dieper geheim was dan ik ooit had kunnen vermoeden.