Rum bij het diner

Lawrence G. Blochman

In het volgende verhaal, 'Rum bij het diner', gaat het om een onwaarschijnlijk trio van volhardende detectives bestaande uit dokter Dan Coffee, dokter Motilal Mookerji en inspecteur Max Ritter. In een aantal misdaadromans en korte verhalen waarin eten en drinken vaak een belangrijke rol speten, hebben zij hun talenten gebundeld. Dokter Coffee is arts, dokter Mookerji een gezette Indiase patholoog, terwijl inspecteur Ritter bij de politie van Northbank werkt. De verhalen werden geschreven door Lawrence G. Blochman (1900-1975), die een diploma behaalde in de gerechtelijke pathologie, waarna hij op een paar afdelingen van de Amerikaanse regering werkte, alvorens zich te gaan wijden aan het schrijven van misdaadromans en teksten voor radio en televisie. Het verhaal toont de kracht van teamwerk bij een onderzoek - in dit geval een zaak waarbij het slachtoffer na het diner onder verdachte omstandigheden stierf..


De internist die dienst had, keek naar de man op de achterbank van de auto en schudde zijn hoofd.

'Het spijt me, mevrouw,' zei hij. ik kan niets meer voor hem doen.'

'Maar dat moet!' De vrouw achter het stuur maakte een gebiedend gebaar met een hand, die duur glinsterde. 'Hij is erg ziek.'

'Hij is dood,' zei de internist.

'Dat kan nooit,' zei de vrouw. 'Hij heeft vanavond nog met me gedineerd en een uur geleden werd hij ziek. U moet hem opnemen.'

De internist haakte de stethoscoop in zijn oren en boog zich over de man in jacquet. Hij maakte de parelmoeren knoopjes los en legde de microfoon onder het geplooide zijden hemd van de man.

'Hij is echt dood,' zei de internist. 'Het spijt me, maar we kunnen geen mensen in het ziekenhuis opnemen, die bij aankomst al zijn overleden.'

De vrouw stapte uit de auto. Haar avondcape van nachtblauw fluweel was omlaaggegleden, waardoor de albasten huid van haarschouder zichtbaar werd, evenals een belangrijke verzameling eerste klas juwelen, die astronomisch fonkelden aan de lage horizon van haar avondjapon. In de bleke symmetrie van haar fijne gelaatstrekken lag iets van een kille, klassieke schoonheid - een abstracte, bovenmenselijke schoonheid. Haar houding had iets koninklijks, waarvan ze zich bewust was, zonder dat het haar trots leek te maken.

'U moet voor de heer Otto zorgen,' zei ze. 'Misschien weet u niet wie ik ben. Ik ben Madeline Starkey - mevrouw Herbert Starkey.'

De intern keek naar de indrukwekkende uitstalling van kostbare stenen, die alleen voor hem blauw-wit fonkelden, maar hij was niet onder de indruk. In ieder geval niet zo onder de indruk als mevrouw Starkey gewild had. De internist, die medicijnen had gestudeerd, had zich juist afgevraagd of het meisje waar hij van hield, nog wel drie jaar zou willen wachten tot hij een vrouw zou kunnen onderhouden. Hij liep alleen maar naar de telefoon bij de ingang en belde de politie van Northbank.

'U spreekt met het Pasteur Ziekenhuis,' zei de internist. 'Er is zoeven een dame aangekomen met een dode man in haar auto. Ik kan haar maar niet aan het verstand brengen, dat een ziekenhuis iets anders is dan een mortuarium. U kunt beter een wagen sturen.'

Mevrouw Starkey kreeg ineens een slap gevoel in haar benen - hoewel ze aanzienlijk sterker leek dan de twee in jacquet geklede heren met hun rode gezichten. Zij waren uit de auto gestapt, die achter haar auto was gestopt en ondersteunden haar nu.

ik zal je wel naar huis brengen, liefje,' zei de man met het rode gezicht, het buikje en het grijzende haar.

'Jij en Sydney blijven hier met de arme heer Otto,' zei mevrouw Starkey. ik ga wel met jouw auto naar huis.'

Terwijl mevrouw Starkey met veel lawaai achteruit de oprit van het ziekenhuis afreed, stapte de man die met Sydney werd aangesproken aarzelend in de auto met de overleden heer Otto erin en viel prompt in slaap.

De heer met het rode gezicht en het buikje stapte op de internist af en zei met een dikke tong, waarschijnlijk door de alcohol: ik ben Herbert Starkey. Het geeft niet wat het kost, maar...'

'De politie kan ieder moment hier zijn,' zei de internist.

De volgende ochtend liep dokter Daniël Webster Coffee in gedachten verzonken van Operatiekamer B terug naar zijn laboratorium. Hij had net een lange klacht aangehoord van een arts over zijn nieuwe inwonende patholoog. Er waren al meer klachten geweest over de nieuwe man, dokter Motilal Mookerji, die een beurs had van de universiteit van Caicutta. De meesten klaagden erover dat dokter Mookerji een hindoe was. Dokter Coffee was ervan overtuigd dat de nieuwe inwonende arts goed zou functioneren, hoewel hij toegaf dat de proefperiode wat moeizaam verliep. De hindoe moest niet alleen alles van een laboratorium en de gang van zaken in een Amerikaans ziekenhuis leren, maar ook de Amerikaanse taal.

Dokter Mookerji sprak een soort Engels-met een hoogdravende, bloemrijke, maar vreemdsoortige woordenschat die hij zelf 'Baboeengels' noemde, en uitsprak met een chi-chi-accent, waar hij zich voor verontschuldigde, vermengd met het Amerikaans dat hij zich snel eigen maakte. Als dokter Mookerji zo doorging, zou hij het talenwonder van de eeuw worden. Hij was nu al het populaire wonder van het Pasteur Ziekenhuis, en in mindere mate van heel Northbank. Een Indiër zou al een nieuwigheid zijn in de straten van Northbank, een stad in het mid-westen, en een bolle Indiër was helemaal een sensatie. Dokter Mookerji was niet alleen bol; hij was een kleine afgeplatte bol; de punt van zijn enorme, roze tulband, die hij bij zijn westerse kleding droeg, reikte slechts tot aan de schouders van de lange, blonde dokter Coffee.

Dokter Mookerji was waarschijnlijk achter in de twintig, hoewel hij net zo goed veertig had kunnen zijn. Het babyachtige, ronde, olijfkleurige gezicht, waarvan de leeftijd niet te schatten was, kreeg door de donkere kringen onder zijn helder bruine ogen een romantische volwassenheid. Zijn lange, rechte neus was heel dun. Iedere verpleegster van het Pasteur Ziekenhuis was jaloers op zijn lange, donkere wimpers. Overigens viel het wel op dat sinds de komst van de Indiër, de verpleegsters ongewoon vaak en om het minste of geringste even binnenwipten in het pathologisch laboratorium. Ze wilden ongetwijfeld meemaken dat hij de Indiase Touwtruc deed, oosterse bezweringsformules uitsprak of aan de hand van de rook van een sandelhoutvuurtje de toekomst voorspelde.

Ondanks zijn eigen vreemde positie, zijn verkrachting van het Amerikaans, en zijn bizarre uiterlijk, beloofde de Indiër toch een eerste klas patholoog te zullen worden. Dokter Coffee was ervan overtuigd dat hij alles af wist van bacteriën en weefsels, dat hij een snel, diagnostisch oog had en dezelfde goede wetenschappelijke nieuwsgierigheid en hetzelfde eindeloze geduld dat karakteristiek was voor Indiërs als C. V. Raman, Jagadis Chandra Rose, en P. C. Roy.

'Welkom, dokter Sahib, vijf maal welkom," zei dokter Mookerji toen dokter Coffee het laboratorium binnenkwam. 'Hoopte al op vroege komst, want zit ietwat omhoog met pakje dat zoëven door kleine boodschappenjongen bij laboratorium werd afgegeven.'

'Wat voor pakje, dokter?' vroeg Dan Coffee.

'Heb kleine vrijheid genomen genoemd pakje uit te pakken,' zei dokter Mookerji, 'kan nu inhoud melden als zijnde semi-privé anatomische zaken, te weten: een maag, een vrij groot stuk van de lever van een heer, de complete grote hersenen met daaraan de kleine hersenen, een glazen pot met daarin verschillende persoonlijke organen, alle ietwat fragmentarisch. Echter, spijtig te zeggen, dokter, kon geen kaartje ingesloten vinden. Vond ook geen verdere aanwijzingen ten aanzien van identiteit eigenaar van genoemde lichaamsdelen.'

'Dat moet de politiezaak zijn waarover inspecteur Ritter me gisteravond heeft gebeld,' zei dokter Coffee. 'Ze willen dat we een analyse maken in verband met een vermoedelijke vergiftiging.'

'Politie?' riep dokter Mookerji uit. 'Analyseert de Amerikaanse politie niet hun eigen vergif?'

'Niet in Northbank. De politie van Northbank beschikt over een mooie, dure, nieuwe gevangenis en een aantal met radio uitgeruste, snelle auto's. Maar een microscoop of testbuisje hebben ze niet.'

'Net zoals geboortedorp in Bengalen,' zei de Indiër, 'waar wetenschappelijke criminologie alleen wordt toegepast met een lange stok waarmee boosdoeners worden bewerkt. Aan welk gif wordt gedacht?'

'Daar ben ik niet zeker van,' zei dokter Coffee. 'De man is na het diner overleden en de symptomen schenen gastrisch te zijn, dus u kunt beter een Reinsch-test uitvoeren. Als u verdachte reacties krijgt die duiden op arsenicum of kwik, kunnen we nog meer specifieke tests doen.' Dokter Coffee keek op zijn horloge. 'Misschien heb ik na de lunch meer bijzonderheden. Over een half uur heb ik een ontmoeting met inspecteur Ritter. Plak op die potten intussen een etiket met "Cif-ford Otto" erop, en begin eraan te werken.'

'Zal meteen beginnen met analytische methode,' zei dokter Mookerji.

Dokter Coffee trof de inspecteur van de recherche, Max Ritter, in het restaurant van Raoul. Dokter Coffee at daar graag. Hij at overal graag, hoewel het magere omhulsel van zijn grote, benige, slungelachtige lijf niet wees op de genotzuchtige neigingen van de man. Had hij zich eenmaal met een pathologisch probleem en een microscoop opgesloten in zijn laboratorium, dan kon hij het dagen volhouden zonder aan eten te denken. Dan at hij de boterhammen op en dronk de koffie die zijn laborant voor hem had gehaald, zonder te weten dat hij at. Maar als hij zijn benen onder een welvoorziene dis stak, dan wist hij heel goed dat hij at - en wat.

Het restaurant van Raoul was een minuscuul restaurantje aan de verkeerde kant van het spoor in de vuile industriewijk van Northbank. Je moest eerst een trap op en er lag zaagsel op de grond. Het was lang geleden dat de rood geblokte tafelkleedjes hadden kennisgemaakt met de wasserij. Het restaurantje stonk heerlijk naar knoflook, gebakken uien en kruidige spijzen, die in wijn werden gestoofd. De koks van een chic restaurant even verderop kwamen hier regelmatig alledaagse gerechten eten van dik aardewerk, waar stukken vanaf waren - kalfsniertjes in rode wijn, gezouten varkensvlees met linzen, ha-zepeper, pens. Raoul, de Normandiër met het rode gezicht die het restaurantje runde, was bijzonder trots op zijn pens, die de hele dag stond te pruttelen in aardewerken potten vol witte wijn, wortelen, en grote uien met kruidnagelen. Hij sloot het deksel van de pot af met deeg om de geurige stoom niet te laten ontsnappen, en achter in de eetzaal, achter de keuken, had hij drie tafeltjes met kleine gasplaatjes speciaal gereserveerd voor mensen die pens kwamen eten. Raoul vond dat pens alleen maar geschikt was voor een beschaafde smaak, tenzij hij heel heet was.

Dokter Coffee kwam graag pens eten bij Raoul, omdat het zo'n verademing was na de gezonde, door diëtisten samengestelde maaltijden van het restaurant in het Pasteur Ziekenhuis met al dat steriele wit en die over hun werk pratende artsen, de getelde calorieën en de kannen met melk op de smetteloze tafeltjes. Sinds die eerste moeilijke tijd met zijn nieuwe Indiase internist had hij niet meer bij Raoul geluncht, maar Max Ritter had erop aangedrongen; en dus had Dan Coffee een uurtje gestolen van het ziekenhuis om dwars door de stad te rijden.

Toen dokter Coffee binnenkwam, had inspecteur Ritter al een half stokbrood achter de kiezen. Hij viel dus maar meteen met de deur in huis.

'Ik wil het even hebben over die man die gisteravond bij aankomst in het ziekenhuis bleek te zijn overleden,' zei Ritter. 'Die vent die dood achter in de chique bolide van mevrouw Madeline Starkey lag. Clifford Otto heet hij volgens haar. Wat wilt u eten, dokter? Pens? Of misschien rundvlees in rode wijn?'

'Pens,' zei dokter Coffee. 'Toen u gisteravond belde, zei u, dat u dacht die vogel te kennen. Wie is het?'

'Pens, Raoul,' zei Max Ritter. 'Dokter, ik had die man voor gisteravond nog nooit gezien, maar toen ik na het telefoontje naar het ziekenhuis kwam en het lijk had bekeken, wist ik dat zijn kop mij bekend voorkwam. Dus liet ik een prent van hem maken en heb tot twee uur vannacht in mijn toko foto's zitten bekijken. Ik heb oude circulaires bekeken - van die pamfletten met gezochte personen die ze in postkantoren ophangen, van de FBI, van politie buiten de stad, van privé-bureaus. Maar voor ik had kunnen ontdekken waar ik die kop meer had gezien, vielen mij n oude ogen steeds dicht. Dus gaf ik de vingerafdrukken door aan Washington en ging naar bed. Vanochtend kwam het antwoord.'

De rechercheur gaf dokter Coffee een telegram waarin stond:

uw verzoek aangaande henry classificatie ontvangen

32 L 1 U 101 7

L 1 U 101 13

deze classificatie in archief staat voor otto clifton, alias clifton ford, alias cliff otford, gearresteerd new york 1937, beschuldigd van juwelendiefstal, op verzoek van aanklaagster mevrouw andre.w van carsen, weduwe van nederlandse oliemagnaat, niet ontvankelijk verklaard, in 1938 gearresteerd wegens eenzelfde feit, eveneens ontslagen van strafvervolging. heeft ook een jaar op jamaica gezeten wegens het in bezit hebben van gestolen goederen. onlangs gezocht door politie van havana onder verdenking diamanten ketting te hebben gestolen van gravin zlata van joegoslavië

'Dat knappe gezicht van Otto had ik dus op een pamflet uit Havana gezien,' zei inspecteur Ritter. 'Ik heb dat pamflet uit Havana uit het archief gevist. De stenen die door die gravin Zlata Joegoslavië uit waren gesmokkeld, voordat Tito haar uitriep tot een vijand van de volksrepubliek, waren $200.000 waard. Er staat ook op dat Otto in West-Indië al een tijdje eenzame dames van middelbare leeftijd kleine sieraden afhandig maakt.'

'Hoe komt zo'n vent in Northbank?' viel dokter Coffee hem in de rede.

'Daar kom ik zo op,' zei Max Ritter. 'Het schijnt dat hij mevrouw Starkey van Jamaica kende. Ze woonde op Jamaica toen ze Starkey leerde kennen - u kent dat wel, hij maakte vlak voor de oorlog zo'n Caribische cruise. Nog voor ik dat verhaal over die Otto had gehoord, vertelde ze me gisteravond, dat hij een oude Chicago-boy was, die genoeg had van het buitenland. Op weg naar huis onderbrak hij zijn reis om bij een oude vriend langs te gaan. Hij werd toen verliefd op ons kleine, groene stadje en besloot hier neer te strijken als zich zakelijk wat geschikte gelegenheden zouden voordoen. Hij woont nu al twee weken in River House voor twintig dollar per dag - een suite natuurlijk - en gisteravond gaf mevrouw Starkey een dineetje, zodat Otto kon kennismaken met wat vooraanstaande mensen uit Northbank en wat zakenrelaties kon opdoen. Alleen werd Otto tijdens dat diner ziek en stierf onderweg naar het ziekenhuis. Kent u een zekere dokter Perry, dokter?'

'George Perry? Maar natuurlijk. Een fijne vent.' 'Is hij eerlijk?'

'Als goud. Fijnere mensen dan George Perry bestaan er niet.'

'De reden waarom ik dit vraag,' zei Ritter, 'is dat deze Otto een week geleden een bezoek heeft gebracht aan dokter Perry. Bedorven maag. Volgens de lijkschouwer is Otto gestorven aan een acuut geval van gastritis. Misschien heeft de oude man gelijk. Waarom zou een gigolo en een juwelendief niet net zogoed als een ander kunnen sterven aan buikpijn. Ik ben er alleen niet zo zeker van. Er is iets vreemds aan dat diner van gisteravond.'

'Hoe vreemd?' vroeg dokter Coffee.

'De mensen die daar waren,' antwoordde de rechercheur. 'Ze behoorden tot de grootste verzamelaars van armbanden met smaragden in Northbank. Als dan een onbetrouwbare liefhebber van diamanten aanzit aan een diner met glinsterende prulletjes ter waarde van ongeveer een miljoen dollar en dood neervalt... Dan mag ik daar toch wel mijn vraagtekens bij zetten, dokter?'

'Wie was er, Max?'

De rechercheur haalde een envelop met ezelsoren uit zijn zak. 'Om te beginnen de gastheer en gastvrouw, de heer en mevrouw Herbert Starkey,' las hij. 'Dan de heer en mevrouw Peter Brooks, de heer en mevrouw Wally Drew en de heer en mevrouw Sydney Kelling. Ziet u wat ik bedoel, dokter? Een klein, knus gezelschap, maar van grote klasse.'

De eigenaar onderbrak het gesprek door een dampende aardewerken pot op de gaspit te zetten.

'Let op dat u de kookpot niet aanraakt,' zei Raoul. 'Die is erg heet.' Behoedzaam veegde hij met zijn schort over zijn rode gezicht, waarbij er aan weerszijden van zijn zwarte snor een zweetdruppel achterbleef. 'Wilt u er wijn bij? Een fles witte, net als de vorige keer?'

Dokter Coffee keek op zijn horloge. 'Goed, Raoul,' zei hij. 'Een witte wijn van de eilanden in het Erie meer.'

De daaropvolgende minuten werd er niets gezegd en was er geen ander geluid te horen dan het plezierige pruttelen van de kookpot, het knapperige geknisper van brekend stokbrood, het gekreun van een kurk die uit de fles werd getrokken en het gerinkel van vorken op borden. Maar dokter Coffee dacht na. In gedachten ging hij nog eens de gastenlijst van de familie Starkey langs: Brooks, Drew, Kelling, allemaal mannen met vrouwen die zo aan reclamespotjes zouden kunnen meedoen.

Dokter Coffee zelf dacht nooit in termen van karaats of cabochon, maar een paar keer per jaar - na de opening van de symfonie, de twee avonden die het gezelschap van de Metropolitan Opera optrad tijdens het jaarlijkse bezoek aan Northbank, of na het bal van het sociale voorzieningsfonds van Northbank - werd hij een paar uur wakker gehouden, terwijl zijn vrouw de waarschijnlijke oorsprong van de opzienbarendste juwelen waarmee bij die gelegenheden gepronkt werd, opsomde en beschreef. En daarbij gingen de dames Starkey, Brooks, Drew en Kelling altijd voorop.

Volgens Julia Coffee waren de ringen van Madeline Starkey schitterend, maar waren haar tiara en ketting te opzichtig om smaakvol te zijn. Maar ze was er eerlijk aan gekomen, als je de manier waarop Herbert Starkey aan zijn geld kwam tenminste wettig wilde noemen. Starkey was president van de Ontwikkelingsmaatschappij van Lake-side, de firma in onroerend goed die het chique Lakeside Park van Northbank wilde aanpakken. Het Lakeside Park keek uit over een kunstmatig meer dat door de stad Northbank was aangelegd als reservereservoir voor de watervoorziening van de stad. Het was natuurlijk puur toeval, dat toen de hellingen rond het meer verdeeld moesten worden in aantrekkelijke bouwplaatsen, veertig procent van het land bleek toe te behoren aan twee leden van de gemeenteraad, en de overige zestig procent aan de Ontwikkelingsmaatschappij van Starkey. Het Lakeside Park was echter een prachtig park geworden waar de stad trots op kon zijn en Starkey was met zijn buikje een zeer gerespecteerd lid van de gemeenschap geworden, bestuurder van weeshuizen, president van het plaatselijke Rode Kruisen hoofd van het sociale voorzieningsfonds. Zijn turbulente verkering en huwelijk met Madeline tijdens een drie weken durende cruise langs de Westindische eilanden had veel stof doen opwaaien, maar Madeline was voor hem een uiterst decoratieve vrouw en met haar schitterende diners haalde zij altijd de society-bladzijden van de krant.

Mevrouw Peter Brooks droeg in Northbank de grootste diamanten en volgens Julia Coffee de geelste. Zij vertegenwoordigden de winst op de gemeentelijke bestratingscontracten van Peter Brooks.

Mevrouw Wally Drew was smaragden armbanden gaan verzamelen toen ze nog de vrouw van een ander was, de vrouw van een beleggingsbankier, die zijn vrijheid had teruggekocht met een regeling, die haar in staat stelde haar verzameling in stand te houden en zich te verzekeren van een tien jaar jongere echtgenoot. Wally Drew was tijdens zijn huwelijk golf prof bij de Country Club van Northbank, maar speelde nu alleen nog maar voor zijn plezier. Tegenwoordig had hij het druk met het profiel van zijn vrouw en haar armbanden te bewonderen.

Mevrouw Sydney Kelling was erg onopvallend met haar sieraden -alleen een paar strengen bijpassende parels, een broche met robijnen en een oosterse ring met saffieren - maar iedereen wist dat ze echt waren en duur, omdat haar man de beste juwelier van Northbank was.

Het was inderdaad toevallig, peinsde dokter Coffee, dat een beruchte juwelendief dineerde in gezelschap van zo'n met juwelen getooid gezelschap - of het zou moeten blijken dat zijn plotselinge dood geen toeval was...

'Meer pens, dokter?' zei inspecteur Ritter.

'Dank je,' zei dokter Coffee. 'Vertel me eens iets meer over dat diner, Max.'

'Het was een Westindisch diner,' zei de rechercheur. 'Gisteren was het de verjaardag van de verloving van de heer en mevrouw Starkey, en de families Brooks, Drew en Kelling maakten eveneens de cruise mee, waarop Starkey en Madeline elkaar ontmoetten. De eregast was toevallig ook tijdelijk van Jamaica overgekomen. Er werd dus alleen maar Caribisch gegeten. Hier is het menu. Als er in het huis van Starkey meer dan twee mensen eten, schijnen ze altijd gedrukte menu's te hebben.'

Ritter overhandigde de gedrukte kaart aan de patholoog. Dokter Coffee las:

Rougail de Crevettes

Akees met Kabeljauw

Poulet aux bananas en cocotte

Aubergine, Sauce au Chien

Salade van Palmharten

Gekruide Avocado's met Kirsch

Koffie uit Puerto Rico

Diverse soorten Westindische Rum

'Het enige dat ik daarvan begrijp,' ging Max Ritter verder, 'is de koffie en de rum. En reken maar dat zij rum hebben! Ik heb de keuken gisteravond verzegeld, voor het geval u een paar restjes door uw lab wilde laten onderzoeken, dokter. Ik heb monsters uit alle flessen. Ze hebben zes soorten rum gedronken. Cubaanse rum voor daiquirie-cocktails. Daarna rum uit Barbados bij de - hoe het ook mag heten. Rum uit Jamaica bij de akees, wat dat ook mogen zijn. Wat zijn dat, dok?'

'Dat weet ik niet. We zullen het aan Raoul vragen.'

'Enfin, dan was er nog rum van Martinique bij de kip. Poulet schijnt kip te betekenen.'

'Met bananen,' zei dokter Coffee. 'Ik vraag me af hoe ze dat klaarmaakt.'

'En rum van Haïti bij de palmharten. Daarna Demerara rum - die heeft een alcoholgehalte van 150 -bij het nagerecht. Misschien is die Otto toch wel gestorven aan een maagaandoening. Staat er nog iets fataals op het menu, dok?'

Dokter Coffee schudde zijn hoofd. Daarna werd Raoul erbij gehaald. Hij wilde weten wat 'Rougail' was.'

Raoul bestudeerde het menu en streek met zijn vinger langs zijn snor. Volgens hem was Rougail een Westindische hors d'oeuvre, waarbij garnalen in een mortier worden vermalen, tot ze met olie, zout en wat pepertjes een gladde pasta vormen. Akees? Daar had Raoul nooit van gehoord. Zeker geen Frans-Westindisch gerecht. Nee, Raoul wist niet hoe je kip met bananen moest bereiden. Hij wist dat het een gerecht was van Martinique, en hij begreep dat het van die kleine banaantjes waren, die nog niet helemaal rijp waren als ze werden gebruikt. Het recept kende hij niet.

'Dank je, Raoul,' zei dokter Coffee. 'Hoe gaan we nu verder?'

'Ik zou het niet weten, dok,' zei de rechercheur. 'Als die Otto werd vergiftigd, moet dat in het laboratorium blijken. Waar of niet? De lijkschouwer heeft u toch beloofd de ingewanden van de man op te sturen? Sinds die keer toen u aan de krant vertelde dat hij de autopsie verrichtte in de zaak Harriet Baron, vindt hij het niet erg dat ik met u samenwerk. Heeft hij alles opgestuurd?'

Dokter Coffee knikte. 'Dokter Mookerji is al bezig met de eerste proeven,' zei hij.

'Die Indiër? Kan hij dat wel aan, dok?'

'Dokter Mookerji is een uitstekend chemicus,' zei dokter Coffee.

'Want het moet goed gebeuren. Ik ben als de dood door de lijkschouwer te worden uitgelachen, dok.'

'Waarom, Max?'

'Omdat iedereen tijdens het diner bij Starkey hetzelfde heeft gegeten. Ik heb vanmorgen met de bedienden gesproken. Ze hadden er allemaal een hekel aan gehad zich als Jamaicanen te moeten kleden, met boerenzakdoeken om hun hoofd - u weet wel, van dat spul in de plaatselijke kleuren - en ze bleven maar praten. De kok zei dat mevrouw Starkey de keuken inkwam om toe te zien op het werk omdat zij wist hoe alles moest smaken en hoe ze dat gedaan kon krijgen. Het schijnt dat ze een hoop spullen per vliegtuig uit Jamaica heeft laten komen. Volgens de serveersters is iedereen uit dezelfde schalen bediend. De serveersters gaven aan tafel de schalen door, zodat Otto geen extra portie cyaankali kan hebben gekregen. Ook de rumflessen werden doorgegeven, zodat ik niet zie hoe Otto aan dat extraatje is gekomen. Ik mag barsten, dok, maar ik raak het gevoel niet kwijt dat wij hier te maken hebben met moord.'

'Heb je nog andere aanwijzingen dan je gevoel en de reputatie van Otto?' vroeg dokter Coffee.

'Misschien zijn er nog drie aanwijzingen," zei de rechercheur. 'Ten eerste: wat is er gebeurd met de glimmers van gravin Zlata? Misschien is Otto die ergens tussen Havana en Northbank verloren, maar misschien ook niet. Ik heb de suite van Otto in River House in ieder geval helemaal doorzocht, en dat heeft niets opgeleverd. Ten tweede: waarom verliet Madeline Starkey het ziekenhuis alleen, toen de internist de politie belde, in plaats van zich door haar man naar huis te laten rijden, zoals hij aanbood? Ik zeg niet dat hij me in River House voor is geweest, maar ik weet wel dat de hotelsleutel van Otto zoek is. Ten derde: toen ik Otto voor het eerst zag, waren een paar van zijn zakken binnenste buiten gekeerd. Ik kan je niet vertellen waarom, maar ik kan je wel vertellen, dat nadat mevrouw Starkey alleen was weggereden, die Sydney Keiling, die met Starkey was meegekomen, bij Otto achter in de auto van mevrouw Starkey ging zitten en naast hem in slaap viel. Dat is alleszins begrijpelijk na al die rum, en ik beschuldig een eerste klas juwelier dan ook niet van dwaasheid. Maar waar is de glimmende halsband van gravin Zlata gebleven, en waar is de sleutel van Otto's suite in River House?'

ik begrijp wat je bedoelt,' zei dokter Coffee. Hij keek op zijn horloge. ik moet terug naar het ziekenhuis, Max. Ik laat je nog wel weten wat het laboratoriumonderzoek uitwijst.'

Bij terugkeer van dokter Coffee bleek het laboratoriumonderzoek niets te hebben opgeleverd. De dunne koperen strips waren helderen glanzend door de Reinsch-test gekomen. Daarmee werd aangetoond dat er geen arsenicum of kwik in de spijsverteringsorganen van de dode man aanwezig was.

'Heb ook naar fosfor, antimonium en fluor gezocht,' vertelde dokter Motilal Mookerji. 'Reacties eveneens negatief. Je wilt toch geen onderzoek naar alkaloïden, dokter Sahib?'

'Volgens mij moet je de reagens van Mayer eens proberen,' zei dokter Coffee. 'Maar als we al die vierentwintig reacties voor alkaloïden gaan uitvoeren, krijg ik de administratie van het ziekenhuis op mijn dak omdat ik het laboratorium gebruik voor doeleinden waar het ziekenhuis geen belang bij heeft. We kunnen het onderzoek beter toespitsen. Dokter Mookerji, je komt uit de tropen. Heb je ooit gehoord van een tropische vrucht, groente, vis of dier dat akee heet?'

' Akees? Jazeker!' zei de dikke Indiër. 'Hoewel ze in India niet vaak voorkomen, ken ik de akee-vrucht van beschrijvingen door neef Lal Gupta Mookerji, die vroeger op Trinidad en Jamaica ook iets op het medisch vlak deed. De akee-vrucht lijkt op een kleine, rode appel met grote, zwartachtige zaden in het gele binnenste. Volgens neef Lal Gupta is de vrucht, gestoofd bij bepaalde gerechten, heel smakelijk. In Latijn heet hij Blighia sapida. Kapitein Bligh heeft de vrucht uit Nieuw-Guinea overgebracht naar Jamaica, waarna hij aan boord van de HMS Bounty een helse ruzie kreeg met Clark Gable. Heb je akees gegeten bij de lunch, dokter Sahib?'

'Nee,' zei dokter Coffee, 'maar de overleden heer Otto heeft gisteravond kort voor zijn dood akees gegeten bij het diner.'

De roze tulband danste heen en weer. 'Dat is dan duidelijk,' zei de Indiase internist. 'Als ik niet vergis, akees kunnen giftig zijn wanneer ze onrijp of overrijp zijn. Misschien wij dan alkaloïdentest niet nodig hebben, maar verder gaan met glucoside, daar akee-gif wat lijkt op saponien.'

Dokter Coffee stak een sigaret op en blies peinzend twee rookwolkjes uit zijn neusgaten alvorens te antwoorden: 'Onderzoek naar saponien, al begrijp ik niet wat we eraan hebben. Er waren gisteravond acht mensen die akees aten, en slechts één ervan stierf.'

'Heel ongewoon sterftecijfer,' meende dokter Mookerji.

Dokter Coffee was die avond om half negen bijna klaar met eten toen de telefoon ging.

'Hallo, dokter Sahib,' zei de opgewekte stem van de Indiër. 'Heb eerste onderzoeken afgerond op dode maag van overleden heer Otto. Spijsverteringsweefsels van deze heer geven positieve reactie voor saponien. Kan daarom zeggen dat dood van heer zonder twijfel veroorzaakt is door vergiftiging als gevolg van eten onrijpe akee-vruchten. Kan echter geen verklaring geven voor feit dat andere gasten immuun waren. Sterftecijfer tengevolge van akee is meestal negentig procent.'

'Misschien heeft hij de enige slechte akee gehad,' zei dokter Coffee. 'Heb je het hersenweefsel al bekeken?'

'Begin meteen aan,' zei dokter Mookerji, 'ben instructies niet vergeten voor molybdeenzuur-test naar alcohol in de hersens.'

'Ik ben ervan overtuigd dat je een prachtige blauwe reactie krijgt,' zei dokter Coffee. 'Bel me als er iets uitkomt.'

Hij had amper neergelegd of Max Ritter belde. 'Ik kom over vijf minuten bij je langs,' zei de rechercheur. 'Trek vast je jas aan, we hebben een rit voor de boeg van vijfenzeventig kilometer. Als je een telefoonnummer moet achterlaten voor noodgevallen, kunnen ze je bereiken op Valley 1776. Tot straks.'

Toen hij in de auto van Max Ritter stapte, zei dokter Coffee: 'Ik weet niet waar we heen gaan, Max, maar ik vrees dat de dood van Otto een ongeluk was. Hij stierf aan akee-vergiftiging. Hij moet de enige slechte vrucht op de schaal hebben opgegeten.'

'We gaan naar het weekendhuisje van de familie Starkey, dat ze hun jachthut noemen,' zei Ritter. 'Het staat vijfendertig kilometer buiten de stad. Ik ben er nog niet zo zeker van of het wel een ongeluk was, dok. Ik heb net een telegram ontvangen van de politie in Kingston op Jamaica. Zij schijnen mevrouw Starkey voor haar huwelijk te hebben gekend. Ze gaf altijd dure feestjes voor dure bezoekers die in de winter naar Jamaica kwamen en die Otto was altijd van de partij. Ze hadden nooit genoeg bewijzen tegen Madeline. maar zijn er vrij zeker van dat zij onder één hoedje speelde met Otto als hij de Caribische diamantvelden bewerkte. Laten we nu eens veronderstellen dat

Otto de rest van zijn leven Northbank beschouwt als zijn broodwinning zolang Madeline blijft vasthouden aan haar nieuw weelderige aanzien met platina ritsen; en stel je voor dat Madeline had besloten het gevaar uit te schakelen dat die ritssluiting door een chanteur werd losgemaakt...'

'Gaan we daarom naar het jachthuis, Max?'

'Nou, nee. Van de bedienden heb ik gehoord dat mevrouw Starkey pas een uur nadat ze uit het ziekenhuis was vertrokken, thuiskwam. Dat zou haar genoeg tijd geven om naar de hut en terug te rijden. Vanmiddag ben ik met die Sydney Kelling bezig geweest. Hij is bang. Hij zegt niet te hebben geweten dat Otto een oplichter was en bang te zijn dat zijn reputatie van eerlijke juwelier er niet beter van zou worden als bekend werd dat hij met een diamantdief had gedineerd. Dus toen Madeline Starkey hem vanmiddag belde en hem vroeg om tien uur naar de jachthut te komen, gaf Kelling mij meteen een seintje. Hij doet alles om maar vrijuit te kunnen gaan.'

'Volgens mij heb je nog weinig bewijzen tegen mevrouw Starkey, Max,' zei dokter Coffee.

'Daarom wil ik dat je meegaat, dok,' zei de rechercheur. 'Met wat wetenschappelijk geklets over wat het laboratorium allemaal ontdekt heeft, gaat ze misschien door de knieën.'

Dokter Coffee schudde weifelend zijn hoofd toen de politieauto door de nacht reed.

Het jachthuis van de familie Starkey stond boven op een heuvel te midden van een aantal altijdgroene bomen. Max Ritter bonsde met de klopper op de voordeur. Even later deed Madeline Starkey open. Als ze al verbaasd was, liet ze dat niet merken. Statig stond ze in de deuropening met haar hoofd iets schuin, zodat de koude, onpersoonlijke schoonheid van haar klassieke profiel goed afstak tegen het vuur dat in de open haard achter haar brandde. Haar donkere vlechten, die strak om haar hooghartige hoofd waren gelegd, glommen als git door de ragfijne bol van haar hoed. De uiteinden van het sabelbont dat nonchalant om haar schouders was gedrapeerd, waren vastgezet met een speld met een glinstering van twintigduizend dollar.

Afgezien van het licht van de open haard was de kamer achter haar donker. De huiden en dierekoppen waarmee de muren waren versierd en twee enorme koperen hondekoppen glansden in de haard-ijzers.

'We komen even langs om te horen of Kelling al heeft ingestemd om de ketting van gravin Zlata opnieuw te zetten,' zei Max Ritter.

'Ik begrijp u niet,' zei mevrouw Starkey.

Ritter liep langs haar heen en dokter Coffee ging achter hem aan. Ergens vanuit het donker hoorden ze Sydney Kelling verontschuldi-

gend zeggen: 'Ik ben er net, inspecteur. We hadden het over de ongelukkige dood van de heer Otto.'

'Dat komt goed uit,' zei Ritter, 'want dokter Coffee hier heeft wat laboratoriumwerk op het lijk van de heer Otto verricht. De dokter denkt dat u hem misschien vermoord heeft, mevrouw Starkey.'

De deur werd met een klap dichtgegooid. 'Maar dat is belachelijk,' zei mevrouw Starkey. 'Waarom zou ik Cliff Otto willen vermoorden?'

'Om te voorkomen dat uw man erachter zou komen hoe dik bevriend u was met een juwelendief. Ik heb hier een telegram van de politie van Jamaica over u beiden.'

De lach van mevrouw Starkey was even licht en rinkelend als ijs in een whisky-soda. 'Belachelijk!' zei ze. 'Ik heb niets voor mijn man verborgen gehouden. Waarom zou een man die, zoals Herbert Starkey, met succes duizenden dollars van de belastingbetalers van North-bank heeft gejat, moeilijk doen omdat ik Cliff Otto kende, die alleen maar uit juwelen bestaande cadeautjes aannam van oudere dames?'

'Otto heeft gezeten,' zei Ritter. 'Misschien dat het de sociale positie van de familie Starkey geen goed doet als er steeds een gevangenisboef komt dineren.'

'Dat is het dus,' zei mevrouw Starkey. 'Hoe moet ik die arme Cliff dan vermoord hebben?'

'Vergiftiging door middel van akee,' zei dokter Coffee. 'U weet natuurlijk dat akees soms giftig zijn.'

'Ik weet nog dat op Jamaica kinderen soms erg ziek werden na akees te hebben gegeten, die ze van de grond hadden opgeraapt,' zei mevrouw Starkey. 'Overigens...'

Mevrouw Starkey hield op met praten. Ze draaide haar hoofd naar de open haard met daarnaast eep deur, die langzaam openging. In de deuropening stond een gezette, kalende man. Hij had rode fluwelen revers op zijn huisjasje. Toen hij zijn hand bewoog, zagen ze in het licht van het vuur wapenmetaal glanzen.

'Het spijt me, mensen,' grinnikte Herbert Starkey en stak zijn revolver in zijn zak. 'Ik lag in de kamer hiernaast te slapen en hoorde stemmen. Ik wist niet wie het was.'

Mevrouw Starkey bleef onbeweeglijk staan toen ze naar haar man keek. 'Wat doe jij hier, Herbert?' wilde ze weten.

Ik hoorde dat jij met Syd Kelling telefoneerde en afsprak hem hier te treffen, dus ben ik vroeg gekomen. Ik controleer je tegenwoordig altijd als je een afspraak maakt met een andere man, Madeline.'

'Volgens deze heren is Cliff Otto vergiftigd met akees, Herbert,' zei mevrouw Starkey.

'We hebben allemaal akees gegeten,'zei Starkey. 'En mij mankeert niets.'

Ergens in de kamer ging een telefoon. Max Ritter liep al struikelend door het donker om het rinkelende apparaat te pakken. Hij gromde een paar keer en zei toen: 'Voor jou, dok. Ik denk dat het jouw swami is.'

De stem van dokter Mookerji klonk hard in het oor van Dan Coffee. 'We zijn net klaar met het onderzoek van de hersenen van de overleden heer.' De Indiër was opgewonden. 'Weefsels toonden aan dat er geen sprake is van alcohol. Kunnen daarom melden dat matigheid van overledene met betrekking tot alcoholische dranken groot was en hem fataal is geworden. Want bij naslag gisteravond van standaardwerk over tropische ziekten bleek dat dokter Sir Harold Scott had ontdekt. dat alcohol een eerste klas tegengif is voor akee-vergiftiging. Alcohol slaat giftige stoffen neer voordat de dodelijke werking begint. Wellicht waren nog in leven zijnde eters van akee minder matig, dokter Sahib?'

'Na zes soorten rum ben je niet meer zo matig, dokter Mookerji,' zei Dan Coffee. 'Bedankt. En gefeliciteerd met de fantastische manier waarop je het postmortale onderzoek hebt uitgevoerd.'

Dokter Coffee bleef even naar het vuur zitten kijken. Daarna belde hij dokter George Ferry en sprak fluisterend met hem. Ten slotte liep hij terug naar de groep bij het vuur.

'Mevrouw Starkey,' vroeg hij, 'was Otto gisteravond de enige die geen rum dronk?'

'Nu u het zegt, ik geloof het wel.'

'Waarom heeft u dat niet tegen inspecteur Ritter gezegd?'

'Hij heeft er me niet naar gevraagd. Is het dan belangrijk?' vroeg Madcline Starkey.

'Alcohol is een tegengif voor vergiftiging door middel van akee,' zei dokter Coffee. 'Uw andere gasten zijn niet vergiftigd omdat zij vol rum werden gegoten.'

'Wat een tragisch ongeluk!' zei Madeline Starkey.

'Het was geen ongeluk,' zei dokter Coffee. 'Max, jij kunt meneer Starkey beter het wapen, dat hij in zijn zak heeft, afnemen. Want meneer Starkey heeft Clifford Otto vermoord.'

'Wat een onzin.' Starkey gaf gehoorzaam zijn revolver aan de rechercheur. 'Ik heb nooit iets geweten van alcohol en akee-vergiftiging-'

Madeline Starkey keek met koude, beschuldigende ogen naar haar man. 'Dat is niet waar, Herbert,'zei ze. 'Ik weet nog dat ik je eens heb verteld als klein meisje bijna te zijn gestorven na het eten van akees ...en hoe de dokter in Kingston mij redde door mij zoveel rum te geven tot ik dronken was.'

'Dat was ik alweer vergeten.' Terwijl Starkey zijn vrouw aankeek, glimlachte hij met zijn mond, maar niet met zijn ogen.

'En jij hebt die tropische waren uit Jamaica over laten komen, Herbert,' ging mevrouw Starkey verder. 'Jij hebt de akees besteld, Herbert.'

'Dat is nog geen moord, Madeline. Dat is geen...'

'Het was wel moord, meneer Starkey,' viel dokter Coffee hem in de rede, 'toen u een week geleden tegen dokter Perry zei dat hij Otto een paar weken droog moest leggen omdat hij alcoholist was.'

'Ik heb misschien tegen Perry gezegd dat Otto te veel dronk,' zei Starkey met een wild gebaar. 'Maar de dood van Otto was absoluut een ongeluk. U kunt het tegendeel niet bewijzen. U kunt niet bewijzen dat ik iets afwist van akee-vergiftiging. Dat kunt u niet...'

De stem van Starkey ebde weg. Hij keek naar zijn vrouw. Madeline Starkey stond verstard voor hem en haar onpersoonlijke, klassieke masker was verdwenen. Haar gezicht was vertrokken door afschuw en er lag haat in haar ogen.

Starkey glimlachte weer. 'Als de heren van de politie een zaak willen hebben die het voor het gerecht goed zal doen,' zei hij, 'raad ik u aan eens te gaan kijken in het wapenrek in de uiterste hoek van deze kamer. Een paar uur geleden rommelde ik daar toevallig wat in en vond er een hele mooie diamanten halsketting, die achter de geweren was verstopt. Ik weet niet of de ketting gestolen is of wie hem hier heeft gebracht, maar.

Opnieuw liet de stem van Starkey hem in de steek. Hij bleef voortdurend naar het gezicht van zijn vrouw kijken, zelfs toen Max Ritter naar hem toe kwam om hem de handboeien om te leggen.

'Madeline,' zei hij even later, 'je hebt tegen me gelogen. Je hield nog van hem.'

Madeline Starkey gaf geen antwoord. Maar haar stilzwijgen sprak voor zich. De minachting, de primitieve haat die haar smalle lippen deed krullen, was een volledige bekentenis van haar liefde voor de overledene en een beschuldiging aan het adres van zijn moordenaar.

Herbert Starkey deed een uitval naar voren. Met zijn geboeide handen sloeg hij snel tegen de zijkant van het gezicht van zijn vrouw.

Madeline draaide haar hoofd iets om. Er was bloed op haar wang, maar de uitdrukking op haar gezicht was niet veranderd. Langzaam en geruisloos zakte ze in elkaar. Met haar hoofd sloeg ze op de glanzende koperen neus van de hond op het dichtstbijzijnde haardijzer. Ze bleef roerloos op het haardkleedje liggen.

Dokter Coffee tilde haar op en droeg haar naar de bank. Twee minuten later zei hij: 'Ze moet op de onderkant van haar schedel zijn gevallen. Ze was op slag dood.'

Terwijl Herbert Starkey zich op zijn knieën naast de bank liet zakken, zei Max Ritter: 'Dit is voor de rechtbank niet moeilijk te bewijzen, Starkey.'

Toen ze terugreden naar de stad, merkte Max Ritter op: 'Weet je, dok, we kunnen Starkey alleen beschuldigen van doodslag op zijn vrouw, maar beter iets dan niets. Hij heeft waarschijnlijk gelijk als hij beweert dat wc voor het gerecht niet kunnen bewijzen dat hij Otto heeft vermoord. Dat gedoe met die akee was heel knap.'

'Als dokter Mookerji er niet geweest was,' zei dokter Coffee, 'zou het te knap zijn geweest.'

'Dok, er is een beloning uitgeloofd voor de schittersteentjes van gravin Zlata. Misschien kunnen we de swami voordragen voor die beloning.'

'Dokter Mookerji had met de ketting weinig te maken,' zei Dan Coffee, 'maar hij heeft de zaak voor ons wel opgelost.'

'We zullen hem voordragen,' zei Ritter, 'en jou ook, dok.'

'Geef mijn aandeel maar aan het ziekenhuis. Dan houdt het bestuur misschien eens op met zeuren over het feit dat mijn laboratorium vol zit met politiezaken.' Dokter Coffee trok de aansteker uit het dashboard en drukte een sigaret tegen het gloeiende schijfje. 'Nu komen we nooit te weten hoe mevrouw Starkey die Poulet aux bananes en cocotte klaarmaakte,' zei hij.