*
'Maar Rosemary. ik wil niet.'
'Abby, je moet.'
ie had gezegd dat ik niet hoefde.'
'Ik heb me vergist. Je moet gaan. Ie moeder en je vader willen het.'
'Maar ik luister niet naar wat zij zeggen. Ik luister alleen naar jou.'
'Abby, maak het niet moeilijker dan het al is. Het valt heus wel mee, liefje. Ik beloof het je.'
En terwijl ze die belofte deed, bad Rosemary snel dal ze geen leugenaar zou zijn. Arme Abby. Hoewel Rosemary ervoor had gepleit dat het meisje niet tegen haar zin getest zou worden op haar gebrek aan leesvaardigheid, wist ze diep in haar hart dat het beter voor haar zou zijn. Abby had echt een probleem en ze konden haar alleen maar helpen als ze meer wisten over dat probleem.
Misschien dat Alexis Cove andere redenen had voor het laten testen van haar dochter dan Rosemary Alexis kon uiteraard niets in haar huis verdragen dat niet perfect was, terwijl Rosemary gewoon wilde dat Abby een gelukkig kind zou worden, maar allebei waren ze het er in ieder geval over eens dat er hulp voor Abby moest worden gezocht. Rosemary had vandaag graag met ze meegegaan en niet alleen omdat ze spijt had van haar besluit om de dag door te brengen met Nathaniel Finn.
Wat had haar die vrijdagavond bezield om ja te zeggen? En wat had hij wel niet gedacht om haar mee te vragen? Rosemary wist nog steeds niet wat ze moest denken van zijn plotselinge belangstelling voor haar. Hij was geregeld bij de Coves op bezoek geweest sinds rij voor ze werkte, maar hij leek haar nooit op te merken. Het was waar, ze was pas negentien toen ze in dienst kwam, en hij zal toen geen belangstelling hebben gehad voor een tienermeisje. Of hij moest op jong vallen, maar gezien de vrouwen die hij meestal in rijn nabijheid had in de dertig, zwaar opgemaakt en met grote borsten hield hij meer van het rijpere soort. Wat zijn belangstelling voor Rosemary nog vreemder maakte. Niet alleen was zij niet zo, maar ook was er niets in haar onlangs zo veranderd dat het zijn huidige interesse kon verklaren. Niets. Dus waaraan had zij plotseling zijn aandacht te danken?
O, waarom twijfel je zo, Rosemary? vroeg ze zich af terwijl ze een borstel door haar lange haar haalde. Waarom is het zo moeilijk voor je om te aanvaarden dat een aantrekkelijke, rijke, succesvolle man je aantrekkelijk vindt ? Het zou niet de eerste keer zijn.
)a, maar kijk wat er toen gebeurde, bedacht ze. De knappe, rijke en succesvolle Phillip Somerset zou het geweest kunnen zijn, maar hij had niet van haar gehouden, toch? Zeker niet genoeg om de vooroordelen van zijn familie te overwinnen of zijn eigen vooroordelen. Zeker niet genoeg om haar tot zijn vrouw te maken.
'Maar kun jij ook niet meegaan naar de test?' vroeg Abby bezorgd vanaf haar plek op Rosemary's bed. Hoewel Rosemary niet wist of ze zich nu zorgen maakte om de komende test of omdat ze van haar moeder een jurk aan moest trekken. Het was een meisjesachtige roze jurk, en Abby haatte al die meisjesdingen.
ie moeder heeft gezegd dat ik niet mee hoefde, befje," zei Rosemary, in de hoop dat ze de bitterheid die ze daarover voelde kon verbergen. 'Ze is bang dat ik je misschien afleid.'
'Je leidt me niet af," zei Abby klagerig en haar vertwijfelde toon raakte iets bij Rosemary dat altijd werd geraakt als ze met het meisje was. 'Ik wil dat je meegaat. Kan mama niet thuisblijven, zodat jij meegaat?'
Rosemary keerde zich weer naar de spiegel van de kaptafel, zodat Abby de uitdrukking op haar gezicht niet kon zien. Ia, Alexis zou zeker voor meer afleiding zorgen. Want zij zou zich nerveuzer voor de test maken dan Abby. Ze zou voortdurend achter het kind aan zitten dat ze rechtop moest lopen en haar haar moest kammen en de plooien uit haar jurk moest gladstrijken en. o, waarom heb je zulke slechte ogen, die bril staat je helemaal niet, je vader en ik hebben allebei zulke goede ogen, hoe is het mogelijk dat jij die niet hebt?
'Nee, Abby,' zei Rosemary zachtjes, terwijl ze een staart in haar haar maakte. 'Je moeder moet daar bij zijn en ik weet zeker dat je het heel goed zult doen.'
'Trouwens.' zei Abby somber, 'jij gaat vandaag toch uit met meneer Nathaniel?'
Rosemary's maag draaide om bij de gedachte aan de komende dag. Maar ze probeerde gelukkig en opgewonden te klinken toen ze antwoordde: 'Ja liefje, ik ga vandaag uit met meneer Nathaniel.'
Zonder nog verder te argumenteren keek het jonge meisje gefascineerd hoe Rosemary moeiteloos haar haar samenbond in een staart, deze daarna in een rol op haar hoofd legde als een hoofdband, en hem daarna behendig vastmaakte. Ze had niet geweten wat ze moest aantrekken bij een gelegenheid als deze, waarbij ze naar een paard gingen kijken die iemand anders geacht werd te gaan kopen. Vroeger in Ierland had ze niets speciaals aangetrokken als ze bij bijzondere gelegenheden ging paardrijden, maar ze was toen nog een tiener en wist niets van sociale omgangsvormen. Of van het leven in het algemeen.
Dus vandaag had ze besloten om het weer te laten meespelen in haar keuze. Omdat het warm en zonnig was met maar een klein beetje wind, had ze een gemakkelijke, mouwloze jurk met een bloemenmotief gekozen, en platte sandalen. Ze wist dat het geen betoverende keuze was, maar ze voelde zich er gemakkelijk in, en dat was het belangrijkst.
'Neem je een cadeautje voor me mee?" vroeg Abby aan Rosemary, die klaar was en opstond.
Rosemary deed geen poging om haar glimlach te verbergen. Ze ging voor het meisje staan, bukte en gaf een dikke zoen op Abby's hoofd. 'Ja Abby, dat zal ik doen. Een heel speciaal cadeautje.'
Abby glimlachte terug. 'Dan zal ik zorgen dat ik voor mijn test slaag. Dat doe ik voor jou, Rosemary. Let maar op.'
Maar er klonk duidelijk een ongeruste toon in haar stem toen ze dat zei, die weer iets dieps in Rosemary raakte. Ze had bij Abby moeten zijn vandaag, dacht ze. Ze was er iedere keer geweest als Abby een mijlpaal bereikte, zowel de goede als de minder goede. Het was Rosemary die het eerste woordje van het meisje had gehoord, want Abby's ouders waren toen in New York. Het was Rosemary die getuige was geweest van Abby's eerste stapjes, toen de Coves op een golftoernooi waren. Het was Rosemary die met Abby naar de eerstehulp was gegaan toen het meisje op school van de evenwichtsbalk was gevallen en drie hechtingen onder haar kin moest hebben. En het was Rosemary geweest die 's avonds het meisje kwam troosten als nare dromen haar uit de slaap hielden.
Ze zou vandaag ook bij Abby moeten rijn, dacht ze weer. Maar mevrouw Cove had duidelijk gemaakt dat Abby deze keer met haar mee wilde gaan.
Rosemary hoopte dat het was omdat de vrouw zich zorgen maakte om het welzijn van haar dochter. Maar ze was bang dat mevrouw Cove erbij wilde zijn om de uitkomst aan te vechten. Mevrouw Cove weigerde te accepteren dat het kind een probleem had waarbij professionele hulp onontbeerlijk was. Ze weigerde te accepteren dat het meisje niet perfect was. Het was al moeilijk te accepteren dat het meisje slecht kon zien. Het was helemaal niet te accepteren dat de hersenen van het meisje anders in elkaar zaten dan de gemiddelde hersenen. Dat gebeurde simpelweg niet bij de Coves.
'Doe gewoon je best,' zei ze nu tegen Abby. 'Meer kun je niet doen.' Na nog een zachte kus op het voorhoofd van het meisje voegde ze rustig toe: 'Meer kun je nooit doen.'
'Ik ga het goed doen.' beloofde het meisje. 'Je zult het zien. Ik ga het vandaag goed doen.'
Rosemary lachte weer, maar het was zonder vreugde dit keer. Ze twijfelde er niet aan of Abby het vandaag goed zou doen, ongeacht de resultaten van haar leestest. Ze wilde alleen dat ze hetzelfde kon zeggen van zichzelf.
De rit naar Woodford County was prachtig, dat moest Rosemary toegeven. Toen ze eenmaal aangekomen waren bij de Garamond Stables aan de US 60, realiseerde ze zich dat ze stom was geweest om aan Nathaniels bedoelingen te twijfelen toen hij bij het verlaten van Harborcourt had gezegd dat het volgens hem een goed idee was om een mooie route te nemen. Waarom had ze gedacht dat hij dat alleen deed om met haar naar een stil plekje te rijden? Hij genoot zichtbaar net zoveel van de mooie autorit als zijzelf voor zover ze niet voortdurend twijfelde aan de bedoelingen van de man met wie ze op stap was, dacht ze wrang.
Garamond Stables zelf was een prachtige plek op deze zonnige dag in september, met groene heuvels die zich, zover het oog reikte, uitstrekten onder een helderblauwe hemel. Hier en daar stonden brede, hoge esdoorns, witte hekjes trokken strepen in het landschap en door de velden draafden uitgelaten de schitterende volbloedpaarden. Hoge eiken omzoomden de lange oprit van het hoofdgebouw, een statig wit huis in federal stijl met op elk hoek een schoorsteen, een voetpad van keitjes, omzoomd door viooltjes en pioenrozen, een portaal met aan de zijkant een witte schommelbank die laconiek in de wind bewoog.
Rosemary hield haar adem in toen het huis in richt kwam, want het was het symbool van alles wat ze in haar leven had gewild schoonheid, warmte, veiligheid, liefde. Een huis. Dat wilde ze diep in haar hart. Een huis van zichzelf en iemand om het mee te delen, een man die stapelgek op haar was en haar zou helpen het huis te vullen met kinderen. Zeker, ze had de Coves gevonden. En hoewel hun huis beslist mooi en veilig was, en op een oppervlakkige manier ook warm, was het zeker niet het huis van Rosemary. Aan de andere kant, Harborcourt had toch Abby? En met Abby had ze voor het eerst in haar leven iets wat leek op een gezin. Want Abby hield van haar. Abby had haar nodig. En Rosemary hield van Abby en had haar nodig en niets niets zou dat ooit veranderen. Niets niets zou haar nog scheiden van dat meisje.
Rosemary mocht dan geen eigen huis hebben en wat dan nog? Haar plaats in de wereld was niet slecht. Zelfs als er nog wat aan ontbrak. Iemand. Ze kon toch niet alles hebben? Niemand kon dat. Dus moest ze blij zijn met wat ze had. Natuurlijk, dat was ze ook.
Nathaniel zette de donkerblauwe jaguar stil vlak voor het bordes en onmiddellijk gingen de deuren open en kwam er een man naar buiten met opgestoken hand bij wijze van begroeting. In de ogen van Rosemary leek de man wel 180 jaar oud. Hij dr oeg een verschoten, vuile spijke roverall, een geruiten shirt met korte mouwen, modderige, uiterst modderige laarzen en op rijn hoofd een versleten honkbalpetje.
'Silas Garamond,' zei Nathaniel glimlachend tegen Rosemary terwijl hij zijn autogordels losmaakte en keek hoe de man voorzichtig de trappen afkwam. 'Hij is een vreemde snuiter. Maar hij weet alles van paarden en hij was een goede vriend van mijn grootvader. Ik ken hem al mijn hele leven."
'Nate!' riep Silas Garamond, terwijl Nathaniel rond de auto liep en het portier openmaakte voor Rosemary.
Ze moest lachen om de aanroep. Ze had al moeite om hem Nathaniel te noemen, laat staan Nate, hoewel hij haar vanochtend op het hart had gedrukt dat hij niets meer wilde weten van dat 'meneer Finn gedoe'. Hij leek haar te elegant om te worden aangesproken als 'Nate'. 'Nathaniel' was echter weer te formeel
'Silas,' zei hij terwijl hij Rosemary hielp uitstappen.
Dat deed hij heel natuurlijk, viel haar op. Hij was welgemanierd en voorkomend, op een vanzelfsprekende manier charmant, alsof hij in de wieg was gelegd voor het goede leven. Hij was natuurlijk ook in de wieg gelegd voor het goede leven, zoals hij zelf paarden fokte voor mensen die van het goede leven genoten. Toch leek hij in de keuze van zijn kleding die dag tussen twee werelden in te staan. Hij droeg een verschoten spijkerbroek en een groen poloshirt. versierd met het embleem van een populair restaurant. Zijn leren instapschoenen, waarin hij geen sokken droeg, waren afgedragen, maar ze hadden waarschijnlijk meer gekost dan zij in een week verdiende. Of het nu op een van meneer Coves cocktailparty's was of op een paardenfarm, hij bewoog zich net zo gemakkelijk, alsof hij voor beide in de wieg was gelegd.
De wereld van Nathaniel verschilde hemelsbreed van die waarin Rosemary was opgegroeid, dat was zeker, met zijn driekamerflat, de beperkte, zelfgemaakte garderobe en het openbaar vervoer. Nathaniel Finn had waarschijnlijk nog nooit van zijn leven in een bus gezeten, had waarschijnlijk geen idee hoeveel werk er in het maken van een kledingstuk ging zitten en kon zich waarschijnlijk niet voorstellen wat het betekende om zonder privacy op te groeien. Hij kon zich waarschijnlijk ook niet voorstellen wat het was om zonder vooruitrichten op te groeien, dacht ze. Zonder familie. Zonder iets.
Natuurlijk was hij elegant. Natuurlijk was hij welgemanierd en voorkomend in de buurt van een vrouw. Natuurlijk was hij helemaal geweldig.
Omdat hij nu eenmaal geweldig was Rosemary kon het niet meer ontkennen. De autorit naar Garamond Stables hadden ze gevuld met rustige conversatie over paarden, de grootvader van Nathaniel. en Ierland. Vreemd genoeg was hij degene geweest die het meest over haar vaderland had gepraat. Rosemary had daar zelf moeite mee. Maar Nathaniel wilde graag een keer naar Dublin en andere delen van de republiek Ierland, maar dat was dus iets heel anders. Noord lerland leek in niets op de rest van het land. En toen Rosemary aan Nathaniel had gevraagd waarom hij het land dat hij zo graag wilde zien nog niet had bezocht, leek hij even niet te weten wat hij moest zeggen.
ik weet het niet,' zei hij. ik geloof dat ik altijd gedacht heb dat ik het met een speciaal iemand moest bezoeken.'
Met andere woorden, die speciale iemand was er nog niet geweest voor hem, besefte Rosemary. Iets aan dat besef gaf haar een warm gevoel van binnen.
Hij was ook een heer geweest tijdens het diner op vrijdagavond en na afloop tijdens de rit naar huis. Hij had haar naar de deur gebracht, had zich overtuigd dat alles in orde was, had daarna zijn hand opgestoken bij wijze van afscheid, had haar goede nacht gewenst en daarna geglimlacht op een manier die haar hart op en neer had doen gaan. Ze had bij de achterdeur van het huis gestaan en hem nagekeken toen hij terug naar de auto liep. Hij lachte haar nog eens toe door het autoraampje en zwaaide nog één laatste keer voordat hij wegreed.
Zelfs toen hij uit het zicht was verdwenen, bleef ze bij de deur staan, de nacht inkijkend, wilde ze het moment nog even bewaren. Hij was zo aantrekkelijk geweest. Zo vriendelijk. Zo interessant om mee te praten. En toen er die zaterdagochtend een takelwagen voor Harborcourt was verschenen met de auto, volledig gerepareerd, kosten betaald door meneer Finn, had Rosemary zich gerealiseerd dat hij ook nog eens lief was.
Een losse kabel van de accu, had de mecanicien haar verteld. Ze moest er nu om lachen. Geen idee hoe dat had kunnen gebeuren. Max was zo vriendelijke om af en toe haar Volkswagen na te kijken, maar ze nam aan dat zelfs hij wel eens een loszittend kabeltje over het hoofd zag.
Ach ja. Geen man overboord En dankzij die loszittende kabel was zij nu hier, een dag voor zichzelf in het gezelschap van een aantrekkelijke, vriendelijke, interessante, lieve, volkomen onweerstaanbare man. Soms, dacht ze, was het leven mooi zoals het was. Niet vaak. Maar soms. Ze wist niet wat ze gedaan had om dit te verdienen, maar ze had besloten om er niet over na te denken. Nee, ze had besloten om te genieten van het gezelschap van een man op wie ze bijzonder gesteld was.
'Silas,' zei Nathaniel weer, deze keer met een intonatie in zijn stem die erop wees dat hij de man niet groette maar introduceerde, 'dit is Rosemary Shaugnessy. Rosemary, dit is Silas Garamond'
'Meneer Garamond,' zei ze met een glimlach en stak haar hand uit.
'Welnee,' zei de oude man en schudde stevig haar hand. 'Het is Silas. Aangenaam kennis maken, Rosemary.' Hij draaide zich om naar Nathaniel en knipoogde. 'Leuk meisje van het oude land, Nate? Je grootvader zou trots op je zijn.'
Rosemary voelde haar gezicht rood worden. 'O nee, ik ben gewoon een vriend van meneer... ik bedoel,' ze krabbelde haastig terug toen ze de plagerige, waarschuwende blik van Nathaniel zag. 'Nathaniel en ik zijn gewoon vrienden,' zei ze ten slotte.
Maar Nathaniel lachte hierom en vroeg: 'Niet meer?'
Rosemary opende haar mond om te antwoorden, maar ze besefte dat ze niet wist wat ze moest zeggen, dus zei ze maar niets en keek Nathaniel alleen nieuwsgierig aan. Natuurlijk waren ze alleen vrienden, zei ze in zich zelf. Niet dan? De kwestie bleef echter onopgelost net als de onhandige stilte die er eventjes tussen hen hing want Silas begon weer te praten.
'Ze is een echte schoonheid, Nate,' zei hij, en Rosemary voelde haar gezicht weer rood worden. Tot de oude man vervolgde: 'Het is lang geleden dat ik zoooo'n mooi paard heb gezien.'
Nathaniel lachte, maar Rosemary wist niet of dat door de opmerking van Silas kwam of omdat hij haar reactie had gezien.
'Natuurlijk, ik treed hier alleen op als agent, maar ik denk dat ze veel potentieel heeft. Je was de eerste aan wie ik dacht toen ik haar zag. Je zult er wel tevreden mee zijn.'
De twee mannen bleven druk praten terwijl ze terug naar het huis gingen, maar Nathaniel vertraagde zijn pas en ging naast Rosemary lopen. Toen ze inzag wat hij deed. stroomde er een warm gevoel door haar lichaam, dat bijna ging gloeien nadat hij zijn hand onder haar elleboog had geplaatst en haar de trap op hielp.
Het was de eerste keer dat hij haar had aangeraakt, realiseerde ze zich. O nee, wacht, dat was niet zo. D e eerste keer was vrijdagavond geweest, toen hij het kruisje om haar hals had vastgepakt om het te inspecteren, en zijn knokkels haar gevoelige huid hadden beroerd. Maar dat was per ongeluk geweest Dit was de eerste keer dat hij haar bewust had aangeraakt en ze genoot van de tederheid van die aanraking. Dat een grote man als hij zo teder was, was iets heel bijzonders. Het was lang geleden dat een man Rosemary met zoveel zorg en aandacht had behandeld. Lang geleden dat een man haar zo teder had aangeraakt.
Te lang geleden.
Het interieur van het huis was al net zo mooi als het exterieur. Met een snelle blik overzag Rosemary de glanzend geboende hardhouten vloeren, de kleurige tapijten die overal verspreid lagen, het oude meubilair en de oude foto's, en de grote roze rozen die tegen het behang in de foyer en de hal opklommen. Onmiddellijk bij het binnenkomen werd ze overvallen door de geur van iets zoets en zwaars uit de oven, en de zachte klanken van bluegrass, waar ze van was gaan houden, omdat het haar deed denken aan de muziek van haar vaderland.
'Liwy ' riep Silas. 'Nate is hier! Kom eens gedag zeggen!'
Voordat hij was uitgesproken, kwam een vrouw door de hal gelopen, die al even netjes gekleed was als Silas eh... niet was. Ze was al op leeftijd, had grijs, kort, krullend haar, haar spijkerbroek en rode T shirt waren fris en schoon. Ze had een lieve glimlach en gerimpelde bruine ogen, en Rosemary vond haar meteen aardig.
'Nate,' zei ze oprecht verheugd, en trok hem tegen zich aan. Ze gaf hem een kus op rijn wang en zei: 'We hebben je gemist Ie was hier met Kerstmis voor het laatst.'
'Het spijt me, Liwy,' zei Nathaniel. 'Het is een druk jaar geweest'
Ze klopte hem moederlijk op rijn wang. 'Nou ja, je belt tenminste af en toe.' Daarna wendde ze zich met een al even oprechte glimlach naar Rosemary. 'En je hebt je meisje ook meegenomen,' zei ze bij wijze van begroeting en stak haar beide handen uit naar Rosemary, die ze automatisch beetpakte.
'Nou, dat is niet ' begon Rosemary.
Maar Nathaniel onderbrak haar met een simpele introductie. 'Liwy, dit is Rosemary Shaugnessy. Rosemary, Liwy Garamond.'
'Iers,' zei Liwy met duidelijk genoegen, ie grootvader zou zo blij geweest rijn.'
'Nou ' probeerde Rosemary weer.
En opnieuw onderbrak Nathaniel haar met een snel uitgesproken: 'Wat hoor ik daar allemaal over een nieuwe jaarling?' waarop hij en de Garamonds in een druk gesprek verzeild raakten. Het was duidelijk dat paarden een onderwerp was waar ze veel van wisten en veel van hielden, en als het onderwerp eenmaal ter sprake was gekomen, viel al het andere om ze heen weg.
Een kwartier lang spraken ze met rijn drieën over paarden in het algemeen en de nieuwe jaarling in het bijzonder, tot Liwy zich opeens herinnerde dat ze iets te eten had gemaakt, omdat Nathaniel en Rosemary zeker wel honger zouden hebben. Ze wist hoeveel Nathaniel van haar maïskoekje hield, bovendien at die jongen niet goed, wat ze duidelijk kon zien want hij was vel over been.
Deze keer was het Rosemary die moest glimlachen om het feit dat hij bloosde. Er was natuurlijk niets waar hij zich voor hoefde te schamen. Hij was beslist niet vel over been. De man had nog aardig wat vlees op zijn lichaam, en het was allemaal prima verdeeld. O zeker. Heel goed verdeeld.
'Niet te veel,' waarschuwde Nathaniel. 'Alleen een hapje. Rosemary en ik hebben iets speciaals gepland voor de lunch later.'
Hadden ze dat? vroeg Rosemary zich af. Dit was de eerste keer dat ze daar over hoorde. Natuurlijk, ze had verwacht dat ze later op de dag iets zouden eten, maar hij had niets gezegd over een 'plan'. Of over iets 'speciaals'. Ze vroeg zich af wat het was.
'Alleen een hapje,' beloofde Liwy. Maar ze lachte naar Nathaniel en knipoogde naar Rosemary toen ze eraan toevoegde: 'En dan kunnen jullie later met zijn tweeën dat speciale etentje hebben.'
Nathaniel was niet onder de indruk van het paard. Niet dat hij er veel van verwacht had de twintigduizend dollar die de eigenaar ervoor wilde hebben was niet het prijskaartje van een kampioenspaard. Maar hij had gehoopt dat hij mogelijkheden in het paard zou zien die de eigenaar en Silas gemist hadden, en dat hij van zijn investering van twintigduizend dollar een Triple Crown winnaar kon maken. Tenslotte had Real Quiet, die in 1998 heel dicht bij een overwinning in de Triple Crown kwam, zeventienduizend dollar op een veiling gekost. Maar dit paard. . .
Hij bekeek de jaarling eerst van een afstand, achter het hek rond de wei. Ze was prachtig van kleur, dat moest gezegd worden, een vos waarvan het rood glansde in de zon, en haar gang was regelmatig en sterk. Ze was echter betrekkelijk klein en Nathaniel vond de benen een beetje kort. Verder viel hem bij deze eerste inspectie niets bijzonders op.
'Ze heet Destination South,' zei Silas. 'Van de hengst Southernmost Comfort, de moeder is Blue Destiny. Het is een goed fokpaard. Ie wint er misschien zelfs nog een paar races mee als je een goede trainer kunt vinden.'
Nathaniel knikte en ondanks zijn lauwe eerste reactie duwde hij het hek open en ging de wei binnen, achter Silas langs, die naar de jonge merrie floot. Ze was levendig en schrander, dat moest Nathaniel wel zeggen, want ze reageerde onmiddellijk op het signaal en rende naar Silas toe, die behendig haar halster vastgreep. Nathaniel liep langzaam om het paard heen. Hij inspecteerde haar vorm, figuur, hoogte en gewicht, maar zelfs van dichtbij kon hij niets vinden dat hem bijzonder opvie l Zeker niet iets dat hem enthousiast maakte. Al met al was het paard niet heel opvallend. Niet opvallender dan de tientallen andere paarden die hij in het verleden voorbij had zien komen.
'O ja, ze is fantastisch,' zei Rosemary naast hem, met een zachte stem die vol bewondering klonk. 'Ik heb geloof ik nog nooit zo'n mooi paard gezien.'
Toen Nathaniel zich omdraaide, zag hij dat ze gebiologeerd naar de jonge merrie stond te kijken, haar mond een beetje open uit bewondering voor wat ze zag.
'Dat is waar, je hebt met paarden gewerkt,' zei hij, hun conversatie van de afgelopen vrijdagavond in herinnering roepend, ie weet zeker veel van paarden?'
'Genoeg, denk ik,' zei ze, haar ogen nog steeds op de jonge merrie gericht. 'Hoewel het lang geleden is dat ik voor het laatst met paarden omging. Ik kom ook niet zo vaak bij de paarden van meneer en mevrouw Cove. Abby is bang voor ze en daarom is er geen reden om naar de stallen te gaan. Deze echter...' Haar stem stierf weg in een soort zucht, ik heb nog nooit zo'n mooi paard gezien. Ze is heel mooi. En zo zachtaardig.'
'Hoe kun je zien dat ze zachtaardig is?' vroeg Nathaniel.
Rosemary keek hem vragend aan. 'Kun jij dat dan niet?' vroeg ze.
Hij schudde rijn hoofd. 'Nee,' zei hij eerlijk. 'Ik moet haar berijden. Of in ieder geval iemand anders haar zien berijden. Je kunt niet zien of een dier een zachtaardig karakter heeft door alleen naar haar te kijken.'
Ze leek daar even over na te denken en zei toen 'O,' waaruit hij niet kon afleiden wat ze dacht.
'Wil je een rondje?' vroeg Silas plotseling. 'Ik heb hier de sleutels.' voegde hij met een knipoog toe, en gaf een zacht rukje aan de halster.
Rosemary reageerde verrast op de vraag, maar toen glommen haar ogen als twee smaragden. 'O nee, dat kan ik niet,' zei ze. Maar er klonk duidelijk aarzeling in haar stem.
'Natuurlijk kun je dat wel," zei Nathaniel.
Ze schudde snel haar hoofd 'Nee, ik kan het niet. Ik ben er niet op gekleed'
Silas liet een afkeurend geluid horen. 'Dat is geen probleem. Liwy is ongeveer zo groot als jij. Je kunt iets van haar lenen. Of van een van de meisjes die hier parttime werken ze laten hun kleren altijd in de stallen hangen.'
'Nee, echt niet,' zei Rosemary, en schudde nu nog heftiger haar hoofd. Haar blik schoot van Nathaniel naar Silas en weer terug, ik kan het echt niet. Nee, bedankt.'
Nathaniel vond haar reactie niet onredelijk. Ze was niet echt gekleed om te gaan rijden en hij begreep wel dat ze liever geen kleren van een vreemde leende. Maar op de een of andere manier vermoedde hij dat haar weigering minder met de juiste kleding dan met iets anders te maken had. Wat dat was, wist hij echter niet.
'Je vindt haar toch wel mooi. hè?' vroeg hij.
Op het moment dat ze hem aankeek, kreeg de wind vat op een loszittende lok uit haar lichtrode staan en liet hem dansen in haar gezicht Nathaniel wilde hem pakken, maar of dat was om hem weer op de juiste plaats te leggen of om haar hele staart los te halen dat wist hij niet. Maar voordat hij iets kon doen, had Rosemary de lok zelf al te pakken en stopte hem behendig op de plek waar hij hoorde te zitten. Op datzelfde moment moest ze zachtjes lachen, een lach die zo intiem en zo ongelofelijk lief was dat Nathaniel zich warm en zacht van binnen voelde worden.
Nooit eerder in zijn leven had een vrouw hem zo ontwapend. Nooit Maar Rosemary maakte hem door haar aanwezigheid nerveus als een jonge jongen. Ook was hij nooit eerder in zijn leven zo onder de indruk van de lach van een vrouw. Meestal was Nathaniel juist op zijn hoede als een vrouw naar hem lachte. Omdat hij altijd kon zien wat er achter die lach zat en bijna altijd wist of er achter de lach van een vrouw een streven naar persoonlijk voordeel school of niet. Zo lachte Rosemary echter niet. Haar lach was gul, ongeremd en argeloos. Iedere keer als ze naar hem lachte ging er iets in Nathaniel op en neer, en binnenstebuiten, tot hij zich nauwelijks nog zijn eigen naam herinnerde. Haar lach straalde een al vriendelijkheid, zachtmoedigheid en gelukzaligheid uit Het was een lach die alles wat hij in zijn leven gewend was te krijgen tegensprak. Als Rosemary naar hem lachte, dan lachte ze zo
Jezus man, beheers jezelf, dacht hij toen hij zich realiseerde hoe dwaas en onnozel zijn gedachten waren. Finn, je wordt nog sentimenteel op je oude dag. Het laatste wat je kunt gebruiken is ie te laten inpakken door een vrouw en haar lach zo op te hemelen.
'O ja,' zei ze zacht naast hem, hem terug in de realiteit trekkend. Terug in haar lach. Terug in zijn onnozele dwaasheid. 'Ik vind haar erg mooi.'
Zijn blik dwaalde van Rosemary naar het paard en weer terug. 'Vind je dat ik haar moet nemen?'
Ze dacht na en bekeek de jonge merrie nog eens goed. 'Als je haar wilt'
ik wil haar zeker,' zei hij zonder aarzelen. Zonder nadenken.
Ze keek hem aan en hij overwoog dat hij onmogelijk kon zien wat hij dacht dat hij in haar gezichtsuitdrukking zag. Het ging te snel. Te gemakkelijk. En om een of andere reden vond hij dat Rosemary Shaugnessy niet gemakkelijk moest zijn. Niet gemakkelijk kon zijn. Want ze was...
'Dan moet je haar nemen,' zei ze zacht
Nathaniel grinnikte, maar iets in hem werd koud toen hij dat deed.
Jackpot, dacht hij grimmig, hoewel hij geen triomf voelde. Maar hardop zei hij: 'Misschien moet ik haar nemen.' Hij knikte vriendelijk, maar hij voelde iets dat heviger was dan misselijkheid. 'Misschien moet ik dat doen.'
Rosemary ontdekte die middag dat de lunch inderdaad iets speciaals was, en het was allemaal grondig voorbereid, tot en met het rood witgeblokte tafelkleed dat Nathaniel na afloop van de zaken en het uitgebreide bezoek aan de Garamonds uitspreidde onder een hoge. brede esdoorn.
Een picknick, dacht ze glimlachend. Ze had niet gedacht dat de man in staat was tot zo'n romantisch idee, maar daar zaten ze, op een mijl afstand van het huis van de Garamonds maar nog steeds op hun landgoed, had hij haar gezegd en hij zette een rieten mand op het kleed tegen het opwaaien. Hij had een eindje de US 60 gevolgd, was daarna een onverharde weg opgereden en had rijn wagen in het veld naast de boom geparkeerd. Rosemary vond dat het er allemaal heel idyllisch uitzag, als in een advertentie voor Jaguar.
'Ga ritten,' nodigde hij haar uit en knielde zelf op het tafelkleed.
Rosemary grinnikte. 'Ik kan niet geloven dat je dit hebt gedaan,' zei ze.
Ze ging op de grond ritten en vouwde haar benen onder zich. Misschien had ze toch iets anders moeten aantrekken, dacht ze. Was ze maar beter voorbereid En niet alleen voor de picknick.
'Een brood, een kan met wijn,' citeerde Nathaniel toen hij deze voorwerpen uit de mand haalde, 'en jij,' eindigde hij, naar Rosemary lachend.
'O jee, hij riet me hier poëzie te galmen,' zei ze alweer lachend ik denk dat ik zo onder de indruk raak dat ik flauwval.'
'Niet voor de lunch alsjeblieft,' zei hij lachend, ik heb hier hard aan gewerkt.'
'Je bedoelt een restaurant heeft hier hard aan gewerkt.' corrigeerde ze hem.
'Ja, ja,' gaf hij toe. 'Maar dan nog, ik heb alles zelf uitgekozen en besteld.'
Hij had inderdaad genoeg besteld om een leger te eten te geven, dacht Rosemary toen hij doos na doos uit de mand haalde en de koelelementen daarna weer op hun plaats legde. 'Wat heb je daar allemaal?' vroeg ze.
'Ik wist niet waar je van hield,' zei hij. 'Dus heb ik van alles een beetje genomen.'
Toen hij opkeek, leek hij op een enthousiaste jongen die aardig gevonden wilde worden. Zijn groene ogen glansden als de bladeren van de esdoorns achter hem en een dikke lok donker haar viel over rijn voorhoofd. Hij was heel aantrekkelijk, dacht ze. Hij was zo attent. Zo aardig. Zo alles. Hij kon iedere vrouw krijgen die hij wilde. Waarom wilde hij haar?
Ze schudde haar hoofd van onbegrip en besloot er niet meer over na te denken. In plaats daarvan zei ze: 'Het lijkt alsof je het hele restaurant hebt leeg gekocht. Ie bent een man van verrassingen, meneer Finn.'
'Vind je?' vroeg hij. Om een of andere reden leek hij haar antwoord heel belangrijk te vinden.'
Rosemary slikte met enige moeite. 'Ja.' zei ze eerlijk. 'Dat ben je'
Hij glimlachte en in haar buik ontstond een gevoel van blijdschap, dat zich langzaam door haar hele lichaam verspreide. 'Echt?' vroeg hij. 'Op wat voor manier ben ik verrassend?'
O, waar moet ik beginnen, dacht Rosemary, ie bent gewoon niet degene die ik dacht dat je was,' zei ze.
Hij leek daar goed over na te denken. 'Wat voor man dacht je dat ik was?'
'Ik dacht dat je bekrompe n en egocentrisch was,' zei ze iemand die alleen maar iets doet als het in zijn eigen belang is.'
Hij keek haar zwijgend aan en heel even kwam er iets donkers en troebels in zijn ogen. 'En je gelooft nu niet meer dat ik zo ben?'
Ze schudde langzaam haar hoofd. 'Nee. Ik geloof niet dat je zo bent. Ik kan zien dat je een aardige, nette man bent.'
'Maar ik ben de Slechte longen van de Renbaan. Dat zegt iedereen.'
Ze schudde haar hoofd en glimlachte. 'Nee, je bent een aardige, nette man,' zei ze opnieuw.
'Hoe weet je dat?' vroeg hij rustig.
Ze tilde een schouder op en liet hem weer vallen. 'Dat weet ik niet,' zei ze. 'Dat is mijn vrouwelijke intuïtie, denk ik. En de manier waarop ie doet |e bent beleefd en attent. |e bent erg aardig voor me geweest. En je was vandaag heel aardig voor meneer en mevrouw Garamond.'
Daarop richtte hij zijn blik omlaag, zogenaamd om de fles wijn te ontkurken, maar ergens had Rosemary het idee dat het was omdat hij niet wilde dat ze rijn gezicht kon zien als ze over de Garamonds sprak. Of misschien voelde hij zich ongemakkelijk door de andere dingen die ze over hem zei.
'Silas en Liwy rijn praktisch mijn grootouders,' zei hij, al het andere dat ze had gezegd terzijde schuivend. 'Ik ken ze al mijn hele leven. Als zij er niet waren geweest, zou ik niemand...' Maar hij maakte de zin niet af.
'Niemand wat?' vroeg ze.
Maar hij schudde alleen zijn hoofd. 'Niets. Laat maar.'
'Nee, wat?' drong Rosemary aan, die graag wilde weten wat hij had willen zeggen. 'Als zij er niet waren geweest, dan zou je niemand wat?'
Hij zuchtte zwaar en ze kon zien dat hij aarzelde haar te antwoorden. Niettemin zei hij: 'Als zij er niet geweest waren, dan zou ik niemand... Nou ja, dan zou ik helemaal geen familie hebben gehad, dat is alles.'
'Zijn je ouders dood?' vroeg ze.
Hij knikte. 'Zo kun je het zeggen. Ze gingen scheiden toen ik nog maar een kind was. Mijn moeder verhuisde naar Californië en mijn vader bleef hier. Nou ja, zijn huis ons huis stond hier. Mijn vader zat meestal in Europa Mijn grootvader, die bij ons inwoonde, heeft me grotendeels opgevoed. Hij is gestorven toen ik zeventien was.'
'Heeft jouw familie altijd in de paarden gezeten?'
Hij knikte. 'Mijn vader was paardenfokker, mijn grootvader richtte ze af. Ik heb van allebei enorm veel geleerd, wat me heel goed van pas is gekomen toen ik mijn eigen stallen opende.'
En er een succesvolle onderneming van maakte, dacht Rosemary. 'Woont je vader nog steeds in Europa?' vroeg ze.
Deze keer schudde Nathaniel rijn hoofd 'Nee, hij overleed vier jaar geleden. Mijn moeder leeft nog wel, en woont nog in Californië, maar ik heb al jaren geen contact meer met haar.'
ik heb mijn beide ouders niet gekend,' zei Rosemary. Ze stierven voor mijn derde. Allebei omgekomen in de Troubles.'
Nathaniel keek verschrikt op bij die woorden en pas toen realiseerde Rosemary zich hoe nuchter ze had gesproken over de tragedie van haar kindertijd Waar zij vandaan kwam was tragedie echter een manier van leven. Mensen moesten er wel nuchter onder blijven. Als ze dat niet deden, werden ze gek.
'De Troubles,' herhaalde hij. 'Dat is toch een ander woord voor de vijandelijkheden tussen de IRA en Engeland?'
'Vijandelijkheden.' herhaalde ze mild 'Vertrouw me, Nathaniel, het gaat veel verder dan vijandelijkheden. Maar ja, ik heb inderdaad mijn beide ouders verloren door het geweld en de haat en...' Ze liet haar stem wegsterven. Waarom een mooie dag verpesten met zo'n naar onderwerp?'
'Het spijt me,' zei hij.
'Het is lang geleden,' ze ze. 'Mijn vader stierf voor ik geboren was en van mijn moeder herinner ik mij niets. Ik had tenslotte mijn tante Brigid die voor mij zorgde.'
Wat dat ook voor goeds had opgeleverd, dacht ze. Haar tante was er heel goed in geweest om Rosemary buiten de moeilijkheden te houden. Tenminste, tot Rosemary zestien was. Maar dat was dan ook alles geweest waarin tante Brigid goed was. Aan de andere kant, waar rij vandaan kwam was het haast onmogelijk om buiten de moeilijkheden blijven, dus ze nam aan dat ze haar tante dankbaar moest rijn. Toch had ze gewild dat haar tante iets meer liefde had getoond. Of liefde überhaupt. Aan de andere kant, als je in Derry van iets hield, werd het meestal van je afgenomen, en daarom had ze afstand gehouden.
'Zoals ik mijn grootvader had,' zei Nathaniel zacht. 'En daarna, toen hij gestorven was, de Garamonds.'
'Toch ga je niet zo vaak bij ze langs,' merkte Rosemary op. 'Dat zei mevrouw Garamond.'
Hij richtte rijn aandacht weer op het openmaken van de wijn. 'Veel mensen gaan niet zo vaak op familiebezoek.' zei hij.
'Dat is waar,' gaf ze toe. 'Maar dat is meestal omdat ze niet zo goed kunnen opschieten met hun familie, lij lijkt daarentegen heel goed te kunnen opschieten met de Garamonds.'
'Dat is omdat ik veel om ze geef
'Waarom zie je ze dan niet wat vaker?'
'Dat weet ik niet,' zei hij uiteindelijk, met een licht ongeduldige toon in rijn stem, maar ze vermoedde dat dit ongeduld hemzelf betrof en niet haar. Hij trok de kurk uit de fles, en keek Rosemary toen weer aan. 'Geen tijd, denk ik. Veeleisende baan. Druk leven. Dat allemaal en nog veel meer. Ik weet het niet.'
Vreemd. Hij leek het echt niet te weten waarom hij de mensen om wie hij gaf niet vaker bezocht, mensen die duidelijk ook veel om hem gaven. Wat een eigenaardige man. Om niet te doen wat hij voelde. Om niet te zeggen wat hij bedoelde. Waarom was hij bang om te zeggen en te doen wat hij voelde? vroeg ze zich af. En hoe kon hij deel uitmaken van de sociale kring van de Coves, een plek die, zo had Rosemary gezien, bevolkt werd door oppervlakkige. egocentrische types? Zo was hij niet, realiseerde zij zich nu. Dus waarom deed hij zich wel zo voor?
ie stelt een hoop vragen, miss Shaugnessy, weet je dat?' zei hij met een glimlach, maar rijn stem klonk helemaal niet zo gelukkig.
'Misschien omdat ik nieuwsgierig ben,' zei ze.
'Of misschien ben je achterdochtig.'
Zijn opmerking verraste haar. 'Waarom zou ik achterdochtig zijn?'
'Je was vrijdagavond achterdochtig.' zei hij. 'Of niet?'
Ze knikte. 'Ja, ik W3$ achterdochtig vrijdagavond.'
'Waarom?'
'Omdat ik niet begreep waarom je de avond met me wilde doorbrengen,' zei ze. 'Om je de waarheid te zeggen, begrijp ik het nog steeds niet.'
'Je bent dus nog steeds achterdochtig,' concludeerde hij.
'Misschien nog wel Een beetje.'
'Ik wou dat je dat niet was.'
Dat was precies was Rosemary ook wilde. 'Nou. misschien kun je iets zeggen waardoor ik minder achterdochtig word,' zei ze, met een lichtheid in haar toon die ze niet voelde.
'Hij toonde een brede glimlach. 'Zoals wat?'
'Misschien kun je me precies uitleggen waarom je me hebt uitgenodigd om vandaag roet je mee te komen,' zei ze.
In plaats van haar te antwoorden, zette Nathaniel de open fles terug in de mand en ging toen op rijn hurken ritten om haar te bestuderen. Een tijdje keek hij haar alleen maar aan. en toen, heel langzaam, ging hij naast haar ritten. Maar hij zei nog steeds niets. In plaats daarvan nam hij voor z ichtig haar kin in zijn hand. En toen, heel langzaam, zodat zij hem zou kunnen stoppen als ze gewild had, boog hij rijn hoofd naar haar toe. Hij stopte voordat zijn lippen die van haar raakten, alsof hij haar nog steeds tijd gaf om hem weg te duwen als ze dat wilde. Zijn adem was warm tegen haar mond, en Rosemary hield haar eigen adem in terwijl ze wachtte wat hij zou doen. Vreemd genoeg was zij degene die als eerste weer bewoog, haar hoofd schuin hield en de bovenste helft van haar lichaam naar voren boog. Toen hun lippen elkaar ten slotte ontmoette, kwam dat door haar.
Nathaniel nam echter de leiding over de kus zelf, de tijd dat hun monden elkaar raakten. Zoals altijd was hij een perfecte heer en kuste hij haar voorzichtig en teder, alsof hij niet zeker wist hoe zij zou reageren.
Hoe kon hij dat niet zeker weten? vroeg Rosemary zich af. Hoe kon hij niet weten dat dit precies datgene was wat zij wilde dat hij zou doen? Misschien had hij alleen nog een beetje aanmoediging nodig, bedacht ze. Dus streek ze voorzichtig met haar vingertoppen over rijn hals en kaak voordat ze ze diep in rijn haar begroef.
Hij verstevigde daarna zijn kus, maar deed verder niets meer dan zijn mond op de hare drukken, een, twee, drie keer, voordat hij zich terugtrok. Een tijd lang staarde hij alleen in haar ogen, alsof hij wachtte tot ze wat zou zeggen. Maar Rosemary kon alleen naar hem terug staren, compleet onzeker over wat ze zou zeggen.
'Daarom.' zei hij uiteindelijk toen rij alleen maar naar hem bleef staren. Hij drukte rijn voorhoofd tegen de hare, legde zijn ene hand tegen haar hals en rijn andere hand losjes op haar heup. 'Daarom heb ik je vandaag uitgenodigd om met me mee te gaan, Rosemary. Zodat ik dit kon doen.'
Ze kon nauwelijks ademhalen, maar op een of andere manier slaagde ze erin om het woord 'O' uit te brengen.
'En ik hoop dat we elkaar gauw weer kunnen zien, zodat ik het nog eens kan doen.' Hij drukte zijn mond licht op de hare en trok zich toen terug. 'En nog eens,' zei hij. Toen kuste hij haar nog eens. 'En nog eens.'
Rosemary haalde diep adem en hield haar adem toen in, in de hoop dat ze de snelle slag van haar hart kon kalmeren. Toen ademde ze langzaam uit en ze greep rijn schouders stevig vast. ik denk,' zei ze, 'dat ik het heel erg leuk zou vinden om je... gauw... weer te zien...'
'Vrijdag,' zei hij. ik moet morgen de stad uit, maar ben vrijdag weer terug. Laten wc samen eten. Bij me thuis.' 'O, ik...'
'Alsjeblieft, Rosemary.'
Hij drukte zijn mond weer op die van haar, en proefde haar diep, ontspannen, intens. Ze wist dat het niet zo'n goed idee zou zijn om naar zijn huis te gaan, niet als hij haar al die wilde, stormachtige, verboden dingen liet voelen. Natuurlijk, ze kon met hem eten. Maar niet bij hem thuis. Ergens in het openbaar. Ergens waar het druk en lawaaierig was. Ergens waar ze zichzelf niet in moeilijkheden kon brengen, zoals de afgelopen keer toen ze in het huis van een aantrekkelijke, charmante, sexy man dineerde. Overal behalve daar, dacht ze. Overal behalve bij hem thuis.
'Alsjeblieft, Rosemary,' zei hij weer.
Ze voelde hoe ze haar hoofd tegen zijn hoofd drukte. 'Goed,' zei ze. ik geloof dat ik dat erg leuk vind.'