Hoofdstuk 15. In Bloomsbury

Van de beide verschrikte jongelui herstelde Norman Gale zich het eerst.
'Natuurlijk, ' zei hij, 'het is monsieur - monsieur Poirot. Bent u nog steeds bezig uw reputatie te zuiveren, monsieur Poirot?'
'Aha, u bent ons gesprek nog niet vergeten? En verdenkt u nu die arme meneer Clancy?'
'Dat doet u ook, ' merkte Jane scherpzinnig op, 'anders zou u niet hier zijn. '
Hij keek haar een ogenblik peinzend aan.
'Hebt u ooit nagedacht over moord, mademoiselle? Er over nagedacht, bedoel ik, in abstracte zin - koel en objectief?'
'Ik denk niet dat ik er tot voor kort ooit over heb nagedacht, ' zei Jane.
Hercule Poirot knikte. 'Ja, u denkt er nu over omdat u persoonlijk iets met een moord te maken hebt gehad. Maar ik werk nu al vele jaren in de sfeer van de misdaad. Ik heb mijn eigen manier om de zaken te bekijken. Wat zou volgens u nu het belangrijkste zijn als u probeerde een moordzaak op te lossen?'
'De moordenaar te vinden, ' zei Jane.
'Gerechtigheid, ' zei Norman.
Poirot schudde het hoofd. 'Er zijn belangrijker dingen dan het vinden van de moordenaar. En gerechtigheid is een mooi woord, maar het is soms moeilijk precies te zeggen wat men er mee bedoelt. Volgens mij is het belangrijkste de onschuldigen van verdenking te zuiveren. '
'O, natuurlijk, ' zei Jane, 'dat spreekt vanzelf. Als iemand vals beschuldigd wordt -'
'Dat nog niet eens. Misschien wordt er niemand beschuldigd. Maar totdat een persoon zonder enige twijfel schuldig is bevonden,
heeft iedereen die iets met de misdaad te maken heeft in mindere of meerdere mate daarvan de gevolgen te dragen. '
Norman Gale zei met nadruk: 'Hoe waar is dat!'
Jane zei: 'En of wij dat weten!'
Poirot keek van de een naar de ander.
'O zo. U hebt dat al aan den lijve ondervonden. '
Plotseling werd hij zeer actief.
'Maar kom, ik heb werk te doen. Daar wij drieen hetzelfde doel hebben, laten wij dan samenwerken. Ik sta op het punt een bezoek te brengen aan onze vernuftige vriend, meneer Clancy. Ik zou willen voorstellen dat mademoiselle met mij meegaat - alsof zij mijn secretaresse was. Alstublieft, mademoiselle, hier hebt u een aantekenboekje en een potlood voor de stenografie. '
'Maar ik ken geen steno, ' bracht Jane met moeite uit.
'Natuurlijk niet. Maar u bent vlug van begrip - intelligent -u kunt toch wel tekens maken die er op lijken, in het boekje, niet waar? Mooi zo. Wat meneer Gale betreft, ik stel voor dat hij ons over een uur weer ontmoet. Zullen wij zeggen, boven bij de Monseigneur? Bon! Dan zullen wij onze wederzijdse bevindingen eens vergelijken. '
En meteen liep hij op de bel toe en drukte op het knopje.
Lichtelijk beduusd volgde Jane hem met het aantekenboekje in haar hand.
Gale deed zijn mond open als wilde hij protesteren, maar scheen zich toen te bedenken.
'Goed, ' zei hij, 'tot over een uur dan, bij de Monseigneur. '
De deur werd geopend door een al wat oudere vrouw met een nogal afschrikwekkend uiterlijk, die sober in het zwart gekleed was.
Poirot zei: 'Meneer Clancy?'
Zij ging achteruit en Poirot en Jane traden binnen.
'Wie kan ik zeggen, meneer?'
'Meneer Hercule Poirot. '
De bazige vrouw nam hen mee naar boven, naar een kamer op de eerste verdieping.
'Meneer Air Kule Prott, ' kondigde zij aan.
Poirot besefte meteen hoezeer meneer Clancy de waarheid had gesproken op Croydon toen hij zei dat hij een slordig mens was. De lange kamer, met drie ramen in de lengte, en planken en boekenkasten langs de andere muren, verkeerde in een chaotische toe
stand. Er lagen papieren in het rond, bordpapieren mappen, bananen, flesjes bier, divankussens, een trombone, diverse porseleinen voorwerpen, etsen, en een verbijsterende sortering vulpennen.
Te midden van die warwinkel was meneer Clancy aan het worstelen met een camera en een rol film.
'Lieve hemel, ' zei meneer Clancy, die opkeek toen de bezoekers werden aangediend. Hij zette de camera neer en de -(rol)film viel meteen op de vloer en rolde af. Hij kwam met uitgestrekte hand op hen toe. 'Zeer blij u te zien. '
'U kent mij nog wel, hoop ik?' zei Poirot. 'Dit is mijn secretaresse, juffrouw Grey. '
'Hoe maakt u het, juffrouw Grey. ' Hij schudde haar de hand en wendde zich toen weer tot Poirot. 'Ja, natuurlijk herinner ik mij u - tenminste - waar was het nu precies? Was het in de Doodskopclub?'
'Wij waren medepassagiers in een vliegtuig van Parijs naar Croydon bij een zekere noodlottige gelegenheid. '
'O ja, natuurlijk, ' zei meneer Clancy. 'En juffrouw Grey ook! Maar het was niet tot mij doorgedrongen dat zij uw secretaresse was. Eigenlijk meende ik dat zij werkte in een schoonheidssalon - of zoiets. '
Jane keek Poirot verschrikt aan.
Deze liet zich niet uit het veld slaan.
'Volkomen juist, ' zei hij. 'Daar zij een bekwaam secretaresse is, moet juffrouw Grey soms een tijdelijke baan aanvaarden - begrijpt u?'
'Natuurlijk, ' zei meneer Clancy. 'Ik was het vergeten. U bent detective - een echte detective. Niet van Scotland Yard. Particuliere onderzoekingen. Gaat u toch zitten, juffrouw Grey. Nee, daar niet, ik geloof dat er sinaasappelsap op die stoel zit. Als ik deze map wegneem - o, lieve hemel, nu is alles er uit gevallen. Maar dat hindert niet. Gaat u daar maar zitten, monsieur Poirot, zo is het toch, niet waar? - Poirot? Die leuning is niet echt kapot. Hij kraakt alleen maar een beetje als u er tegenaan leunt. Nou, het is misschien wel beter maar niet te veel te leunen. Ja, een particulier detective zoals mijn Wilbraham Rice. Die is zeer in de smaak gevallen bij het publiek. Hij bijt op zijn nagels en eet een heleboel bananen. Ik weet niet hoe ik er bij kwam hem op zijn nagels te laten bijten -het is eigenlijk een vrij afschuwelijke gewoonte - en nu zit ik er mee. Hij is begonnen met op zijn nagels te bijten, en nu moet hij dat in ieder boek weer doen. Zo eentonig. Die bananen, dat is niet zo erg; daar haal je nog wel wat aardigs uit - dat misdadigers uitglijden over de schillen. Ik eet zelf ook bananen - zo ben ik er aan gekomen. Maar ik bijt niet op mijn nagels. Een glaasje bier?'
'Nee, dank u. '
Meneer Clancy zuchtte, ging zitten, en keek Poirot ernstig aan.
'Ik kan wel raden waarom u gekomen bent - die moord op Giselle. Ik heb al maar nagedacht over die zaak. U kunt zeggen wat u wilt, maar het is een raar geval - gifpijlen en een blaaspijp in een vliegtuig. Een idee dat ik zelf ook gebruikt heb, zowel in een roman als in een kort verhaal. Natuurlijk was het een zeer schokkende gebeurtenis, maar ik moet toch toegeven, monsieur Poirot, dat ik het interessant vond - hevig interessant. '
'Ik kan heel goed begrijpen, ' zei Poirot, 'dat de misdaad op u als schrijver veel indruk gemaakt moet hebben, meneer Clancy. '
Meneer Clancy straalde.
'Precies. Je zou zo denken dat iedereen - zelfs de officiele politie - dat wel had kunnen begrijpen! Maar helemaal niet, hoor! Verdenking, dat is alles wat ik kreeg, zowel van de inspecteur als tijdens de rechtszitting. Ik doe mijn uiterste best om te helpen, opdat het recht zijn loop kan hebben, en wat krijg ik voor mijn moeite? Tastbare, stomme verdenking!'
'Toch schijnt u er zich niet veel van aan te trekken, ' zei Poirot met een glimlach.
'Och, ' zei meneer Clancy. 'Maar, ziet u, ik heb zo mijn methodes, Watson. U neemt mij toch niet kwalijk dat ik u Watson noem? Ik bedoel er niets kwaads mee. Het is interessant, tussen twee haakjes, hoe die techniek van de oerdomme vriend het is blijven doen. Ik persoonlijk vind dat men die Sherlock Holmes-verhalen zeer overschat. De ongerijmdheden - de werkelijk verbazingwekkende ongerijmdheden die men in die verhalen aantreft -Maar wat zei ik ook al weer?'
'IJ zei dat u uw eigen methodes had. '
'O ja. ' Meneer Clancy boog zich naar voren. 'Ik zet die inspecteur - hoe heet hij ook alweer, Japp? - ja, ik zet hem in mijn volgende boek. U zult eens zien hoe Wilbraham Rice met hem omspringt. '
'Zo tussen de bananen door, zou je kunnen zeggen?'
'Tussen de bananen door - die is goed!' grinnikte meneer Clancy.
'U hebt als schrijver wel een streepje voor, monsieur, ' zei Poirot. 'U kunt uw gevoelens lucht geven door middel van de drukpers. Uw pen geeft u macht over uw vijanden. '
Meneer Clancy zakte zachtjes weg in zijn stoel.
'Weet u, ' zei hij, 'ik begin te denken dat deze moord echt een geluk voor mij wordt. Ik beschrijf het hele geval precies zoals het gebeurd is - in romanvorm, natuurlijk, en ik noem het De moord in het vliegtuig. Volledige karakterschetsen van alle passagiers. Het moet wel bij duizenden verkocht worden - als ik het maar op tijd gepubliceerd kan krijgen. '
'Krijgt u dan geen moeilijkheden met de wet op de laster of zoiets?' vroeg Jane.
Meneer Clancy keek haar met een stralend gezicht aan.
'Nee, nee, mijn beste jongedame. Natuurlijk, als ik een van de passagiers tot de moordenaar maakte - nou, dan zou er misschien schadevergoeding van mij geeist kunnen worden. Maar dat is nu de clou van het hele geval - een volkomen onverwachte oplossing wordt onthuld in het laatste hoofdstuk. '
Poirot boog zich nieuwsgierig naar voren.
'En die is?'
Opnieuw begon meneer Clancy te grinniken.
'Vernuftig, ' zei hij. 'Vernuftig en sensationeel. Vermomd als piloot, weet een meisje op Le Bourget het vliegtuig binnen te komen en verstopt zich onder de zitplaats van madame Giselle. Zij heeft een ampul bij zich met het nieuwste gas. Zij laat dit ontsnappen - iedereen is drie minuten lang bewusteloos - zij kruipt onder de stoel uit, schiet de giftige pijl af en daalt per parachute neer uit de achterdeur van de cabine. '
Zowel Poirot als Jane zaten met hun ogen te knipperen.
Jane vroeg: 'Waarom wordt zij dan ook niet bewusteloos door het gas?'
'Gasmasker, ' zei meneer Clancy.
'En zij komt neer in het Kanaal?'
'Het behoeft het Kanaal niet te zijn - ik maak er de Franse kust van. '
'En trouwens niemand kan zich verstoppen onder een zitplaats;
daar zou geen ruimte voor zijn. '
'In mijn vliegtuig wel, ' zei meneer Clancy op besliste toon.
'Epatant, ' zei Poirot. 'En het motief van die dame?'
'Dat heb ik nog niet uitgemaakt, ' zei meneer Clancy peinzend. 'Waarschijnlijk heeft Giselle de minnaar van het meisje geruineerd, en heeft die daarna zelfmoord gepleegd. '
'En hoe is zij aan het vergif gekomen?'
'Dat is nu juist het vernuftigste gedeelte, ' zei meneer Clancy. 'Dat meisje is slangenbezweerster. Zij tapt het goedje af van haar meest geliefde python. '
'Mon Dieu!' zei Hercule Poirot. 'Vindt u het eigenlijk niet een tikje te sensationeel?'
'je kunt het nooit te sensationeel maken, ' zei meneer Clancy beslist. 'Vooral wanneer je schrijft over het pijlgif van de Zuidamerikaanse Indianen. Ik weet wel dat het in werkelijkheid gif van de boomslang was, maar het principe is hetzelfde. Je wilt trouwens toch niet dat een detectiveverhaal op het werkelijke leven lijkt? Moet je die verhalen in de krant zien - stomvervelend. '
'Kom nu, monsieur, zou u willen beweren dat deze zaak van ons stomvervelend is?'
'Nee, ' stemde meneer Clancy toe. 'Soms kan ik niet geloven dat het echt gebeurd is, weet u. '
Poirot trok de krakende stoel wat dichter naar zijn gastheer toe. Zijn stem liet hij dalen tot een vertrouwelijke toon.
'Monsieur Clancy, u bent een intelligent man met verbeeldingskracht. De politie, zoals u zegt, heeft u met wantrouwen behandeld. Zij hebben uw advies niet gevraagd. Maar ik, Hercule Poirot, wens u wel te raadplegen. '
Meneer Clancy bloosde van plezier.
'Dat vind ik bepaald heel aardig van u. '
Hij keek zenuwachtig en vergenoegd.
'U hebt de criminalistiek bestudeerd. Uw ideeen zullen waardevol zijn. Het zou van zeer groot belang voor mij zijn als ik wist wie volgens u de misdaad begaan heeft. '
'Nou-' Meneer Clancy aarzelde, greep werktuiglijk naar een banaan en begon die op te eten. Toen verdween de geestdrift van zijn gelaat, en hij schudde het hoofd. 'Ziet u, monsieur Poirot, dit is nu heel iets anders. Als je schrijft, kun je iedereen die je maar wilt tot de dader maken; maar in de werkelijkheid is er natuurlijk een echte persoon. Je hebt niet alle feiten tot je beschikking. Ik vrees, weet u, dat ik helemaal niet zou deugen als een echte detective. '
Hij schudde het hoofd en gooide de bananeschil in de haard.
'Maar het zou wel amusant kunnen zijn samen de zaak eens te bekijken?' opperde Poirot.
'O ja, dat zeker. '
'Om mee te beginnen, als u nu eens een gokje mocht wagen, wie zou u dan kiezen?'
'Och, ik zou denken een van die twee Fransen. '
'En waarom?'
'Nou, zij was een Fran^aise. Ik weet niet waarom, maar het lijkt waarschijnlijker. En zij zaten aan de andere kant, niet te ver van haar vandaan. Maar weten doe ik het echt niet. '
'Er hangt zoveel af, ' zei Poirot peinzend, 'van het motief. '
'Natuurlijk - natuurlijk. U rangschikt zeker al de motieven heel wetenschappelijk?'
'Ik ben ouderwets in mijn methodes. Ik volg het oude gezegde: zoek uit wie voordeel heeft bij de misdaad. '
'Dat is nu allemaal goed en wel, ' zei meneer Clancy, 'maar ik veronderstel toch dat dit in een dergelijk geval een beetje moeilijk is. Er is een dochter die het geld erft, heb ik gehoord. Maar voor zover wij weten zouden een heleboel mensen in dat vliegtuig er voordeel bij kunnen hebben - ik bedoel als zij haar geld schuldig waren en het nu niet behoefden terug te betalen. '
'Dat is waar, ' zei Poirot. 'En ik kan nog wel andere oplossingen bedenken. Laten wij veronderstellen dat madame Giselle iets wist van een van deze mensen - dat hij bijvoorbeeld een poging tot moord had gedaan. '
'Een poging tot moord?' zei meneer Clancy. 'Waarom nu juist een poging tot moord? Wat een buitengewoon merkwaardig idee. '
'In gevallen als deze, ' zei Poirot, 'moet men aan alles denken. '
'Aha!' zei meneer Clancy. 'Maar denken helpt niet. Je moet het weten'.
'U hebt gelijk - een zeer juiste opmerking. '
Toen zei hij: 'Neemt u mij niet kwalijk, maar die blaaspijp die u gekocht hebt -'
'Die vervloekte blaaspijp, ' zei meneer Clancy. 'Ik wou dat ik dat nooit verteld had. '
'U hebt hem gekocht in een winkel in de Charing Cross Road, zegt u? Herinnert u zich toevallig de naam van die winkel nog?'
'Nou, ' zei meneer Clancy, 'het kan Absalom geweest zijn - of het is Mitchell en Smith. Ik weet het niet. Maar dat heb ik allemaal al aan die beroerde inspecteur verteld. Hij zal dat nu wel nagegaan hebben. '
'Aha, ' zei Poirot, 'maar ik vraag dit om een heel andere reden. Ik wil zo'n ding kopen en er een proef mee nemen. '
'O juist. Maar toch weet ik niet of u er wel een vinden zult. Zij hebben die dingen niet steeds in voorraad, weet u. '
'Ik kan het toch wel eens proberen. Juffrouw Grey, zou u misschien zo goed willen zijn die beide namen te noteren?'
Jane deed haar aantekenboekje open en zette daar vlug een stuk of wat haaltjes neer, die, naar zij hoopte, er echt genoeg uitzagen. Toen schreef zij stiekem de namen voluit aan de andere kant van het blad voor het geval die aanwijzingen van Poirot ernstig bedoeld waren.
'En nu, ' zei Poirot, 'heb ik al te veel van uw tijd in beslag genomen. Ik ga nu heen en dank u duizendmaal voor uw vriendelijkheid. '
'O, tot uw dienst, ' zei meneer Clancy. 'Ik wou dat u een banaan meegegeten had. '
'U bent wel zeer vriendelijk geweest. '
'Och, het heeft niets te betekenen. Om u de waarheid te zeggen, ben ik vanavond nogal in een goede stemming. Ik had moeite met een kort verhaal dat ik aan het schrijven was - het wilde maar niet goed uitvallen, en ik kon geen goede naam vinden voor de dader. Ik wou een naam hebben die een beetje pikant klonk. Nou, ik heb geboft, ik zag de naam die ik zocht op een slagerswinkel. Hij klinkt net echt; en ongeveer vijf minuten later had ik dat andere ook te pakken. Bij een verhaal torn je altijd op tegen dezelfde moeilijkheid - waarom wil het meisje niets zeggen? De jongeman tracht haar aan het praten te krijgen en zij zegt dat zij niets zeggen mag. Er is natuurlijk nooit een echte reden waarom zij de hele zaak er niet meteen uitflapt, maar je moet iets zien uit te denken dat niet al te gek klinkt. Jammer genoeg moet het iedere keer anders zijn!'
Hij glimlachte Jane vriendelijk toe.
'Waar een schrijver al niet mee te kampen heeft!'
Hij rende haar voorbij op een boekenkast toe. 'Een ding moet u van mij aannemen. ' Hij kwam terug met een boek in zijn hand. 'Het spoor van het rode bloemblad. Ik geloof dat ik u op Croydon al verteld heb dat dat boek van mij over pijlgif en inheemse pijlen ging. '
'Duizendmaal dank. U bent wel bijzonder vriendelijk. ' 'Och nee. Ik zie, ' zei meneer Clancy plotseling tegen Jane, 'dat u het systeem Pitman niet gebruikt bij uw steno. ' Jane werd vuurrood. Poirot kwam haar te hulp. 'Juffrouw Grey is op de hoogte van haar tijd. Zij gebruikt het modernste systeem, dat is uitgevonden door een Tsjechoslowaak. '
'Is dat inderdaad zo? Wat moet Tsjechoslowakije dan een wonderlijk land zijn. Alles schijnt daarvandaan te komen - schoenen, glas, handschoenen, en nu een nieuw systeem steno. Het is verbazingwekkend. '
Hij schudde hun beiden de hand. 'Ik wou dat ik u meer van dienst had kunnen zijn. ' Zij lieten hem achter in de rommelige kamer, terwijl hij hen ietwat weemoedig glimlachend nakeek.