23. WRAAK

Ik ging terug naar huis, terug naar Winnerrow. Eindelijk was het tijd om het verleden te begraven en degene te worden die ik altijd had willen zijn. Want ik wist nu dat onze jeugddromen vaak de zuiverste zijn; ik wilde treden in de voetstappen van juffrouw Marianne Deale, het soort lerares zijn dat een kind als ik een kans gaf in het leven, de boeken en kennis binnen bereik bracht, die een uitweg boden uit de bekrompenheid en onwetendheid van de bergen. En het was niet echt moeilijk mijn Tatterton- erfenis op het spel te zetten - want ik was niet langer een waardeloze Cas- teel, aan de rand van de maatschappij. Nee, ik was een Tatterton, een Van Voreen, en zelfs al was ik van plan niemand in mijn familie ooit de waarheid te vertellen over mijn afkomst, toch was ik nu in staat de man onder ogen te komen, aan wiens liefde ik als kind zo'n behoefte had gehad, en die me zo meedogenloos en ruw van zich af had gestoten. Want ik had hem nu niet meer nodig. En ik wilde dat hij, en alleen hij, precies wist wie ik was.

Ik had drie dagen nodig om naar Winnerrow te rijden, en onderweg ging ik in New York naar een van de beste kappers, en deed iets dat ik al jaren had willen doen. Mijn leven lang had ik het zilverblonde haar van mijn moeder willen hebben. Mijn leven lang was ik de donkere engel geweest, verraden door wat ik als mijn Indiaanse Casteel-haar had beschouwd. Nu zou ik de echte, stralende engel zijn, het rijke meisje uit Boston op wie niemand ooit neer zou kijken. Ik kwam als een andere vrouw uit die kapperssalon - een vrouw met glanzend, zilverblond haar. Nee, ik was geen Casteel meer. Ik was de echte dochter van mijn moeder. En ik wist dat ik althans voor één man niet langer de Heaven Leigh Casteel zou zijn die hij haatte - nee, hij zou zien hoeveel ik op Leigh leek, hij zou eindelijk begrijpen hoeveel hij van me hield. Ik zou een Heaven Leigh zijn van wie hij hield - want eindelijk zou hij in mij zijn geliefde Engel zien.

Opa scheen me niet goed te kunnen plaatsen toen ik in de nieuwe hut in het bos arriveerde. Hij leek haast bang toen hij me voor het eerst zag, alsof een geest was teruggekomen uit het verleden. Op dat moment besefte ik dat als hij ooit werkelijk een blik zou opvangen van zijn 'Annie'.

hij waarschijnlijk een hartaanval zou krijgen. 'Opa,' zei ik, zijn angstige, stramme lichaam omhelzend, ik ben het, Heaven. Vind je mijn haar mooi?'

'O, Heaven, kind, ik dacht dat je een geest was!' Hij slaakte een diepe zucht van verlichting. En toen ik hem vertelde dat ik bij hem kwam wonen, was hij in-gelukkig. 'O, Heaven, kind, iedereen komt tegelijk thuis. Weet je dat Lukes circus volgende week naar het dorp komt? Alle Casteels komen terug naar Winnerrow. Is dat niet geweldig?'

Dus ik was niet de enige Casteel die was teruggekomen om te laten zien wie hij nu was. Nu kon ik mijn plannen veel eerder ten uitvoer brengen dan ik had verwacht. Nu wist ik precies wat me te doen stond.

De mensen in Winnerrow praatten over niets anders dan over het circus. Op straat, in de apotheek, in de schoonheidssalon en bij de kapper, en in de enige supermarkt die Winnerrow rijk was, met hun argumenten of het wel of niet 'godvruchtig' was om naar een circus te gaan, waar zoveel artiesten zo weinig kleren droegen. Iedereen werd zo in beslag genomen door het circus dat ze nauwelijks tijd hadden om te roddelen over mij en mijn witte Jaguar waarin ik door het dorp reed.

Ik had het druk in de week voordat het circus zou arriveren - ik maakte de hut zo gezellig en mooi mogelijk, waste een oude jurk en bleekte die zorgvuldig, zodat hij mooi wit werd. Toen moest de jurk worden gestreken, en ik had nog nooit een strijkijzer in handen gehad, zelfs niet het beste en nieuwste dat met geld te koop was. Juist toen ik bezig was de strijkplank op te zetten, kwam toevallig Logan langs om opa zijn wekelijkse voorraad medicijnen te brengen. Hij hield zijn adem in toen hij me zag. 'O,' zei hij. Hij leek niet op zijn gemak, ik herkende je bijna niet.'

'Hoe vind je het?' vroeg ik luchthartig, vastbesloten de nodige afstand ?e bewaren.

'Mooi, maar ik vond je nog mooier met je eigen donkere haar.'

'Natuurlijk zeg jij dat. Jij vindt alles mooi zoals God het ons heeft gegeven. Maar ik weet datje de natuur kunt verbeteren.'

'Gaan we nu weer beginnen met ruzie te maken, en nog wel over zoiets stoms als de kleur van je haar? Het kan me echt niet schelen wat je met je haar doet.'

'Dat dacht ik al.'

Hij zette zijn tas midden op de keukentafel neer en keek om zich heen. 'Waar is je opa?'

'Onderaan de berghelling, aan het opscheppen over het circus van pa. Je zou denken dat pa president van de Verenigde Staten is geworden, als je hem hoort.'

Logan bleef onrustig in de keuken staan, om zich heen kijkend, blijkbaar onwillig om al weg te gaan. 'Je hebt de hut erg gezellig gemaakt.'

'Dank je.'

'Blijf je voorlopig?'

'Misschien. Ik weet het nog niet zeker. Ik heb mijn sollicitatie ingediend bij het schoolbestuur van Winnerrow, maar ik heb nog niets gehoord.'

Ik probeerde mijn jurk te strijken.

'Je bent niet met Troy Tatterton getrouwd. Waarom niet?'

'Ik geloof eigenlijk niet dat het je iets aangaat, Logan.'

'Dat geloof ik wel. Ik ken je al jaren. Ik heb voor je gezorgd toen je ziek was. Ik heb heel lang van je gehouden... ik geloof dat ik me daarmee wel een paar rechten heb verworven.'

Het duurde even voor ik met een iel stemmetje en tranen in mijn ogen kon zeggen: 'Troy is bij een ongeluk om het leven gekomen. Hij was een fantastische man met te veel tragedies in zijn leven. Ik kan wel huilen om alles wat hij had moeten hebben en niet heeft gehad.'

'Wat is het dat de super-rijken niet kunnen kopen?' vroeg hij met een spottende klank in zijn stem. Ik draaide me met een ruk naar hem toe, het strijkijzer nog in mijn hand. 'Jij denkt net als ik vroeger, dat je met geld alles kunt kopen, maar dat kan niet en dat zal ook nooit kunnen.' Ik keerde me om en begon weer te strijken. 'Wil je nu alsjeblieft weggaan, Logan? Ik heb nog duizend dingen te doen. Tom komt bij ons logeren, en ik wil dat alles netjes is als hij komt - ik moet zorgen dat het een echt thuis is.'

Hij bleef heel lang achter me staan, zo dichtbij dat hij me in mijn hals had kunnen zoenen, maar hij deed het niet. Ik voelde zijn aanwezigheid, bijna of hij me aanraakte. 'Heaven, denk je dat je in je drukke schema nog wat tijd kunt vinden voor mij?'

'Waarom zou ik? Ik heb gehoord dat je zo goed als verloofd bent met Maisie Setterton.'

'De mensen zeggen dat Cal Dennison naar Winnerrow is teruggekomen alleen om jou te zien!'

Weer wervelde ik rond. 'Waarom geloof je toch altijd zo graag alles wat je hoort? Als Cal Dennison hier is, heeft hij geen poging gedaan om mij op te zoeken, en ik hoop hem nooit meer te zien.'

Plotseling glimlachte hij. Zijn saffierkleurige ogen lichtten op en deden hem weer op een jongen lijken, de jongen die vroeger van me hield. 'Leuk je weer gezien te hebben, Heaven. En ik raak wel gewend aan je blonde haar, als je dat wilt houden.' En toen draaide hij zich om en liep door de achterdeur naar buiten, terwijl ik hem nieuwsgierig nastaarde.

Toen de dag van de komst van het circus naderde, was opa zo opgewonden dat hij zijn jongste zoon en Tom weer zou zien, dat hij bijna stond te springen van opwinding toen ik probeerde de eerste das te knopen die hij ooit in zijn leven had gedragen. Hij mopperde en klaagde en zei dat ik nog erger was dan Stacie, die altijd probeerde hem eruit te laten zien als iemand die hij niet was. 'Dat kun je niet, Heaven, kind. Met nieuwe kleren bereik je het niet... ga nu maar. Ik kan mijn eigen haar wel borstelen!'

Het was mijn bedoeling hem er zoveel mogelijk als een heer te laten uitzien en al die pseudo-snobs in Winnerrow te tonen dat zelfs Casteels konden veranderen. Ook droeg opa het eerste echte pak van zijn leven. Ik stopte een kleurige zakdoek in zijn zak, frutselde er een paar minuten

mee, terwijl opa steeds ongeduldiger werd en zei dat ik moest opschieten.

'Asjemenou, ik zie eruit als een stadsjongen,' zei hij trots, terwijl hij zich bekeek in de lange spiegel die ik besteld had voor mijn slaapkamer. Hij was zo trots als een pauw en betastte het weinige haar dat hij nog over had.

'Pas goed op, opa, tot ik ben aangekleed.'

'Maar ik weet niet wat ik moet doen.'

'Dan zal ik je zeggen watje moet doen. Je gaat niet verder dan de veranda, en je gaat niet houtsnijden, anders komt je goeie pak onder het zaagsel te zitten. Ga in een van die schommelstoelen zitten naast oma, en vertel haar alles wat er vandaag gaat gebeuren. En blijf daar zitten, tot ik kom, en we weg kunnen.'

'Maar Annie zal hier niet zonder ons achter willen blijven!' protesteerde hij schril. 'Luke is toch ook haar zoon.'

'Dan gaat oma met ons mee.'

Hij glimlachte toen ik dat zei. Met zijn gerimpelde oude hand streek hij even langs mijn gezicht. 'Kleedje haar ook mooi aan?'

'Natuurlijk.'

Opa staarde me bijna met ontzag aan, toen sprongen de tranen in zijn ogen. 'Je leven lang ben je een goed kind geweest, Heaven. Het beste kind dat een mens kan hebben.'

Het deed meer pijn dan ik had verwacht om een complimentje te krijgen op deze plaats in de bergen, waar niemand ooit genoeg van me had gehouden.

'Denk eraan dat je niet verder gaat dan de veranda, tot ik klaar ben,' waarschuwde ik hem. 'Als je jezelf vuil maakt moeten we weer van voren af aan beginnen - en dat betekent datje weer in bad moet.'

Hij schuifelde weg, mompelend over het aantal baden dat in dit huis werd genomen, en al dat water dat werd verspild.

Die avond droeg ik een dunne, blauwe zomerjurk en bijpassende blauwe sandalen. Mijn witte jurk bewaarde ik voor de tweede avond, als de circusartiesten zich beter op hun gemak zouden voelen en misschien meer aandacht zouden besteden aan het publiek. De eerste avond zouden alle Casteels zich aan Winnerrow laten zien. De volgende avond zou ik mijn ware ik laten zien aan pa. Mijn juwelen waren echt, en ik wist dal het dom was om die naar een circus te dragen, maar ik dacht dat niemand die niet zelf echte juwelen bezat, ze van namaak zou kunnen onderscheiden.

Toen ik eindelijk op de veranda verscheen, gereed om te gaan, had opa de grootste moeite Annie rustig te houden. 'Wat ziet ze er mooi uit, hè, Annie?' zei hij. Hij keek tevreden, zelfs al leek hij ook een beetje bezorgd, telkens als zijn blik op mijn blonde haar viel.

Na oma mooi te hebben aangekleed, wilde ik toch dat opa voorin kwam zitten, zodat alle snobs in Winnerrow hem konden zien, die dachten dat geen enkele Casteel-man wist hoe hij eruit moest zien als een heer.

'Maar ik wil mijn Annie niet alleen achterin laten zitten,' klaagde hij.

'Ze wil rusten, opa, en ze heeft niet genoeg ruimte als jij niet naast me

komt zitten.'

Toen ik hem eenmaal had weten te overtuigen dat het zijn plicht was haar te laten uitrusten als ze dat wilde, kwam hij naast me zitten. En toen verscheen er een brede grijns op zijn verweerde gezicht. 'Wat heb je nou voor auto, Heaven, kind? Ik heb nog nooit in mijn leven zo fijn gereden! Of er geen hobbeltje in de weg zit. Net of je thuis in je bed ligt!'

Langzaam, heel langzaam, reden we door Main Street in Winnerrow.

Alle hoofden in Main Street werden omgedraaid. Reken maar dat ze werden omgedraaid.

Hun ogen puilden uit toen ze de Casteels zagen rijden in een speciaal gebouwde Jaguar convertible. En als er één ding was waar plattelanders verstand van hadden, dan was het van auto's. Voor het eerst in zijn leven voelde Toby Casteel zich waardig, en hij zat trots rechtop. Pas toen Main Street achter ons lag, draaide hij zich om en fluisterde iets tegen zijn vrouw.

'Annie, nu moet je wakker worden. Heb je gezien hoe ze keken? Je hebt er toch niet doorheen geslapen, hè? Heb je al die ogen gezien? Er is hier nu niemand meer die het beter heeft dan wij. Onze Heaven heeft aan de universiteit gestudeerd, en ze is teruggekomen met alles wat met geld te koop is. Nu zie ik pas wat een opvoeding kan doen.'

Ik had opa nog nooit zoveel achter elkaar horen zeggen, zelfs al wist hij niet waar hij het over had. De auto was gekocht met Tony's geld, en niet door mij verdiend. Langzaam reed ik verder, maar eindelijk waren we toch bij het circusterrein buiten het dorp.

Drie grote tenten waren opgezet, en veel kleinere tenten voor de extra attracties. De grote middentent imponeerde me met zijn heldere kleuren, de vele vlaggen die wapperden in de wind. Mensen uit vijf provincies waren naar het circus gekomen, waar Luke Casteel op zijn podium zou staan om zijn verhaal af te draaien. Toen opa en ik binnenkwamen, werden alle hoofden omgedraaid om naar ons te staren, en ik hoorde hun gefluister. 'Dat is Toby Casteel, Lukes vader.'

Op hetzelfde moment kwam een slanke vrouw in een felrode jurk binnen, luid schreeuwend: 'Stop! Wacht! Ik ben het, je zuster Fanny!' En voor ik me schrap kon zetten, omhelsde Fanny me in een al te enthousiaste begroeting.

'O, heilige Jezus Christus aan het kruis, Heaven,' schreeuwde ze zo hard, dat zeker tien mensen zich omdraaiden en naar ons staarden. 'Je ziet er goed uit!' Fanny knuffelde me een paar keer voor ze opa om zijn hals vloog. 'Hé, opa, wat ben jij als heer verkleed! Ik herken je nauwelijks. Je ziet er altijd zo oud en haveloos uit.'

Het soort complimentje dat typerend was voor Fanny. Dubbelzinnig. Haar rode jurk had grote witte noppen. Hij zat zo strak dat hij op haar lijf geschilderd leek. Gouden armbanden rinkelden aan haar bruine armen. Haar zwarte haar was in het midden gescheiden en achter de oren gekamd, vastgehouden door grote witzijden bloemen. Ze zag eruit als een mooie exotische kat die de verkeerde kleuren droeg.

Fanny staarde me aan. Haar donkere ogen kregen een ongeruste blik.

'Je jaagt me de stuipen op het lijf, echt waar. Je lijkt niet meer op jezelf. Ik durf te wedden datje precies op je gestorven ma lijkt. Vind je het niet eng om eruit te zien als iemand die dood en begraven is?'

'Nee, Fanny. Ik vind het prettig om eruit te zien als mijn moeder.'

'Ik heb je nooit kunnen begrijpen,' mompelde ze, en grinnikte toen verlegen. 'Wees niet boos op me, Heaven, alsjeblieft. Laten we vrienden zijn. Laten we naar pa gaan kijken en het verleden vergeten.'

Ja, vanavond zou ik dat kunnen, dacht ik, voor opa, en voor Tom die we later zouden ontmoeten. Morgenavond zou het verleden weer terugkomen.

'De ouwe Mallory heb ik aan de dijk gezet. Zodra ik wist dat hij alleen maar met me getrouwd was om een fokmerrie van me te maken, heb ik hem een schop onder zijn achterste gegeven. Kan je je voorstellen dat die man dacht dat ik een baby van hem zou willen hebben, terwijl ik er al een had? Ik vertelde hem meteen dat ik niet van plan was mijn figuur te bederven zodat ik geen jonge kerel meer zou kunnen krijgen als hij de pijp uitging. En zal ik je eens wat zeggen? Hij was razend. Hij vroeg me waarom ik verdomme dacht dat hij met me getrouwd was behalve om zijn babies te krijgen... Goeie God, hij heeft al drie volwassen kinderen.'

Ze keek naar me met een listige glimlach. 'Bedankt datje toen geprobeerd hebt mijn baby voor me terug te kopen. Ik wist dat het je niet zou lukken. Ze zouden mijn mooie Darcy niet willen verkopen voor al het geld van de Tattertons.'

Ik zuchtte omdat ik zo stom was geweest. Alles wat dominee Wayland Wise tegen me had gezegd over mezelf had me een onrustig gevoel gegeven. Ik was bang dat hij gelijk had.

Van tijd tot tijd, terwijl we naar het midden van de tent liepen, omhelsde Fanny opa, en overlaadde mij met haar genegenheid. 'De ouwe Mallory betaalt me een goeie alimentatie, maar verdomme, het is helemaal niet leuk om geld te hebben als je er niemand jaloers mee kan maken. Heaven, laten we die bergkneuters hier eens laten zien wat je met geld kan doen. Ik laat een mooi groot huis op een berg bouwen, daar,' zei ze, wijzend. 'Bouw jij dan aan de andere kant van het dal tegenover mij. Dan kunnen we naar elkaar roepen als de wind gunstig is.'

Het was een amusant idee voor een circusdag.

Het was leuk om bij Fanny te zijn als ze zich gelukkig voelde, en met het gelach en alle vrolijkheid om me heen kon ik vergeten wat eraan vooraf was gegaan. Het was niet Fanny's schuld dat ze was wat ze was, evenmin als het Troys schuld was geweest dat hij was wat hij was. En misschien waren er zelfs excuses te vinden voor Tony, als ik mezelf ertoe kon brengen hem te vergeven - maar hij had me beroofd van Troy. Ik vond het heerlijk om opa de mooiste avond van zijn leven te bezorgen. Steeds weer vertelde hij me hoeveel plezier Annie en hij hadden.

'Maar we moeten haar niet te moe maken,' waarschuwde hij toen het begon te schemeren en de lichten aangingen, en er steeds meer mensen kwamen. Zijn benen begonnen te trillen, en zijn loop werd een moeizaam

geschuifel, en hij begon te hijgen.

We waren laat toen we bij het podium kwamen waar pa zijn verhaal moest hebben afgestoken. De grote tent was al stampvol, maar Tom had ons kaartjes gestuurd, en nog net op tijd liepen we naar de drie beste plaatsen in de hoofdtent. Toen we zaten begon het orkest een vrolijke melodie te spelen, en even latei kwam uit de coulissen door de opengetrokken gordijnen een kleine parade van glinsterend versierde Indiase olifanten met mooie meisjes op hun rug. Opa zette een hoge borst op toen hij pa de piste in zag lopen met zijn microfoon. Zijn stem klonk boven de muziek uit toen hij alle dieren en hun berijder voorstelde, en vertelde wat we allemaal nog meer te zien zouden krijgen.

'Dat is mijn Luke,' schreeuwde opa, en gaf Race McGee die naast hem zat, een por. 'Knappe man, hè?'

'Hij lijkt beslist niet op jou, Toby,' antwoordde een man die in zijn pokerspelletjes met pa heel wat verloren had.

Toen de helft van de voorstelling voorbij was, was opa zo opgewonden dat ik bang was dat hij niet lang genoeg meer zou leven om het eind ervan mee te maken. Fanny was bijna even erg. Ze gilde, schreeuwde, applaudisseerde, en sprong nu en dan zo heftig op en neer dat haar boezem bijna uit haar lage decolleté viel. Ik wilde bij God dat ze bleef zitten en zich niet zo aanstelde, maar Fanny wilde altijd opvallen. En dat deed ze!

Toen de grote katten de piste binnenkwamen om hun kunsten te vertonen op commando van de leeuwentemmer begon ik nerveus te worden. Ik hield niet van die voorstelling. De grote katten, die stompzinnige dingen moesten doen, zoals op hun taboeretjes zitten, maakten me een beetje beschaamd. Ik bleef uitkijken naar Tom, maar ik zag hem niet. Ik wilde dat die clowns weggingen, ze benamen me voortdurend het uitzicht met hun dwaze capriolen, leidden me af van wat ik het liefst van alles wilde zien.

En toen zag ik Logan.

Hij keek niet naar de leeuwen; hij staarde over drie meter banken vol mensen, staarde naar me met een nijdige frons. Zodra onze ogen elkaar ontmoetten, beheerste hij zich en groette kort. Naast hem zat het knapste roodharige meisje dat ik ooit had gezien. Ik moest vier of vijf keer kijken voor ik haar herkende als Maisie Setterton, Kitty's jongste zusje. O, o, hij ging inderdaad veel met haar om.

'Ik heb horen vertellen dat Logan verloofd is met Maisie,' fluisterde Fanny hatelijk, alsof ze mijn gedachten kon lezen. 'Snap niet wat hij in haar ziet. Ik heb altijd een hekel gehad aan roodharige vrouwen met hun bleke huid, en hun sproeten, en ik heb nog nooit gehoord van een roodharige die geen grote mond had en niet vals was, zelfs al was de kleur niet echt.'

'Je moeder was er een,' antwoordde ik afwezig.

'Ja,' mompelde Fanny.

Weer glimlachte ze naar de plaats waar Logan zat naast Maisie, en haar flirtende glimlach veranderde snel in een woedende blik. 'Moet je die Logan zien, hij doet net of hij me niet ziet, en hij moet me wel zien, dat kan niet anders! Poe, ik zou niet met zo'n harkerige, serieuze man zonder enige gein als Logan Stonewall willen trouwen, al zou hij me op zijn knieën smeken en zou er geen andere man meer op de wereld zijn dan Race McGee.' En ze lachte recht in het bleke, dikke gezicht van Race McGee.

Alle nummers waren al bijna voorbij, en nog steeds hadden we Tom niet gezien, alleen pa. De menigte begon te dunnen, en opa, Fanny en ik liepen voorzichtig naar de plaats waar Tom had gezegd dat hij op ons zou wachten, maar ik zag hem niet. Alleen een lange, magere clown in een buitenissig kostuum stond bij de tent waar de sterren van het circus zich verkleedden. Ik struikelde over een van zijn reusachtige, groene schoenen met gele noppen en rode strikken.

'Sorry,' zei ik, om zijn reuzeschoenen heen stappend. Toen liet hij me weer struikelen en ik draaide me nijdig naar hem om. 'Waarom hou je je voeten niet bij je?' En toen zag ik zijn groene ogen.

'Tom... ben jij dat?'

'Wie anders is zo onhandig en heeft zulke grote voeten?' vroeg hij. Hij trok zijn wilde rode pruik van zijn hoofd en glimlachte naar me. 'Je ziet er fantastisch uit, Heavenly! Echt waar! maar ik zou je niet herkend hebben als je me niet had verteld datje blond was.'

'En ik?' gilde Fanny, op hem afstormend. 'Heb je niets liefs te zeggen tegen mij, je lievelingszus?'

'Fanny, jij bent precies zoals ik altijd heb gedacht datje zou zijn, feller dan een voetzoeker!'

Dat beviel haar.

Fanny was in een stralende bui. Ze pruilde toen ze hoorde dat pa al naar zijn hotel was, naar zijn vrouw en zoontje, en dat hij niet op ons had gewacht. In een klein hokje van de tent, waar het rook naar poeder en schmink haalde Tom zijn make-up eraf en trok gewone kleren aan, terwijl Fanny ons vergastte op verhalen die ik nog niet gehoord had.

'Je moet mijn huis komen bekijken!' zei ze een paar keer. 'Tom, je moet zorgen dat pa ook komt. En zijn vrouw en zoontje. Het heeft geen zin om een mooi nieuw huis te hebben met een zwembad en alles, en heel modern, als niemand van de familie komt kijken.'

ik ben bekaf,' zei Tom, een geeuw onderdrukkend, terwijl hij opa overeind hielp. 'En dat de voorstelling is afgelopen wil niet zeggen dat al het werk gedaan is. Alle rommel moet worden opgeruimd. Alle eettentjes moeten worden schoongemaakt, zodat de Gezondheidsinspectie niets aan te merken heeft. De dieren geven hun voorstelling als ze half hongerig zijn, dus die willen eten. De artiesten moeten zich ontspannen, en ik moet op alles toezicht houden... dus ik zie je morgen wel, en mis-schien dat ik dan je nieuwe huis kan komen bekijken, Fanny. Maar waarom wil je in godsnaam hier een huis kopen?'

'Daar had ik mijn redenen voor,' zei Fanny pruilend. 'En als je vanavond niet met ons meegaat, is dat een klap in mijn gezicht, want dan toon je dat Heaven de enige is die in je leven meetelt... en dan zal ik je haten, Tom. Ik zal je eeuwig haten als je me dat aandoet.'

Tom ging met ons mee. Fanny's nieuwe moderne huis lag hoog op een helling, recht tegenover de berg waar de blokhut lag; maar het dal was te breed om er overheen te kunnen kijken, al droeg het geluid heel, heel ver.

ik ga hier helemaal in m'n eentje wonen!' verklaarde Fanny nadrukkelijk. ik wil geen echtgenoot, geen inwonende vriend, geen enkele baas. Ik zal ervoor zorgen dat ik nooit verliefd word - ik zal alleen maar zorgen dat ze op mij verliefd worden - en als ik genoeg van ze heb, dan geef ik ze een schop. En vlak voordat ik veertig word, grijp ik een rijke vent bij z'n kladden en hou die bij me als gezelschap.'

Fanny had haar leven helemaal gepland, wat meer was dan ik zelf kon zeggen. Twee grote Deense doggen werden losgelaten, zodat ze konden ravotten en spelen met Fanny, die nooit echt van dieren had gehouden, ik moet een paar waakhonden hebben, nu iedereen weet dat mijn ex me elke maand een hoop geld stuurt,' legde ze uit. 'Elke kerel die ik aanneem is er op uit om me te villen.'

'Wie zou ooit hebben gedacht dat Fanny Casteel in zo'n huis zou komen te wonen?' zei Tom bij zichzelf. 'Heaven, is dit ongeveer zo groot en mooi als Farthinggale Manor?'

Wat moest ik zeggen zonder Fanny te beledigen? Nee, Fanny's hele huis zou in een van de vleugels van Farthinggale Manor hebben gepast. Maar dit was een huis om in te wonen, je op je gemak te voelen, elk hoekje en gaatje van te kennen.

Ik slenterde rond, bekeek met belangstelling alle foto's die aan de muur hingen. Tot mijn verbazing zag ik een foto van Fanny aan een of ander strand met Cal Dennison! Toen ik me omdraaide en haar aankeek glimlachte ze sluw. 'Jaloers, Heaven? Hij is nu van mij, wanneer ik hem maar wil, en hij valt best mee, behalve als hij met zijn ouders is, dan heeft-ie totaal geen ruggegraat. Op een gegeven moment zet ik hem wel aan de kant, als hij me te veel verveelt.'

Ik was doodmoe. Ik wilde, niet voor de eerste keer, dat ik me niet door Fanny had laten overhalen hier te komen.

Geeuwend stond ik op, en toen kwam ik achter de ware reden waarom Fanny was teruggekeerd naar de Willies. 'Ik zie Waysie zo nu en dan,' zei ze achteloos. 'Hij zei dat hij het erg fijn zou vinden als hij eens per week of zo op bezoek mocht komen. En hij neemt de kleine Darcy mee. Ik heb haar al twee keer gezien. En ze is zo knap. Natuurlijk komt iedereen in Winnerrow er op den duur wel achter wat er aan de hand is... en dan heb ik mijn wraak. De ouwe vrouw Wise zal heel wat traantjes laten, reken maar!'

Niet voor het eerst voelde ik een enorme afkeer voor Fanny in me opkomen. Ze wilde Waysie niet. Ze wilde Darcy niet echt. Ze wilde alleen maar wraak. Het liefst had ik wat verstand in haar geslagen. Maar Fanny was zo dronken dat ze viel toen ze haar evenwicht verloor, en toen ik weggirig, gilde ze dat ze het me betaald zou zetten wat ik allemaal had gedaan om haar haar zelfrespect te ontnemen. Fanny, die twintig was, één keer getrouwd en één keer gescheiden, die me haatte omdat geen enkele man ooit genoeg van haar had gehouden... zelfs niet haar eigen pa.

Ik veronderstelde dat Fanny en ik dat met elkaar gemeen hadden.

Bijna dwangmatig ging ik de volgende avond weer naar het circus, deze keer gekleed in de dunne witte jurk die ik zo zorgvuldig had gewassen en gestreken. Deze keer ging ik alleen, zonder opa en Fanny. Weer zat ik tussen de warme, zwetende menigte die kwam kijken naar hun 'dorps- held' - Luke Casteel, de nieuwe eigenaar, de fascinerende stoepier. Alleen was het vanavond een beetje anders. Deze keer was pa's knappe, jonge vrouw Stacie er, nerveus haar handen in elkaar knijpend toen pa de piste binnenkwam, die zonder haperen zijn inleidende speech hield. Waarom was ze dan zo zenuwachtig? Hij was een mooie, krachtige man, die sensualiteit uitstraalde. Om me heen stonden de vrouwen en meisjes op om te juichen en te gillen, en sommigen gooiden bloemen en sjaals. Ik zag mijn broer Tom, die vroeger president had willen worden, verlaagd tot een ronddartelende clown, omdat pa moest hebben wat hij wilde, ondanks alles wat Tom wilde.

Ik dacht aan Onze Jane en Keith, en aan Fanny, die gemaakt was tot wat ze was, zoals ook ik door hel lot was gevormd tot wat ik was. En de woorden van dominee Wayland Wise kwamen weer bij me terug: 'Je draagt het zaad in je van je eigen ondergang, en de ondergang van iedereen die je liefheeft... een idealiste van de meest fatale soort - een romantische idealiste... geboren om zichzelf en anderen te vernietigen!'

Zoals mijn eigen moeder!

Gedoemd, ik voelde me gedoemd. Net als Troy zich had gevoeld.

Telkens opnieuw maalden de woorden van de dominee door mijn hoofd, tot ik tot het besef kwam dat mijn voorgenomen confrontatie met pa belachelijk was en verkeerd en me uiteindelijk alleen maar verdriet zou doen. Snel stond ik op en liep blindelings de tribune af. Het kon me niet schelen dat de mensen tegen me gilden dat ik moest gaan zitten, dat ik hun uitzicht belemmerde. Ik moest weg. Het kon me niet schelen dat de leeuwen rondrenden in de kooi in de piste. Pa stond gereed met zijn pistool en geweer buiten de deur van de kooi die hij open had gemaakt, terwijl binnen in de kooi de leeuwentemmer de roofdieren in bedwang probeerde te krijgen, zonder enig succes. 'Het is die nieuwe leeuw die ze allemaal in de war brengt!' gilde een man. 'Haal die vlaggen omlaag! Dat gefladder maakt de nieuwe zenuwachtig.'

Ik had nooit terug moeten gaan naar de Willies.

Ik had het erbij moeten laten. Ik bleef op drie meter van de kooi staan, wilde Tom nog even goedendag zeggen, die vlak achter pa stond, voor ik terugging naar de hut waar opa vertoefde met de geest van zijn vrouw.

'Tom,' riep ik zachtjes, om zijn aandacht te trekken.

Tom, geschminkt en in zijn wijde clownskostuum, holde naar me toe en siste: 'Zeg niets tegen pa, alsjeblieft, alsjeblieft! Hij neemt voor het eerst vanavond de plaats in van de bewaker, omdat die dronken op zijn werk kwam. Alsjeblieft, Heaven, leid pa niet af.'

Maar ik hoefde niets te zeggen. Ofte doen.

Pa had me gezien.

Ik stond daar, met de lichten boven me die op mijn zilverblonde haar schenen, in dezelfde jurk die mijn moeder had gedragen toen hij haar de eerste keer in Peachtree Street had gezien - de dure, dunne, witte jurk met de wijde mouwen en rok. De jurk die ik zorgvuldig had gewassen en gestreken, en gesteven. De mooiste jurk in mijn zomergarderobe. En ik moest hem dragen... vanavond voor het eerst. Pa staarde me verstard aan, zijn donkere ogen opengesperd. Stap voor stap kwam hij naar me toe, weg van de leeuwenkooi en de temmer die zijn aandacht nodig had.

Toen gebeurde er iets dat me volkomen verraste. In pa's verbijsterde ogen sprong een flikkering van opgewonden, ongelovige vreugde. Mijn hart bonsde. Terwijl ik daar bleef staan, niet wetend wat te doen, voelde ik de lange, witte mouwen var mijn zomerjurk omhoog wapperen, gevangen in een avondbries die door de opening van de tent naar binnen woei.

Eindelijk, eindelijk was pa blij me te zien! Ik zag het in zijn ogen! Eindelijk zou hij me zeggen dat hij van me hield.

'Engel!' riep hij.

Hij deed een stap in mijn richting, met uitgestrekte armen; zijn geweer viel uit zijn vingers, en het pistool dat hij uit de holster had gehaald viel stil in het zaagsel.

Haar!

Hij zag nog steeds mijn moeder!

Zoals hij altijd haar zou zien, nooit mij, nooit mij!

Ik draaide me om en rende weg.

Ademloos en huilend bleef ik buiten staan. Achter me begon het tumult. Het geschreeuw! Het gebrul! Het gegil van mensen die gek waren geworden! Getemde dieren die wild waren geworden! Verstard bleef ik staan. Ik hoorde de schoten en draaide me halfom. Ik drukte mijn handen tegen mijn voorhoofd.

'Wat is er gebeurd?' vroeg ik aan twee mannen die de tent uitrenden.

'De leeuwen hebben de temmer op zijn rug gegooid en zijn bezig hem te verscheuren. Casteels aandacht werd even afgeleid en ze profiteerden van de gelegenheid om op de temmer af te springen. En toen pakte die stomme clown met het rooie haar het geweer op, stopte het pistool in zijn zak, en ging de kooi in.'

O, mijn God, Tom, Tom!

De opgewonden man schoof me opzij en rende verder.

Iemand anders maakte het verhaal af. 'Al die gek geworden dieren stortten zich op de leeuwentemmer, en Lukes zoon, dapperder dan ik enige man ooit gezien heb, holde de kooi in en probeerde het leven van zijn vriend te redden. Toen zag Luke wat er gebeurde, en hij ging de kooi in om zijn zoon te redden. God mag weten of ze er een van allen levend uitkomen!'

O, mijn God - mijn schuld, mijn schuld!

Van pa kon het me niet schelen, natuurlijk niet. Pa verdiende alles wat hij kreeg.

Maar de zorg om Tom deed me harder lopen dan ik ooit in mijn leven gedaan had, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden.

Een verschrikkelijke infectie ontstond in de diepe wonden die de klauwen in pa's rug hadden geslagen. Twee dagen gingen voorbij, terwijl ik op het bed in opa's blokhut lag, en mezelf dwong te geloven dat die man in het ziekenhuis, die probeerde zich aan het leven vast te klampen, kreeg wat hem toekwam, er lang geleden om had gevraagd toen hij had besloten dat hij bij het circus wilde.

Net zoals Fanny in haar nieuwe huis naar de dag van de afrekening toe werkte; want je kon niet door het leven gaan en naar links en naar rechts uitslaan zonder dat op een goede dagje eigen kaartenhuis instortte.

Tom was veel erger toegetakeld dan pa; hij was de eerste die de kooi binnenging met alleen een pistool in zijn wijde broek en een geweer dat hij één keer had kunnen afschieten voor een leeuw uithaalde met zijn machtige poot en het uit zijn handen sloeg. En pa was naar binnen gerend en had het geweer opgepakt en twee leeuwen doodgeschoten, maar niet voordat hij zelf zwaar gewond was.

En het ergste van alles was dat Tom stierf, en niet pa. Tom, Tom, Tom, de beste van alle Casteels. Tom, die van me had gehouden. Tom, die mijn kameraad was geweest, mijn andere helft. Tom, die me de moed had gegeven om vol te houden en te wachten op de dag waarop pa me zou accepteren als zijn dochter.

De kranten maakten een held van Tom. Zijn foto werd van kust tot kust verspreid, en Toms levensverhaal werd afgedrukt, zodat iedereen het kon lezen, en op een of andere manier maakten ze er een dapper, en geen pathetisch verhaal van.

Pas toen ik wist dat pa zou blijven leven, vertelde ik opa wat er met Tom was gebeurd. Opa kon geen kranten lezen, en opa hield niet van de nieuwsuitzendingen op de TV, als hij de hele dag naar de weerberichten kon luisteren op de radio, terwijl hij bezig was met zijn houtsnijwerk. Zijn knoestige handen werden stil, lieten de kleine olifantjes los, die hij bezig was te snijden, om zijn jungle-schaakspel af te maken, waarmee hij lang geleden op Logans verzoek was begonnen.

'Mijn Luke blijft leven, hè, Heaven, meisje?' vroeg hij, toen ik uitgesproken was. 'Annie mag niet nóg een verlies lijden.'

'Ik heb het ziekenhuis gebeld, opa; zijn toestand is niet kritiek meer, en we mogen hem bezoeken.'

'Je vertelde me toch niet, Heaven, dat Tom weg is? Tom kan niet sterven, hij is pas eenentwintig... Het is me nooit gelukt mijn jongens om me heen te houden.'

In het ziekenhuis liet ik opa alleen de kleine kamer binnengaan, waar pa van het hoofd tot de voeten in verband gewikkeld lag, turend door één gaatje voor het oog. Geschokt leunde ik tegen een muur. Ik huilde, ik huilde om zoveel dingen die anders hadden kunnen zijn. Ik voelde me zo verschrikkelijk alleen. Wie zou er nu van me houden, wie? En bijna of God me had gehoord, werd een paar armen om mijn middel geslagen en werd ik achterover getrokken tegen een sterke borst, en voelde ik een hoofd op het mijne.

'Niet huilen, Heaven,' zei Logan zachtjes. Hij draaide me om en nam me in zijn armen. 'Je vader blijft leven. Hij is een vechter. Hij heeft veel om voor te leven - zijn vrouw, zijn zoon, en jou. Hij is taai. Altijd geweest. Maar hij zal niet zo knap meer zijn.'

'Tom is dood. Weetje dat niet? Tom is dood, Logan, dood!'

iedereen weet dat Tom een heldendood is gestorven. Zijn komst in de leeuwenkooi leidde de dieren af. Anders zouden ze de temmer hebben verscheurd, die vier kinderen heeft. En hij leeft, Heaven, hij leeft. Ga nu iets tegen je pa zeggen.'

Wat kon ik zeggen tegen een man van wie ik altijd had willen houden, maar niet kon? Wat kon hij nu tegen me zeggen, nu het veel te laat was voor woorden die ons tot elkaar hadden kunnen brengen. En toch staarde hij naar me. Door die kleine opening kon ik de droeve blik zien in dat ene oog, en zijn verbonden hand maakte een onhandig gebaar, alsof hij hem naar me uit zou strekken als hij kon.

'Het spijt me,' fluisterde ik met moeite. 'Het spijt me zo van Tom.' Ik veegde de tranen af die over mijn wangen rolden. 'Het spijt me van alles dat tussen jou en mij verkeerd is gegaan!'

Ik dacht dat ik hem mijn naam hoorde mompelen, maar toen holde ik al het ziekenhuis uit, een snikhete dag tegemoet. Ik botste tegen een lantaarnpaal, sloeg mijn armen er omheen en begon luid te huilen. Hoe moest ik leven zonder Tom?

'Kom, Heaven,' zei Logan, die aan kwam lopen met opa naast hem. 'Wat gebeurd is, is gebeurd, en dat kunnen we niet meer veranderen.'

'Fanny is niet eens op Toms begrafenis geweest,' snikte ik, blij dat hij me zo gemakkelijk in zijn armen kon nemen en me zoveel vergeven.

'Wat kan het je schelen wat Fanny wel of niet doet?' vroeg hij, terwijl hij mijn betraande gezicht ophief en me ernstig in de ogen keek. 'Waren we niet altijd het gelukkigst als Fanny er niet bij was?'

Zoals hij daar stond in de stralende zon leek hij, zo gevoelig, en vol liefde en zorg, een beetje op Troy. Ik leunde met mijn hoofd tegen zijn borst en probeerde mijn tranen te bedwingen, en toen liepen we gedrieën naar de auto.

'Je vergiste je toen je zei dat ik je niet nodig had,' zei Logan, toen we op weg waren naar huis.

Het gefluister in de bladeren, het lied van de wind in het gras, de wilde bloemen die hun zoete geur verspreidden in de lucht, deden meer om me te genezen dan woorden vermochten. Overal waar ik keek zag ik het groen van Toms ogen, en als ik aarzelde met een besluit, hoorde ik hem in gedachten tegen me spreken, me aanmoedigen door te gaan, met Logan te trouwen - maar weg te gaan uit de bergen en het dal zodra opa er niet meer was.

Op de zestiende oktober legden we opa te ruste naast zijn geliefde vrouw Annie. We stonden in een enkele rij - de Casteels, pa, Stacie, Drake, Fan- ny, en alle inwoners van Winnerrow. Het was Toms dapperheid, en niet mijn rijkdom of mijn opvoeding of mijn kleren en nieuwe auto, die hun respect had veroverd.

Ik boog mijn hoofd en huilde, alsof opa werkelijk vlees van mijn vlees was geweest. En voor we dat graf de rug toekeerden pakte pa mijn hand. 'Ik heb spijt van een hoop dingen,' zei hij met een zachte, lage stem, die ik nooit had verwacht van hem te zullen horen. 'Ik wens je veel succes en geluk in alles wat je doet. En ik hoop dat je zo nu en dan eens bij ons op bezoek wilt komen.'

Gek, nu kon ik kijken naar de man die ik gedacht had eeuwig te zullen haten, zonder iets te voelen.

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik knikte alleen maar.

In een groot, eenzaam huis wachtte een andere vader op mijn terugkeer. Ik wist, toen ik op de berghelling stond en om me heen keek, dat ik op een goede dag terug zou keren naar Farthinggale Manor, en dat ik dan geen Casteel en geen Tatterton zou zijn.

Want aan de tedere blik waarmee Logan naar me keek kon ik zien dat hij met me mee zou gaan, en dat ik dan zou weten dat ik een Stonewall was.