9 Een weerwolf op de camping bij Bladel
Vanuit Eindhoven volgt u de borden Turnhout-Antwerpen. Op deze snelweg neemt u de afslag Bladel. Bovenaan bij het stoplicht gaat u links, en vervolgens bij de rotonde rechts. Volg de borden Eersel-Reusel. In Bladel, bij de tweede verkeerslichten, slaat u links af naar De Achterste Hoef. De Achterste Hoef was vroeger een boerderij (vandaar ‘Hoef’), en is tegenwoordig een vijfsterren kampeerterrein. Het volgende verhaal speelde zich hier af.
Bladel, 1894, de heer J.F.C. Schaap vertelt – Op de Achterste Hoef woonde vroeger een boer, en die boer had een knecht, en dat was een weerwolf. Op een eigenaardige manier zijn ze daar achter gekomen.
Die knecht deed het met een meid uit de buurt. Op een avond waren die twee samen buiten het dorp geweest en ’t schemerde al toen ze op huis aan gingen. Ze waren al niet meer zo heel ver van huis toen hij een onweerstaanbare lust voelde om weerwolf te worden; maar de meid merkte het natuurlijk niet. Hij zei tot haar: ‘Ik moet hier eens even van de weg af bij de boer zijn; ga jij maar door, ik zal je wel inhalen. Maar kom je soms een kwade hond tegen die je wil bijten, gooi hem dan mijn zakdoek toe, dan bijt hij daarin. En loop jij dan maar hard door.’
Zo gezegd, zo gedaan. Hij gaat weg, en een ogenblik later ziet ze een grote hond die haar aanvliegt. Maar ze gooit hem de zakdoek toe; het dier pakt die en bijt hem kapot, en zij gaat er snel vandoor.
Toen de zakdoek verscheurd was, werd de weerwolf weer stilaan mens, en ging hij zijn lief achterna, dat hij inhaalde
en thuis bracht, terwijl zij hem het gebeurde vertelde.
Zo kwamen ze dan thuis, waar het geval natuurlijk nogmaals besproken werd, hoewel hij er niet graag over sprak. Hij bleef voor het avondeten. Onder het maal zagen ze de stukken van de verscheurde zakdoek tussen zijn tanden zitten en ze merkten zo dat híj de weerwolf was.
Later is hij van die lastige eigenschap afgekomen, en wel op de volgende manier.
Zoals men weet, bezitten weerwolven een gordel die ze om het lijf doen wanneer ze zich willen veranderen. Op een goeie keer had de boer bij wie hij woonde hem ver van huis ergens naartoe gezonden; en toen hij weg was, vond de boer de gordel. Meteen liet hij de oven gloeiend heet stoken. De buren werden erbij geroepen en samen wierpen ze de gordel in de gloeiende oven. Op welke manier wist niemand, maar op hetzelfde ogenblik stond de knecht bij de oven en wilde erin lopen, om de gordel van de vlammen te redden. Maar samen hield men hem met de grootste moeite in bedwang. Hij rukte en trok om los te komen, tot de gordel helemaal verbrand was. Toen was de macht verbroken en werd hij kalm, en was hij voorgoed van de weerwolverij af.