4. IN VOOR-EN TEGENSPOED

'Ik moetje waarschuwen,' zei Tony de volgende ochtend bij het ontbijt, toen Jillian nog boven lag te slapen. 'De doolhof is gevaarlijker dan het eruitziet. Als ik jou was, zou ik het verkennen van die dingen maar overlaten aan iemand die daar meer ervaring mee heeft.'

Het was even na zessen, en de ochtendstond zou angstig veel op de schemering lijken, zonder de zoete blauwe-bessenbroodjes en de rijke uitstalling van voedsel op het buffet. De butler stond op zijn plaats, dicht bij de keur van zilveren schalen, gereed om in actie te komen en de twee mensen te serveren, die aan een tafel zaten die groot genoeg was voor acht. Ik voelde me onwezenlijk, verdoofd. Dit was precies zoals ik het me altijd gedroomd had. Het naïeve boerenmeisje dat ik vroeger was stond naast me, trillend van verrukking, tien keer zoveel van alles genietend dan het meisje dat ik nu was - achterdochtig, nerveus, bang dat ik iets zou doen dat zo onhebbelijk was dat noch Jillian noch Tony me ooit nog zou willen zien. Wat Troy betrof: ik besloot bij hem uit de buurt te blijven. Hij was te gevaarlijk.

Voorzichtig proefde ik alle verrukkelijke dingen die Curtis voor me neerzette, het was het meest fantastische ontbijt dat ik ooit in mijn leven had gegeten, en zeker het voedzaamste. Met dit soort voedsel in mijn maag, met zoveel energie, had ik kunnen hollen naar school. Toen kwam de sarcastische gedachte bij me op dat ik er misschien alleen maar zo van genoten had omdat ik niets te maken had gehad met de bereiding ervan. En ook niets te maken zou hebben met het schoonmaken van de keuken.

'Curtis, we hebben je niet meer nodig,' zei Tony plotseling. Ik was tot de conclusie gekomen dat hij de meest hulpeloze man ter wereld was, niet in staat ook maar één ding voor zichzelf te doen. Hij scheen er een merkwaardig behagen in te scheppen Curtis in spanning te houden, in afwachting van het minste gebaar om iets te doen. Toen de butler weg was boog Tony zich naar voren. 'Hoe vind je je ontbijt?'

'Heerlijk,' antwoordde ik enthousiast, ik heb nooit geweten dat eieren zo lekker konden zijn.'

'Kindliefje hebt zojuist een van de delicatessen van deze wereld genuttigd, truffels.'

Maar ik had niets gezien dat op een truffel leek - wat dat ook mocht zijn.

'Laat maar,' zei hij, toen ik staarde naar wat er over was van mijn eieren, die overgoten waren met saus en geserveerd op dunne, goudkleurige pannekoekjes. 'Je moet me nu eerst eens iets over jezelf vertellen. Toen we gisteren hier naar toe reden, meende ik iets in je ogen te zien dat op woede leek. Waarom keek je zo verontwaardigd, telkens als de naam van je vader werd genoemd?'

'Ik wist niet dat ik dat deed,' mompelde ik. Ik bloosde en had de waarheid eruit willen schreeuwen, maar tegelijk was ik bang om te veel te zeggen. Ik dacht meer aan zijn broer dan aan pa; ik wilde over Troy praten. En toch moest ik denken aan mijn plannen, mijn dromen, en ook aan het welzijn van Keith en Onze Jane. Ik wist dat de eerste stap op weg naar hun redding was mijzelf niet in gevaar te brengen.

En, aarzelend in het begin, begon ik een nieuwe jeugd voor mezelf te construeren, gebouwd op halve waarheden; de enige leugens die ik vertelde waren de dingen die ik verzweeg. 'Dus de vrouw die stierf aan kanker was niet mijn echte moeder, maar een pleegmoeder, die Kitty Dennison heette. Zij zorgde voor me toen pa ziek was en ik niemand anders had.'

Hij bleef doodstil zitten, alsof hij geschokt was door het nieuws dat mijn moeder was gestorven op de dag waarop ik was geboren. Zijn ogen werden dof, triest. En toen kwam de woede, hard, koud en bitter. 'Wil je daarmee zeggen dat je vader heeft gelogen? Hoe kon een meisje dat zo jong, sterk en gezond was als je moeder in het kraambed sterven als ze niet verwaarloosd was? Lag ze in een ziekenhuis? Goeie God, vrouwen

gaan tegenwoordig niet meer dood omdat ze een baby krijgen!'

'Ze was nog erg jong,' fluisterde ik. 'Misschien te jong om het te kunnen doorstaan. We woonden in een vrij behoorlijk huis, maar pa's timmerwerk was niet zo solide. En onze maaltijden waren niet altijd even voedzaam. Ik weet niet of ze naar een dokter ging voor controle, want de bergbewoners geloven niet zo erg in dokters - ze genezen liever zelf hun kwalen. Eerlijk gezegd hadden ze meer respect voor een oude vrouw als mijn oma dan voor iemand die een kantoor in de stad had met een doktersplaatje op de deur.'

Zou hij zich ook tegen me keren, om dezelfde reden als pa? 'Ik hoop datje mij niet de schuld geeft van haar dood, zoals pa...'

Zijn blauwe ogen richtten zich op de ramen die omhoog liepen tot aan het plafond, omlijst door gordijnen van roze fluweel, met goudkleurige zij gevoerd. 'Waarom bleef je gisteren stilletjes zitten en bevestigde je de leugens van je vader door je mond te houden?'

'Ik was bang dat jullie niets met me te maken zouden willen hebben als jullie wisten dat ik uit zo'n arme omgeving kwam.'

Zijn snelle, kille woede verbaasde me, en waarschuwde me dat deze man geen tweede Cal Dennison was, die zich gemakkelijk voor de gek liet houden.

Ik ging haastig verder, het kon me nu niet meer schelen wat voor indruk ik zou maken. 'Hoe dacht je dat ik me voelde toen ik hoorde dat jij en Jillian me alleen maar voor een bezoek verwachtten? Pa had me verteld dat mijn grootouders het heerlijk vonden als ik bij hen kwam wonen. En dan hoor ik dat het alleen maar voor een bezoek is! Ik weet niet waar ik naar toe moet. Er is niemand die me wil hebben, niemand! Ik probeerde uit te puzzelen waarom pa gelogen had, misschien dacht hij dat jullie bezorgder voor me zouden zijn als je dacht dat ik verdriet had over mijn moeder. En in zekere zin treur ik ook nog steeds over haar. Ik heb het altijd gemist dat ik haar nooit gekend heb. Ik wilde niets zeggen of doen om te maken dat jullie je zouden bedenken en me niet meer bij je wilden houden, al is het maar voor korte tijd. Alsjeblieft, Tony, stuur me niet terug! Laat me blijven! Ik heb geen ander thuis dan dit. Mijn vader is heel erg ziek; hij heeft een of andere zenuwziekte waaraan hij gauw zal sterven, en hij wilde me onderbrengen bij de familie van mijn eigen moeder voor hij afscheid nam van deze wereld.'

Zijn scherpe, doordringende blik bleef peinzend op me rusten. Inwendig kromp ik ineen, zo bang was ik dat mijn gezicht mijn leugens zou verraden. Mijn torenhoge trots lag op zijn knieën, bereid om te smeken en te huilen en zich volledig te vernederen. Ik beefde over mijn hele li-chaam.

'Die zenuwziekte van je vader, hoe noemen de artsen die?'

Wat wist ik van zenuwziekten? Niets! In paniek dacht ik na, tot ik me iets herinnerde dat ik eens op de TV had gezien, in Candlewick. Een droevige film. 'Een beroemde baseballspeler is er eens aan gestorven. De naam van die ziekte is moeilijk uit te spreken.' Ik probeerde niet al te vaag te zijn. 'Het is een soort verlamming en het eindigt met de dood...'

Zijn blauwe ogen waren achterdochtig samengeknepen. 'Hij klonk allesbehalve ziek. Zijn stem was zelfs bijzonder krachtig.'

'Alle bergbewoners hebben krachtige stemmen. Dat moet ook wel als iedereen je voortdurend in de rede valt.'

'Wie zorgt er nu voor hem, nu je grootmoeder dood is en ik meende datje zei datje opa seniel is?'

'Hij is niet echt seniel!' vloog ik op. 'Het is alleen dat hij zo graag wil dat oma nog zou leven, dat hij net doet of ze nog bij hem is. Dat is niet gek, maar noodzakelijk voor iemand als hij.'

ik noem het seniel als je doet of de doden nog leven, en met ze praat,' zei hij kortaf en zonder enige emotie. 'Het is me opgevallen dat je je vader soms papa noemt, en andere keren pa. Waarom?'

'Papa als ik hem aardig vind,' fluisterde ik. 'Pa als ik dat niet vind.'

'Ahh.' Hij nam me met wat meer belangstelling op.

Mijn stem klonk klaaglijk, alsof ik Fanny imiteerde en een rol speelde: 'Mijn vader heeft me altijd de dood van mijn moeder verweten, en daarom heb ik me nooit op mijn gemak gevoeld met hem, en hij zich niet met mij. Toch wil hij terwille van mijn moeder dat ik verzorgd achterblijf. En pa kan altijd wel een of andere vrouw vinden die hem adoreert en tot aan zijn dood voor hem zorgt.'

Er viel een lange stilte, waarin hij mijn woorden overwoog, ze van alle kanten bekeek. 'Een man die de liefde en toewijding van een vrouw kan veroveren, zelfs als hij op sterven ligt, kan niet helemaal slecht zijn, vind je wel, Heaven? Ik weet niet of er iemand is die hetzelfde voor mij zou doen.'

'Jillian!' riep ik haastig.

'O, ja, Jillian, natuurlijk.' Hij staarde me afwezig aan, tot ik onrustig begon te schuifelen en het warm kreeg. Hij taxeerde me, beoordeelde me, maakte de balans op van mijn voor- en nadelen. Het leek eeuwig te duren, zelfs toen hij een of ander teken gaf en Curtis uit het niets verscheen om de tafel af te ruimen en toen weer verdween. Eindelijk sprak hij.

ik stel voor dat jij en ik een afspraak maken. We zeggen niet tegen Jillian dat je moeder zo lang geleden gestorven is, want dat zou haar te veel verdriet doen. Je hebt haar nu in de waan gebracht dat Leigh zeventien gelukkige jaren heeft gehad met je vader, en ik vind het zielig om haar iets anders te vertellen. Ze is emotioneel niet erg stabiel. Geen enkele vrouw kan stabiel zijn als haar hele geluk afhangt van het feit of ze jong en mooi kan blijven, want dat kan nu eenmaal niet eeuwig duren. Maar zolang ze haar jeugd nog weet vast te houden, ook al is het niet lang meer, moeten jij en ik alles doen wat we kunnen om haar gelukkig te maken.' Zijn doordringende ogen waren strak op me gericht, terwijl hij verderging. 'Als ik jou een thuis geef, en alles wat erbij hoort - de juiste kleren en scholen, enzovoort - zal ik daarvoor iets in ruil verwachten. Ben je bereid me te geven wat ik verlang?'

Peinzend, met half dichtgeknepen ogen, wachtte hij op mijn antwoord. Mijn eerste gedachte was dat ik had gewonnen, dat ik kon blijven! Toen, terwijl hij me zo strak aankeek, kreeg ik het gevoel dat hij een grote, dikke kat was, en ik een mager kerkmuisje, waarop hij elk moment kon afspringen. 'Wat verlang je dan?'

Hij glimlachte even. Geamuseerd. 'Je hebt gelijk dat je dat vraagt, en ik ben blij dat je gevoel voor realiteit hebt. Misschien heb je al ontdekt in je leven dat alles zijn prijs heeft. Ik geloof niet dat een van mijn eisen onredelijk is. Ten eerste verlang ik volledige gehoorzaamheid van je. Als ik een besluit neem met betrekking tot je toekomst, zul je daar niet over gaan debatteren. Je zult het zonder protest accepteren. Ik hield erg veel van je moeder, en het spijt me dat ze niet meer leeft, maar ik wil niet dat jij complicaties veroorzaakt in mijn leven. Begrijp me goed, als je mij of mijn vrouw moeilijkheden bezorgt, stuur ik je terug naar de plaats waar je vandaan komt, zonder de geringste gewetenswroeging. Want dan zal ik je een ondankbaar, dom kind vinden, en domme mensen verdienen geen tweede kans.' Hij sperde zijn ogen open en keek me strak aan.

'Om je een idee te geven van de beslissingen die ik voor je zal nemen: om te beginnen kies ik je school uit en de universiteit waar je heen zult gaan. Ik zal ook je kleren uitkiezen. Ik vind het verschrikkelijk zoals de meisjes er tegenwoordig bij lopen, de mooiste jaren van hun leven bederven met slordige, ordinaire kleren en wilde, onverzorgde haren. Je zult je kleden zoals de meisjes zich kleedden toen ik naar Yale ging. Ik controleer de boeken die je leest en de films die je ziet. Niet dat ik zo preuts zal zijn, maar ik ben van mening dat als je je hoofd volstopt met rommel, je alle mooie idealen en ideeën verstikt die jonge mensen horen te hebben. Ik zal beoordelen met welke jongemannen je uitgaat en wanneer je met ze uitgaat. Ik verwacht datje altijd beleefd zult zijn tegen mij en je grootmoeder. Jillian zal ongetwijfeld haar eigen regels stellen, maar voorlopig zal ik je er vast een paar vertellen.

'Jillian slaapt elke dag tot twaalf uur; haar "schoonheidsslaapje" noemt ze dat. Je mag haar nooit storen. Jillian houdt niet van saaie en vervelende mensen om zich heen, dus mag je die niet hier in huis brengen. En je mag niet over onaangename dingen spreken in haar aanwezigheid. Als je moeilijkheden hebt op school of met je gezondheid of je hebt sociale problemen, dan kom je bij mij en vertelt het mij als we alleen zijn. Je kunt beter niet over de afgelopen jaren spreken, of zinspelen op gebeurtenissen in het verleden, of op droevige verhalen die je in de krant leest. Jillian leeft als een struisvogel, ze steekt haar kop in het zand zodra iemand met problemen komt. Gun haar die beschermende spelletjes. Als het nodig is zal ik haar wel terughalen in de werkelijkheid... niet jij.'

Terwijl ik aan die lange tafel zat wist ik plotseling heel zeker dat Town- send Anthony Tatterton een meedogenloze, wrede man was, die me zou gebruiken, zoals hij ongetwijfeld ook Jillian gebruikte voor welk doel hij ook in zijn hoofd had.

Toch was ik niet van plan zijn aanbod af te wijzen; ik wilde hier blijven en studeren aan de universiteit. Mijn hart begon te bonzen van vreugde als ik dacht aan die heerlijke dag als ik mijn diploma zou hebben - het enige wat ik echt wilde.

Ik stond op en probeerde mijn stem in bedwang te houden. 'Tony, mijn hele leven heb ik precies geweten dat mijn toekomst hier in Boston lag, waar ik naar de beste scholen kan gaan en me voorbereiden op een leven dat beter is dan dat van mijn moeder toen ze in de bergen van West-Virginia woonde. Ik wil niets liever dan de middelbare school afmaken en naar een Ivy League college gaan, zodat ik trots op mezelf kan zijn. Ik wil zo verschrikkelijk graag trots op mezelf kunnen zijn. Op een goede dag wil ik terug naar Winnerrow, om iedereen die me gekend heeft toen ik arm was te tonen wat ik heb bereikt - maar ik wil niet mijn eer of integriteit opgeven om een van die dingen te bereiken.'

Hij glimlachte, alsof hij het een beetje belachelijk vond dat ik eer en integriteit noemde, ik ben blij te horen dat je daar rekening mee houdt, al had ik dat al in je ogen gezien. Maar toch, je verwacht heel veel van mij. Ik verlang alleen maar gehoorzaamheid van jou.'

ik heb zo'n idee dat er heel wat verborgen ligt onder die ene eis van

je.'

'Misschien wel, ja,' gaf hij met een opgewekte glimlach toe. 'Weet je, mijn vrouw en ik hebben grote invloed in onze eigen kring, en we willen niet dat iets onze reputatie besmeurt. Als er familieleden van je hier zouden komen, zou ons dat in verlegenheid brengen. Ik voel dat jij en je vader niet van elkaar houden, maar tegelijkertijd neem je een beschermende houding aan ten opzichte van hem en je grootvader. Te oordelen naar hetgeen ik nu al van je weet, pas je je snel aan. Ik heb zo'n idee dat je op de lange duur meer Bostonian zult zijn dan ik, en ik ben hier geboren. Maar ik wil geen familie van je hier, geen hillbillies, nooit. En evenmin een van je vroegere vrienden uit West-Virginia.'

O! Dat was te veel gevraagd. Ik was van plan geweest hem later, als ik zijn vertrouwen en waardering had verkregen, de hele waarheid te vertellen. Hem te vertellen van die keer toen pa syfilis had, in die verschrik-kelijke herfst, toen Sarah beviel van een mismaakte dode baby, en oma stierf, en Sarah wegging en haar vier kinderen en mij achterliet in die hut in de bergen, en wij maar moesten zien hoe we ons er doorheen sloegen. En toen die afschuwelijke winter, toen hij ons verkocht, ons alle vijf verkocht, voor vijfhonderd dollar per stuk! Ons verkocht aan mensen die ons misbruikten. En hoe kon ik ooit Tom hier uitnodigen voor een bezoek, of Fanny, laat staan Keith en Onze Jane? - als ik Keith en Onze Jane had gevonden...

'Ja, Heaven Leigh, ik wil datje volledig kapt met je familie, de Casteels vergeet, en een Tatterton wordt, zoals je moeder had moeten doen. Maar zij is weggelopen. Ze heeft maar één keer geschreven, één keer maar! Heeft iemand je ooit verteld waarom ze ons nooit heeft geschreven?'

Mijn zenuwen prikten. Hij was degene die meer hoorde te weten dan oma of opa, of zelfs pa! 'Hoe konden ze dat weten als ze het hun niet vertelde?' vroeg ik geërgerd. 'Voor zover ik weet praatte ze nooit over thuis, ze zei alleen dat ze uit Boston kwam en nooit meer terugging. Mijn oma vermoedde dat ze rijk was, omdat ze zulke mooie kleren bij zich had en een klein fluwelen doosje met juwelen, en zulke elegante manieren had.' Om de een of andere reden zei ik niets over de portretpop, de bruidspop, die ze verborgen had in de enige koffer die ze bezat.

'Heeft ze tegen je vader gezegd dat ze nooit meer terugging?' vroeg hij met een vreemde, gespannen stem, die bewees dat mijn woorden hem hadden aangegrepen. 'Tegen wie heeft ze dat gezegd?'

'Dat weet ik niet. Oma wilde dat ze terug zou gaan naar de plaats waar ze vandaan kwam, voordat de bergen haar zouden doden.'

'De bergen hebben haar gedood?' vroeg hij. Hij leunde naar voren en staarde me doordringend aan. 'Ik dacht dat onvoldoende medische zorg de schuld was van haar dood.'

Mijn stem kreeg een intonatie die me aan oma deed denken, en de manier waarop ze me soms angst kon aanjagen. 'Sommigen zeggen dat niemand gelukkig in onze bergen kan leven die daar niet geboren en getogen is. Er zijn geluiden in de bergen die niemand kan verklaren, zoals wolven die huilen tegen de maan, terwijl de naturalisten zeggen dat de grijze wolf in ons gebied allang geleden is uitgestorven. Maar iedereen hoort ze. We hebben beren en lynxen en poema's, en onze jagers komen terug met verhalen dat ze het bewijs hebben gezien dat er nog steeds grijze wolven leven in de bergen. Het geeft niet of we ze zien of niet - niet als hun gehuil en gejank ons 's nachts wakker houden. De bergbewoners hebben allerlei bijgeloof, waar ik altijd probeerde geen aandacht aan te schenken. Malle dingen, zoals drie keer ronddraaien voor je je huis binnengaat, zodat de duivels je niet kunnen volgen. Maar vreemden die in onze bergen komen wonen, worden gemakkelijk ziek, en soms worden ze nooit meer beter. Soms mankeren ze niets en worden ze toch lusteloos en zwijgzaam, hebben geen eetlust meer, worden heel mager en gaan dood.'

Zijn lippen werden zo strak en dun dat er een wit lijntje omheen verscheen. 'De bergen? Ligt Winnerrow in de bergen?'

'Winnerrow ligt in een dal, dat de bergbewoners een "hol" noemen. Ik heb mijn leven lang geprobeerd niet te praten zoals zij. Maar het dal verschilt niet veel van de berghellingen. De tijd staat stil in de bergen en in het dal, en niet op de manier als voor Jillian. De mensen worden snel oud, te snel. Mijn oma heeft nooit een poederdoos bezeten, laat staan nagellak.'

'Zeg verder maar niets meer,' zei hij een beetje ongeduldig. 'Ik heb genoeg gehoord. Waarom zou een slim meisje als jij daar in vredesnaam terug willen gaan!'

'Daar heb ik mijn redenen voor,' zei ik koppig. Ik hief mijn hoofd op en voelde de tranen achter mijn ogen prikken. Ik kon hem niet vertellen hoe erg ik verlangde de naam Casteel te zuiveren en iets te geven dat hij nooit had bezeten - fatsoen. Voor mijn oma zou ik dat doen, alleen voor haar. 

Ik stond op en hij bleef zitten. Een eeuwig lange tijd bleef hij zitten, met zijn elegante, fraai gemanicuurde handen onder zijn kin gevouwen, zonder iets te zeggen. Toen liet hij zijn handen zakken en trommelde een achteloos ritme op het helderwitte tafellaken - en op mijn zenuwen. 'Ik heb altijd bewondering gehad voor eerlijkheid,' zei hij tenslotte, zijn blauwe ogen kalm en ondoorgrondelijk. 'Eerlijkheid is altijd de beste gok als je niet weet of een leugen je meer van dienst kan zijn. In ieder geval krijg je de kansje zaak naar voren te brengen, en als het je niet lukt, kun je je "integriteit" behouden.' Hij keek naar me met een korte, geamuseerde glimlach. 'Ongeveer drie jaar nadat je moeder hier was weggelopen had het detectivebureau dat ik in de arm had genomen haar eindelijk opgespoord in Winnerrow. Ze hoorden dat ze buiten de stadsgrenzen woonde, en dat mensen die op het platteland waren geboren of daar stierven meestal het bevolkingsregister in de stad niet haalden. Maar veel bewoners van Winnerrow herinnerden zich een knap jong meisje dat getrouwd was met Luke Casteel. Mijn detective heeft nog geprobeerd haar graf te vinden om de dag te kunnen registreren waarop ze was gestorven, maar hij heeft nooit een grafsteen kunnen ontdekken met haar naam... Ik wist al heel lang geleden dat ze nooit meer terug zou komen. Ze had woord gehouden...'

Waren dat tranen die ik in zijn ogen zag? Had hij op zijn manier van haar gehouden?

'Kun je in alle oprechtheid zeggen dat ze van je vader hield, Heaven? Denk alsjeblieft goed na over die vraag. Hij is belangrijk.'

Hoe moest ik weten wat ze gevoeld had, behalve wat ik altijd gehoord had? Ja, had oma gezegd, ze had van hem gehouden - omdat hij haar nooit zijn wrede, boosaardige kant had laten zien! 'Hou op met me over haar uit te vragen!' riep ik uit. Ik kon er niet meer tegen. 'Mijn leven lang heb ik de schuld voor haar dood op mijn schouders moeten torsen, en nu geloof ik dat jij daar nog iets aan toe wilt voegen! Geef me een kans, Tony Tatterton! Ik zal gehoorzaam zijn. Ik zal hard studeren. Ik zal zorgen datje trots op me bent!'

Wat hoorde hij in mijn stem dat maakte dat hij zijn hoofd in zijn handen verborg? Ik wilde dat hij pa net zo haatte omdat hij haar gedood had als ik. Ik wilde dat hij samen met mij een plechtige gelofte zou afleggen om wraak te nemen.

'Je zweert gehoorzaam te zijn en je bij mijn beslissingen neer te leggen?' vroeg hij, snel opkijkend en zijn ogen half dichtknijpend.

'Ja!'

'Dan zul je nooit meer de doolhof ingaan of mijn jongste broer, Troy, opzoeken.'

Ik hield mijn adem in. 'Hoe wist je dat?'

Zijn lippen krulden. 'Omdat hij het me verteld heeft, meisje. Hij was erg opgewonden, hij vond dat je zoveel op je moeder leek, voorzover hij zich haar nog kan herinneren.'

'Waarom wil je niet dat ik hem opzoek?'

Hij schudde fronsend het hoofd. 'Troy heeft zijn eigen kwalen, die misschien even fataal kunnen zijn als die van je vader. Ik wil niet datje daardoor wordt aangetast - niet dat hij iets besmettelijks heeft.'

'Ik begrijp het niet,' zei ik hulpeloos, diep verontrust dat hij ziek kon zijn... en stervende.

'Natuurlijk begrijp je het niet, niemand begrijpt Troy! Heb je ooit een knappere man gezien? Lijkt hij niet opvallend gezond? Ja, natuurlijk. 

Toch weegt hij te weinig. Sinds de dag van zijn geboorte, toen ik zeventien was, heeft hij de ene ziekte na de andere gehad. Doe wat ik zeg, voor je eigen bestwil, laat Troy met rust. Je kunt hem niet redden. Niemand kan hem redden.'

'Hoe bedoel je, dat ik hem niet kan redden? Redden waarvan?'

'Voor hemzelf,' zei hij kortaf. Hij maakte een kort gebaar, waarmee het onderwerp was afgedaan. 'Goed, Heaven, ga zitten. Laten we terzake komen. Ik zal je hier een thuis geven en je kleden als een prinses, en ik zal je naar de allerbeste scholen sturen, en voor alles wat ik voor jou doe, hoef je maar een klein beetje voor mij te doen. Ten eerste, zoals ik al zei, zul je je grootmoeder nooit iets vertellen dat haar verdriet zou kunnen doen. Ten tweede zul je Troy niet in het geheim bezoeken. Ten derde zul je nooit meer de naam van je vader noemen, noch op enige manier op hem zinspelen. Ten vierde zul je je best doen je achtergrond te vergeten en je er uitsluitend op concentreren jezelf te verbeteren. En ten vijfde, voor al het geld dat ik in je investeer, en voor je eigen bestwil, geef je mij het recht alle belangrijke besluiten in je leven te nemen. Afgesproken?'

'Wat... wat voor soort belangrijke besluiten?'

'Ja of nee?'

'Maar...'

'Goed, nee dan. Je zoekt uitvluchten. Houd er dus rekening mee dat je na Nieuwjaar weggaat.'

'Maar ik kan nergens naar toe!' riep ik ontsteld uit.

'Je kunt je de komende twee maanden amuseren, en dan gaan we uit elkaar. En denk maar niet dat je tegen de tijd dat je weg moet je grootmoeder zo hebt weten te versieren dat ze geld geeft om aan de universiteit te kunnen studeren, want zij heeft geen zeggenschap over het geld dat Cleave haar heeft nagelaten - dat beheer ik. Ze heeft alles wat ze wil, daar zorg ik voor, maar ze kan niet met geld omgaan.'

Ik kon niet instemmen met iets zo ingrijpends als hem alle beslissingen voor mij te laten nemen, dat kon ik niet!

'Je moeder was van plan naar een speciale meisjesschool te gaan, de beste hier in de omtrek. Alle rijke meisjes gaan daar naar toe in de hoop de juiste jongen te leren kennen met wie ze later kunnen trouwen. Ik neem aan dat jij daar ook de juiste man zult ontmoeten.'

Ik had de juiste jongeman al jaren geleden ontmoet: Logan Stonewall. Vroeg of laat zou Logan me terugnemen. Hij zou beseffen dat ik een slachtoffer van de omstandigheden was geweest...

Net zoals Keith en Onze Jane slachtoffers waren. Ik zette mijn tanden in mijn onderlip. Het leven zou me nooit meer de kansen bieden die hij me gaf. En in dit grote huis, met zijn zaak in de stad, waar hij vaak naar toe zou gaan, zouden we elkaar maar zelden zien. En ik had geen Troy Tatterton nodig in mijn leven, niet als ik op een goede dag Logan weer zou zien.

'Ik blijf. Ik stem toe in de voorwaarden.'

Hij keek me voor het eerst met een oprecht warme glimlach aan.

'Goed. Ik wist dat je de juiste keus zou doen. Je moeder deed de verkeerde toen ze wegliep. En nu, om alle eventuele nieuwsgierigheid te bevredigen en te voorkomen dat je gaat rondsnuffelen: Jillian is zestig en ik ben veertig.

Jillian was zestig!

En oma was pas vierenvijftig toen ze stierf, en ze zag eruit als negentig! O, God, mijn hart kromp ineen als ik eraan dacht. Ik wist niet wat ik moest doen of zeggen, mijn hart bonsde snel en luid. Toen stroomde de opluchting door me heen, en ik kon weer ademhalen, me ontspannen en zelfs een bevend glimlachje opbrengen. Op een goede dag zou ik Tom, Fanny, Keith en Onze Jane weer samenbrengen, onder mijn eigen dak. Maar dat kon wachten tot ik een stevige greep op de toekomst had.

'Winterhaven heeft een meterslange wachtlijst, maar ik weet zeker dat ik wel een paar relaties kan aanboren om je te laten inschrijven; dat wil zeggen, als je een goede leerlinge bent. Je moet een examen afleggen. Meisjes uit de hele wereld willen naar Winterhaven. Jij en ik gaan samen winkelen en laten Jillian met rust. Je hebt extra warme kleren nodig, jassen, laarzen, hoeden, handschoenen, jurken, de hele zwik. Je bent een lid van de Tatterton-familie, en we hebben bepaalde normen, waaraan je moet voldoen. Je moet zakgeld hebben om je vriendinnen te kunnen uitnodigen en alles te kopen wat je hartje begeert. Er zal goed voor je gezorgd worden.'

Ik voelde me in een soort betovering, gevangen in een fantasie van rijkdom, waarin ik alles kon kopen wat ik wilde, en de universitaire opleiding die altijd een hersenschim had geleken, lag nu plotseling binnen mijn bereik.

'Hoe was die vrouw over wie je het had, Sarah, met wie je vader trouwde kort nadat Leigh gestorven was?'

Waarom wilde hij dat weten? 'Ze kwam uit de bergen. Ze was lang en mager, en ze had rood haar en groene ogen.'

'Het kan me niet schelen hoe ze eruitzag, hoe was ze?'

'Ik hield van haar tot ze zich keerde tegen...' en ik wilde al zeggen 'ons', maar zweeg nog net op tijd. 'Ik hield van haar tot ze wegliep omdat ze er achter kwam dat pa stervende was.'

'Je moet de naam van Sarah uitje geheugen schrappen. En hopen haar nooit meer terug te zien.'

'Ik weet helemaal niet waar Sarah is,' zei ik haastig. Ik voelde me vreemd schuldig, wilde Sarah verdedigen, die haar best had gedaan, ook al had ze gefaald...

'Heaven, als er één ding is dat ik in veertig jaar geleerd heb, is het het feit dat slecht zaad de gewoonte heeft altijd op te komen.'

Ik keek naar hem met een akelig voorgevoel.

'Nog één keer, Heaven. Als je in deze familie opgenomen wilt worden, moet je je verleden opgeven. Al je eventuele vrienden daar. Alle nichten en neven en tantes en ooms. Je zult je doel hoger stellen dan domweg een schooljuffrouw worden die zich begraaft in de bergen, waar nooit iets zal verbeteren tot die mensen besluiten dat ze willen verbeteren. Je zult voldoen aan de normen van de Tattertons en de VanVoreens, die geen doorsnee burgers afleveren, maar uitzonderlijke mensen. We engageren onszelf, niet alleen in woorden, maar ook in daden, en dat geldt voor beide geslachten.'

Wat voor man was hij, om zoveel te verlangen? Kil, hardvochtig, dacht ik, terwijl ik mijn uiterste best deed mijn ware gevoelens te verbergen, ook al had ik willen stampvoeten en tieren en hem vertellen wat ik dacht van zijn wrede restricties.

En ik vermoedde, tenminste dat dacht ik toen, wat mijn moeder ertoe gebracht had weg te lopen. Deze meedogenloze, veeleisende man! Toen, als de echte Casteel die ik was, kwam er een stiekeme gedachte bij me op. Zelfs Tony Tatterton kon mijn gedachten niet lezen. Hij zou niet weten wat voor brieven ik schreef naar Tom en Fanny. Hij wilde een dictator zijn, nou dat mocht hij. Ik zou mijn eigen spelletje spelen.

Nederig boog ik mijn hoofd. 'Alles watje zegt, Tony.' En met kaarsrechte rug en opgeheven hoofd liep ik de trap op. Bittere gedachten begeleidden mijn passen. Hoe meer alles veranderde, hoe meer alles hetzelfde bleef. Ik was ongewenst, zelfs hier.