*
Het weekend volgend op Lucys kleine, eh... tête i téte, bij gebrek aan een beter woord, met Max hoewel ze niet helemaal zeker was wat tête è téte betekende, klonk het wel als iets wat zich tussen hen had afgespeeld was ze er verrassend goed in geweest hem te ontlopen. Bij nader inzien was dat misschien niet zo verrassend, want kort na het téte tête of hoe dat ook heette was Max naar zijn appartement gevlucht, en kort daarop was er een taxi gestopt voor het koetshuis, en kort daarop weer weggereden met Max en een weekendtas op de achterbank. Lucy was er niettemin in geslaagd om hem het hele weekend te ontlopen, waarop ze behoorlijk trots was. Het feit dat hij in die tijd helemaal niet in haar buurt was. deed niet terzake, vond ze.
Hoe dan ook, hij kwam maandagochtend vroeg terug, en ze slaagde er nog steeds in hem te ontlopen grotendeels omdat hij weer naar zijn appartement was gevlucht, de deur achter zich op slot had gedaan, er wat klonk als een groot meubelstuk voor had geschoven, en er niet eenmaal uit was gekomen. En ook omdat Lucy, aangezien het haar vrije dag was, naar haar eigen appartement was gevlucht, de deur achter zich op slot had gedaan, er een groot meubelstuk voor had geschoven, en er niet eenmaal uit was gekomen.
Grappig, maar rij en Max leken een hoop gemeenschappelijk te hebben.
Wat ze echter jammer genoeg niet kon ontlopen, vooral omdat ze in haar appartement zat opgesloten met niets om handen, waren haar herinneringen aan hun tète è tête, die haar op de meest ongelegen momenten overvielen d.w.z. voortdurend en haar een warm en beklemd gevoel gaven, en de drang om de gebeurtenissen in gedachten steeds weer te herhalen. Ze kon zich nog steeds niet helemaal herinneren hoe alles zo gekomen was. Het ene moment hadden rij en Max popcorn zitten eten en als vrienden ritten babbelen, en het volgende...
Nou ja, het volgende moment waren ze overvallen door een seksuele vuurzee en hadden ze elkaar met huid en haar proberen op te eten. Wat precies de brug was geweest tussen de twee toestanden, kon Lucy met geen mogelijkheid zeggen.
Natuurlijk , ze kon niet ontkennen dat ze zich fysiek tot Max voelde aangetrokken, al vanaf de eerste keer dat ze hem had gezien. Hij was gewoon te appetijtelijk, te mannelijk, te magnetisch voor haar om zich niet tot hem aangetrokken te voelen. Ze had zich wel eerder fysiek tot mannen aangetrokken gevoeld, maar nooit met die hitte van binnen als nu met Max, bijna vanaf de eerste dag. En bij die gelegenheden dat ze de kans hadden gekregen om met elkaar te praten, was hij zo lief, zo aardig, zo voorkomend en zo intrigerend geweest dat hij alleen maar aantrekkelijker voor haar was geworden. Hij was opgeruimd, vriendelijk en bescheiden, helemaal niet zoals ze verwacht had dat een man die er zo uitzag zou zijn. Iemand die er uitzag als Max Hogan was ijdel, oppervlakkig en egocentrisch. Hij was echter niets van dat al. Nee, hij was juist...
Lief. Ia, dat was het enige woord waarmee Lucy hem adequaat kon beschrijven. Lief en sexy. Welke vrouw kon een dergelijke combinatie weerstaan?
Natuurlijk was ze voor hem bezweken vrijdagavond, overtuigde ze zichzelf. Welke vrouw zou dat niet? Als de dingen waren gegaan zoals ze leken te gaan, zou ze zaterdagochtend naast Max wakker zijn geworden, naakt, bevredigd en op een prettige manier vol met blauwe plekken, en ze zou geen greintje schuldgevoel hebben gehad. Want hoe idioot het ook mocht klinken. ze was al een beetje verliefd op die gozer. Dat wist ze omdat haar gevoelens voor Max heel anders waren dan de gevoelens die ze had gekend voor andere mannen, zelfs als ze intiem met ze was geweest. Wat ze beschouwd had als liefde, verbleekte in vergelijking wat ze nu voelde, deze warme, sentimentele affectie voor hem, die verschroeiende behoefte om het te willen vasthouden...
... en hem nooit meer te laten gaan.
Dat was het. realiseerde Lucy zich nu. Ze wilde Max nooit meer laten gaan. Ze wilde voor altijd zijn waar hij was. Het idee om hem niet in haar nabijheid te hebben was onverdraaglijk.
En niet alleen vanwege de seks. Zelfs voordat hun libido's waren geëxplodeerd die vrijdagavond, had ze zich warm en zacht gevoeld van binnen, gelukkig omdat ze in een en dezelfde kamer met hem was. Het was voldoende geweest als ze alleen maar hadden gepraat. Ze had dingen met hem gedeeld die ze nooit met iemand anders had gedeeld en hij had niet een keer getwijfeld of het verstandig was om die dingen te delen. Ze had het prettig gevonden om met hem te praten, terwijl ze zich bij andere mensen vaak ongemakkelijk voelde. Meestal sprak ze niet veel met anderen, want ze was bang dat ze het niet belangrijk vonden wat zij te zeggen had. Maar Max had het wel belangrijk gevonden. Hij was oprecht geïnteresseerd in haar. Het had haar een goed gevoel gegeven om met hem te praten.
Hij.. . hij raakte iets in haar. Iets dat nog niet eerder was geraakt. Hij vond haar aardig. Dat wist ze. Hij vond haar echt aardig. Wat Max betreft was rij gewoon een huishoudster die haar school probeerde af te maken, een vrouw die van arme komaf was en die een onbevredigend leven had geleid Wat hem betreft had rij weinig vooruitzichten en weinig te bieden. Maar hij vond haar desondanks aardig. Dat kon alleen maar omdat hij haar waardeerde om wie zij was. Echt was. Als persoon. Hij zou het waarschijnlijk niet eens erg vinden als hij ontdekte dat ze dat ze niet degene was die hij dacht ze was.
In de aanwezigheid van Max vrijdagavond, voor en tijdens de momenten dat alles spannender was geworden, had Lucy dingen gevoeld goede dingen, warme dingen, prettige dingen die ze nooit eerder had gevoeld. Hij leek zichzelf ook te hebben vermaakt, voor en tijdens. Hij had gelijk ze had deze reactie bij hem gevoeld Ze was opgewonden geraakt En hij wilde net zo graag met haar de li efde bedrijven als rij met hem.
Dus waarom had hij er zo plotseling een eind aan gemaakt, net toen de dingen goed leken te gaan? Waarom had hij niet de liefde met haar bedreven, toen het zo duidelijk was wat beiden zo graag wilden?
Ik mag je niet hebben, Lucy. Het mag niet
Zijn woorden dreunden na in haar hoofd. Hij had gezegd dat hij niet de liefde met haar kon bedrijven omdat het hem niet was toegestaan. Hij had dat van een hoop dingen gezegd sinds ze hem had ontmoet, herinnerde ze zich nu. Het huis van de Coves binnengaan was niet toegestaan. Een auto bezitten was niet toegestaan. Goede wijn was niet toegestaan. Lucy bezitten was niet toegestaan. De Coves konden onmogelijk al die regels hebben bedacht Waarom zouden ze? Bovendien was Max niet een man die zich voor een dergelijk karretje liet spannen. Nee, iemand als Max maakte rijn eigen regels. Dus als hem al die dingen niet waren toegestaan...
Dan was dat omdat hij ze zichzelf ontzegde.
Maar waarom? vroeg ze zichzelf opnieuw af. Hij leek niet een man die zichzelf de simpele genoegens van het leven liet afnemen. Dus waarom deed hij het?
In de loop van de maandagochtend wenste Lucy in feite dat maandag niet haar vrije dag was. Want ze voelde zich zo gespannen en rusteloos dat ze het huis van de Coves met liefde zou schoonmaken. Van boven naar beneden, van binnen en van buiten. Ze wilde zelfs de ramen lappen. Alle achtenzeventig. Misschien zou ze gewoon gaan werken, dacht ze, en aan mevrouw Cove vragen of ze donderdag vrij kon hebben. Ze was gewoon te opgewonden vandaag om te ontspannen en ze kon nergens heen waar ze haar overtollige energie kwijt kon. Dimitri had gezegd dat hij graag met haar wilde carpoolen in ruil voor benzinegeld, maar vandaag zou hij tot laat in de middag werken.
Natuurlijk wist Lucy dat er andere manieren waren om overtollige energie kwijt te raken dan het huishouden doen...
O nee, die waren er niet, sprak ze zichzelf onmiddellijk tegen. Tenminste niet vandaag. En niet alleen omdat het huis al redelijk schoon was Lucy had zichzelf versteld doen staan hoe goed ze in dat opzicht haar zaakjes voor elkaar had Ze was heel goed in haar werk, mits er geen lijstjes aan te pas kwamen. Mevrouw Hill had waarschijnlijk geen hulp nodig bij het bereiden van het avondeten, aangezien het er niet naar uitzag dat iemand vanavond thuis zou zijn. Rosemary was weg met die aardige meneer Finn er was daar zeker ook iets gaande, dacht Lucy met een grijns meneer Cove was de stad uit voor zaken, en mevrouw Cove en Abby
Hé, Abby, dacht Lucy, en klaarde op. Abby's kamers waren altijd een troep dat was niet meer dan normaal, ze was tenslotte acht jaar oud. Rosemary probeerde altijd te zorgen dat ze zoveel mogelijk opgeruimd waren. Maar na het weekend wekten ze de indruk dat er een atoombom was ontploft. Aangezien Rosemary vandaag weg was, zou ze niet in de gelegenheid rijn om ze op te ruimen. Lucy hoopte dat het kindermeisje pas laat thuis zou komen. Ze had wel wat ontspanning verdiend. Zeker met zo'n lekkere kerel als meneer Finn.
In haar oude spijkerbroek en T shirt met Dust Bunnie logo was Lucy al in haar werkkleding, dus ze kon net zo goed naar het grote huis gaan en de kamers van Abby een beetje opruimen. Dat zou een oplossing zijn voor haar seksuele uh, ze bedoelde overtollige energie, en het was een aardige verrassing voor Rosemary en Abby als ze thuiskwamen. Het beste was trouwens dat het letterlijk een afstand schepte tussen haar en Max. Want hier zitten en weten dat hij aan de overkant van de hal zat, zelfs als er twee afgesloten deuren en twee grote stukken meubilair tussen zaten, was meer dan ze kon verdragen. Vooral omdat zij naar hem toe wilde, niet zozeer omdat ze dan seksueel met hem kon doen waar ze zin in had, hoe afleidend dat ook klonk. Nee, Lucy wou naar hem toen zodat ze verbaal haar gang kon gaan.
Ze wou met Max praten, dat was alles. Nou ja, misschien was dat niet alles wat zij met hem wilde doen. Maar dat wilde ze het liefste. Goed, misschien was dat niet wat ze het liefste wilde. Maar het was wat ze op dit moment wilde. En het eerste wat ze tegen hem zou zeggen was: Waarom? Waarom ontzegde hij zich dingen die hij volkomen verdiende om te hebben? Die hij duidelijk wilde hebben? Vooral als het dingen waren die Lucy hem graag wilde geven?
Het zouden geen vragen z ij n die moeilijk te beantwoorden waren. Ze wist zeker dat Max een verklaring had. Helaas was het kennelijk niet zijn bedoeling om haar die nu te geven. Dus alles wat ze nu moest doen was een manier verzinnen om hem dichter bij haar manier van denken te brengen.
Abby Cove was de grootste sloddervos die Lucy ooit had gezien, die het duidelijk heerlijk vond om alles te laten slingeren zodat ze er goed zicht op kon hebben. Overal in haar kamer lagen spullen onder de kasten, op de kasten, in de kasten. Het deed Lucy erg denken aan haar eigen kindertijd. Ze was verrast om zoveel poppen te vinden, en accessoires daarvoor Abby speelde tenslotte liever met jongens. De roze en lavendelblauwe kleuren in de kamers, om nog maar te zwijgen van al het witte Provenç aalse meubilair, leken ook helemaal niet bij het meisje te passen. De poppen zagen er dan ook niet uit alsof er veel mee gespeeld was en ze lagen allemaal in de speelkamer, op planken, en niet op de vloer van Abby's slaapkamer, waar al haar favoriete speelgoed lag.
Lucy nam aan dat de poppen, net als het kleurenschema, waren uitgekozen door Alexis Cove, voor het perfecte meisje dat ze zich altijd gedroomd had Lucy wist nog dat in haar eigen kinderkamer niets terug te vinden was dat ze zelf mooi vond. want ook haar moeder had alle spullen voor haar uitgezocht.
Wal Lucy niet verraste van Abby's kamer was de grote hoeveelheid sport at tributen die ze aantrof Abby, tenslotte, speelde het liefst met jongens. Er waren ballen, handschoenen en stokken voor iedere sport, die Lucy niet altijd bekend voorkwamen, en alles zag eruit of er veel mee gespeeld was. Ook lagen er videobanden van de honkbal wedstrijden die het afgelopen seizoen waren gespeeld. Ze lagen in de slaapkamer, zodat Lucy aannam dat het haar lievelings spu l len waren. Tussen al die sportartikelen, hoewel half verscholen onder het bed, lag iets anders wat Lucy verraste een grote stapel bladen en nog wat boeken over autoracen.
Lucy bekeek nieuwsgierig de stapel tijdschriften en keek toen de rest van de kamer rond. De tijdschriften waren de enige lectuur in de slaapkamer. O, er waren genoeg boeken in de speelkamer, allemaal netjes gerangschikt op planken, en samen met de poppen het enige dat er netjes bij stond, wat erop wees dat Abby ze nooit aanraakte. Maar de racetijdschriften, met hun kleurige foto's van auto's en coureurs, fascineerden de kleine Abby duidelijk. Verder zag Lucy geen andere spullen in de kamer die met de racerij te maken hadden geen speelgoedauto's, geen racebaan, nergens speelgoed dat te maken had met auto's. Alleen de tijdschriften en de boeken.
Lucy moest erom lachen. Wat grappig dat zo'n klein meisje geïnteresseerd was in autoracen. Geen wonder dat ze dol was op Max, de monteur van de Coves.
Lucy liep naar de tijdschriften, die opengeslagen op de vloer en onder het bed lagen en begon ze netjes op een stapel te leggen. Terwijl ze daarmee bezig was keek ze achteloos naar de foto's op de omslagen afbeeldingen van racewagens op volle snelheid en mannen met bezwete hoofden die lachend grote trofeeën omhoog hielden. Ze stond net op het punt om de eerste stapel op te bergen, toen haar blik viel op een van de tijdschriften die nog opengeslagen op de vloer lag. Op het eerste gezicht was er niets vreemds aan de foto, het was gewoon weer de bekende pose van een bezwete coureur die lachend een trofee omhoog hield. Maar toen ze nog eens goed keek zag ze wie de man was.
Max.
Ze sloot haar ogen en deed ze weer open, overtuigd dat ze moest hebben staan hallucineren omdat haar hoofd zo vol van hem was. Maar nee, nadat ze voor de tweede keer de foto had bekeken, zag ze dat de man die op de voorkant van het rac e tijdschrift stond inderdaad precies op Max Hogan leek. Zijn haar was korter en hij zag er iets jonger uit en zijn lach was tien keer breder en gelukkiger dan rij ooit van Max had gezien. De man kon gemakkelijk zijn tweelingbroer rijn.
Nee, niet zijn tweelingbroer, terwijl ze een steek in haar maag voelde toen ze dit besefte. Dat was Max. Ze wist zeker dat hij het was.
Ze raapte al haar moed bij elkaar en dwong zichzelf naar de woorden te kijken die bij de foto's stonden, de misselijkheid wegslikkend die ze daarbij voelde. Met al haar aandacht en concentratie wist ze de M en de X nog vrij gemakkelijk te onderscheiden. De H en de O eronder sprongen al wat op en neer en vielen tegen de andere letters aan, maar ze was vrij zeker dat ze een G en een N zag voordat alle letters door elkaar gingen lopen, zoals ze altijd deden. Max Hogan. Dat stond er als de letters op hun juiste plek zouden staan. Vooral omdat het Max Hogan was die ze op de foto zag.
Ze probeerde de naam van het tijdschrift te ontcijferen, maar alles wat ze in haar opgewonden staat kon zien was een letter f en het nummer 1. Fl. Formule één, dacht ze. Haar broer Emory hield van formule 1 racen. Soms kon hij over niets anders praten. Dit was duidelijk een tijdschrift over formule 1 racen. Lucy wist er niet veel van, maar ze wist dat er een groot aantal liefhebbers bestonden, vooral in Europa.
Ik heb in her buitenland gewerkt.
Ik deed iets met auto's.
Allemachtig, dacht ze, en herinnerde zich wat Max haar had verteld de eerste dag dat ze was komen werken en ze naar het grote huis liepen. Ze ging met een plof op de grond zitten, het tijdschrift stevig in haar handen geklemd. Het was echt Max op de foto. Daar was geen twijfel over mogelijk. Hij stond op de omslag van een racetijdschrift en hij hield de trofee in zijn hand. En hij was gelukkig. Zo gelukkig had ze hem nog nooit gezien.
'Miss Lucy?'
Ze draaide zich om bij het horen van haar naam, uitgesproken door de stem van een klein meisje, en zag Abby Cove staan, die haar gadesloeg in de deuropening van de slaapkamer. Ze was gekleed in een handgemaakte roze jurk met een groene strik onder de witte kraag een kledij die Lucy nooit eerder bij het meisje gezien had en was duidelijk niet op haar gemak. Ze zette haar ronde bril recht, hoewel hij volgens Lucy al goed recht stond, en produceerde toen een kort, nerveus lachje.
Lucy besefte dat ze zich om een onverklaarbare reden schuldig voelde Ze wist dat dit niet nodig was. Ze was de huishoudster, deed haar werk. en ze had niet gesnuffeld in de persoonlijke spullen van Abby ze had alleen de kamer van het meisje opgeruimd, in de hoop dat Abby en Rosemary daar wat aan zouden hebben. Toen besefte Lucy dat ze zich niet schuldig voelde omdat Abby haar in haar slaapkamer had betrapt. Ze voelde zich schuldig vanwege Max. Zij had iets over hem ontdekt waarvan hij niet wilde dat ze het zou ontdekken. Als hij dat wel had gewild, zou hij het haar verteld hebben. Maar dat had hij niet. Ze vroeg zich af waarom. Dit was duidelijk ooit een belangrijke episode in zijn leven geweest. Dit was ooit zijn leven geweest Maar toen ze hem ronduit naar zijn verleden gevraagd had, had hij er niets over gezegd. Waarom?
'Hallo Abby.' zei Lucy, lachend in de hoop dat het een geruststellende lach zou zijn als antwoord op het nerveuze lachje van het meisje. 'Ik was juist aan het opruimen hier. Ik hoop dat je het niet erg vind.'
Abby schudde haar hoofd. 'Nee hoor, ik vind het niet erg. Hoewel Rosemary het meestal doet.'
'Nou ja, ik dacht, omdat zij er vandaag niet is, dat ik haar maar moest helpen,' zei Lucy. 'Het is tenslotte mijn werk.'
Abby knikte en zei niets.
Lucy bedacht dat ze het meisje moest vragen hoe haar test was gegaan, dat ze wat interesse in Abby moest tonen, omdat zo weinig mensen dat deden. Trouwens ook omdat ze oprecht wilde weten hoe het gegaan was. Maar de ogen van Abby waren roodomrand achter haar brillenglazen ze had duidelijk gehuild. Lucy herinnerde zich dat ze getest was toen ze zo oud als Abby was. Ze had na afloop ook gehuild. Beide keren. Ze had er daarna niet over willen praten.
Dus in plaats daarvan knikte ze in de richting van de tijdschriften en zei: 'Ik wist niet dat je van autoracen hield.'
'Dat is ook niet zo,' zei Abby. 'Ik houd alleen van foto's van Max.'
Toen begon Lucy het te begrijpen. Met de snelheid en het gewicht van een vrachttrein. Afstormend op een auto die tot stilstand is gekomen. Vol met nonnen. En wezen. En jonge katjes. Haar mond viel open en ze wees op de stapel tijdschriften van haast een halve meter hoog. 'Staan er in al die bladen foto's van Max?'
Abby knikte, maar leek de vraag niet bijzonder te vinden, 'fa. En in de boeken ook,' voegde ze toe.
Lucy's ogen werden groter. E n allemaal?' vroeg ze opnieuw, hoewel Abby de vraag al had beantwoord.
Abby knikte, kwam de kamer binnen, ging op de grond naast Lucy zitten en sloeg haar benen over elkaar, zich kennelijk geen zorgen makend of dat wel kon in een jurk. Ze bladerde door de tijdschriften en haalde er eentje bijna helemaal onderaan de stapel vandaan. Op de omslag van dit tijdschrift stond ook een foto van Max. Hij droeg een gele overall die versierd was met stickers, nummers en logo's, en leunde vol zelfvertrouwen, haast arrogant, met zijn armen over elkaar, tegen een lage, kanariegele racewagen. Ook op deze foto lachte hij, een grote grijns waaruit sprak dat hij zich heel gelukkig voelde
'Dit is mijn lievelingsfoto, ' zei Abby.
Maar in plaats dat ze Lucy de omslag liet zien, sloeg ze het blad open bij een artikel. Lucy slaagde erin de gedrukte delen te negeren en zich te concentreren op de foto's, stuk voor stuk van Max Hogan, formule 1 coureur. Eén bladzijde in het bijzonder was gevuld met foto's eentje waarbij hij tussen twee andere mannen in overalls stond, allemaal grijnzend alsof het een grap was; eentje zittend in de gele wagen van de omslag met een helm half op zijn hoofd, schreeuwend naar een man die ernaast stond; eentje in een besmeurde overall, zijn gezicht en vochtige haar afvegend met een handdoek terwijl hij toekeek hoe een andere wagen in brand stond, een uitdrukking van grimmige vastbeslotenheid op rijn gericht.
En daar, helemaal beneden, de foto waar Abby op wees, van Max, alweer in zijn overall hij moest er ongeveer in hebben gewoond, dacht ze die een race had gewonnen. Omdat zijn haar nat was van het zweet en hij een fles wild schuimende champagne in zijn hand hield, en rijn andere arm rond de hals van een bijzonder mooie, donkerharige vrouw geslagen had. Hij lachte gelukkig, op een manier die rij nooit eerder bij hem had gezien.
'Dit is de foto die ik mooi vind,' zei Abby. 'Ik vind het leuk zoals hij lacht.'
Lucy vond hem ook mooi. Ze vond het alleen jammer dat hij naar die andere vrouw lachte.
Ze was zo gericht op de foto dat ze zonder nadenken aan Abby vroeg: 'Kun je lezen wat er onder die foto staat?'
Abby keek verschrikt op en de lach op haar gezicht verdween meteen. Ze staarde naar Lucy met een uitdrukking die tegelijkertijd gekwetst en uitdagend was. maar ze zei niets.
'O,' zei Lucy toen ze zich realiseerde wat ze gedaan had 'O, het spijt me, Abby. Ik wilde niet... Ik bedoel... Ik was vergeten dat je niet...'
'Ik kan wel lezen,' ging ze onmiddellijk in de aanval. Ik vind het alleen niet leuk, dat is alles. Ik zou je kunnen zeggen wat er staat als ik dat wil.'
Niet als waar is wat Lucy van Rosemary had gehoord, dacht ze. Vanaf de eerste dag dat Lucy was aangekomen had het kindermeisje tegen haar ge sproken over het gebrek aan leesvaardigheid van het meisje. Maar in plaats van Abby uit te dagen, zei re: 'Dat is goed. Ik wil het ook eigenlijk niet weten.'
'Ik kan het!' zei Abby nadrukkelijk. 'Ik kan lezen! Ik kan het! Ik vind het alleen niet leuk! Maar ik kan lezen!'
Alsof ze het voor eens en altijd wilde bewijzen, richtte ze haar aandacht weer op het tijdschrift en bestudeerde de foto van Max met de prachtige vrouw en de kleine, kleine woordjes eronder. 'Er staat,' begon ze,'er staat... er staat...'
Lucy keek geïnteresseerd toe hoe Abby het tijdschrift stevig in haar kleine handjes geklemd hield. Ze concentreerde zich heel, heel goed, zag Lucy. Ze had al haar aandacht erbij.
'Er staat,' begon ze opnieuw, 'Hogan. Er staat Hogan... Hogan e en... s s s... Dat woord herken ik niet," zei ze. 'En het volgende woord is te lang. Maar daarna staat er...'
Ze hield het rijdschrift nog altijd stevig in haar handen geklemd, haar ogen lieten de bladzijde niet los. Even later begon ze een beetje naar voren en naar achteren zwaaien en haar gezicht werd bleek.
'Abby?' vroeg Lucy ongerust. 'Abby, gaat het?'
Abby bleef licht naar voren en naar achteren zwaaien, daarna, haast onmerkbaar, schudde ze haar hoofd. 'Ik geloof dat ik moet overgeven," zei ze ongelukkig. 'Ik voel me misselijk.'
'Kijk omhoog.' sprak Lucy haar toe. Omdat ze niet wilde wachten tot Abby haar instructie zou opvolgen, omdat ze diep van binnen wist dat Abby moeite zou hebben om de instructie op te volgen, omdat ze haar misschien niet eens had gehoord, pakte Lucy de kin van het meisje voorzichtig beet en dwong haar omhoog te kijken.
'Kijk me aan,' zei ze. 'Abby, kijk me aan.'
Abby deed wat haar gevraagd was en trok haar donkere wenkbrauwen omhoog terwijl ze haar ogen op Lucy's gezicht richtte. Ze zag er bleek uit, paniekerig en een beetje versuft, alsof ze in een soort trance was. Maar nadat ze een tijdje naar Lucy had gekeken, werd de uitdrukking op haar gezicht helderder. Uiteindelijk kwam de kleur op haar wangen terug en knipperde ze een paar keer snel met haar ogen.
'Miss Lucy,' zei ze, alsof ze even was vergeten dat Lucy daar was.
'Voel je je nu weer beter?' vroeg Lucy.
Abby knikte.'Ja.'
Lucy keek het meisje aandachtig aan. 'Overkomt je dit vaker?' vroeg ze. 'Wórd je misselijk als je te lang naar letters en cijfers kijkt?'
Abbv's mond stond een stukje open, alsof ze niet kon geloven wat Lucy net had gezegd. Ze knikte langzaam. 'Ja.'
'En als je je soms heel erg concentreert, vergeet je dan wel eens waar je bent?'
Abby knikte weer.
'Beginnen de letters dan op de bladzijde te bewegen zodat je niet meer kunt zien in welke volgorde ze staan, en of ze wel rechtop staan?'
Abby knikte weer langzaam.
'O, liefje...'zei Lucy.
'Lucy? Wat doe jij hier?' Deze keer was het de stem van Rosemary en toen Lucy opkeek, realiseerde ze zich dat het kindermeisje al die tijd in de deuropening naar haar en Abby had zitten kijken.
'Ik kwam hier om de kamers van Abby op te ruimen,' zei Lucy ik had wat seksu... eh, overtollige energie die ik kwijt wilde,' verbeterde zich sne l 'Ik dacht dat ik jullie daarmee kon verrassen.'
"Nou, je hebt me zeker verrast,' zei Rosemary.
Maar dat sloeg duidelijk niet op het opruimen van de kamer. 'Wat waren jij en Abby aan het doen?'
Lucy glimlachte aarzelend. 'Lezen,' zei ze. ·
'Lezen,' herhaalde Rosemary vlak.
Lucy knikte.
Hoewel Rosemary naar Lucy bleef kijken, richtte ze haar vraag aan Abby. 'Hoe is je test vandaag gegaan, schatje?'
Abby. die gefascineerd had zitten kijken naar Lucy, keek nu snel naar de grond 'Ik heb hem niet gedaan,' zei ze zachtjes.
Rosemary liep snel de kamer in en ging op haar knieën op het tapijt zitten. Ze pakte een van Abby's handen en hield hem zachtjes vast. 'Wat is er gebeurd?'
Abby hield even haar mond en zei daarna, heel rustig, tegen Rosemary: 'Ik wilde hem niet doen. Dus ik deed hem niet'
Er vers cheen een bezorgde uitdrukki ng op Rosemary's gezicht, maar ze leek volkomen kalm toen ze vroeg: 'Je hebt de vragen die die mevrouw je stelde niet beantwoord zoals je dat moest doen?'
Abby schudde haar hoofd, maar zei niets, nog steeds naar de grond starend. ik heb niet gedaan wat ze wilde. Ik wou het niet.' 'Wat deed je moeder toen? vroeg Rosemary, haar stem nog steeds kalm. maar haar gezichtsuitdrukking was al iets minder ontspannen.
Abby was weer even stil, maar zei gelijk daarop: 'Ze schreeuwde. De hele tijd.'
Rosemary's wangen werden rood, maar haar stem klonk nog altijd bedrieglijk mild toen ze zei: 'En wat deed die mevrouw toen?'
'Ze zei tegen mama dat ze moest ophouden.'
'Wat gebeurde er toen?'
'Mama stopte met schreeuwen en nam me mee naar de auto,' zei Abby. 'Toen begon ze weer te schreeuwen. Ze schreeuwde de hele weg naar huis. Toen we thuis waren zei ze tegen mevrouw Hill dat ze uitging en niet meer thuis zou komen voor het avondeten.' Abby keek omhoog naar Rosemary. 'Ze zei niet waar ze naartoe ging.'
Rosemary sloeg een arm om Abby's schouder en trok haar naar zich toe, knuffelde haar stevig en aaide haar troostend over haar hoofd. Lucy wilde hetzelfde doen aan haar kant van het meisje, maar bedacht dat Abby de steun van Rosemary meer nodig had. Ze wilde dat ze vijf minuten alleen kon zijn met mevrouw Cov e . Met mevrouw Cove en een zwaar voorwerp. Maar aangezien dat niet mogelijk was, kon ze misschien iets anders doen om Abby te helpen.
'Rosemary,' zei Lucy zachtjes. 'Ik denk dat ik weet wat het probleem is.'
Rosemary draaide zich naar Lucy toe. 'Wat bedoel je?'
'Ik bedoel dat ik denk dat ik weet wat er met Abby aan de hand is.'
Rosemary keek sceptisch, maar ze zei: 'O?'
Lucy knikte.
'Ik denk dat ze...' Ze haalde diep adem en ademde daarna langzaam uit 'Ik denk dat ze misschien... dyslectisch is.'
Rosemary fronste haar wenkbrauwen terwijl ze Abby over haar hoofd bleef strijken. Abby tilde haar hoofd met een ruk omhoog, dit keer om naar Lucy te kijken, haar onderlip uitdagend naar voren gestoken.
'Dat is niet zo,'zei ze.'Ik ben niet... wat je daarnet zei. Dat ben ik niet. Ik hou gewoon niet van lezen.'
Lucy keek haar zo geruststellend aan als ze kon. 'Weet je meisje,' zei ze zacht, 'ik weet haast zeker dat je dyslectisch bent.'
'Waarom denk je dat?' vroeg Rosemary.
'Ik zeg dat omdat...'
Lucy aarzelde, en dwong zichzelf toen om verder te gaan.
'Omdat Abby hetzelfde reageert op gedrukte letters als ik. En ik ben...' Ze haalde nog eens diep adem en ademde toen met een zucht uit. ik ben ook dyslectisch.'