2. FARTHINGGALE MANOR

Binnen in dat stenen huis, zodra ik mijn jas had uitgetrokken, draaide ik me langzaam rond, met ingehouden adem en met grote ogen om me heen starend, te laat beseffend dat het van slechte manieren getuigde om te staren, dat het boers en onbeholpen was om onder de indruk te zijn van wat anderen vanzelfsprekend vonden. Jillian bekeek me afkeurend; Tony voldaan. 'Is het zoals je gedacht had dat het zou zijn?' vroeg hij.

Ja, het was meer dan ik had durven hopen! Maar toch herkende ik het voor wat het was, het doel van mijn verlangen in de bergen, mijn droombeeld.

'Ik moet opschieten, Heaven, schat,' zei Jillian. Ze klonk plotseling erg opgewekt. 'Kijk zoveel rond als je wilt, en doe of je thuis bent in het kasteel van de speelgoedkoning. Het spijt me dat ik niet kan blijven om je eerste indrukken te zien, maar het is tijd voor mijn middagrust. Tony, laat jij Heaven je Farthy zien, en wijs haar dan haar kamers.' Ze keek naar me met een lieve, smekende glimlach, die iets van het gekrenkte gevoel wegnam dat ze me nu al links liet liggen. 'Meisjelief, vergeef me dat ik nu al weghol. Maar je zult me later nog genoeg zien om je bij me te vervelen, want ik ben altijd hetzelfde. Bovendien zul je Tony tien keer zo interessant vinden; hij hoeft nooit te rusten. Zijn energie is grenzeloos. Hij heeft geen gezondheids- of schoonheidsregime, en hij is in een wip aangekleed.' Ze wierp hem een heel merkwaardige blik toe, een men-geling van ergernis en afgunst.

Ze was luchthartig nu, alsof haar middagslaapje en schoonheidsregime en de belofte van een diner later op de avond haar meer steun gaven dan ik ooit zou kunnen. Ze liep bijna dansend de trap op, sierlijk, snel, zonder één keer achterom te kijken, terwijl ik haar vol ontzag nastaarde.

'Kom, Heaven,' zei Tony, terwijl hij me zijn arm aanbood, 'ik zal je de grote rondleiding geven voor ik je naar je kamers breng, of wil je je eerst even wassen of zo?'

Het duurde een paar seconden voor ik er achter was wat hij bedoelde, en toen bloosde ik. 'Nee, het is in orde.'

'Mooi. Des te meer tijd hebben we met elkaar.' 

Samen met hem bezichtigde ik de enorme zitkamer met de vleugel, die naar hij me vertelde, door zijn broer Troy werd gebruikt als hij kwam. .. .al moet ik tot mijn spijt zeggen dat Troy niet vaak in Farthy komt. Hij en mijn vrouw zijn niet bepaald vrienden, al zijn ze ook geen vijanden te noemen. Je zult hem vroeg of laat wel ontmoeten.'

'Waar is hij nu?' vroeg ik, meer uit beleefdheid dan iets anders, want de kamers met hun marmeren muren en vloeren eisten al mijn aandacht op.

ik zou het je echt niet kunnen zeggen. Troy komt en gaat. Hij is erg intelligent, altijd geweest. Op zijn achttiende kwam hij van de universiteit, en sindsdien heeft hij in de wereld rondgedaasd.'

Een universitair diploma op je achttiende? Wat voor hersens had die Troy in vredesnaam? Ik was zeventien en ik had nog een jaar middelbare school voor de boeg. En plotseling kwam er een hevige wrevel in me op tegen die Troy, met al zijn talenten, en wilde ik niets meer over hem horen. Ik hoopte nooit iemand te ontmoeten die zo begaafd was dat hij me het gevoel zou geven dat ik een stom wicht was, terwijl ik mezelf altijd als een goede leerlinge had beschouwd.

'Troy is een stuk jonger dan ik,' zei Tony, die me met een gereserveerde blik opnam. 'Als kind was hij zo vaak ziek dat hij als een molensteen om mijn nek hing. Toen onze moeder was gestorven, en later onze vader, beschouwde Troy me als zijn vader, niet alleen als zijn oudste broer.'

'Wie heeft die muurschilderingen gemaakt?' vroeg ik, om van onderwerp te veranderen. Op de muren en het plafond van de muziekkamer waren schitterende muurschilderingen, scènes uit sprookjes — schaduwrijke bossen waar het zonlicht doorheen viel, kronkelende paden die naar nevelige bergen met kastelen leidden. Met mijn hoofd achterover staarde ik naar het koepelvormige plafond boven ons. Wat heerlijk om naar een geschilderde lucht te kunnen kijken met vliegende vogels en een man op een vliegend tapijt, en nog een mysterieus kasteel in de lucht, half verborgen achter de wolken.

Tony grinnikte. 'Ik ben blij dat je die muurschilderingen zo mooi vindt. Je grootmoeder was vroeger een beroemde illustratrice van kinderboeken; zo heb ik haar leren kennen. Op een dag, toen ik twintig was, kwam ik na het tennissen thuis, en wilde gauw een douche nemen en me aankleden en verdwijnen voordat Troy me kon vragen hem niet alleen te laten... Maar toen zag ik op een ladder de mooiste benen die ik ooit had gezien, en toen dat verrukkelijke wezen naar beneden kwam en ik haar gezicht zag, leek ze volkomen onwezenlijk. Het was Jillian, die met een van haar architectenvriendjes was meegekomen, en zij was degene die het voorstel deed van de muurschilderingen. "Een sprookjesachtige om-geving voor de koning van de speelgoedmakers," zoals zij het uitdrukte, en ik werd hals over kop verliefd. Het gaf haar ook een reden om terug te komen.'

'Waarom noemde ze je koning van de speelgoedmakers?' vroeg ik verbaasd. Speelgoed was speelgoed, al was de portretpop van mijn moeder meer geweest dan alleen maar een stuk speelgoed. 

Blijkbaar viel mijn vraag in goede aarde. 'Lieve kind, dacht je soms dat ik gewoon speelgoed maakte van plastic? De Tattertons zijn de koningen van de speelgoedmakers, want wat wij maken is gestemd voor verzamelaars, voor rijke mensen die niet kunnen vergeten dat ze niets onder hun kerstboom vonden en nooit een leuke verjaardag hadden, toen ze jong waren. En je zou verbaasd staan over het aantal rijke en beroemde mensen dat nooit de kans heeft gehad om kind te zijn, en dat nu in het midden van hun leven, of zelfs in de ouderdom, wil hebben waar ze vroeger van gedroomd hebben. En dus kopen ze de quasi antieke, mooie verzamelstukken, die worden gemaakt door mijn vakmensen en handwerkslieden - de besten ter wereld. Als je in een Tatterton-speelgoedwinkel komt, stap je een sprookjesland binnen. Je stapt elke tijd in die je maar wilt, verleden of toekomst. Merkwaardig genoeg voelen mijn rijkste klanten zich het meest aangetrokken tot het verleden. We hebben een achterstand van vijf jaar op de bestellingen van op schaal gebouwde stenen kastelen, met slotgrachten, ophaalbruggen, omliggende terreinen, kookhuizen, stallen, verblijven voor de ridders en landheren, stallen voor het vee, de schapen, varkens, kippen. Wie het zich kan permitteren, kan zijn eigen koninkrijk, hertogdom, of wat dan ook opbouwen, en bevolken met bedienden, boeren, jonkers en dames. En we maken spelletjes die zo moeilijk zijn dat de scherpste geesten er uren en uren mee bezig zijn. Want de rijken en beroemden gaan zich na een tijdje vervelen, Hea- ven, onnoemelijk vervelen, en dan gaan ze verzamelen - speelgoed, schilderijen of vrouwen. Uiteindelijk is het een vloek, die verveling. Voor iedereen die zoveel heeft dat hij niets nieuws kan vinden om te kopen... en ik probeer dat hiaat te vullen.'

'Zijn er mensen die honderden dollars willen betalen voor een speelgoedkip?' vroeg ik vol ontzag.

'Er zijn mensen die duizenden willen betalen om iets te bezitten dat niemand anders heeft. Dus zijn alle Tatterton-verzamelstukken uniek, dat precisiewerk is heel kostbaar.'

Ik was vol ontzag en geïmponeerd dat er mensen op de wereld waren die zoveel geld konden verspillen. Wat deed het ertoe of jij de enige ivoren zwaan ter wereld had met robijnen ogen, of het enige paar kippen van halfedelsteen? Duizend verhongerende kinderen in de Willies konden een jaar lang eten van wat één rijke potentaat betaalde voor zijn unieke schaakspel!

Hoe moest ik praten met een man wiens familie uit Europa was geëmigreerd, met medenemen van hun vakmanschap en talent, en onmiddellijk was begonnen hun vermogen te vertienvoudigen? Ik voelde me een vol-slagen leek op dat gebied, dus begon ik snel over iets anders.

Ik was gefascineerd door de gedachte aan een schilderende Jillian. 'Heeft ze die zelf gemaakt?' vroeg ik diep onder de indruk.

'Zij maakte de oorspronkelijke schetsen en gaf ze dan aan een paar jonge schilders om ze uit te voeren. Al moet ik toegeven dat ze elke dag kwam om te controleren hoe het ging, en soms als ik binnenkwam stond ze met een penseel in de hand.' Zijn zachte stem werd dromerig. 'Ze had toen lang haar dat halverwege haar rug viel. Het ene ogenblik leek ze een kindvrouwtje, en het andere ogenblik een vrouw van de wereld. Ze had een eigen schoonheid die heel zeldzaam was, en dat wist ze natuurlijk, Jillian weet wat schoonheid vermag en niet vermag, en op mijn twintigste wist ik mijn gevoelens niet zo goed te verbergen.'

'O. Hoe oud was zij toen?' vroeg ik onschuldig genoeg.

Zijn lach was hard en broos. 'Ze heeft van begin af aan gezegd dat ze te oud voor me was, maar dat intrigeerde me alleen maar nog meer. Ik hield van oudere vrouwen. Ze leken meer te bieden te hebben dan die domme wichten van mijn eigen leeftijd, dus toen ze me vertelde dat ze dertig was, keek ik wel even verbaasd op, maar wilde haar toch weer terugzien. We werden verliefd, al was ze getrouwd en had ze een kind, je moeder. Maar dat belette haar niet alle leuke dingen te doen waarvoor haar man nooit tijd had.'

Wat een toeval dat Tony tien jaar jonger was dan Jillian, net zoals Kit- ty Dennison tien jaar jonger was geweest dan haar man, Cal.

'Je kunt je mijn verbazing voorstellen toen ik op een dag, toen ik al een halfjaar met haar getrouwd was, hoorde dat mijn bruid veertig was, en niet dertig.'

Hij was getrouwd met een vrouw die twintig jaar ouder was? 'Wie heeft je dat verteld? Zijzelf?'

'Jill, meisjelief, noemt zelden iemands leeftijd. Het was je moeder Leigh die me dat toeschreeuwde.'

Ik voelde me in de war gebracht dat mijn moeder haar eigen moeder zo kon verraden. 'Hield mijn moeder niet van haar moeder?'

Hij klopte geruststellend op mijn hand, glimlachte, en slenterde weg, mij wenkend hem te volgen. 'Natuurlijk hield Leigh van Jillian. Ze had verdriet over haar vader... en ze haatte mij omdat ik haar moeder van hem had afgenomen. Maar zoals de meeste jonge mensen paste ze zich al spoedig aan dit huis en mij aan, en zij en Troy werden heel goede vrienden.'

Ik luisterde met een half oor, een deel van me gaapte verbluft naar de luxe in dit fantastische huis; ik ontdekte al gauw dat het beneden negen kamers had en twee badkamers. Het personeelsverblijf was achter de keuken, en vormde een eigen vleugel. De bibliotheek was donker en statig, met duizenden in leer gebonden boeken. En dan was er Tony's kantoor thuis, dat hij me maar heel even liet zién.

'Ik ben bang dat ik nogal tiranniek ben wat mijn kantoor betreft. Ik wil niet dat er iemand komt als ik er zelf niet ben. Ik wil zelfs niet dat het personeel er schoonmaakt als ik er niet ben om toezicht te houden. De meeste dienstmeisjes vinden mijn georganiseerde rommel een slordige boel, en willen onmiddellijk mijn papieren opruimen, opengeslagen boeken terugzetten op de planken, en voor ik weet wat er gebeurt kan ik niets meer vinden. Je kunt een hoop tijd verliezen met zoeken naar wat je nodig hebt.'

Ik vond het onmogelijk me die vriendelijke man voor te stellen als een tiran. Pa was een tiran! Pa met zijn bulderende stem, zijn zware vuisten, zijn driftbuien, maar toch, als ik nu aan hem dacht, sprongen ongewild de tranen in mijn ogen. Eens had ik zijn liefde zo hard nodig gehad, en hij had me niets gegeven, alleen een klein beetje aan Tom en Fanny. En als hij ooit Keith of Onze Jane had omhelsd, dan was ik er niet bij geweest ...

'Je bent een verbluffend meisje, Heaven. Het ene ogenblik straal je van geluk, en het volgende is al het geluk verdwenen en heb je tranen in je ogen. Denk je aan je moeder? Je moet accepteren dat ze weg is en troost zoeken in de wetenschap dat ze een gelukkig leven heeft gehad. Dat kunnen we niet allemaal zeggen.'

Maar zo kort... al zei ik dat niet hardop. Ik moest heel voorzichtig zijn, tot ik een vriend had gevonden in dit huis. Toen ik naar Tony keek, vermoedde ik dat ik hem meer zou zien dan Jillian. En op dat ogenblik wist ik dat ik hem om hulp zou vragen, zodra ik wist dat hij me aardig genoeg vond om me die te geven...

'Je ziet er vermoeid uit. Kom, dan zal ik je naar je kamer brengen, zodat je je kunt ontspannen en uitrusten.' En zonder verdere plichtplegingen maakten we rechtsomkeert, en even later bevonden we ons op de eer-ste verdieping. Met een dramatisch gebaar gooide hij twee brede dubbele deuren open. 'Toen ik met Jillian trouwde, heb ik twee kamers laten inrichten voor Leigh, die toen twaalf was. Ik wilde haar een complimentje maken, dus heb ik ze vrouwelijk laten maken en niet meisjesachtig. Ik hoop datje ze mooi vindt...'

Hij hield zijn hoofd afgewend, zodat ik hem niet in de ogen kon kijken.

Het zonlicht dat door de ivoorkleurige vitrage naar binnen viel was nevelig en teer en gaf een onwezenlijke sfeer aan de zitkamer. In vergelijking met de kamers die ik beneden had gezien was deze klein, maar toch nog twee keer zo groot als onze hele hut was geweest. De muren waren behangen met ivoorkleurige zij, subtiel doorweven met vage oosterse motieven van groen, paars en blauw. De twee zitbankjes waren bekleed met dezelfde stof, en de kussens waren zachtblauw, passend bij het Chinese kleed op de grond. Ik probeerde me op mijn gemak te voelen in die kamer, zag mezelf behaaglijk liggen voor de open haard, maar het lukte niet. Mijn ruwe kleren zouden blijven haken in die tere stof. Ik zou moeten oppassen dat ik geen vuile vingers maakte op de muren, de bank, de talloze Iampekappen. En toen moest ik even om mezelf lachen. Ik woonde hier niet in de bergen, ik hoefde hier niet in de tuin te werken en de vloer te schrobben, zoals ik had gedaan in de hut en in het huis van Kitty en Cal Dennison in Candlewick.

'Kom mee, dan zal ik je je slaapkamer laten zien,' riep Tony, die voor me uit liep. 'Ik moet opschieten en me verkleden voor die party die Jillian niet wil missen. Je moet het haar vergeven, Heaven. Ze had die plannen inderdaad al gemaakt voordat ze wist dat jij zou komen, en de vrouw die de party geeft is haar beste vriendin en ergste vijandin.' Hij gaf me een tikje onder mijn kin, geamuseerd over de uitdrukking op mijn gezicht, en liep naar de deur. 'Als je iets nodig hebt, kun je het telefonisch bestellen, en dan brengt een dienstmeisje het boven. Als je liever in de eetkamer eet, zeg het dan tegen de keuken. Het huis is van jou, geniet

ervan.'

Hij was al weg en had de deur achter zich dichtgedaan voor ik antwoord kon geven. Ik liep in kringetjes rond, staarde naar het mooie tweepersoonsbed met de vier pilaren en een hemel van zware kant. Blauw en ivoor. Wat moesten die kamers bij haar gepast hebben. Haar chaise- longue was van blauw satijn, terwijl de andere drie stoelen in haar slaapkamer pasten bij die in de zitkamer. Ik ging naar de badkamer en de garderobe, verrukt over alle spiegels, de kristallen kroonluchters, het verborgen licht in de enorme kleed- en kastruimte. Ingelijste foto's stonden op de lange toilettafel. Even later zat ik ervoor en staarde naar een knap klein meisje dat bij haar vader op schoot zat.

Dat kind moest mijn moeder zijn! En die man mijn echte grootvader! Opgewonden en bevend pakte ik het smalle zilveren lijstje op.

Op dat moment werd er zachtjes op de deur van mijn slaapkamer geklopt. 'Wie is daar?' riep ik.

'Beatrice Percy,' antwoordde een strenge vrouwelijke stem. 'Meneer Tatterton heeft me gestuurd om te zien of ik u kon helpen uitpakken en opruimen.' De deur ging open en een lange vrouw in een zwart uniform kwam binnen. Ze keek naar me met een afgemeten glimlach, iedereen hier noemt me Percy. Dat kunt u ook doen. Ik ben uw kamermeisje zolang u hier bent. Ik ben opgeleid om uw haar te doen en uw nagels, en als u het wilt zal ik uw bad vol laten lopen.' Ze wachtte een beetje ongeduldig.

'Meestal neem ik een bad voor ik naar bed ga, of 's ochtends een douche,' zei ik verlegen. Ik was niet gewend om over intieme dingen te praten met een vreemde vrouw.

'Meneer Tatterton heeft me opdracht gegeven u te helpen.'

'Dank je, Percy, maar ik heb op het ogenblik niets nodig.'

'Is er iets dat u niet kunt of mag eten?'

ik heb een goeie eetlust - ik kan alles eten, en vind bijna alles lekker.' Nee, kieskeurig was ik niet, anders zou ik allang verhongerd zijn.

'Wilt u uw diner hier boven hebben?'

'Wat het gemakkelijkst is voor jou, Percy.'

Ze fronste even, alsof zo'n gemakkelijke meesteres haar in de war bracht. 'De bedienden zijn hier om het leven zo gemakkelijk mogelijk te maken voor iedereen in huis. Of u hier eet of in de eetkamer, wij zijn er om voor u te zorgen.'

Bij het idee dat ik alleen zou moeten eten in die enorme kamer beneden, aan die lange tafel met al die lege stoelen, voelde ik me plotseling verschrikkelijk eenzaam. 'Als je me om een uur of zeven iets lichts boven wilt brengen, is dat voldoende.'

'Ja, juffrouw,' zei ze, schijnbaar opgelucht dat ze iets voor me kon doen, en toen was ze verdwenen.

En ik was vergeten haar te vragen of ze mijn moeder had gekend!

Ik draaide me om en ging verder met mijn inspectie van de kamers. Het leek me dat ze alles precies zo hadden gelaten als op de dag waarop mijn moeder was weggelopen, al waren de kamers gelucht, gestofzuigd en schoongemaakt. Een voor een pakte ik de foto's in de zilveren lijstjes op en bestudeerde ze aandachtig, probeerde de kant van mijn moeder te ontdekken die oma en opa niet gekend hadden. Zoveel kiekjes. Wat mooi was Jillian, zittend met haar dochter, haar toegewijde echtgenoot staande achter haar. Een vergeeld en vervaagd onderschrift was met kinderlijke hand op de rand van de foto geschreven: 'Pappa, Mamma en ik.'

In een la lag een dik fotoalbum. Heel langzaam sloeg ik de dikke pagina's om, staarde naar de foto's van een meisje dat opgroeide, in de loop der jaren steeds mooier werd. Verjaardagen in geur en kleur, haar vijfde, zevende, tot aan haar dertiende. Leigh Diane VanVoreen, steeds opnieuw had ze het geschreven, alsof ze verrukt was over haar eigen naam. Cleave VanVoreen, mijn pappa. Jillian VanVoreen, mijn mamma. Jenni- fer Longstone, mijn beste vriendin. Winterhaven, waar ik binnenkort op school ga. Joshua John Bennington, mijn eerste vriendje. Misschien mijn laatste.

En voordat ik nog maar de helft van de pagina's had omgeslagen, was ik al jaloers op dit mooie blonde meisje en haar rijke ouders en haar prachtige kleren. Zij had uitstapjes gemaakt naar dierentuinen en musea en zelfs vreemde landen, terwijl ik alleen maar plaatjes had gehad van Yellowstone Park in stukgelezen, verfomfaaide exemplaren van de National Geographic of in schoolboeken. Een brok kwam in mijn keel toen ik Leigh met pappa en mamma zag op een stoomschip op weg naar een of andere verre haven. Daar stond ze, Leigh VanVoreen, enthousiast goedendag zwaaiend naar iemand die haar foto nam. Nog meer foto's van Leigh aan boord van het schip, zwemmend, of met pappa die haar leerde dansen, terwijl mamma de foto's nam. In Londen voor de Big Ben, of kijkend naar het wisselen van de wacht bij Buckingham Palace.

Ergens, lang voordat mijn moeder veranderde van kind in puber, was het grootste gedeelte van mijn medelijden verdwenen met het meisje dat te jong gestorven was. Ze had in haar korte leven tien keer zoveel pret en opwinding beleefd als ik ooit had gekend, of waarschijnlijk zou ken-nen in de twintig jaren die nog voor me lagen. Ze had een echte vader gehad in de jaren die het meest telden, een vriendelijke, zachtmoedige man te oordelen naar zijn foto's, die haar 's avonds naar bed bracht, naar haar gebedjes luisterde, haar leerde hoe mannen waren. Hoe had ik ooit kunnen denken dat Cal Dennison van me hield? Hoe kon ik nu denken dat Logan me terug zou willen zien, terwijl ze waarschijnlijk hetzelfde in me hadden gezien als pa.

Nee, nee, hield ik mezelf voor. Dat hij niet van me had gehouden was pa's verlies geweest, niet het mijne. Het had geen ongeneeslijk litteken achtergelaten. Eens zou ik een goede echtgenote en moeder worden. Ik veegde mijn tranen weg en bezwoer ze om nooit meer terug te komen. Wat had zelfmedelijden voor zin? Ik zou pa nooit meer zien. Ik wilde pa nooit meer zien.

Weer bestudeerde ik de foto's. Ik had nooit geweten dat er jonge meisjes waren die zulke mooie kleren droegen, terwijl mijn mooiste droom op mijn negende en tiende en elfde was geweest iets te bezitten uit de rekken van Sears. Ik staarde naar foto's van Leigh op een glanzend bruin paard; haar rijkostuum accentueerde perfect haar blonde schoonheid. En pappa was bij haar. Altijd was pappa bij haar.

Ik zag Leigh op schoolfoto's, zwemmend aan het strand, in privé- zwembaden, trots op haar figuur, dat zich begon te ontwikkelen. Ze had een trotse houding, en ze was omringd door bewonderende vriendinnen. Toen verdween pappa plotseling uit de foto's.

En met pappa was ook Leighs stralende glimlach verdwenen. Een sombere blik vertroebelde haar ogen, en haar lippen glimlachten niet meer. Daar was mammie met een nieuwe man, een veel jongere en knappere man. Ik wist onmiddellijk dat die gebruinde, blonde man de twintigjarige Tony Tatterton was. Maar het mooie, stralende meisje dat eerst zo spontaan en zelfverzekerd naar de camera had gelachen, kon nog geen flauw, onecht glimlachje opbrengen. Ze stond een eindje opzij van haar moeder met haar nieuwe man.

Snel sloeg ik de laatste bladzij om. O, o, o! Jillians tweede huwelijk. Mijn moeder op haar twaalfde in een roze, lange bruidsmeisjesjurk, met een boeket roze rozen, en half naast haar een heel jonge jongen, die pro-beerde te glimlachen, al deed Leigh VanVoreen geen enkele poging daartoe.

De kleine jongen moest Tony's broer Troy zijn. Een magere jongen met een dikke bos donker haar, enorme ogen die niet gelukkig keken.

Moe, emotioneel uitgeput, wilde ik vluchten voor al die wetenschap die zo snel op me afkwam. Mijn moeder had niet van haar stiefvader gehouden en hem niet vertrouwd! Hoe kon ik hem nu in vertrouwen nemen? Maar ik moest blijven, ik moest dat universitaire diploma halen dat mijn hele toekomst betekende.

Voor het raam keek ik omlaag naar de oprijlaan die rondliep, tot hij één lange, kronkelende weg vormde naar buiten. Ik zag Jillian en Tony in avondkleding in een mooie nieuwe auto stappen, die hij zelf bestuurde. Geen limousine deze keer... omdat ze niet wilden dat een chauffeur op hen zou wachten?

Ik voelde me vreselijk alleen toen hun auto uit het gezicht verdwenen was.

Wat moest ik doen tot het zeven uur was? Ik had nu honger. Waarom had ik dat niet tegen Percy gezegd? Wat mankeerde me toch dat ik me zo verlegen en kwetsbaar voelde, terwijl ik vastbesloten was sterk te zijn? Ik had te lang opgesloten gezeten, in het vliegtuig, in de auto, hier. Ik ging naar beneden en haalde mijn blauwe jas uit een kast waar zes bontjassen van Jillian hingen. Toen liep ik naar de voordeur.