Hoofdstuk 34

Het kon zijn dat ik een shock had, want even later stonden we op het bordes voor de ingang van rechtbank – ik, Norma, pap, Clarissa, Williams en Simon, en pap en Clarissa ondersteunden me. Ik kon me niet herinneren hoe we buiten waren gekomen en waarom ze me vasthielden. Het enige wat ik nog wist, was dat Mark en ik tegen elkaar hadden opgeboden voor het bezit van onze eigen hond, en dat Mark had aangeboden om vijftigduizend pond voor hem te betalen, hetgeen zo ongeveer het bedrag moest zijn dat hij, nadat we de advocaten en de rechtbank hadden betaald, aan onze scheiding zou overhouden.

‘Wat een verspilling van de poen!’ zei mijn vader. ‘En die schoft van een Curtis? Ik vermoord die man!’

‘Hou op, Bob,’ zei Norma.

‘Nee! Ik hou níét op! Hij heeft Annies leven verpest! Ik meen het, daar zal ik hem voor laten boeten, al is het mijn laatste daad op deze aarde. En jij, jongedame,’ vervolgde hij tegen mij, ‘liegen onder ede, het stelen van die hond, en het trouwen met die halvegare van een Mark – deze hele geschiedenis is van begin af aan één grote ellende geweest.’

Williams probeerde zich ermee te bemoeien. ‘Kom, kom, meneer Osborne –’

Maar mijn vader liet hem niet uitspreken. ‘En van u wil ik geen woord meer horen! Hebt u dat begrepen? U noemt zichzelf advocaat? Volgens mij komt u niet verder dan het herkennen van dat gele spul in een fles!’

Op dat moment kwamen Mark, zijn ouders en zijn advocaat naar buiten. Jackie was nog steeds in tranen. Mark zag bleker dan ooit en hij hield Fluffy’s riem vast. Toen ze dichterbij kwamen, probeerde Fluffy als een gek kwispelend naar mij toe te komen, en toen mijn vader Mark zag aankomen, stormde hij op hem af.

‘Achterlijke schoft die je bent!’ Mijn vaders vuist trof Mark op de wang. Mark wankelde naar achteren en stootte Greenwoods aktetas uit haar hand. Terwijl al haar papieren wegwaaiden, stortte ik mij op mijn vader. Clarissa probeerde me tegen te houden en Fluffy sprong blaffend tegen ons op. Het volgende moment ging Dennis mijn vader te lijf, waarop Fluffy zijn scherpe kaken in paps op maat gemaakte colbertje zette en een deel van de mouw afscheurde, en pap opnieuw naar Mark uithaalde. Ik zag flitslicht afgaan – een paar passanten waren blijven staan om naar de vechtpartij te kijken en een van hen maakte met haar mobieltje foto’s van ons.

Plotseling stortte Norma zich in de strijd en duwde Mark en pap uit elkaar. ‘Ophouden!’ riep ze. ‘Zo is het meer dan genoeg!’ Ze zette haar armen in haar zij, maakte zich zo lang mogelijk en keek ons woedend aan. ‘Hoe komen jullie erbij je als een ordinaire straatbende te gedragen? Is deze ochtend niet al erg genoeg geweest? En wat sta jíj daar verdomme eigenlijk te doen? Waar bemoei je je mee!’ riep ze naar de eigenaresse van de telefoon, die nog steeds vrolijk plaatjes stond te schieten. ‘En dat voor een volwassen vrouw! Je zou je moeten schamen! Ga naar huis en ruim de boel daar op!’ Diep beledigd stak de vrouw haar mobieltje in haar zak en liep weg. Norma haalde diep adem en wendde zich tot mijn vader. ‘Bob Osborne, heeft Annie niet al meer dan genoeg voor haar kiezen gehad vandaag zonder dit er ook nog bij te moeten hebben?’

‘Norma, bemoei je er niet mee,’ snauwde hij. ‘Dit is een familiekwestie.’

Norma verstijfde. Het volgende moment streek ze haar pony uit haar gezicht, sloeg haar armen over elkaar en keek mijn vader uitdagend aan. ‘O ja? En zou ik dan misschien even mogen weten wat ik dan ben, als ik geen familie ben? Ik mag dan misschien maar een paar jaar ouder zijn dan Annie, maar de hemel weet dat ik sinds de dag waarop ik haar heb leren kennen, van haar heb gehouden alsof ze mijn eigen kind was. Maar jij – jij hebt me altijd zo veel mogelijk op afstand van haar gehouden. O ja! Precies zoals je jezelf altijd op afstand van mij hebt gehouden.’

‘Hou je mond, Norma, dit is niet de plek of het moment om…’ begon mijn vader.

Hij had geen schijn van kans tegen deze nieuwe, vurige vrouw die nu haar armen vaneen deed en met de lange, roodgelakte nagel van haar wijsvinger op een bijna verachtelijke wijze in de revers van zijn colbertje prikte. ‘Waag het niet mij te commanderen!’ riep ze. ‘Ik maak zelf wel uit wat ik doe! Wie ben jij om voor mij te bepalen waar ik het wel of niet over mag hebben? Je hebt níets over mij te zeggen. Ik ben de baas over mijzelf. Ik ben moeder en ik ben onderneemster, en ik heb schoon genoeg van de manier waarop je mij behandelt, alsof ik alleen maar een soort van – ik weet niet – een soort van lekker dier ben dat je erbij kunt hebben.’

Jackies mond viel open, en die van pap net zo. ‘Ik heb nooit –’

Norma was niet meer te stuiten. ‘En het komt je goed van pas, niet, om mij als tijdelijke speelpoes te hebben,’ ging ze verder. ‘Ik mag komen als je me wilt hebben en kan opdonderen als het je niet uitkomt. Maar daar heb ik genoeg van, weet je dat? En ik heb dit al veel te lang geslikt. Zal ik je eens wat zeggen? Je was van begin af aan tegen Annies huwelijk. En ik weet niet, maar als je wat aardiger tegen je schoonzoon was geweest, in plaats van altijd maar kritiek op hem te hebben, zou dit drama mogelijk nooit zijn gebeurd.’

Mijn vader kon zijn oren niet geloven. ‘Aha, dus nu is dit allemaal mijn schuld? Het is mijn schuld dat mijn dochter, dankzij deze overspelige en aartsluie schoft, haar huis kwijt is en een strafblad krijgt?’

‘Onze zoon is geen schoft!’ viel Jackie hem in de rede.

‘En het is zeker ook mijn schuld,’ ging pap verder, ‘dat ze met zijn tweeën duizenden en duizenden ponden aan deze stompzinnige scheiding hebben vergooid?’

Ik ging op de stoep zitten terwijl hij en Norma tegen elkaar bleven schreeuwen.

Ondertussen tikte Martha Greenwood op Williams’ schouder. ‘U hoort van mij in verband met de regeling. Misschien kunt u die betaling aan Holtby voldoen van het geld dat uw cliënt de mijne verschuldigd is.’ Williams knikte afwezig, maar hij bleef als betoverd naar Norma staan kijken. Hij was volledig in haar ban, net alsof hij nog nooit iemand had gezien zoals zij. Greenwood wendde zich tot Mark. ‘Ik denk dat het tijd is om te vertrekken.’

‘Ik wil eerst nog even iets tegen Annie zeggen,’ zei Mark. Hij kwam naar me toe en Fluffy liep, opgewonden aan zijn riem trekkend, voor hem uit. Terwijl hij mijn gezicht probeerde te likken, boog Mark zich over me heen en zei: ‘Het spijt me.’

Ik keek op. ‘Waarom zou het je spijten? Je hebt gewonnen. Dat wilde je toch?’

‘Het enige wat ik wilde, was dat er goed voor Fluffy gezorgd zou worden. En je weet best dat jij dat niet kunt omdat je de hele dag op je werk bent.’

‘Nou, dat zou nu geen probleem meer zijn geweest,’ zei ik.

‘Hoe bedoel je?’

‘Nou, als je het per se weten wilt, ik ben gisteren ontslagen.’

‘Wát?’

‘En eigenlijk komt dat nog goed van pas ook,’ voegde ik er bitter aan toe, ‘want ik geloof niet dat ik voldoende vakantiedagen had om mijn gevangenisstraf uit te kunnen zitten.’

Mark had het fatsoen om ontzet te zijn. ‘Verdomme! Dit is een regelrechte nachtmerrie geworden.’

Ja, dat was het – een nachtmerrie. Alle liefde die ik ooit voor hem had gekoesterd, was omgeslagen in pure haat die mij vergiftigde.

‘Het spijt me echt heel erg, Annie.’

‘Wat precies? Dat je vijftigduizend pond kwijt bent, of dat je mijn leven hebt verpest?’

‘Je moet van me aannemen dat ik je heus niet onnodig in nog meer moeilijkheden wilde brengen. Mijn advocate wilde alles weten, dus toen Darcie mij vertelde wat jij haar had verteld, heb ik dat zonder meer aan haar doorgegeven. Was ik maar niet zo oerstom geweest! Als ik van tevoren had geweten wat dat tot gevolg zou hebben, zou ik er in geen miljoen jaar over begonnen zijn.’

Ik duwde Fluffy van me af en stond op. ‘Nou, daar is het nu allemaal wel een beetje te laat voor. Doe me een lol en bespaar me je verdere excuses.’

‘Maar echt, ik zweer het, het was nooit mijn bedoeling…’ ging hij zonder al te veel overtuiging verder. In plaats van zijn zin af te maken, zei hij opeens: ‘Ik wou dat we de klok terug konden draaien.’

‘Nou, dat wil je vast niet zo graag als ik,’ zei ik. ‘En weet je tot op welk moment? Tot de dag waarop ik het nummer van Wag the Dog Walks heb gedraaid. Ik wou dat ik je nooit had gebeld.’

Mark beet op zijn lip. Toen zei hij: ‘Neem jij hem maar.’

‘Wat?’

‘Hier. Fluffy is voor jou.’

Even was ik sprakeloos, maar toen zag ik opeens de ironie van de hele situatie en moest ik lachen. ‘Na alles wat er gebeurd is? Je bent niet goed wijs.’

Hij bood me de riem aan. ‘Hier, toe dan – pak aan.’

Ik keek hem woedend aan. ‘Je hebt er zeker spijt van dat je al mijn moeizaam verdiende geld aan hem hebt uitgegeven, hè? Nou, het spijt me. In tegenstelling tot jou bezit ik geen vijftigduizend pond.’

Toen Marks gezicht zich in een grimas plooide, realiseerde ik me hoe lang het geleden was dat hij me liefdevol had aangekeken. ‘Ik betaal Holtby,’ zei hij. ‘Ik bedoel, van mijn deel van de financiële regeling. Ik heb nooit geld van je gewild. Jij hebt erop gestaan dat ik het aan zou nemen.’

‘Ik heb je anders geen bezwaar horen maken,’ reageerde ik.

‘Dat heb ik wel geprobeerd, maar je gaf me geen kans. Voor jou was het van begin af aan een voldongen feit dat we het op deze manier zouden doen.’ Hij keek me even doordringend aan. ‘En zo heb je tot op het allerlaatste moment de touwtjes van onze beurs in handen gehad. En neem hem nu maar, voor ik nog van gedachten verander.’ Mark pakte mijn rechter, tot een vuist gebalde hand, duwde mijn vingers open en drukte er Fluffy’s riem in.

Op dat moment hoorde ik aan de overkant van Fleet Street een hondje keffen. Fluffy hoorde het ook. Hij spitste zijn oren, en alle drie keken we om. Tussen de langsrijdende auto’s en bussen door zagen we een vrouw met een prachtige Cavalier King Charles spaniël lopen. Het hondje zwaaide parmantig en uitdagend met zijn staart als een stripper die met haar boa paradeerde. Fluffy zag de hond en begon te blaffen en aan de riem te trekken om erheen te kunnen. Ik duwde de riem weer in Marks hand. ‘Bedankt, maar nee. Ik wil níets van jou hebben.’

Hij keek me stomverbaasd aan. ‘Zelfs Fluffy niet?’

‘Nee. En weet je ook waarom, Mark? Omdat ik, telkens wanneer ik hem zie, aan ons huwelijk zou moeten denken.’

Intussen was de parmantige staart van de spaniël al een heel eind verder, en Fluffy trok nog wanhopiger om naar het hondje toe te kunnen voor hij verdwenen zou zijn.

Mark wilde de riem opnieuw in mijn hand drukken. ‘Neem hem nu maar, verdomme.’

‘Ik wil hem niet!’

‘Neem hem, zeg ik!’

‘Nee!’

‘Annie, pak aan!’

En terwijl we elkaar om de beurt de riem in de hand drukten, trok Fluffy zich los en vloog de stoeptreden af, de sexy teef aan de overkant van de straat achterna. Mark en ik renden achter hem aan en riepen dat hij moest blijven staan, maar hij luisterde niet – tegen zijn libido konden we niet op.

Met fladderende oren, wapperende zwart-witte pony en een vol verwachting kwispelende staart sprong Fluffy van het trottoir en rende regelrecht een rijdende auto tegemoet.