21. DE TIJD VERSTRIJKT

Troy was weg. Elke dag wachtte ik op een brief van hem. Die brief kwam nooit. Elke dag liep ik door de doolhof naar zijn bungalow, tegen beter weten in hopend dat hij terug was gekomen en we tenminste goede vrienden konden zijn. De bungalow en de mooie tuin begonnen er verwaarloosd uit te zien, en ik stuurde de tuinlieden van Farthy erheen om orde te scheppen. Toen, terwijl Jillian boven lag te slapen, vertelde Tony me op een dag aan het ontbijt dat hij van een van zijn fabrieksdirecteuren had gehoord dat Troy stuk voor stuk alle Europese fabrieken bezocht. 'Dat is een goed teken,' zei Tony opgewekt. 'Zolang hij erop uittrekt en iets van de wereld ziet, ligt hij niet ergens in bed te wachten tot hij doodgaat.'

Tony en ik waren in zekere zin bondgenoten, verenigd in een gemeenschappelijk streven om Troy weer thuis te brengen, om hem te kunnen helpen te overleven. Het afschuwelijke dat Tony mijn moeder had aangedaan, afgezien van het feit of ze het had uitgelokt of niet, leek elke dag iets minder belangrijk. Ik ging naar de universiteit en studeerde zo hard, dat ik vaak uitgeput in bed viel. Tony was erg behulpzaam; hij hielp me met studieproblemen die ik in m'n eentje niet scheen te kunnen oplossen.

Jillian was een schaduw van haar vroegere ik. Nu de volle waarheid over haar dochter uit de duisternis in het licht was gekomen, verdween Jillian in de duisternis. Alle parties en liefdadigheidsbijeenkomsten, waar ze altijd zo graag naar toe ging, waren vergeten in het zelfverwijt dat haar aan bed kluisterde, zodat het haar niet langer kon schelen hoe ze eruitzag. Ze huilde voortdurend dat Leigh moest terugkomen en haar vergeven, omdat ze niet geluisterd had, het niet had begrepen, het zich niet genoeg had aangetrokken. Maar natuurlijk was het te laat voor Leigh om nog terug te komen.

Maar het leven ging verder. Ik kocht nieuwe kleren. Ik schreef brieven aan Tom en Fanny, en sloot voor beiden altijd een cheque in. Het behalen van hoge cijfers werd het voornaamste doel in mijn leven. Vaak, als Tony en ik wel gedwongen waren eikaars gezelschap te zoeken, om ons niet eenzaam te voelen in het reusachtige huis, waren zijn blauwe ogen strak op me gericht, alsof hij iets wilde zeggen dat de muur van vijandigheid zou doen instorten, maar ik wilde die muur overeind houden. Laat hem maar lijden, dacht ik. Zonder hem zou mijn moeder niet zijn weggelopen. Ze zou niet zijn geëindigd in een berghut, waar de armoede haar had gedood. Maar dan herinnerde ik me weer de goede dagen in de Willies, toen alle Casteel-kinderen en Logan Stonewall gelukkig waren, omdat ze elkaar hadden.

Op een koude dag in november, toen er weer een sneeuwstorm dreigde, kwam er een brief van Fanny.

Lieve Heaven,

Je egoïsme heeft me gedwongen te trouwen met mijn rijke oude man, Mallory. Nu heb ik je. armzalige fooi niet meer nodig. Mallory heeft een groot huis, net zo mooi als in een van die sjieke woningtijdschriften, en hij heeft een kreng van een ma, die me het liefst dood zag. Niet dat het me iets kan bommen. Die ouwe vissekop kan elke dag de pijp uitgaan, dus het doet er geen moer toe of ze me aardig vindt of niet. Mallory probeert me te leren hoe ik me moet gedragen en praten als een dame. Ik zou mijn tijd niet verknoeien met die onzin, als ik niet hoopte Logan Stonewall nog eens tegen het lijf te lopen. En als ik dan netjes praat en me keurig gedraag, wordt hij misschien wél verliefd op me. Op de manier zoals ik dat altijd gewild heb. En als hij eenmaal van mij is, kan jij dag zeggen met je handje.

Je liefhebbende zuster Fanny

Fanny's brief verontrustte me. Wie zou ooit gedacht hebben dat Fanny, die altijd van de een naar de ander was gefladderd, en alle mannen had bejegend als machines, waarvan ze precies wist welke knopjes ze moest indrukken, zou zijn gevallen voor Logan, degene die de meeste minachting voor haar had.

Fanny schreef maar één brief, maar Tom veel meer.

Ik heb die stapel bankbiljetten gevonden die je aan opa hebt gegeven. Werkelijk, Heavenly, waar zit je verstand? Hij had het in zijn houtsnijwerkdoos gestopt, helemaal onder al het hout. Hij is een zielige oude man, die altijd wil wat hij niet heeft. Als hij hier is, verlangt hij naar de bergen, waar zijn Annie wil zijn. En als hij twee weken in de bergen is, wil hij weer terug naar zijn 'kinders'. Ik denk dat hij zich daar eenzaam voelt, met alleen die oude vrouw die 's morgens komt om zijn eten voor die dag klaar te maken. Lieve help, Heavenly, wat moet je met zo iemand beginnen?

Zonder Troy was Farthy gewoon een verblijf voor de weekends. Ik zei zo min mogelijk tegen Tony, en toch had ik soms medelijden met hem, als hij door de lange, lege gangen liep van een enorm huis, dat niet langer schalde van het gelach en gepraat van talloze gasten en logés. Maar ik ging mijn eigen gang, en herinnerde mezelf er elke dag aan dat ik naar Boston was gekomen met een vast doel. En daarop concentreerde ik me, in de hoop dat ik eens het geluk zou vinden waar ik recht op had.

De jaren gingen snel voorbij na die tragische dag waarop Troy had besloten duizenden kilometers tussen ons te plaatsen. Een doodenkele keer schreef hij naar huis, en dan alleen aan Tony. Lange tijd voelde ik me verdrietig en ongelukkig, maar als de zon schijnt en de wind waait, en de regen verfrist het gras, en je ziet de bloemen die je in de herfst hebt geplant opkomen in het voorjaar, dan begint het verdriet langzamerhand te slijten. Ik had mijn droom verwezenlijkt, ik studeerde aan de universiteit. De mooie campus, de jongens die me mee uit vroegen - alles hielp. Ik nam een heel kalme, bescheiden, maar aardig uitziende jongen mee om aan Tony voor te stellen. Ja, de zoon van een staatssenator was perfect, ook al vond ik hem saai en vervelend. Een of twee keer zag ik Logan in de buurt van de universiteit, en hij glimlachte en zei een paar woorden, en ik glimlachte terug en vroeg of hij bericht had gehad van Tom, maar Logan vroeg me nooit mee uit.

Ik had medelijden met Jillian en bezocht haar als ik even tijd over had in mijn drukke leventje. Ik begon haar grootmoeder te noemen. Ze scheen het niet te merken. Dat alleen al was voldoende om me te doen beseffen dat er een drastische verandering in haar had plaatsgegrepen. Ik borstelde en kapte haar haar, en deed veel kleine dingen voor haar, die haar al evenmin opvielen. En in een hoekje, zo discreet mogelijk, zat altijd de verpleegster die Tony had aangenomen om ervoor te zorgen dat Jillian zichzelf niets aandeed.

Tijdens elke zomervakantie had Tony een speciaal plannetje voor ons beiden. Londen, Parijs, Rome, eindelijk kreeg ik de kans al die steden te zien. We reisden naar Denemarken, IJsland en Finland, zodat hij me het kleine Deense dorp kon laten zien waar Jillians moeder was geboren. Niet één keer gingen we naar de ranch in Texas, waar Jillians moeder en twee oudere zusters nog steeds woonden. Vaak had ik het gevoel dat Tony probeerde de armoede van mijn jeugd goed te maken. Ik geloof dat we allebei bleven hopen Troy te vinden tijdens onze vakanties in Europa.

Vaak was ik van plan opa op te zoeken, die verschillende keren op en neer was gereisd tussen Georgia en de Willies, maar er was altijd het risico dat pa bij hem zou zijn, en ik wilde pa niet onder ogen komen. Als ik aan Stacie dacht, dacht ik aan dat mooie jongetje, dat Drake heette, en hem stuurde ik allerlei prachtige cadeaus. Stacie schreef me dan een paar dagen later terug om me te bedanken dat ik aan Drake had gedacht, die zich gelukkig prees dat hij het hele jaar door cadeaus kreeg en niet hoefde te wachten tot Kerstmis.

'Je zou een enorme hulp voor me kunnen zijn bij Tatterton Toys,' zei Tony telkens weer. 'Dat wil zeggen, als je je ambitie opgeeft om een tweede Marianne Deale te worden.' Hij keek me strak aan. 'Ik zou het heerlijk vinden als je je achternaam wettig zou laten veranderen in Tatterton.'

Vreemd, hoe ik daarop reageerde. Ik was er nooit trots op geweest een Casteel te zijn. En toch wilde ik als een Casteel naar Winnerrow terugkeren met mijn universitaire diploma, om ze eindelijk te bewijzen dat een waardeloze Casteel niet altijd zo onwetend en dom was dat ze moesten eindigen in de gevangenis. Terwijl ik nadacht over Tony's voorstel besefte ik dat ik eigenlijk niet goed wist wat ik wilde. Ik was bezig te veranderen, op een heel subtiele manier.

Tony deed verschrikkelijk zijn best de schade te herstellen die hij in het verleden had aangericht. Hij deed alles voor me waarvan ik had gedroomd dat pa het voor me zou doen. Tony maakte mij tot het middelpunt van zijn leven, gaf me alle aandacht, liefde en charme, die ik vroeger had gevonden dat pa me verschuldigd was. Tijdens een cruise naar de Caribbean, ontspande ik me genoeg om te glimlachen en te flirten met een paar aantrekkelijke jongemannen, en even vergat ik mijn zorgen over Troy. Wat er ook met hem gebeurde, het was niet mijn schuld, absoluut niet mijn schuld.

Maar als ik droomde, droomde ik van Troy. Troy die me nodig had, nog steeds van me hield, en dan werd ik 's morgens met een betraand gezicht wakker. Als ik de zorg over Troy van me af kon zetten, kon ik het leven accepteren, en beseffen wat je kon doen om het te beheersen. En toen, op een prachtige dag, kwam Tony plotseling met iets totaal onverwachts en geweldigs.

Het was op de vierde juli. Ik had nog een jaar studie voor de boeg. 'We geven een picknick bij het zwembad, met een paar gasten, die je, denk ik, wel aardig zult vinden.' Tony lachte stralend. 'Jillian voelt zich wat beter, en zal er ook bij zijn - en nog een paar speciale gasten.'

'Wie zijn die speciale gasten?'

'Dat zul je wel zien. Je zult tevreden zijn,' verzekerde hij me, heimelijk glimlachend.

De vlaggetjes werden te voorschijn gehaald, alle rode, witte en blauwe feestversieringen. Lampions werden aan de bomen gehangen, extra bedienden werden gehuurd als kelners, en Tony, die een hekel had aan rock 'n' roll-muziek huurde een Hawaiiaans orkest om op de achtergrond te spelen.

Twintig of meer gasten waren bij het zwembad toen ik uit mijn kamer beneden kwam. Ik droeg een helblauw zwempak, waarin ik me een beetje verlegen voelde, omdat de pijpen zo hoog opgesneden waren. Daarover droeg ik een kort wit opengewerkt jasje. Sommige gasten waren al in het water, anderen lagen te zonnebaden, en iedereen lachte, praatte, amuseerde zich. Een paar zwemmers trotseerden zelfs de hoge golven van de zee. Ik ging eerst naar Jillian en gaf haar een zoen op haar wang, en ze glimlachte naar me, vaag en verward. 'Wat vieren we, Heaven?' vroeg ze, starend naar oude vrienden of het vreemden waren.

Op een ander deel van het grote terras naast het zwembad zag ik Tony staan praten met een vrij gezette vrouw en een nog gezettere echtgenoot. Ze kwamen me meer dan bekend voor, en mijn hart begon nerveus te bonzen. O, nee, nee! Hij had deze verzoening toch niet georganiseerd zonder me van tevoren te waarschuwen?

Maar dat had hij wel.

Hier, in Farthinggale Manor, waar ik mijn hand maar hoefde uit te steken om ze te kunnen aanraken, stonden Rita en Lester Rawlings uit Chevy Chase. En als zij hier waren... dan moesten Keith en Onze Jane hier ook zijn. Mijn hart sloeg over. Gretig keek ik om me heen naar de twee jongste Casteels. Even later zag ik Keith en Onze Jane staan, enigszins apart van de andere kinderen. Terwijl ik gefascineerd toekeek, gooide Onze Jane haar badjas op de grond, schopte haar rubber sandalen uit, en holde naar het zwembad, op de hielen gevolgd door Keith. Ze konden uitstekend zwemmen en duiken, en gingen vlot met de anderen om.

'Heaven!' riep Tony over het terras. 'Kom hier, we hebben een paar speciale gasten, die je, geloof ik, al kent.' Voorzichtig liep ik naar Lester Rawlings en zijn vrouw Rita toe. De herinneringen aan die afschuwelijke eerste kerstdag flitsten door mijn hoofd. Visioenen van die afgrijselijke nacht, nadat Keith en Onze Jane waren weggehaald, brachten tranen in mijn ogen. En ik had recentere herinneringen, die schuldgevoelens bij me opwekten, want ik was mijn belofte niet nagekomen om niets te zeggen tegen Onze Jane en Keith en me niet te laten zien. En de manier waarop de twee kinderen me hadden afgewezen deed nog steeds pijn.

Rita breidde onmiddellijk haar armen uit en omhelsde me moederlijk. 'O, lieve, lieve kind, het spijt me zoals het vorige keer is gegaan. Lester en ik waren zo bang dat onze schatten weer een inzinking zouden krijgen als ze jou zagen, en dat hun nachtmerries en huilbuien weer zouden terugkomen. En zelfs zonder dat ze je die zondag hadden gezien waren ze enigszins veranderd, ze leken minder gelukkig en tevreden dat ze bij ons waren. Had ons maar verteld hoe je omstandigheden veranderd waren. Toen je die dag zo onverwacht kwam, waren we bang dat je onze kinderen mee terug wilde nemen naar de bergen en die afschuwelijke hut. Maar meneer Tatterton heeft het ons allemaal uitgelegd.' Ze strengelde haar beringde vingers ineen en hield haar adem in. 'Lester en ik begrepen niet wat er met onze twee gelukkige kinderen gebeurd kon zijn na die regenachtige zondagmiddag. Ze waren als bij toverslag veranderd. Diezelfde nacht kwamen hun nachtmerries weer terug. Ze werden schreeuwend wakker en riepen Hev-lee, kom terug, kom terug! We meenden het niet, we meenden het niet! Hel duurde weken en weken voor ze ons wil- den vertellen wat er gebeurd was - dat ze hadden gedaan of ze je niet kenden - en je hadden gezegd om weg te gaan want dat ze anders de politie zouden roepen. Lieverd, het was wreed van ze, maar ze waren zo verschrikkelijk bang dat ze terug moesten naar die pijn, en armoede en honger die ze zich nog zo goed herinnerden.'

Overal om me heen amuseerde iedereen zich kostelijk in en buiten het zwembad. Bedienden liepen op en neer met bladen eten en drinken... en toen keek ik in de ogen van het mooiste tienermeisje dat ik ooit had gezien. Onze Jane stond op ongeveer drie meter afstand, haar turquoise ogen met een meelijwekkende, smekende uitdrukking op me gericht. Ze was nu dertien, haar kleine, harde borstjes begonnen zich net af te tekenen onder haar zwempak. Haar roodblonde haar omlijstte haar smalle, ovale gezichtje als een vlam. Haar ogen smeekten me om vergiffenis. Vlak naast haar stond Keith, die net een jaar ouder was. Hij was centimeters langer, en zijn amberkleurige haar was dik en glanzend. Maar ook hij staarde bevend mijn richting uit. Ze waren nu kennelijk bang voor me, niet zoals toen ik naar ze toe was gekomen in hun eigen huis. Nu leken ze bang dat ik hen zou haten omdat ze me hadden verloochend.

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik strekte alleen maar mijn armen uit en glimlachte, en voelde mijn hart bonzen toen ik zag dat ze aarzelden, elkaar even aankeken, voor ze naar me toe renden en zich in mijn armen wierpen.

'O, Hev-lee, Hev-lee!' riep Onze Jane. 'Haat ons alsjeblieft niet om wat we gedaan hebben! Het spijt ons dat we je wegjoegen. We hadden spijt zodra we zagen hoe bedroefd en teleurgesteld je keek.' Ze drukte haar gezicht tegen mijn borst en begon te huilen. 'Het ging niet om jou, maar we waren bang dat we terug zouden moeten naar die hut, en de honger en de kou. We dachten dat je ons mee terug zou nemen. En dat we niet bij mamma en pappa konden blijven, die zoveel van ons houden.'

ik begrijp het,' zei ik. Ik kuste haar steeds opnieuw, voor ik Keith dicht tegen me aandrukte, en toen begon ik te huilen. Eindelijk, eindelijk, hield ik mijn twee kleintjes weer in mijn armen. En ze keken me vol liefde aan, net als vroeger.

De stemmen van Rita en Lester Rawlings drongen tot me door van de plaats waar ze zaten onder een van onze groen-met-wit gestreepte parasols. Beiden hadden een koele dronk in de hand en vertelden Tony over de brief met het hartstochtelijke pleidooi, die ze twee weken geleden hadden ontvangen. 'Het was een brief van uw broer, Troy, meneer Tatterton. Hij wilde een paar kloven overbruggen, en toen we zijn brief hadden gelezen stonden de tranen in onze ogen. Hij vertelde ons niet dat we iets verschrikkelijks hadden gedaan, maar bedankte ons alleen dat we zo goed gezorgd hadden voor Heavens jongere broertje en zusje, want ze hield erg veel van ze. En we moeten contact met u opnemen; we konden niet anders, want het was verkeerd van ons dat we geprobeerd hadden broers en zusters te scheiden, dat weten we nu.'

'Zeg maar Tony,' zei hij op zijn charmante manier. 'We zijn nu bijna familie.'

'Die brief van uw broer maakte Heavens omstandigheden duidelijk.'

Troy had dit voor me gedaan! Troy dacht nog steeds aan me, en deed wat hij kon om me gelukkig te maken. Ik moest zijn brief hebben, ik moest hem hebben, al was het maar een fotokopie. 'Natuurlijk, natuurlijk,' zei Rita Rawlings. 'Hij is zo mooi geschreven, dat ik hem wil bewaren, maar, lieve kind, jij krijgt het origineel, en ik houd een kopie.'

In de tien dagen die de Rawlings die zomer bij ons doorbrachten, vonden Jane (die niet langer Onze Jane genoemd wilde worden) en Keith en ik elkaar terug. Ze informeerden naar Tom en Fanny en naar pa. Ze schenen niet dezelfde wrok te koesteren tegen pa als ik. 'En mamma en pappa hebben gezegd dat we je een of twee keer per jaar mogen opzoeken! O, Hev-lee, het zal zo fijn worden! En misschien zien we Tom, Fanny, pa en opa dan ook weer eens terug. Maar we willen niet bij mamma en pappa weg, nooit.'

Alles werd gemakkelijk geregeld. Farthinggale Manor maakte indruk, evenals Tony - en als Jillian een paar vreemde gedachten bij hen opwekte, dan waren ze te beleefd om dat te laten merken. 'We houden contact,' beloofde Rita Rawlings, terwijl Lester Tony de hand schudde, of ze de beste vrienden waren. 'Kerstmis zou een goede tijd zijn om bij elkaar te komen, want we willen graag dat onze kinderen het plezier leren kennen van een groot gezin.'

Ja, mijn broer en zus mochten me nu kennen. Ik woonde niet langer in een armoedige hut hoog in de bergen. Ik leed niet langer honger, zag er niet sjofel uit, was niet langer het voorwerp van hun medelijden, al zeiden ze geen woord over Tom, of Fanny, of pa. Of opa, zoals Jane en Keith.

Rita Rawlings hield woord en stuurde me de brief die Troy had geschreven. Toen ik zijn hartstochtelijke pleidooi voor mij las, stroomden de tranen over mijn wangen. Hij hield van me. Hij hield nog steeds van me! Hij dacht nog steeds aan me. O, Troy, Troy, kom thuis, kom thuis! Kom alleen maar ergens in de buurt wonen en laat me je van tijd tot tijd zien - dat is al voldoende.

Nu en dan ging ik uit met een jongeman die Tony's kritische inspectie kon doorstaan. Ik vond niemand die zo uniek was als Troy, of zo trouw en toegewijd als Logan. Ik moest aannemen dat Logan een ander had ontmoet. Zoals ik ook iemand zou ontmoeten... op een goeie dag. En toen ik lang en diep over Logan nadacht, wist ik dat ik hem terug wilde zien, en als ik hem zag, zou ik van mijn kant alle stappen moeten doen om onze relatie te herstellen.

Tom schreef me vaak, vertelde me dat het geld dat ik bleef sturen eindelijk zijn verzet had gebroken, en hij nu colleges volgde, terwijl hij pa overdag nog hielp. 'We bereiken ons doel, Heavenly, ondanks alles komen we er!'