Hoofdstuk 22
Die avond lukte het me niet erachter te komen hoe de magnetron werkte, dus ik ging met mijn kartonnen beker koude soep en mijn BlackBerry in bed zitten om eens lekker mijn hart bij Clarissa uit te storten. Fluffy lag languit naast me op de vloer. Zijn uitstapje naar Haines and Hampton, in combinatie met de lange wandeling terug naar Fulham nadat we na het beschamende incident naar huis waren gestuurd, had ons alle twee uitgeput. Hij was, meteen nadat ik hem zijn eten had gegeven, in slaap gevallen, en had zich daarna niet meer verroerd. Maar hoewel ik even gevloerd was, kon ik niet voorkomen dat de gebeurtenissen van de afgelopen vierentwintig uur me onafgebroken door het hoofd bleven spoken.
‘Je kunt je niet voorstellen hoe verschrikkelijk het was,’ bekende ik haar tussen twee happen ijskoude aardappel-preisoep door. ‘En even dacht ik dat George me nog zou ontslaan ook.’
‘Nou, lieverd, dat zou hij nooit zomaar kunnen,’ zei ze met die geruststellende maatschappelijkwerkstersstem van haar. ‘Niet voor dat op zich onbenullige incident. Er zijn wetten, hoor, om de werknemer te beschermen. Je werkt al eeuwen bij Haines en hij zou je hoe dan ook eerst een officiële waarschuwing moeten geven.’
‘Nou, dat heeft hij nu dus gedaan.’
‘O, jeetje. Het verbaast me dat hij er de grappige kant niet van heeft ingezien. Dat van die La Perla is om te gillen. Ik kan alleen maar zeggen dat Fluffy gezien zijn nederige oorsprong in Camden Town een nogal dure smaak heeft ontwikkeld.’
‘Clarissa, ik geloof echt dat je niet beseft hoe ernstig dit is. Ik heb mijn baan nodig. Zonder mijn werk ben ik verloren. En daarbij, als ik niets verdien, hoe zou ik dan moeten betalen voor dit miniflatje waar ik nu zit, laat staan voor de maandelijkse hypotheekaflossingen van het Workhouse, én de rekeningen van Williams? En dan heb ik het nog niet eens over Marks advocaat, van wie ik heb gezegd dat hij die op mijn kosten in de arm kon nemen!’
‘Echt hoor, Annie, je moet wel gek zijn geweest om dat te doen!’
‘Je meent het. Maar in dat stadium konden Mark en ik nog redelijk met elkaar overweg, en toen leek het me alleen maar eerlijk. Hoe kon ik weten dat hij haar zou gebruiken om me Fluffy afhandig te maken?’
‘Kun je niet onder die betaling uit?’
‘Misschien wel, maar daarmee zou ik Mark alleen maar nog verder tegen me in het harnas jagen.’
‘Ben je soms iets verloren in dat neusgat, Rebecca?’ zei Clarissa opeens, buiten ons gesprek om. ‘Zo niet, haal die vinger er dan uit. Neem me niet kwalijk, Annie. Denk je niet dat het een vergissing was om weg te gaan uit het Workhouse? Kun je niet terug?’
‘Nee, onmogelijk!’ Ik zette de lege beker op mijn nachtkastje neer. Een milliseconde later werd Fluffy wakker, sprong op en pakte het. ‘Afblijven, Fluffy!’ riep ik terwijl hij het tussen zijn voorpoten nam en op het punt stond het te verscheuren.
‘Wat doet hij?’
‘Het restje van mijn soep opeten, met karton en al. Hij is de afgelopen achtenveertig uur ineens ontzettend ongehoorzaam geworden. Ik snap werkelijk niet wat hem bezielt!’
‘Zou hij van streek kunnen zijn omdat zijn leven ineens op zijn kop staat?’
‘O, fijn, dank je. Nu kan ik me tenminste lekker schuldig voelen.’
Ik hoorde Clarissa zuchten. ‘Moet je horen, lieverd, het mag dan heel afschuwelijk zijn om met Mark onder één dak te moeten wonen, maar voor Fluffy zou het wel een stuk rustiger zijn als Mark, zolang jij op je werk bent, gewoon voor hem kan blijven zorgen. Hou daarmee op, Rebecca!’
‘Dat is het enige waar Mark ooit goed voor was, hè? Op de hond passen,’ zei ik op walgende toon.
‘Nou, dat zou ik niet willen zeggen,’ zei Clarissa na een korte aarzeling.
‘O? Wat zou je dan wél willen zeggen?’
‘Nou,’ ging ze voorzichtig verder, ‘je bent ooit eens gelukkig met hem geweest, weet je nog? Heel gelukkig zelfs.’
‘Fijn dat je me daaraan herinnert. Voor de schoft andere vrouwen begon te naaien, bedoel je.’
‘Ja, nou, dat was natuurlijk een probleem.’
Nu was het mijn beurt om te zuchten. ‘Ik kon onmogelijk bij hem in de flat blijven wonen. Je kunt je niet voorstellen hoe het is om met iemand samen te moeten leven die je niet uit kunt staan en die jou niet kan uitstaan. Niet dat dit zo veel beter lijkt te zijn. Ik heb geen idee hoe ik mijn werk met Fluffy moet combineren in de weken dat ik hem heb. De dagen zijn gewoon te kort.’
‘Moet je mij vertellen. Ik heb vier kinderen. Of liever, nog even, en dan heb ik er nog maar drie. Rebecca!’
‘O, mam!’ hoorde ik Rebecca piepen. ‘Pappie zegt dat iedereen in zijn neus peutert!’
‘Ja, maar alleen als niemand het ziet. En in géén geval aan mijn keukentafel. Het is verduveld moeilijk voor je, Annie,’ ging Clarissa weer verder tegen mij. ‘Heb je…’ ze aarzelde even ‘…er ooit wel eens aan gedacht dat Mark misschien gelijk zou kunnen hebben?’
‘Gelijk?’ Ik lachte. ‘In welk opzicht?’
‘Nou, je wilt het waarschijnlijk niet van me horen, lieverd, maar misschien is hij, gegeven de omstandigheden, toch wel de aangewezen persoon om Fluffy te krijgen.’ Clarissa moest mijn gesmoorde kreet van ongeloof hebben gehoord, want ze voegde eraan toe: ‘Voorlopig dan, bedoel ik. Gezien de situatie zoals die nu is.’
‘Nou, de situatie ís alleen maar zoals die nu is omdat die luie hufter geen baan heeft!’ riep ik uit. ‘Hij hoeft niet te werken, om dat ik toevallig nog steeds alles voor hem betaal, nietwaar? En als dit zo doorgaat, dan zal ik dat de rest van mijn leven moeten blijven doen!’
‘Ja, dat weet ik, maar –’
‘Maar wát, Clarissa?’ Ik kon mijn oren niet geloven. Was dit echt mijn beste vriendin die dit tegen mij zei? ‘Je gaat me toch niet vertellen dat je het voor Mark opneemt, wel? Want als dat zo is, dan vergeef ik je dat nooit!’
‘O, Annie, doe niet zo mal! Ik neem het voor niemand op!’
‘Nou, dat zou je wel moeten doen!’ jammerde ik. ‘Je zou het voor míj moeten opnemen!’
‘Lieverd, natuurlijk sta ik achter jou, dan weet je best. Ik denk alleen dat… Nou, dat het misschien nog niet zo héél erg dom is wat Mark voorstelt.’
Ik voelde een irrationele woede in me opwellen. Ik pakte een balpen die op het dekbed lag en beet keihard op de achterkant ervan.
‘Ik bedoel,’ ging Clarissa verder, ‘zeg nou zelf. Zou het niet veel gemakkelijker voor jou zijn als Fluffy doordeweeks bij Mark was en jij hem de zondagen had?’
‘Clarissa!’
‘Lieverd,’ haastte ze zich eraan toe te voegen, ‘ik denk alleen maar aan jouw welzijn en aan dat van Fluffy.’
Ik haalde de pen even uit mijn mond en zei: ‘Nou, laat ik daar nu toevallig ook aan denken. Daar gáát het nu juist om, in deze hele voogdijkwestie!’
Er viel een korte stilte en toen vroeg Clarissa zacht: ‘Echt waar, Annie?’
Het plastic versplinterde tussen mijn tanden. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik fel.
‘Weg hier, Becky! Nee, geen gemaar! Ik probeer hier een ongestoord gesprek met mijn vriendin te voeren. Ja, ik weet dat Annie ook jouw vriendin is, maar ze was eerst van mij. En doe de deur alsjeblieft achter je dicht. Hé! Ik zei niet dat je hem dicht moest smijten! Moet je horen,’ ging ze verder, terwijl ik de scherpe stukjes plastic uit mijn mond viste, ‘ik hoop niet dat je me zult haten voor wat ik nu ga zeggen, maar denk je niet dat – en dat bedoel ik alleen maar als een mogelijkheid, hoor – jij en Mark Fluffy gebruiken om elkaar het leven extra zuur te maken?’
‘Nou, dat híj dat bij mij doet, dat is duidelijk!’ riep ik. ‘Hoewel de hemel mag weten waarom. Wat heb ik Mark ooit aangedaan, afgezien dan van aardig tegen hem te zijn?’
‘En?’
‘En wat?’
‘En jij?’
‘Hoezo?’ Ik zag dat ik dwars door de plastic vulling van de balpen had gebeten. ‘Wil je soms beweren dat ik Fluffy zou gebruiken om Mark te pesten?’ vroeg ik, terwijl ik van het bed opstond, de badkamer binnen ging en in de spiegel keek. Ik had een grote blauwe vlek op mijn lippen. Ik probeerde hem weg te vegen met een handdoek, maar het enige wat ik ermee bereikte, was dat hij groter werd.
‘Ik zeg niet dat het zo ís, lieverd, ik vráág het alleen maar.’
‘Dacht je echt dat ik tot zoiets laags in staat was?’ schreeuwde ik terwijl ik mezelf weer op het bed liet vallen. Clarissa gaf geen antwoord. ‘Ja, dus,’ besloot ik, op mijn teentjes getrapt.
‘Volgens mij ben je ontzettend boos op hem. En terecht, natuurlijk. Ik vraag me alleen maar af of je, wanneer het om Fluffy’s bestwil gaat, nog wel objectief kunt zijn. Ik bedoel, wat op dit moment het beste voor Fluffy zou zijn.’
‘Ik kan gewoon niet geloven dat je dat zegt, Clarissa. Je bent mijn beste vriendin!’
Ik hoorde haar diep ademhalen. ‘Lieverd, ik zeg het júist omdat ik je beste vriendin ben. Omdat ik van je hou.’ Ineens moest ik bijna huilen. ‘En eerlijk gezegd maak ik me zorgen om jou,’ ging ze verder. ‘Dit gevecht om Fluffy – moet je kijken wat het met je doet!’
‘Hét doet niets met mij! De enige die wat met mij doet, is die hufter van een Mark Curtis!’
‘Goed dan. Maar waar het op neerkomt is dat je eraan onderdoor gaat, aan deze kwestie van wie de voogdij over Fluffy krijgt. Het begint een obsessie voor je te worden.’
‘Nou, zo gek is dat toch niet, of wel?’ vroeg ik. ‘Snap je het dan niet, Clarissa? Mark heeft me al praktisch alles afgenomen – mijn leven, mijn toekomst en mijn huis. Om nog maar te zwijgen over het vertrouwen in mijn eigen oordeelsvermogen. Ik bedoel, ik ben met die man getrouwd, nota bene! Nou, en ik verdóm het om hem ook Fluffy nog te geven! Ik verdom het om net zo uit Fluffy’s leven te verdwijnen als mijn moe–’ Ik hield abrupt mijn mond toen ik mezelf tekeer hoorde gaan en me realiseerde wat ik wilde zeggen.
‘Annie?’ vroeg Clarissa. ‘Wat had je willen zeggen?’ Ze wist het, want toen ik geen antwoord gaf, zei ze zacht: ‘Lieverd, je bent je moeder niet. Je laat Fluffy niet stikken. En hij is geen kind.’ Ik barstte in snikken uit. ‘O, het spijt me,’ zei Clarissa, op haar meest geruststellende toontje. ‘Lieverd, ik wilde je niet van streek maken! Maar moet je horen, als jij Fluffy niet meer kunt meenemen naar je werk en hij ook niet alleen thuis kan blijven, hoe wil je die weken dat hij bij jou is dan in vredesnaam voor hem zorgen?’
‘Dat weet ik niet,’ snikte ik. ‘Ik moet er een oplossing voor vinden. Het is nagenoeg ondoenlijk om een volle baan te hebben en ook nog voor een hond te zorgen. Hoe doen ongehuwde moeders dat met hun kinderen?’
‘Nou, voornamelijk door slecht betaald parttimewerk te doen en alleen tijdens de schooluren te werken,’ zei ze, weer helemaal de maatschappelijk werkster. ‘En in andere gevallen betalen ze een oppas.’
We zwegen. En toen riepen we in koor: ‘O, help, nee!’
‘Dus dan heb ik een nieuwe hondenuitlater nodig, niet?’ snikte ik.
‘Maar doe jezelf een plezier, Annie. Neem een vrouw, deze keer. Eentje die geen problemen kan veroorzaken.’
En dat beloofde ik haar.