DEEL TWEE
13- JANUARI IN JULI
Verscheidene keren probeerde Troy me zijn sombere verhaal te vertellen van winter en zwakte en dood. Maar ik beschermde ons geluk en onze hartstocht en ik legde hem telkens weer met mijn kussen het zwijgen op. Drie dagen en twee nachten beminden we elkaar vurig; we konden het niet verdragen langer dan een paar minuten gescheiden te zijn. We gingen niet verder dan het park rond Farthy, riskeerden zelfs geen rit meer door de bossen. We kozen de veilige paden voor onze paarden, gingen nooit te ver, verlangend om terug te keren naar de bungalow en de veiligheid van eikaars armen. Maar op een avond, toen de regen eindelijk was af-gedreven naar de zee en de zon weer aan de horizon verscheen, hield Troy me vast op de grond voor het haardvuur. Deze keer was hij er niet van af te brengen.
'Je moet naar me luisteren. Probeer me niet weer in de rede te vallen. Ik wil jouw leven niet bederven alleen omdat er een schaduw ligt over het mijne.'
'Zal je verhaal vernietigen wat er nu tussen ons is?'
'Dat weet ik niet. Dat zul jij moeten beslissen.'
'En je bent bereid het risico te lopen me te verliezen?'
'Nee, ik hoopje nooit te verliezen, maar als het moet, dan moet het.'
'Nee!' riep ik uit, overeind springend en naar de deur hollend, ik wil van de zomer genieten zonder aan de winter te denken!'
Ik liep zijn bungalow uit, de doolhof in, door de kille avondnevel op de smalle paden tussen de heggen. Ik lette totaal niet op mijn omgeving, en botste tot mijn ontsteltenis bijna op het groepje dat bij de trap naar de voordeur van Farthinggale Manor bezig was Tony's grote zwarte limousine uit te laden.
Jillian en Tony waren terug! Snel dook ik weer de doolhof in. Ze mochten niet zien dat ik uit Troy's bungalow kwam.
Terwijl de chauffeur de bagage naar binnen droeg, hoorde ik Tony Jillian verwijten dat ze me niet van hun komst had verwittigd. 'Bedoel je dat je Heaven gisteren niet hebt gebeld, zoals je beloofd had?'
'Heus, Tony, ik heb er een paar keer aan gedacht, maar er kwam steeds iets tussen, en het zal een veel grotere verrassing voor haar zijn als we onverwacht terugkomen. Ik weet dat ik op haar leeftijd verrukt zou zijn over alle mooie dingen die we voor haar hebben meegenomen uit Londen.'
Zodra ze in huis verdwenen waren, holde ik naar de zijdeur, de trap aan de achterkant op naar mijn kamers, en eenmaal daar liet ik me op bed vallen en barstte in tranen uit, tranen die ik snel droogde toen Tony op de deur klopte en mijn naam riep.
'We zijn thuis, Heaven. Mag ik binnenkomen?'
In zekere zin was ik erg blij hem terug te zien. Hij was zo vriendelijk en opgewekt, en overstelpte me met vragen wat ik had gedaan en hoe ik me geamuseerd had.
Oma zou zich in haar graf hebben omgedraaid als ze de leugens had gehoord die ik vertelde. Achter mijn rug hield ik mijn vingers gekruist. Hij informeerde naar de diploma-uitreiking, zei weer dat het hem speet dat hij er niet bij was geweest. Hij vroeg naar de parties waar ik was geweest, wie ik had gezien, en of ik nog jongemannen had ontmoet. En hij keek niet één keer achterdochtig toen de leugens uit mijn mond rolden. Waarom vermoedde hij niet dat Troy het meest voor de hand lag? Was hij al die regels vergeten die hij me had voorgeschreven?
'Goed,' zei hij. 'Ik ben blij datje van de TV-programma's hebt genoten. Persoonlijk vind ik de TV stomvervelend, maar ik ben ook niet opgegroeid in de Willies.' Hij glimlachte allercharmantst, maar spottend naar me. 'Ik hoop dat je tijd hebt gehad om een paar goede boeken te lezen.'
'Tijd om te lezen heb ik altijd.'
Hij kneep zijn blauwe ogen even samen; toen omhelsde hij me en liep naar de deur. 'Vóór het eten willen Jillian en ik je onze cadeaus geven, die we heel zorgvuldig voor je hebben uitgezocht. En was nu de tranen van je wangen en ga je verkleden.'
Ik had hem niet voor de gek gehouden, mezelf alleen in de waan gebracht dat hij minder scherpziend was dan vroeger.
Maar toen we in de bibliotheek waren, en Jillian in haar lange huisjurk naar me glimlachte terwijl ik de pakjes uit Londen openmaakte, vroeg hij niet waarom ik had gehuild. 'Vind je alles mooi?' vroeg Jillian, die kleren, kleren, en nog eens kleren voor me had gekocht. 'De truien passen toch wel?'
'Ik vind het prachtig allemaal, en ja, de truien passen.'
'En mijn cadeaus?' vroeg Tony. Hij had me extravagante sieraden gegeven, en een zware doos, met blauw fluweel bekleed. 'Ze maken geen toiletgerei meer zoals in de Victoriaanse eeuw. Dat toiletstel is antiek en heel kostbaar.'
Op mijn schoot hield ik voorzichtig de grote doos vast, met de zware zilveren handspiegel, een haarborstel, een kam, twee kristallen poederdozen met een bewerkt zilveren deksel, en twee bijpassende parfumflessen. Ik staarde ernaar en ging in gedachten terug in de tijd toen ik voor het eerst de koffer van mijn moeder open had gemaakt, toen ik tien was. Boven, diep verborgen in een van mijn kasten, stond de oude koffer die mijn moeder had meegenomen naar de Willies, en waarin zich een ander toiletstel bevond, minder uitgebreid dan het zilveren stel dat ik nu in mijn handen hield.
Ik voelde me plotseling hulpeloos. Tony moest het toiletstel hebben gezien dat Jillian me al had gegeven. Ik had geen tweede nodig. Een heel merkwaardige gedachte kwam bij me op, want op dat moment besefte ik plotseling hoe onredelijk het van me was om niet te luisteren naar hetgeen Troy te zeggen had. Oneerlijk tegen hem, en tegen mijzelf.
Laat op diezelfde avond, lang nadat het diner voorbij was en Jillian en Tony zich hadden teruggetrokken, sloop ik door de doolhof terug naar de bungalow, waar Troy humeurig liep te ijsberen. Zijn stralende glimlach, die me welkom heette, deed mijn hart opspringen. 'Ze zijn terug,' zei ik ademloos, terwijl ik de deur dichtdeed en ertegen leunde. 'Je had moeten zien wat ze allemaal voor me hebben meegebracht. Ik heb genoeg kleren voor twaalf studentes.' Hij scheen niet te luisteren naar wat ik zei, alleen maar te horen wat ik ongezegd liet. 'Waarom kijk je zo ongerust?' vroeg hij. Hij stak zijn armen naar me uit zodat ik me erin kon vlijen.
'Troy, ik ben bereid te luisteren naar wat je te zeggen hebt, wat het ook is.'
'Wat heeft Tony tegen je gezegd?'
'Niets. Hij heeft een paar vragen gesteld hoe ik mijn tijd heb doorgebracht terwijl hij en Jillian weg waren, maar hij heeft niets over jou gezegd. Ik vond het vreemd dat hij niet vroeg waar je was, en of we elkaar ontmoet hadden. Het was bijna of je niet bestond, en dat beangstigde me.'
Hij legde zijn voorhoofd even tegen het mijne, liet me toen weer los met een ondoorgrondelijk gezicht. En nu ik bereid was naar hem te luisteren, leek hij onwillig te beginnen. Hij kuste me met meer tederheid dan hartstocht en raakte mijn haar aan. Hij liet zijn wijsvinger over mijn wang glijden, drukte me dicht tegen zich aan en keerde zich naar het grote raam dat uitkeek op zee. Zijn arm gleed om mijn middel. 'Vraag niets lot ik uitgesproken ben. Luister goed, want ik meen het heel ernstig.'
Terwijl hij begon te praten voelde ik dat hij met elke vezel van zijn lichaam naar me reikte om me te dwingen te begrijpen wat hij zelf onbegrijpelijk moest vinden.
'Het is niet omdat ik niet van je hou, Heavenly, dat ik met alle geweld wil zeggen wat ik moet zeggen. Ik hou erg veel van je. Het is niet dat ik een excuus probeer te vinden om niet met je te trouwen, het is alleen een zwakke poging van mijn kant om je te helpen jezelf te redden.'
Ik begreep het niet, maar ik wist nu dat ik geduld moest oefenen en hem de kans geven te doen wat hij 'juist' achtte.
'Jij hebt het karakter en de kracht die ik bewonder en benijd. Jij bent een survivor, en als ik denk aan alles wat ooit met me gebeurd is weet ik dat ik dat niet ben. Nee, niet beven. Het leven vormt ons als we jong zijn, en ik weet zeker dat jij en je broer Tom heel wat stoerder zullen blijken dan ik.' Hij draaide me naar zich toe en staarde naar me met zijn donkere, wanhopige ogen.
Ik beet op mijn tong om te voorkomen dat ik vragen zou stellen. Het was nog steeds zomer; de herfst had de bomen nog niet donkergroen gekleurd. De winter leek nog heel ver weg. Ik ben hier. Je zult nooit meer
een eenzame nacht hebben als je dat niet wilt - maar ik zei niets.
'Ik zal je vertellen over mijn jeugd,' ging hij verder. 'Mijn moeder stierf vlak voor mijn eerste verjaardag. Voor ik twee was stierf mijn vader, dus de enige ouder die ik me in mijn leven kan herinneren was mijn broer Tony. Hij was mijn wereld, mijn alles. Ik aanbad hem. Voor mij ging de zon onder als Tony de deur uitliep, en ging op als hij weer binnenkwam. Ik beschouwde hem als een gouden god, die me alles kon geven wat ik nodig had, als ik het maar graag genoeg wilde. Hij was zeventien jaar ouder dan ik, en nog voordat mijn vader gestorven was had hij al de ver-antwoordelijkheid op zich genomen om ervoor te zorgen dat ik gelukkig was. Ik ben altijd een ziekelijk kind geweest. Tony heeft me verteld dat mijn moeder een heel zware bevalling had toen ik werd geboren. Ik stond altijd op het punt aan het een of ander dood te gaan, en ik heb Tony zoveel angstige ogenblikken bezorgd dat hij 's nachts vaak mijn kamer binnenkwam, alleen om te controleren of ik nog ademhaalde. Als ik in het ziekenhuis lag, kwam hij drie of vier keer per dag op bezoek, met snoep en speelgoed en spelletjes en boeken, en toen ik drie was, dacht ik dat elke seconde van zijn leven mij toebehoorde. Hij was van mij. We hadden niemand anders nodig. En toen kwam die afschuwelijke dag waarop hij Jillian VanVoreen ontmoette. In het begin wist ik niets van haar bestaan. Hij hield haar geheim voor me. Toen hij me eindelijk vertelde dat hij met Jillian ging trouwen, stelde hij het voor of hij het alleen maar deed om mij een nieuwe, lieve moeder te bezorgen. En een zusje. Ik was tegelijk opgewonden en kwaad. Een kind van drie kan heel bezitterig zijn ten opzichte van de enige in zijn leven die om hem geeft en voor hem zorgt. Ik was jaloers. Hij heeft me later lachend verteld dat ik razende woedeaanvallen kreeg. Want ik wilde niet dat Tony met Jillian trouwde, vooral niet toen ze mij had ontmoet. Ik was ziek en lag in bed, en hij dacht dat ze ontroerd zou zijn door zo'n knap, frêle jongetje, dat haar nodig had. Hij zag niet wat ik zag. Kinderen schijnen een speciaal instinct te hebben voor de gedachten van volwassenen. Ik wist dat ze het idee verschrikkelijk vond om voor me te moeten zorgen... en toch zette ze haar scheiding door en trouwde met Tony, en ze ging in Farthy wonen met haar twaalfjarige dochtertje. Heel vaag kan ik me de bruiloft herinneren, geen details, alleen maar impressies.
'Ik was ongelukkig, en je moeder ook. Ik heb andere impressies van Leigh, die probeerde een zusje voor me te zijn en een groot deel van haar tijd aan mijn bed doorbracht en probeerde me bezig te houden. Maar wat het diepst in mijn brein geprent werd, was het feit dat Jillian me elk moment misgunde dat Tony met mij doorbracht en niet met haar.'
Een uur lang praatte hij, maakte het me allemaal duidelijk; de eenzaamheid van een klein jongetje en een jong meisje, die op elkaar aangewezen waren door omstandigheden die buiten hun macht lagen, zodat ze elkaar nodig begonnen te hebben. En toen op een dag gebeurde er iets verschrikkelijks dat hij niet begreep, en het nieuwe zusje van wie hij was gaan houden, liep weg.
'Tony was in Europa toen Leigh wegliep. Hij kwam teruggevlogen in antwoord op Jillians wanhopige telefoontjes. Ik weet dat ze detectivebureaus in de arm hebben genomen om haar te vinden, maar Leigh leek van de aardbodem verdwenen. Ze verwachtten allebei dat ze tenslotte in Texas zou opduiken, waar haar grootmoeder en tantes woonden. Ze kwam er nooit. Jillian huilde voortdurend, en ik weet nu dat Tony haar de schuld gaf van Leighs verdwijning. Ik wist dat Leigh was gestorven lang voordat jij hier kwam met je nieuws. Ik wist het op dezelfde dag waarop het gebeurde, want ik droomde het, en jij hebt alleen maar bevestigd dat mijn droom waar was. Mijn dromen komen altijd uit.
'Toen Leigh weg was kreeg ik acute reuma, en ik heb ongeveer twee jaar in bed gelegen. Tony beval Jillian haar sociale leven op te geven en al haar tijd te besteden aan mijn verzorging, ook al had ik een Engelse kinderjuffrouw, die Bertie heette en die ik aanbad, en bij wie ik tien keer liever was achtergelaten dan bij Jillian. Jillian maakte me bang met haar lange nagels en snelle, achteloze bewegingen; ik voelde haar ongeduld met een kleine jongen die maar niet gezond wilde blijven.
"Ik ben nog geen dag in mijn leven ziek geweest,' zei ze altijd tegen me. Ik begon te denken dat ik inderdaad een gebrekkig en onbeholpen kind was, dat hel leven van anderen verstoorde - en toen begonnen de dromen. Soms waren ze prachtig, maar vaker waren ze angstaanjagende nachtmerries, die me ervan overtuigden dat ik nooit gelukkig zou zijn, nooit echt gezond, dat ik nooit zou hebben wat voor anderen voor het grijpen lag - gewone, normale dingen, die iedereen in zijn leven verwacht, zoals vrienden, afspraakjes, verliefd worden, en lang genoeg leven om mijn eigen kinderen te zien opgroeien. Ik begon te dromen van mijn eigen dood - mijn eigen dood als jongeman. En toen ik ouder werd en naar school ging, trok ik me terug van degenen die vriendschap met me wilden sluiten. Ik was bang voor verdriet als ik mezelf te kwetsbaar opstelde. Alleen en anders maakte ik mijn eigen muziek, bereidde me voor op mijn eenzame gang door het leven tot het voorbij zou zijn. Ik wist dat dat niet veel jaren zou duren. Ik wilde niemand anders in mijn ellende betrekken, wilde ze mijn verdriet besparen van de wetenschap dat het lot tegen me was.'
Ik kon me niet langer inhouden en viel uit: 'Troy, een man van jouw intelligentie gelooft toch zeker niet dat het lot alles regeert!'
'Ik word gedwongen het te geloven. Alles wat in mijn nachtmerries voorspeld werd is uitgekomen.'
De zomerwind blies koud en vochtig uit zee door het open raam. De meeuwen krijsten klaaglijk terwijl de golven tegen de kust sloegen. Mijn hoofd lag tegen zijn borst en door zijn pyjamajasje heen voelde ik het bonzen van zijn hart. 'Het waren maar de dromen van een ziek jongetje,' mompelde ik, maar terwijl ik het zei wist ik dat hij het al veel te lang had geloofd dan dat ik daar nu nog verandering in kon brengen.
Hij leek me niet te horen. 'Niemand had een toegewijdere broer kunnen hebben dan ik, maar Jillian was er ook nog, en zij gebruikte het verdriet over haar dochter om Tony steeds verder van me vandaan te trekken. Ze moest reizen om haar verdriet te kunnen vergeten. Ze moest win- kelen in Parijs, Londen, Rome. om de herinneringen aan Leigh te ontlopen. Tony stuurde me ansichtkaarten en cadeautjes uit de hele wereld, wat het vaste voornemen bij me wekte om, als ik volwassen was, ook de Sahara te zien, de piramiden te beklimmen, enzovoort. De school was geen echte uitdaging voor me. De hoge cijfers kwamen als vanzelf, zodat de vrienden die ik had kunnen maken zich afwendden van wat de leraren een wonderkind noemden. Ik werkte in een razend tempo de universiteit af, zonder ooit door iemand te worden geaccepteerd. Ik was jaren jonger, en bracht oudere jongens in verlegenheid. De meisjes plaagden me omdat ik nog een snotneus was. Ik stond altijd buiten naar binnen te kijken. Toen ik achttien was slaagde ik cum laude, en onmiddellijk daarna ging ik naar Tony en vertelde hem dat ik de wereld wilde zien, zoals hij die had gezien.
'Hij wilde niet dat ik ging. Hij smeekte me om te wachten tot hij met me mee kon... maar de zaak eiste hem op, en de tijd drong, zei me dat ik me moest haasten, want dat het spoedig te laat zou zijn. Dus tenslotte reed ik misschien op dezelfde kamelen over hetzelfde zand van de Sahara als Tony en Jillian, en beklom dezelfde trappen van de piramiden, en ik ontdekte tot mijn verdriet dat de exotische reizen die ik in mijn fantasie had gemaakt, toen ik op bed lag en me voorstelde hoe het zou zijn, verreweg de mooiste reizen waren.'
Zijn stem hield me in angstige spanning. Toen hij zweeg kwam ik met een schok tot mezelf. Ik was verontrust door alles wat hij ongezegd had gelaten. Hij had alles wat iemand zich maar wensen kon - een enorm vermogen, intelligentie, een knap uiterlijk - en door kinderlijke dromen liet hij zich een lange, gelukkige toekomst ontnemen! Het was dat huis, dacht ik, dat reusachtige huis met die talloze gangen en spookachtige ongebruikte kamers. Het was een eenzaam jongetje dat te veel tijd had. Maar hoe kon dat, als de Casteels, die zo weinig hadden, zich altijd hardnekkig hadden vastgeklampt aan het geloof in de toekomst?
Ik hief mijn hoofd op en probeerde met mijn kussen alles te zeggen wat ik niet onder woorden wist te brengen. 'O, Troy, er is zoveel dat we nooit samen hebben beleefd. Het enige wat je nodig had was gezelschap tijdens je reizen, dan zou je al die plaatsen even opwindend hebben gevonden als in je fantasie. Ik weet zeker dat het waar is. Ik weiger te geloven dat alle dromen die Tom en ik hadden over de reizen die we zouden gaan maken een teleurstelling zullen blijken als ze ooit verwezenlijkt zouden worden.'
Zijn ogen leken diepe donkere meren. 'Jij en Tom zijn niet gedoemd zoals ik. De wereld ligt voor jullie open; mijn wereld zal altijd overschaduwd worden door de dromen die ik heb gehad en die altijd zijn uitgekomen, en andere dromen, waarvan ik weet dat ze op het punt staan uit te komen. Want ik heb al heel vaak gedroomd van mijn dood. Ik heb mijn eigen grafsteen gezien, al kan ik nooit meer lezen dan mijn volledige naam die erin gegraveerd is. Zie je, Heavenly, ik ben nooit echt voor deze wereld geschapen. Ik ben altijd ziekelijk en melancholiek geweest. Je moeder leek op mij - daarom waren we zo belangrijk voor elkaar. En loen ze verdween, toen ik droomde over haar dood en wist dat mijn droom waarheid was, kon ik niet begrijpen waarom ik verder leefde. Want, evenals Leigh, verlang ik naar dingen die in deze wereld niet te vinden zijn. Net als zij zal ik jong sterven. Eerlijk, Heaven, ik heb geen toekomst. Hoe kan ik iemand die zo jong, zo vrolijk en zo vol liefde is als |ij, meenemen op mijn duistere pad? Hoe kan ik met je trouwen alleen maar om een weduwe van je te maken? Hoe kan ik een kind verwekken dat ik weldra vaderloos zal achterlaten, zoals ik vaderloos ben geweest? Wil je echt houden van een man die gedoemd is, Heaven?'
Gedoemd? Ik huiverde en klampte me aan hem vast, toen het plotseling met verbijstering tot me doordrong waar zijn gedichten precies over gingen. Sterfelijkheid! Onzekerheid! Verlangend naar een vroege dood omdat het leven teleurstellend was!
Maar nu was ik er!
Hij zou zich nooit meer eenzaam of teleurgesteld hoeven voelen, en met een wanhopige hartstocht begon ik zijn jasje los te knopen, met mijn lippen op de zijne, tot we allebei naakt en nat en sensueel waren, en zelfs al zou het sneeuw zijn die buiten viel en geen druilerige regen, dan was ons brandende verlangen om elkaar steeds opnieuw te bezitten voldoende om hem mee te nemen, de toekomst in, tot we allebei zo oud waren dat we de dood welkom zouden heten.
Die nacht bleef ik bij Troy, ook al waren Tony en Jillian terug. Ik wilde niet dat hij zou wegzinken in zijn morbide fantasieën. Tony of geen Tony, ik zou bij Troy blijven en hem overtuigen dat hij met me moest trouwen, en Tony zou zich erbij neer moeten leggen. Ik werd de volgende ochtend laat wakker, wetend dat Troy eindelijk had besloten me te vertrouwen, en me te huwen. Ik hoorde hem rondscharrelen in de keuken. De geur van vers, eigengebakken brood drong in mijn neus. Ik had me nog nooit zo intens levend gevoeld, zo mooi en vrouwelijk en perfect. Ik bleef liggen, met mijn armen over mijn borst geslagen, en luisterde naar de geluiden van keukenkastjes die open- en dichtgingen, alsof ik Schuberts Serenade hoorde. De klap van de koelkast, precies op tijd, was de slag van de cymbaal. Onbestaande muziek deed het haar op mijn hoofd en mijn huid trillen. Mijn leven lang had ik gezocht naar hetgeen ik nu voelde, en ik huilde van opluchting omdat het zoeken voorbij was.
Hij ging met me trouwen! Hij gaf me de kans de hele rest van mijn leven te kleuren met regenbogen in plaats van grijs. Loom en slaperig, bijna extatisch gelukkig, liep ik naar de keuken. Troy stond voor het fornuis en draaide zich glimlachend naar me om. 'We zullen Tony moeten vertellen dat we van plan zijn binnenkort te trouwen.'
Even ging er een gevoel van paniek door me heen, maar ik had Tony's steun nu niet meer nodig. Als Troy en ik eenmaal man en vrouw waren, zou alles goed komen - voor hem, en voor mij.
Diezelfde middag nog gingen we hand in hand door de doolhof naar Farthinggale Manor, naar de bibliotheek, waar Tony achter zijn bureau zat. De late middagzon viel door zijn ramen naar binnen en wierp heldere plekken op het kleed. Troy had hem gebeld om te vertellen dat we onderweg waren, en misschien was het listige behoedzaamheid die ik op zijn gezicht zag, en niet een oprechte blijde glimlach. 'Wel,' zei hij toen hij ons hand in hand zag staan, 'jullie hebben beiden mijn waarschuwingen in de wind geslagen, en nu komen jullie bij me als twee mensen die heel erg verliefd lijken.'
Tony nam mij en Troy de wind uit de zeilen, en zenuwachtig maakte ik mijn hand los uit die van Troy. 'Het is vanzelf gegaan,' fluisterde ik zwakjes.
'We gaan trouwen op mijn verjaardag,' zei Troy uitdagend. 'Negen september!'
'Hé, wacht eens even!' bulderde Tony, die overeind kwam en beide palmen plat op zijn bureau legde. 'Je hele volwassen leven heb je me verteld, Troy, datje nooit zou trouwen! En datje nooit kinderen wilde!'
Troy pakte mijn hand en trok me dicht naast zich. 'Ik had niet verwacht dat ik iemand zou ontmoeten als Heaven. Ze heeft me hoop en inspiratie gegeven om door te gaan, wat ik ook geloof.'
Terwijl ik me tegen Troy aandrukte, keek Tony naar ons met een vreemde glimlach. 'Ik veronderstel dat het alleen maar ademverspilling is als ik protesteer en zeg dat Heaven nog te jong is, en dat haar achtergrond te verschillend is om een geschikte vrouw voor je te zijn?'
'Precies!' zei Troy vastberaden. 'Voordat de herfstbladeren op de grond vallen, zijn Heaven en ik op weg naar Griekenland.'
Weer stond mijn hart even stil. Troy en ik hadden het maar vaag gehad over een huwelijksreis. Ik had aan een of andere plaats in de buurt gedacht, waar we een paar dagen zouden blijven, voor ik naar Radcliffe ging, om Engels te studeren. Maar voor ik wist wat er gebeurde zaten we tot mijn verbazing met z'n drieën op de bank en maakten plannen voor het huwelijk. Ik geloofde geen seconde dat Tony van plan was dat huwelijk door te laten gaan, vooral niet omdat hij voortdurend naar me glimlachte.
'Tussen haakjes, kindlief,' zei Tony vriendelijk tegen me, 'Winterhaven heeft je een paar brieven doorgestuurd zonder antwoordadres.' De enige die me schreef was Tom.
'Nu moeten we Jillian vragen te komen om haar het goede nieuws mee te delen.' Was dat sarcasme achter die glimlach? Ik wist het niet, want ik kon Tony nooit doorgronden.
'Dank je datje het zo goed opneemt, Tony. Vooral na je verslagen over mijn gedrag toen je me vertelde over je huwelijk met Jillian.'
Op dat moment kwam Jillian de kamer binnengeslenterd en nam elegant plaats op een stoel. 'Wat hoor ik... gaat er iemand trouwen?'
'Troy en Heaven,' legde Tony uit, die met een harde blik in zijn ogen naar zijn vrouw keek, alsof hij haar beval niets te zeggen dat een van ons zou kunnen verontrusten. 'Is dat geen fantastisch nieuws aan het eind van een volmaakte zomerdag?'
Ze zei niets, helemaal niets. Ze keek naar mij met haar korenblauwe ogen, en ze waren uitdrukkingsloos, volslagen, beangstigend uitdrukkingsloos.
Diezelfde avond nog werden de gastenlijsten opgesteld. Ik was verbijsterd door de snelheid waarmee Tony en Jillian de situatie hadden geaccepteerd. Ik had nooit gedacht dat ze die zouden tolereren. Toen Troy en ik elkaar goedenacht kusten in de hal bij de voordeur, waren we allebei overweldigd door het tempo waarmee Tony de plannen had gemaakt. 'Is Tony niet geweldig?' vroeg hij. 'Ik dacht echt dat hij alle mogelijke bezwaren zou hebben, en hij had er niet één! Mijn hele leven heeft hij geprobeerd me te geven wat ik wilde.'
Ik kleedde me als in een roes uit, tot ik me de twee brieven herinnerde die Tony op mijn bureau had gelegd. Beide brieven waren van Tom, die bericht had gehad van Fanny.
'Ze woont in een goedkoop pension in Nashville, en wil dat ik jou schrijf om geld voor haar te vragen. Ze zou je ongetwijfeld zelf bellen, maar ze schijnt haar adresboek verloren te zijn, en ze heeft nooit een nummer kunnen onthouden, dat weet je. Ze heeft ook nog contact met pa, die ze smeekt om geld te sturen. Ik wilde Fanny jouw adres niet geven zonder je toestemming. Ze zou alles voor je kunnen bederven, Heavenly, ik weet het. Ze wil een deel van wat jij hebt, en ze zal alles doen om dat te krijgen, want het schijnt dat ze die tienduizend die ze van de Wises heeft gekregen er snel heeft doorgejaagd.' Het was precies waar ik bang voor was geweest; Fanny kon absoluut niet met geld omgaan.
Zijn volgende brief bevatte nog verontrustender nieuws. 'Ik geloof niet dat ik naar de universiteit zal gaan, Heavenly. Zonder jou naast me om me aan te porren heb ik niet de wil of het verlangen om door te studeren. Pa heeft het financieel vrij goed, en hij heeft niet eens de lagere school afgemaakt, dus denk ik erover bij hem in de zaak te gaan en op een goeie dag te trouwen, als ik het juiste meisje tegenkom. Dat geklets om president te willen worden was alleen maar een grapje om jou een plezier te doen. Niemand zou ooit stemmen voor iemand als ik, met een hillbilly- accent.' En niet één woord over het soort zaak dat pa dreef!
Ik las Toms brieven drie keer over. Met mij gebeurden allemaal fantastische dingen, en Tom zat in een of ander boerendorp in Zuid-Georgia, en gaf zijn dromen op om een belangrijk man te worden... het was niet eerlijk. Ik kon niet geloven dat pa met iets ooit echt succes zou hebben. Ik had pa horen zeggen dat hij nog nooit een boek tot het eind toe had uitgelezen, en dat hij uren bezig was met het optellen van een rijtje cijfers! Wat voor soort werk kon hij doen dat goed betaalde? Tom offerde zich op om pa te helpen! Tot die conclusie kwam ik.
Weer holde ik door de maanverlichte paden van de doolhof, en haalde Troy uit zijn slaap toen ik zijn naam riep.
Hij werd met een jongensachtige uitdrukking op zijn gezicht wakker, en glimlachte toen. 'Wat lief dat je gekomen bent,' zei hij slaperig.
'Het spijt me dat ik je wakker maak, maar het kan niet tot morgen wachten.' Ik deed de lamp aan en overhandigde hem Toms brieven. 'Lees deze, alsjeblieft, en vertel me dan watje ervan denkt.'
Een paar seconden later had hij de brieven gelezen, ik vind ze echt niet alarmerend genoeg om dat wanhopige gezicht van je te rechtvaardi-
gen. Het enige wat we moeten doen is je zuster het geld sturen dat ze nodig heeft, en op die manier kunnen we Tom ook helpen.'
'Tom zal geen geld aannemen van jou, of van mij. Fanny wel, natuurlijk. Maar ik maak me het meest bezorgd over Tom. Ik wil niet dat Tom daar gevangen zit en hetzelfde doet wat pa doet, en zijn leven opgeeft om pa te helpen zijn nieuwe gezin te onderhouden.
'Troy,' zei ik, op gevaar af hem teleur te stellen met mijn plan. 'Ik moet mijn familie bezoeken voor het huwelijk.' Ik greep zijn handen vast en kuste ze steeds opnieuw. 'Begrijp je het, schat? Ik ben zo gelukkig, mijn leven is zo goed, ik moet iets doen om ze te helpen voor ik mijn mooie leven met jou begin. Ik weet dat ik ze allebei kan helpen, alleen al door ze te bezoeken, ze te laten zien dat ik nog steeds om ze geef, ze te tonen dat ze altijd op me kunnen rekenen. En dat kunnen ze, nietwaar, Troy? Je vindt het toch niet erg als mijn familie ons komt bezoeken als we getrouwd zijn? Je zult ze toch welkom heten in ons huis?' Met smekende ogen wachtte ik op zijn antwoord.
Troy trok me aan mijn handen bovenop hem op het bed. 'Ik wacht al een paar dagen om je mijn nieuws te vertellen, Heaven. Ik hoop dat je me zult vergeven dat ik het heb uitgesteld, maar ik kon de gedachte niet verdragen dat er een eind zou komen aan onze idylle, en ik wist dat je zodra ik het je zou vertellen, er hals over kop vandoor zou gaan.' Hij kuste me steeds opnieuw voor hij glimlachend verderging: 'Ik heb bericht van de advocaten. Schat, ik heb zulk goed nieuws voor je. Nu zul je je hele familie kunnen bezoeken, want we hebben Lester Rawlings gevonden! Hij woont in Chevy Chase, Maryland, en is de vader van twee geadopteerde kinderen, Keith en Jane!'
Ik kreeg het plotseling benauwd; alles gebeurde zo snel!
'Het is goed, het is goed,' zei Tony sussend, toen ik begon te huilen. 'Je hebt voor we trouwen nog tijd genoeg om alles te regelen. Ik zal graag met je meegaan naar de familie Rawlings, en je jongste broertje en zusje leren kennen; en dan kunnen we besluiten watje wilt doen, en hoe.'
'Ze zijn van mij!' riep ik volkomen onredelijk uit. 'Ik wil ze weer onder mijn dak hebben.'
Weer kuste hij me. 'Besluit later maar watje wilt doen. En als we Keith en Onze Jane hebben gezien, gaan we verder naar je broer en vader, en we eindigen met een bezoek aan Fanny, en intussen zullen we Fanny een paar duizend dollar overmaken, om de tijd te overbruggen tot we er zijn.
Helaas zou het zo niet gaan.
Terwijl ik veilig sliep in mijn bed in Farthinggale Manor, bedenkend dat het beter was als Troy en ik niet meer toegaven aan onze hartstocht tot we getrouwd waren, viel Troy in een diepe slaap met alle ramen in zijn slaapkamer open. En er stak een verschrikkelijke storm op uit het noordoosten, met regen en hagel. Om zes uur 's morgens werd ik wakker van de wind en de regen. Ik keek uit het raam en zag de vernielde gazons, bezaaid met ontwortelde bomen, gebroken takken en ander puin. En toen ik naar Troys bungalow holde, trof ik hem daar koortsig en benauwd aan; hij kreeg nauwelijks adem meer.
Dodelijk geschrokken belde ik Tony, en even later kwam er een ambulance om Troy naar het ziekenhuis te brengen. Op het moment waarop hij het gelukkigst hoorde te zijn, kreeg hij een levensgevaarlijke longontsteking. Had hij zich die op een of andere manier zelf op de hals gehaald, niet in staat de liefde en het geluk te accepteren die hij verdiende? Ik zou zorgen dat het niet weer gebeurde. Als we getrouwd waren zou ik altijd hij hem zijn om hem te beschermen tegen zijn angsten, die zich op een of andere manier steeds weer waar schenen te maken.
'Ik wil het,' fluisterde Troy op zijn ziekbed, dagen later. 'Het ergste is nu achter de rug, en ik weet dat je Keith en Onze Jane graag terug wilt zien. Het heeft geen zin datje hier rond blijft hangen tot ik weer ben aangesterkt. Als je terugkomt, ben ik weer helemaal gezond.'
Ik wilde hem niet alleen laten, ook al werd hij uitstekend verzorgd, en had hij dag en nacht particuliere verpleegsters. Ik bleef protesteren, maar hij hield vol dat me toekwam waar ik al zo lang naar verlangd had, de kans om Keith en Onze Jane terug te zien. En terwijl hij me verzekerde dat met hem alles goed ging, bleef iets in me erop aandringen dat ik moest opschieten, moest opschieten, vóór het te laat was.
'Je laat hem alleen?' schreeuwde Tony, toen ik hem vertelde dat ik van plan was een korte reis te maken. Ik wilde Tony niet vertellen waar ik naar toe ging, uit angst dat hij zou proberen me tegen te houden. 'Nu hij je nodig heeft, ga je naar New York om een uitzet te kopen? Wat is dat voor idioterie? Heaven, ik dacht datje van mijn broer hield! Je hebt me beloofd datje zijn redding zou zijn!'
'Ik hou van hem, echt, maar Troy staat erop dat ik verderga met de voorbereidingen voor het huwelijk. En hij is nu toch buiten gevaar?'
'Buiten gevaar?' herhaalde Tony dof. 'Nee, hij zal nooit buiten gevaar zijn, tot de dag waarop zijn eerste zoon is geboren. Misschien dat hij dan eindelijk die krankzinnige overtuiging laat varen dat hij niet lang genoeg zal leven om kinderen te krijgen.'
'Je houdt van hem,' fluisterde ik, onder de indruk van het verdriet dat ik in zijn ogen zag. 'Je houdt echt van hem.'
'Ja, ik hou van hem. Sinds mijn zeventiende is hij mijn verantwoordelijkheid en de last die ik moest dragen. Ik heb alles gedaan wat ik kon om mijn broer een zo goed mogelijk leven te verschaffen. Ik ben met Jil- lian getrouwd, die twintig jaar ouder was, al loog ze tegen me over haar leeftijd en zei ze dat ze dertig was, en niet veertig. Ik geloofde met jongensachtige naïveteit dat ze was wat ze toen voorwendde te zijn - de liefste, vriendelijkste, aardigste vrouw ter wereld. Later pas kwam ik er achter dat ze op het eerste gezicht een hekel had aan Troy. Maar toen was het al veel te laat om nog van gedachten te veranderen, want ik was verliefd geworden, belachelijk, krankzinnig, idioot verliefd.'
Hij verborg zijn hoofd in zijn handen. 'Ga maar, Heaven, doe maar watje denkt te moeten doen, want uiteindelijk zul je dat toch doen. Maar vergeet één ding niet, als je met Troy wilt trouwen, kom dan heel gauw terug, en neem niet één lid van je hillbilly-familie mee.' Hij hief zijn gezicht op, zodat ik de wetende blik in zijn ogen kon zien. 'Ja, mal kind, ik weet alles, en, nee, Troy heeft het me niet verteld. Ik ben niet lichtgelovig of dom.' Hij keek naar me met een spottende glimlach. 'En wat meer is, lieve kind, ik heb al die tijd geweten datje door de doolhof naar mijn broer ging.'
'Maar... maar,' stotterde ik verward, onbeholpen, verlegen. 'Waarom heb je er dan geen eind aan gemaakt?'
Er speelde een cynische glimlach om zijn lippen. 'Verboden vruchten zijn het aantrekkelijkst. Ik had een wilde hoop dat Troy in jou, iemand die totaal anders was dan de enige vrouw die hij ooit had gekend, iemand die lief, fris en uitzonderlijk mooi was, eindelijk een goede reden zou vinden om te blijven leven.'
'Het was je bedoeling dat we verliefd zouden worden?' vroeg ik verbaasd.
'Ik hoopte het, dat was alles,' zei hij simpel. Voor het eerst leek hij volkomen eerlijk en oprecht. 'Troy is als de zoon die ik nooit kan krijgen. Hij is mijn erfgenaam, degene die het vermogen van de Tattertons zal erven en de familietraditie zal voortzetten. Door hem en zijn kinderen hoop ik het gezin te krijgen dat Jillian me niet kon geven.'
'Maar je bent nog niet te oud!' riep ik uit.
Hij kromp even ineen. 'Wil je daarmee zeggen dat ik van je grootmoeder moet gaan scheiden om met een jongere vrouw te trouwen? Ik zou het doen als ik kon, geloof me, ik zou het doen. Maar soms kun je zo diep ergens in verstrikt raken, dat er geen uitweg meer is. Ik ben de oppasser van een vrouw die bezeten is van het idee om jong te blijven, en ik voel genoeg voor haar om haar niet in een wereld te smijten waarin ze zonder mijn steun geen twee weken zou overleven.' Hij zuchtte diep. 'Ga dus, meisje. Zorg er alleen voor dat je terugkomt, want als je dat niet doet, zal wat er met Troy gebeurt je zo'n verschrikkelijk schuldgevoel geven dat je de rest van je leven misschien nooit meer gelukkig kunt zijn.'