7. VERRAAD

De tweede week waren de meisjes van Winterhaven wat minder afstandelijk. Ze namen me brutaal van top tot teen op, staarden naar de beeldige gebreide jurk die ik aan had, want ik verdomde het om weer hetzelfde soort kleren te dragen als in de Willies. Die maandag, toen ik aan tafel ging zitten om te lunchen, zag ik tot mijn vreugde dat Pru Carraway naar me glimlachte, en me bij haar aan tafel uitnodigde. Drie andere meisjes zaten bij haar. Verheugd pakte ik mijn bestek, bord en servet, en liep erheen. 'Dank je,' zei ik, terwijl ik ging zitten.

'Wat een leuke, roze jurk,' zei Pru, knipperend met haar lichtblonde wimpers.

'Dank je. De kleur is lila.'

'Wat een leuke lila jurk,' verbeterde ze zichzelf, en de drie andere meisjes giechelden. 'Ik weet dat we niet erg aardig tegen je zijn geweest, Hea- ven," en weer legde ze de nadruk op mijn naam, 'maar we zijn nooit aardig tegen een nieuwe leerlinge voor we zeker weten dat ze onze goedkeuring waard is.'

Wat had ik gedaan om hun goedkeuring te verdienen? vroeg ik me af.

'Hoe komt het datje zo goed op de hoogte bent van armoede en honger?' vroeg Faith Morgantile, een knap, donkerblond meisje in een schone, maar haveloze witte trui en broek.

Mijn hart stond even stil. 'Jullie weten dat ik uit West-Virginia kom. Daar zijn kolenmijnen en een katoenfabriek. In de bergen wonen straatarme mensen die denken dat een opleiding tijdverspilling is... en natuurlijk weet ik veel over de mensen die om me heen woonden.'

'Maar je beschrijft de hongergevoelens zo goed in je opstel,' hield Pru vol. 'Het lijkt haast wel of je het zelf hebt meegemaakt.'

'Als je ogen en oren hebt, en een medelijdend hart, hoef je het niet zelf te ervaren.'

'Dat heb je mooi gezegd,' zei een ander meisje, met een warme glimlach. 'We hebben gehoord datje ouders zijn gescheiden, en datje vader het voogdijschap over je kreeg... is dat niet ongewoon? Meestal krijgt de moeder het voogdijschap, vooral als het een meisje is.'

Ik probeerde achteloos mijn schouders op te halen. 'Ik was nog te jong om me alle details te herinneren van de scheiding. En toen ik ouder was weigerde mijn vader erover te spreken.' En daarmee was voor mij het on-derwerp afgedaan. Ik prikte met mijn vork in mijn salade en zocht de tomaten en bladsla eruit waar ik het meest van hield.

'Wanneer komt je vader je opzoeken? We willen hem dolgraag leren kennen.'

Ja, dat geloofde ik graag! Ze zouden een rolberoerte krijgen als ze Luke Casteel zagen. Ik had een hekel aan Pru Carraway, die probeerde het bloed onder mijn nagels vandaan te halen. Ik voelde de macht van haar achtergrond, haar familie, haar afkomst, de vrienden en kennissen die zij had en ik niet. Dat alles bouwde een barricade om haar heen, terwijl ik weerloos was, en alleen mijn verstand en mijn nieuwe kleren had om me te beschermen. Vastberaden beëindigde ik mijn lunch, at elke sliert spaghetti, genoot van elk hapje gehakt, en had het liefst de pittige tomatensaus opgedept met wat erover was van mijn brood, maar dat durfde ik niet. En ze keken me zo gefascineerd aan, dat ik het gevoel had dat ik weer alles verkeerd deed; te enthousiast aanviel op een ordinair gerecht als spaghetti. Ik was zo vijandig en kwaad door hun insinuaties dat ik besloot ze te shockeren met een klein stukje waarheid. 'Mijn vader zal me nooit komen opzoeken, want we hebben een hekel aan elkaar, en hij is bezig dood te gaan.'

De vier meisjes staarden me met open mond aan, alsof ik een spookverschijning was, afkomstig van het kerkhof van de slechte smaak. En nog terwijl ik het zei vervulde de gedachte aan een gestorven pa me met een vreemd, onbehaaglijk schuldgevoel. Alsof ik niet het recht had hem te haten en hem dood te wensen omdat hij mijn vader was. Ik had geen reden om me te schamen! Geen enkele! Hij verdiende elke gemene gedachte die ik aan hem wijdde.

Weer nam Pru Carraway het woord, voorzichtig, tastend: 'We hebben een paar privé-clubjes hier op school. Als je het zou kunnen regelen dat een van ons een afspraakje kon maken met Troy Tatterton... zouden we dat erg waarderen.'

De gedachte aan pa had zich tussen mij en de anderen gedrongen. Verbluft bleef ik zitten met het laatste stukje brood halverwege mijn mond. 'Dat kan ik niet,' zei ik onrustig. 'Hij is iemand die doet wat hij zelf wil, en hij is veel te oud en wereldwijs voor de meisjes van Winterhaven.'

'Troy Tatterton is twee weken geleden pas drieëntwintig geworden,' zei Faith Morgantile. 'Sommige meisjes zijn achttien, en dat is precies goed voor een man van zijn leeftijd. Bovendien hebben we hem zondag samen met jou gezien, en jij bent pas zestien!'

Het verbijsterde me dat ik in een reusachtige stad als Boston gesignaleerd was met Troy!

Dus dat was het! De reden voor hun plotselinge belangstelling voor mij! Zij, of een van hun vriendinnen, had me in de koffieshop gezien met Troy. Ik stond op en liet mijn servet op tafel vallen. 'Bedankt voor de uitnodiging,' zei ik met verdriet in het hart, want ik had zo gehoopt hier vriendinnen te vinden. Ik had nog nooit in mijn leven een vriendin gehad, alleen Fanny, die min of meer het kruis van de familie was. Ik ging de boeken halen die ik op mijn eigen tafel had laten liggen en liep de eetzaal uit.

Vanaf dat moment voelde ik een verandering in hun houding. Eerst waren ze wantrouwig geweest omdat ik nieuw en anders was. Nu had ik ze uitgedaagd, en had ik me vijanden gemaakt.

De volgende ochtend haalde ik een mooie korenblauwe kasjmier trui uit de la, die ik op een bijpassende rok wilde dragen, en zag tot mijn afgrijzen dat mijn splinternieuwe trui gerafeld was. En de zoom van mijn nieuwe wollen rok, die ik op bed had klaargelegd, hing eruit, terwijl de plooi van voren was losgetornd. In de Willies zou ik de trui en rok toch hebben aangetrokken, maar niet hier, niet hier! Niet terwijl ik zeker wist dat gisteren de trui en de rok perfect in orde waren!

Ik controleerde de ene trui na de andere die ik uit de la haalde. Vijf truien waren vernield! Ik holde naar de kast om mijn rokken en bloeses te controleren en vond ze zoals ik ze had achtergelaten. Degene die het gedaan had, had geen tijd gehad om alles te vernielen wat ik bezat. Die dinsdagochtend had ik geen tijd om te ontbijten. Ik ging naar les in een bloese en rok, zonder trui. Geen van de meisjes droeg ooit een jas als ze naar de klas gingen, ook al zaten ze met hun armen over de borst geslagen te rillen van de kou. Winterhaven werd geregeerd door geharde, puriteinse zielen, die erop toezagen dat we niet te veel luxe genoten. Het klaslokaal was niet veel warmer dan de hut in de bergen eind oktober was geweest. De hele ochtend zat ik te rillen, en nam me voor om twaalf uur naar mijn kamer te hollen en een jasje te halen.

Ik at mijn lunch zo snel dat ik er bijna in stikte, toen rende ik de trap op naar mijn kamer; de deur was nooit op slot. Ik liep naar de kast om een van de drie warme jasjes te pakken die Tony voor me had uitgezocht. Twee jasjes ontbraken! En het overgebleven jasje was kletsnat!

Waren ze zo rijk en machtig dat ze dachten dat ze ongestraft mijn bezittingen konden vernielen? Bevend van woede en kou, rende ik de gang door, met het natte jasje in mijn hand. Ik stormde de badkamer in. Zes meisjes stonden daar te roken en te giechelen. Zodra ik binnenkwam viel er een doodse stilte. De brandende sigaretten verspreidden een benauwende rook. Met beide handen hield ik het wollen jasje omhoog. 'Moesten jullie het per se in heet water stoppen?' vroeg ik. 'Was het niet genoeg om mijn truien te vernielen? Wat zijn jullie voor monsters?'

'Waar heb je het in vredesnaam over?' vroeg Pru Carraway, met een onschuldige uitdrukking in haar lichte ogen.

'Mijn nieuwe truien zijn kapot!' gilde ik. Ik schudde het water uit het jasje zodat het in hun gezicht spatte. Ze gingen een eindje achteruit, vormden een hechte groep. 'Jullie hebben twee jasjes weggenomen en het derde vernield! Dacht je heus dat je dat ongestraft kon doen?' Ik keek woedend, en naar ik hoopte dreigend, naar de meisjes voor me. Het feit dat ze niet in het minst onder de indruk leken van mijn dreigementen maakte me nog woedender. Hun zelfvertrouwen werd groter toen ik even aarzelde, niet wetend hoe ik ze moest verslaan.

Ik draaide me om en stopte het kletsnatte jasje in een van de twee ko- kers voor het vuile linnengoed. De zware metalen deur had een stevige veer, en de deur sloeg met een klap dicht. Op elk van de drie verdiepingen bevond zich een badkamer met badkuipen en douches. De tweehonderd meisjes, die elke dag baadden of douchten, gebruikten honderden witte handdoeken. Elke dag brachten de dienstmeisjes stapels en stapels witte handdoeken boven en legden die keurig opgestapeld achter de glazen deuren van de linnenkasten. De kokers brachten de natte, vuile handdoeken snel naar het souterrain, waar ze in enorme manden vielen.

'Nu,' zei ik, me met een ruk omdraaiend, 'zal dat jasje worden gevonden, en zal het worden gerapporteerd aan de directrice. En jullie kunnen me het bewijs niet afnemen om het te vernietigen, want jullie mogen geen van allen in de kelder komen.'

Pru Carraway geeuwde. De andere vijf meisjes volgden haar voorbeeld.

'Ik hoop dat ze jullie stuk voor stuk ontslaan voor vernieling van andermans eigendom.'

'Je lijkt wel een advocaat,' kreunde Faith Morgantile. 'Je maakt ons nog bang. Wat wil je in vredesnaam bewijzen met een nat jasje? Behalve dat je zo stom was om het in heet water te wassen?'

Ik begreep dat ze nooit schuld zouden bekennen. Plotseling zag ik het lieve gezicht van juffrouw Marianne Deale voor mijn ogen en hoorde ik haar zachte stem zeggen: 'Het is beter om te vechten voor een verloren zaak waarin je gelooft dan je mond te houden en geen risico's te nemen. Je weet nooit welke uitwerking je argumenten later zullen hebben.'

'Ik ga nu naar het kantoor van mevrouw Mallory,' zei ik fel. 'Ik zal haar mijn kapotte nieuwe truien laten zien, en ik zal haar vertellen dat jullie mijn jasje hebben vernield.'

'Je kunt niets bewijzen,' zei een klein, lelijk meisje, Amy Luckett genaamd, die zenuwachtig haar handen bewoog. 'Je kunt je truien zelf kapot hebben gemaakt, en per ongeluk je jasje hebben bedorven.'

'Mevrouw Mallory heeft me dat jasje maandagmorgen zien dragen, zodat ze in ieder geval weet hoe het eruit heeft gezien. En als het in de handdoekenmand wordt gevonden, bewijst dat ook wat jullie hebben gedaan.'

'Je praat als een tweederangs advocaat,' zei Pru Carraway spottend. 'Ze kunnen ons hier niets doen. Twee jaar geleden hebben we tegen onze ouders gezegd dat ze geen bijdragen meer moesten geven aan deze school, die het zonder hen nooit zou redden. Ze waardeerden het niet eens dat we hun geld bespaarden toen we niet langer die stomme schooluniformen wilden dragen. We winnen altijd als we één lijn trekken. We hebben onze ouders achter ons. Onze rijke, rijke ouders. Onze invloed-rijke, politieke ouders. Jij hebt geen vrienden hier. Jij bent niet een van ons. Niemand zal geloven wat je zegt. Mevrouw Mallory zal je minachtend aankijken en vinden dat je gemeen en rancuneus bent, omdat ze weet dat we je nooit in onze kring zullen opnemen. Ze zal geloven dat je zelf je kleren vernield hebt, om ons de schuld te kunnen geven.'

Haar woorden deden de rillingen over mijn rug lopen! Zou iemand me geloven? Ik was niet wijs of ervaren in de manier waarop het reilde en zeilde in de wereld. Ik was niet op school geweest in Zwitserland, en ik had niet geleerd hoe ik me moest gedragen om een situatie als deze het hoofd te kunnen bieden. Toch moest ik geloven dat ze bluften, en ik moest ook bluffen. 'Dat zullen we dan nog wel eens zien,' zei ik, en ik draaide me om en liep de badkamer uit.

Met mijn armen vol kapotte truien liep ik het kantoor van de directrice binnen. Mevrouw Mallory keek zichtbaar geërgerd op. 'Heb je nu geen maatschappijleer, Casteel?'

Ik liet de truien op de grond vallen, raapte een eens beeldige blauwe trui op, die ik omhoog hield, zodat ze hem kon zien. Een afhechtdraad was losgerukt, zodat de hals half uitgerafeld was. 'Ik heb deze trui nog nooit gedragen, mevrouw Mallory, en toch zit hij vol gaten en rafels.'

Ze fronste haar wenkbrauwen. 'Je moet beter voor je kleren zorgen. Ik zie niet graag dat er geld wordt verspild aan ondankbare kinderen.'

'Ik zorg heel goed voor mijn kleren. Deze trui lag keurig opgevouwen in mijn la, samen met mijn andere truien, die ook uit elkaar vallen omdat er draden zijn uitgetrokken of kapot geknipt.'

Ze zweeg lange tijd. Een voor een liet ik haar de truien zien. 'Het jasje waarover u een opmerking maakte toen ik incheckte is in heet water gestopt terwijl ik vanmorgen les had.'

Haar rode lippen tuitten zich. Ze zette de bril met de halve glazen recht tl ie ze op het puntje van. haar neus droeg. 'Moet ik dat opvatten als een beschuldiging?'

'Ja. Ze mogen me hier niet omdat ik anders ben.'

'Als je wilt dat de anderen je aardig vinden, Casteel, ga je niet klikken over klasgenoten, die bij alle nieuwe meisjes trucs uithalen.'

'Dit is meer dan een truc!' riep ik uit, verbijsterd over haar onverschilligheid. 'Mijn kleren zijn geruïneerd!'

'Kom, kom, je overdrijft. Ik denk dat je gewoon wat te slordig hebt gepakt. Truien blijven haken in ritssluitingen, in het slot van een koffer. Je geeft er een ruk aan om hem los te maken, en dan vallen er gaten in en rafelen ze uit.'

'En het jasje, dat is zeker toevallig, helemaal uit zichzelf, in een bad met heet water gevallen?'

ik zie geen jasje. Als je nog meer bewijzen had, waarom heb je die dan niet meegenomen?'

'Ik heb het in de koker voor de vuile handdoeken gestopt. U kunt het vinden in de wasruimte.'

'Er staat een bordje boven de trechter. Alle wasbare kleren moeten in de kleinere koker.'

'Mevrouw Mallory, het was een geruit jasje! Het had kunnen doorlopen en de kleren van een ander bederven.'

'Dat is precies wat ik wil zeggen. Het kan ook doorlopen op witte handdoeken en washandjes.'

Mijn lippen begonnen te trillen, ik moest het ergens opbergen zodat de meisjes het bewijs niet konden verstoppen en zeggen dat het niet gebeurd was.'

Ze betastte de mooie blauwe trui, keek peinzend voor zich uit. 'Waarom probeer je die truien niet te repareren? Ik moet eerlijk bekennen dat ik je natte jasje liever niet vind. Als ik het vind, betekent dat dat ik maatregelen moet nemen en alle meisjes moet ondervragen. Dit soort dingen is al eerder voorgekomen. Als ik jouw partij zou kiezen, denk je dan heus dat je daardoor eerder zal worden geaccepteerd? Ik weet zeker dat je voogd wel nieuwe truien voor je zal kopen.'

'U bedoelt dat ik ze ongestraft moet laten?'

'Nee, dat niet. Maar pak het zelf aan, op je eigen manier, zonder onze hulp.' Ze glimlachte geforceerd. 'Vergeet één ding niet, Casteel, ook al willen ze je in de waan brengen dat je geminacht wordt en gehoond, er is geen meisje hier op school dat meer benijd wordt. Je bent erg mooi en je hebt een ontroerende frisheid, die heel zeldzaam is. Je lijkt op iemand van honderd jaar geleden, verlegen en trots en veel te gevoelig en kwetsbaar. Die meisjes zien wat ik zie, wat iedereen hier ziet, en dat maakt ze bang. Ze voelen zich onzeker, weten niet goed meer waar ze zich aan te houden hebben en wat hun waarden zijn. Bovendien ben je de pupil van Tony Tatterton, een zeer bewonderd en succesvol man. Je woont in een van de mooiste oude huizen in Amerika. Ik realiseer me dat je verleden littekens bij je heeft achtergelaten, maar zorg ervoor dat het je niet permanent verwondt. Je hebt de mogelijkheden in je om alles te bereiken watje wilt. Laatje door die malle meidenstreken niet de beste leerjaren van je leven ontnemen. Ik zie nu aan je gezicht dat je woedend bent en dat je wraak of vergoeding verlangt voor de kleren die je bent kwijtgeraakt. Maar zijn kleren niet betrekkelijk onbelangrijk voor je? Kunnen die niet worden vervangen? Hebben die meisjes iets van echte waarde datje in je kamer had?'

O, o! Daar had ik niet aan gedacht! Onderin mijn mand had ik een doos verborgen met de foto's van Keith en Onze Jane in hun zilveren lijst! Zodra ik terug was moest ik controleren of ze er nog waren!

Ik wilde weggaan, draaide me toen om en keek in de strenge, maar medelevende ogen van mevrouw Mallory. 'Ik geloof dat u me iets verschuldigd bent, mevrouw Mallory, omdat ik mijn mond zal houden - en de vrede bewaren op school.'

Haar ogen kregen een behoedzame uitdrukking. 'Ja, zeg maar wat je vindt dat ik je schuldig ben.'

'Donderdagavond wordt een bal gegeven met de jongens uit Broadmi- re Hall. Ik weet dat ik nog niet genoeg punten zal hebben voor een uitnodiging voor dat bal, maar ik wil erheen.'

Ze staarde me lange tijd aan, met half dichtgeknepen ogen, en toen glimlachte ze geamuseerd. 'Dat is niet zo'n grote gunst. Zorg ervoor dat je de school niet in verlegenheid brengt.'

De foto's van mijn twee kleintjes waren veilig. Ik legde ze terug tot vrijdag, als ik ze mee zou nemen naar Troy, om ze aan zijn advocaat te geven, die mijn jongste broer en zusje zou opsporen.

Ik dacht aan Tom, die me altijd verdedigd had. Ik wist wat hij zou willen dat ik nu deed, nu alles ging zoals ik het wilde: 'Breng de boot niet aan het schommelen,' zou hij zeggen.

Misschien kwam het omdat ik me nu thuisvoelde in Farthinggale Ma- nor, en Tony als voogd had, en Jillian als, weliswaar onwillige, grootmoeder, en Troy als vriend, dat ik overmoedig werd. Want ik was van plan de boot aan het schommelen te brengen. Wat er ook gebeurde, ik liet me niet door die meiden op mijn kop zitten! Ik keek in de spiegel en zag heel weinig van de oude Heaven Leigh Casteel terug in het spiegelbeeld van het meisje met halflang, perfect geknipt haar, dat donker glansde. Maar wat moest ik doen? Ik wist al dat mevrouw Mallory niet van plan was het risico te lopen haar donaties kwijt te raken.

Ik plofte languit neer op bed, liet mijn hoofd over de rand hangen en begon mijn haar te borstelen, zodat het als een donkere sjaal rond mijn gezicht viel en het heldere schijnsel van de drie lampen buitensloot. Ik hoorde de klokken in de toren, die de avondmelodietjes speelden van vaderlandse liedjes gekruid met vertrouwen in God. En de slagen van mijn borstel volgden het ritme, terwijl ik borstelde en borstelde en borstelde, en plannen maakte hoe ik het die zes meisjes betaald moest zetten, die kennelijk in de badkamer op me hadden gewacht, radend wat ik zou doen met mijn druipnatte jasje.

In Winnerrow was ik schuw en verlegen geweest in mijn haveloze, slecht passende kleren en versleten, tweedehandsschoenen, te veel verzwakt door de voortdurende honger om effectief te kunnen terugvechten. Toen voelde ik me te vernederd, en schaamde ik me te veel omdat ik een Casteel was, om te weten hoe ik mijn persoonlijkheid en mijn verdiensten tot uitdrukking moest brengen. Maar nu was alles anders. Ik had in de winkel gekochte moed, ondanks mijn vernielde truien en jasje. Ik was nu te goed van alles voorzien om nog langer te krimpen en kruipen als een Casteel.

En terwijl ik borstelde en borstelde, en vergat de slagen te tellen, kwam er een idee in me op. De perfecte manier om wraak te nemen... We zouden nog wel eens zien wie er aan het langste eind trok. De jongens in Boston waren in wezen hetzelfde als alle jongens overal ter wereld. Ze vlogen als bijen af op de mooiste, zoetst ruikende bloem. En ik wist dat ik dat kon zijn.