9. LOGAN
Ik behoorde nooit tot de uitverkorenen in Winterhaven, maar de meerderheid van de meisjes accepteerde me tenminste zoals ik was, anders, en onafhankelijk op een verlegen, aarzelende manier. Onbewust had ik weer dezelfde dekking gezocht als in de Willies en Winnerrow; ik deed me onverschillig voor. Laat ze maar met stenen gooien, wat kon het mij schelen? Ik was waar ik wilde zijn, en dat was voldoende.
Toen Troy de volgende dag belde na het bal om te vragen hoe het gegaan was, vertelde ik hem dat iemand een afschuwelijke truc met me had uitgehaald, maar dat ik het te pijnlijk vond om het hem te vertellen.
'Je bent toch niet gewond?' vroeg hij bezorgd. 'Ik heb gehoord dat die meisjes in Winterhaven heel gemeen kunnen zijn tegen nieuwe meisjes, vooral als ze niet uit deze buurt komen.'
'O,' antwoordde ik nonchalant, 'ik geloof dat de truc deze keer als een boemerang heeft gewerkt.'
De volgende vrijdagavond, eerder dan verwacht, kwamen Jillian en Tony terug uit Californië, nog in vakantiestemming, en ik kreeg kleren en juwelen van ze. Troy in zijn kleine bungalow, was een voortdurende steun en toeverlaat voor me, alleen al te weten dat hij er elk weekend was, mijn heimelijke vriend. Ik had een sterk vermoeden dat hij me er eigenlijk liever niet wilde, omdat ik hem afleidde van zijn werk, en als hij niet zo aardig was geweest, en zo gevoelig voor mijn wensen en behoeften, zou hij me waarschijnlijk hebben weggestuurd.
'Wat doe je eigenlijk op de zaterdagen?' vroeg Tony op een dag, toen hij me met een armvol boeken uit de bibliotheek zag komen.
'Ik studeer,' zei ik met een kort lachje. 'Er is zoveel dat ik dacht dat ik wist maar niet weet. Dus als jij en Jillian er geen bezwaar tegen hebben, sluit ik me op in mijn kamer en ga zitten blokken.'
Ik hoorde zijn diepe zucht. 'Jillian gaat meestal naar de kapper op zaterdag, en daarna met een paar vriendinnen naar de bioscoop. Ik had gehoopt samen met jou naar de stad te gaan om kerstcadeaus te kopen.'
'O, vraag het me alsjeblieft een volgende keer nog eens, Tony, want ik wil niets liever dan naar de winkel van Tatterton Toys.'
Even leek hij verbaasd. Toen kwam er een glimlach op zijn gezicht. 'Je bedoelt dat je daar echt naar toe wilt? Wat heerlijk. Jillian heeft er nooit enige belangstelling voor getoond! En je moeder, die wist dat we daar vaak ruzie over hadden, koos de kant van je grootmoeder en zei dat ze te oud was om zich druk te maken over belachelijk speelgoed waar niemand behoefte aan had, en dat niets deed voor mijn sociale of politieke omstandigheden - dus wat had het voor nut?'
'Heeft mijn moeder dat gezegd?' vroeg ik verbluft.
'Ze praatte je grootmoeder na, die een speelkameraad wil, geen zakenman. Een tijdlang, toen ze schitterende lappenpoppen maakte, had ik hoop dat ze op een goede dag bij Tatterton Toys zou gaan horen.'
Even later was ik weggeslopen naar Troys stenen bungalow, waar ik liever was dan overal elders. Als ik alleen maar bij hem was raakte ik al opgewonden. Logan had mijn hart nooit zo snel aan het kloppen gebracht.
Terwijl ik op het dikke tapijt lag voor Troys laaiende haardvuur, schreef ik aan Tom, smeekte hem om advies hoe ik Logan opnieuw moest benaderen, zonder dat ik een agressieve indruk maakte.
Eindelijk, toen ik al dacht dat Tom mijn laatste brief nooit zou beantwoorden, lag er een in mijn postbus.
Ik begrijp al je angsten niet. Ik weet zeker dat Logan het heerlijk zal vinden als je hem belt en vraagt je ergens te ontmoeten. Tussen haakjes, heb ik je in mijn laatste brief verteld dat pa's nieuwe vrouw een baby verwacht? Ik heb het niet rechtstreeks van Fanny gehoord, maar ik heb nog een paar oude vrienden in Winnerrow met wie ik contact heb. Het schijnt dat de vrouw van de dominee naar huis is gegaan om bij haar ouders te blijven tot haar eerste kind is geboren. En jij, heb jij nog iets van Fanny gehoord, of van de mensen die Onze Jane en Keith hebben?
Nee, ik had helemaal niets gehoord. En pa, die opgewekt nog meer ba- bies maakte, terwijl het beter was geweest als hij er nooit meer een had willen zien! Niet na alles wat hij had gedaan! Het deed me verdriet dat pa steeds maar slechte dingen kon doen zonder ooit gestraft te worden, althans niet genoeg! De kleine broer en zus die vroeger zo noodzakelijk waren in mijn leven vervaagden in mijn geheugen, en dat beangstigde me. Ik voelde geen hevig verdriet meer over hun verlies, en dat mocht niet gebeuren. Troy vertelde me dat hij zich in verbinding had gesteld met zijn advocatenkantoor in Chicago, en dat ze binnenkort met hun onderzoek zouden beginnen. Ik moest de vlam van mijn woede brandende houden en niet toestaan dat de tijd de wonden heelde die pa had geslagen. Alle
vijf Casteel-kinderen bijeen, onder één dak, dat was mijn doel.
Toen ik eindelijk de moed opbracht Logans nummer te draaien, verried zijn stem, zoals ik al gevreesd had, niet de warmte die ik er altijd in gehoord had toen hij nog van me hield. 'Ik ben blij datje belt, Hea- ven,' zei hij op kille, gereserveerde toon. 'Ik wil je zaterdag graag ontmoeten, maar ik heb niet veel tijd. Ik moet een belangrijke these voorbereiden voor volgende week.'
O, verdomme, verdomme, verdomme! Ik was gepikeerd door de koele klank in zijn stem, dezelfde kilte als in de stem van zijn moeder toen ze liet ongeluk had haar enige en innig geliefde zoon aan te treffen met mij. Loretta Stonewall haatte me en deed geen enkele moeite om haar afkeuring te verbergen over de keus van haar zoon, die zijn zinnen had gezet op uitschot uit de bergen. En haar man had haar voorbeeld gevolgd, al had hij een paar keer een verlegen gezicht getrokken bij de uitgesproken vijandigheid van zijn vrouw. Maar ik zou Logan vanmiddag zien, hoe koel hij ook klonk. Ik had twee uur nodig om me aan te kleden en me op te maken - ik wilde er op mijn best uitzien.
'Heaven, je ziet eruit als een plaatje!' zong Tony toen hij me zag. 'Ik hou van die kleur van je jurk. Hij flatteert je, al kan ik me niet herinneren dat ik die voor je heb uitgezocht.' Hij fronste even, terwijl hij nadacht, en ik hield mijn adem in, want het was een jurk die Jillian me had ge-geven, een jurk die ze van Tony had gekregen, maar nooit had gedragen omdat ze niet hield van het model, de kleur, of het feit dat haar man vond dat hij een betere smaak had dan zij. 'Op een dag als vandaag, meisjelief, heb je meer nodig dan een gewone jas,' zei hij. Hij zocht in een kast en haalde er een zware donkere jas van sabelbont uit. Hij hield de jas op zodat ik mijn armen in de mouwen kon steken. 'Deze jas is driejaar oud, en Jillian heeft er zoveel, dus houd hem maar als je wilt. Waar ga je heen? Je weet dat je me hoort te vertellen wat je plannen zijn en dat ik mijn goedkeuring eraan moet hechten.'
Hoe kon ik hem vertellen dat ik had afgesproken met een jongen uit mijn verleden? Hij kon niet weten dat Logan anders was, misplaatst in Winnerrow. Hij zou denken dat hij gewoon een dorpsjongen uit de bergen was: ongemanierd, oncultureel, onbeschaafd.
'Een paar van de meisjes die aardig zijn hebben me gevraagd met ze te gaan lunchen in de stad. En Miles hoeft me niet te rijden. Jij ook niet. Ik heb al een taxi gebeld.'
Mijn hart klopte sneller, luider, toen ik mijn leugen vertelde die de waarheid had moeten zijn. Iets in mijn gezicht of stem maakte dat Tony zijn ogen half dichtkneep en mijn woorden overwoog. Slimme, wereldwijze ogen die alle sluwheid en bedrieglijkheid van de wereld leken te kennen. Lange seconden gingen voorbij terwijl hij me met die opmerkzame ogen opnam. Met geforceerde kalmte en geveinsde zelfverzekerdheid doorstond ik zijn blik en keek zo onschuldig mogelijk. Misschien had ik hem overtuigd, want hij glimlachte, ik ben blij dat je vriendinnen hebt gevonden in Winterhaven,' zei hij vergenoegd. 'Ik heb de verhalen gehoord wat die meisjes uithalen met nieuwe leerlingen, en misschien had ik je moeten waarschuwen. Maar ik wilde dat je zou leren hoe je zelf moeilijke situaties moet oplossen.'
Hij glimlachte zo goedkeurend, dat ik plotseling heel zeker wist, dat hij tot in details op de hoogte was van alles wat me de avond van het bal was overkomen. Hij legde zijn vinger onder mijn kin. 'Ik ben blij dat je zoveel lef hebt en tegen een situatie bent opgewassen. Je hebt nu hun goedkeuring, ook al denk je datje die niet nodig hebt. Nu je geaccepteerd bent, kun je je eigen weg gaan, met mijn goedkeuring. Wees flink. Weiger je te laten koeioneren. En wees zelfverzekerd tegen de meisjes - maar als het om jongens gaat, kom je eerst bij mij. Voor je met een jongen uitgaat, wil ik eerst hem en zijn familie laten controleren. Ik wil niet datje met uitschot omgaat.'
Zijn woorden deden me even huiveren, want het scheen dat ik geen geheimen voor hem kon hebben. En toch, toen hij me zo goedkeurend aankeek, voelde ik me trots en rekte ik me in mijn volle lengte uit. Iets warms en hartelijks tussen ons maakte dat ik een stap naar voren deed en hem een zoen op zijn wang gaf. Hij leek verbaasd en verheugd. 'Dank je. Hou dat vol, dan word ik misschien nog als was in je handen.'
Mijn taxi reed voor. Tony stond bij de voordeur en zwaaide, en ik reed naar een van de stamkroegen van de studenten, het Board Head's Café.
Ik was op alles voorbereid, zelfs op de mogelijkheid dat hij weer net zou doen of hij me niet zag of niet kende, want ik had niets gedaan om te lijken op het haveloze meisje uit de bergen voor wie ik me zo schaamde. En toen zag ik Logan. Hij zat voor het raam van het café te lachen en te praten met een knap meisje dat tegenover hem zat. Het was nooit bij me opgekomen, althans niet serieus, dat hij een ander meisje zou kunnen hebben. Besluiteloos bleef ik staan in de neerdwarrelende sneeuw. Oktober was voorbij. Het was nu al half november. Wat zou het heerlijk zijn geweest als ik Logan had kunnen uitnodigen op Farthinggale Ma- nor, en Logan en Tony elkaar konden leren kennen bij een gezellig haardvuur. Ik slaakte een weemoedige zucht om al die wensen die nooit vervuld zouden worden. En toen - ik kon mijn ogen niet geloven - boog Logan zich voorover en liet zijn lippen dwalen over het gezicht van het meisje, eindigde in een echte kus, het soort dat eindeloos lang bleef duren - hij kuste haar op een manier zoals hij mij nooit gekust had!
Ik haatte hem! Ik haatte haar! Verdomme, Logan Stonewall! Je bent net als alle andere kerels die op zoek zijn naar een vrouw!
Ik draaide me met een ruk om, me niet realiserend dat de versgevallen sneeuw zo glad was. En daar ging ik, plat op mijn rug. Languit, onbevallig, staarde ik omhoog naar de lucht, volkomen verbijsterd dat ik zoiets stoms had kunnen doen. Ik had me geen pijn gedaan. Ik weigerde iedereen die probeerde me overeind te helpen... en toen kwam Logan het café uitgerend. Zijn eerste woorden bewezen dat hij me deze keer herkende. 'Mijn God, Heaven, wat doe jij daar plat op je rug?'
Zonder toestemming te vragen legde hij zijn handen onder mijn oksels en tilde me op. Ik deed mijn best mijn evenwicht te bewaren, en klampte me aan hem vast om steun te zoeken. Er lag een geamuseerde blik in zijn ogen. 'Als je de volgende keer laarzen koopt zou ik maar een paar nemen met lagere hakken.'
Het meisje in het café staarde boos naar buiten.
'Hallo, vreemdeling,' begroette ik hem met hese stem, terwijl ik mijn best deed mijn verlegenheid te verbergen. Ik liet hem los, hervond mijn evenwicht en borstelde de sneeuw van mijn jas. Ik keek hem aan met een kwade blik, die hem zou hebben gedood als blikken konden doden, ik zag je in de koffieshop dat meisje zoenen dat nu zo woedend naar ons zit te kijken. Ben je nu van haar?'
Hij had het fatsoen om te blozen. 'Ze betekent niets voor me, alleen maar een manier om de zaterdagmiddag door te komen.'
'Je meent het!' antwoordde ik, met zoveel ijs in mijn stem als maar mogelijk was. 'Ik weet zeker dat je minder begrip op zou brengen als je mij in die situatie aantrof.'
Hij bloosde nog dieper. 'Waarom moetje daarover beginnen? Bovendien was het meer dan een paar zoenen tussen jou en Cal Dennison!' schreeuwde hij bijna.
'Ja,' gaf ik toe. 'Maar jij zou nooit begrijpen hoe zoiets kan gebeuren, zelfs al was je grootmoedig genoeg om me de kans te geven het uit te leggen.'
Zoals hij daar stond in de steeds dichter vallende sneeuw leek hij erg sterk. Zijn kaak was krachtig en vastberaden, zodat de kuiltjes in zijn wang niet langer verstoppertje speelden. Zijn scherp gesneden, knappe gezicht deed menig meisje achterom kijken... en hij staarde naar mij met de ongeïnteresseerde blik van een vreemde.
De koude wind huilde rond de hoeken van de gebouwen en floot over de grond, zodat zijn haren naar alle kanten wapperden. Mijn eigen haar waaide naar voren. Ik haalde snel en diep adem; ik wilde zo graag zijn liefde terugwinnen. Nu ik zo dichtbij hem was, besefte ik pas goed hoe hard ik hem nodig had. Ik hunkerde naar zijn genegenheid, zijn warmte, zijn zorg, want hij had van me gehouden toen ik niets en niemand was, en bij hem hoefde ik me niet beter voor te doen dan ik was. 'Heaven, het was lief van je me te bellen. Ik heb het zo vaak willen doen, telkens als ik aan je dacht. Ik ben een keer langs dat Farthinggale Manor van je gereden, maar het hek imponeerde me al zo, dat de moed me in de schoenen zonk en ik ben omgekeerd.'
En toen zag hij me, toen zag hij me echt. Een ongelovige blik verscheen in zijn ogen, die even blij oplichtten. 'Je ziet er zo anders uit,' zei hij. Hij bewoog zijn arm, alsof hij me wilde omhelzen, maar liet hem toen weer vallen en stopte zijn handen in zijn zakken, alsof ze een veilige, beschermende haven zochten.
'Beter, hoop ik.'
Hij nam me zo afkeurend op dat ik begon te beven. Wat had ik verkeerd gedaan?
'Je ziet er zo rijk uit, te rijk,' antwoordde hij langzaam. 'Je haar is anders en je hebt je opgemaakt.'
Wat mankeerde hem? Geen van mijn 'verbeteringen' leek bij hem in de smaak te vallen. 'Je ziet eruit als een van die fotomodellen op de cover van een tijdschrift.'
Was dat zo erg? Ik probeerde te glimlachen. 'O, Logan, ik heb je zoveel te vertellen! Je ziet er fantastisch uit!' Mijn gezicht leek te bevriezen van de kou. Witte sneeuwvlokken bleven liggen op zijn haar en het mijne en plakten op het puntje van mijn neus. 'Kunnen we niet ergens praten waar het warm en gezellig is? Misschien kijk je dan een beetje minder kwaad.' Ik bleef babbelen over onbelangrijke dingen terwijl hij me naar binnen bracht naar een tafeltje waar we warme chocolademelk bestelden. Ik zag dat het meisje met wie hij had zitten praten nog steeds woedend naar ons staarde. Maar ik negeerde haar, en Logan ook.
Zijn blik gleed over mijn bontjas, de gouden kettingen om mijn hals, de ringen aan mijn vingers.
Ik probeerde te glimlachen. 'Logan,' begon ik met neergeslagen ogen, me vastklampend aan mijn hoop. 'Kunnen we het verleden niet vergeten en opnieuw beginnen?'
Het duurde lang voor hij antwoordde, alsof hij zijn best deed een besluit van zich af te zetten dat hij vroeger had genomen. Elke seconde die ik met hem doorbracht wekte herinneringen op aan al het goede dat ik in mijn jeugd had gekend en dat ik aan hem te danken had gehad. O, had ik Cal Dennison maar nooit toegestaan me aan te raken! Was ik maar sterker, verstandiger geweest, had ik maar beter geweten hoe mannen en hun lichamelijke begeertes waren! Misschien had ik dan een oudere en in wezen zwakke man kunnen weerstaan, die profiteerde van een dom, jong en onervaren meisje.
'Ik weet het niet,' zei hij tenslotte langzaam en aarzelend. 'Ik moet er steeds weer aan denken hoe snel je mij en onze beloftes vergeten was, zodra je uit het gezicht verdwenen was!'
'Denk er niet meer aan!' smeekte ik. 'Ik wist toen niet waar ik mee bezig was, en ik raakte verstrikt in omstandigheden die ik niet in mijn macht had -'
Zijn kaak verstrakte. 'Als ik je zo zie, met dure juwelen en die bontjas, lijk je niet hetzelfde meisje dat ik vroeger gekend heb. Ik weet niet hoe ik nu contact met je moet hebben, Heaven. Je lijkt niet kwetsbaar meer, je ziet eruit of je niemand nodig hebt.'
Mijn hart kromp ineen. Wat hij zag was niet meer dan een oppervlakkig zelfvertrouwen, dat ik te danken had aan dure kleren en juwelen. Krab de buitenkant eraf en je had hetzelfde armoedige Casteel-meisje van vroeger. Maar toen drong het tot me door wat hij eigenlijk bedoelde.
Hij had liever dat ik zielig was! Hij had zich aangetrokken gevoeld tot mijn kwetsbaarheid, mijn armoede, mijn lelijke, verschoten jurken en afgedragen schoenen! Al mijn kracht, waarvan ik had gedacht dat die hem het meest imponeerde, vond hij niet eens belangrijk!
Ik staarde strak naar zijn bruine trui, en vroeg me vaag af of hij die afschuwelijke rode muts nog zou hebben die ik vroeger eens voor hem gebreid had. Ik voelde dat hij me ontglipte, maar zo gemakkelijk wilde ik het niet opgeven.
'Logan,' begon ik weer, 'ik woon nu bij de echte moeder van mijn moeder. Tussen oma en haar is een verschil als tussen de dag en de nacht. I k heb nooit geweten dat grootmoeders van middelbare leeftijd er zo jong uit konden zien, en niet alleen knap, maar glamorous.'
'Deze grootmoeder leeft in een andere wereld dan de Willies.' Hij had zijn oordeel snel klaar, alsof hij nooit twijfelde aan iets of iemand. Hij pakte zijn beker op en nam een slok. 'En hoe vind je je grootvader?' vroeg hij. 'Is hij ook zo jong en ongelooflijk knap?'
Ik probeerde zijn sarcasme te negeren. 'Tony Tatterton is niet mijn echte grootvader, Logan, maar de tweede man van mijn grootmoeder. I )e vader van mijn moeder is twee jaar geleden gestorven. Het spijt me dat ik niet de kans heb gehad hem te leren kennen.'
Er verscheen een afwezige blik in zijn diepblauwe ogen, die nog steeds op een punt ergens achter me gericht waren. 'Half september heb ik je met een oudere man zien winkelen, die je bij je elleboog hield en je overal mee naar toe nam waar hij wilde datje heen ging. Ik wilde je roepen om je te vertellen dat ik er was, maar ik kon het niet. Ik heb jullie een tijdje gevolgd, en door de etalageruiten gezien hoe jij eindeloos allerlei kleren paste en showde voor die man. Ik wist niet hoe ik het had toen ik zag hoe je uiterlijk veranderde door de kleren die je droeg. En dat niet alleen, je veranderde zelf ook! Al die nieuwe dingen die hij voor je kocht brachten een lach, een glimlach op je gezicht, een soort vreugde die ik nooit eerder bij je had gezien. Heaven, ik had geen idee dat die jong-uitziende man je grootvader was. Ik was alleen maar jaloers. Toen ik van je hield en we samen plannen maakten voor onze toekomst, wilde ik degene zijn die je deed stralen van geluk.'
'Maar ik had de warme jassen nodig die hij voor me kocht, de laarzen, de schoenen. En de bontjassen zijn van Jillian, die gauw genoeg krijgt van kleren en van alles. Ik bezit niet zoveel als je denkt. En zo geweldig is het niet in Farthy. Mijn grootmoeder spreekt nauwelijks tegen me!'
Logan boog zich naar voren en keek me doordringend aan. 'Maar je stiefgrootvader vindt het heerlijk je om zich heen te hebben, hè? Ik zag het aan zijn hele houding toen jullie die dag aan het winkelen waren. Hij had evenveel plezier in die nieuwe kleren als jij!'
Ik schrok ervan zoals hij keek, zo fel jaloers. 'Pas op voor hem, Heaven. Denk eraan wat er gebeurd is toen je in Candlewick woonde met Kitty Dennison en haar man; het zou weer kunnen gebeuren.'
Ik sperde mijn ogen open bij die onverwachte aanval. Hoe kon hij zoiets denken? Tony leek niets op Cal! Tony had mij niet nodig als gezelschap omdat zijn vrouw laat werkte. Tony had een rijk, bevredigend leven, hij had het druk met vakanties en zijn zaken en honderden vrienden die niets liever wilden dan hem en Jillian uitnodigen. Toch kon ik merken dat Logan zou weigeren me te geloven als ik dat zei. Ik was kwaad omdat hij zo achterdochtig was, teleurgesteld omdat hij niet kon vergeven en vergeten, en me vertrouwen, zoals vroeger.
'Hoor je nog wel eens wat van hem?' vroeg hij plotseling, met dichtgeknepen ogen.
'Van wie?' vroeg ik, verward door de snelle overgang.
'Cal Dennison!'
'Nee!' riep ik weer uit. 'Ik heb niets meer van hem gehoord sinds de dag waarop ik uit Winnerrow ben vertrokken! Hij weet niet waar ik ben! Ik wil hem nooit meer zien.'
'Ik weet zeker dat hij er achter komt waar je bent.' Logans stem klonk toonloos. Hij pakte zijn beker, en dronk hem leeg en zette hem toen zo hard neer dat hij luid bonkte op de tafel. 'Het was leuk je weer gezien te hebben, Heaven, en te weten dat je alles hebt wat je wilde. Het spijt me dat je echte grootvader is gestorven voor je hem gekend hebt, en blij dat je je stiefgrootvader zo aardig vindt. Ik moet toegeven dat je erg mooi bent in die fraaie kleren en bontjas, maar je bent niet hetzelfde meisje van wie ik heb gehouden. Dat meisje is omgekomen in Candlewick.'
Ik staarde hem sprakeloos aan, verbijsterd en diep gekwetst, zo intens gekwetst dat ik me dodelijk gewond voelde. Mijn mond viel open, ik wilde hem smeken me een tweede kans te geven. Hete, verblindende tranen prikten in mijn ogen. Ik deed mijn best de juiste woorden te vinden, maar hij had zich al omgedraaid en liep naar het meisje dat nog steeds op hem wachtte aan het tafeltje bij het raam. Zonder om te kijken ging hij bij haar zitten.
Alle zorg die ik had besteed om me mooi te maken voor deze ontmoeting, in de hoop indruk op hem te maken, was voor niets geweest. Ik had in mijn oude vodden moeten komen, met lange verwarde haren, en donkere kringen onder mijn ogen van de honger - dan had hij misschien meer medelijden getoond.
Toen drong de waarheid tot me door, een waarheid die ik nooit eerder vermoed had.
Logan had nooit echt van me gehouden! Logan had alleen maar medelijden gehad met een weeskind uit de bergen en had me willen beschermen en overstelpen met zijn edelmoedigheid! Hij had me beschouwd als een liefdadigheidsgeval!
Het kwam allemaal weer bij me terug: zijn kleine giften van tandenborstels en tandpasta, zeep en shampoo, allemaal meegenomen uit zijn vaders apotheek. Ik schaamde me, voelde me vernederd door zijn neerbui-gende medelijden. Hoe had ik ooit kunnen geloven dat hij me bewonderde! Ongeduldig veegde ik de tranen af die over mijn wangen rolden, sprong overeind, pakte mijn tas en bontjas en vluchtte naar de deur. Een seconde later stond ik buiten, trok onder het lopen mijn jas aan. Ik holde weg van degene naar wie ik altijd was toegehold!
De sneeuw joeg in wilde vlagen tegen mijn gezicht. Ik had het ijskoud, terwijl ik probeerde de lange bontjas aan te trekken. Mijn adem dampte in wolkjes in de koude lucht, terwijl ik hijgde en snikte en wilde sterven. Vlak achter me hoorde ik Logans voetstappen. Ik draaide me met een ruk om. mijn jas wapperde in de wind, en keek vol haat in zijn ogen, waarin ik te laat een blik van bezorgdheid ontdekte.
'Je hoeft geen medelijden meer met me te hebben, Logan Grant Stone- wall!' schreeuwde ik in de wind, zonder me erom te bekommeren wie me
kon horen. 'Geen wonder dat ik je onbewust heb bedrogen met Cal Den- nison! Misschien wist mijn instinct precies watje ware gevoelens voor me waren! Geen liefde, geen bewondering, en geen echte vriendschap - of iels van wat ik echt nodig heb. Je had gelijk toen je voorstelde er een eind aan te maken! Het is voorbij tussen ons! Ik wil je nooit meer zien, zolang ik leef! Ga terug naar Winnerrow en zoek een ander armoedje in de Willies! - en geef haar de zegen van je vervloekte medelijden!'
Ik draaide me om en rende naar de dichtstbijzijnde hoek, waar ik een taxi aanhield.
Vaarwel, Logan, snikte ik bij mezelf toen de taxi wegreed. Het was heerlijk toen ik dacht datje van me hield om mezelf, maar van nu af aan zal ik niet meer aan je denken!
Je hebt me zelfs een schuldig gevoel weten te geven ten opzichte van Troy, en je weet niet eens van zijn bestaan. Die lieve, fantastische, talentvolle, knappe Troy, die zo heel anders is dan Cal Dennison, die me nooit had opgewonden.