Marius
Sivaplein, 1926
Met samengeknepen ogen tuurde Marius naar het geschilderde reclamebord boven de ingang van het Luxortheater, vanwaar de acteur Max I. Linder levensgroot op hem neerkeek. De filmheld stond naast zijn paard, een hand op zijn holster – in zijn voorhoofd stonden diepe plooien, en de blik in zijn blauwe ogen was moordend koud.
De klok op het Sivaplein stond op half vier. Over een half-uur zou de voorstelling beginnen. Hij zat op de stoep voor de bioscoop te wachten op Pero en Ludy. Tegenover de bioscoop kwam de Domineestraat uit op het plein, dat een driehoek vormde, met de Zwartenhovenbrugstraat als basis. Van zijn grootmoeder had hij gehoord dat de Zwartenhovenbrugstraat in de tijd van de slavernij de plek was waar de hoven van de vrije zwarte bevolking van de stad zich bevonden, en waar ze de cassave, de bananen en de zoete patatten verbouwden die ze op de markt verkochten.
Marius sloot zijn ogen en haalde diep adem. De rozengeur die door de warme middagbries met vlagen in zijn richting werd geblazen, drong diep in zijn neus door. De rozen in het perkje midden op het plein hadden ter bescherming tegen de hitte hun tere blaadjes gesloten en lieten hun kopjes hangen. Marius verheugde zich er nu al op hoe ze straks, als de ergste hitte was gebroken, weer fier overeind zouden staan en schaamteloos hun pracht tentoon zouden spreiden.
De verzengende hitte had de straten tot haar domein gemaakt en de meeste mensen hun huizen in gedreven of de schaduw van de fruitbomen in hun tuinen doen opzoeken. “Wie gaat er met zo’n hitte nu naar de bioscoop! Ben je niet goed bij je hoofd?” had zijn moeder hem nageroepen voor hij de poort uitging.
Hij stond op, met een achterwaartse stap trok hij zich terug in de schaduw van het trappenhuis. Vandaar kon hij onopgemerkt de straat in de gaten houden.
Het houten gebouw had wel iets weg van een middeleeuws kasteel, met zijn torens aan weerskanten. In de Domineestraat, ter hoogte van Kersten, kwam een groep opgeschoten meisjes aanlopen. Ze waren geanimeerd in gesprek en hun gelach verbrak de stilte van de verzengende middag. Hun stemmen klonken Marius als het getjilp van een vlucht grikibi’s in de oren. Af en toe bleven ze voor een van de etalages van het warenhuis staan en bewonderden met veel bombarie de uitgestalde waar. Vanwaar hij zat, kon hij hun enthousiaste kreten horen als ze iets van hun gading in de etalages zagen liggen. Uit de manier waarop Wilhelmina haar mimiek en lichaamstaal gebruikte, maakte hij op dat zij het was die het hoogste woord voerde. Hevig gebarend vormde ze het middelpunt van de groep. Elke zin die aan haar lippen ontsnapte werd door hen als orgeade gedronken.
Marius krulde zijn lippen tot een glimlach. Hij had niet voor niets de hitte getrotseerd. De moeite die het hem had gekost zijn vrienden over te halen om op dit godvergeten tijdstip naar de bioscoop te gaan, was niet voor niets geweest. Hij wist dat Wilhelmina geen voorstelling miste waar haar favoriete acteur in speelde.
Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden. Haar zwierige gang riep bij hem verlangens op die hij tot nu toe slechts in zoete dromen had kunnen vervullen. De speciale manier waarop ze haar ene voet voor de andere zette, gaf de draaiing van haar bekken iets betoverends.
Haar zachtgele jurk van herculesdril met lang lijfje en een rok die tot de grond reikte, deed haar donkerbruine huid schitteren. Ze droeg een brutaal strohoedje met wit lint, waar twee dikke vlechten aan weerskanten van haar gezicht onderuit kwamen. Het gaf haar iets meisjesachtigs, in contrast met de brutale zelfverzekerdheid die haar ogen uitstraalden. Haar neusvleugels stonden ver uit elkaar, terwijl de neusrug iets weg had van de snavel van een vogel – haar sterke mond wekte de indruk dat er met haar niet te spotten viel.
♦
Vol spanning staarde Marius naar het grote filmscherm. De zwart-witfiguren bewogen versneld over het doek heen en weer. Heftige stofwolken onttrokken de acteur Max I. Linder bijna aan het zicht, diep voorovergebogen op de rug van zijn paard, tegen de achtergrond van een heuvelachtig landschap. Er stond een verbeten trek op zijn gezicht, zijn linkeroog was half toegeknepen en aan zijn mondhoek hing een sigaret. Drie indianen, hun armen om de halzen van hun ongezadelde gevlekte paarden geslagen, waren naarstig op de vlucht. De paniek was van hun gezicht te lezen.
Het orkest van baas Alvares achter het witte doek vulde de ruimte met akkoorden die werden opgezweept tot opwindende hoogte. Max I. Linder rolde zijn sigaret naar zijn andere mondhoek en reikte naar zijn met edelstenen ingelegde pistool, dat laag op zijn heupen hing.
“Pief-paf-poef!” schalde een ongekend lage zware vrouwenstem boven alles uit.
Als op een teken van een dirigent draaiden alle hoofden in de zaal zich in de richting waar de stem vandaan kwam. Op het balkon stond Wilhelmina met twee houten pistolen te zwaaien, waarvan de kolven met nepstenen waren afgezet. Ze zag er vervaarlijk uit. Ze bleef maar ‘pief-paf-poef’ roepen. Haar vriendinnen hielden hun buik vast van het lachen. Marius en zijn vrienden waren als regelmatige bezoekers gewend aan haar ‘voorstelling’. De meeste bioscoopgangers hadden inmiddels alle interesse voor de film verloren.
Wilhelmina was het middelpunt van de aandacht, in haar western-pantalon met overhemd en leren vest. Haar strohoedje had plaatsgemaakt voor een cowboyhoed. Laag op haar heupen droeg ze een ceintuur met holsters. Ze was zo snel van outfit veranderd dat hij zich afvroeg waar ze zich had omgekleed. Later kwam hij erachter dat ze het cowboykostuum gewoon onder haar jurk droeg. Het feit dat dit meisje de wet aan haar laars lapte – het was vrouwen verboden zich in het openbaar in mannenkleding te vertonen – deed haar nog meer in Marius’ achting stijgen.
Aan eenieder die het wilde horen, vertelde Wilhelmina dat ze verliefd was op de flamboyante Franse filmacteur – hij zou de enige man zijn die in staat was haar te temmen.
♦
De film was afgelopen en men begaf zich naar de uitgang. Wilhelmina liep voor haar vriendinnen uit, nog altijd gekleed in haar western-outfit, net als haar idool uit de film. Door haar opvallende lengte en haar struise bouw trok ze nog eens extra aandacht – ze was een en al bravoure en superioriteit.
Evenals de rest van het mannelijke publiek amuseerde Marius zich kostelijk om Wilhelmina’s performance, in tegenstelling tot de meeste vrouwen, die slechts afkeurende blikken in haar richting wierpen of meewarig hun hoofd schudden.
♦
De meeste bezoekers hadden de bioscoop verlaten. Marius stond met zijn vrienden op het plein tegenover de bioscoop. De zon stond laag aan de hemel, de schaduw van de grote flamboyantboom op het plein, die fel oranje bloemen droeg, reikte nu tot aan de overkant van de Zwartenhovenbrugstraat. De hitte was gebroken, de mensen hadden de beschutting van hun woningen en erven verlaten.
“…daar heb je Max Linder!” riep Ludy, een van Marius’ vrienden, opgewonden. Aller ogen waren gericht op de bioscoopuitgang. Er liep een groep meisjes, uitbundig lachend en over elkaars schouders hangend, om Wilhelmina heen. De zachtgele jurk had weer de plaats ingenomen van het cowboypak.
“Max! Ma-xi Lin-der…!” riep Ludy.
De meisjes bleven staan en hun aandacht verplaatste zich naar het pleintje.
“Max, d’r zit een indiaan in mijn broek die met je wil spelen!” riep Marius.
“Kom maar terug wanneer hij een rijk opperhoofd geworden is,” riep ze lachend terug.
“Die meid heeft het voor je gezet!” lachte Pero.
“Max, waarom maak je het ons zo moeilijk? We willen zo graagindiaantje met je spelen…!” hield Marius aan.
“Waarom noem je haar eigenlijk ‘Maxi Linder’, ze heet toch Wilhelmina?” vroeg een jongen die nog maar kort deel uitmaakte van de gang.
“Voor ons jongens van de ‘Luxor-gang’ heet ze Maxi Linder.”
“Heb je niet gezien hoe ze met die Linder dweept? Ze mist geen van zijn films!” riep een ander.
“Ooo… dat had ik zelf wel kunnen verzinnen…” Met zijn vlakke hand sloeg hij zich tegen zijn voorhoofd.
“Wij zijn begonnen haar zo te noemen. Ik hoor steeds meer mensen haar met die naam aanspreken. Laatst hoorde ik zelfs dat ze zichzelf met die naam voorstelde…”
♦
Het was inmiddels drukker geworden op het plein. De weinige voertuigen die de stad telde hadden weer bezit genomen van de straat. Na de korte middagonderbreking werden alle winkels weer geopend. Verfrist door de middagslaap waartoe de onproductieve hitte hen had gedreven, kuierden mensen op hun gemak door de stad. Sommigen waren druk met elkaar in gesprek, en het knisperende geluid van hoeven en wielen op de met schelpzand verharde weg mengde zich met het geroezemoes. De rozen waren uit hun middagslaap ontwaakt en hadden hun kopjes weer fier overeind gestoken – het rozenaroma vocht om de eer met de zware bittere lucht van paarden- en ezelsvijgen. Hier en daar bleven mensen staan om een van de weinige auto’s die de stad rijk was te bewonderen.
Marius en zijn vrienden waren de straat overgestoken en hadden zich bij ‘Maxi’ en haar vriendinnen gevoegd.
“Wat gaan jullie zo meteen doen?” vroeg Ludy.
“Geef me één reden waarom ik je dat aan je grote neus zou hangen – dan mag je het weten. Mij schiet er namelijk geen enkele te binnen,” zei Maxi en draaide met haar ogen.
“Omdat wij de jongens van Luxor zijn. Wij hebben het op dit plein voor het zeggen. Dus je kunt maar beter je grote brutale bek voor jezelf houden, kutwijf!” Om zijn woorden kracht bij te zetten, duwde hij tijdens het praten zijn borstkas stoer naar voren.
“De jongens van Luxor? Sinds wanneer noemen jullie jezelf zo? Ghèghèghèèè!” Een dikke fluim speeksel raakte vlak voor zijn voeten de grond. “Het kan ons geen moer schelen hoe jullie jezelf noemen. Ik spreek niet alleen voor mezelf. Wij hebben net zoveel recht als jullie om hier op het plein te staan. Zowaar ik Maxi Linder geboren Wilhelmina Angelica Adriana Merian Rij burg heet, laat ik me door niemand de les lezen. Dus hou die onzin maar voor jezelf. Dit plein is van jullie? Jongen, laat me niet lachen! Van zulke soro g’go boi’s als jullie pik ik geen stront.” Met een blik die niet veel goeds voorspelde, deed ze een stap naar voren. Uitdagend stond ze voor Ludy. Ze staarde hem aan zonder iets te zeggen en hield haar linkerhand achter haar rug verborgen.
Omdat hij haar gedrag verdacht vond, deed Marius een stap opzij. Tussen haar duim en wijsvinger zag hij het metaal van een scheermes glinsteren.
“Kom nou, rustig aan, laten we het gezellig houden. De film is afgelopen. We hoeven het toch niet op straat nog eens over te doen,” suste hij.
De meisjes waren in de minderheid. Maar ondanks hun overwicht was te merken dat de dreigende wijze waarop Maxi Linder zich gedroeg de jongens onzeker had gemaakt.
Met knikkende knieën plaatste Marius zich tussen de twee kemphanen in. Zachtjes duwde hij zijn vriend achteruit. In zijn onderbuik kolkte een warm gevoel omhoog. Het vuur dat in Maxi’s ogen was ontbrand, had eerder zijn verlangen dan zijn angst aangewakkerd. Wat hij in haar ogen zag was voldoende om een man à la minute tot opperste verrukking te brengen.
“Ga naar huis. Je kan die meid toch niet aan,” beet hij zijn vriend toe. Hij trok hem met zich mee en buiten haar gehoorsafstand zei hij: “Als ik er niet tussen was gekomen had ze je gezicht opengesneden. Ze hield een scheermes achter haar rug.”
“Die meid is stapelgek!” schreeuwde de vechtersbaas. Met zijn handen in zijn zakken en zijn schouders hoog opgetrokken liep hij in de richtingvan Kersten.
“Zullen we naar Victoria gaan?” opperde Marius, nadat hij zich weer bij de rest had gevoegd. “Let maar niet op hem, hij probeert zijn geringe lengte met zijn grote mond te compenseren.”
“Ik heb een bloedhekel aan zulke mannen,” bitste Maxi. “Geen enkele man kan mij komen vertellen wat ik moet doen. Vooral niet als hij amper geld heeft om een behoorlijke broek aan zijn kont te trekken. Ik ga liever naar de Roxy-bar.”
“Maar bij Victoria kun je lekkere icecreamsoda krijgen en het is dichterbij,” probeerde Marius.
Hij zag zijn nauwkeurig uitgestippelde plan in het water vallen. Hij had gehoopt indruk op haar te maken door haar mee te nemen naar Lunchroom Victoria. Het geld dat hij door enkele weken sparen bij elkaar had gekregen, brandde in zijn zak. Bovendien was Victoria op het moment the place tobe.
“Eerlijk gezegd ga ik liever naar de Roxybar. Ik heb geen geld voor Victoria. Daar komen alleen maar big shots.” Met deze opmerking gooide Pero roet in het eten. “Bij de Roxybar kunnen we tenminste naar de motyo’s kijken. Ik heb gehoord dat het een hoerentent is. De vrouwen die daar komen geven geen tori. Mijn broer is er een keer geweest. Hij keek zijn ogen uit met al die siviti’s die er komen.”
Marius zond moorddadige blikken in zijn richting.
Maar Maxi Linders luide lach galmde met lange uithalen over het plein. “Ghèghèghèèè! Zo te zien is die broer van jou een echte motyop ‘pa.”
Met een grote tjoerie protesteerde Pero tegen haar commentaar.
“Hap niet zo toe. Ik plaag je alleen maar,” lachte Maxi.
“Gaan jullie dan maar naar de Roxy,” begon Marius weer, “Maxi, ik trakteer je op een middag in de lunchroom. De Roxy is geen tent voor nette meisjes.” Het was zijn laatste poging zijn middag te redden.
“Wie zegt dat ik niet naar de Roxy wil? Wat moet ik in een saaie tent als de Victoria!” Ze duldde geen tegenspraak.
“Ben je daar dan weleens geweest?”
“Verschillende keren, met vrienden.” Ze blikte triomfantelijk in zijn richting. “En als de Roxy een motyotenti is, waar wachten we dan nog op?!” riep ze, om vervolgens een lachstuip te krijgen, waar haar vriendinnen gretig aan meededen. “Kom op, ik heb zin in een verzetje…!” Lachend trok ze haar vriendinnen met zich mee in de richting van de Keizerstraat.
Er restte Marius niets anders dan haar te volgen.
♦
Voor het raam van de toonzaal van autohandelaar Bourne in de Keizerstraat bleef hij staan om de nieuwe Ford voor vijf passagiers te bewonderen. “Hé, Maxi, kom eens kijken wat voor prachtige auto hier staat!” Hij stak een sigaret op terwijl ze naar hem toe kwam gelopen.
Ze kwam naast hem staan. “Daar heb ik al in gezeten,” zei ze.
Marius keek haar vol ongeloof aan en vergat de geïnhaleerde rook uit te blazen. Met zijn hand tegen zijn borst gedrukt klapte hij hoestend voorover. Toen hij voelde hoe haar vlakke hand hem op de rug sloeg, had hij de gewaarwording alsof hij werd aangeraakt door engelenvleugels. Hij rekte het hoesten wat langer.
Toen hij weer recht overeind stond zei hij: “Heb jij daar al in gereden? Hoe kan dat?”
“Een van mijn vrienden heeft er zo een. Vraag me niet naar zijn naam. Die noem ik toch niet.” Verwaand gooide ze haar hoofd in haar nek.
“Heb je dan zulke belangrijke vrienden?” Een geurmengsel van Sweetheart-poeder en een vleugje transpiratie drong zijn neus binnen. Door diep in te ademen probeerde hij er zo veel mogelijk van op te snuiven. “Met zulke belangrijke vrienden durf ik je bijna niet meer vragen of je zin hebt om op 2 augustus mee te gaan naar de fancy fair in Court Charity. Later op de avond is er een bal, met de Habanera-band…”
Terwijl ze de Knuffelsgracht overstaken zei Maxi: “Op die dag kan ik niet. Ik ben al gevraagd voor een bal in het paleis van de gouverneur. Gouverneur Staal en zijn vrouw geven een dansreceptie ter gelegenheid van de verjaardag van de koningin. Degenen die aan de gouverneur zullen worden voorgesteld moeten om kwart over acht in het paleis aanwezig zijn. Ik kan niet wachten tot het zover is…! Ik heb een jurk van groene mousseline gekregen voor de gelegenheid. Voor heren is het verplicht in wit wandelkostuum te verschijnen.”
Ze ratelde maar door. Marius’ stemming daalde in rap tempo.
“Max, via deze akapu dyari komen we in de Grote Hof-straat. Op die manier zijn we sneller in de Watermolenstraat!” riep een van de meisjes.
“Eh, eh… die vriend met wie je naar dat feest gaat, is dat dezelfde als die van die Ford?” vroeg Marius voorzichtig.
“O, die? Nee, die zie ik niet meer,” zei ze op een toon die duidelijk moest maken dat het haar niets kon schelen.
Haar onverschilligheid verraste Marius. Als hij iemand kende met zo’n auto zou hij er wel voor zorgen dat hij hem altijd te vriend zou houden. “Heb je dan zoveel heren als vriend?” vroeg hij voorzichtig.
“Veel herenvrienden? Niet meer dan ik aankan.”
“Ben je niet bang dat je een slechte naam krijgt?”
“Dat is mijn zorg niet, jongen.”
“Kan ik je een andere keer mee uit vragen? Op 31 augustus is er een parade van de schutterij voor het paleis van de gouverneur. Ter ere van de koningin en de koningin-moeder.”
Maxi hield abrupt haar pas in. Ze staarde hem lang en aandachtig aan.
Met moeite kon hij zijn ogen afhouden van de plek waar haar hals overging in haar borst. De huid stond strak om haar sleutelbeenderen gespannen, en in de kuil ertussen rustte een gouden munt aan een dikke botoketi. Het sieraad kwam goed tot zijn recht op haar zijdeachtige donkerbruine huid.
Zonder iets te zeggen stonden ze een tijdje tegenover elkaar.
Het was Maxi die de stilte verbrak. “Marius, ik mag je graag. Maar ik wil niet dat je je illusies maakt. Ik zal er geen doekjes om winden: voor mij is een man net zo goed als het geld dat hij in zijn zak heeft. En met geld bedoel ik héél véél geld. Die ene keer dat een armoedzaaier zijn lendenen in mijn schoot heeft ontladen, gebeurde dat onder dwang. Maar dat was dan ook de laatste keer…” Haar gezicht vertrok tot een pijnlijke grimas bij het uitspreken van de laatste zin.
“Wat is er?” vroeg hij bezorgd.
“Niks. Zullen we naar de anderen toe lopen?” zei ze kortaf. “We zijn aardig achter geraakt.” Zonder een reactie af te wachten, versnelde ze haar pas.
“Dus die verhalen die er over jou de ronde doen zijn geen verzinsels,” hijgde hij terwijl hij moeite deed haar tempo bij te houden.
“Dat ik een motyo ben?! Dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken.”
“Dus je bent een hóér…?!”
“Ja. Moet ik het soms voor je spellen? M-O-T-Y-O!”
Aangezien ze de anderen nu dicht genaderd waren, dempte hij zijn stem. “Dus als ik genoeg geld heb, kan ik je liefde kopen?”
“Je maakt geen kans.”
“Waarom niet?”
“Heb je niet goed naar me geluisterd? Ik doe het alleen met big shots.’”
“Big shots?”
“Lui met veel geld. Van de meisjes die het met kerels doen die elk dubbeltje bij elkaar moeten schrapen, hoor ik alleen maar hoofdpijnverhalen.”
“Je bedoelt dat ik geen kans maak, zelfs niet als ik betaal.”
“Dat klopt.”
“Kom op, Mientje, blijf niet zo achteraan lopen,” zei een van de meisjes en gaf Maxi geanimeerd een elleboog. “Kijk niet zo sip, Marius. Anders laten ze je straks niet binnen,” zei het meisje lachend.
♦
De hoge krukken langs de lange, geheel uit mahoniehout opgetrokken bar waren stuk voor stuk bezet. De geur van verschaald bier hing als een deken in de lucht. Het gerinkel van de glazen probeerde uit alle macht boven de grammofoon uit te komen. Door de donkere kleur van de bar en de muren hing er een uitnodigend warme en gezellige sfeer.
Terwijl de rest van de groep meteen opging in de drukte, bleef Marius bij de ingang staan. De middag die zo hoopvol was begonnen, was in een grote teleurstelling geëindigd.
Moordneigingen borrelden in hem op toen hij een groep Nederlandse matrozen zag zitten. Hun tafel was bezaaid met lege bierglazen en de bardame zette alweer een dienblad met volle glazen voor hen neer. Koket gooide ze haar hoofd in haar nek. Aan haar keel ontsnapte een klokkende lach. Dit laatste was een reactie op een voor Marius niet verstaanbare opmerking, die gepaard ging met een kneep in haar gigantische achterwerk. De groep een niets verhullende blik nawerpend, liep ze terug naar de bar – de cadans van haar billen, die ze met een heupbeweging nog wat extra vibratie gaf, deed hun ogen haast uit hun dronkemanskassen rollen.
In een hoek naast de bar was een vrij jong meisje, gekleed in een verlepte jurk, druk doende een matroos de nieuwste one step uit te leggen. Hij probeerde haar op zo’n houterige manier te volgen dat het overduidelijk was dat het hem nooit zou lukken de passen onder controle te krijgen. Geen wonder, als je geboren bent met houten klompen aan je poten…!
“Willemientje, Willemientje, Willemientje, lekkerrr stuk!” zong de groep dronken matrozen aan de tafel vol met glazen in koor toen ze haar zagen.
Maxi bleef bij een van de matrozen staan. Om haar mond speelde een glimlach die het midden hield tussen sluw en verleidelijk. Met een stem die een octaaf hoger klonk dan normaal en zoete beloften inhield, riep ze boven de muziek uit: “Hé, Karel, wil je mij een dienst bewijzen?”
Ze genoot zichtbaar van de reactie die ze teweegbracht. Alle aandacht was nu op hen gevestigd.
Karel kwam ogenblikkelijk overeind – onvast op zijn benen staand en met een dronkemanslach op zijn gezicht. Hij stak een kop boven haar uit. Met een weids gebaar nam hij zijn pet van het hoofd en boog galant in haar richting. Zijn lengte en de staat waarin hij verkeerde, gaven het geheel iets komisch. Op Marius na bulderde iedereen van het lachen.
“Vwoor u alzijdd, majezdeid…”
“Volg me naar buiten…”
♦
Naast de ingang van de Roxybar stond een meisje van ongeveer acht jaar. Op de gammele kist voor haar stond een blik gevuld met uitnodigend geurende gomma- en gemberkoekjes, droge koekjes, en kokosmakronen. Maxi ging op haar hurken bij het meisje zitten, terwijl Karel met één hand steun zocht op haar schouder. Nog steeds in de deuropening staand, veinsde Marius desinteresse.
“Waarom ben je niet met je vriendinnetjes aan het spelen? In plaats van hier koekjes te verkopen? Kinderen horen te spelen: daar groei je van,” zei Maxi op een toon die Marius verraste.
“Ik moet ze verkopen van mijn oma. Moeder heeft ons bij haar achtergelaten.”
Maxi pakte haar kin vast en dwong haar haar aan te kijken.
“Wat kosten die koekjes?”
“Eén bigisensi voor vijf koekjes.”
“Dus… één, twee, drie, vier…” Ze graaide tussen de koekjes en telde ze. “Vijftig koekjes. Dat is vijfentwintig cent?” Ze draaide zich vanuit haar gehurkte positie om naar Karel. Met een flirterige glimlach keek ze naar hem op.
“Maar mevrouw hoeft ze niet allemaal te kopen. Meestal kopen de meneren maar een paar koekjes voor die dames.”
“Niet voor deze dame. Deze dame is een dure dame.”
Marius voelde zijn maagstreek borrelen. Zijn mond vulde zich met speeksel.
“Maar… zchat… vin je dad niet dze… dze veel…?” De alcohol had Karels tong verlamd.
“Ben ik niet elke cent waard?” pruilde ze.
“Ja, zchat… m-maar v-vijfentwintig zent… voor die paar koekjes…”
Verlegen staarde het meisje naar de grond.
“Wwwat krijg ‘k’rvvoor truggg…?”
“Ik vind je niet bepaald galant, matroos,” hield Maxi aan.
“Oké, vwoor deze keer dan mmm-maar, maar niet vedder vedzellen hoor…” Hij haalde zijn portemonnee uit zijn achterzak tevoorschijn en viste er een kwartje uit. “Hier meid… En hier meddie k-koekjes…”
Maxi knipoogde naar het meisje. “Ga nu maar snel naar huis en hou dat geld goed vast! Niet op straat blijven rondhangen. Het zou zonde zijn als je het kwijtraakt.”
Met haar kist onder haar linkerarm en het koekblik in de rechterhand verdween het meisje zo snel als haar spillebenen haar dragen konden in de drukte van de Watermolenstraat.
“Karel, je hebt een kus verdiend,” zei Maxi. Ze ging op haar tenen staan, vlijde zich tegen hem aan en zoende hem vol op de mond.
“Is dat alles waddik krijg…?” vroeg de matroos, met de expressie van een verontwaardigd uit de kluiten gewassen kind op zijn gezicht. “K-kunnen we niet n-naar b-boven gaan…?”
“Karel, die koekjes waren een cadeau. En als je me kent weet je dat naar boven gaan wel wat meer dan een kwartje kost. Bovendien heb je daarnet een goede daad verricht.”
“Ojjja…”
“Hoe vind je dat? Je hebt drie mensen blij gemaakt! Dat kind omdat zij niet meer op straat hoeft te blijven rondhangen, haar oma omdat ze wat geld heeft om eten te kopen. En last hut not least: Maxi, omdat ze dankzij jouw gift twee mensen heeft kunnen helpen.”
“Ggg-goed, voor deze keer d-dan maar… ‘k ben niedde beroerd om iemand dze heiben. As je me dit maar niet v-vaker v-vlikt…”
Maxi sloeg haar arm rond zijn middel en liep, de dronken matroos ondersteunend, pal langs Marius de bar weer in.
Schielijk volgde Marius het stel naar binnen.
♦
De vloer was vochtig van verspild bier en overal lag gebroken glas. Aan de bar stond Breniman, de blinde stadstroubadour, met een groep uitgelaten kroeggangers om hem heen. Maxi en Karel voegden zich bij hen.
“Hij is ontzettend populair de laatste tijd. Als hij er niet is op je feestje, dan is het niet geslaagd,” zei Maxi tegen Karel.
“Breniman, laat dat hete lied van je horen!” riep een van de vrouwen.
“Ja, zing voor ons!” klonk het uit vele kelen.
“Alleen als Maxi met de pet rondgaat,” antwoordde de ster. “Dan weet ik tenminste zeker dat ik niet voor de kat zijn kut sta te zingen.”
Lachend pakte Maxi Karels matrozenpet van zijn hoofd. “Hé, Breni! Eerst zingen, dan geld!”
Breniman schraapte zijn keel en pakte zijn trekharmonica. Vervolgens weergalmden de klanken van zijn onvervalste tenor tegen de mahoniehouten muren.
Te mi s’don prakser’ mi lobi
watra e Ion na mi ay
Ay baya watra e lon na mi ay
Rosa san de y’e mek’ so
Yu bor’alesi a tron papa
Yu bor’ kows’banti a tron brafu
Rosa san de y’e mek’ so
Als ik aan mijn liefje denk
krijg ik tranen in mijn ogen
Ja, dan krijg ik tranen in mijn ogen
Rosa, waarom doe je me dit aan
Als je rijst kookt wordt het pap
Als je kousenband kookt wordt het soep
Rosa, waarom doe je me dat aan
De laatste akkoorden waren nog niet opgelost of het publiek brak uit in luid applaus en gejoel, terwijl sommigen om een herhaling riepen. Grif verdween het geld in Karels pet. In het voorbijgaan greep een matroos Maxi bij haar middel en trok haar tegen zich aan. Lachend bevrijdde ze zich uit zijn omhelzing.
Het bloed steeg Marius naar zijn hoofd. Wat zagen die meiden in deze mannen met hun doorschijnende huid? En naar hij zich had laten vertellen, roken ze nog zuur ook: omdat ze zoveel melk dronken. Oké, ze hadden geld, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Hij kon zich moeilijk voorstellen dat deze bleekscheten in staat waren een vrouw aan haar trekken te laten komen.
Als diender bij de schutterij was hem een goede toekomst in het vooruitzicht gesteld en hij zou zijn toekomstige gezin redelijk kunnen onderhouden. Waarom moest uitgerekend het meisje waarop hij zijn oog had laten vallen zich tot zoiets laags aangetrokken voelen? Al die tijd had hij naar een geschikt moment gezocht om haar mee uit te vragen. De wilde verhalen die hij over haar had horen vertellen had hij met een korrel zout genomen – er werden zoveel praatjes rondgestrooid door de smoelcourant. Het was juist haar levenslustige manier van doen waardoor hij zich tot haar aangetrokken voelde. En nu had ze hem, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, op zijn ziel getrapt. Kwam ook hij niet uit een moeder? Hij was toch niet door een boom op de wereld gezet! Een alles overheersende woede, die bijna zijn keel dichtdrukte, nam bezit van zijn borst – door de verblindende filter van adrenaline veranderden de mensen om hem heen in schimmen. Als hij deze onheilsplek niet snel verliet, zou hij een moord begaan. Met moeite ontdeed hij zich van de koorden die hem hier vasthielden.
Hij liep de bar uit. Als zijn tijd daar was zou hij haar laten kruipen…