6. WISSELENDE SEIZOENEN

Tony kwam me die eerste vrijdag halen toen ik op de stoep stond van Winterhaven, met vijftien meisjes om me heen, die vriendschap voorwendden terwille van hem. Ze keken naar hem terwijl hij parkeerde, zeiden hijgend en fluisterend 'Ooo' en 'Aaa' en vroegen zich af waar Troy was. 'Wanneer nodig je ons bij je thuis uit, Heaven ? vroeg Prudence Carra- way, die door iedereen Pru werd genoemd. 'We hebben gehoord dat het fantastisch is, te gek gewoon!'

Voordat Tony was uitgestapt en het portier had geopend was ik al de trap af, om aan de meisjes te ontsnappen. 'Tot maandag, Heaven!' klonk een koor van stemmen, en het was de eerste keer dat iemand mijn naam had gezegd behalve een lerares.

'Wel,' zei Tony glimlachend, toen hij wegreed. 'Naar wat ik er van hoor en zie, heb je al een hoop vriendinnen gemaakt. Dat is goed. Maar die vodden die ze dragen vind ik verschrikkelijk. Waarom proberen ze er zo lelijk uit te zien in de beste jaren van hun leven?'

We reden een paar kilometer zonder dat ik antwoord gaf. 'Kom, Heaven, vertel eens wat,' drong hij aan. 'Hebben je kasjmier truien een sensatie verwekt? Of keken ze minachtend omdat je het soort kleren draagt dat hun moeders voor ze koopt, maar die ze thuis laten, of inruilen voor tweedehandskleren?'

'Doen ze dat?' vroeg ik verbijsterd.

'Dat heb ik gehoord. Het is de gewoonte in Winterhaven om de leraressen te tarten en zich tegen ouders en iedereen die gezag heeft te verzetten. Een Boston Tea Party voor adolescenten, een gevecht om onafhan-kelijkheid.'

Dus toen hij al die rokken, truien, bloeses en hemden uitzocht, wist hij precies wat hij deed, hij wist dat ik anders zou zijn, zou opvallen. Maar nog steeds zei ik niets.

Ik kon aan zijn houding merken dat hij niet wilde dat ik zou klagen. Ik was in de pan gesmeten, en nu lag het aan mij om te voorkomen dat ik werd gekookt. Hij zei niet dat ik die kleren moest blijven dragen. Hij liet het aan mij over om toe te geven of me te verzetten tegen de druk van mijn leeftijdgenoten. En toen ik dat besefte besloot ik nooit met mijn moeilijkheden bij Tony te komen. Ik zou ze zelf oplossen, wat er ook gebeurde.

Tony reed snel naar Farthinggale Manor, en we waren er bijna toen hij de bom liet barsten. 'Er is plotseling een heel dringende zakelijke kwestie opgekomen, en ik vlieg zondagochtend naar Californië. Jillian gaat met me mee. Als je niet al op school was ingeschreven, hadden we je mee kunnen nemen. Nu zal Miles je maandag naar school brengen en je volgende week vrijdagmiddag ophalen. Jillian en ik zijn van plan zondag over een week terug te komen.'

Geschrokken keek ik op! Ik wilde niet alleen gelaten worden in een huis vol personeel dat ik nauwelijks kende. Ik probeerde de tranen terug Ie dringen die plotseling in mijn ogen sprongen. Wat was er toch mis met me dat de mensen me zo gemakkelijk in de steek lieten?

'Jill en ik zullen het goedmaken met Thanksgiving en Kerstmis,' zei hij met zijn innemende charme. 'En ik geef je mijn woord van eer dat we naar dat popconcert gaan als ik terug ben.'

'Je hoeft je over mij geen zorgen te maken,' zei ik vastberaden. Ik wilde niet dat hij me net als Jillian een last en een verantwoordelijkheid zou vinden. 'Ik amuseer me wel.' Maar dat zou ik niet, niet echt. Farthinggale intimideerde me nog steeds. De enige bediende die me niet nerveus maakte was Rye Whisky. Maar als ik te vaak bij hem in de keuken kwam zou hij misschien ook koud en onverschillig worden. Als ik vrijdagmiddag thuiskwam en ik had mijn huiswerk af, wat moest ik dan doen?

Het werd zaterdagochtend in Farthinggale Manor, en de bedienden holden zenuwachtig rond, probeerden Jillian te helpen pakken voor de reis die een week zou duren. In de hal boven kwam ze naar me toe, omhelsde me lachend, zoende me, en gaf me het gevoel dat ik me misschien vergist had en ze wel degelijk van me hield en me nodig had. Toen klapte ze als een klein vrolijk meisje in haar handen, terwijl we de trap afliepen naar de zitkamer. 'Jammer dat je niet met ons mee kan, maar jij was degene die zo graag een paar maanden naar school wilde en alle mooie plannetjes die ik voor je had in de war stuurde.'

Een paar maanden naar school? Was ze van plan me weg te sturen? Gaf ze dan helemaal niets om me? En naar Californië vliegen zou ook de vervulling van een droom zijn geweest, maar ik begon de dromen te wantrouwen die ik had geschapen toen ik jong, naïef en dom was.

'Ik red me wel, Jillian, maak je geen zorgen over mij. Dit is zo'n geweldig huis, en zo groot, ik heb nauwelijks de kans gehad het goed te bekijken.'

Ze negeerden me, zowel Tony als Jillian, en diep in mijn hart was ik zo gekwetst dat ik zelf ook wat kwetsends wilde doen, en dus deed ik iets onbezonnens en doms. Ik besloot Logan op te zoeken. 'Bovendien,' zei ik, 'ben ik van plan vanmiddag naar Boston te gaan.'

'Wat bedoel je, dat je je eigen plannen hebt gemaakt voor vanmiddag?' vroeg Jillian. 'Maar, Heaven, zaterdag is toch zeker onze dag, dan doen we toch alles samen' (Dat was nooit goed tot me doorgedrongen, als ik bij mensen stond die veel ouder waren dan ik en die allemaal praatten over onderwerpen waar ik niets van afwist. Ik had me zo onmisbaar gevoeld als een schemerlamp in de zon.) 'Ik wil vanavond een afscheidsa- vondje geven in dat charmante kleine theater dat we net hebben laten restaureren, naast het zwembad. We kunnen een oude film vertonen. Ik heb een hekel aan nieuwe films. Ik vind het onfatsoenlijk, al die naakte mensen die met elkaar naar bed gaan. We zullen een paar vrienden uitnodigen voor de gezelligheid.'

Jillian had niet moeten zeggen dat ze vrienden wilde uitnodigen. Vrienden zouden het speciale karakter ontnemen aan onze laatste avond samen voor ze een week weggingen. 'Het spijt me, Jillian, maar ik dacht echt dat je vanavond vroeg naar bed zou willen, zodat je uitgerust zou zijn als je in Californië kwam. Ik red me wel, en als ik vroeg thuiskom, zullen de gasten er nog wel zijn.'

'Waar ga je naar toe?' vroeg Tony scherp. Hij had de ochtendkrant zitten lezen; nu keken zijn ogen me boven de krant achterdochtig aan. 'Je kent niemand in Boston behalve ons, en de paar oudere vrienden aan wie we je hebben voorgesteld - of hebben de meisjes in Winterhaven je plotseling in hun hart gesloten? Dat lijkt me onwaarschijnlijk.' Hij trok een wenkbrauw op. 'Of heb je soms een afspraak met een jongen?'

Zoals altijd als ik me gekwetst voelde stak mijn trots zijn kop weer op. Natuurlijk had ik vriendinnen gemaakt in Winterhaven - of ze zouden dat vroeg of laat worden. Ik slikte even. 'Een van de meisjes op school heeft me uitgenodigd voor haar verjaardag. Ze viert hem in The Red Fea- ther.'

'Welk meisje heeft je uitgenodigd?'

'Faith Morgantile.'

'Ik ken haar vader. Hij is een boef, al lijkt haar moeder me wel fatsoenlijk... maar toch, The Red Feather is niet bepaald de plaats die ik voor de verjaardag van mijn dochter zou uitzoeken.'

Hij bleef me van top tot teen opnemen, tot het zweet me uitbrak. 'Stel me niet teleur, Heaven,' zei hij, terugkerend naar zijn krant. 'Ik heb gehoord over The Red Feather en de parties die daar worden gegeven. Je bent veel te jong om op je vijftiende te beginnen met bier of wijn te drinken, of een van die andere volwassen pretjes die beginnen als onschuldig lijkende spelletjes. Het spijt me, maar ik geloof niet dat het een goed idee is om erheen te gaan.'

Mijn hart zonk in mijn schoenen.

The Red Feather was vlak bij de Universiteit van Boston, waar Logan Stonewall studeerde.

'En,' ging Tony verder, die nog steeds aan het woord was, 'ik heb Mi- les opdracht gegeven je vóór maandagochtend niet buiten het terrein te brengen. De bedienden zullen voor alles zorgen. Als je er genoeg van hebt om binnen te zitten, kun je in het park wandelen.'

Jillian keek op.

'Ga niet naar de stallen!' riep ze uit. 'Ik wil je zelf aan mijn paarden voorstellen - mijn prachtige Arabische volbloeds. Dat doen we zodra ik terugkom.'

Ze had het me al dagenlang beloofd. Ik geloofde haar niet meer.

Ik had mijn best gedaan om te ontsnappen en Logan te gaan opzoeken, maar het was me niet gelukt. En ze zouden me niet missen als de gasten er waren en ze een film zouden draaien.

Om vier uur zouden er tien gasten komen voor wat Jillian noemde haar 'Californië Party'. Ik wist dat ze me nog steeds op de proef stelde, en dat veel zou afhangen van de mate waarin ik in de smaak viel bij dit speciale groepje, waar mensen bij waren die meer invloed hadden dan degenen die ik al ontmoet had. Toen kwam Tony met zijn mededeling. Iedereen moest een dinerpartner hebben en ik was degene die overbleef.

'Ik wil je aan een jongeman voorstellen,' zei Tony.

'Je zult hem aardig vinden, schat,' zei Jillian met haar fluisterstem, terwijl ze zich door een opvallend knappe jongeman liet kappen. Ik zat op een teer stoeltje en keek naar de wonderen die hij verrichtte met een kam, borstel en hairspray. 'Hij heet Ames Colton, en hij is achttien. Zijn vader heeft verleden jaar een zetel in de Senaat gekregen; Tony denkt dat John Colton nog eens zal eindigen in het Witte Huis.'

Dat deed me denken aan Tom, en zijn verlangen om ooit in het Witte Huis te komen. Waarom had Tom niet één van mijn drie brieven beantwoord? Hield pa ze achter? Of was Toms belangstelling verdwenen nu hij wist dat ik rijk en goed verzorgd was? Mijn familie had me altijd steun gegeven, wat een reden was geweest om vol te houden. Nu voelde ik al die dierbare familiebanden vervagen en verslappen.

'Wees aardig tegen Ames, Heaven,' zei Jillian op autoritaire toon. 'En probeer alsjeblieft niets te doen of te zeggen wat ons in bijzijn van onze vrienden in verlegenheid kan brengen.'

Het was het eerste echte feest in mijn leven, en in een splinternieuwe lange donkerblauwe jurk, met een lijfje dat geborduurd was met glinsterende blauwe kralen stond ik tussen Jillian en Tony bij de deur. Tony was in smoking en Jillian had een fonkelende witte jurk aan die me de adem benam.

'Je moet veel glimlachen,' fluisterde Tony, toen Curtis de eerste gasten binnenliet.

Ames Colton was aardig, hij leek niets op Logan. En hij was niet opwindend zoals Troy. Ik vond hem eigenlijk té aardig - hoe kon hij zo onder de indruk zijn van iemand als ik, die doodsbenauwd was en alleen maar de schijn ophield. Als ik die avond iets goed heb gedaan, kon ik me dat later niet meer herinneren. Ik liet mijn servet vallen, mijn vork, twee keer zelfs! Ik stotterde toen iemand me naar mijn verleden vroeg, en hoe lang ik van plan was te blijven. Hoe moest ik daarop antwoorden terwijl Jillian met grote, angstige ogen naar me keek?

Er waren zoveel gerechten, zoveel bestek; en toen de maaltijd voorbij was, zette Curtis een fraaie kleine kom op een zilveren schotel voor me neer. Hij bleef geduldig wachten terwijl ik naar het kommetje staarde. Het leek op water met een dun schijfje citroen. Ik was verbijsterd door dat kleine kommetje dat voor me stond en wachtte tot ik er iets mee zou doen. Ik keek wanhopig naar Tony, en bloosde toen ik zijn sarcastische, geamuseerde blik zag. Heel voorzichtig doopte hij zijn vingers in het water met de citroen en droogde ze kies af aan zijn servet.

Op de een of andere manier wist ik de avond door te komen zonder dat ik een blunder maakte die mijn achtergrond verried; ik toonde alleen een volslagen gebrek aan sociale ervaring. Ik wist niet wat ik moest zeg-gen als ze naar mijn politieke opvattingen vroegen. Ik had geen mening over de economische toestand van het land. Ik had geen enkele van de recente Hollywood-bestsellers gelezen waarin alles uit de doeken werd gedaan, en evenmin had ik de nieuwste film gezien. Ik glimlachte ten antwoord, zocht uitvluchten om weg te gaan. Volgens mij had ik me als een

idioot aangesteld.

'Je hebt het er goed afgebracht,' zei Tony, die mijn slaapkamer binnenkwam terwijl ik bezig was mijn haar te borstelen. 'Iedereen had het erover datje zoveel op Jillian lijkt. Dat is niet zo gek, want haar twee oudste zusters zijn oudere edities van Jillian, al zijn ze niet zo "goed geconserveerd", om het zo maar eens uit te drukken.' Zijn gezicht werd plotseling ernstig. 'En vertel me nu eens watje vond van onze vrienden.'

Hoe kon ik hem duidelijk maken wat ik dacht? In zekere zin leek het of alle mensen hetzelfde waren, ondanks hun mooie kleren en dure spraak. Er waren er bij die te veel praatten, en op een gegeven moment verrieden dat ze dom waren. Sommigen waren er alleen om een goede indruk te maken, en hadden even weinig te zeggen als ik. En dan waren er nog degenen die kwamen om te eten en te drinken, en te roddelen over anderen als ze dachten dat ze buiten gehoorsafstand waren. 'Als ze viool en banjo hadden gespeeld en met hun voeten gestampt, hadden ze uit de Willies kunnen komen,' zei ik eerlijk. 'Ze praten alleen over andere dingen. Thuis bekommert niemand zich om politiek of de economie van het land. Er zijn niet veel mensen die iets anders lezen dan de bijbel of romantische tijdschriften.'

Voor het eerst sinds ik hem kende lachte hij, en ik voelde me plotseling een stuk opgewekter.

'Dus je was niet onder de indruk van mooie kleren en dure sigaren - dat is goed. Je hebt je eigen mening, en dat is ook goed. En je hebt volkomen gelijk. Achter elke succesvolle man schuilt een man met meer dan één gebrek.'

Terwijl ik op mijn taboeretje zat voor de toilettafel, zei hij ernstig: 'Ik heb een paar minuten geleden het weerbericht gehoord. Ze verwachten de eerste ernstige sneeuwval. We vliegen zondagmorgen heel vroeg, voordat de sneeuwstorm komt. Pas goed op jezelf, Heaven, terwijl we weg zijn.'

Zijn bezorgdheid deed me goed. Pa had nooit zoiets tegen me gezegd - het scheen hem nooit te kunnen schelen wat er gebeurde. 'Ik wens jullie een veilige en prettige reis,' zei ik. Mijn keel deed pijn en mijn stem was schor.

'Dank je.' Hij glimlachte weer, kwam toen naar me toe om me een zoen op mijn voorhoofd te geven, en liet even zijn hand op mijn schouder rusten. 'Je ziet er beeldig en fris uit in dat blauwe nachthemd. Laat je door niets of niemand bederven.'

Ik sliep niet veel die nacht. Het diner had me de grote kloof laten zien tussen de vrienden van Jillian en Tony en de mensen met wie ik was opgegroeid. We waren allemaal geboren Amerikanen, en toch leek het of we in een andere wereld waren opgegroeid. En al dat voedsel dat werd verspild, genoeg om tien gezinnen in de bergen te voeden.

Ames Colton zou zondag op bezoek zijn gekomen, als ik hem ook maar de geringste aanmoediging had gegeven, maar ik wilde hem niet zien. Ik wilde naar Logan.

's Ochtends vroeg hoorde ik de auto wegrijden met Tony en Jillian.

Ik probeerde weer in slaap te komen. Om zes uur was ik nog steeds wakker en wachtte tot de bedienden zouden opstaan. Maar ze waren te ver weg; ik kon ze niet horen als ze de douche aandraaiden of het bad vol lieten lopen of het toilet doorspoelden. Ik kon de bacon niet ruiken die in de keuken werd gebakken, en de geur van de koffie bereikte nooit mijn kamer. Nou ja, dacht ik, in ieder geval had ik Rye Whisky nog als ik me te eenzaam voelde.

Het huis leek grimmig leeg en eenzaam om zeven uur. Terwijl ik me aankleedde snoof ik in de lucht of ik iets van Jillians parfum kon opvangen dat altijd in de gangen boven bleef hangen. Mijn ontbijt aan die lange tafel was een eenzame aangelegenheid, verergerd door de aanwezigheid van Curtis, die naast het buffet bleef staan om me te serveren, terwijl ik alleen maar wilde dat hij weg zou gaan en me met rust zou laten.

'Kan ik u nog ergens mee van dienst zijn, juffrouw?' vroeg hij, alsof hij mijn gedachten las.

'Nee, dank je, Curtis.'

'Wilt u iets speciaals bestellen voor uw lunch en diner?'

'Ik vind alles best.'

'Dan zal ik tegen de kok zeggen dat hij een van de gebruikelijke zondagsmenu's bereidt.'

Het kon me niet schelen wat er werd opgediend. Eten, nu het op tijd kwam en in voldoende hoeveelheden en altijd even verrukkelijk, was niet meer zo allesoverheersend als vroeger. Vers uitgeperst sinaasappelsap was niet langer een opwindende traktatie. Bananen of verse aardbeien aan het ontbijt waren normaal. Maar ik was nog wel steeds onder de in-druk van de truffels, waar Tony zo dol op was, en die royaal over mijn omeiets werden gestrooid.

In de bibliotheek stond ik lange tijd voor het raam en staarde naar het doolhof. De wind stak op en maakte een zacht fluitend geluid. De takken van de bomen sloegen tegen het huis. Achter me brandde een houtvuur in de haard, wat een gezellige sfeer gaf aan de bibliotheek, waar ik van plan was de dag door te brengen... als ik geen manier kon vinden om naar Logan te gaan. Hij had mijn brief niet beantwoord, maar ik wist in welk huis hij woonde. Ik had de deur van de garage al geprobeerd en ontdekt dat die op slot was. Cal Dennison had me leren autorijden, als zijn vrouw er niet bij was.

Logan was degene die naar me toe had moeten komen en me had moeten vragen hem te vertellen wat er gebeurd was tussen mij en Cal Dennison. Maar nee, hij was weggerend in de regen, en had mij op het kerkhof achtergelaten, zonder me zelfs maar de kans te geven hem uit te leggen dat Cal als een vader voor me was geweest, de vader die ik altijd had willen hebben. En om mijn vader en mijn vriend te behouden zou ik bijna alles hebben gedaan! Alles!

Een dun rookspiraaltje kronkelde omhoog boven de heggen van de doolhof. Betekende dat, dat Troy vandaag in de bungalow was? Zonder er verder bij na te denken liep ik haastig naar de gangkast en haalde mijn laarzen en een nieuwe warme jas te voorschijn. Stiekem liep ik de voordeur uit, zodat geen van de bedienden aan Tony kon vertellen dat ik mijn belofte had verbroken en was weggegaan om zijn broer op te zoeken.

Deze keer vond ik gemakkelijk de weg in de doolhof, maar het was minder gemakkelijk om naar zijn deur te lopen en aan te kloppen. Weer was hij onwillig me binnen te laten, hij deed er zo lang over dat ik me al wilde omdraaien om weg te gaan. Toen ging de deur plotseling open en stond hij voor me, niet glimlachend omdat hij me weer zag, maar met een bedroefde blik, alsof hij medelijden had met iemand die telkens opnieuw het verkeerde deed. 'Dus je bent terug,' zei hij. Hij deed een stap opzij en wenkte me om binnen te komen. 'Tony had me verzekerd dat je niet meer zou komen.'

'Ik kom een gunst vragen,' zei ik, in de war gebracht door zijn onverschilligheid. 'Ik moet vandaag naar de stad en Tony heeft Miles verboden me ergens heen te brengen. Zou ik jouw auto mogen lenen?'

Hij zat alweer aan zijn werktafel en hield zich bezig met een paar kleine voorwerpen. 'Jij, een meisje van zestien, dat naar Boston wil rijden? Ken je de weg? Heb je een rijbewijs? Nee, terwille van je eigen veiligheid en die van anderen, vind ik dat je niet over die gladde, besneeuwde snelwegen mag rijden.'

Ik vond het erg om hem in de waan te laten dat ik pas zestien was, terwijl ik in werkelijkheid al zeventien was! En ik kon goed rijden, tenminste, dat had Cal altijd gezegd. In Atlanta kregen meisjes van mijn leeftijd een rijbewijs. Ik ging zitten zonder dat hij het me vroeg, nog steeds in mijn jas, en probeerde mijn tranen terug te dringen. 'Ze zijn bezig met de herfstschoonmaak in Farthy,' zei ik met een benepen stemmetje. 'Ze maken alles in orde voor de komende festiviteiten. De ramen en kozijnen worden schoongemaakt, de vloeren geschrobd en gewreven, er wordt gestoft en gestofzuigd, en zelfs in de bibliotheek, waar ik de hele dag had willen blijven, drong de geur van ammoniak onder de deur door.'

'Het heet vakantieschoonmaak in deze tijd van het jaar,' vertelde hij, geamuseerd opkijkend. 'Ik vind het even erg als jij als een huis op zijn kop wordt gezet. Een van de voordelen van een klein huis als dit is dat je geen bedienden nodig hebt die je privacy verstoren. Als ik iets neerleg blijft het liggen tot ik het weer oppak.'

Ik schraapte mijn keel, vermande me en begon weer over het doel van mijn bezoek. 'Als ik niet in je auto mag rijden, zou jij me dan naar de stad willen brengen?'

Met een heel kleine schroevedraaier bevestigde hij miniatuurbeentjes aan piepkleine lijfjes. Wat een overdreven aandacht voor dat speelgoed! 'Waarom wil je naar de stad?'

Als ik hem de waarheid vertelde, zou hij dat dan onmiddellijk aan Tony overbrieven bij diens terugkomst? Ik keek hem onderzoekend aan. Hij had het gevoeligste gezicht dat ik ooit bij een man had gezien. En te oordelen naar mijn vroegere ervaringen waren alleen ongevoelige mensen ook wreed. 'Ik moet je iets bekennen, Troy. Ik voel me eenzaam. Ik heb niemand die mijn succes kan delen behalve Tony. Het kan Jillian niets schelen wat ik doe, of niet doe. Ik heb een kennis die aan de Universiteit in Boston studeert en die ik graag wil opzoeken.'

Weer keek hij me aandachtig aan. Hij leek op zijn hoede, alsof ik hem op een of andere manier had weten te ontroeren, en hij dat niet wilde. ' Kun je niet wachten tot een andere dag, als je in Winterhaven bent? De universiteit is daar niet ver vandaan.'

'Maar ik wil met iemand praten die me begrijpt. Iemand die weet hoe ik vroeger was.'

Hij zei niets, maar bleef peinzend zitten terwijl de sneeuwvlokken langs zijn ramen dwarrelden. Toen glimlachte hij. De glimlach deed zijn donkere ogen oplichten.

'Goed dan, ik zal je brengen waar je naar toe wilt, maar geef me een halfuur om dit af te maken, dan gaan we weg - en ik zal niet tegen Tony zeggen datje een van zijn regels hebt overtreden.'

'Heeft hij je dat verteld?'

'Ja, natuurlijk heeft hij me verteld dat hij je verboden heeft mij op te zoeken. En ik ben niet erg welkom in Farthy, vanwege Jillian.'

'Mag Jillian je niet?' vroeg ik, denkend dat ze gek moest zijn om iemand als Troy niet aardig te vinden.

'Vroeger vond ik het erg belangrijk hoe Jillian over me dacht, maar toen ontdekte ik dat niemand echt weet wat er in Jillians hoofd omgaat. I k weet niet eens of ze in staat is van iemand anders te houden dan van zichzelf. Maar ze is slim. Onderschat haar niet.'

Ik was verbijsterd, en toch had hij veel duidelijk gemaakt. 'Maar waarom wil Tony niet dat jij en ik vrienden worden?'

Hij grinnikte wrang en met zelfspot. 'Mijn broer vindt dat ik een slechte invloed heb op iedereen die te veel om me geeft, en natuurlijk is dat zo. Zorg dus datje niet te veel op me gesteld raakt, Heavenly.'

Mijn hart leek even stil te staan toen hij me Heavenly noemde, zoals Tom altijd had gedaan.

'O, je bent veel te oud voor me om je te aardig te vinden!' riep ik vrolijk uit. 'Ik ga gauw terug naar huis om me te verkleden!'

Voor hij zich nog kon bedenken, was ik de deur uit, en holde door de doolhof terug naar het grote huis. De herrie van de grote schoonmaak overstemde mijn voetstappen toen ik haastig de trap opliep. In mijn kamer trok ik snel de kleren aan die ik het mooist vond. Ik deed poeder en lippenstift op en spoot parfum op. Ik was gereed om Logan Stonewall te ontmoeten. Niet één keer in al die tijd dat hij me gekend had, had hij me zo mooi gekleed gezien.

Troy lette totaal niet op mijn kleding. Hij bestuurde zijn Porsche met achteloos gemak, en zei niet veel, maar ik was mijn verlegenheid kwijt en straalde. Ik was op weg naar Logan. Ondanks zijn teleurstelling zou hij alles vergeven en vergeten, en zich alleen nog maar de mooie momenten herinneren toen we wandelden in de bergen en zwommen in de rivier en plannen maakten voor onze gezamenlijke toekomst.

Pas toen we bij de ingang van de universiteit waren, deed Troy zijn mond open. 'Ik neem aan dat die kennis van je een man is?'

'Ik keek verbaasd op. 'Waarom denk je dat?'

'Je kleren, het parfum, de lippenstift.'

'Ik dacht dat het je niet was opgevallen.'

ik ben niet blind.'

'Hij heet Logan Stonewall,' bekende ik. 'Hij studeert voor apotheker, omdat zijn vader dat graag wil, maar hij wil eigenlijk veel liever biochemicus worden.'

'Ik hoop dat hij weet datje komt.'

Mijn hart deed weer rare dingen, want Logan wist het niet.

Maar mijn goede gesternte liet me niet in de steek, want toen we stopten voor de deur van het studentenhuis zag ik Logan voorbijslenteren met twee andere jongens van zijn leeftijd. Haastig stapte ik uit. Ik wilde hem niet uit het oog verliezen.

'Bedankt dat je me hier naar toe hebt gebracht!' riep ik door het raampje. 'Je kunt nu rustig naar huis gaan. Logan brengt me wel terug.'

'Heeft hij een auto? Hij was lopende.'

'Dat weet ik niet.'

'Dan wacht ik wel, tot ik zeker weet dat je vervoer naar huis hebt.' Hij knikte naar een kleine koffieshop. 'Ik ben daar binnen. Als je zeker weet dat hij je terugbrengt, kom me dan even waarschuwen.'

Troy liep naar de koffieshop, en ik slenterde Logans richting uit, in de hoop hem te verrassen met mijn nieuwe uiterlijk. Hij liep de drugstore aan de overkant van de straat binnen om iets te kopen. Ik zag dat hij betaalde. Ik wist niet goed wat ik moest doen. Hij was niets veranderd, lang en kaarsrecht, met brede schouders. Hij draaide zich niet om naar elk meisje dat voorbijkwam, en er kwamen er heel wat voorbij. Hij nam het pakje aan en liep naar een zijdeur.

'Logan!' riep ik, snel naar hem toe lopend. 'Ga niet weg! Ik moet met je praten!'

Hij draaide zich naar me om, en ik zweer bij God dat hij me niet kende. Hij keek dwars door me heen, met een geërgerde blik in zijn saffierblauwe ogen. Misschien was het mijn korte, moderne kapsel en de make-up, of misschien was het de beverjas die Jillian me had gegeven, maar hij liet twee keer zijn ogen over me heen dwalen zonder dat hij scheen te weten wie ik was.

En voor ik kon beslissen wat ik moest doen, deed hij de deur open, liet een krachtige windvlaag binnen, die de omslagen van de tijdschriften deed opwaaien. En toen stond hij buiten in de sneeuw en liep zo snel weg dat ik hem onmogelijk zou kunnen inhalen. En misschien had hij alleen maar net gedaan of hij me niet herkende.

Als een idioot liep ik naar de toonbank van de drugstore en bestelde een kop warme chocola. Langzaam dronk ik de hete drank op en knabbelde op twee vanillewafels. Pas toen ik dacht dat er tijd genoeg verstreken was voor een lang en serieus gesprek, stond ik op om weg te gaan. 

Het deed me goed zoals Troy onmiddellijk opsprong en me met een stralende glimlach begroette. 'Ik zou het prettig hebben gevonden als je hem had meegenomen en aan me voorgesteld.'

Ik boog mijn hoofd. 'Logan Stonewall komt uit Winnerrow, en je broer heeft me alle contact met mijn oude vrienden verboden.'

ik ben mijn broer niet. Ik wil graag je vrienden leren kennen.'

'O, Troy,' snikte ik plotseling. Ik boog mijn hoofd en begon te huilen.

Logan keek dwars door me heen. Hij deed net of hij me niet kende! Hij keek me recht in het gezicht, en toen draaide hij zich om en liep weg.'

Zijn stem klonk zacht en vriendelijk. Hij pakte mijn gehandschoende handen en hield ze in de zijne. 'Heaven, besef je niet datje erg veranderd bent? Je bent niet meer hetzelfde meisje dat hier in oktober arriveerde. Je haar zit anders. Je maakt je nu op, en dat deed je toen niet. En die hooggehakte laarzen maken je een paar centimeter langer. En misschien had Logan andere dingen aan zijn hoofd dan een onverwachte ontmoe- ting met een vroeger vriendinnetje.'

'Hier,' zei hij, terwijl hij een schone witte zakdoek te voorschijn haalde en die aan mij gaf. 'Als je uitgehuild bent - heel gauw, hoop ik, want ik vind het vreselijk om een vrouw te zien huilen - dan kun je me misschien wat meer vertellen over Logan.'

Toen ik mijn tranen had gedroogd en zijn zakdoek in mijn tas had gestopt, met het plan die later te wassen en te strijken, stond er een nieuwe kop chocola voor me. Ik zag zoveel vriendelijkheid en begrip in Troys ogen dat ik, vóór ik het wist, hem alles vertelde, vanaf het moment waarop Logan me had gezien in de apotheek van zijn vader, en Fanny er zeker van was dat hij haar bewonderde, en niet mij; hoe we elkaar hadden ontmoet op het schoolplein in Winnerrow en hij erop had gestaan vier verhongerende Casteel-kinderen een lunch aan te bieden. 'En toen hij mijn vaste vriend werd en me thuisbracht uit school, was ik het gelukkigste meisje ter wereld. Hij was heel anders dan al die wilde jongens die om fanny heen hingen. Hij was fatsoenlijk en nooit opdringerig. We waren van plan te trouwen zodra we afgestudeerd waren aan de universiteit - en nu kent hij me niet meer.' Mijn stem schoot hysterisch uit. 'En ik heb al mijn moed bijeen moeten rapen om te doen wat ik deed. Heb ik het overdreven, Troy? Is het te veel: Jillians beverjas, en al die juwelen?'

'Je ziet er mooi uit,' zei hij zachtjes, terwijl hij zijn beide handen naar me uitstrekte. 'Laten we de dag van vandaag even in het juiste perspectief zien. Logan verwachtte je niet, hè? Je bent hier in een heel andere omgeving dan waarin hij gewend is je te zien. En hij heeft je ook nog nooit in die kleren gezien. Bel hem later op en vertel hem wat er gebeurd is. Dan kunnen jullie een afspraak maken en zijn jullie allebei voorbereid.'

'Hij zal het me niet vergeven! Hij zal het me nooit vergeven!' snikte ik, fel en hartstochtelijk. 'Want ik heb je niet alles verteld. Toen pa zijn vijf kinderen aan vreemden had verkocht voor vijfhonderd dollar per stuk, is er iets heel ergs met me gebeurd. Eerst werden Keith en Onze Jane gekocht door een advocaat en zijn vrouw. Toen werd Fanny verkocht aan dominee Wayland Wise, maar in tegenstelling tot Keith en Onze Jane vond Fanny het prachtig aan zo'n rijke man te worden verkocht. Daarna verscheen er een potige boer, Buck Henry, die recht op 

Tom afliep en hem betastte of hij een stuk vee was. Pa en Buck Henry moesten Tom met geweld wegslepen.

'Ik werd verkocht aan Kitty en Cal Dennison in Candlewick, Georgia. Hun huis in Candlewick was het mooiste, schoonste huis waar ik ooit binnen was geweest, en er was altijd genoeg te eten. Maar Kitty wilde een keukensloof, een werkster, die alles schoon en blinkend hield, terwijl zij in haar beauty shop werkte. Ze werkte daar vijf dagen per week, en op zaterdag gaf ze les in keramiek, en dat betekende dat Cal mij vaker zag dan Kitty. O, het was allemaal zo gecompliceerd, want ik vond Cal een man die veel meer waard was dan mijn vader. Ik begon Cal te beschouwen als mijn eigen vader, het soort vader naar wie ik altijd verlangd had. Hij vond me aardig, hij had me nodig. Toen hij nieuwe kleren en nieuwe schoenen voor me kocht, en een hoop kleine dingen waarvan ik niet eens wist dat ik ze nodig had, ging ik soms met die jurken in mijn armen naar bed.'

Als een stromende rivier, op gang gebracht door mijn tranen, kwam mijn verhaal eruit, met alle afschuwelijke details. Ik geloof dat ik alleen mijn juiste geboortejaar in het vage liet. Op de een of ander manier, lang voordat ik mijn verhaal had beëindigd, wist ik dat Troy zijn plannen voor die dag was vergeten, en even later reden we terug naar Farthingga- le Manor. Hij reed door het hoge, ijzeren hek, sloot het met zijn afstandsbediening. Toen, over een weg die ik nooit eerder had gezien, reed hij naar zijn stenen bungalow. De grauwe herfstmiddag wekte een melancholiek verlangen in me naar de bergen, naar het onschuldige, vertrouwende meisje dat ik vroeger was.

Troy sprak geen woord voor we allebei in zijn bungalow waren en hij het vuur had opgestookt. Toer zei hij dat het eten direct klaar zou zijn. 'De kok van het grote huis houdt mijn provisiekast gevuld,' zei hij, terwijl hij een en ander begon klaar te maken. Het was inmiddels al vier uur, en ik was mijn lunch misgelopen. Ik twijfelde er niet aan of Percy zou dat aan Tony vertellen.

'Ga door, niet ophouden,' drong hij aan, terwijl hij me een houten plank gaf en wat rauwe groenten om te snijden. 'Ik heb nog nooit zo'n verhaal gehoord. Vertel me wat meer over Keith en Onze Jane.'

Toen pas besefte ik dat ik voorzichtiger en discreter had moeten zijn, maar nu was het te laat, veel te laat. Maar wat kon het me schelen nu Logan me uit zijn leven had gebannen? Ik had Troy al alles verteld over die eerste kerstdag toen pa ons één voor één had verkocht, herhaalde het allemaal nog eens omdat hij het twee keer moest horen om het te geloven. Ik was zelfs onvoorzichtig genoeg om de reden te vertellen waarom Logan me niet meer vertrouwde, en niet één keer keek Troy mijn kant op, of gaf commentaar, of onderbrak zijn bezigheden.

'Ik wist niet dat die uitstapjes naar de bioscoop, en die fantastische diners in dure restaurants, en al die geschenken die hij me gaf, deel uitmaakten van Cals verleidingspolitiek. Ik werd steeds afhankelijker van hem. Mijn prettigste tijd daar had ik aan hem te danken, en mijn slechtste tijd aan Kitty. Ik had medelijden met Cal als ze elke avond een reden vond om "nee" tegen hem te zeggen, en als ze eindelijk een keer toegaf, kwam hij de volgende dag met zo'n gelukkig gezicht aan de ontbijttafel. Ik wilde dat hij altijd gelukkig zou zijn. En toen hij me te vaak begon aan te raken, en zijn kussen minder vaderlijk werden, lag ik 's nachts in bed te piekeren wat voor signalen ik onbewust uitzond. Ik gaf hem nooit de schuld. Ik verweet mezelf dat ik hem op slechte gedachten bracht. Hoe moest ik hem als vaderfiguur behouden zonder toe te geven aan zijn verlangens?'

Ik zweeg even, haalde diep adem en ging toen verder. 'Dus je ziet, ik heb nu niemand meer! Tony heeft me bevolen met mijn familie te kappen, ze zelfs uit mijn gedachten te bannen, en hij weet niet eens van het bestaan van Tom, Fanny, Keith, of Onze Jane. Tom heeft mijn brieven niet beantwoord. Fanny is in verwachting van het kind van de dominee en schrijft me nooit. Ik weet niet eens of ze dat wil. En ik moet Onze Jane en Keith vinden!'

'Je zult ze vinden,' zei Troy met een oprechtheid die me vertrouwen schonk. 'Ik heb een hoop geld. Ik kan geen betere manier bedenken om een deel daarvan te besteden dan om jou te helpen je familie te vinden.'

'Dat had Cal me ook beloofd, maar er is nooit iets van gekomen.'

Hij keek me met een bestraffende blik aan. 'Ik ben Cal Dennison niet, en ik doe geen beloftes die ik niet houd.'

Mijn tranen begonnen weer te vloeien. 'Waarom zou je dat doen? Je kent me niet. Ik weet niet eens zeker of je me wel aardig vindt.'

Hij kwam naast me zitten aan tafel. 'Ik wil het doen voor jou en je gestorven moeder, Heaven. Morgen ga ik naar mijn advocaten om ze te vragen die advocaat op te sporen die Lester heet van zijn voornaam. Je moet me de foto's brengen van Keith en Onze Jane waarover je me hebt verteld. Fotografen zetten meestal hun naam op foto's. En binnenkort zul je de volledige namen kennen van het echtpaar dat je jongste broer en zusje heeft gekocht.'

Ik bleef gefascineerd en ademloos zitten, vervuld van nieuwe hoop. Een hoop die al spoedig weer zakte, want had Cal Dennison me niet hetzelfde beloofd? En ik kende Troy eigenlijk helemaal niet.

'Vertel eens watje van plan bent te doen als je weet waar ze'zijn.'

Wat ik van plan was te doen?

Tony zou niets meer met me te maken willen hebben. Hij zou mijn opleiding niet langer bekostigen.

Ik was nu op weg naar het doel dat ik moest bereiken... maar ik zou het antwoord later wel bedenken, als zijn advocaten de kinderen hadden gevonden die bij me hoorden. Ik zou een manier vinden om ze terug te krijgen en toch mijn doel bereiken. Nu ik eenmaal zover was gekomen, was ik vastbesloten nooit meer terug te zakken.

O, was alles maar anders geweest! Waarom was ik niet opgegroeid als een normaal jong meisje! Ik voelde de tranen weer in mijn ogen prikken. Ik zette mijn herinneringen van me af, haalde diep adem en zei: 'Zo, nu weet je alles van me. En ik mag eigenlijk niet eens met je praten. Tony heeft me bevolen je met rust te laten, nooit naar je bungalow te gaan.

Voor hij wegging vertelde hij me zelfs datje er niet was. Als hij er achter komt dat ik een van zijn regels heb overtreden stuurt hij me terug naar de Willies. En ik wil daar niet terug! In Winnerrow trekt niemand zich iets van me aan. Pa woont ergens in Georgia of Florida, en Tom woont bij hem, maar Tom schrijft nooit, en Fanny ook niet! Ik weet niet hoe ik moet leven zonder iemand die van me houdt en zich om me bekommert.' Ik boog mijn hoofd zodat hij die tranen niet zou zien die weer over mijn wangen rolden. 'Alsjeblieft, Troy, alsjeblieft! Wees mijn vriend! Ik verlang zo wanhopig naar een goede vriend.'

'Goed, Heaven. Ik zal je vriend zijn.' Hij leek onwillig, alsof hij zich verplichtte tot iets dat een last voor hem zou gaan betekenen. 'Maar denk eraan dat Tony goede redenen heeft om niet te willen datje met mij omgaat. Oordeel niet te hard over hem. Voordat je besluit dat ik de vriend ben die je nodig hebt, moet je goed beseffen dat Tony hier de baas is, en niet ik. We zijn extremen wat persoonlijkheid en karakter betreft. Hij is sterk, en ik ben zwak en een dromer. Als je Tony's afkeuring en on-genoegen wekt, bant hij je uit zijn leven, en dat van Jillian, en stuurt je terug naar de Willies! En op zo'n manier dat ik niet de kans zal krijgen je te redden, of je zelfs maar geld te geven voor je studie.'

'Ik zou geen geld van jou aannemen!' viel ik uit. Mijn oude trots kwam weer op.

'Je neemt het ook van mijn broer aan,' zei hij droog.

'Omdat hij met mijn grootmoeder getrouwd is! Omdat hij me verteld heeft dat hij het geld beheert dat Jillian heeft geërfd van haar vader en haar eerste man. Geld dat naar mijn eigen moeder zou zijn gegaan als ze nog geleefd had. Ik voel me volkomen gerechtvaardigd het van Tony aan te nemen.'

Hij wendde zijn hoofd af, zodat ik zijn gezicht niet meer kon zien. 'Heaven, je hartstocht put me uit. Het is veel later dan ik dacht, en ik ben moe. Vind je het erg als we deze discussie voortzetten als je vrijdag thuiskomt uit Winterhaven? Dan ben ik hier nog.'

Ik voelde me diep ontroerd toen ik naar hem keek. Hij zag er zo kwetsbaar uit, en ik vermoedde dat hij bang was iemand als mij in zijn goed georganiseerde leven binnen te laten. Langzaam kwam ik overeind, onwillig de gezellige warmte van zijn bungalow te verlaten.

'Heaven, alsjeblieft, ik heb nog duizend dingen te doen voor ik naar bed ga vanavond. En huil niet omdat Logan Stonewall je niet heeft herkend. Hij kan elders zijn geweest met zijn gedachten. Geef hem nog een kans. Bel hem op. Vraag hem je ergens te ontmoeten waar jullie kunnen praten.'

Troy wist niet hoe koppig Logan was. Logan was net als zijn naam, een stenen muur!

'Welterusten, Troy,' riep ik bij de deur, 'en bedankt voor alles. Ik verheug me op aanstaande vrijdag.'

Zachtjes deed ik de deur achter me dicht.

Er waren geen bedienden te zien toen ik door de deur van het grote huis naar binnen sloop. In de eetkamer stonden zilveren schalen, die de heerlijkste dingen bleken te bevatten. Ik schepte van alles wat op een bord en ging weer eten. Helemaal alleen aan een tafel die groot genoeg was voor alle Casteels.